Tagarchief: dans

Laat je meevoeren in TRÆNS

Twee mensen, een vrouw en een man. Ze lijken erg op elkaar. Beiden dragen alleen een zwarte slip en zwarte hakken, 12 centimeter hoog. Hun haar zit identiek en hun lichaamsbeharing is nul. Dat is wat de toeschouwer van TRÆNS ziet. Kijk je naar een dansvoorstelling of een performance?

Dans of performance, dat zijn allemaal hokjes, vindt Igor Vrebac, die zichzelf ook niet als choreograaf benoemt of als regisseur, maar vooral als maker. Maker bij De Nieuwe Oost, een productiehuis in Arnhem voor theatermakers, choreografen, schrijvers en muzikanten die ‘groot durven dromen’. Een onbegrensd productiehuis waar hokjes er niet toe doen.

“Ik noem het fysiek theater”, zegt Vrebac. “Vergeet dat maar, want het is ook een hokje.” Je ziet een voorstelling waarbij de twee spelers een uur lang als derwisjen om elkaar heen draaien, steeds contact zoekend met het publiek. Het publiek is daarmee eigenlijk medespeler, medeplichtig haast. Niet iedereen waardeert dat blijkbaar, want halverwege lopen twee mensen de zaal uit. “Ik ben daar alleen maar blij om”, reageert Vrebac later. “Heerlijk! Dat is dus blijkbaar niet mijn publiek.”

Poster: Igor Vrebac en Menno van der Meulen

TRÆNS, de titel van het stuk, verwijst niet alleen naar genderoverschrijding, maar ook naar ‘trance’. In trance, de toestand waarbij je bijvoorbeeld door meditatie of bewegingsherhaling op een ander bewustzijnsniveau komt. Laat je meevoeren, meezuigen, aanraken. Dat is dan de opdracht. De cirkelpatronen van de twee spelers, inderdaad geïnspireerd op de derwisjdans, en de repetitieve muziek van componist Tonny Nobel helpen daarbij. Het vergt uithoudingsvermogen, een uur lang op die hoge hakken. In ieder geval voor de spelers. Voor de toeschouwers lijkt tijd tijdens de voorstelling een andere dimensie te krijgen.

“Overgave”, typeert een bezoeker het achteraf. En, “wanhoop”, voelde ze. Of “een verwijzing naar de levenscyclus.” Vrebac had dit niet speciaal voor ogen. Hij wilde vooral ‘zo min mogelijk’, want, zegt hij: “Hoe minder je overhoudt, hoe meer je communiceert.” Hij omschrijft het als een hypnotiserend en sexy ritueel, waarin, aldus het persbericht, het feminiene en masculiene wordt blootgelegd en het aardse ontstegen.

Mooie woorden, maar een thematisering van gender is TRÆNS zeker. Vrebac, die eerder de voorstelling ‘Macho Macho’ maakte over mannelijkheidscliché’s, zegt tijdens een nagesprek ook wel iets over wat hij bij het publiek wil oproepen: vragen en bevreemding. Want, “zoals bij de mannelijke speler de hakken bevreemdend werken, is dat van de vrouwelijke speler het topless-zijn.”

Julius Thissen, maker van videoperformances, vindt het mooi hoe Vrebac dan een soort van tussenlichamen neerzet. Hij thematiseert in zijn video’s zelf ook gender en stereotypen en voorafgaand aan de voorstelling is een videoperformance van Thissen te zien. “Ik ben wel blij dat TRÆNS zich niet zo expliciet uitspreekt over gender”, zegt hij. “Zo’n voorstelling heeft dan niet alleen betekenis voor transpersonen. Iedereen heeft in het leven toch te maken met verwachtingspatronen van man- en vrouwzijn.”

TRÆNS is in 2018 nog zeker acht keer te zien, soms in een verkorte versie. Voor meer informatie en speellijst, zie hier.

Deze bespreking is aangeboden aan Dans Magazine.

Danser in Lyon

Schuin kijk ik naar de andere dansers. We hebben allemaal een lange, grijze regenjas aan, een hoed op en grote schoenen aan. Mijn speciale dansschoenen passen zelfs over mijn gewone schoenen heen. Elk half uur kun je hier meedoen aan een uitvoering, ergens in een halfverlicht zaaltje in het Musée des Confluences. We zitten met zo’n vijftien mensen tegen de wand, het licht wordt minder, een stem zegt wat we gaan doen. ‘Sta op en stamp op het ritme van de muziek naar het lichtvlak. Ga heel dicht bij elkaar staan. Handen in je zak en hoofd naar beneden. Ren op het teken allemaal achter een van jullie aan die uit het groepje ontsnapt.’ Ja, in het Frans. Vandaar dat ik me soms moet voegen naar de andere danseurs.

Danser Joe heet het. Het is onderdeel van een expositie over hedendaagse dans. Maguy Marin, Pina Bausch, Merce Cunningham, Kurt Jooss. Le sacre du printemps in vijftig verschillende uitvoeringen. Deze expositie is echt de enige reden dat ik naar dit museum op een stukje grond waar Rhône en Saône samenvloeien (confluence), ben gelopen. De hele geschiedenis van de hedendaagse dans in foto’s, video’s en muziek. Bij de ingang van de expo krijg je een koptelefoon en dan loop je de dynamische wereld van de dans binnen.

lyon-191116-20a-klein

Ik ben in Lyon. Ja, wie gaat er nou naar Lyon? Ik ken niemand die me is voorgegaan. Lyon, daar rijd je zo snel mogelijk aan voorbij op de Route du Soleil naar warmere oorden, zuidelijker streken, zonniger landen. Zo ontoeristisch lijkt me dat dan dat ik er heen wil. Juist daarom. En er is vast wel een theater en een kunstmuseum. Wat blijkt, er is een mooie balletvoorstelling in het theater en een prachtige verzameling in het kunstmuseum. En dat is lang niet het enige.

Vieux-Lyon is het mooiste deel van de stad. Huizen uit de middeleeuwen, pleintjes van kinderkopjes, binnenplaatsjes achter poorten. Traboules heten die doorgangen. Lyon was de stad van de zijdewevers, het was de stad van de marionetten en ik veronderstel dat het ook de stad van de dans is. Of is het toeval dat ik tegen dansscholen en balletwinkels loop, dat er voor de l’Opéra voortdurend hiphopdansers bezig zijn, dat de dansexpositie nu draait? Kan, maar wel een leuk toeval dan.

Op de ene heuvel ontstond een Romeinse stad toen Caesar besloot om vanuit Lugdunum zoals Lyon toen heette de Galliërs te verslaan. Op een andere heuvel strekte zich de Gallische stad Condate uit. Nu de Croix-Rousse, een wijk met bochtige straten en lange trappen. Daar loop ik een paar dagen rondjes. Maar een hoogtepunt is de uitvoering van het Ballet de l’Opéra de Lyon van drie dansstukken van drie verschillende choreografen (Childs, De Keersmaeker en Marin) op muziek van Beethoven. Danser Joe natuurlijk, en het prachtige Musée des Beaux Arts.

Op een grijze maandag – ja, dit museum is open op maandag, er komen dan ook schoolklassen en tekenstudenten – loop ik er uren rond. Langs Picasso, Rubens, Zurbarán, Delacroix, Rodin, Manet. Na een lange kunstmiddag drink ik een biertje in bar les Berthom voordat ik terugreis naar Bron, een voorstad van Lyon waar ik bij Dominique en Albert in hun Airbnb-kamer logeer.

Ik heb een lang weekend veel gezien in Lyon, maar lang niet alles. Het doet me denken aan het gedicht van Wilmink: Op doorreis door Vlaanderen. ‘Ach mijn vrouw wil naar Zuid-Frankrijk / voor vakantie en vertier. / Daarom rijdt ze nu door Vlaanderen / en ik ben haar passagier. / Meid, waarom zo ver gereden, / waarom blijven we niet hier, waarom blijven we niet in Vlaanderen / met zijn duizend soorten bier?’ Lyon? Aanrader. Hoewel de kans steeds kleiner wordt dat je in het Musée des Confluences nog mee kunt doen aan Danser Joe – ik waarschuw maar – blijft er genoeg te zien en te beleven.

Foto’s van Lyon staan hier.

Dance Academy in herhaling

Sammy is verongelukt. Er is veel verdriet op de Australische dansschool in het centrum van Sydney. Tara Webster zou met Sammy dansen voor de Prix de Fonteyn. Hij had voor die prestigieuze internationale danscompetitie een prachtige choreografie in elkaar gezet. En in de uitzending van gisteren was het zover, de dag van de danswedstrijd. Zomer 2016, geen lid van de doelgroep, maar ik kijk de herhaling van Dance Academy, dagelijks op tv.

Het is ook de zomer van vakantie in Japan, een bijzondere ervaring die me nog lang bij zal blijven. Japan heeft indruk gemaakt. De mensen, de sfeer, de bezienswaardigheden. Ik ben er nog niet mee klaar. Met Pokémon Go, de immens populaire game die er deze zomer werd gelanceerd, heb ik nog niet eens kennisgemaakt.

Eerder las ik boeken van Haruki Murakami en Yasunari Kawabata. En met de leesclub bespreken we zondag ‘De tuin van de Samoerai’, van de Amerikaans-Japanse Gail Tsukiyama, maar meer indruk maakte ‘Een bijna volmaakte vriendschap’ van Milena Michiko Flasar. Over de dagelijkse ontmoeting van een salary man (lid van het leger van werknemers die zich dagelijks naar kantoor spoeden en keihard werken) die zijn vrouw niet durft te vertellen dat hij zijn baan kwijt is en de jongen die nadat hij zich twee jaar lang verscholen heeft op een kamertje in het huis van zijn ouders, weer naar buiten komt. Het gaat dan misschien eigenlijk over de sociale druk in de Japanse samenleving. Dat is denk ik een maatschappij waar mensen erg bevreesd zijn om buiten de groep te vallen.

Het is ook de zomer van de Olympische Spelen in Rio. Ik heb enorm veel bewondering voor Nafissatou Thiam bijvoorbeeld, de Belgische zevenkampwinnares, voor Sifan Hassan, die elke 1500 meter totnogtoe beslist vanuit de achterhoede, en voor turnkampioene Sanne Wevers. Op de een 10-centimeter brede evenwichtsbalk waar ze haar salto’s en pirouettes doet, zou ik al hoogtevrees krijgen.

Wat me wel opvalt is dat de tv vaak erg nationalistische keuzes maakt. NPO schakelt steeds naar de Nederlandse sporters en BBC volgt vooral de Engelse medaillekandidaten. Yurigate, de liesblessure van Dafne Schippers, de tegenvallende zwemprestaties, dat vroeg allemaal veel aandacht en diep-filosofische beschouwingen. “Komt het nog goed met de Nederlandse sport, beste kijkers, we gaan het vannacht ontdekken.” De interviewtjes met de sporters – hoe ging het, kun je even ons meenemen in de wedstrijd? – zijn vaak nogal voorspelbaar. Normaal kijk ik zelden sport, maar ik kijk nu voor mooie sport (dat zijn niet de vecht- of krachtsporten) dan nog het liefst naar het Belgische Sporza. “Usain, moeten we je naam niet veranderen van Bolt in Gold?”

Natuurlijk is de zomer altijd de zomer van de Zomergasten. Maar de eerste twee gasten vielen tegen. Hedy d’Ancona (78), PvdA-politica en actief feministe, met haar verhalen over vroeger, filmbeelden van bijvoorbeeld Una giornata particolare, en de actualiteit van Koot en Bie, vond ik wel heel boeiend. De interviewer, Thomas Erdbrink, correspondent in Teheran, komt in mijn ogen niet zo goed uit de verf. De serie is nu halverwege, de zomer is nog niet voorbij. Het kan nog goedkomen.

Het is de zomer van de boeken die ik lees, zoals altijd. Maar echt boeken die me bij zullen blijven, heb ik nog niet gelezen deze zomer. Kan nog. Aardig is nu in elk geval het boek van de Spaanse Marian Izaguirre. ‘Toen het leven nog van ons was.’ Het speelt zich af in 1951, voor mensen die tot het Republikeinse kamp behoorden, betekent het overleven in een fascistisch land waar veel niet meer kan. Het leven is hen ontnomen, lijkt het wel. De buitenlandse Alice en boekhandelaar Lola pakken daar iets van terug en lezen samen de memoires van Rose, een mooi verhaal in een ander mooi verhaal.

dance-academy-tara-on-black

En ten slotte is het dus ook de zomer van Dance Academy, een jeugdserie die voor het eerst werd uitgezonden tussen 2010 en 2013. De drie seizoenen, 65 afleveringen, komen elke werkdag op tv en ik volg het met veel plezier. Nu Sammy is verongelukt en ik de belangrijkste karakters in de serie heb leren kennen, is het verdriet op de dansschool invoelbaar. Bij Abigail bijvoorbeeld die eerder een relatie met Sammy had en bij Ollie, waarmee Sammy uit de kast kwam. Toen ging het een paar afleveringen over zijn homoseksuele geaardheid en reacties van de omgeving daarop. “Ik heb altijd al een homoseksuele vriend willen hebben”, roept Tara uit terwijl ze hem omhelst.

Wat de serie zo goed maakt, is niet alleen het inkijkje in de balletwereld, een wereld die me fascineert, maar ook alle emoties die de dansers meemaken. De ene aflevering zitten ze in een diep dal, na een teleurstelling, een harde opmerking van een dansconcurrent of het gevoel dat ze er nooit zullen komen. De volgende aflevering staan ze in de schijnwerpers, zijn ze volmaakt gelukkig, verliefd misschien, en ervaren ze de vriendschap van medestudenten op de Dance Academy.

Dance Academy wordt vooral verteld vanuit het perspectief van Tara Webster. Ze leert ballettechniek (inspirerend voor mijn danslessen), en soms ook hedendaagse dans en hip-hop. De vrienden, de schoolsfeer, liefdes, de docenten. Ik droom nog weleens van die mooie tijd toen ik net aan de studie in Wageningen begon. Een tijd van dromen en kansen, van hoop en teleurstelling. Er is veel mooie dans te zien in de serie, maar deels is het dan zeker ook nostalgie.

Een kwetsbare zoektocht naar jezelf

Recensie This is me / As time goes by

Confronterend, emotioneel, kwetsbaar, intiem. Dat zijn woorden die passen bij de dansvoorstelling This is me / As time goes by. Bianca Janssen Groesbeek en Farida Nabibaks maakten deze voorstelling van een uur, met muzikale begeleiding van de Nijmeegse dance-popformatie Geminga. De première was zondag 24 april in Theater Hoge Woerd in Utrecht. 

Dansvoorstelling van Bianca Janssen Groesbeek, Farida Nabibaks met muziek van Geminga (Claudia Pino en Jean-Paul Pino)
Foto:Gideon Laureijs

Ik ben wie ik ben en ik mag er zijn, dat tonen Bianca Janssen Groesbeek en Farida Nabibaks in de voorstelling, maar pas op het eind. Want het valt niet altijd mee om te zijn wie je bent en je te tonen zoals je bent. Met alle regels die voortdurend zeggen wat je moet doen en wat je niet moet doen. Door de jaren heen blijf je zoeken naar een plek in de wereld. Dat laten ze zien en ze nemen de kijker daarbij mee in gevoelens van eenzaamheid, strijd, liefde, angst, trots, afhankelijkheid, groei.

Het thema – ik, het leven, ouder worden, jezelf vinden – is veelomvattend, maar omdat je deelgenoot wordt van alle dieppersoonlijke emoties, is het een uitermate intieme voorstelling. De beide dansers tonen hun persoonlijke veranderingen met het verglijden van de tijd, as time goes by. Of zoals het in de flyer staat: ‘Je ziet het dansende lichaam dat langzaam ouder wordt.’ Er is ook herhaling, een terugkeer naar vroeger of een poging daartoe op zijn minst. Dat kun je zien als het verlangen naar de jeugd. Maar die terugkeer lukt niet helemaal.

Janssen Groesbeek en Nabibaks tonen zich in hun kwetsbaarheid en zoeken in al hun onzekerheid naar wie ze zijn. Dat doen ze in dialoog met zichzelf, met elkaar en met de twee muzikanten die soms daadwerkelijk naar de dansers gaan. Zangeres Claudia Cathérine raakt hen ook aan en zo wordt de band met de muziek nog sterker. De voorstelling voelt af en toe echt ongemakkelijk, maar is uiteindelijk, zoals de flyer belooft, werkelijk ontroerend en geruststellend. Want kracht is nog een woord dat past bij deze voorstelling, de kracht van kwetsbare mensen. En acceptatie. Dat je er inderdaad mag zijn. En als laatste woord: indrukwekkend.

Janssen Groesbeek, bioloog en filosoof, en daarnaast gepassioneerd danser en choreografe, nam het initiatief voor de voorstelling. Ze doet ook onderzoek naar de biologische basis van dans. In deze voorstelling werkt zij samen met Farida Nabibaks. Nabibaks, afgestudeerd aan de Scapino Dansacademie, is kunstenaar, performer, choreograaf en docent. En ook filosoof, afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In recente performances zoals Traces of Time en Aards/Earthly vroeg ze aandacht voor onbewuste sporen van het koloniaal verleden in de maatschappij. Geminga, die binnenkort een eerste cd Bipolar uitbrengt, componeerde de muziek speciaal voor deze voorstelling.

De voorstelling is nog te zien op 1 mei in Bijlmer Parktheater Amsterdam en 22 mei in De Lindenberg Nijmegen, steeds om 15.00 uur. Tickets via www.performance-thisisme.nl.

(Deze recensie komt of heeft ook in VARnws gestaan, huis-aan-huisblad voor de regio Leidsche Rijn)

Mata Hari is dans als poëzie

Goed idee, Ted Brandsen, een ballet over Mata Hari. Dat dacht ik toen ik hoorde over de plannen voor de productie. Mata Hari was een mysterieuze persoonlijkheid, en ze was ook danseres. Mij fascineert haar uitstraling van femme fatale en haar dramatische leven vol vraagtekens. En ook het dynamische tijdperk waarin ze leefde, het Parijs van het fin de siècle, de belle époque. Heel bijzonder leek me om dit in dans te kunnen zien en beleven.

In zijn voorwoord in het programmaboek prijst Ted Brandsen, die de choreografie maakte voor Mata Hari, zijn dansers ‘zonder wie alle dans slechts een gedachte is’. En vooral Anna Tsygankova, op wie hij de rol van Mata Hari heeft gecreëerd en op wie ik zondagmiddag 21 februari verliefd ben geworden. De prachtige foto’s waarin ze innig met een enorme slang verstrengeld ligt, doodeng, hadden me al verleid: dit ballet wilde ik per se zien.

“Een bizar gevoel”, zegt Anna Tsygankova over die slangenfoto’s. “Je kan alleen maar vertrouwen dat het goed gaat.” Ze voelde direct de connectie met Mata Hari. “Het was een ongelooflijk gevoel van eenwording met het mysterie.”

In Leeuwarden heb ik eens een kleine expositie gezien over Mata Hari. Ze komt ook uit Friesland. Margaretha Geertruida Zelle. Mata Hari was haar artiestennaam. “Ze heeft veel gedaanteverwisselingen ondergaan”, zegt Brandsen. “Als een Lady Gaga of Madonna van honderd jaar terug. (…) Het gewone leven was haar te klein, dus maakte ze dat groter. Ze creëerde haar eigen realiteit.”

mata

Het ballet toont haar in allerlei gedaantes, in prachtige kostuums, tien verschillende ontwerpen van François-Noël Cherpin. Anna Tsygankova trekt in elke scène de aandacht, mijn aandacht in elk geval, helemaal naar haar toe. Want op deze zondag danst zij de rol. Soms nemen Igone de Jongh of Maia Makhateli, twee andere eerste solisten van Het Nationale Ballet, het van haar over. Maar ik ben blij: vandaag leidt Anna Tsygankova me door het leven van Margaretha (1876-1917). Haar ongelukkige huwelijk, haar twee kinderen van wie er een misschien is vergiftigd en de ander haar wordt ontnomen, haar tijd op Java en later in Parijs. Daar werd ze Mata Hari, een Indiase danseres, en daar deed ze auditie bij Diaghilev. Die wees haar af.

“Ze begon met spioneren toen haar vorige rol, die van danseres en aantrekkelijke vrouw, was uitgespeeld”, zegt Brandsen. “Maar ze gedroeg zich nog teveel als courtisane.” Courtisane? Dat is ‘een vrouw van lichte zeden die zich in hogere kringen begaf en vanwege elegantie en omgangsvormen daar werd geaccepteerd’. Dat was Mata Hari ongetwijfeld ook. “Margaretha zag de wereld als één groot decor”, vervolgt Brandsen. “De vele mannen met wie ze omging waren figuranten in háár film.”

De Volkskrant miste de spanning in het ballet en de emotionele verdieping in haar personage. Mata Hari wordt te weinig mens, volgens recensente Mirjam van der Linden. Ze blijft een raadsel, maar juist het mysterie past helemaal bij Mata Hari zoals ik haar voorstel.

Het ballet gaat langs haar leven als een sneltrein die af en toe vaart mindert, dat was de bedoeling van Brandsen en librettist Janine Brogt. Ik voel daarin de tragiek van haar leven, de teleurstellingen, de zucht naar erkenning en roem, de gebroken ambities, de dreiging van de oorlog en het dramatische einde. Schitterend is Shiva, een dromerige tempeldans, prachtig de reis met scènes in Milaan, Wenen en Madrid, overtuigend het duet met haar geliefde Vadime Mássloff (Arthur Shesterikov). Ik vond Mata Hari, het ballet, in woorden zoals ze zelfs gezegd zou hebben ‘een gedicht waarin elke beweging een woord is.’