Maandelijks archief: februari 2018

Maak me wakker voor kunstschaatsen

Een sportkijker ben ik niet. Wel geweest hoor: schaatsen, tennis, voetbal, wielrennen, atletiek. Maar nooit echt fanatiek. Mooi voor degene die wint dat die wint, maar verdriet of vreugde deel ik meestal niet echt. Hooguit bewondering. Ik kijk nauwelijks naar sport en sla de krantenpagina’s over. Waarom? Onvoldoende betrokkenheid misschien. Goed, sportverslaggevers proberen daar wel iets aan te doen. Het sportverhaal met alle ups en downs, inzet en medeleven, de dromen en decepties, zweetdruppels en tranen, dat verhaal wordt gretig verteld.

De Olympische Spelen zijn een uitzondering. Dat toernooi heeft echt iets speciaals. Zo voelt het voor mij. Vanwege de geschiedenis misschien, vanwege de oude idealen en de pure sport. En dan vind ik bij de winterspelen, die nu zijn, de gratie en beheersing in het kunstschaatsen het mooist. Vandaag (vannacht) was de korte kür van de vrouwen, met vooral twee jonge Russinnen die een fantastische prestatie lieten zien. Prachtig!

Alina Zagitova (bron: wikimedia)

Axel

Zie ik dan wel wat de presentator ziet? Bijvoorbeeld waar het gaat om de sprongen, want dat gaat zo snel. Oké, de axel herken ik. De schaatser komt achterwaarts aan, maar draait zich om voor de afzet. De axel is de enige sprong die voorwaarts wordt ingezet. En vervolgens draaien de schaatsers twee of drie keer om hun as. Of eigenlijk een half rondje meer omdat ook bij deze sprong, zoals bij elke sprong, de landing achterwaarts op één been is.

Verder heb je priksprongen. De schaats prikt in het ijs voor de afzet. Dat gebeurt bij de toeloop, de flip en de lutz. Goed opletten welke schaats prikt en hoe de schaatser op de binnen- of buitenkant van de schaats de sprong inzet, want daar zit het verschil. Sprongen zonder prik zijn de salchow en de loop (of rittberger) en ook de axel. In de choreografie nemen de schaatsers vaak een combinatie van sprongen op. En ze doen bijvoorbeeld hun armen omhoog waardoor ze bonuspunten krijgen.

Bij het ijsdansen heb je geen sprongen. Het gaat er vooral om artisticiteit, het samen dansen. Tessa Virtue en Scott Moir uit Canada werden er eerste voor Gabrielle Papadakis en Guillaume Cizeron uit Frankrijk.

Bij de paren heb je dan nog de geworpen sprongen en de lifts. Zo knap. Net ballet. Paarrijden werd een paar dagen geleden in Korea goud voor de Oekraïense Aliona Savchenko en de Franse Bruno Massot, die samen voor Duitsland rijden. Ze deden hun korte kür op een lied van de Nederlandse jazzzangeres Caro Emerald. Savchenko is relatief oud, 34, en deze spelen zijn al haar 5de. Vijf!, en Massot is haar derde partner. Nu heeft ze dan eindelijk goud.

Kiss & Cry

De kunstschaatswedstrijden, die al sinds eind 19e eeuw georganiseerd worden, aanvankelijk alleen voor mannen, zien er altijd hetzelfde uit. Er zijn vier onderdelen: mannen solo, vrouwen solo, paren en ijsdansen. Steeds doen ze een korte kür en een lange kür, waarvoor een choreografie wordt gemaakt. Soms doen ze iets met synchroon schaatsen en bij de Olympische Spelen heb je nog een landenwedstrijd. Gewonnen door Canada dit keer, net voor de Russische atleten.

Het mooist van een kampioenschap is misschien het afsluitende gala waar de eerste drie van elk onderdeel nog een keer optreden. Zonder de wedstrijdspanning, maar met alle kunstzinnigheid en creativiteit die ze bezitten. En toch ook nog wel spanning, want hier kun je je aan de wereld laten zien.

De schaatsers maken sprongen, pirouetten en passenseries. Bij het ijsdansen met bijvoorbeeld elementen van de rumba, de tango of andere dansen. De jury (van negen leden waarvan er zeven worden geloot en dan de hoogste en de laagste score niet meetellen) kijkt naar technische beheersing en presentatie. Hoe moeilijker de elementen, hoe meer punten je kunt scoren. Een drievoudige sprong levert dus meer op dan een dubbele.

Ze maken nog dezelfde sprongen als in de jaren dertig. Af en toe verandert er iets, een tweevoudige sprong wordt een drievoudige en er komt een nieuw element. Zo werd de Biellmannpirouette (waarbij de schaatser draait terwijl ze haar schaats boven haar hoofd vasthoudt) een vast onderdeel nadat de Zwitserse Denise Biellmann deze in de jaren zeventig populair maakte. Ook de puntentelling werd aangepast, want tot 2004 kon je maximaal een 6 scoren en werd er alleen afgetrokken. Nu heb je basiswaarden, bonuspunten en aftrek bij fouten, een val bijvoorbeeld.

Sinds mensenheugenis – mijn heugenis in elk geval – zie je daarna de schaatsers met hun coach in gespannen afwachting van die punten in de zogenaamde Kiss & Cry zone. Wordt het huilen of juichen? Een keertje juichen voor Spanje, en dat is wel bijzonder. Javier Fernández won brons achter twee Japanners. Spanje deed dus mee, maar de laatste Nederlandse deelnemer bij de Olympische Spelen in het kunstschaatsen was Dianne de Leeuw die in 1976 zilver won. Er is talent, zegt oud-kunstschaatser Joan Haanappel, maar het Nederlandse kunstschaatsen zit in het verdomhoekje.

Sportgeschiedenis

Nu dan nog de vrouwen in Korea. Het lijkt erop dat het tussen de twee Russinnen gaat: Alina Zagitova (15) en Evgenia Medvedeva (18). Zagitova, uit Izhevsk, schaatst sinds haar vijfde. En Medvedeva was nog jonger toen ze de kunstschaatsen aantrok. Het leek haar moeder, ook kunstschaatser, en haar vader een Armeense zakenman (gescheiden overigens) goed voor haar postuur. Nog 22 anderen schaatsen de lange kür, en ‘meedoen is belangrijker dan winnen’, maar wie goud wint, schrijft geschiedenis. Sportgeschiedenis.