China 2009
Beijing (18 – 21 juli)
“Kuda, kuda”, wijst een serveerster op mijn schrift. Ze lacht uitbundig. Maar ‘kuda' kan voor mij alles betekenen. ‘Ik vind het mooi! Ik wil ook zoiets! Dat ziet er raar uit! Best knap dat je zo kan schrijven! Of, je bent vast zo'n Europese toerist die tijdens het diner zijn dagboek nog moet bijhouden.'
Het is de avond van de tweede dag. Om de hoek is het Tiananmen-plein, het Plein van de Hemelse Vrede; 800 bij 500 meter groot. Met het mausoleum van Mao. ‘s Avonds, zodra het donker wordt, moet iedereen er weg. En wil je overdag over het plein lopen, dan moet je met je tas door de beveiliging. Ruim twintig jaar geleden werd hier gedemonstreerd voor democratische hervormingen, de nog ontbrekende modernisering op het lijstje van toenmalig Chinaleider Deng Xiaoping. Het is bekend: bij het hardhandig neerslaan werden vele studenten gedood en nog veel meer studenten werden gearresteerd en soms jaren vastgezet.
Om een andere hoek ligt het hotel waar we met de reisgroep (twintig personen) een dag of drie verblijven. Ik ben in die groep de ‘einzelgänger' en zo zit ik nu ook alleen in dit restaurant. Ze hebben een Engelse menukaart, hoera! Het probleem is wel dat de serveerster daar niet veel mee kan. Ze geeft me een kopje thee en eetstokjes en legt uit dat ik zelf de nummertjes die corresponderen met de gerechten (vegetables, noodles, beer) moet opzoeken op de Chinese kaart.
Foto
“Welcome to China”, zegt een meisje op de Chinese muur. We zijn in Badaling, ongeveer 70 kilometer ten noorden van Beijing-centrum. Een gerestaureerd stukje muur. Aan die muur, volgens gids Mick 8.800 km lang, werd ongeveer 2.200 jaar geleden begonnen. Het land was voor het eerst in de geschiedenis een eenheid geworden (onder de Qin-dynastie) en de muur moest bescherming bieden tegen Mongoolse barbaren. Later, halverwege tijdens de Ming-dynastie, 1370 tot 1640, is nog hard gewerkt aan de muur. Het is ongeveer het eerste excursiepunt.
Ik heb de Chinese gevraagd of ze me op de foto wil zetten, muur op de achtergrond. Deze zondag is de eerste dag dat ik in het land wakker ben geworden, vertel ik. Namens China heet ze me welkom. Drie woordjes, meer niet. Maar ik vind het fantastisch en ik word helemaal blij. En ik zweef over de muur.
De fotografie op zo'n zondag is uitbundig. Hier op de muur, later in het Summer Palace, en zelfs een dag eerder in de boeddhistische Lama-tempel waar mensen wierookstokjes aansteken. De helft van de duizenden mensen die ik om me heen zie, doet iets met een camera en de andere helft poseert. Mobieltjes, compactcamera's en soms ook stevige telelenzen. Ik doe van harte mee. En later zal blijken dat ik nog nooit zoveel vakantiefoto's heb gemaakt, ruim 2.000 in drie weken.
798
Op het Tiananmen-plein spreek ik een lerares die buitenlanders Chinese taalles geeft en een kunstschilderes. Aanvankelijk ben ik achterdochtig op het plein, want we zijn gewaarschuwd dat vriendelijke meisjes je hier meenemen om thee te drinken. En vervolgens word je gedwongen om honderden euro's af te rekenen. Vervelend, want je vertrouwt op het plen niemand meer die je vriendelijk aanspreekt. Maar over theedrinken beginnen ze niet. “Ken je het kunstdistrict 798?”, vraag ik de schilderes. “Werk je daar misschien?”
De reis naar dat kunstcentrum, een eind buiten het centrum van Beijing, duurt de volgende dag zeker een uur. Een stukje lopen, metro, en vervolgens een stadsbus. Ik wijs de conducteur in de bus op de Chinese karakters in de gids voor ‘artdistrict 798' en gebaar dat ik er daar uit wil. Dat gaat prima en zo kom ik bij het verbouwde fabrieksterrein.
Er zijn werkplaatsen en expositieruimten. Ik vraag me af hoeveel ruimte (vrijheid, niet vierkante meters) de kunstenaars hier krijgen. Het engagement lijkt eerder op milieu, consumptie, westerse invloed en de afbraak van een sociale structuur gericht dan op politiek en mensenrechten. Boeiend! Het is misschien allemaal niet zo onafhankelijk, avant-gardistisch en autonoom als je zou verwachten op een fabrieksterrein. Maar de waarde van moderne kunst wordt langzamerhand ook in China erkend en buitenlandse kunstenaars en musea hebben hier veel contacten.
Nu gaan op dit moment veranderingen hard. Vanwege de economische groei, de voortdurende oriëntatie op het westen, de digitale ontwikkelingen en zeker ook de Olympische Spelen. We rijden zondagochtend even langs het Vogelnest, het grote stadion waar de openingsceremonie was en vele wedstrijden plaatsvonden. De volgende dag zien we dat er nog wel stadsgedeelten zijn die traditioneler ogen en niet twintig, dertig of veertig verdiepingen de lucht insteken. Maar de hutongs, ommuurde stadswijken met steegjes van bijna acht eeuwen oud, worden bedreigd, want oud is achterlijk en modern is mooi. In de ogen van vele Chinzen althans.
Krekel
“Ik zorg beter voor hen dan voor mijn vrouw,” vertelt een krekeltemmer in zo'n oud stadsgedeelte van Beijing. We zitten bij elkaar gepropt in de huiskamer. De temmer toont zijn krekels. Hoge inzetten, zware strijd. Dit is wat ze eten, zegt hij, en dit zijn de prijzen die ik gewonnen heb en de krantenartikelen die erover geschreven zijn. “Ik ben een serieuze krekeltemmer”, is zijn boodschap. En met een enorme grijns schenkt hij nog een kopje thee in.
Amy – dat is de Engelse naam die onze gids voor zichzelf heeft gekozen – vertaalt. Ze begeleidt ons tijdens een ‘hutongtour'. We gaan in fietsriksja's door smalle straatjes. Amy is een knap, vrolijk en grappig meisje van 23, 24 jaar, afgestudeerd in taal of toerisme. Ze fietst mee en belt af en toe even; ‘we zijn onderweg, we komen eraan'. Ik probeer de krekel – van onschatbare waarde - te fotograferen en wens de krekeltemmer succes met zijn toekomstige gevechten.
Na operabezoek in het luxueuze Qianmen hotel, met een mooigezongen verhaal – Autumn River (over een 19-jarige non die naar haar geliefde wil aan de andere kant van de rivier en de bootsman die haar overzet) – verdwaal ik. In donker Beijing lijken straten en gebouwen op elkaar. Er wordt bovendien gedanst langs de straat, op de muziek van een draagbare speler op een tafeltje. Dat leidt af. Weg kwijt! Ik loop een hotel binnen en laat de receptioniste het sleutelkaartje zien van het hotel waar ik zit. Haar buitenlandse taalkennis is nul, en die van een andere receptioniste, is even groot. Ze roepen er nog een derde bij, bellen een keertje en komen er dan uit. ‘Go the street', zo vertellen ze. ‘Hit the road', denk ik. Ik moet het nog maar een keertje vragen.
Xi'an (22 en 23 juli)
De langste zonsverduistering van de eeuw, daarvoor zijn mensen speciaal naar China gekomen. Niet naar Xi'an waar we na een lange treinreis in de ochtend van 22 juli aankomen, maar naar Shanghai, waar de maan minutenlang de zon zal bedekken. Bij Xi'an zitten we hooguit in de zone waar de zon voor 80 procent verdwijnt. Het is bovendien zwaarbewolkt.
Toch proberen we iets van het natuurverschijnsel mee te krijgen. We zijn nog niet ingecheckt en wachten in de lobby van het hotel op de sleutels. Als het dan ongeveer eclipstijd is, halftien in de ochtend, steken we de weg voor het hotel over en lopen een parkje langs de stadsmuur van Xi'an in. Daar wordt gepingpongd. Een van de pingpongers wenkt en biedt een batje. Terwijl het nauwelijks merkbaar een beetje schemert, slaan we een balletje mee. De eclips gaat ons zo ongemerkt voorbij.
Later ontmoet ik een Noorse familie die de eclips hadden meegemaakt vanaf een cruiseschip tussen China en Japan. Een speciale boot waar ze twee weken lang in afwachting zijn geweest van die zeseneenhalve minuut duisternis midden op de dag. Maar anders dan veel teleurgestelde eclipsreizigers hadden ze een perfect zicht.
Erebaantje
We maken een fietstochtje over de stadsmuur van Xi'an; ruim zes eeuwen oud, ongeveer 14 kilometer lang en vandaag in de mist. Een leeg parkoers, maar een jongetje van een jaar of zeven gaat net voor ons met fiets en al pijnlijk onderuit. Hij blijft even liggen onder zijn fiets, we stoppen, maar het valt mee. 'Wat moeten die toeristen van mij?' lijkt hij te denken.
Later lopen we over de markt naar de grote moskee, een van de grootste van China. Ik bedenk dat ik geen idee heb hoe het met de protesten staat van de Oeigoeren, de moslims in Xinjiang, in het noordwesten van het land. Nieuws is ver weg. De krant is alleen Chinees en de enige tv-zender waar Engels gesproken wordt, is een staatszender die vooral economisch nieuws heeft. Er kan een grote opstand zijn, onrust of wat dan ook, maar wij horen niets.
De belangrijkste bezienswaardigheid in Xi'an is het terracottaleger, een ondergronds leger dat Qin Shi Huang tweeduizend jaar geleden in de wacht zette. Ongeveer dertig kilometer buiten Xi'an. Was de naamgever van de Qin-dynastie bang voor de geesten van de onder zijn verantwoordelijkheid gedode vijanden in het hiernamaals of hoopte hij zo na zijn dood zijn regeren voort te zetten?
Elke van de duizenden wachters is anders. Bij de opgravingen lagen ze in stukken, ongeveer vijf meter onder de oppervlakte. Ze worden nu nauwgezet in elkaar gepast. In de winkel zit de boer die in 1974 per toeval op het leger stuitte. Je kunt een fotoboek kopen dat hij voor je signeert. Een erebaantje. En hij heeft het druk.
Krukje
Terug in de stad. Er is voortdurend iets te doen, bij de stadsmuur. Vroeg in de ochtend doen mensen er tai chi (met langzame bewegingen vanuit de buik) en bewegen ze met behulp van allerlei draaiapparaten hun benen, heupen, armen en rug. “Zo moet het”, zegt een oudere mevrouw; ze toont hoe een apparaat voor de benen werkt.
's Avonds wordt er gezongen en gedanst. Ik sta een tijdlang te kijken naar een groot gezelschap met mensen die hun ingestudeerde dans met live percussiebegeleiding tonen. Onvermoeibaar, zo lijkt het. Soms wordt het tempo van de troms erg hoog en volgen de dansers
Een paar honderd meter verderop zingen vrouwen met minstens sopraanbereik traditionals, tenminste ik denk dat het traditionals zijn. Iemand komt met een krukje aanlopen als ik een paar minuten sta te luisteren. Ook hier is live begeleiding; een tweesnarige huqin-viool en andere strijkers. Veel melodie zit er niet in de muziek, maar de glijdende tonen roepen zijn wel geladen met emotie. Een dag later, als ik er tegen de avond weer langskom, zitten dezelfde muzikanten er weer; de zangeressen zijn anderen.
De Chinese muziek, pentatonisch of niet, komt nog een paar keer terug. Op tv, waar ik tussen de zestien kanalen van de landelijke CCTV een muziekzender vind die is gespecialiseerd in Chinese opera. Op straat, waar je regelmatig iemand met een Chinese viool ziet. En ook bij de Sichuan Opera in Chengdu en de Naxi in Lijiang.
Chengdu, Leshan en Emeishan (24 – 27 juli)
Melissa is onze gids de komende dagen. Ze wacht ons op buiten het vliegveld van Chengdu en gaat mee naar de panda's, naar Leshan (Big Buddha, 70 meter hoog) en Emei shan (heilige berg; met monniken, kloosters, tempels en nog meer boeddhabeelden). Over drie dagen brengt ze ons terug naar hetzelfde vliegveld. “Mijn kaartjes zijn op,” zegt ze. Ze heeft twintig briefjes geschreven met haar naam, telefoonnummer en mailadres. We krijgen ook een roodgekleurd gelukshangertje van haar.
Ze neemt ons mee naar een toeristisch dorpje langs een rivier. In het dorpje wordt geprobeerd om de bouw en de sfeer van vroeger te handhaven. Maar de toeristenindustrie verpest een hoop. Je vindt er veel dezelfde goedkope souvenirtjes, waaiers en doosjes.
En verkleedwinkels. Die heb ik ook al in het Summer Palace in Beijing en bij de pagode in Xi'an gezien, maar hier zijn er nog meer. Je kunt je een mooie jurk zoals die honderd of tweehonderd jaar geleden gedragen werden, of een keizersuniform aantrekken. Je haar wordt gekapt, vlechten erin, een hoed op. En dan poseren. Een hoop lol, want behalve een deel van de groep verkleden zich hier ook groepsleider Jan, als laatste keizer, en Melissa, in pure schoonheid.
Schaduwspel
“We hebben geluk”, zegt Melissa als we onderweg zijn naar het pandacentrum. Met veel zorg wordt hier de populatie van de bijna uitgestorven dieren, die zich in het wild moeizaam voortplanten, aangevuld. Een paar dagen geleden is er een tweeling geboren. Een van de twee ligt in een couveuse achter dik glas en een militair staat op wacht om te voorkomen dat mensen storend en flitsend langsparaderen. Fluisteren mag, fotograferen niet. Het nauwelijks tien centimeter lange roze pandawezentje heeft nog niets van de witzwart behaarde beren. Het lijkt uitermate kwetsbaar. En ondanks alle zorg en belangstelling ook wel een beetje eenzaam.
Bij de toeristeninformatie in Chengdu informeer ik naar tijden en locaties van de Sichuan Opera. De groep heeft geen belangstelling en ik besluit als enige – einzelgänger – dat ik dit graag wil meemaken. De dames van het toeristenbureau hebben alle tijd voor mij. Ik krijg een glaasje water. Gekookt, nog warm, dus betrouwbaar. En of ik niet even wil zitten om in de Engelstalige tijdschriften te bladeren waar ik begerig mijn handen naar heb uitgestrekt. Ze zijn hier niet te koop, maar in welk hotel zit je, vragen ze, “dan kunnen we wel een exemplaar bezorgen.”
Het programma van de Sichuan Opera bevat niet alleen opera. Behalve een echt operadeel komt er een solist op het podium die een melancholiek lied op een huqin-viool bespeelt. Ik luister geconcentreerd naar zijn subtiele klanken. Een poppenspeler toont zijn meesterschap en er wordt een schaduwspel gespeeld.
Een vast onderdeel in Sichuan is ten slotte het wisselen van maskers. Dat is een stunt die de snelle stemmingsveranderingen op het toneel verbeeldt. In een halve tel, terwijl een speler een draai om zijn as maakt of een waaier voor zijn gezicht haalt, verandert zijn masker, en daarmee zijn gezicht en zijn uitdrukking. Van roodgekleurde moed en trouw, naar een witte schurk, zwarte ruigheid en een groengekleurd ego. En tijdens de hele show schenken theedames uit potten met een meterslange tuit voortdurend je kopje bij. Probeer daar maar eens een voorstelling van te maken :).
Honor
Lachend bekijkt een man de foto die ik van hem gemaakt heb op het schermpje van mijn camera. Hij wist op zijn buurman, maar die wil niet. Ik ben op een markt in Emei shan, dichtbij het hotel. Tegenover de markt wenken vrouwen, geen kapsters of naaisters, maar waarschijnlijk prostituees. Of ze willen me op z'n minst een erotische massage geven.
We gaan naar de heilige berg. Het drenst de hele dag terwijl we er over de paden lopen. Dat levert een kleurig gezicht op van poncho's en paraplu's. Ik lees de ‘socialistische' do's en don'ts over ‘honor & grace'. Die staan geschreven op borden langs de paden op de berg. Bijvoorbeeld ‘ loving your homeland is an honor'. En ook: ‘serving the people, being honest and hard work and struggle' . Allemaal uitermate eervolle activiteiten in socialistisch China.
T-shirt
Even een uitstapje, want we zitten toch op de 'heilige' berg. De partij, zo lees ik in de gids, had tijdens de jaren van de culturele revolutie (van 1966 tot de dood van Mao in 1976) moeite met religie. Maar de soms gecombineerde leer van Boeddhisme, Confucianisme en Taoïsme heeft wel veel invloed (gehad) op mensen en mentaliteit. Het Confucianisme is bijvoorbeeld een humanistische filosofie met leefregels voor evenwicht, respect, goedheid en geluk. De filosofie is nogal conservatief in de zin dat Confucius vond dat de samenleving het beste draaide als iedereen plichtsgetrouw zijn rol zou vervullen, als vader, zoon, leider of bediende. Stabiliteit in plaats van chaos en revolutie.
Hoe dat precies gerelateerd is aan alle wierook en wensen, weet ik niet. Maar veel vaker nog dan er in een katholieke kerk een kaarsje wordt aangestoken, zie je hier dat mensen hun diepste wensen opschrijven en wierook branden.
Vooral het teken van een lang en gelukkig leven heeft een zekere status in China. Confucius zei bijvoorbeeld: “ a person with a kind heart lives a long life .” In Kunming koop ik een T-shirt waar dat teken – waarschijnlijk – op staat. “Het is in elk geval erg goed,” vertellen twee verkopers in de kledingzaak. Een vertaling kunnen ze me niet geven, maar ze steken beiden hun duim omhoog.
Lijiang (28 en 29 juli)
in Kunming kom ik pas later op deze reis. Van Chengdu vliegen we naar Lijiang, een dorp in de uitlopers van de Himalaya met veel mensen van de Naxi-minderheid. Daar komen we tegen middernacht bij het hotel.
De volgende ochtend kom ik de eerste Naxi tegen, op de markt waar ik 's morgensvroeg een paraplu/parasol koop, en later als ik door het dorp loop op weg naar het ontbijt. Mooie mensen met gegroefde gezichten. Vooral oudere mensen dragen klederdracht, jongere mensen veel minder. Dat is kleurrijke kleding, met veel blauw en rood, en soms een zwarte tulband.
Ik ben op weg naar het ontbijt. In een restaurantje, een beetje buiten de drukkere centrumstraten, laat een vrouw me een ei en tomaat zien. Prima, knik ik en even later krijg ik rijst, groenten, omelet en koffie.
Minderheden
Er zijn zo'n 300.000 Naxi. Het is een van de bijna zestig etnische groepen in China. De Han is de grote groep in China, ruim 90 procent van de 1,3 miljard mensen. De minderheden wonen vooral aan de grensgebieden van het land, van noordwest naar zuidwest.
In Yunnan, hoofdstad Kunming, wonen een twintig minderheden. In Kunming op de universiteit is, als ik daar een paar dagen later op de campus rondloop net een congres plus tentoonstelling afgelopen. Een dag eerder. Ik loop er door zalen waar nog foto's hangen, maar er wordt geruimd.
Voor de Han geldt het eenkindbeleid. De minderheden zijn daarvan vrijgesteld. Overigens wordt het voor de Han-Chinezen ook steeds gemakkelijker om meer kinderen te krijgen. Het eenkindbeleid heeft een gevreesde bevolkingsexplosie voorkomen. Jared Diamond van wie ik deze dagen Collapse lees – over de ondergang van beschavingen – is positief over deze politiek. Maar China ziet nu dat er een onevenwichtige situatie dreigt te ontstaan. Het ging blijkbaar te goed. Straks als de bevolking vergrijst, zijn er onvoldoende werkenden.
Matriarchaal
‘s Middags loop ik rond de Black Dragon Pool, een meer op ongeveer anderhalve kilometer van het oude stadsdeel. Veel wandelaars, een dongba-school (dongba, wijze man, is een belangrijke Naxi-religie) en veel oude mensen. Ik maak zelfs een foto van iemand van 95, misschien wel de oudste mens die ik ooit op mijn digitale fotokaart heb vastgelegd. Toen op 1 oktober 1949 de volksrepubliek China ontstond, onder Mao, was hij 35 jaar oud. Stel je voor, hij heeft het allemaal meegemaakt. Dit jaar bestaat die volksrepubliek overigens zestig jaar.
Terug naar de Naxi. Hoe sterk dat nu is, is me niet duidelijk, maar de Naxi (eigenlijk de Mosuo, een deel van de Naxi) waren heel matriarchaal. Dat wil zeggen dat de vrouwen familiehoofd waren. Kinderen hoorden bij de moeder en de vader zorgde hooguit voor steun. Het vaderschap was van ondergeschikt belang – een woord voor vader is er blijkbaar in de Mosuotaal niet - en eigenlijk is volgens deze mensen het hele huwelijk een inbreuk op het gezinsleven. De vrouwen kunnen een minnaar verleiden, afwijzen en een relatie beëindigen als ze dat willen. Seksuele vrijheid, maar helaas zien de media en veel Chinezen dit als losbandigheid.
Dat lees ik in het Chinadeeltje van 'te gast in...'. Het schijnt dat het matriarchaat zo'n 5.000 tot 7.000 jaar geleden in China nog veel uitgebreider was, maar nu blijft er weinig van over. En het toerisme, ook vanuit de rest van China, heeft het Mosuo-leven nu behoorlijk veranderd.
Het Naxi-concert is een soort Buena Vista Social Club, oude mannen die het podium opgaan en succes hebben. Op het toneel schuifelen twintig mannen van 70 tot ver in de 80. Sommigen worden naar hun plek geleid of ondersteunen elkaar. Ze pakken hun traditionele instrumenten in de hand en richten hun blik op de zaal. Ze kijken strak voor zich uit, in afwachting van de presentatrice. Er komen ook vijf jonge vrouwen het podium op. Zij zingen of bespelen op basis van een conservatoriumopleiding strijkinstrumenten zoals de zheng en de pipa. Originele Tao-tempelmuziek; kijk ook op YouTube.
“Goed dat u gekomen bent,” zegt de muzikale leider die het halverwege het concert van de presentatrice overneemt. In spijkerbroek, maar ook hij is allang zeventig geweest. Hij vertelt in Chinees en Engels hoe hij als klassiek dirigent in de culturele revolutie verdacht was en in gevangenschap terecht kwam. Na zijn vrijlating ging hij het Naxi-orkest leiden.
“Goed dat u hier zit en ons ondersteunt, want we hebben het moeilijk. Elk jaar ontvallen ons mensen.” Hij wijst op de (38) foto's van de individuele orkestleden die boven het podium hangen. “Er komt bijna niemand bij. Bovendien moeten we opboksen tegen de popmuziek. Ach, dat is toch allemaal rotzooi en lawaai!”
Kruidendokter
Oude mannen. Ondanks de verhalen over matriarchaat zijn die oude mannen prominent aanwezig in Lijiang. Overal waar je kijkt. We fietsen vanuit Lijiang naar Baisha, een tochtje van 40 minuten naar een dorpje. Oude mannen bij de ingang van het dorp, maar we ontmoeten er vooral de 86-jarige dr. Ho.
Dr. Ho, of eigenlijk zijn zoon, vertelt dat hij bezoek heeft gehad van Michael Palin, de acteur van Monty Python die later reisprogramma's maakte voor de BBC. “ Interesting bloke, crap tea ”, meldde Palin. Ook Maxima en Balkenende zouden hier thee hebben gedronken. En na ons komen waarschijnlijk Carice, Jan-Jaap, Georgina, Matthijs en Victor & Rolf. Maar de eerste bekende gast was Bruce Chatwin, schrijver van reisverhalen, die in de New York Times de Tao-kruidendokter introduceerde.
We krijgen ook thee. En een Nederlandse kopie van een tekst die over de reputatie van de dokter gaat. Ik heb mijn visitekaartje meegenomen, want dr. Ho verzamelt die kaartjes.
Binnen- en buitenkant van het huis hangen vol met krantenartikelen en brieven die zijn kunde als kruidendokter onderstrepen. Van alles om zijn reputatie in de wereld te bevestigen. De hele zelfpromotie lijkt een beetje doorgeslagen: terwijl de ene groep toeristen een rondleiding krijgt in de spreekkamer, zit de volgende groep in de wachtkamer. Met thee en leesvoer over het leven van dr. Ho.
We krijgen ook thee mee, opgevouwen in een stukje papier – later zit heel mijn rugzak vol theestof – en samengesteld uit zes locale kruiden. “Heel heilzaam”, verzekert zoon Ho. En, ja, er komen nog regelmatig patiënten. Vanuit de hele wereld. Maar voor de meeste bezoekers is dr. Ho nu eerder een vriendelijke Naxi dan een genezend arts.
Dali (30 en 31 juli)
Lijiang was heel toeristisch, te toeristisch. Vooral ‘s middags werden de smalle straatjes overvol. Ik hoop dat Dali rustiger is, en gelukkig is dat ook het geval. Vooral als je de centrale wandel- en winkelstraat vermijdt.
Ik zie een groep kinderen die net worstelen, kungfu of turnles hebben gehad. Er is markt en er is ook een internationale foto-expositie op straat. Vele huizen zijn beschilderd met typisch Chinese taferelen, rond de oude stad loopt een muur en eromheen liggen rijstvelden. Van het hotel, een kilometer buiten de oude stad, loop ik via wat achterstraatjes naar die oude stad. In een winkel waar ik water koop, wordt gedut. En de enkeling die ik hier tegenkom, groet terug.
Ook hier, in Dali en bij het Erhai-meer waar Dali ligt, wonen Naxi. Met Jim, getrouwd geweest met een Nederlandse en behalve restauranteigenaar ook excursieorganisator, maken we de volgende dag een tocht rond het meer. Door dorpjes, op het meer, en bij een tempel waar we thee krijgen, een familie waar kaas wordt gemaakt, tussen de tabaksplanten en de rijstvelden, een patio, en op bezoek bij een dorpsgyneacoloog die toont hoe hij vrouwen helpt bevallen.
Sigaretten
Deze excursie is een hoogtepunt op de reis. Authentiek China, zo voelt het. Niemand die ons opwacht om in onderhandeling te gaan over de aankoop van goedkope toeristenspullen. Spelende kinderen op straat, vissers, boeren, patio's waar een paar kippen en een koe loopt - de huiskoe veronderstel ik – mensen met een deel van de oogst op hun rug.
De weg rond het meer is deels onverhard. We moeten ergens stoppen waar de bus en de auto worden schoongespoten. Maatregelen vanwege mond- en klauwzeer, vertelt Jim.
Hij groet iedereen die we tegenkomen en deelt sigaretten uit. Het is belangrijk voor hem, bedenk ik, dat hij hier terug kan komen om andere groepen rond te leiden. Dat mensen geen antipathie krijgen tegen die toeristengezelschappen, met hun brutale camera's en overdreven lenzen, vraag ik me af. Ik denk aan de arrogantie van de toerist die op een straathoek in Lijiang minutenlang zijn camera met telelens in de aanslag hield terwijl de Naxi-vrouw die hij wilde fotograferen haar gezicht bewust van hem afwendde. Ik heb niets gezegd, maar ik ben nog boos.
En ik zie mezelf soms ook wel een beetje lopen. Zodra ik iemand tegenkom in het veld, denk ik: ‘ha, een authentieke dorpschinees', en richt soms al zonder nadenken of vragen de camera op de vaak wat geschrokken kijkende man of vrouw. ‘Zo', denk ik, ‘die heb ik.' En we lopen weer verder. Hoelang kan dat goed gaan?
Bevalling
De dorpsgyneacoloog zit er niet mee. Hij nodigt ons uit in zijn bescheiden doktersruimte. We passen er niet in en staan ook voor de deur. Hier komen zwangere dorpelingen voor onderzoek en verlossing. “Kijk”, wijst de gyneacoloog. “Ze gaat liggen en dan vraag ik haar de benen te spreiden. Dit zijn de spullen die ik gebruik, de dekens en doeken. Netjes schoon allemaal.” Allereerst kijkt hij of alles goed zal gaan. Ligt de baby goed? Bij mogelijke complicaties wordt het voor hem in zijn eenvoudige dorpspraktijk toch lastig.
Gelukkig is alles in orde. De bevalling kan plaatsvinden. De dokter bepaalt de tijd tussen de weeën en helpt met ademen en duwen. En dan ‘hop', daar is de baby. Met een triomfantelijk gebaar haalt de grijnzende gyneacoloog een tot dan toe verborgen pop tussen de dekens vandaan. Hij maakt schoon, legt de babypop bij de virtuele moeder, heel eventjes, weegt vervolgens de baby, en wikkelt haar in doeken.
Mijn eerste live-bevalling was weliswaar een hilarisch toneelstukje, maar de bevalling ging prima. Zonder complicaties. In feestelijke stemming nemen we afscheid.
Kunming (1 en 2 augustus)
Kunming is een grote stad waar ik maar een klein deel van zie. Maar dichtbij het hotel, dat we uiteindelijk vinden hoewel de buschauffeur en zijn bazin-bijrijdster die ons vanuit Dali vervoeren, geen idee hebben, is een park. Daar is ook de campus van Yunnan university, een vegetarisch restaurant en een boekhandel met een behoorlijke collectie Engelstalige publicaties. Dat is voldoende.
Zondagochtend half zeven ren ik een paar rondjes rondom het park. Met tientallen Kunmingers. Het is druk in en rondom het park. Zo vroeg in de ochtend zijn mensen ook bezig met andere ochtendgymnastiek. Een wandelaar luistert naar het ochtendnieuws. En anderen laten de hond uit of ze fietsen voorbij.
Campus
Het universitaire leven is anders dan bij ons. De meeste universiteiten in China leveren studentenkamers (slaapkamers voor soms wel zeven studenten) en voeding op de campus. Sporten doen ze er waarschijnlijk ook. In Kunming is er zaterdagmiddag weinig te doen in de collegezalen, maar er wordt intensief gebasketbald op het centrale terrein.
Volgens Wikipedia zijn de Chinese studenten sinds 1990 egocentrischer, minder geïnteresseerd in politiek en meer in consumptie, chatten en computergames. Maar soms is er ook spontane solidariteit. Aldus de internetencyclopedie.
Hoe zullen de vele Chinese studenten die voor hun master of PhD naar Wageningen komen, de studie daar ervaren? Ik weet nu hoe het nu is, maar Wageningen UR vond een paar jaar geleden dat het aandeel Chinezen onder de buitenlandse studenten buiten proporties was. Het staat goed op je cv als je kunt laten zien dat je op een westerse universiteit hebt gezeten.
Yunnan university, opgericht in 1922, is in elk geval een grote en prestigieuze universiteit. Leuk om hier op even rond te lopen. En daarna door naar het park waar een echte fotograaf echte modellen in traditionele jurken en opmaak fotografeert. En waar ik ook op de foto mag met een paar van die fotomodellen.
Yangshuo (3 – 6 augustus)
Het kenmerkende van Yangshuo in het subtropische zuidoosten van China tegen de Vietnamese grens aan, zijn de karsttoppen. De zachte kalksteenlagen zijn er weggeërodeerd en overgebleven zijn steile toppen die allemaal zo'n 50 tot 100 meter boven het vlakke land uittorenen. We komen er na een trein- en busreis van ongeveer 18 uur via Nanning en Guilin.
“Hello, how are you ?” vraagt een meisje in de trein. Ze is een jaar of tien en heet Apple. Met haar vriendinnetje, Helen, loopt ze elk kwartier lachend voorbij. Ze zit met haar familie in hetzelfde treinstel, opgedeeld in compartimenten met zes sleepers. Twee keer drie bedden boven elkaar. Er is heet water en daarmee kunnen we noedels wellen of thee zetten. Na het eten zoeken de mensen hun bed op. Ik wurm me in het bovenste bed en lees nog een paar bladzijden voordat om tien uur het licht uitgaat. De treinreis is dan eigenlijk nog maar net begonnen.
Ik lees onderweg El viento de la luna van Antonio Muñoz Molina, over de verwachtingen van het leven van een jongen van dertien die gespannen de landing op de maan in 1969 volgt (veertig jaar geleden). Ik lees ook een dunne en niet erg diepgravende biografie over Confucius, gekocht in Kunming, en ‘Tegen de onverschilligheid' van Joep Dohmen, een filosoof die onderzoekt wat anderen over levenskunst schrijven, over de houding waarmee je in het leven kunt staan.
Bamboevlot
Ook Yangshuo is heel toeristisch en biedt allerlei mogelijkheden. Je kunt een fiets huren, ‘raften' op een bamboevlot, Moon Hill beklimmen, naar de avondshow van vissers en danseressen gaan, een ballonvaart maken, een kook- of kalligrafiecursus volgen, en een paar keer de hoofdstraat door kuieren, langs kraampjes en winkeltjes.
Mijn programma wijkt daar niet enorm veel vanaf. Het raften op de Yulong rivier, na een fietstochtje waarbij we een eind stroomopwaarts terecht komen, houdt in dat je met z'n tweeën plaatsneemt in een luie leunstoel die op een bamboevlot is vastgesjord. Achter je staat een bootsman die met een lange stok in zijn handen stuurt. Geniet van de omgeving is de opdracht – niet moeilijk, want het is erg mooi – en koop een cola of een biertje bij mensen die langszij sturen. Superlui en relaxed.
Op sommige plekken schuift het bamboevlot een dertig of veertig centimeter naar beneden. En daar is op grote vlotten een fotografie- en afdrukfabriekje ingericht. Je kunt een foto kopen van jezelf op een scheefhangend vlot.
Maandanseres
Ik haal mijn ontbijt bij Hanna; populair bij backpackers, zo lijkt het. Ze hebben hun wensen en boodschappen op de muren geschreven. Dde tweede ochtend herkent ze me al. En als ik na het derde ontbijt afscheid neem, wenst ze me goede reis.
's Avonds ga ik naar de show met zeshonderd vissers, danseressen, zangers, figuranten en technici. Impressions Liu Sanjie , zo heet de show. Twee keer op een avond worden de karsttoppen op een terrein langs de Li rivier uitgelicht. Het mooiste beeld is ongetwijfeld als een honderdtal vissers langs felrode doeken over de waterplas voor de tribune bewegen. En als de maandanseres plotseling uit de maan tevoorschijn komt.
Zhang Yimou, verantwoordelijk voor de choreografie van deze show, heeft een reputatie. Hij maakte films zoals Raise the Red Lantern en Het rode korenveld . Met actrice Gong Li. En hij gaf mede vorm aan de schitterende openingsceremonie bij de Olympische Spelen in het Vogelnest in Beijing, een jaar geleden (8 8 2008).
Ik doe ook nog een kookcursus, maar ik regel het liever zelf, op een andere plek dan de rest van de groep. Wat betekent dat ik ga wokken met een Noorse familie uit Trondheim naast me. We maken volgens de aanwijzingen van de chefkok dumplings, beer fish en gevulde aubergine.
Hongkong (7 en 8 augustus)
Hongkong hoort sinds 1997 bij China. Maar je moet wel door de douane. De ‘speciale bestuurlijke regio van de volksrepubliek' – zo staat het officieel omschreven - is totaal anders dan het vasteland. ‘Eén land, twee systemen.'
Hier lees ik de South China Morning Post (SCMP) en daarin zie je ook dat hier meer kan. Meer vrije meningsuiting. China is na de VS en Japan de derde grootste economische wereldmacht (de vierde als je de EU als een geheel neemt), maar de regering houdt er de zaak scherp in de hand. Volgens een dissident in de SCMP heeft het succes van de Olympische Spelen de regering slechts bemoedigd om de repressie in Tibet en Xinjiang aan te trekken en vrije meningsuiting verder te beperken. Bettine Vriesekoop, die afscheid neemt als correspondent van NRC, ziet ondanks alle mogelijkheden echter een voorzichtige verbetering.
Er is de laatste decennia in elk geval veel veranderd, want de regering ziet ook wel dat voor economische ontwikkeling bepaalde vrijheden, bijvoorbeeld internet, onontbeerlijk zijn. De Chinezen willen vooruit. Jonge stedelingen staan dichter bij de Westerse mens dan bij de Chinese boer. Ze geloven dat alleen de partij de nodige stabiliteit kan bieden en chaos kan voorkomen. Ze spiegelen, zo lees ik na de vakantie in een boek over de hedendaagse kunst in China (in een verhaal van correspondent Garrie van Pinxteren), eerder aan successtory's van studenten die bij grote multinationals komen dan aan maatschappelijke betrokkenheid. Ze zijn vaak behoorlijk nationalistisch. Ze hebben niet erg veel belangstelling voor de moderne kunst uit het land zelf, voor Chinese films of de nationale opera.
In Wageningen was er bijvoorbeeld dit voorjaar rumoer toen het universiteitsblad zinspeelde op schending van de mensenrechten in China. Chinese studenten schreven een paar boze brieven.
Taiwan, Tibet en Tiananmen (1989) zijn taboe op tv, schrijft Van Pinxteren. Evenals seks, geweld, politieke grapjes of sociale problematiek. Niets anti-chinees, anti-socialistisch of anti-partij. Geen Vrijheidsbeeld, geen Falun Gong, geen dalai lama, geen Madonna. Dat herinnert me eraan dat ik Michael Jackson, net overleden en tot poplegende verheven, wel heb gezien. Met name in de kunstfabriek 798 in Beijing.
Brits
Dit is allemaal even een stapje terug, want via Guangzhou (Kanton), na Shanghai en Beijing waarschijnlijk de derde metropool van het land, zijn we intussen in Hongkong gearriveerd. Per boot. Maar hier realiseer ik me dat ik misschien niet echt veel van China heb gezien. Buitenkant, een paar indrukken.
Op de vele eilanden van Hongkong, gelegen aan de monding van de Parelrivier, wonen 7 miljoen mensen. Dat zijn er heel wat meer dan in de tijd dat de Britse Oost-Indische Compagnie aanlegde, hier opium werd ingevoerd en Hongkong een Britse kroonkolonie werd (in 1842). Want Hongkong groeide enorm toen na de Tweede Wereldoorlog vluchtelingen uit China zich hier vestigden. Hongkong, gunstig gelegen tussen China en Japan, werd een businesscentrum. Vooral het centrale deel van Hongkong Island.
De Britse invloed is er duidelijk merkbaar. Het verkeer rijdt – ordelijker dan op het Chinese vasteland – links, met veel dubeldeksbussen, er lopen veel Indiërs en Pakistani, vaak kleermakers. Straten en stadsdelen hebben namen zoals Nathan Road, Temple street, Salisbury Gardens, Soho of Aberdeen.
Ferry
Ons luxe hotel ligt op Kowloon. Ik ga naar het kunstmuseum waar behalve de vaste collectie en veel videokunst, een expositie rondom Louis Vuitton is. Vuitton is een naam uit de mode- en designwereld, maar, volgens de expositie is de naam sterk verbonden aan de kunstwereld. Er hangen werken van Jean-Michel Basquiat, Gilbert & George en Jeff Koons. En van veel Hongkong-kunstenaars.
“Heb je wel genoeg water bij?” vraagt een meisje dat naast me zit in de ferry naar Lamma Island. De boot danst op de golven. Eerder vandaag ben ik met overgestoken van Kowloon naar Hongkong Island (10 minuutjes) en nu maak ik de overtocht naar het groene eiland (veertig minuten). Ik heb verteld dat ik een wandeling vanuit het dorpje waar we aankomen wil maken. Na die tocht van een kilometer of zes, zeven – anderhalf uur – kom je uit in het dorpje vanwaar ik de ferry terug wil nemen.
Zij gaat hier vandaag haar ouders bezoeken. Haar zorg is lief. “Weet je het telefoonnummer voor noodgevallen? Van de politie bijvoorbeeld?” Het is vroeg in de middag en de vlucht naar Nederland gaat om 11 uur 's avonds. Om 8 uur vertrekken we vanuit het hotel. “Je moet wel zorgen dat je op tijd weer terug kunt gaan,” waarschuwt ze. “Zorg dat je de vlucht niet mist!”
Zie je foutjes, heb je opmerkingen of is er een andere reden, aarzel niet, maar reageer.
Wageningen, 6 september 2009
Terug naar de foto's