Categorie archief: vastgeroeste meningen

De heiligen van onze tijd

Hold your beliefs lightly. Dat is niet alleen de boodschap van de blogs die ik publiceer als ‘vastgeroeste meningen’. Het is ook de naam van een prachtexpositie in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Nog tot 5 juni. Zo geef ik mijn ongenuanceerde oordeel meteen weg. Prachtig! Waarom dan en wie is die Perry?

Grayson Perry werd in 1960 geboren in Essex. Hij kleedde zich graag in vrouwenkleding en realiseerde zich als tiener dat hij travestiet was. Toen zijn vader dat ontdekte, hij was een jaar of vijftien en ging er soms op uit als vrouw, en zijn stiefmoeder dat vervolgens rondbazuinde, werd hij het huis uit gezet. Hij keerde terug bij zijn moeder en stiefvader in Great Bardsfield. Er is wel meer over zijn leven te vertellen, maar ik belicht graag dit stukje.

graysonperry

Het Stedelijk in Amsterdam heeft in 2002 een solo-expositie georganiseerd. Misschien dat mensen dat nog herinneren, maar hij is veel beter bekend in Engeland. Hij maakte daar tv-programma’s en kreeg de prestigieuze Turner Prize.

Ze kennen in Engeland ook allemaal zijn teddybeer Alan Measles en zijn alter ego Claire, misschien wel zoals wij Margreet Dolman kennen. Ik heb die drie-eenheid pas zondag 20 maart ontmoet. Ja, dat is al even geleden. Niet omdat het nu zo moest bezinken, omdat ik mijn overtuigingen nog tegen het licht moest houden of omdat ik de weg kwijtraakte tijdens de terugreis vanuit Maastricht. Nee, de blog komt nu pas gewoon omdat het er nog niet van kwam.

perry tapestry

Je ziet in het Bonnefanten vooral vazen en wandtapijten. Jezus aan het kruis in vrouwenkleren en met een erectie. Dat soort beelden. De BBC als een oud vrouwtje, een enorme tempel voor Julie, een doodgewone huisvrouw in Essex, een schip voor de onbekende handwerkslieden uit het stenen tijdperk, Claire in een jurk met oorlogsmateriaal en een machinegeweer in haar handen, de film over een reis op een roze motor die Perry maakte om zich na de oorlog met Duitsland te verzoenen, het levensverhaal van de fictieve Tim Rakewell.

Dat levensverhaal beschrijft Perry in zes grote wandtapijten. De serie waarin Perry de Britse obsessie met klasse en smaak onderzoekt, heet ‘The Vanity of Small Differences’. Tim Rakewell figureert ook in A Rake’s Progress, een serie van acht schilderijen van de 18de-eeuwse schilder William Hogarth. Die serie toont de neergang van de zoon van een rijke koopman die zijn geld over de balk gooit. Het gaat op aan dure kleding, prostituees en gokken. De Tim Rakewell van Perry sterft bijna 300 jaar later na een auto-ongeluk in de armen van een minnares. Te hard gereden, met zijn mobieltje in de weer? Zou kunnen. Het leven is ijdelheid.

moeder perry

Zo zit er een boodschap aan alle kunstwerken. Het vraagt wat van je. Wat is er precies te zien op de kunstwerken en wat wil de kunstenaar daarmee zeggen? De Walthamstow tapestry bijvoorbeeld, aangekocht door het museum, en vijftien meter lang, vertelt over de invasie van merken in het leven van ons mensen, van geboorte tot dood. Merken zoals Gucci, Zara, Apple, Ikea, Prada en veel meer. Het is of course een commentaar op consumentisme. In het centrum staat een vrouw waarin je Maria kunt zien. Niet met een kind in haar armen, maar met een designertas. Ergens boven in de wandtapijten over Tim Rakewell zie je twee ovalen portretjes. Steve Jobs en Bill Gates. De heiligen van onze tijd.

Het raakt me. Perry, die zich vaak, als Claire, in travestie toont, heeft zijn speelgoedbeertje Measles tot een nieuwe heilige verheven. Terecht natuurlijk. Het heeft helemaal niets met bijgeloof te maken, maar het is een subtiel commentaar op de manier waarop wij, mensen, aanbidden, verheerlijken, prijzen, dienen en geloven. Hold your beliefs lightly. Je kunt het ook zien alsof Perry zegt: kijk waar mensen vroeger in geloofden en waar ze nu in geloven. Merken en consumptie. Geloof in je teddybeer is dan veel eerlijker. “Measles troost me al meer dan vijftig jaar”, zegt Perry.

Vreedzaam vechten

We leven in tijden van vrede en vrijheid. Dat horen we zeker rond 5 mei als we oorlogen herdenken en oorlogsslachtoffers. Maar dat wil niet zeggen dat er geen conflicten zijn in onze samenleving. Hans Achterhuis en Nico Koning beschrijven in ‘De kunst van het vreedzaam vechten’, ruim 600 pagina’s cultuurgeschiedenis en politieke filosofie, hoe we daarmee omgaan. Een rijk boek waar ik de afgelopen maand veel van heb geleerd. Prachtige inzichten, een blik op achtergronden van religieuze orthodoxie, conservatisme en populisme, zelfs een wending van mijn wereldbeeld op sommige punten en vooral veel over beschaving en modernisering in de westerse wereld. Aanrader, dit boek.

vreedzaam

Wat zeggen Achterhuis en Koning dan allemaal? Nou, bijvoorbeeld dat conflicten in een autoritaire of hiërarchische verhouding beter beheerst kunnen worden, maar in onze moderne gelijkheidsculturen – hoewel die gelijkheid soms wel genuanceerd moet worden – is dat lastiger. Er komen meer conflictsituaties tot uiting dan in een traditionele cultuur. Tussen ouders en kinderen, mannen en vrouwen, gezagsdragers en burgers, aanhangers van het ene geloof en het andere. Toch is er niet een grote toename van geweld, integendeel. Wat is er dan in onze samenleving dat dit voorkomt? Welke instituties beschermen ons? En zijn de dijken die we hebben opgeworpen tegen alle geweld sterk genoeg?

Girard

De schrijvers zetten verticale samenlevingen (traditioneel en hiërarchisch) tegenover horizontale (modern en gelijk, en bijvoorbeeld ook seculier). Ze lazen Samuel Huntington (Botsende beschavingen), René Girard (over mimetische begeerte en zondebokken), Fukuyama, Hobbes, Machiavelli en Arendt, filosofen die over politiek, maatschappij en menselijke verhoudingen hebben nagedacht. En nog veel meer.

In navolging van Huntington denken Achterhuis en Koning dat er conflicten blijven tussen verschillende beschavingen. Er is hooguit vrede mogelijk, maar geen verzoening. Er blijven tegenstellingen. Het gaat erom die conflicten hanteerbaar te maken. Breuklijnoorlogen vinden plaats op de plekken waar verschillende beschavingen elkaar raken, bijvoorbeeld in Bosnië, Soedan, India. Daarnaast zijn er wel gewelddadige conflicten binnen de invloedssfeer van een beschaving, bijvoorbeeld in Somalië.

Maar waar Huntington stelt dat enkel verschillen tot conflicten leiden, vragen Achterhuis en Koning zich af of juist gelijkheid tussen mensen een bron van conflicten is. Een verrassende vraag misschien. Een vraag die als het antwoord bevestigend is, vraagt om een paradigmawisseling, een copernicaanse wending, maar ze vinden materiaal genoeg voor die bevestiging. Ze baseren zich dan op René Girard, de Franse filosoof en antropoloog die kortgeleden, 4 november 2015, in Stanford is overleden.

We verlangen meestal wat anderen verlangen, stelt Girard. Dat kan een concreet object zijn, een huis, kunst, maar ook een positie, vaardigheid, vriendschap of liefdespartner. Ons verlangen is niet authentiek, denkt Girard, het is gewoon na-aperij. Hij spreekt over mimetische begeerte. Het begeerde wordt begeerlijker naarmate het meer door anderen wordt begeerd. We houden onszelf gewoon voor de gek, want zo authentiek en vrij als we denken, zijn we helemaal niet. Girard vindt niet alleen in de wereld zelf bevestiging, maar ook in de iedereen bekende (of voor iedereen toegankelijke) romans van Cervantes, Flaubert, Proust en Dostojevski. En in de mythes van de oude Grieken.

Als gelijkheid gevaarlijk is, omdat mensen dan gemakkelijker kunnen botsen, moeten er waarden en regelsystemen worden ontwikkeld die ongelijkheid bevestigen, bijvoorbeeld in de verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Daarmee verklaren Achterhuis en Koning de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in traditionele samenlevingen, maar ze keuren die niet goed. Het is geen legitimatie ervan. Interessant, dit deel over arbeidsverdeling en incesttaboe. In de moderne tijd zijn er andere oplossingen om het gevaar van gelijkheid te beteugelen.

Modernisering

Een volgende stap in het boek is de bespreking van die moderniteit. Ivan Illich, filosoof, toont de schaduwkanten van de moderniteit in zijn werk en hij toont zich sceptisch over de moderne gelijkheid van mannen en vrouwen. Kanttekeningen bij moderniteit, oké, maar hier haken veel mensen af bij Illich. Terecht.

Iets vergelijkbaars gebeurt er met Spinoza. Spinoza doorzag net als Rousseau volgens Achterhuis en Koning wel hoe mimetische begeerte werkt. Zo stelt hij in zijn Ethica dat wanneer een mens die op ons lijkt ‘door een hartstocht wordt aangedaan, wij door een gelijke hartstocht worden meegesleept’. Spinoza constateert dat beide geslachten in ongelijkheid maar wel eendrachtig samenleven. In lijn met zijn filosofie ziet hij daar dan een noodzaak in, een natuurwet. Moeilijk te accepteren, dit punt van Spinoza, maar geen reden hem verder niet serieus te nemen.

Een volgende stap in het betoog is de bespreking van protestreligies. In bijna elke religie ontstaat verzet tegen teveel verticaliteit en gezag dat vooral bezig is haar positie veilig te stellen. Protestantisme bijvoorbeeld. De auteurs beschrijven hiermee hoe verschuivingen van een verticale naar een horizontale ordening hebben plaatsgevonden, maar ook een protestreligie kan weer verticaliteit gaan vertonen.

In algemene zin zijn religies in samenlevingen misschien wel ontstaan als een bron van conflictbeheersing. Er is immers een moreel systeem (Gij zult niet begeren wat van uw naaste is), onderscheid tussen goed en kwaad en middelen van boete en straf. Maar religies hebben ook enorm veel conflicten veroorzaakt. Achterhuis en Koning schrijven dat het moeilijk is over de relatie tussen religie en geweld een duidelijke uitspraak te doen.

Beter dan bijvoorbeeld de kerk, lijken moderne instituties zoals democratie, rechtsstaat, vrouwenrechten, te werken. “Een reeks van toevalligheden heeft de westerse beschaving tot voorloper gemaakt in het moderniseringsproces”, schrijven de auteurs. De oud-Griekse democratie, feministische golven in de Middeleeuwen, wetenschap, de Verlichting, Hobbes en Nietzsche, industrialisatie, massaconsumptie en de daarmee samenhangende groei van het individualisme, dat zijn misschien een paar van die toevalligheden.

Genoeg

Moderne mensen denken seculier, individualistisch en kosmopolitisch, stellen Achterhuis en Koning. Maar dat is op wereldschaal het denken van een minderheid. Het staat tegenover sacraal, patriarchaal en tribaal denken, kenmerkend voor verticale samenleving. Het is duidelijk waar hun sympathie ligt (en de mijne) en waar we heen moeten voorzover we daar nog niet zijn.

Ze zetten wel kanttekeningen bij aspecten van de modernisering, bijvoorbeeld waar het tegen grenzen oploopt van wat de wereld aankan. Een noodzakelijke nuancering. We moeten maat houden. Naast geweldsbeperking is begeerteregulering nodig (over die begeerteregulering wil ik nog een blog schrijven, genoeg is genoeg). Maar modernisering is ook onderwijs, geletterdheid, urbanisatie, welvaart, sociale mobiliteit, meritocratie, lhbt-rechten, emancipatie.

Er is veel verzet tegen modernisering. Achterhuis en Koning benoemen de aard van dat verzet als orthodox-religieus, conservatief of populistisch. De bespreking van de eerste raakt bijvoorbeeld aan de actuele situatie in Syrië en Irak en die van het conservatisme en populisme is denk ik ook herkenbaar in de reacties op de vluchtelingenproblematiek en het referendum over de versteviging van de banden tussen Oekraïne en de EU.

Maar goed, dat is mijn kijk op de lijn in het boek van Achterhuis en Koning. De Kunst van het Vreedzaam Vechten. Aanvankelijk dacht ik: is dat echt wat we doen in onze westerse beschaving: vreedzaam vechten? Is de moderne samenleving die Achterhuis en Koning beschrijven niet een utopie? Worden tribale samenlevingen niet te gemakkelijk af geserveerd? Zoeken ze in het boek misschien vooral bevestiging voor de stelling dat we zijn geëvolueerd van een verticale naar een horizontale samenleving?

Ik heb daar voor mezelf antwoorden op gevonden, maar lees het boek vooral zelf. Dan zie je nog veel meer en veel beter. En dan leer je echt een hoop.

Licht op Spinoza

Hoe zou Spinoza denken over de wereld van vandaag? Misschien zou hij wel vinden dat we tijden van verduistering beleven in plaats van verlichting. Ik ben deze maand helemaal in Spinoza. Boeken gelezen, met Spinozakenner Miriam van Reijen gesproken, hoorcolleges beluisterd, zijn Ethica opengeslagen en nagedacht over wat hij nu eigenlijk zei.

Vijf keer Spinoza

1. Benedictus

Benedictus, daar houd ik het op, niet Baruch. Natuurlijk, Spinoza’s vader was een sefardische jood, gevlucht uit Portugal. En hij was joods opgevoed, maar in 1656 werd hij, 24 jaar oud, uitgestoten uit de joodse gemeenschap. Hij gebruikte daarna zelf zijn Latijnse naam Benedictus. Over zijn leven staat weinig vast, zijn biografie is snel verteld. Maar de jaren van zijn leven (1632 tot 1677) waren hectisch. Rembrandt en Vermeer maakten hun schilderijen en na het einde van de oorlog met Spanje in 1648 ontstond er een tweestrijd tussen prins- en staatsgezinden. Moest Willem II het land besturen of moest Nederland een republiek worden? Het was de tijd dat in Nederland de VOC ontstond, een grote handelsorganisatie die grote rijkdommen uit de koloniën haalde, en in Den Haag werd een politieke moord gepleegd. Misschien wel de eerste van de geschiedenis. Het waren ook de beginjaren van de Verlichting. Spinoza deed het licht aan. Benedictus.

spinoza

2. Vrije wil is een illusie

Dat Spinoza het bestaan van de vrije wil ontkent, ligt voor veel mensen lastig. Maar de meeste neurowetenschappers herkennen het wel. Als je meer over de werking van de hersenen zou weten, kun je gedrag voorspellen, verwachten ze. Ze zijn het vaak ook wel eens met Spinoza dat je geen onderscheid moet maken tussen lichaam en geest. Alles is één. Dat alles dan een oorzaak heeft, zoals Spinoza stelde, willen veel mensen nog wel aannemen, maar dat dit betekent dat je keuzes helemaal niet zo vrij zijn, ligt moeilijk. Het lijkt of je mensen daarmee iets van hun vrijheid afneemt. Vrije wil en vrije keuze staan in onze geïndividualiseerde samenleving immers in groot aanzien. Niemand hoeft voor ons te kiezen, dat doen we zelf wel. Dat idee. Op school kiezen we wat we wanneer willen leren, we kiezen zelf op wie we verliefd worden en niemand heeft het recht om mijn leven te sturen. Maar je keuzes blijken achteraf helemaal niet zo verrassend, want je koos wat jij op het moment van ‘keuze’ goed of het beste vond. Jouw ideeën over ‘goed’ en ‘het beste’ komen niet zomaar uit de lucht vallen.

3. God zit in alles

Ik ben niet gelovig, maar het godsbeeld van Spinoza vind ik prachtig. Hij ontdeed God van alles wat we hem als mensen toegedacht hadden. God is oneindig, dat bleef zo bij Spinoza, maar hij is geen persoon op een zetel in de hemel die luistert naar jouw gebeden en dan ingrijpt. Dat kan helemaal niet, volgens Spinoza. Luisteren naar jouw gebed en ingrijpen in de loop der dingen zou betekenen dat God ingrijpt in de wetten van oorzaak en gevolg, de wetten van de natuur. Onzin. Net zoals wonderen onzinnig zijn. Je begrijpt niet wat er gebeurt omdat je de oorzaak niet kent. En goed en kwaad hebben niets met God te maken, maar alles met opvattingen van mensen. Het godsbeeld van Spinoza leidt verder tot bescheidenheid. Je bent als mens niet het centrum van het universum, degene waar het allemaal om draait en waar zelfs God naar zou luisteren, maar slechts een manifestatie van de oneindige natuur. De vraag of Spinoza nu atheïst was of niet, vind ik niet zo interessant. Ik denk dat ieder van de partijen in deze discussie hem graag in zijn of haar kamp wil trekken. Dat was vroeger wel anders. Omdat met name kerk en predikanten veronderstelden dat de ideeën van Spinoza tot afvalligheid zouden leiden, waren zijn boeken tweehonderd jaar lang verboden.

4. Beter leven

Er zit iets therapeutisch in Spinoza’s filosofie, iets van levenskunst. Voor Spinoza ging het uiteindelijk om gelukkig worden. Geluk is niet te vinden in roem of rijkdom, maar eerder in eenvoud. En in inzicht of kennis van hoe het werkt in de wereld. Spinoza begrijpen en navolgen betekent ook dat je negatieve emoties kunt plaatsen. Verdriet, woede, blijdschap, angst of afkeer. Die hebben allemaal net als alles in de wereld oorzaken. Als je begrijpt waar ze vandaan komen, hoef je niet zo te lijden onder de negatieve emoties (boosheid, jaloezie). Dat geeft rust. Je wordt ook een prettiger mens voor anderen en eigenlijk, verwacht Spinoza, wordt het dan gewoon beter in de wereld. De aanpak van Spinoza lijkt wel wat op de rationeel-emotieve therapie.

spinoza4

Beeld van Nicolas Dings in Amsterdam (foto: ton van den born)

5. Totale tolerantie

Vrijheid van denken en spreken was voor Spinoza zelf nog best lastig, want zijn ideeën waren controversieel. Maar wil je een stabiele staat, dan mag je niemand de mond snoeren, vond hij. Democratie is de best mogelijke garantie dat mensen elkaar niet gaan gebruiken. Spinoza maakte zich ernstige zorgen over de bedreiging voor de liberale geest van zijn tijd en over het te grote gezag van de predikanten. Zijn boek de Tractatus Theologico-Politicus, even tussendoor geschreven terwijl hij met zijn hoofdwerk de Ethica bezig was, is dan ook uit nood geboren. De boodschap was vooral dat je politiek en godsdienst moest scheiden en dat de Bijbel, die door mensen geschreven was, niet onfeilbaar was. Een staat moet gebaseerd zijn op rationele en seculiere principes. Leg dat maar eens naast het kalifaat.

Ter afsluiting

Spinoza zou zich misschien ook niet enorm verbazen als hij nu in de wereld zou rondlopen. Hij had een goed inzicht in de aard van de mens. Spinoza’s oplossing is een goede opvoeding. Dat is de weg die leidt tot een gelukkiger leven. Maar het gaat vaak fout omdat kinderen worden opgevoed met vooroordelen en onredelijke normen, ze worden bang gemaakt en er wordt voor hen nagedacht in plaats van dat gestimuleerd wordt dat ze zelf leren nadenken. Het licht gaat pas weer aan met een goede opvoeding, goede boeken en goed onderwijs.

‘Geen koude oorlog maar een hete vrede’

Mijn favoriete krant in Spanje is El País. Het Land. Zo heten kranten: het volk, de stad of zelfs, de wereld. Niet zozeer omdat El Mundo, Die Welt en Le Monde wereldwijd gelezen willen worden, neem ik aan, maar omdat ze over de hele wereld schrijven. Dat doet El País ook, niet alleen over het land schrijven, maar over de hele wereld. De krant veranderde in 2007 de ondertitel van ‘Diario independiente de la mañana‘ (onafhankelijk ochtendblad) naar ‘El periódico global en español‘ (wereldkrant in het Spaans).

El País bestaat 4 mei veertig jaar. Het eerste nummer verscheen een maand of vijf na de dood van dictator Franco. Spanje was net begonnen aan een democratische transitie en singer-songwriter Aute zong over de nieuwe tijd, Al Alba (de dageraad). Ongeveer iedere Spanjaard kon dat meezingen. Het was een tijd van hoop.

pais1

De binnenlandse politiek was het belangrijkste thema en is dat nog steeds. Zelfs bij de terroristische aanslagen op forensentreinen in Madrid (op 11 maart was dat twaalf jaar geleden) ging het vooral over de politiek.

Nog geen regering

El País is het dikst op zondag. Ook deze zondag, 13 maart. Veel ruimte is er vandaag voor een eigen onderzoek van de krant. Sinds de verkiezingen op 20 december 2015 zit Spanje zonder regering. Bij die verkiezing werd weliswaar de conservatief-rechtse Partido Popular (PP) van premier Rajoy de grootste, maar zonder de meerderheid van daarvoor. Naast de socialistische PSOE, jarenlang ongeveer de enige oppositiepartij, zijn er twee nieuwe partijen gekomen waar rekening mee moet worden gehouden. Geen splinters, want ze hebben ieder een aanhang van 15 tot 20 procent van de kiezers. Dat zijn het neoliberale Ciudadanos (burgers), ongeveer tussen D66 en VVD, en de links-populistische Podemos (te vertalen als: yes, we can). Podemos is opgericht in januari 2014 vanuit de Spaanse versie van de Occupy-beweging uit 2011 (los indignados).

De voorman van die partij, Pablo Iglesias – bekend van zijn paardenstaart –, maakt zich niet populair met zijn opstelling in de onderhandelingen. Niet erg constructief, vinden veel Spanjaarden. Ze hebben behalve over zijn opstelling ook ongeveer allemaal wel een mening over de paardenstaart. Iglesias vindt het de schuld van Pedro Sanchez, leider van de PSOE, dat er geen links pact is gekomen. Een groot geschilpunt is echter hun visie op de onafhankelijkheid van Catalonië.

iglesias

In een populariteitspoll van de krant blijkt dat er kleine verschuivingen zouden zijn als er nu verkiezingen zouden zijn. Het verlies van Podemos zou naar Ciudadanos gaan. De meeste mensen zien en samenwerking van PSOE en Ciudadanos wel zitten, maar die twee partijen hebben geen meerderheid in het parlement. Dat geldt voor ongeveer elke combinatie van twee partijen. Als ze er voor begin mei niet uitkomen, schrijft Spanje nieuwe verkiezingen uit.

“Een nieuwe verkiezingsstrijd helpt niet”, schrijft El País in het hoofdredactioneel commentaar. “Dat veroorzaakt alleen maar verdere polarisatie.” De krant constateert wel dat ‘hoewel het lastig is voor de formatie van een regering’ kiezers niet terug willen naar een situatie met twee grote partijen, alleen PSOE en PP bijvoorbeeld.

Van de vier politieke leiders is Rajoy – el presidente en funciones (de man in functie totdat er een nieuwe regering is en een nieuwe premier) – het minst populair. De manier waarop hij de corruptieschandalen in zijn partij van zich af laat glijden, valt niet goed. Het verbaast me dat de PP niet verder is gezakt. Veel Spanjaarden denken waarschijnlijk: ‘och, wat is het alternatief? Het zijn toch allemaal corrupte zakkenvullers.’

Buitenland

Latijns-Amerika ligt in alle opzichten dichtbij Spanje, de gemeenschappelijke taal zal een grote rol spelen. Op de voorpagina staat een ankeiler voor een interview met de Colombiaanse premier, Juan Manuel Santos, over het vredesakkoord met terroristenorganisatie Farc dat 23 maart wordt getekend. “Er is geen perfect akkoord”, erkent hij, maar “dit is een acceptabele balans. Ik ben ervan overtuigd dat Farc vrede wil.” Het betekent het einde van vijftig jaar gewapend conflict.

Verder natuurlijk nieuws over de samenwerking van Turkije met de Europese Unie – opmerkelijk is dat de Spaanse politiek eensgezind het vluchtelingenthema buiten de partijpolitiek en formatiepogingen lijkt te houden. Plus een stuk over de verkiezingen op die zondag in Duitsland. Wat het resultaat ook wordt, schrijft de krant, het wordt een soort referendum over Merkels vluchtelingenbeleid. Ik heb grote bewondering voor haar moedige standpunt, maar een dag later blijkt dat veel Duitse kiezers daar hun twijfels over hebben.

Ian Bremmer, voorzitter en oprichter van de Eurasia Group die in New York onderzoek doet naar wereldpolitieke risicofactoren, schrijft dat we niet in een nieuwe koude oorlog zitten, zoals Dmitri Medvedev, premier in Rusland zou hebben gezegd, maar in ‘een hete vrede’. Dat – die hete vrede – is misschien wel het mooiste citaat in de krant van deze dag. “De situatie is nu totaal anders dan in 1962”, denkt hij. Bijvoorbeeld omdat de VS en Europa lang niet zo eendrachtig zijn en China niet geïnteresseerd is in een nauwe relatie tussen Peking en Moskou.

Wat remt hen?

Verder naar achteren lees ik een verhaal over de onzekere toekomst voor acteurs en actrices na het winnen van een Oscar. “Waar zijn Roberto Benigni, Halle Berry en Renée Zellweger gebleven?” Hun carrière verliep bergafwaarts nadat ze waren gelauwerd. En in dat deel van de krant staat ook een artikel over vijf schilderijen van Francis Bacon die uit een woonhuis in Madrid zijn gestolen, geschatte waarde: 30 miljoen euro. De Ierse schilder overleed in 1992 in Madrid. De roof was in juni 2015, maar er is nog steeds geen enkel spoor.

Halle Berry makes an emotional acceptance speech after receiving the Best Actress for her role in "monster's Ball," during the 74th Annual Academy Awards, Sunday March 24, 2002.

Deze blog wordt misschien wel lang, maar de krant is ook zo dik. Ik bedacht, als iemand me ervoor wil betalen, dan lees ik de krant wekelijks, of dagelijks als het moet, en haal ik eruit wat je zou kunnen interesseren. Ja, dit is een open sollicitatie in het wilde weg, why not? Belangstelling? Zoek dan contact, reageer, bel, mail, spreek me aan op straat. Mag in Spaans of Nederlands. In het Brabants eventueel.

Goed, nog één stuk wil ik noemen uit de krant zelf. Uit de economiebijlage. Want het artikel over het glazen plafond – ¿Qué frena a las mujeres? – heb ik uitgeknipt. Een antwoord wordt in het stuk wel geformuleerd op de vraag wat vrouwen tegenhoudt. Het zijn volgens El País enerzijds allerlei stereotypen en vooroordelen over vrouwen aan de top, en anderszijds de situatie dat de werkende vrouw naast dat werk drie keer zoveel tijd aan het huishouden besteedt dan de werkende man. Open deuren misschien, maar het moet af en toe gezegd en geschreven. Veel van de lezers van de krant zullen het artikel in waarschijnlijk het minstgelezen deel van de krant overigens niet eens zien.

Tsjernobyl

Die lezers van El País, dat zijn er dagelijks bijna twee miljoen. Elke dag krijgen ze met de krant supplementen over thema’s zoals mode, cultuur of reizen. Babelia zit op zaterdag in de krant. Dat zijn zeker twintig pagina’s over schrijvers, boeken, muziek en voorstellingen. En op zondag is er de kleurenbijlage, leesstof voor de hele verdere week en soms nog meer. Kleurenbijlage inderdaad, want de rest van de krant is helemaal zwart-wit en grijs.

Tsjernobyl staat op de voorkant van die bijlage, dat heb ik al gezien. Want het is in april dertig jaar geleden dat hier de kernreactor ontplofte. Drie jaar geleden was ik in Kiev (hier foto’s), in het museum over Tsjernobyl, en ik las later het boek van Nobelprijswinnares Svetlana Aleksevitsj met getuigenissen van mensen over de ramp. Beide, museum en boek, maakten veel indruk. Dat er iets onherstelbaars is gebeurd op honderd kilometer ten noordwesten van Kiev, is over 100.000 jaar nog te merken. Er zijn pas dertig jaar verstreken.

Sartre in de herkansing

Sartre kwam naar Wageningen, dat was tenminste de bedoeling. Hij zou in de tas van Maarten van Buuren, hoogleraar Moderne Letterkunde in Utrecht, naar het zondagse filosofiecafé komen. Sartre, ik heb aardig wat van hem gelezen, vooral omdat hij de partner was van Simone de Beauvoir. Dertig jaar geleden las ik al haar romans, autobiografieën en essays. Ze vertelden me veel en ze raakten me diep. Veel dieper dan Sartre. Waarschijnlijk begreep ik hem niet erg goed.

Een herkansing voor Sartre dus, maar zondag bleek Maarten van Buuren niet in het café. Ook een eerdere keer – toen hij over Nietzsche kwam spreken of Heidegger – liep het mis. Nu stond de afspraak verkeerd in zijn agenda, maar hij kwam alsnog op maandagavond. Niet in het café, maar in een keuken in Bennekom.

“Sartre is een van mijn lievelingsfilosofen”, zei Van Buuren. Hij heeft een voorkeur voor literaire filosofen en literaire kwaliteiten had Sartre volop. Die etaleerde hij bijvoorbeeld in De Walging. “Misschien sprak me dat boek me wel zo aan omdat het gaat over iemand die diep in de put zit. Sartre noemt het woord ‘depressie’ echter niet.” Van Buuren heeft zelf beleefd wat het is om in een depressie te komen.

Hij kwam eruit, misschien kwam Sartre er wel uit door De Walging te schrijven, maar deze week kwam Joost Zwagerman er niet uit. Het is even een zijsprongetje, want de zelfdoding van die man die ik zeer bewonderde, vond ik heel pijnlijk. Zwagerman was de man die voorbeeldig kon bewonderen. Dat kon Sartre ook wel, denk ik. Hij schreef over Genet en Baudelaire bijvoorbeeld. Tot 1952 koos hij geen partij, zegt Van Buuren. “Hij wilde boven de partijen staan.” Maar daarna omarmt hij nogal kritiekloos het communisme van Stalin en later van Mao. “Niet zijn meest glorieuze periode”, vindt Van Buuren.

Zijn filosofisch denken is een ander verhaal. Het is vooral neergelegd in ‘L’être et le néant’. Het gaat over zijn en bewustzijn. En dat is waar Van Buuren begint: bewustzijn. “Je stelt je misschien voor dat het iets is wat in je hoofd zit, maar voor Sartre (en eerder voor Husserl die hem daarin voorging) is bewustzijn altijd bewustzijn van iets. Er zit beweging in, een beweging naar buiten toe. Intentionaliteit.”

Dan zet Sartre de volgende stap. “Niet alleen ‘kennen’ is intentioneel, zegt hij, maar ook ‘zijn’. We ‘zijn’ in de mate waarop we ons buiten onszelf werpen.” Dat is lastig en hier dreigt Van Buuren me kwijt te raken. Hij voert zichzelf op en zegt dat hij dat zelf doet in projecten. Want in projecten, en dat kun je breed zien, kun je je manifesteren. En zolang je projecten hebt – een boek schrijven, iets bouwen, een blog bijhouden – ben je.

“Dus als ik lui op de bank een leeg programma op RTL4 kijk, ben ik er niet” vraagt iemand. “Dat zou Sartre bevestigen”, denkt Van Buuren. “Je moet jezelf ontwerpen. Heidegger zegt ook zoiets: we zijn in het niets geworpen. Daar begint het. We zijn dan in de mate waarin we ruimte innemen. Als je ouder wordt, krakkemikkiger, valt je zijn ook langzaam weg. En in een depressie is het er helemaal niet meer.” Beangstigend, vindt hij, “maar van Sartre word ik juist optimistisch. Zijn manier om het leven zelf vorm te geven biedt je kansen.”
Dan kom je bij Sartre’s beroemde uitspraak dat existentie vooraf gaat aan essentie. Eerst is er ‘zijn’, je bent in het leven geworpen, maar dan moet je zelf keuzes maken, en daarin word je wie je bent.

Dat lijkt een cirkelredenering. ‘Er is niet zoiets als een essentie die je een vooropgesteld levensdoel of richtsnoer geeft’, lees ik in de inleiding. ‘Nee, pas door je verhouding tot de buitenwereld in het bewustzijn, existeer je en kun je iets van je essentie herkennen.’ Je essentie is dan het spoor dat je trekt door het leven, een spoor van vallen en opstaan, successen en falen. Dat hoort allemaal bij je. Simone de Beauvoir zei ook: je bent geen vrouw, maar je wordt vrouw. Dat geef je zelf vorm.
simone-free-to-use
En daarin heb je volledige vrijheid. Goed en fout heeft bij Sartre vooral te maken met dat je keuzes maakt (goed) of die juist ontloopt (fout). Het is het tegenovergestelde van authenticiteit, en het is onwaarachtig als je niet de vrijheid accepteert om het leven zelf vorm te geven. Je bent te kwader trouw als je je verschuilt achter verwachtingspatronen en de rollen die je geacht wordt te spelen omdat je bijvoorbeeld moeder bent, politieagent, journalist. De verstarrende werking van normen in de maatschappij. “Het gaat erom dat je niet wegkruipt in zo’n rol, dat je het laat stollen.”

Het is een mooie gedachte. Volledige vrijheid om het leven zelf vorm te geven, en dat wordt bijna ook een plicht om het leven zelf vorm te geven. Existeren doe je helemaal zelf. Van Buuren praat over een survivaltocht. Je wordt in het leven als op een survivaltocht ergens gedropt, zonder opdracht en zonder doel. Goed, een paar dingen zijn je gegeven, zoals het land waar je geboren bent, maar verder is er absolute vrijheid. Dat is misschien ook een opgave en een leegte. Die leegte proef je in het existentialisme, zoals de filosofische visie van Sartre en ook van Simone de Beauvoir heet. Ik voelde dat waarschijnlijk ook in de romans van De Beauvoir. Ik kan het nu benoemen als leegte, ‘een ontluisterend besef van het ontbreken van een vooraf gegeven essentie’.

Sartre staat daarin tegenover andere filosofen, bijvoorbeeld Foucault, die meer  gedetermineerdheid zien. De keuzes die je maakt, zijn volgens Foucault niet in volledige vrijheid tot stand gekomen. Vrijheid is een illusie, voerde hij en andere filosofen na Sartre aan.

Hoe dan ook, Sartre was een briljant denker, vindt Van Buuren. En ik neem me voor meer projecten te ondernemen en meer te ‘zijn’. Niet op een zolderkamertje, maar daarbuiten. Ik heb het gevoel dat je dan niet alleen jezelf vorm geeft en een plaats in de wereld inneemt, maar ook gelukkiger wordt. Ik denk dat ik zo misschien dichter bij mijn essentie kom.

Tien tips voor het leven

Lieve Elena,

Erg leuk om wat van je te horen. Hoe is het leven in Irkoetsk? Je hebt vast al gehoord dat Aequor – de organisatie waar ik zo lang heb gewerkt – niet meer bestaat. Jij als virtuele correspondent voor het personeelsblad dat al veel langer was opgeheven. De laatste dag, 31 juli, hebben we voor het eerst een vrijdagmiddagborrel gehad. En natuurlijk ook direct voor het laatst. Eigenlijk was ik al vanaf 1 maart weg bij de organisatie, maar het is altijd leuk om nog wat oud-collega’s te zien. Na de borrel zou de vlag worden gestreken, maar helaas: de sleutel was zoek. Het ziet er best triest uit, zo’n leeg kantoorgebouw waar we zoveel fijne dagen hebben gehad. Maar waarschijnlijk hangt de vlag er nog, dat dan weer wel. Aequor is desondanks nu helemaal geschiedenis.

Je vroeg me waar ik me dan nu zoal mee bezighoud. Af en toe een freelance artikel. En ik had net een paar onderwerpen op een rijtje gezet om een blog over te schrijven. Ik geef ze even. 1. Tien manieren om een twitterstorm te vermijden 2. Het weinig sprookjesachtige leven van Keizerin Sisi (ben net op het Loo geweest) 3. De slechtste film die ik in jaren heb gezien heet Unity 4. Als je een ‘Filosofie van de Eenvoud’ kan schrijven, heb je dan misschien ook een filosofie van de complexiteit, of van de overdaad? 4. Susan Neiman meets Jean-Jacques Rousseau (ondertitel: ben ik eigenlijk al volwassen?) 5. Vijf levenslessen van de zomergasten van dit jaar 6. Op zoek naar de geest van Gandhi 7. Ode aan de onzekerheid 8. Waarom ik zo van kostuumdrama houd 9. I am Jazz en I am Cait (de dans van de trans) of 10. Het beste zomerboek dit jaar (Dat was of ‘Een dag van stilte en lawaai’ of ‘Ali en Nino’).

Erzsebet_kiralyne_photo_Rabending

Elisabeth, koningin van Hongarije,
keizerin Sisi  (foto: Emil Rabending)

Wat vind je? Allemaal theater? Wat ik eigenlijk wil met mijn blog? Nou ja, schrijven is leuk, en verder zelfpromotie. Laten zien dat ik originele meningen heb. Of in elk geval dat ik denk dat ik die heb. Laten zien wat me bezighoudt. Dat er echt wel meer door me heen gaat dan de knellende vraag of ik niet vergeten ben om uit te checken, de bemerking dat ik weer de helft van de ingrediënten mis of een chocoladepistachebanaanijsje bij Fontana in Bennekom. Ik leer bijvoorbeeld veel van de zomergasten van dit jaar.

Eigenlijk heb ik helemaal geen ervaring met twitterstormen, dat valt af. Het idee dat dat bestaat, intrigeert me. Waar komt het toch vandaan: de noodzaak om storm te lopen en te laten zien dat ook jij aangedaan bent door weer zo’n uitspraak van iemand die niet snapt waar het om gaat in de wereld? De diepe onderbuik, terechte verontwaardiging, de overtuiging dat de wereld zich aan ons moet aanpassen in plaats van andersom, want we hebben toch verworven rechten en wie daar aankomt, moet opzouten? Ik weet het niet.

Misschien komt het omdat ik op Twitter nog nooit een opmerking heb gemaakt over groeiende vluchtelingenstromen, open grenzen en anti-vluchtelingenmuren, Griekse toestanden, angstige PVV-mentaliteit, racistische tradities of lekke vluchtelingenbootjes. Ik ben een fan van jullie Pussy Riot, van Malala, Simon Schama, Ayaan en Banksy, maar ik ben lang niet zo dapper.

Lieve Elena, ik wijd een beetje uit. Je kent me, niet? Je wilt natuurlijk vooral weten of ik het verlies van Aequor (en mijn collega’s daar) al verwerkt heb – ik word niet meer gillend wakker – en hoe het staat met de liefde. Weinig te melden daarover. Nee, mijn leven is erg oppervlakkig :). De grote vraag na lezing van het boek van Marius de Geus (ja, Filosofie van de Eenvoud) is slechts: hoe kan ik vorm geven aan een ecologisch (meer) verantwoorde levensstijl? Beter tien manieren om met vereenvoudiging van het leven een verrijking van het bestaan te realiseren dan tien (overbodige) tips om een twitterstorm te vermijden. Ik ga erover denken. Schrijf je me wat jij ervan vindt? En schrijf me over de liefde natuurlijk.

Besos!

Anne Frank herluisterd

‘Oudere mensen hebben een mening over alles en wankelen niet meer in hun daden door het leven’, schrijft Anne Frank op zaterdag 15 juli 1944. ‘Wij, jongeren, hebben dubbele moeite onze meningen te handhaven in een tijd waarin alle idealisme vernield en verpletterd wordt, waarin de mensen zich van hun lelijkste kant laten zien.’

Bijzondere observaties. De afgelopen weken luisterde ik naar het luisterboek van Het Achterhuis, voorgelezen door Carice van Houten. Bewonderenswaardig en ontroerend, open en eerlijk. Wat me vooral trof waren Anne’s kritische woorden over zichzelf. Ze voedde zichzelf op. ‘Nee Anne’, zo schreef ze dan. ‘Zo ken ik je niet. Dat is niet goed.’

Anne-Frank

Voordat ik beluistering van Het Achterhuis afsloot, was ik in een biografie over Anne Frank begonnen. Nieuwsgierig naar wat er was gebeurd voordat de familie Frank (vader, moeder, zus Margot en Anne) samen met de de familie van Pels (vader, moeder en Peter) en tandarts Fritz Pfeffer in het Achterhuis onderdoken, en wat er daarna gebeurde. Want op 4 augustus 1944 werden ze verraden – door wie zal waarschijnlijk nooit definitief bekend worden – en weggevoerd via kamp Westerbork naar Auschwitz. Met ongeveer de laatste trein die naar Polen vertrok. Anne en Margot overleden uiteindelijk in Bergen-Belsen, ergens in februari 1945.

Terwijl ik las (en luisterde), realiseerde ik me dat er nauwelijks vier maanden zaten tussen de geboortedatum van mijn moeder (18 februari 1929) en die van Anne (12 juni 1929). Maar hun oorlogservaringen zijn heel verschillend. Er zijn natuurlijk zoveel oorlogsverhalen, en we moeten ze blijven herhalen. Hoewel in de literaire leesclub waarin ik deelneem, wel eens wordt verzucht: nee, liever geen oorlogsboek deze keer.

Toch heb ik nu ook Ian Buruma’s boek over 1945 gelezen. Over de honger, de afrekening, de euforie, de pogingen om de oorlog achter te laten en verder te gaan, de mislukkingen, het opportunisme, opduikend antisemitisme, opbouw, en waar het verder allemaal toe leidde. De oorlog was voorbij, maar hij was niet echt voorbij.

Nog even terug naar de opmerking van Anne Frank: oudere mensen hebben een mening en wankelen niet meer. Dat hoop ik niet en het zou ook jammer zijn. Dit is mijn eerste blog, maar een van de categorieën vormen de ‘vastgeroeste meningen’. Een van de doelstellingen is om die te onderzoeken en misschien wel te verwerpen. Om, zoals Anne schreef, te zeggen: ‘Nee Ton, zo ken ik je niet. Klopt het wel en kun je er ook niet van een andere kant naar kijken?’