Rotzooi in ons hoofd

Google, Apple, Facebook, Amazon. Ze groeien maar door en slokken andere op. Wat willen ze? Hun algoritmen denken voor ons, ze veranderen ons concept van kennis en de journalistiek ingrijpend, en ook onze ideeën over privacy of auteursrecht. Ze hebben invloed op onze relaties en contacten. Sociale media zorgen misschien wel voor meer contacten, maar niet voor diepere of betere. En wat gebeurt er eigenlijk met al de informatie die we delen? En onze dierbare foto’s?

Ik vertrouw het niet. En Franklin Foer – de journalist die ‘Ontzielde wereld. De existentiële dreiging van Big Tech’ schreef – voedt mijn wantrouwen. We kruipen steeds meer in onze veilige bubbel, zegt hij. Daar waar we liefst alleen de meningen toelaten die de onze bevestigen. Anders ontvolgen we of blocken we wel. Sociale media verbinden niet, ze polariseren eerder, denkt hij. Vanwege de filterbubbel. Er ontstaat een nieuwe verzuiling en mensen verschansen zich in hun (politieke) positie. Van een beschaafd debat is vaak nauwelijks sprake meer. Kijk naar de presidentsverkiezingen in de VS, het isolationisme in Catalonië of de zwartepietendiscussie in Nederland.

Google en Facebook verkopen het mooi. Alles is vrij en gratis, stellen ze. We verbinden de wereld en we maken het leven zoveel gemakkelijker voor je. Sluit je aan. Wij zijn ook best vlotte types, beetje rebels soms, en we hebben het beste met jou en de wereld voor. Maatschappelijk verantwoord. Eerder enigszins anarchistisch en links. (Misschien heeft Zuckerberg weldoordacht verkozen zich bij zijn potentiële tegenstanders aan te sluiten, oppert Foer, bij de Democraten in plaats van bij de Republikeinen.) Maar het gaat hen uiteindelijk vooral ook om advertenties, hun belangrijkste bron van inkomsten. En macht, invloed, monopolie. Dan kun je ongestoord verder bouwen aan je imperium.

Alomtegenwoordigheid is het fundament voor hun advertentie-inkomsten, want vooral daardoor zijn ze zo aantrekkelijk. Hoe beter ze in staat zijn om te schiften, verschillende doelgroepen te onderscheiden, hoe meer die aantrekkelijkheid stijgt. Facebook en Google attenderen specifieke groepen op bepaalde advertenties. Dat betekent wel dat ze mensen in kaart moeten brengen. Wie ben je, waar woon je, wat doe je, wat vind je leuk? Hoe meer je deelt met hen, hoe beter. Hoe beter hun processen werken.

Oppervlakkige internetjunkies

Oké, ik heb ook informatie gedeeld op Twitter en LinkedIn. Ik heb accounts aangemaakt op Facebook en Pinterest en me aangemeld bij YouTube en Tumblr. Ik gebruik Google Maps om me te oriënteren, in de cloud van Drive staan bestanden en ik heb zelfs een gmail-adres. Geen recht van spreken. Of juist daarom misschien wel.

Facebook en Google veranderen ons in oppervlakkige internetjunkies, denkt Foer. Ik geloof dat het voor een groot deel klopt. We worden mensen die ook hun nepnieuws serieus nemen, moeite hebben in elk geval om het onderscheid te maken. We kijken bovendien de godganse dag of onze Facebookberichtjes wel voldoende geliked worden. De voortdurende zucht naar erkenning, bevestiging. Hoe meer, hoe beter. Hoe meer je immers stijgt in sociaal aanzien.

We laten ons voortdurend afleiden. Ongestoord een boek lezen valt niet mee, en nog minder als het een e-book is. Ben je een tijdje offline, dan vraag je je af wat je gemist hebt. We wonen in onze telefoon, we hebben soms slotjes nodig om ons internetgebruik in te perken, voortdurend worden we geprikkeld, verleid, gestreeld, gestoord. ‘We zijn allemaal al een beetje cyborg geworden’, schrijft Foer. We zitten vast aan onze machientjes.

Grayson Perry

Je kent het verhaal. Bijvoorbeeld omdat je Eggers’ De Cirkel hebt gelezen, of je het nu goed vond of niet. Foer waarschuwt dat het tijd wordt om na te denken over de gevolgen van de allesoverheersende datareuzen (want het zijn onze data) en in verzet te komen. Terug naar een tijd van bespiegeling, zelf denken, nieuwe verlichting uit deze duistere tijd waarin je misschien wel overeenkomsten met de middeleeuwen ziet.

Ik denk aan het doek van de Britse kunstenaar Grayson Perry die Steve Jobs (Apple) en Bill Gates (Microsoft) als een soort heiligen aan de muur had gehangen. Zuckerberg (Facebook), Page (Google) en Bezos (Amazon) zijn nog een paar van die iconen. Ze drijven op big data, enorme aantallen gegevens. Dat geheel aan data – lees Yuval Noah Harari – is dan God. Het is de nieuwe religie.

Foer heeft wel bewondering voor de technologie. Zeker: de zoekmachine van Google of de algoritmes die de basis vormen van de artificiële intelligentie. Maar zegt hij: ‘Facebook en Google hebben (uiteindelijk) een wereld geschapen waarin de oude grenzen tussen feiten en leugens zijn vervaagd, waarin foutieve informatie zich viraal verspreidt.’ In die wereld is het misschien niet zo gek dat een man als Trump president van de Verenigde Staten kon worden. Het leek mij onvoorstelbaar, maar het is gebeurd.

We zijn al cyborg geworden, want (Foer) ‘onze telefoon is een uitbreiding van ons geheugen, we hebben fundamentele mentale functies uitbesteed aan algoritmen’. Efficiënt misschien, maar daar worden we waarschijnlijk eerder dommer van dan slimmer. En Google denkt na over een verdere vervlechting, chips in ons hoofd. ‘We hebben onze geheimen laten opslaan op servers en laten exploiteren door computers’, vervolgt Foer. ‘Wat we nooit mogen vergeten, is dat we niet alleen versmelten met machines, maar ook met de bedrijven die deze machines beheren.’

Foer heeft hoop. Zo zegt hij in de Volkskrant: “De weerstand groeit tegen bedrijven die rotzooi in je mond stoppen. Laten we ons ook verzetten tegen techbedrijven die rotzooi in ons hoofd stoppen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *