Maandelijks archief: april 2016

Een kwetsbare zoektocht naar jezelf

Recensie This is me / As time goes by

Confronterend, emotioneel, kwetsbaar, intiem. Dat zijn woorden die passen bij de dansvoorstelling This is me / As time goes by. Bianca Janssen Groesbeek en Farida Nabibaks maakten deze voorstelling van een uur, met muzikale begeleiding van de Nijmeegse dance-popformatie Geminga. De première was zondag 24 april in Theater Hoge Woerd in Utrecht. 

Dansvoorstelling van Bianca Janssen Groesbeek, Farida Nabibaks met muziek van Geminga (Claudia Pino en Jean-Paul Pino)
Foto:Gideon Laureijs

Ik ben wie ik ben en ik mag er zijn, dat tonen Bianca Janssen Groesbeek en Farida Nabibaks in de voorstelling, maar pas op het eind. Want het valt niet altijd mee om te zijn wie je bent en je te tonen zoals je bent. Met alle regels die voortdurend zeggen wat je moet doen en wat je niet moet doen. Door de jaren heen blijf je zoeken naar een plek in de wereld. Dat laten ze zien en ze nemen de kijker daarbij mee in gevoelens van eenzaamheid, strijd, liefde, angst, trots, afhankelijkheid, groei.

Het thema – ik, het leven, ouder worden, jezelf vinden – is veelomvattend, maar omdat je deelgenoot wordt van alle dieppersoonlijke emoties, is het een uitermate intieme voorstelling. De beide dansers tonen hun persoonlijke veranderingen met het verglijden van de tijd, as time goes by. Of zoals het in de flyer staat: ‘Je ziet het dansende lichaam dat langzaam ouder wordt.’ Er is ook herhaling, een terugkeer naar vroeger of een poging daartoe op zijn minst. Dat kun je zien als het verlangen naar de jeugd. Maar die terugkeer lukt niet helemaal.

Janssen Groesbeek en Nabibaks tonen zich in hun kwetsbaarheid en zoeken in al hun onzekerheid naar wie ze zijn. Dat doen ze in dialoog met zichzelf, met elkaar en met de twee muzikanten die soms daadwerkelijk naar de dansers gaan. Zangeres Claudia Cathérine raakt hen ook aan en zo wordt de band met de muziek nog sterker. De voorstelling voelt af en toe echt ongemakkelijk, maar is uiteindelijk, zoals de flyer belooft, werkelijk ontroerend en geruststellend. Want kracht is nog een woord dat past bij deze voorstelling, de kracht van kwetsbare mensen. En acceptatie. Dat je er inderdaad mag zijn. En als laatste woord: indrukwekkend.

Janssen Groesbeek, bioloog en filosoof, en daarnaast gepassioneerd danser en choreografe, nam het initiatief voor de voorstelling. Ze doet ook onderzoek naar de biologische basis van dans. In deze voorstelling werkt zij samen met Farida Nabibaks. Nabibaks, afgestudeerd aan de Scapino Dansacademie, is kunstenaar, performer, choreograaf en docent. En ook filosoof, afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In recente performances zoals Traces of Time en Aards/Earthly vroeg ze aandacht voor onbewuste sporen van het koloniaal verleden in de maatschappij. Geminga, die binnenkort een eerste cd Bipolar uitbrengt, componeerde de muziek speciaal voor deze voorstelling.

De voorstelling is nog te zien op 1 mei in Bijlmer Parktheater Amsterdam en 22 mei in De Lindenberg Nijmegen, steeds om 15.00 uur. Tickets via www.performance-thisisme.nl.

(Deze recensie komt of heeft ook in VARnws gestaan, huis-aan-huisblad voor de regio Leidsche Rijn)

De heiligen van onze tijd

Hold your beliefs lightly. Dat is niet alleen de boodschap van de blogs die ik publiceer als ‘vastgeroeste meningen’. Het is ook de naam van een prachtexpositie in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Nog tot 5 juni. Zo geef ik mijn ongenuanceerde oordeel meteen weg. Prachtig! Waarom dan en wie is die Perry?

Grayson Perry werd in 1960 geboren in Essex. Hij kleedde zich graag in vrouwenkleding en realiseerde zich als tiener dat hij travestiet was. Toen zijn vader dat ontdekte, hij was een jaar of vijftien en ging er soms op uit als vrouw, en zijn stiefmoeder dat vervolgens rondbazuinde, werd hij het huis uit gezet. Hij keerde terug bij zijn moeder en stiefvader in Great Bardsfield. Er is wel meer over zijn leven te vertellen, maar ik belicht graag dit stukje.

graysonperry

Het Stedelijk in Amsterdam heeft in 2002 een solo-expositie georganiseerd. Misschien dat mensen dat nog herinneren, maar hij is veel beter bekend in Engeland. Hij maakte daar tv-programma’s en kreeg de prestigieuze Turner Prize.

Ze kennen in Engeland ook allemaal zijn teddybeer Alan Measles en zijn alter ego Claire, misschien wel zoals wij Margreet Dolman kennen. Ik heb die drie-eenheid pas zondag 20 maart ontmoet. Ja, dat is al even geleden. Niet omdat het nu zo moest bezinken, omdat ik mijn overtuigingen nog tegen het licht moest houden of omdat ik de weg kwijtraakte tijdens de terugreis vanuit Maastricht. Nee, de blog komt nu pas gewoon omdat het er nog niet van kwam.

perry tapestry

Je ziet in het Bonnefanten vooral vazen en wandtapijten. Jezus aan het kruis in vrouwenkleren en met een erectie. Dat soort beelden. De BBC als een oud vrouwtje, een enorme tempel voor Julie, een doodgewone huisvrouw in Essex, een schip voor de onbekende handwerkslieden uit het stenen tijdperk, Claire in een jurk met oorlogsmateriaal en een machinegeweer in haar handen, de film over een reis op een roze motor die Perry maakte om zich na de oorlog met Duitsland te verzoenen, het levensverhaal van de fictieve Tim Rakewell.

Dat levensverhaal beschrijft Perry in zes grote wandtapijten. De serie waarin Perry de Britse obsessie met klasse en smaak onderzoekt, heet ‘The Vanity of Small Differences’. Tim Rakewell figureert ook in A Rake’s Progress, een serie van acht schilderijen van de 18de-eeuwse schilder William Hogarth. Die serie toont de neergang van de zoon van een rijke koopman die zijn geld over de balk gooit. Het gaat op aan dure kleding, prostituees en gokken. De Tim Rakewell van Perry sterft bijna 300 jaar later na een auto-ongeluk in de armen van een minnares. Te hard gereden, met zijn mobieltje in de weer? Zou kunnen. Het leven is ijdelheid.

moeder perry

Zo zit er een boodschap aan alle kunstwerken. Het vraagt wat van je. Wat is er precies te zien op de kunstwerken en wat wil de kunstenaar daarmee zeggen? De Walthamstow tapestry bijvoorbeeld, aangekocht door het museum, en vijftien meter lang, vertelt over de invasie van merken in het leven van ons mensen, van geboorte tot dood. Merken zoals Gucci, Zara, Apple, Ikea, Prada en veel meer. Het is of course een commentaar op consumentisme. In het centrum staat een vrouw waarin je Maria kunt zien. Niet met een kind in haar armen, maar met een designertas. Ergens boven in de wandtapijten over Tim Rakewell zie je twee ovalen portretjes. Steve Jobs en Bill Gates. De heiligen van onze tijd.

Het raakt me. Perry, die zich vaak, als Claire, in travestie toont, heeft zijn speelgoedbeertje Measles tot een nieuwe heilige verheven. Terecht natuurlijk. Het heeft helemaal niets met bijgeloof te maken, maar het is een subtiel commentaar op de manier waarop wij, mensen, aanbidden, verheerlijken, prijzen, dienen en geloven. Hold your beliefs lightly. Je kunt het ook zien alsof Perry zegt: kijk waar mensen vroeger in geloofden en waar ze nu in geloven. Merken en consumptie. Geloof in je teddybeer is dan veel eerlijker. “Measles troost me al meer dan vijftig jaar”, zegt Perry.

Vreedzaam vechten

We leven in tijden van vrede en vrijheid. Dat horen we zeker rond 5 mei als we oorlogen herdenken en oorlogsslachtoffers. Maar dat wil niet zeggen dat er geen conflicten zijn in onze samenleving. Hans Achterhuis en Nico Koning beschrijven in ‘De kunst van het vreedzaam vechten’, ruim 600 pagina’s cultuurgeschiedenis en politieke filosofie, hoe we daarmee omgaan. Een rijk boek waar ik de afgelopen maand veel van heb geleerd. Prachtige inzichten, een blik op achtergronden van religieuze orthodoxie, conservatisme en populisme, zelfs een wending van mijn wereldbeeld op sommige punten en vooral veel over beschaving en modernisering in de westerse wereld. Aanrader, dit boek.

vreedzaam

Wat zeggen Achterhuis en Koning dan allemaal? Nou, bijvoorbeeld dat conflicten in een autoritaire of hiërarchische verhouding beter beheerst kunnen worden, maar in onze moderne gelijkheidsculturen – hoewel die gelijkheid soms wel genuanceerd moet worden – is dat lastiger. Er komen meer conflictsituaties tot uiting dan in een traditionele cultuur. Tussen ouders en kinderen, mannen en vrouwen, gezagsdragers en burgers, aanhangers van het ene geloof en het andere. Toch is er niet een grote toename van geweld, integendeel. Wat is er dan in onze samenleving dat dit voorkomt? Welke instituties beschermen ons? En zijn de dijken die we hebben opgeworpen tegen alle geweld sterk genoeg?

Girard

De schrijvers zetten verticale samenlevingen (traditioneel en hiërarchisch) tegenover horizontale (modern en gelijk, en bijvoorbeeld ook seculier). Ze lazen Samuel Huntington (Botsende beschavingen), René Girard (over mimetische begeerte en zondebokken), Fukuyama, Hobbes, Machiavelli en Arendt, filosofen die over politiek, maatschappij en menselijke verhoudingen hebben nagedacht. En nog veel meer.

In navolging van Huntington denken Achterhuis en Koning dat er conflicten blijven tussen verschillende beschavingen. Er is hooguit vrede mogelijk, maar geen verzoening. Er blijven tegenstellingen. Het gaat erom die conflicten hanteerbaar te maken. Breuklijnoorlogen vinden plaats op de plekken waar verschillende beschavingen elkaar raken, bijvoorbeeld in Bosnië, Soedan, India. Daarnaast zijn er wel gewelddadige conflicten binnen de invloedssfeer van een beschaving, bijvoorbeeld in Somalië.

Maar waar Huntington stelt dat enkel verschillen tot conflicten leiden, vragen Achterhuis en Koning zich af of juist gelijkheid tussen mensen een bron van conflicten is. Een verrassende vraag misschien. Een vraag die als het antwoord bevestigend is, vraagt om een paradigmawisseling, een copernicaanse wending, maar ze vinden materiaal genoeg voor die bevestiging. Ze baseren zich dan op René Girard, de Franse filosoof en antropoloog die kortgeleden, 4 november 2015, in Stanford is overleden.

We verlangen meestal wat anderen verlangen, stelt Girard. Dat kan een concreet object zijn, een huis, kunst, maar ook een positie, vaardigheid, vriendschap of liefdespartner. Ons verlangen is niet authentiek, denkt Girard, het is gewoon na-aperij. Hij spreekt over mimetische begeerte. Het begeerde wordt begeerlijker naarmate het meer door anderen wordt begeerd. We houden onszelf gewoon voor de gek, want zo authentiek en vrij als we denken, zijn we helemaal niet. Girard vindt niet alleen in de wereld zelf bevestiging, maar ook in de iedereen bekende (of voor iedereen toegankelijke) romans van Cervantes, Flaubert, Proust en Dostojevski. En in de mythes van de oude Grieken.

Als gelijkheid gevaarlijk is, omdat mensen dan gemakkelijker kunnen botsen, moeten er waarden en regelsystemen worden ontwikkeld die ongelijkheid bevestigen, bijvoorbeeld in de verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Daarmee verklaren Achterhuis en Koning de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in traditionele samenlevingen, maar ze keuren die niet goed. Het is geen legitimatie ervan. Interessant, dit deel over arbeidsverdeling en incesttaboe. In de moderne tijd zijn er andere oplossingen om het gevaar van gelijkheid te beteugelen.

Modernisering

Een volgende stap in het boek is de bespreking van die moderniteit. Ivan Illich, filosoof, toont de schaduwkanten van de moderniteit in zijn werk en hij toont zich sceptisch over de moderne gelijkheid van mannen en vrouwen. Kanttekeningen bij moderniteit, oké, maar hier haken veel mensen af bij Illich. Terecht.

Iets vergelijkbaars gebeurt er met Spinoza. Spinoza doorzag net als Rousseau volgens Achterhuis en Koning wel hoe mimetische begeerte werkt. Zo stelt hij in zijn Ethica dat wanneer een mens die op ons lijkt ‘door een hartstocht wordt aangedaan, wij door een gelijke hartstocht worden meegesleept’. Spinoza constateert dat beide geslachten in ongelijkheid maar wel eendrachtig samenleven. In lijn met zijn filosofie ziet hij daar dan een noodzaak in, een natuurwet. Moeilijk te accepteren, dit punt van Spinoza, maar geen reden hem verder niet serieus te nemen.

Een volgende stap in het betoog is de bespreking van protestreligies. In bijna elke religie ontstaat verzet tegen teveel verticaliteit en gezag dat vooral bezig is haar positie veilig te stellen. Protestantisme bijvoorbeeld. De auteurs beschrijven hiermee hoe verschuivingen van een verticale naar een horizontale ordening hebben plaatsgevonden, maar ook een protestreligie kan weer verticaliteit gaan vertonen.

In algemene zin zijn religies in samenlevingen misschien wel ontstaan als een bron van conflictbeheersing. Er is immers een moreel systeem (Gij zult niet begeren wat van uw naaste is), onderscheid tussen goed en kwaad en middelen van boete en straf. Maar religies hebben ook enorm veel conflicten veroorzaakt. Achterhuis en Koning schrijven dat het moeilijk is over de relatie tussen religie en geweld een duidelijke uitspraak te doen.

Beter dan bijvoorbeeld de kerk, lijken moderne instituties zoals democratie, rechtsstaat, vrouwenrechten, te werken. “Een reeks van toevalligheden heeft de westerse beschaving tot voorloper gemaakt in het moderniseringsproces”, schrijven de auteurs. De oud-Griekse democratie, feministische golven in de Middeleeuwen, wetenschap, de Verlichting, Hobbes en Nietzsche, industrialisatie, massaconsumptie en de daarmee samenhangende groei van het individualisme, dat zijn misschien een paar van die toevalligheden.

Genoeg

Moderne mensen denken seculier, individualistisch en kosmopolitisch, stellen Achterhuis en Koning. Maar dat is op wereldschaal het denken van een minderheid. Het staat tegenover sacraal, patriarchaal en tribaal denken, kenmerkend voor verticale samenleving. Het is duidelijk waar hun sympathie ligt (en de mijne) en waar we heen moeten voorzover we daar nog niet zijn.

Ze zetten wel kanttekeningen bij aspecten van de modernisering, bijvoorbeeld waar het tegen grenzen oploopt van wat de wereld aankan. Een noodzakelijke nuancering. We moeten maat houden. Naast geweldsbeperking is begeerteregulering nodig (over die begeerteregulering wil ik nog een blog schrijven, genoeg is genoeg). Maar modernisering is ook onderwijs, geletterdheid, urbanisatie, welvaart, sociale mobiliteit, meritocratie, lhbt-rechten, emancipatie.

Er is veel verzet tegen modernisering. Achterhuis en Koning benoemen de aard van dat verzet als orthodox-religieus, conservatief of populistisch. De bespreking van de eerste raakt bijvoorbeeld aan de actuele situatie in Syrië en Irak en die van het conservatisme en populisme is denk ik ook herkenbaar in de reacties op de vluchtelingenproblematiek en het referendum over de versteviging van de banden tussen Oekraïne en de EU.

Maar goed, dat is mijn kijk op de lijn in het boek van Achterhuis en Koning. De Kunst van het Vreedzaam Vechten. Aanvankelijk dacht ik: is dat echt wat we doen in onze westerse beschaving: vreedzaam vechten? Is de moderne samenleving die Achterhuis en Koning beschrijven niet een utopie? Worden tribale samenlevingen niet te gemakkelijk af geserveerd? Zoeken ze in het boek misschien vooral bevestiging voor de stelling dat we zijn geëvolueerd van een verticale naar een horizontale samenleving?

Ik heb daar voor mezelf antwoorden op gevonden, maar lees het boek vooral zelf. Dan zie je nog veel meer en veel beter. En dan leer je echt een hoop.