Tagarchief: Gulbenkian

Met Hannigan in de hemel

Intens, intensief en, zo lijkt het, intuïtief. Blote voeten, handen voor haar mond, zuchtend, roepend, zingend. Zo staat Barbara Hannigan in het grote auditorium van het Calouste Gulbenkian. In Lissabon. Ze brengt een modern-klassieke compositie van avant-gardist en saxofonist John Zorn.

Het stuk heet Jumalattaret. Proef dat woord, Jumalattaret! Zet de klemtoon vooraan. Jú. Júmalattaret. Fins, schijnt het. Godinnen, betekent het. Zorn liet zich inspireren door de Kalevala, een verzameling eeuwenoude verhalen die in 1835 zijn opgetekend. Ik associeer het met het koude noorden. Hoog, zoals de stem van Hannigan. IJl, zoals de begeleiding van de piano. Complex, zoals de compositie. Intrigerend, zoals de hele voordracht. En onbereikbaar ver, want weg zodra de klanken zijn weggestorven.

John Zorn zit in de zaal, Barbara Hannigan staat op het podium en Stephen Gosling zit achter de piano. Achthonderd mensen zijn muisstil. Ze zijn gegrepen. Gepakt. Opgeslokt. Ze zijn in het moment, in een prachtig moment. Het is een schitterend geluk. Achthonderd mensen voelen zich opgetild, als mijn gevoel te extrapoleren valt. Dan zijn ze net zo gebiologeerd, geborgen, gezegend, gelukkig. Verzaligd als dat een woord is. Verzield. Gehannigand. Gezornd. In aanbidding van de godinnen.

Stel je voor, je bent in Lissabon, en hoort dat je gratis naar een concert kunt. Een première van een sopraan die je bewondert. Oké, je moet Lissabon met een dag verlengen, je moet een kaartje bemachtigen en je bent weer buiten voor je binnen bent, want het concert duurt nog geen half uur. Je staat langer in de rij voor een kaartje dan dat je straks in de zaal zit.

Maar wat zou het? Voor de fameuze Belém-gebakjes, drie happen, is de wachttijd twee uur. Voor een blik in Lello’s, de beroemde boekenwinkel van Porto, maximaal een kwartier, sta je drie uur in de rij. Wil je naar het openbare openluchtoptreden van het Nationaal Ballet van Portugal, zorg dan dat je lang tevoren een stoel vindt. En blijf zitten.

Júmalattaret. Julia, Judith, Juliette, dat zouden godinnennamen kunnen zijn. Het stuk is als een boek vol emotie. Verdriet ligt in Hannigans zucht en vreugde in haar zang. Vrees en verlangen vechten met elkaar. Adoratie en aanbidding. Ze voelt met haar voeten, met haar hele lichaam en ze brengt dat gevoel naar de zaal. Godinnelijk! Ik voel me gelukkig. Zolang het concert duurt en nog lang daarna, voel ik me gelukkig.