Maandelijks archief: oktober 2016

Oude fiets mag ook

De meest eenzame, minst benijdenswaardige, de ergste van alle ergen in ‘Gij nu’ is misschien wel Jessica. In ongeveer niemands schoenen wil ik stappen, maar die van Jessica zijn het ergst, erg in het kwadraat.

Ze is 9 in het verhaal, het leven moet dan nog ongeveer beginnen. Ben je 9, dan zit je in de aanloopfase, de warming-up. Je bent nog aan het oefenen voor het leven. Jessica racet voor het eten op tafel staat, snel een paar rondjes op haar prachtige nieuwe fiets. Geel is die, met blauwe handvaten. Ze is op weg naar een nieuwe recordtijd. Herkenbaar, records zijn zo lekker. Maar dan knalt ze met haar fiets tegen haar broertje die net terugkeert van voetbaltraining. Jessica heeft niets, maar Mario ligt met zijn gezicht naar het asfalt en staat nooit meer op.

Jessica draagt de schuld haar verdere leven met zich mee. Een jas die je niet kunt uittrekken. Haar zusjes negeren haar en haar moeder kan niet meer tegen haar praten. Ze vlucht naar oma. Het is verschrikkelijk, en al helemaal voor een kind van 9.

Als ze zeker dertig jaar later na een grotendeels mislukt leven voor het eerst weer op een fiets stapt, is dat een kleine overwinning. Maar verzucht ze: “Ik wou dat ik naar iemand toe kon fietsen. Ik wou dat iets wat voorbij is ook voorbij gaat. Ik wou dat ik mijn familie nooit meer hoefde te zien.” En: “Ik vraag me af waarom willen niet genoeg zou zijn.”

Dat schrijft Griet Op de Beeck. Prachtig! Maar Jessica is in haar verhalenboek dat je als een verkenning van eenzaamheid en pijn kunt zien, niet het enige personage dat je raakt. Er zijn meer eenzame zielen in ‘Gij nu’.

fiets

Eenzaamheid, een raar fenomeen. Voor eenzaamheid heb je per definitie aan jezelf niet genoeg, je hebt er ook anderen voor nodig. Voor filosofe Hannah Arendt zijn denkende mensen ook alleen nooit eenzaam. Hun gedachten houden hen gezelschap. Ook al is dat gezelschap niet altijd stuurbaar. Je zou willen, ik wou soms dat gedachten stuurbaarder waren. Maar ze ontsnappen door deurtjes die je dacht gesloten te hebben. Of in elk geval graag nog eventjes dicht had gehouden.

Zonder eenzaamheid zou ik eenzamer zijn, citeert NRC-redacteur Marjoleine de Vos dichteres Marianne Moore. Ze haalt een andere dichter aan die veronderstelt dat we op een bepaalde manier verslaafd raken aan onze angsten: ‘Pijn kent haar genoegens.’ Dan moet je eenzaamheid wel beschouwen als iets waar je bang voor moet zijn en iets dat zelfs pijn kan doen. Zoals heimwee soms een hand om je keel slaat en in je maag kan knijpen.

Misschien kent de pijn haar genoegens – je hebt pijn, dus je bent – maar misschien is het wel dat de eenzaamheid je gezelschap houdt als je alleen bent. En kost het moeite om dat gezelschap te laten gaan. Het is niet zo eenvoudig als dit: de deur openzetten en de eenzaamheid wegsturen.

Dat is misschien wel de eerste stap. En dan op je nieuwe fiets, geel met blauwe handvaten, het dorp door. Zoals Jessica, maar dan zonder een nieuwe recordtijd te willen zetten.

Of een roze fiets met zwarte handvaten. Een oude fiets mag ook.