Categorie archief: vastgeroeste meningen

Nog twee minuten

leestijd: anderhalve minuut

Met hoeveel passen we achterin een truck? Tellen lukt me niet, maar het ziet zwart om me heen. Toen we ingeladen werden – er is geen ander woord voor – zag ik de paniek in de ogen van mijn metgezellen. Nu is het donker, niet omdat het nacht is, maar omdat er geen lichtinval is. Af en toe hoor ik een kreet van pijn als we door een bocht gaan en lichamen tegen de wand van de truck worden gedrukt. Met moeite blijven we overeind.

Mijn leven? Ik ben al vroeg van mijn moeder gescheiden. Kort na de geboorte. Dat zou beter zijn voor de productie. Mijn zusjes zijn wel gebleven, en worden straks misschien op hun beurt moeder. Zij zorgen voor melk en kaas, maar die rol past me niet, ik ben weggevoerd. Mijn moeder zag me vertrekken en kon niets doen. Het deed veel pijn, ik zag het bij haar. En ik heb weken rondgelopen met een knoop in mijn maag. Ik heb geen idee wat er van haar of mijn kalverzusjes gekomen is. Familie telt niet in dit leven.

Ik kwam na een lange reis in een saai hok, vies en krap. En dit is mijn laatste reis, weet ik. Ik hoorde de man en de vrouw praten. “Die en die”, wezen ze. Ze keken ook naar mij. “Die zijn er klaar voor.” Een naam kreeg ik niet van hen, ik was er te kort. Een nummer ben ik. Massa. Opbrengst.

Was dat het nou? Het leven is eten en gegeten worden. Niet meer dan dat blijkbaar. Ze zeggen dat in je laatste minuten je hele leven aan je voorbijschiet. Ik heb daar niet veel tijd voor nodig. Ik kwam nauwelijks buiten. De eerste weken nadat ik van mijn moeder gescheiden was, leefde ik alleen en daarna leefden we in een klein groepje jonge kalfjes. Dat heeft een klein half jaar geduurd en nu staan we hier. Hoe lang nog?

We worden de truck uitgedreven. De paniek is nu echt voelbaar. Ze, de mensen die over ons lot beslissen, proberen stress te vermijden. Dat heb ik begrepen, want dat is beter voor de kwaliteit. Maar echt, je voelt het als je tussen dit hekwerk staat en je kunt maar één kant op, alleen maar voorwaarts. Het is alsof je opnieuw de moederschoot uitgeperst wordt, zo verlaten we de vrachtwagen.

Maar waar toen de weg naar leven leidde, voert die nu naar de dood. Binnen twee minuten ben ik dood. En vanavond ben ik kalfsvlees in het schap of lig ik misschien al op je bord.

 

#MeToo is opmaat

Nu is met #MeToo ook de populaire dirigent James Levine gevallen. Toch is er geen sprake van hysterie en heksenjacht, wat mensen ook zeggen. Ik denk eerder aan bevrijding. Aanpak van een systeem van uitoefening van macht en gedwongen zwijgen. En van vastgeroeste ideeën over vrouwelijkheid en mannelijkheid. Dit is een begin.

Rebecca Solnit citeert bell hooks in haar essaybundel ‘De moeder aller vragen’. De Amerikaanse feministe, die haar auteursnaam met kleine letters schrijft, zei: “De eerste daad van geweld die het patriarchaat eist van de man is niet geweld tegen vrouwen. Nee, het patriarchaat eist van alle mannen dat ze daden van psychische zelfverminking plegen, dat ze de emotionele kant van zichzelf om zeep helpen.”

“Mannelijkheid is één grote verloochening”, schrijft Solnit vervolgens. Emoties, expressiviteit, ontvankelijkheid, al die mogelijkheden worden afgezworen om er maar bij te horen. Vrouwen zijn al langer bezig in het gevecht met stereotyperingen, maar mannen lopen eeuwen achter. #MeToo zou voor hen de start kunnen betekenen van eenzelfde strijd. Het gevecht tegen de stereotypering. Het verhaal van zo moeten mannen zijn. Macho en masculien, en boys will be boys.

#MeToo begon met de roep van slachtoffers van seksueel misbruik die zich niet langer stoorden aan een ongeschreven zwijgplicht. Over dat zwijgen schreef Solnit een lang essay. Mannen voelen ook de druk om te zwijgen, zegt ze. Zonder commentaar zich onderwerpen aan de ‘mannennorm’ zoals die bijvoorbeeld geldt in de studentenvereniging, bij de sportclub of op de werkvloer. Al die plekken waar alledaags seksisme gemakkelijk wordt weggewoven.

De volgende stap in #MeToo zou kunnen zijn te denken over mannelijkheid. Simone de Beauvoir schreef: Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt. Dat geldt ongetwijfeld net zo voor mannen: je wordt tot man gemaakt. ‘Man’ is niet iets onbeweeglijks en eeuwigs. Vast en vastgeroest. Het kan best anders.

Als we dan toch bezig zijn, kunnen we misschien nadenken over de dwingende indeling man-vrouw en over het hele concept gender. Dat je je er bewust van wordt dat je als je probeert te beantwoorden aan maatschappelijke verwachtingen je ook altijd een rol speelt. Het verzet tegen stereotypering (bijvoorbeeld dat mannen sterk, stoer en dominant zijn) mag dan nog veel verder gaan.

Nog even terug naar de oorsprong van #MeToo. Je zou het kunnen zien als de volgende stap in de opstand die begon toen het misbruik in de katholieke kerk aan de kaak werd gesteld. Tegen pedofiele priesters die jarenlang de hand boven het hoofd werd gehouden. Zo bleek er ook seksueel grensoverschrijdend gedrag in het leger, het onderwijs, de sportwereld. Steeds was er macht in het spel en zwegen de getraumatiseerde slachtoffers. En wat je nu hoort, is ongetwijfeld niet meer dan het topje van een ijsberg van macht en zwijgen.

Het duurde toch nog even (tot oktober 2017) voordat #MeToo in alle hevigheid losbarstte. Dat bracht de institutionele genderongelijkheid en het seksueel machtsmisbruik in de filmwereld aan het licht, schrijft Dana Linssen in De Filmkrant (maart 2018). Eerder was er bijvoorbeeld al Emma Sulkowicz, een Amerikaanse kunststudente, als aanklacht tegen haar verkrachter een matras over de campus van Columbia University sleepte. En president Grab-them-by-the-pussy, aan wie we misschien wel de heropleving van het feminisme te danken hebben. Plus #MeToo, toch zeker voor een deel.

Af en toe zijn er geluiden van een backlash. #MeToo zou te ver gaan en leiden tot verkramping en preutsheid. Bijvoorbeeld omdat kunst met blote borsten niet meer kan. Niet terecht, want het gaat bij #MeToo helemaal niet om puritanisme, om blote borsten of dat je nu als man niet meer mag flirten. Het gaat er in #MeToo om dat je veronderstelt dat je kunt nemen wat je wilt, dat wederzijdse toestemming niet nodig is en dat je anderen het zwijgen kunt opleggen. Het gaat erom dat in onze maatschappij vrouwen minder ruimte krijgen en het gaat er vervolgens om, mijn veronderstelling, dat mannen aan machoverwachtingen moeten voldoen. Het gaat vooral om een herstel van evenwicht.

Met #MeToo is een begin gemaakt. Hoe verder? Mannelijkheid en de verwachtingen daarover ter discussie stellen is één stap. Misbruik van machtsverhoudingen bespreken. En misschien is er een intersectioneel #MeToo mogelijk. Dat je niet alleen naar machtsverhouding in genderrollen kijkt, maar ook naar die waar het klasse, kleur of seksuele geaardheid betreffen.

Maak me wakker voor kunstschaatsen

Een sportkijker ben ik niet. Wel geweest hoor: schaatsen, tennis, voetbal, wielrennen, atletiek. Maar nooit echt fanatiek. Mooi voor degene die wint dat die wint, maar verdriet of vreugde deel ik meestal niet echt. Hooguit bewondering. Ik kijk nauwelijks naar sport en sla de krantenpagina’s over. Waarom? Onvoldoende betrokkenheid misschien. Goed, sportverslaggevers proberen daar wel iets aan te doen. Het sportverhaal met alle ups en downs, inzet en medeleven, de dromen en decepties, zweetdruppels en tranen, dat verhaal wordt gretig verteld.

De Olympische Spelen zijn een uitzondering. Dat toernooi heeft echt iets speciaals. Zo voelt het voor mij. Vanwege de geschiedenis misschien, vanwege de oude idealen en de pure sport. En dan vind ik bij de winterspelen, die nu zijn, de gratie en beheersing in het kunstschaatsen het mooist. Vandaag (vannacht) was de korte kür van de vrouwen, met vooral twee jonge Russinnen die een fantastische prestatie lieten zien. Prachtig!

Alina Zagitova (bron: wikimedia)

Axel

Zie ik dan wel wat de presentator ziet? Bijvoorbeeld waar het gaat om de sprongen, want dat gaat zo snel. Oké, de axel herken ik. De schaatser komt achterwaarts aan, maar draait zich om voor de afzet. De axel is de enige sprong die voorwaarts wordt ingezet. En vervolgens draaien de schaatsers twee of drie keer om hun as. Of eigenlijk een half rondje meer omdat ook bij deze sprong, zoals bij elke sprong, de landing achterwaarts op één been is.

Verder heb je priksprongen. De schaats prikt in het ijs voor de afzet. Dat gebeurt bij de toeloop, de flip en de lutz. Goed opletten welke schaats prikt en hoe de schaatser op de binnen- of buitenkant van de schaats de sprong inzet, want daar zit het verschil. Sprongen zonder prik zijn de salchow en de loop (of rittberger) en ook de axel. In de choreografie nemen de schaatsers vaak een combinatie van sprongen op. En ze doen bijvoorbeeld hun armen omhoog waardoor ze bonuspunten krijgen.

Bij het ijsdansen heb je geen sprongen. Het gaat er vooral om artisticiteit, het samen dansen. Tessa Virtue en Scott Moir uit Canada werden er eerste voor Gabrielle Papadakis en Guillaume Cizeron uit Frankrijk.

Bij de paren heb je dan nog de geworpen sprongen en de lifts. Zo knap. Net ballet. Paarrijden werd een paar dagen geleden in Korea goud voor de Oekraïense Aliona Savchenko en de Franse Bruno Massot, die samen voor Duitsland rijden. Ze deden hun korte kür op een lied van de Nederlandse jazzzangeres Caro Emerald. Savchenko is relatief oud, 34, en deze spelen zijn al haar 5de. Vijf!, en Massot is haar derde partner. Nu heeft ze dan eindelijk goud.

Kiss & Cry

De kunstschaatswedstrijden, die al sinds eind 19e eeuw georganiseerd worden, aanvankelijk alleen voor mannen, zien er altijd hetzelfde uit. Er zijn vier onderdelen: mannen solo, vrouwen solo, paren en ijsdansen. Steeds doen ze een korte kür en een lange kür, waarvoor een choreografie wordt gemaakt. Soms doen ze iets met synchroon schaatsen en bij de Olympische Spelen heb je nog een landenwedstrijd. Gewonnen door Canada dit keer, net voor de Russische atleten.

Het mooist van een kampioenschap is misschien het afsluitende gala waar de eerste drie van elk onderdeel nog een keer optreden. Zonder de wedstrijdspanning, maar met alle kunstzinnigheid en creativiteit die ze bezitten. En toch ook nog wel spanning, want hier kun je je aan de wereld laten zien.

De schaatsers maken sprongen, pirouetten en passenseries. Bij het ijsdansen met bijvoorbeeld elementen van de rumba, de tango of andere dansen. De jury (van negen leden waarvan er zeven worden geloot en dan de hoogste en de laagste score niet meetellen) kijkt naar technische beheersing en presentatie. Hoe moeilijker de elementen, hoe meer punten je kunt scoren. Een drievoudige sprong levert dus meer op dan een dubbele.

Ze maken nog dezelfde sprongen als in de jaren dertig. Af en toe verandert er iets, een tweevoudige sprong wordt een drievoudige en er komt een nieuw element. Zo werd de Biellmannpirouette (waarbij de schaatser draait terwijl ze haar schaats boven haar hoofd vasthoudt) een vast onderdeel nadat de Zwitserse Denise Biellmann deze in de jaren zeventig populair maakte. Ook de puntentelling werd aangepast, want tot 2004 kon je maximaal een 6 scoren en werd er alleen afgetrokken. Nu heb je basiswaarden, bonuspunten en aftrek bij fouten, een val bijvoorbeeld.

Sinds mensenheugenis – mijn heugenis in elk geval – zie je daarna de schaatsers met hun coach in gespannen afwachting van die punten in de zogenaamde Kiss & Cry zone. Wordt het huilen of juichen? Een keertje juichen voor Spanje, en dat is wel bijzonder. Javier Fernández won brons achter twee Japanners. Spanje deed dus mee, maar de laatste Nederlandse deelnemer bij de Olympische Spelen in het kunstschaatsen was Dianne de Leeuw die in 1976 zilver won. Er is talent, zegt oud-kunstschaatser Joan Haanappel, maar het Nederlandse kunstschaatsen zit in het verdomhoekje.

Sportgeschiedenis

Nu dan nog de vrouwen in Korea. Het lijkt erop dat het tussen de twee Russinnen gaat: Alina Zagitova (15) en Evgenia Medvedeva (18). Zagitova, uit Izhevsk, schaatst sinds haar vijfde. En Medvedeva was nog jonger toen ze de kunstschaatsen aantrok. Het leek haar moeder, ook kunstschaatser, en haar vader een Armeense zakenman (gescheiden overigens) goed voor haar postuur. Nog 22 anderen schaatsen de lange kür, en ‘meedoen is belangrijker dan winnen’, maar wie goud wint, schrijft geschiedenis. Sportgeschiedenis.

Rotzooi in ons hoofd

Google, Apple, Facebook, Amazon. Ze groeien maar door en slokken andere op. Wat willen ze? Hun algoritmen denken voor ons, ze veranderen ons concept van kennis en de journalistiek ingrijpend, en ook onze ideeën over privacy of auteursrecht. Ze hebben invloed op onze relaties en contacten. Sociale media zorgen misschien wel voor meer contacten, maar niet voor diepere of betere. En wat gebeurt er eigenlijk met al de informatie die we delen? En onze dierbare foto’s?

Ik vertrouw het niet. En Franklin Foer – de journalist die ‘Ontzielde wereld. De existentiële dreiging van Big Tech’ schreef – voedt mijn wantrouwen. We kruipen steeds meer in onze veilige bubbel, zegt hij. Daar waar we liefst alleen de meningen toelaten die de onze bevestigen. Anders ontvolgen we of blocken we wel. Sociale media verbinden niet, ze polariseren eerder, denkt hij. Vanwege de filterbubbel. Er ontstaat een nieuwe verzuiling en mensen verschansen zich in hun (politieke) positie. Van een beschaafd debat is vaak nauwelijks sprake meer. Kijk naar de presidentsverkiezingen in de VS, het isolationisme in Catalonië of de zwartepietendiscussie in Nederland.

Google en Facebook verkopen het mooi. Alles is vrij en gratis, stellen ze. We verbinden de wereld en we maken het leven zoveel gemakkelijker voor je. Sluit je aan. Wij zijn ook best vlotte types, beetje rebels soms, en we hebben het beste met jou en de wereld voor. Maatschappelijk verantwoord. Eerder enigszins anarchistisch en links. (Misschien heeft Zuckerberg weldoordacht verkozen zich bij zijn potentiële tegenstanders aan te sluiten, oppert Foer, bij de Democraten in plaats van bij de Republikeinen.) Maar het gaat hen uiteindelijk vooral ook om advertenties, hun belangrijkste bron van inkomsten. En macht, invloed, monopolie. Dan kun je ongestoord verder bouwen aan je imperium.

Alomtegenwoordigheid is het fundament voor hun advertentie-inkomsten, want vooral daardoor zijn ze zo aantrekkelijk. Hoe beter ze in staat zijn om te schiften, verschillende doelgroepen te onderscheiden, hoe meer die aantrekkelijkheid stijgt. Facebook en Google attenderen specifieke groepen op bepaalde advertenties. Dat betekent wel dat ze mensen in kaart moeten brengen. Wie ben je, waar woon je, wat doe je, wat vind je leuk? Hoe meer je deelt met hen, hoe beter. Hoe beter hun processen werken.

Oppervlakkige internetjunkies

Oké, ik heb ook informatie gedeeld op Twitter en LinkedIn. Ik heb accounts aangemaakt op Facebook en Pinterest en me aangemeld bij YouTube en Tumblr. Ik gebruik Google Maps om me te oriënteren, in de cloud van Drive staan bestanden en ik heb zelfs een gmail-adres. Geen recht van spreken. Of juist daarom misschien wel.

Facebook en Google veranderen ons in oppervlakkige internetjunkies, denkt Foer. Ik geloof dat het voor een groot deel klopt. We worden mensen die ook hun nepnieuws serieus nemen, moeite hebben in elk geval om het onderscheid te maken. We kijken bovendien de godganse dag of onze Facebookberichtjes wel voldoende geliked worden. De voortdurende zucht naar erkenning, bevestiging. Hoe meer, hoe beter. Hoe meer je immers stijgt in sociaal aanzien.

We laten ons voortdurend afleiden. Ongestoord een boek lezen valt niet mee, en nog minder als het een e-book is. Ben je een tijdje offline, dan vraag je je af wat je gemist hebt. We wonen in onze telefoon, we hebben soms slotjes nodig om ons internetgebruik in te perken, voortdurend worden we geprikkeld, verleid, gestreeld, gestoord. ‘We zijn allemaal al een beetje cyborg geworden’, schrijft Foer. We zitten vast aan onze machientjes.

Grayson Perry

Je kent het verhaal. Bijvoorbeeld omdat je Eggers’ De Cirkel hebt gelezen, of je het nu goed vond of niet. Foer waarschuwt dat het tijd wordt om na te denken over de gevolgen van de allesoverheersende datareuzen (want het zijn onze data) en in verzet te komen. Terug naar een tijd van bespiegeling, zelf denken, nieuwe verlichting uit deze duistere tijd waarin je misschien wel overeenkomsten met de middeleeuwen ziet.

Ik denk aan het doek van de Britse kunstenaar Grayson Perry die Steve Jobs (Apple) en Bill Gates (Microsoft) als een soort heiligen aan de muur had gehangen. Zuckerberg (Facebook), Page (Google) en Bezos (Amazon) zijn nog een paar van die iconen. Ze drijven op big data, enorme aantallen gegevens. Dat geheel aan data – lees Yuval Noah Harari – is dan God. Het is de nieuwe religie.

Foer heeft wel bewondering voor de technologie. Zeker: de zoekmachine van Google of de algoritmes die de basis vormen van de artificiële intelligentie. Maar zegt hij: ‘Facebook en Google hebben (uiteindelijk) een wereld geschapen waarin de oude grenzen tussen feiten en leugens zijn vervaagd, waarin foutieve informatie zich viraal verspreidt.’ In die wereld is het misschien niet zo gek dat een man als Trump president van de Verenigde Staten kon worden. Het leek mij onvoorstelbaar, maar het is gebeurd.

We zijn al cyborg geworden, want (Foer) ‘onze telefoon is een uitbreiding van ons geheugen, we hebben fundamentele mentale functies uitbesteed aan algoritmen’. Efficiënt misschien, maar daar worden we waarschijnlijk eerder dommer van dan slimmer. En Google denkt na over een verdere vervlechting, chips in ons hoofd. ‘We hebben onze geheimen laten opslaan op servers en laten exploiteren door computers’, vervolgt Foer. ‘Wat we nooit mogen vergeten, is dat we niet alleen versmelten met machines, maar ook met de bedrijven die deze machines beheren.’

Foer heeft hoop. Zo zegt hij in de Volkskrant: “De weerstand groeit tegen bedrijven die rotzooi in je mond stoppen. Laten we ons ook verzetten tegen techbedrijven die rotzooi in ons hoofd stoppen.”

Sekse doet er niet toe

Welke columnist of blogger heeft er nog niet over geschreven? Wees dan snel, want over een week of wat kun je echt niet meer aankomen met een stuk over genderneutraal. Nu al bijna niet meer. Het is niet meer trending.

Troost, want als je toch iets over genderneutraliteit wilt schrijven, kun je dat toch alvast doen. Behalve wc’s, taalgebruik en kinderkleding is ook op andere terreinen nog veel meer genderneutraliteit mogelijk. Denk aan speelgoed, religie, uitgaansleven, politiek en arbeidsmarkt. Overal waar het onderscheid man-vrouw wordt gemaakt terwijl dat niet hoeft. Sekseregistratie die geen ander doel dient dan de aanhef bepalen: beste meneer of mevrouw. Over een maand of wat zoek en vervang je NS en Hema door Tweede Kamer, bedrijfsleven of universiteit. Overal waar mensen een meer genderneutrale houding kunnen aannemen. Overal waar ze erachter komen dat sekse er vaak gewoon echt niet toe doet.

Helaas lijken vele redacteuren, columnisten, bloggers niet zo goed te weten waar ze eigenlijk over schrijven. ‘Is de Hema nu helemaal gek geworden?’ Nog meer mensen begrijpen er dan helemaal niets meer van. Dankzij die warrige columns, uit een soort van gendermoeheid of omdat ze liever boos blijven. ‘Pfff, genderneutraal. Dat zijn vast de feministen, die transgenders, de linkse kerk. Pakken ze ons dat ook nog af? Niks is meer heilig. Hij kan roepen wat ie wil, maar ik ga mijn zoon echt geen roze jurk aantrekken.’

Wat is dat dan, genderneutraal? Waarom zou je eigenlijk meer genderneutraliteit willen? Hoe doen we dat?

  1. Meisjes houden toch gewoon van roze?

Prachtig dat je dochter bijvoorbeeld liever een roze strik heeft, maar zeker in kleding en kleur kun je zien hoe zeer het gaat om dingen die losstaan van jongen of meisje. Eeuwenlang was het normaal dat zowel jongens als meisjes tijdens hun kleutertijd een jurkje droegen. Roze was vóór de oorlog juist een jongenskleur en blauw een meisjeskleur. Lodewijk XIV liep op hoge hakken en droeg een pruik, zoals zoveel machtige heren in die tijd. Kortom, sociale constructie. Lees mijn blog over genderverschil. Dat is vooral iets wat we zelf verzonnen hebben.

  1. Je bent toch meisje of jongen, man of vrouw?

Nee, dat is niet altijd zo. Oké, de meerderheid in de wereld is meisje of jongen en vindt dat prima, maar er zijn heel veel mensen voor wie dat niet zo duidelijk is. Omdat ze anders zijn (intersekse conditie) of zich anders voelen (transgender). Sekse is iets anders dan gender. Je hebt inderdaad transvrouwen en transmannen die als het ware thuiskomen in het andere geslacht, maar ook zoveel mensen voor wie dat vager is. Daar kun je hokjes opplakken – queer, agender, wat dan ook – maar hokjes sluiten mensen op en dat voelt niet goed, zeker als je het zelf niet goed weet. Dit betekent niet dat jij dan genderneutraal bent in plaats van man of vrouw. Je kunt ook als vrouw, man, transvrouw of transman zoveel mogelijk kiezen voor genderneutraal. Genderneutraliteit is daar waar sekse er niet toe doet. Bijvoorbeeld op toiletten, in taalgebruik, in kinderkleding en misschien binnenkort ook nog meer in banen, salaris, opleidingen, kerk en geloof, media-aandacht.

  1. Leg het me dan eens uit: wat is gender?

Gender gaat niet over de biologie, maar over identiteit en de culturele verschillen tussen mannen en vrouwen. ‘Gender zijn de dominante ideeën die in een bepaalde cultuur gekoppeld worden aan sekse.’ Dat is de omschrijving van Linda Duits, sociaalwetenschapper. Ze specificeert. ‘Vrouwen eten chocola, kijken series met vriendinnen en drinken sterrenmuntthee. Mannen kijken voetbal met bier, praten niet over hun gevoelens en houden van vlees.’ Als jij je dus als vrouw identificeert, dan heeft dat meer met gender te maken dan met sekse. Misschien wissel je je bier wel in voor sterrenmuntthee en ben je vrouwelijker dan de meeste vrouwen. Dat bevestigt immers het beeld dat je van jezelf hebt, hoe jij je diep van binnen voelt en wat je dan ook heel graag wilt uitdragen. Gendernormen – het idee over hoe mannen en vrouwen zich moeten gedragen – zijn in onze samenleving behoorlijk dwingend. Mannen met nagellak? Ondenkbaar. Iedereen die aan die gendernormen morrelt, is een held. Tijn bijvoorbeeld, met zijn prachtige nagellakactie.

  1. Hoe word ik dan genderneutraal: piemel eraf, borsten weg?

Nee, wat een onzin. Nogmaals genderneutraal is een houding. Je kunt niet genderneutraal worden, maar je kunt de wereld wel genderneutraler maken. Door geen sekseverschillen te stellen waar die er niet toe doen, door te accepteren dat er mensen zijn die zich niet zo duidelijk man of vrouw voelen en daar ruimte voor te bieden. Door genderdiversiteit te omarmen. Dan kan de wereld veelkleuriger worden. In een genderneutrale wereld trekt je zoon zonder schaamte een jurkje aan als hij dat graag wil, je dochter klimt in een boom en er is niemand die roept: dat is niks voor meisjes. De wereld kan genderneutraler worden als we bijvoorbeeld niet al beginnen te genderen voordat een kind geboren is. Met sweetie of stoere bink op je T-shirt. Gooi de vooroordelen en verwachtingspatronen overboord. De dokter kan ook een vrouw zijn, secretaresse of koffieschenker een man.

  1. Voor wie doen we dat dan, voor dat kleine groepje interseksepersonen en transen die het niet weten?

Allereerst is die groep best groot, misschien wel een op de twintig (COC). Bovendien is er in een wereld waarin er minder onderscheid in gender wordt gemaakt, al snel meer gendergelijkheid. Alle mannen en vrouwen hebben daar plezier van. Natuurlijk, voor transpersonen wordt het leven als ze eenvoudiger hun genderrol kunnen veranderen, ook vóór een transitie veel fijner. Voor mensen die willen afwijken van die streng gegenderde indeling – man en vrouw, mannelijk en vrouwelijk – is er meer ruimte. Sowieso, er mag gewoon meer. Er is meer vrijheid in een genderneutrale wereld, meer acceptatie van gedrag, kleding, speelgoed dat in een andere wereld meteen wordt bestempeld als te meisjesachtig voor jou of te stoer voor jou. Een meer genderneutrale opvoeding zou dan ook zomaar kunnen leiden tot een meer gendergelijke maatschappij.

  1. Maar waarom dan dat verzet, die boosheid?

De indeling man-vrouw zit diep. Vraag je naar iemands identiteit, dan is dat vaak het eerste waar we aan denken. Mannen voelen vaak de voortdurende druk te bewijzen dat ze mannelijk genoeg zijn en vrouwen dat ze vrouwelijk zijn. Het veroorzaakt onzekerheid, misschien wel angst omdat je aan jezelf gaat twijfelen, woede omdat de samenleving je die diepgewortelde zekerheid af lijkt te pakken. Je kunt wel zeggen: die angst en die woede zijn niet nodig, maar zo eenvoudig is het blijkbaar niet. Er is vast ook een groep van mensen die tevreden zijn in een wereld met duidelijk omschreven genderrollen: de man aan de leiding, de vrouw in de keuken. Denk bijvoorbeeld aan een politieke partij als de SGP.

  1. Kun je voorbeelden noemen van genderneutraliteit?

Vaders en moeders zijn dan ouders. Dames en heren worden mensen. Hello everyone. Het lijkt een futiliteit, maar als man ga je niet naar een damestoilet. Nooit. Sommige dappere vrouwen durven bij een rij van een kilometer langs de urinoirs te lopen. Maar genderneutrale toiletten zijn toegankelijk voor iedereen. Ben je in transitie en kun je dat zien, dan hoef je je niet meer zo opgelaten te voelen. Je hebt verder genderneutrale aanspreekvormen: hen in plaats van hij of zij. Oké, dat blijft wennen, vraag hoe mensen het liefst aangesproken worden en dan gewoon doen. Genderneutraal wordt  kinderkleding of kinderspeelgoed als je het niet labelt als meisjeskleding en jongensspeelgoed. ‘Een genderneutrale opvoeding betekent niet dat je mannelijkheid of vrouwelijkheid helemaal uitsluit, maar dat je zorgt dat een kind van beide werelden iets meekrijgt.’ Voordeel is dat je kinderen niet allerlei eigenschappen waarvan je denkt dat ze bij hun sekse horen, oplegt. Je laat ze vrij. En dan al die inschrijfformulieren waarin je moet invullen of je man of vrouw bent. Hoe moeilijk kan het zijn daar een derde optie toe te voegen: doet er niet toe? Een meer genderneutraal beleid zou inhouden dat overal waar sekse er niet toe doet, sekse bijvoorbeeld niet wordt geregistreerd en er sowieso geen verschil wordt gemaakt naar mannen en vrouwen. Kanttekening, want bijvoorbeeld in de ziektezorg is een genderneutrale aanpak juist niet wenselijk.

  1. Genderneutraliteit, hoeveel kost dat?

Genderneutraliteit is misschien wel een besparing. Kinderkleding kun je doorgeven van je uitgegroeide zoon naar je dochtertje. Scheermesjes voor vrouwen, shampoo voor mannen (dank Toeps), waarom dat onderscheid. ‘Toen ik een kleine Toeps was, hadden wij als gezin één fles shampoo. Hij rook niet stoer of vrouwelijk, maar gewoon fris.’ 

  1. Is het geen vreselijke term: genderneutraliteit? Daarmee jaag je mensen toch de deur uit.

Daarmee jaagt de Hema misschien een paar mensen de deur uit. Misschien hadden ze het anders kunnen formuleren, zoals Hanneke Felten in Trouw oppert. ‘Beste mensen, we stoppen met de labeltjes ‘jongen’ of ‘meisje’ op onze kinderkleding. We denken dat uw kinderen en uzelf heel goed kunnen kiezen welke kleding het beste bij hen past.’ Zo’n soort formulering kun je bedenken voor allerlei terreinen waar sekse er niet toe doet en genderneutraliteit gewenst is. NRC-redacteur Bas Heijne ging in mijn ogen de mist in, in zijn column van 23 september 2017. Hij vindt het maar rotwoorden. Zijn argumentatie: gender begrijpt niemand en neutraliteit (niet je vingers willen branden) is niet iets wat we zouden moeten nastreven, te lafhartig. En hij eindigt met de conclusie: wie wil er in godsnaam genderneutraal zijn? Nou Bas, ik wil.

  1. Kunnen we verder kijken of lezen over de genderneutrale samenleving?

De meeste boeken die over transpersonen gaan, schetsen misschien niet direct een wereld waarin gender er niet toe doet, juist wel. Maar ze kantelen toch vaak de vastgeroeste aannames over gender en sekse. NOSop3 heeft een video over een genderneutrale dag gemaakt. Volg verder bijvoorbeeld het Continuüm.

 

 

 

Genderverschil ontsluierd

Genderverschil is vooral inbeelding. Dat concludeer ik uit de boeken van twee wetenschappers die ik deze zomer heb gelezen. Aanraders, die boeken. Cordelia Fine en Yuval Noah Harari duwen je vastgeroeste wereldbeelden om.

Cordelia Fine en Yuval Noah Harari zijn medeverantwoordelijk voor mijn zomergedachten. Prachtige boeken hebben ze geschreven. Ik las Homo Deus en lees nog Sapiens van Harari, een Israëlische historicus. En ik heb Testosteron Rex gelezen van Cordelia Fine. Fine geeft les in geschiedenis en filosofie op de universiteit in Melbourne.

Waar het onderwerp voor Fine behoorlijk afgebakend lijkt, het hormoon testosteron, is dat voor Harari veel breder. Hij behandelt de hele mensheid. Heden, verleden en toekomst. De plaats van de mens in de wereld en hoe we daar zijn gekomen. De cultuur, de wetenschap, de religie.

Harari beschrijft verschillen en overeenkomsten. In ras, geloof, relaties. Hij beschrijft bijvoorbeeld ook het verschil tussen mannen en vrouwen. Hij verdiept zich in de vraag hoe het komt dat de man meestal dominant is in de maatschappij en de beste posities bekleedt. Is er echt een verschil dat kan verklaren waarom dit zo is? Daar raakt hij aan Cordelia Fine, want ook bij haar gaat het om het veronderstelde verschil tussen mannen en vrouwen. Over sekse en over gender. Is dat verschil echt of is het bedacht door ons, en heeft het zich vervolgens ontwikkeld, versterkt, geïnstitutionaliseerd?

Een ander punt van overeenkomst bij Fine en Harari is dat ze allerlei aannames nadrukkelijk aan de kant zetten. Echt, landbouw bracht ons niet alleen voorspoed, er is meer overeenkomst tussen ideologie en religie dan je zou denken, geloof in de waarde van geld is helemaal gebaseerd op vertrouwen. En de meeste verschillen tussen mannen en vrouwen hebben we zelf bedacht.

Stereotypering

Niet testosteron verklaart de verschillen tussen mannen en vrouwen, maar puur onze verwachtingen, stelt Fine. Gevoelens van zorgzaamheid en leiderschap worden niet veroorzaakt door verschillende hormoongehaltes. Het is zelfs eerder zo, blijkt uit onderzoek, dat dominant gedrag en strijd testosteronniveau doen stijgen, ook bij vrouwen. Dus gedrag bepaalt eigenlijk testosteronniveau en vervolgens bepaalt testosteronniveau weer gedrag. Zo zou je het kunnen formuleren, soort kip en ei. Voor verschil tussen mannen en vrouwen, bijvoorbeeld in maatschappelijk succes of zorgzaamheid, wijzen op testosteron is gemakkelijk en lui. Dat het allemaal begint bij de hoeveelheid testosteron in je lichaam is een mythe die onderbouwd lijkt te zijn door verkeerd uitgevoerd onderzoek.

Zoals Rika Ponnet, seksuologe, schrijft in een blog: “er zijn geen typisch mannelijke of vrouwelijke eigenschappen.” Die bestaan alleen maar in onze gedachten. En, “het is niet de overmacht van mannen of de zorgzaamheid van vrouwen die ons als soort hebben gebracht waar we staan, maar wel ons vermogen ons als groep aan te passen aan wisselende levensomstandigheden. Niet de dominante mannen bepaalden overlevingskansen van een groep, wel het vermogen om zich te organiseren, voor elkaar te zorgen, intieme verbanden aan te gaan en deze verbanden te onderhouden.”

Nee, beargumenteert Fine, verschillen in gedrag hebben echt helemaal niets te maken met gender of testosteron. Want: “alle pasgeboren mensen erven genderconstructies als een verplicht deel van hun ontwikkelingssysteem: genderstereotypen, ideologie, rollen, normen en hiërarchie worden doorgegeven via ouders, leeftijdsgenoten, leraren, kleding, taal, media, rolmodellen, organisaties, scholen, instituties, sociale ongelijkheden en ook speelgoed.”

Dus nogmaals, we noemen bepaald gedrag typisch mannelijk of vrouwelijk, maar gedrag is niet mannelijk of vrouwelijk. Dat maken wij ervan. Dat beargumenteert Fine in haar boek. Stereotypering. Wat krijg je dan? Fine: “Mensen die op genderessentialistische wijze denken, onderschrijven gemakkelijker de genderstereotypen die de basis vormen van bedoelde en onbedoelde discriminatie op de werkvloer.” Of, ze oordelen milder over seksuele misdrijven. Genderstereotypering kan ook mannen schaden (want veeleisende hypermasculiene normen), maar meestal was en is het nadelig geweest voor vrouwen, vooral als je naar hun carrière kijkt. Ze worden eerder kapster en keukenprinses dan chefkok en concertdirigent.

Brons

Imaginaire hiërarchieën, zegt Harari. Die werken in rassen, geloven, kasten en vooral ook in geslacht. Want, “overal hebben mensen zichzelf verdeeld in mannen en vrouwen. En bijna overal staan mannen er het beste voor, in elk geval sinds de agrarische revolutie.” Hij wijdt een hoofdstuk aan sekse en gender. En begint met woorden die Fine had kunnen schrijven. “De meeste wetten, normen, rechten en plichten die bij mannelijkheid of vrouwelijkheid horen, zeggen meer over de menselijke verbeelding dan over de biologische werkelijkheid.” De gemeenschap heeft mannen en vrouwen taken toebedeeld (kinderen grootbrengen, tegen geweld beschermen, gehoorzaam zijn aan de man). Maar, zegt hij, het is duidelijk: “Omdat het niets met biologie te maken heeft, varieert de betekenis van mannelijkheid en vrouwelijkheid enorm van samenleving tot samenleving.”

Of het overal zo is, weet ik niet, maar volgens Harari hebben we er een dagtaak aan als man om je mannelijkheid te bewijzen en als vrouw om anderen ervan te overtuigen dat je vrouwelijk genoeg bent. “Succes wordt niet gegarandeerd. Vooral mannen leven in constante angst om hun aanspraken op mannelijkheid te verliezen.” Misschien wel omdat het mannelijk ideaal het meest oplevert als het gaat om economische kansen, politieke macht, bewegingsvrijheid. “Het concept gender is een wedstrijd waarin sommige deelnemers alleen mogen meelopen voor brons.” Het is me niet helemaal duidelijk wie Harari daarmee bedoelt – ik denk brons: derde plek, derde sekse – maar hoe dan ook: het klinkt prachtig.

Mooi hoe Harari vervolgens mogelijke verklaringen bespreekt voor het ontstane maatschappelijk verschil tussen mannen en vrouwen en er gewoon niet uitkomt. Wat heeft mannen zo geholpen? Fysieke kracht, agressie, samenwerking? We weten het niet, erkent hij. Gelukkig veranderen genderspecifieke rolpatronen de laatste decennia sterk. Steeds meer samenlevingen geven mannen en vrouwen gelijke rechten, politieke bevoegdheden en economische kansen.

Gendergelijkheid

Een eerste stap, maar de weg is nog lang. Kunnen we gaan denken in kwaliteiten, rollen en verantwoordelijkheden als mens, in plaats van als man of vrouw? Echte seksegelijkheid. “Een evenwichtiger samenleving waarin meer jongens met poppen spelen, meer vaders voor kinderen zorgen, en meer vrouwen in de wetenschap of op hogere posities werkzaam zijn?”

Fine citeert vervolgens filosoof Letitia Meynell die zegt: “Als je de verdeling van een bepaald kenmerk in een populatie wilt veranderen, moet je niet proberen de natuur te overwinnen, maar het ontwikkelingssysteem anders inrichten.” Geen sinecure, denkt Fine. “Dan moet je sleutelen aan de sociale structuren, waarden, normen, verwachtingen, voorstellingen en opvattingen waarvan onze geesten, interacties en instellingen doordrongen zijn, en die van invloed zijn op, in wisselwerking treden met, en verstrengeld zijn met onze biologie. Je zult die allemaal opnieuw moeten opbouwen.” Het wordt niet voor niets sociale constructie genoemd.

Het zal nog wel even duren voordat we individuen los kunnen zien van hun gender. Voordat we niet direct een heel stelsel van verwachtingen, patronen en houding projecteren – van speelgoedvoorkeur tot financieel risicogedrag – op de geconstateerde gender. En voordat we de verwarring kunnen plaatsen als gender er niet meer toe doet.

Ik vroeg me af wat de argumentatie van Fine zou betekenen voor transgender mensen. Zij beïnvloeden immers hun hormonen om mannelijker of vrouwelijker te worden. Heeft dat vervolgens echt invloed op hun genderidentiteit? Eigenlijk gaat het dan (opnieuw) om de vraag: wat maakt het dat je je man of vrouw voelt? Ontwikkelt zich dat en hoe ontwikkelt zich dat gevoel? Wat voor invloed hebben hormonen precies? Alleen uiterlijk of ook innerlijk?

Misschien zijn dat onbeantwoordbare vragen. Fine erkent in elk geval dat ze geen expertise heeft op het gebied van transgender en genderidentiteit. Oké! Ik denk wel dat wat Fine en Harari betogen – dat het genderverschil dat wij maken voor het grootste deel inbeelding is, menselijke projectie en cultureel bepaald – positieve consequenties kan hebben voor genderdiversiteit. Uiteindelijk.

Stedelijk

R.: “Het Stedelijk? Dat heb ik vorige week in een half uur gedaan.”

E.: “Zo, kunst joh. Je zal wel afgepeigerd zijn geweest. Nog wat gezien tijdens je sprint?”

R.: “Het is me niet zo goed bijgebleven. Tinkebell? Hangt die daar? Camille Claudel, kan dat? Marina Abramovich?”

E.: “Ja hoor… Verder een goede week gehad, Robin?”

R.: “Ja, Moonlight, Jackie, La la Land. Dat was goed, prachtig en leuk. Gaan zien, Eva, als je dat nog niet hebt gedaan.
Wel veel politici. Die zijn haast niet te ontwijken, zo net voor de verkiezingen. Ook al laat je tv uit, ban je Twitter, Facebook, radio weg en fiets je door de stad langs een speciale route waar je geen verkiezingsplakborden ziet, dan kom je ze vervolgens tegen op de markt.
Ik begrijp overigens niet waarom nauwelijks iemand van die politici het woord klimaatverandering heeft uitgesproken. Het gaat alleen maar over de peilingen. ‘Nou meneer Asscher, waar blijft nu het Asschereffect?’
Ik vind het echt enorm jammer. Daar is wat te winnen, zou je denken. Komt dat omdat die lijsttrekkers bijna allemaal oudere mannen met een stropdas zijn, dood als de kijkers van het Jeugdjournaal straks met de voeten in het water zitten. Overstromingen als noord- en zuidpool verder worden teruggedrongen, weersextremen, misoogsten, honger, geweldsuitbarstingen en vluchtelingen voor dat geweld, migranten van overstroomde eilanden. Ik ben een enorme optimist, maar zelfs het meest optimistische scenario brengt nog teveel ellende.”


Matisse

E.: “Ik dacht dat je de politiek ontweek?”

R.: “Tja Eva, wilde ik, zeker omdat ik het al weet sinds de resultaten van de stemwijzer en de wijzestemmer beide uitkomen op dezelfde niet zo grote partij. Of beter, nóg niet zo grote partij.
Leuk trouwens, de wijzestemmer adviseert behalve een partij ook nog een denker of filosoof. Ik naar de bieb, maar deze heeft dan toevallig ongeveer niks, nada geschreven.
En nadat ik die recordtijd in het Stedelijk had geklokt, heb ik dan per ongeluk toch de tv aangezet.”

E.: “Da’s jammer. Misschien dan toch nog eens terug naar het Stedelijk, Robin?”

R.: “Ga je mee?”

De Argonauten van Maggie Nelson is verbijsterend mooi

‘Genderbending memoires’ staat op de achterflap van De Argonauten. Het zijn biografische essays, lees ik, en ze gaan over zwangerschap, moederrol en genderidentiteit. Korte, scherpgeschreven stukjes over de relatie van de Amerikaanse schrijfster, Maggie Nelson, met Harry Dodge. En tussendoor zijn er beschouwingen waarbij vele genderdenkers voorbij komen. Eve Sedgwick, Beatriz Preciado, Jane Gallop, Luce Irigaray.

Is Harry een transman of non-binair? Of is hij een butch on T, een stoere lesbienne die testosteron injecteert. Maggie weet in de begintijd van de relatie niet welk voornaamwoord ze moet gebruiken. Beeldend kunstenaar Harry heeft in elk geval met liefde afscheid genomen van de vrouw die hij was en de vrouwenrol die hij had.

Maggie Nelson (1973) schrijft poëzie en beschouwing. Ze schreef bijvoorbeeld over liefdesverdriet en de kleur blauw, over de moord op haar tante Jane en over geweld in avant-garde kunst. Het zijn hybride boeken: essayistisch, poëtisch, biografisch, filosofisch. Ik had nog nooit van haar gehoord, maar The Argonauts werd met groot enthousiasme ontvangen. Het boek kwam op beste-boekenlijstjes 2015 van kranten zoals The New York Times, San Francisco Chronicle, The New Yorker, Publishers Weekly en The Guardian. Het is nu ook in het Nederlands vertaald.

Bovendien, nog meer reden om wakker te worden en naar de winkel te rennen, het boek zou gaan over queer en queerness. Dat intrigeert me, want ben ik dat? Wanneer ben je eigenlijk queer? Ben je pas queer als je ook in je genderexpressie de normen van de maatschappij ter discussie stelt? Als ik een roze sjaal omsla en mijn nagels lak?

Geslacht! rockt!

Niet voor dat woord, queer, maar in het algemeen vraagt Nelson zich af: Hoe kunnen woorden ontoereikend zijn? Natuurlijk zijn ze toereikend, vindt ze. ‘Wat zich niet laat zeggen wordt niet afgerekend op wat het, per definitie niet kan zijn.’ Zo’n zin moet je wel drie keer lezen, maar dan realiseer je je dat wat er buiten de taal ligt, er misschien niet toe doet. Ze is ook schrijfster natuurlijk. Harry niet, die is kunstenaar, en twijfelt veel meer aan woorden en wat ze uitdrukken. Misschien is Harry juist daarom wel kunstenaar, zoekend naar een expressievorm die als woorden dat niet zijn, dan wel toereikend is.

Dat is pas de eerste vraag die ze oproept. Er komen er nog veel meer. En veel daarvan jassen onze te gemakkelijke aannames compleet omver. Hannah van Wieringen, die het boek begin dit jaar in NRC Handelsblad besprak, citeert Nelson. ‘Aan de ene kant (is er) de aristotelische, wellicht evolutionaire behoefte om alles in hokjes te plaatsen – roofdier, schemering, eetbaar – en aan de andere kant de noodzaak om recht te doen aan het transitieve, de vlucht, de grote brij van het bestaan waarin wij feitelijk leven.’ Het gaat in De Argonauten om het niet-categoriseerbare. En dan vooral het niet-categoriseerbare in identiteit en intimiteit. Ze onderzoekt zo de genderrol en de moederrol. Die ligt niet vast. Nogmaals, die ligt niet vast.

Maar hoe je je ook voelt, man, vrouw of iets ertussenin, hoe voelt dat dan? Is het de Engelse dichter en filosofe Denise Riley die gezegd heeft dat je niet 24 uur per dag ondergedompeld kan zijn in het directe besef van je sekse? ‘Gender-zelfbewustzijn is, goddank, iets wat aan momenten is gebonden.’ Dat lees ik in het boek in de week dat op NPO3 Geslacht! begint, een programma over het tussengebied van man en vrouw, en Eva Jinek de presentatrice toevertrouwt dat ook zij niet de hele dag bezig is met zich vrouw te voelen, ‘echt niet.’ Ryanne van Dorst, die Geslacht! presenteert – super doet ze dat – stelt die vraag ook in het programma. Hoe voelt dat dan? Hoe voelt het om vrouw te zijn, Patricia Paay? Hoe is het om man te zijn, Maxim Hartman? Misschien weet je het na het programma nog niet, maar een ding weet ik na twee afleveringen wel: Geslacht! rockt!

In en uit het leven

Waarom die titel, De Argonauten? Argonauten bevoeren het mythische schip de Argo dat op zoek ging naar het Gulden Vlies. Tijdens de reis wordt het schip vernieuwd, zonder de naam te veranderen. Hetzelfde gebeurt min of meer met de relatie van Nelson en Dodge. De woorden ‘ik hou van jou’ veranderen van inhoud, maar de relatie blijft. Het ligt niet vast. Ook dit ligt niet vast.

De Argo (Konstantinos Volanakis)

Roland Barthes, een Franse taalfilosoof, verwijst naar de Argo om te illustreren hoe dat werkt, dat een zin zoals ‘ik hou van je’ in de tijd wel van betekenis moet veranderen. Nelson stuurt Dodge de tekst van Barthes nadat ze in de beginfase van de relatie die woorden gebruikt. Misschien wel te snel. Ze wil hem vertellen dat hij niet moet schrikken. De betekenis van die woorden past zich wel aan. ‘Het doel van liefde en taal is nu juist om een en dezelfde zinsnede zo aan te wenden dat die voor altijd nieuw zal zijn’. Ze zijn in hun relatie als de argonauten op het schip dat ze zelf verbouwen.

Een al te simpel bruggetje van de vorige alinea naar deze is nu wat gevoelig. Misschien zo: zoals het schip van buiten verandert, veranderen ook Nelson en Dodge. Lichamelijk. Allereerst lichamelijk. Want terwijl Dodge meer man wordt (borstamputatie), wordt Nelson zwanger. Ze wordt moeder van Iggy. Ze schrijft dan prachtige observaties over die ervaring. Over de bevruchting, de zwangerschap, het moederschap.

En als het over moederschap gaat, gaat het ook over haar eigen moeder en de moeder van Harry. Het verhaal over het overlijden van de laatste raakt me diep. ‘Alle vrijwilligers zeiden dat het aan mij was om mijn moeder duidelijk te maken dat ze rustig kon gaan. Ik denk dat ik niet erg overtuigend was, de eerste 33 uur dat ik bij haar was.’ ‘Je hoeft niet bang te zijn’, zegt hij tegen haar. En op het einde: ‘Ik wist dat ze haar weg had gevonden, het aandurfde (..) Ik was echt verbluft, trots.’

Dit verhaal over het sterven van de moeder van Harry wordt afgewisseld met het verhaal over de geboorte van Maggie’s zoon. In en uit het leven. Ook de ervaring van de geboorte is misschien wel de meest aangrijpende beschrijving ervan die ik ooit gelezen heb.

Het is een boek

Het is misschien toch vooral een liefdesverhaal. Nelson en Dodge. En tegelijk wordt onze binaire wereld ontleed. Zoals Olivia Laing in een bespreking van het boek zegt: Nelson gebruikt haar ervaringen als een middel om de maatschappij open te wrikken, als onderzoek van wat het is dat daar zo stevig verdedigd wordt. Die binaire indeling, de hokjes, de duidelijkheid, de noodzaak om categorieën schoon en puur te houden.

Homoseksuele mensen die trouwen en zwanger worden, mensen die van de ene naar een andere gender gaan, of nog erger, zich niet willen committeren aan een van beide. Dat alles veroorzaakt enorme verwarring in denksystemen, stelt Laing. En die verwarring is ongetwijfeld deels ook reden dat de transgenderbeweging zo bedreigend bleek voor bepaalde domeinen van feministisch denken.

Natuurlijk, als ik stel dat dit boek vooral een liefdesverhaal is, categoriseer ik ook. Dat dit boek niet te categoriseren is, past perfect bij de inhoud. Het is een boek, laten we het daarop houden. Een boek dat ontroert, je aanzet tot beschouwing en je misschien ook wel verandert.

Waar vinden we hoop en verzet in donkere tijden

Het is bijna onmogelijk dat je het filmpje van Zondag met Lubach waarin The Netherlands worden voorgesteld aan Trump – we build oceans, nobody builds oceans better than we do. Heerlijk, telkensweer, want veel te lachen of te juichen valt er verder niet. Deze week is het elke dag nieuwe ellende van een president die alles vertegenwoordigt wat ik verafschuw. Een man die de klimaatverandering negeert, arrogante machotaal gebruikt, wetenschappers en journalisten wantrouwt (that’s me) en hele bevolkingsgroepen wegzet (vluchtelingen, lhbt’ers, moslims, vrouwen). Elke dag zet hij zijn handtekening onder een nieuwe afbraakactie.

Ik werd wel heel blij van de Women’s March, wereldwijd verzet tegen trumpisme. De toespraken, de verbinding, de zo noodzakelijke tegenbeweging die moet voorkomen dat niet alleen Amerika, maar de hele wereld wegzinkt in een moeras van achteruitgang en intolerantie. Wat moet er van ons worden als niet alleen klimaatverandering grote delen van de wereld tot onherbergzame plaatsen maakt, en we dit soort populistische verdeelpolitiek goedkeuren? Begrippen als emancipatie, inclusiviteit en empowerment betekenen blijkbaar niets voor de twitterende Trump-man en zijn staf die alleen aan (hun) geld, aan paternalisme en chauvinisme lijken te denken. Likken van de macht. En dan ook nog eens hun eigen waarheden verzinnen omdat onweerlegbare feiten ze niet goed uitkomen.

Posters van Shepard Fairey

Veel effect zal de hartstochtelijke oproep van Bana Alabed, de 7-jarige vluchteling uit Aleppo, niet hebben. Verwacht ik. Ze schreef een handgeschreven brief aan Trump. Dat ze blij is dat ze nu, in Turkije, weer naar school kan, maar dat het nog steeds oorlog is en dat er nog heel veel kinderen in miserabele omstandigheden leven. I beg you, can you do something for the children of Syria? If you can, I will be your best friend.

Nasty women

Ik hoop dat de woorden van Angela Davis, Amerikaanse filosofe en schrijfster, nagalmen. Ze begon haar toespraak in Washington op 21 januari, een dag na de inauguratie, als volgt. At a challenging moment in our history, let us remind ourselves that we the hundreds of thousands, the millions of women, trans-people, men and youth who are here at the Women’s March, we represent the powerful forces of change that are determined to prevent the dying cultures of racism, hetero-patriarchy from rising again.

En, vervolgde ze, history cannot be deleted like web pages. De Women’s March was volgens Davis een uiting van inclusief feminisme die oproept tot verzet tegen racisme, islamofobie, anti-semitisme, misogynie en kapitalistische uitbuiting. Ze noemde Chelsea Manning nog in haar toespraak. De transvrouw die 35 jaar had gekregen vanwege het lekken van staatsdocumenten, maar van Obama een paar dagen voor zijn aftreden kwijtschelding van straf, die ze ondergaat in een mannengevangenis, had gekregen. Een mooi gebaar dat me gelukkig maakte. Davis beloofde dat de 1.459 dagen dat Trump – als hij dat haalt – 1.459 dagen van verzet zullen zijn.

Gloria Steinem, feministe en journaliste en 82 jaar, benadrukte de verbinding. God may be in the details, but the goddess is in connections, zei ze. De Women’s March betekende voor haar de start van een bijzondere beweging: Each of us individually and collectively will never be the same again.

Prachtig ook de woorden van Nina Donovan uit Tennessee geciteerd door actrice Ashley Judd. Our pussies ain’t for grabbing. (..) They are for birthing new generations of filthy, vulgar, nasty, proud, Christian, Muslim, Buddhist, Sikh—you name it—for new generations of nasty women.

Solid community

Op 24 januari heb ik op www.continuum.nl een bespreking geplaatst van een prachtig boek van Linda Gromko, een Amerikaanse arts in Seattle. Een heel compleet en zeer leesbare gids voor transgender personen, non-binaire jongeren en hun ouders.

De transgender gemeenschap maakt zich zorgen. Obama heeft heel veel betekend voor deze groep en zelfs op zijn laatste dag in het Witte Huis heeft hij nog een memo kunnen tekenen die het voor (legale) transgender vluchtelingen makkelijker moet maken om erkenning te krijgen voor hun in het buitenland vastgestelde transzijn en toegang tot zorg. Van de nieuwe bewoners van het Witte Huis, die niet alleen direct begonnen zijn met schoonvegen van de web pages van de regering, maar ook de afbraak van Obama’s nalatenschap, verwacht ik weinig gevoel voor lhbt-thema’s. Op whitehouse.gov is niets meer te vinden over lgbt of transgenders.

Gromko erkende de zorgen, maar schreef ook dat in Seattle 130.000 mensen hadden deelgenomen aan de Women’s March. Ze verwacht dat het daar zo’n vaart niet zal lopen. We have a solid community, schreef ze.

Nog twee woorden dan om mijn verhaal af te sluiten: hoop, verzet. Deze blog is bedoeld als een uiting van beide.

Lieve Fidan

Ik ben altijd blij als jij als tafeldame bij DWDD zit. De eerste keer, een jaar of vier geleden, heb je gedanst. Prachtig was dat, spontaan, hartveroverend! Ik spiegel me sindsdien aan jou, jouw opinies, jouw vrouwelijkheid, jouw persoonlijkheid, jouw emoties, jouw optreden. Je verwoordt je angst en onzekerheid, je zorgen en je onbehagen, je steun en je bewondering. En ik herken me steeds daarin. Je bent voor mij een held.

Maar spiegelen, wat is dat eigenlijk? Arnon Grunberg heeft er in de VPRO-gids vast een korte verhandeling aan gewijd. ‘Een korte verhandeling over spiegelen’, zoals hij over verlegenheid, etiquette, hardlopen, zondagochtend, Wenen, over allerlei fenomenen korte verhandelingen schrijft. Een korte verhandeling over spiegelen. Grunberg zou er misschien over opmerken dat je jezelf dan ergens verstopt, of dat je zoekt naar inspiratie voor hoe te leven. Heb je dat nodig dan? Waarom, hoe, wanneer?

Om te beginnen met de laatste vraag: ik ben er niet de hele dag mee bezig. Zou nogal wat zijn. Stel je voor. Ik loop door de supermarkt: hoe zou Fidan dat doen? Ik ga naar de zumba: wat zou Fidan doen? Ik drink een biertje in het café op de markt: zie ik Fidan hier zitten? Ik kijk naar Cold Feet: zou Fidan dit zien? Ik lees Alice Munro, Nir Baram, Alicja Gescinska: iets voor Fidan? Dansles: oké, lijkt me echt iets voor haar, maar misschien is ze dat stadium allang voorbij?

fidan5

Still van Fidan in DWDD

Want voor wie haar niet kent: wie is Fidan Ekiz? Ze is journaliste, 40 jaar oud. Getrouwd, een zoontje. Zelf is ze geboren in Rozenburg, en haar familie is van Turkse oorsprong. Ze werkte tijdens de Irak-oorlog in 2003 als oorlogscorrespondent vanuit Noord-Irak. En later werd ze Turkije-correspondent in Istanbul. Ze presenteerde tv-programma’s zoals Veerboot naar Holland, het emigratieverhaal van enkele Turkse gezinnen.

Dit jaar maakte ze een indrukwekkende serie over journalistiek: ‘De pen en het zwaard’. Ze onderzocht in landen als Rusland, Oeganda, Hongkong de mate van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Op het moment dat de eerste uitzending, over Turkije, werd uitgezonden, was de situatie vanwege de harde hand van president Erdogan heel actueel. Regelmatig worden er kranten verboden en journalisten opgepakt. Ik vond niet alleen de mensen die ze sprak heel dapper, maar ook Fidan zelf. Zo’n journalist zou ik willen zijn. Soms, want het vraagt moed. De overtuiging dat je stem gehoord moet worden.

Andere vraag: waarom? Waarom spiegelen? Waarom kijk je naar andere mensen om te zien hoe je moet leven? Kun je dat niet zelf? Misschien wel, maar we zijn sociale wezens met emoties die afhankelijk zijn van anderen. Altijd. Er is empathie, etiquette, rituelen, zin en betekenis. De ander en de relatie tot die ander. Er zijn levensvragen zoals wie ben ik, wat doe ik? En op al die vragen weet ik het antwoord niet. Nooit precies. Ik twijfel, zoals misschien wel de hele wereld twijfelt. Als je niet twijfelt, ben je in mijn ogen niet oprecht. Als je niet openstaat voor anderen, maar het zelf altijd het beste weet, dan klopt er iets niet.

Spiegelen dus. Naar andere mensen kijken en meer kijken naar mensen aan wie je een voorbeeld wilt nemen dan naar anderen. Dat is wat ik doe. Ik denk dat ik dat voortdurend doe. Spiegelen, naar anderen kijken. Dat is leuk en leerzaam, soms bevestigend, geruststellend, en vaak betekent het dat je je leven ietsje bijstelt. Misschien is dat ook wel de belangrijkste reden waarom ik romans lees. Zoekend naar personages die me iets kunnen leren over het leven. Want, hoe te leven, dat blijft zoeken en ik weet het nog steeds niet.

Dank je Fidan dat je me daar een beetje mee helpt.