Maandelijks archief: augustus 2016

Dance Academy in herhaling

Sammy is verongelukt. Er is veel verdriet op de Australische dansschool in het centrum van Sydney. Tara Webster zou met Sammy dansen voor de Prix de Fonteyn. Hij had voor die prestigieuze internationale danscompetitie een prachtige choreografie in elkaar gezet. En in de uitzending van gisteren was het zover, de dag van de danswedstrijd. Zomer 2016, geen lid van de doelgroep, maar ik kijk de herhaling van Dance Academy, dagelijks op tv.

Het is ook de zomer van vakantie in Japan, een bijzondere ervaring die me nog lang bij zal blijven. Japan heeft indruk gemaakt. De mensen, de sfeer, de bezienswaardigheden. Ik ben er nog niet mee klaar. Met Pokémon Go, de immens populaire game die er deze zomer werd gelanceerd, heb ik nog niet eens kennisgemaakt.

Eerder las ik boeken van Haruki Murakami en Yasunari Kawabata. En met de leesclub bespreken we zondag ‘De tuin van de Samoerai’, van de Amerikaans-Japanse Gail Tsukiyama, maar meer indruk maakte ‘Een bijna volmaakte vriendschap’ van Milena Michiko Flasar. Over de dagelijkse ontmoeting van een salary man (lid van het leger van werknemers die zich dagelijks naar kantoor spoeden en keihard werken) die zijn vrouw niet durft te vertellen dat hij zijn baan kwijt is en de jongen die nadat hij zich twee jaar lang verscholen heeft op een kamertje in het huis van zijn ouders, weer naar buiten komt. Het gaat dan misschien eigenlijk over de sociale druk in de Japanse samenleving. Dat is denk ik een maatschappij waar mensen erg bevreesd zijn om buiten de groep te vallen.

Het is ook de zomer van de Olympische Spelen in Rio. Ik heb enorm veel bewondering voor Nafissatou Thiam bijvoorbeeld, de Belgische zevenkampwinnares, voor Sifan Hassan, die elke 1500 meter totnogtoe beslist vanuit de achterhoede, en voor turnkampioene Sanne Wevers. Op de een 10-centimeter brede evenwichtsbalk waar ze haar salto’s en pirouettes doet, zou ik al hoogtevrees krijgen.

Wat me wel opvalt is dat de tv vaak erg nationalistische keuzes maakt. NPO schakelt steeds naar de Nederlandse sporters en BBC volgt vooral de Engelse medaillekandidaten. Yurigate, de liesblessure van Dafne Schippers, de tegenvallende zwemprestaties, dat vroeg allemaal veel aandacht en diep-filosofische beschouwingen. “Komt het nog goed met de Nederlandse sport, beste kijkers, we gaan het vannacht ontdekken.” De interviewtjes met de sporters – hoe ging het, kun je even ons meenemen in de wedstrijd? – zijn vaak nogal voorspelbaar. Normaal kijk ik zelden sport, maar ik kijk nu voor mooie sport (dat zijn niet de vecht- of krachtsporten) dan nog het liefst naar het Belgische Sporza. “Usain, moeten we je naam niet veranderen van Bolt in Gold?”

Natuurlijk is de zomer altijd de zomer van de Zomergasten. Maar de eerste twee gasten vielen tegen. Hedy d’Ancona (78), PvdA-politica en actief feministe, met haar verhalen over vroeger, filmbeelden van bijvoorbeeld Una giornata particolare, en de actualiteit van Koot en Bie, vond ik wel heel boeiend. De interviewer, Thomas Erdbrink, correspondent in Teheran, komt in mijn ogen niet zo goed uit de verf. De serie is nu halverwege, de zomer is nog niet voorbij. Het kan nog goedkomen.

Het is de zomer van de boeken die ik lees, zoals altijd. Maar echt boeken die me bij zullen blijven, heb ik nog niet gelezen deze zomer. Kan nog. Aardig is nu in elk geval het boek van de Spaanse Marian Izaguirre. ‘Toen het leven nog van ons was.’ Het speelt zich af in 1951, voor mensen die tot het Republikeinse kamp behoorden, betekent het overleven in een fascistisch land waar veel niet meer kan. Het leven is hen ontnomen, lijkt het wel. De buitenlandse Alice en boekhandelaar Lola pakken daar iets van terug en lezen samen de memoires van Rose, een mooi verhaal in een ander mooi verhaal.

dance-academy-tara-on-black

En ten slotte is het dus ook de zomer van Dance Academy, een jeugdserie die voor het eerst werd uitgezonden tussen 2010 en 2013. De drie seizoenen, 65 afleveringen, komen elke werkdag op tv en ik volg het met veel plezier. Nu Sammy is verongelukt en ik de belangrijkste karakters in de serie heb leren kennen, is het verdriet op de dansschool invoelbaar. Bij Abigail bijvoorbeeld die eerder een relatie met Sammy had en bij Ollie, waarmee Sammy uit de kast kwam. Toen ging het een paar afleveringen over zijn homoseksuele geaardheid en reacties van de omgeving daarop. “Ik heb altijd al een homoseksuele vriend willen hebben”, roept Tara uit terwijl ze hem omhelst.

Wat de serie zo goed maakt, is niet alleen het inkijkje in de balletwereld, een wereld die me fascineert, maar ook alle emoties die de dansers meemaken. De ene aflevering zitten ze in een diep dal, na een teleurstelling, een harde opmerking van een dansconcurrent of het gevoel dat ze er nooit zullen komen. De volgende aflevering staan ze in de schijnwerpers, zijn ze volmaakt gelukkig, verliefd misschien, en ervaren ze de vriendschap van medestudenten op de Dance Academy.

Dance Academy wordt vooral verteld vanuit het perspectief van Tara Webster. Ze leert ballettechniek (inspirerend voor mijn danslessen), en soms ook hedendaagse dans en hip-hop. De vrienden, de schoolsfeer, liefdes, de docenten. Ik droom nog weleens van die mooie tijd toen ik net aan de studie in Wageningen begon. Een tijd van dromen en kansen, van hoop en teleurstelling. Er is veel mooie dans te zien in de serie, maar deels is het dan zeker ook nostalgie.

Schok en sake

De Japanse cultuur leer je niet kennen in een paar weken. En de Japanner nog minder. Maar achttien dagen in dit land van uniforme salary men, supersnelle treinen, vele Shintotempels en geautomatiseerde wc-brillen geeft wel een indruk.  

Het is alsof er iemand zwaar aan mijn bed schudt. Het is ongeveer middernacht en ik was diep in slaap, maar ik zit nu direct rechtop. Waar ben ik, wat gebeurt er? Dit moet een aardbeving zijn, realiseer ik als er niemand naast het bed staat. Ik heb ooit gehoord dat je dan naar buiten moet, waar het huis niet op je kan neerstorten. Later, dichtbij het strand van Kamakura, zie ik richtingsborden die wijzen waar je hogerop kan komen zodat je een tsunami, een vloedgolf na een zware trilling, kunt ontwijken. In het huis van Sumire, op het platteland een twintig kilometer onder Nikko, blijft het stil. Geen geluiden van paniek. Maar ik ben flink geschrokken.

“Het was niks”, vertelt Sumire bij het ontbijt. Ze pakt de muur in de kamer beet. “Een paar jaar geleden stonden de muren hier te trillen.” Het blijkt dat het episch centrum van deze aardbeving in zee bij Fukushima lag, 5,3 volgens Richter. Hier in Nikko voelt het dan nog als een 2’tje of een 3’tje. “Dat gebeurt zo’n beetje dagelijks.”

180716 in kimono2

Meisje in kimono in Kyoto

Sumire kan het weten. Twee dagen geleden meldde ik me bij haar. Ze werkt op een softwarebedrijf en runt een Airbnb. Omdat haar huis ver van een supermarkt of restaurant ligt, zijn ontbijt en diner inbegrepen en rijdt ze haar gasten als die geen eigen vervoer hebben, ’s ochtends naar een stationnetje op een minuut of 10 van haar huis. Ook mij. Aan het eind van de middag komt ze me na een seintje daar weer ophalen. In haar Japanse automodel met een televisieschermpje in het dashboard. Nadat ik de prachtige Tosho-gu heb bezocht bijvoorbeeld, een tempel van 400 jaar oud, of een mooie wandeling heb gemaakt in het berggebied vanaf 1500 meter hoogte, een uurtje bussen vanaf Nikko.

Manet

Vandaag ga ik verder naar Takasaki. Ik ontmoet er Jun Omoto en zijn lieve vrouw en slaap op tatamimatten in hun oude zijdehuis, een huis dat werd gebruikt voor de opslag van moerbeibladeren en de kweek van zijderupsen. De laatste week van mijn Japanreis is dan aangebroken.

Japan is een intrigerend land. Ik ben 18 dagen op reis, deels een groepsreis waarbij we de toeristische hoogtepunten bezoeken, en deels solo, waarbij ik de al te grote toeristentrekkers vermijd en meer Japanners ontmoet. Soms communiceer ik met hen via vertaalapps op de smartphone. Met Jun, die maar een paar woorden Engels spreekt, bijvoorbeeld. Bewonderaar van onder meer componist Poulenc en schilder Manet.

Intrigerend, want de mentaliteit van Japanners is zo anders dan de onze. Ik voel me bijvoorbeeld heel veilig, het land is enorm veilig. Dat zou komen omdat Japanners vanuit het collectief denken in plaats van het individu. Benadeel je een ander, dan benadeel je het collectief. Je doet ook jezelf schade. Dat verklaart het enorme vertrouwen dat de meeste Japanners in anderen hebben. Ze lijken heel gewetensvol. Ze zijn in mijn ervaring in elk geval vriendelijk, beleefd, aardig, gastvrij en ondanks de taalbarrière vaak, open en benaderbaar. Ik had het anders verwacht: Lost in Translation.

Volgens de journaliste van wie ik een boek lees ‘Japan unmasked’ is de verklaring simpel. “De typisch Japanse denkwijze komt voort uit filosofische en metafysische factoren van Shinto, Boeddhisme, Confucianisme, Taoisme en Zen. Terwijl de typische westerse mentaliteit vooral een product is van Christelijke thema’s gemengd met logica en verwetenschappelijking.”

Of dat verklaart waarom de Japanse salary men, werknemers van bedrijven die zich ’s ochtends naar kantoor spoeden, er allemaal hetzelfde uitzien (donkere broek, lichte blouse, aktetas aan de schouder), weet ik niet. En evenmin of het iets zegt over waarom iedereen steeds netjes in de rij wacht, waarom er zoveel druk is om keihard te werken, waarom de Japanners zo hard streven naar perfectie.

Het heeft ook een keerzijde. Ik lees over de pesterijen op werk en school van zwakkeren en mensen die niet beantwoorden aan het algemene beeld, lhbt’ers bijvoorbeeld. De tienduizenden jongens die zich verscholen houden in een kamertje in het ouderlijk huis en de vele zelfmoorden. De Japanse samenleving heeft naast de zachte kant ook een hele harde kant.

Manga

Weer een andere kant zie ik in de trein van Nikko naar Takasaki. We rijden tussen rijstvelden. Naast me zitten een stuk of tien schoolmeisjes van een jaar of twaalf tot veertien, allemaal in dezelfde witte blouse en donkerblauwe rok. In Nederland zou dat veel herrie betekenen, gegiechel, luide verhalen. Hier is het stil. De meisjes zijn allemaal in hun mobiel verdiept. Geen Pokémon Go, dat in Japan sinds 24 juli te downloaden is, maar ongetwijfeld een of andere chat.

En nog een andere kant zie ik tijdens een avondje met Kumi en Misato. Kumi is presentatrice geweest bij de tv en Misato is een vriendin van haar die goed kan tekenen. “Wat drink je?” vraagt Kumi. Ze heeft een Airbnb-kamer in haar huis in Suginami, een stadsdeel in het westen van Tokio. Het is zaterdagavond en ze pakt een fles van twee liter sake. Misato maakt in een paar minuten een schets van mijn gezicht. Ze maakt ook de typische strip- of mangatekeningen die je hier overal ziet.

Mangapersonages hebben lange benen en grote ogen. Meisjes zijn snoezig, met veel strikjes en soms wat diva-achtig. Die tekeningen zie je overal op straat, op waarschuwingsborden, bij aankondigingen of waar dan ook. Boekhandels liggen vol met mangastrips en als iemand eens een boek leest in de metro – meestal ligt de smartphone in de hand – blijkt het vaak een stripverhaal. Elk bedrijf, elke stad, lijkt wel zijn eigen mascotte te hebben, en dat is dan een pop of personage dat geïnspireerd is door die typische mangastijl. Manga is hier niet alleen voor kinderen.

Dat leer ik later. Het is nu zaterdagavond in Tokio. Terwijl Misato een lang bad neemt en nog even welterusten zegt voordat ze gaat slapen, schenkt Kumi een glaasje sake bij.


Een selectie van foto’s van de reis door Japan is hier te vinden: groepsdeel, solodeel en portretten.