Drie weken in Ethiopië

Tribes en traditie, geschiedenis en geloof

Een land met een rijke geschiedenis, mooie natuur, vriendelijke mensen, maar ook veel donkere wolken vanwege armoede en honger. Terwijl ik met twaalf reisgenoten door de highlands trek, van 14 juli tot 5 augustus 2011, sterven kinderen in vluchtelingenkampen op duizend kilometer naar het oosten.

“Geboortes worden sinds drie jaar geregistreerd”, vertelt Aike, onze gids vandaag. We lopen net buiten Turmi door een droog gebied met lage struiken en olifantenbomen. Mensen die ouder zijn, kennen meestal hun leeftijd niet. Ze schatten: je bent bijvoorbeeld rijp voor je initiatie of om te trouwen.

Hier wonen de Hamar en we gaan later naar de Karo, een stam die bedreigd wordt. Er zijn nog slechts drie dorpen en die tellen ieder een paar duizend inwoners. De Karo zijn verwant aan de Hamar. Ze trouwen met elkaar en kuddes – het zijn vooral veehoeders – worden op elkaars grondgebied geweid als er weinig voedsel is.

Het dorp dat we bezoeken, ligt aan een bocht in de Omo-rivier. Kinderen grijpen onze hand, een groepje mannen zit bij elkaar en een paar mensen vragen of ik ze wil fotograferen voor een paar birr. Met Aike lopen we door het dorp. Voorouders liggen begraven onder het pad waarover we lopen. Soms ruik je een kleiachtige geur aan mensen die naast je staan, van de olie en klei waarmee ze zich insmeren.

“Religie kennen ze niet,” zegt Aike. “Ze geloven wel in een God, maar er zijn geen kerken en priesters.” Volgens een uitgave van het KIT is 45 procent moslim en een bijna even groot deel, orthodox-christelijk. De resterende tien procent hangt traditionele godsdiensten aan. Er woonden ook veertigduizend joden in het noorden van Ethiopië, mensen die een relatie met koning Salomon en zijn Ethiopische zoon Menelik claimden. Maar tijdens operatie Mozes, halverwege de jaren 80, is een groot deel van hen naar Israel vertrokken. Het jodendom heeft veel invloed gehad op de Ethiopisch-orthodoxe kerk, zoals de ark des verbonds, de sabbat en de indeling van de kerkgebouwen in drie delen.

De religieuze beleving van de Oromo is volgens de KIT-publicatie gericht op harmonie tussen mens en omgeving; ‘sterk beïnvloed door de ecologische omstandigheden waarin ze leven.'

Bulljump

Net als de Hamar doorlopen de jongemannen bij de Karo een initiatie, een overgangsrite voor volwassen worden. Daarna mag je trouwen, vee bezitten en kinderen krijgen.

Het ritueel neemt een dag of drie in beslag. Bij de Hamar kunnen we een deel ervan meemaken. We zijn te vroeg en ik lees nog een paar bladzijden in ‘Het wilde denken' van de Franse antropoloog-filosoof Claude Lévi-Strauss. Hij zet daarin het getemde, westerse denken tegenover dat van de primitieve mens. Beide soorten van denken zijn volgens hem bedoeld om betekenis te geven aan de wereld om ons heen. Maar het zogenaamde wilde denken is veel ouder dan de westerse rationaliteit en in onze ogen achterhaald, niet passend bij de moderne tijd. Het boek bepleit een herwaardering; zo gemakkelijk kun je er niet overheen stappen.

Zo'n initiatierite past in dit denken, net als bijvoorbeeld de bar mitswa in het jodendom. De jongen waar het hier om gaat, moet als het ware opnieuw geboren worden. Hij moet proeven en ontberingen doorstaan en hij wordt daarvoor allereerst het dorp uitgejaagd. Want voor hij klaar is om een man genoemd te worden, status te krijgen en te trouwen, moet hij laten zien dat hij zelfstandig en volwassen is.

In het deel wat wij mogen zien, laten vrouwelijke familieleden zich afranselen. Hoe meer pijn ze voor de jongen doorstaan, hoe beter. Dat is wat ik ervan begrijp. De jongen loopt even later naakt vier keer over een stuk of tien stierenruggen, de bulljump. Ook pijnlijk, maar op een hele andere manier dan de fysieke pijn van de vrouwen, zijn de tientallen toeristen die met hun fotolenzen bovenop de Hamar zitten. Waarschijnlijk is het voldoende lucratief om dit maar toe te accepteren. Hoewel ik er bij kan zijn, en het niet zou willen missen, voel ik ook wel iets van schaamte.

‘Iedere etnoloog moet er wel verbaasd over zijn dat de begrippen waarin de meest verschillende samenlevingen hun initiatieriten formuleren over heel de wereld ongeveer dezelfde zijn', schrijft Lévi-Strauss. ‘Of het nu in Afrika, Amerika, Australië of Melanesië is, de riten verlopen steeds volgens hetzelfde schema: eerst worden de novicen die van hun familie zijn afgezonderd, symbolisch gedood en ze worden in het woud of de rimboe verborgen gehouden waar ze de beproevingen van het hiernamaals moeten ondergaan; daarna worden ze ‘herboren' als leden van de samenleving. Wanneer ze aan hun natuurlijke ouders worden teruggegeven, bootsen die alle fasen van een nieuwe bevalling na en beginnen met een heropvoeding die zelfs elementaire handelingen als eten of aankleden omvat.'

Aike, een jaar of twintig, is zelf ook Hamar. Hij heeft de rite niet lang geleden gedaan. Hij is verbonden aan een meisje van veertien, uitgezocht door zijn vader. Maar vanwege haar leeftijd wachten ze nog een paar jaar voordat ze zijn vrouw kan worden. Aike wil studeren in Dimeka, veertig kilometer verderop, en misschien later op de universiteit van Arba Minch, nog verder naar het noorden.

Highlands

Niet alleen Aike, alle gidsen die we ontmoeten en ons rondleiden, hebben fantastische verhalen over Ethiopië. Bijvoorbeeld het verhaal van die Joodse koning Salomon en Makeda, de koningin van Sheba, die hem bijna tien eeuwen voor Christus bezocht. Over hun zoon Menelik en de ark des verbonds, de kist waarin God de tien geboden die hij Mozes meegaf in had gedaan.

De ark zou naar Ethiopië vervoerd zijn en nu in Aksum staan, in een bijgebouw van een kerk die we bezoeken. Maar alleen priesters mogen in dat gebouw en sinds een nieuwsgierige toerist een paar jaar geleden geprobeerd heeft naar binnen te stormen, mogen toeristen niet eens in de buurt komen. In elke orthodoxe kerk staat een kopie van de enige echte ark.

Ethiopië werd nooit gekoloniseerd, als een van de weinige landen in Afrika. De Ethiopiërs zijn daar trots op, hoewel het ook betekent dat ze niet het profijt hadden dat kolonisatie soms opleverde. Bijvoorbeeld betere wegen en minder geïsoleerd gelegen dorpjes.

Ethiopiërs zijn sowieso enorm trots op hun bijzondere land. De Ethiopische regering probeert, geholpen door donoren en buitenlandse wetenschappers, het culturele erfgoed te beschermen. Door voorlichting en bijvoorbeeld door grote overkappingen die erosie van de grotkerken in Lalibela moeten tegengaan.

Het land volgde zonder kolonisatoren zijn eigen ontwikkeling, met een eigen kerk, klok en kalender. Op 12 september 2011 begon in Ethiopië het jaar 2004. Het is ook een land met een eigen alfabet en met tachtig volken die niet altijd goed met elkaar overweg konden. Dat blijkt onder meer uit de verhalen die we bij de Konso horen, een volk dat haar dorpen stevig ommuurd heeft.

Terwijl we door de highlands reizen, en vooral in het noorden veel regen hebben, is er droogte en hongersnood aan de Somalische grens. De oorlog met Eritrea is al een jaar of tien officieel voorbij, maar de situatie in dat afgescheiden buurland is niet goed. Onderweg van Debark, via de Simien Mountains naar Aksum, komen we langs een VN-kamp voor opvang van Eritrese vluchtelingen die toen de oorlog uitbrak in Ethiopië woonden en werkten en niet terug wilden. Met winkeltjes, spelende kinderen, mannen op een bankje, café's en pooltafels.

Djembé

Mekkonen, brede neus en wijdstaand rastahaar, wijst omhoog in een donker gat. Door een opening in het dak van het Dorze-huis valt licht. Het huis van bamboe en bananenbladeren, is bijna vijftig jaar oud. Een halve eeuw geleden was de grijze hut waarvan de vorm aan de hier verdwenen olifant herinnert, hoger, maar termieten knagen aan de onderkant en jaar na jaar zakt het huis. Met een hoge deuropening is op de toekomst geanticipeerd. In het grote huis is behalve slaapgelegenheid voor de ouders en kinderen, ook een deel voor vee.

“In plaats van tv kijken, maken we hier 's avonds muziek en dansen we”, vertelt Mekkonen. De dans van de Dorze hebben we onderweg al gezien. Langs de weg omhoog naar het Dorzedorp dansen ongeveer om de honderd meter jongetjes van 5, 6 of 7, midden op de weg. Pas op het laatste moment stuiven ze opzij.

Het dansen lijkt een beetje als staan op de ene en vallen door het andere been, vanuit de heupen en heel ritmisch. Het lukt mij niet. Later krijgen we na een koffieceremonie – met malen en roosteren van de koffiebonen, wierook en een paar kopjes zachtsmakende koffie – een vrolijke demonstratie met djembébegeleiding en joho-geroep.

Voor de Dorze, die veel enset verbouwen, iets wat lijkt op banaan, maar zonder de banaan zelf, is vooral de weefkunst belangrijk. We bezoeken er een coöperatie en leren over de verschillende facetten van de productie. We komen later nog bij zes of zeven stammen, dorpen van de eerder genoemde Konso en Hamar, en ook van Mursi, Banna en Ari.

Het lijkt of we door twee verschillende landen reizen. In het zuidwesten vinden we die Oromo-stammen en in het noorden, waar de etnische groepen van de Amharen en Tigray wonen, draait het veel meer om geschiedenis en de oude hoofdsteden: Aksum, Lalibela en Gondar.

Zuidelijk van Addis Abeba rijden we nog langs Nederlandse rozenkwekerijen. In het vliegtuig ontmoette ik een net afgestudeerde hbo'er die aangenomen is als voorlichter of adviseur voor de rozenproductie. Arbeid is goedkoop hier. Zo goedkoop dat het opweegt tegen de transportkosten. Maar eigenlijk importeert Nederland met de rozen ook het water dat nodig is voor de productie. Dat wordt waarschijnlijk niet meegerekend, maar het is in een land met droogteproblemen zoals Ethiopië wel relevant. De Ethiopische overheid verhuurt ook nog eens miljoenen hectares van de beste landbouwgrond aan Saoedi-Arabië en India. Behoorlijk dubieus, in een land waar geregeld hongersnood heerst.

Een ander punt is dat de boerenmethoden nauwelijks gemoderniseerd zijn. Je ziet overal nog het span met twee ossen. De individualistische houding van de boeren en de opstelling van de overheid helpen niet echt.

Selassie

Een paar alinea's over de geschiedenis. Addis Abeba is pas sinds 1887, de tijd van keizer Menelik II, de hoofdstad van het land. Halverwege de 19 de eeuw was het land nog niet zo'n eenheid. Er waren meerdere koningen. En je had de negest negesti, de king of kings of de koning der koningen. Ook Haile Selassie, in 1930 gekroond tot keizer, noemde zich zo.

Eeuwen daarvoor had je koning Lalibela. In de eeuwen daarvoor was Aksum de belangrijkste plaats in Ethiopië, gunstig gelegen voor landbouw en handel. Na het verval van Aksum, waarschijnlijk vanwege bodemdegradatie, klimaatverandering en politieke en economische problemen, kreeg Labilela een prominente plaats in de geschiedenis vanwege de grotkerken die hij rond 1200 liet bouwen in de plaats die later naar hem werd vernoemd. Zijn intentie was om hier een nieuw Jeruzalem te vestigen, onverwoestbaar of onvindbaar voor de moslims die de christenen bedreigden. In 1268 nam Yekuno-Amlak de macht over van een van de opvolgers van Lalibela. Hij pretendeerde af te stammen van koning Salomon en de koningin van Sheba, de dynastie van de Salomoniden.

Haile Selassie was de 225 ste vorst in die dynastie. Hij voerde een beleid van amharisering, de Amharen, met ongeveer 20 miljoen mensen de grootste etnische groep in het land, bevoordelend. Tigray-boeren, Oromo-pachters en Somali-herders en ook studenten en intellectuelen kwamen in opstand. Tegen de discriminatie en ook tegen de corruptie en de inefficiëntie van het bestuur.

Het buitenland realiseerde zich pas in 1973 hoe slecht het eigenlijk ging in Ethiopië. Er was nog steeds een feodaal systeem: zonder parlementair stelsel, officiële politieke partijen en een volksvertegenwoordiging. Haile Selassie werd afgezet in september 1974 en stierf een jaar later. Hoe de geschiedenis hem beoordeelt, met name de Ethiopiërs, weet ik niet. Misschien is dat ook wel afhankelijk van of je Amhaar bent of niet. En hoe je de periode daarna beoordeelt. De Derg, het communistische regime dat na Selassie kwam, bracht zeker geen verbetering.

Het waren jaren van burgeroorlog, op z'n minst tot 1991. Bovendien botsten de stammen in het zuiden regelmatig over de weidegronden. En na de losmaking van Eritrea in 1991, in 1952 geannexeerd, ontstonden daar problemen. In 1998 begon een grensoorlog die nog veel meer slachtoffers kostte dan de hele burgeroorlog. Beide landen zetten tienduizenden burgers de grens over. De VN stuurde blauwhelmen om de partijen gescheiden te houden.

Nu is sinds 1991 de regering van premier Meles Zenawi aan de macht. Hij roept bij mensen die er iets over zeggen, gemengde reacties op: van slecht, ‘niet-democratisch', tot matig, ‘want met iedereen is wel iets mis'.

Orthodox

Bijna de helft van de Ethiopiërs is orthodox-christelijk. Het geloof kwam uit het midden-oosten. Het intensieve verkeer tussen dit deel van Afrika en zuiden van Arabië was lang geleden geen toeval, zo lees ik. Want tienduizend jaar geleden, tijdens de laatste ijstijd, kon de Rode Zee op sommige plaatsen te voet worden overgestoken. Homerus omschreef het gebied als het land van de mensen met verbrande gezichten. Schapen, geiten en dromedarissen kwamen naar Afrika en ezels, koffie en qat gingen de andere kant op.

Vanuit Syrië en Judea trokken in de vierde eeuw monniken naar Alexandrië en ook naar Ethiopië. Koning Ezana, voor wie hoge grafzuilen zijn opgericht in Aksum, gaf twee Syrische monnikken in die tijd verlof hier een christelijke kerk te vestigen.

Lange tijd, tot 1959, was de Ethiopisch-orthodoxe kerk onderdeel van de Koptische kerk, de Egyptisch-orthodoxe variant. In dat jaar kreeg de kerk haar eigen patriarch. Ze was tot ongeveer 1974, toen de communisten aan de macht kwamen, een bevoordeelde staatsgodsdienst. Met name in de westelijke hooglanden, het gebied waar wij doorheen reizen, heeft de orthodoxe kerk het politieke, sociale en culturele leven stevig gedomineerd. We komen door Debre Libanos, een bedevaartsplaats, horen het verhaal van Tekla Haimamot die in de 13 de eeuw zolang op een been bad, dat zijn ongebruikte been eraf viel, maken een boottochtje naar de kloosters in het Tanameer en bezoeken de grotkerken in Lalibela. Ook tijdens een dienst, met zang en ritmische djembébegeleiding.

De islam had een heel andere positie. Premier Meles Zenawi noemde een jaar of vijftien geleden het moslim-fundamentalisme de grootste bedreiging voor zijn land. In Addis Abeba, de laatste dag van de vakantie, loop ik een moslimbeurs op. Ik praat er met een architectuur-studente in een boerka. Behalve haar zwarte kleding zie ik enkel haar ogen. Ze toont replica's van beroemde wereldmoskeeën: Isfahan, Medina, Cordoba. “Ja,” zegt ze, “een moskee ontwerpen, dat is voor mij een droom. Als ik dat zou kunnen later, dat zou mooi zijn. Insjallah.”

Vrouwen

Krokodillen, maraboes, baboons, pelikanen, markten, kloosters, steden en dorpjes. Idols op tv. Aster Aweke, Ethiopische jazz. En Danil draait Teddy Afro. Ritmisch en aanstekelijke muziek. Bovendien politiek-kritisch, vertelt onze chauffeur. Afro is een protestzanger die een jaar in de gevangenis heeft gezeten en een tijdje moest uitwijken naar de VS. Hij zingt over de regering die de oppositie intimideert, verkiezingen die gemanipuleerd worden en propaganda waarin de armoede wordt ontkend. En over Eritreërs waar Ethiopiërs het goed mee kunnen vinden, maar het zijn de beide regeringen die met elkaar in de clinch liggen.

Een bijzondere bezienswaardigheid in de musea van Addis Abeba is een kopie van Lucy, gevonden in 1974 in het noorden van Ethiopië, en genoemd naar Beatles-lied. Bijna de helft van het skelet kon worden gereconstrueerd. Lucy is 3,2 miljoen jaar oud, en op dat moment de oudste hominide; een voorloper van de mens. Baanbrekend in het onderzoek naar de stappen in de evolutie.

En het bijzondere van de Mursi – een volk van ongeveer 5.000 mensen dat middenin het nationale park Mago woont – zijn de lipplaten. Jonge meisjes krijgen een sneetje onder de lip en daar wordt eerst een schoteltje van vier centimeter in gewurmd. Dat wordt steeds groter. Want hoe groter, hoe mooier. Ik vind de verminking eigenlijk een beetje triest. De eerste Mursivrouw die ik zie, loopt op de markt in Jinka. Ze heeft geen schoteltje in: haar onderlip bungelt een beetje.

Het gebruik is niet helemaal onomstreden. In het etnologisch museum in Jinka, waar we een Franse onderzoekster tegenkomen, worden ook wel vragen gesteld en twijfels geuit. Vrouwen van de tribes zijn er geïnterviewd over de gebruiken. Wat vinden ze van het slaan, de besnijdenis, de lipplaten, de polygamie, de onderdrukking? Maar het krijgen van kinderen heeft meestal topprioriteit. Een vrouw heeft pas aanzien als ze een kind heeft gekregen. Of, beter nog, drie. Zolang dat niet het geval is, heeft ze weinig rechten en veel plichten. Voor een man is het gemakkelijker. Die krijgt aanzien zodra zijn vader hem de stok geeft, een symbolische handeling die volgt op de initiatie.

Hoe zou het gaan met de tradities als het toerisme nog groter wordt? Als er een jeep stopt in een dorp van een van de tribes, met name bij Arbore, de Mursi en de Karo, dan begint de handel. Wil je hen voor drie, vier birr op de foto zetten? De mooisten hebben geluk, de minder opvallende proberen met een olifantenbloem of wat extra verf de aandacht te trekken. Ik heb scheermesjes en zeep meegenomen. Een tip, want geld wordt vooral opgedronken, zegt iemand in Jinka. In de vorm van local beer of zelfgebrouwen brandewijn.

Sabela

Ja, er gaat wel eens wat mis. Een lekke band, een jeep die het helemaal opgeeft, we zitten bijna vast met de bus, er valt een koffer kapot, de injera is soms erg zuur of het eten valt niet goed, soms is alle aandacht van mensen die ons als wandelende bank zien, irritant. ‘Money, candy, birr, pen', word je nageroepen. De stroom valt uit, 's nachts op een stikdonkere straat val je bijna in een gat, de weg wordt een modderpoel.

Maar Ethiopië heeft grotere problemen. De droogte in het oosten, de stervende kinderen in de opvangkampen aan de grens met Somalië, en de crisis die de voedselprijzen doet stijgen. Toch zie ik vooral veel vrolijke mensen. Misschien kijk ik gewoon niet goed genoeg. Ik zie vooral de vriendelijke en lachende mensen: Sabela in Dimeka, de chief van de Konso, Yeshiwark in Lalibela.

Op verschillende plaatsen - Addis Abeba, Arba Minch en Aksum - komen we afgestudeerden tegen. In Addis Abeba zouden er dit jaar 13.000 graduates zijn. Ze hebben de universiteit afgesloten en laten dat graag zien. Dagenlang lopen ze met een zwarte cape en hoofddeksel, soms met een sjerp. Bij de tombe van Menelik fotografeer ik de net-afgestudeerde Enkenylesh die met haar biechtvader poseert.

Het is vakantie, scholen zijn dicht. Het onderwijspeil en de alfabetisering was lang zorgelijk. We reizen met allemaal mensen die in het onderwijs werken. Het onderwijssysteem in Ethiopië en hoeveel het de mensen kost om naar school te gaan, wordt me niet helemaal duidelijk.

Bedoeling was in de jaren 80 om in elk dorp ten minste een basisschool neer te zetten. Onderwijs is immers de manier om iets te bereiken, maar lang niet iedereen kan het betalen of heeft de mogelijkheid. Regelmatig vragen jongeren of we hun studie of leerboeken kunnen bekostigen. Wat vrouwenrechten en gezondheidszorg betreft, is de situatie bedroevend. Besnijdenis is blijkbaar nog vrij normaal en voor geboortebeperking schijnt niet zo veel belangstelling. Ondanks alle borden langs de weg waar de overheid oproept tot educatie, hygiëne en gezinsplanning. Bijvoorbeeld: ‘ childhood is a period for education, not for marriage .'

Religie biedt, aldus Jaël Vuijk in een boek over religie, in essentie een manier om een weg te vinden in een verscheurde wereld vol wreedheid en teleurstelling. Lijden, dood, kwaad. Hoe moeten we dat plaatsen? Daar biedt religie een antwoord op, of beter, wijst religie een weg. Hoe kun je leven en overleven? Respect voor anderen en zoeken van banden binnen familie en gemeenschap geven bepaalde garanties, want geloof betekent ook vertrouwen, aldus Vuijk. En geloven is zeker zijn van dingen waar je op hoopt en die je niet kunt zien. Meestal nemen mensen dat geloof en vertrouwen over van hun voorouders.

Hoe zit het dan met de rituelen? Dat is toch voor een buitenstaander zoals ik, reizend door Ethiopië, het belangrijkste wat je ziet van de religieuze beleving van de mensen. Rituelen scheppen aldus Vuijk een band tussen gelovigen en hun voorouders. De Ethiopiërs kennen bijvoorbeeld twee vastendagen per week. Geen vlees. Bij vasten gaat het om loutering die de concentratie zou versterken en het bewustzijn vergroten. Contact met het goddelijke buiten en het spirituele binnen.

Koningin

Wat doe ik hier en hoe stel ik me op? Niet zo'n vreemde vraag als je in een bus vol toeristen zit en zwaait naar kinderen op straat. Je lijkt wel de koningin.

Ik citeer een paar guidelines uit de Bradt, een reisgids die in de groep rondgaat. Respect, zegt Briggs, de auteur, altijd vragen voor je een foto neemt, niet zeiken over prijzen, ondersteun bij voorkeur de lokale handel in plaats van overheidsbusiness, gedraag je in lijn met de lokale gevoeligheden, gebruik humor om met kleine irritaties om te gaan, generaliseer niet als je eens iemand tegenkomt die minder aardig is, en pas op voor paranoia want dieven en bedelaars zijn hooguit uitzonderingen. Wees avontuurlijk, adviseert hij. En je hoeft je niet te schamen voor je aanwezigheid hier, want toerisme kan juist helpen.

Maar geef liever niets aan als die kinderen die vragen om geld, snoep en pennen. Want je stimuleert irritant gedrag en het beeld van die westerse toerist als een wandelende bank of een soort van Sinterklaas. Je ondermijnt de lokale economie als je te genereus bent en, vanuit je eigen schuldgevoel misschien wel, gaat uitdelen.

We oordelen snel over cultuur, op basis van datgene wat we zien. Het is primitief of juist heel wijs. Wil je er iets meer van bevatten, dan kom je waarschijnlijk ergens tussenin uit. Praat met de vrouwen, drink met de mannen. Maar het is bijna onmogelijk om een andere cultuur te begrijpen, denkt Briggs.

Geschiedenis

In het noorden van Ethiopië zijn de mensen lichter van kleur dan de mensen van de tribes in het zuiden. Bijvoorbeeld de jongens en meisjes die bij het klooster in het Tanameer papyrusbootjes verkopen. Veel vrolijkheid. Ze leren me nog een paar woorden Amharic. Ik onderhandel met de getallen die ik al ken. Ze wensen me veel geluk en goede reis en we lopen verder langs koffieplantages naar de Beta Maryam, het huis van Maria.

Ik heb in Awassa een Ethiopisch geschiedenisboek gekocht. Ik vraag me af in hoeverre het gekleurd is, maar dat de Italianen die het land twee keer binnenvielen, in 1895 en in 1935, er niet goed vanaf komen, is niet zo vreemd.

In Gondar luncht Yohannis mee van de shiro die ik besteld heb. Hij had me een dag eerder al aangesproken. Die ochtend hebben we het kastelencomplex bezocht. Met een goede gids, Philemon, die niet alleen urenlang vertelt over koning Fasilides, de geschiedenis, de legendes en de verhalen, maar ook over de religie en de dans uitweidt. Er is ook een verhaal over een koning die het land in trekt, malaria krijgt en verpleegd wordt door een mooie vrouw. Ze trouwen en de koning neemt haar mee naar zijn kasteel, maar het volk heeft moeite met haar. Ze is geen Maxima, maar wel een soort Assepoester. Een verhaal dat steeds opnieuw verteld wordt en mensen laat dromen.

Philemon vertelt ook over de dam die gebouwd gaat worden, ergens onder Addis. Die dam heeft straks veel invloed op de waterhuishouding van Ethiopië en de omliggende landen. Belangrijk voor de economie en de toekomst van het land, maar landen zoals Kenia, Sudan en Egypte hebben zo hun bedenkingen.

Haile

Na Gondar rijden we naar Debark. We merken nu meer van het regenseizoen. Mist onderweg, soms een bui en wegen die veranderen in modderpoelen. Tijdens een onweersbui in Debark valt de stroom uit.

Zodra de bui is overgedreven, ga ik de straat op. Net als iedereen. Ik ben al snel in gezelschap van twee broertjes van 8 of 9. En naast me loopt een travestiet. Haar kleding is vrouwelijk, haar gezicht mannelijk. Het regent niet meer, maar ze houdt een paraplu beschermend omhoog. Aan haar blote voeten kleeft het leem van de weg. De bescherming van de paraplu is misschien niet helemaal tegen de regen, want als ze even later een paar passen voor me loopt, zie ik een paar jongens lachen achter haar rug.

Aksum is onze volgende stop. Na een reis van 250 kilometer door de Simienhoogvlakte en tien uur over modderig wegen. ‘Wilt u een paar vragen beantwoorden voor de Ethiopische tv?', vraagt een vrouw me zodra ik van de kerk kom waar de ark van het verbond zou liggen. Ik ben aanvankelijk enigszins afwijzend, maar als ze aandringt, ga ik mee en stel me op voor de ruim twintig meter hoge granieten stèles. Wat vind ik van de stad, hoelang blijf ik er en hoe zijn de hotels?

Gimbeh, een jaar of twaalf, loopt de volgende ochtend naast me. Ik op superloopschoenen, hij op plastic schoentjes; ik in T-shirt en loopbroek, hij met een colbertje aan. Het is de enige keer dat ik in hardloopland Ethiopië de straat opga om te rennen. Een week eerder heb ik op de band gelopen in het hotel van Haile Gebreselassie, de wereldrecordhouder op de marathon. We hebben in dat hotel in Awassa – met de handtekening van Haile op elk washandje en handdoek – een luxueuze nacht kunnen doorbrengen.

Nu dus in Aksum. Ik ben nauwelijks 300 meter van het hotel als ik de snelle voetstappen van Gimbeh achter me hoor. Even later sluit er een jongen van een jaar of 17 aan. Terwijl ik weinig adem heb – we lopen op ruim twee kilometer boven zeeniveau – begint hij een gesprek over het onderwijssysteem in Ethiopië. Ik volg het niet helemaal.

Wat ik wel volg is dat er hier enorm veel talent en loopvermogen is. Gimbeh hijgt nauwelijks en zweet niet als we een halfuurtje later weer voor het hotel staan.

Lalibela

Als ik mijn camera pak, duikt de priester achter een pilaar. Enigszins beschaamd luister ik naar Eshanef, onze gids. “Als je mijn naam niet meer weet, noem me dan maar chamion”, zegt hij voordat we op pad gaan. Wij toeristen, Eshanef, een aankomend gids die stage loopt, en een schoenenman. We bezoeken de grotkerken in Lalibela. En elke keer als we op kousenvoeten een kerk ingaan, bewaakt de schoenenman onze bezittingen.

Ongeveer duizend jaar geleden, vertelt Eshanef, droegen engelen koning Lalibela, die vergiftigd was, naar de eerste, tweede en derde hemel. God beval hem terug te keren en een nieuw Jeruzalem te bouwen. Dat deed koning Lalibela in een onwaarschijnlijk korte tijd. Dat is de legende, zegt Eshanef.

Waarschijnlijker is dat de kerken uitgehakt werden in de zachte tufsteen omdat ze dan uit het zicht van de moslimveroveraars stonden. Hoewel de linkshandige moslimveroveraar pas in de 16 de eeuw voor de grotkerken stond. Een andere legende vertelt dat zodra Lalibela de kerken gebouwd had, Sint Joris kwam op zijn witte hengst. Hij attendeerde de koning erop dat er nog geen ‘huis' voor hem was. De kerk die Lalibela nog liet bouwen, werd de mooiste van allemaal.

Vanaf de Asheton waar ik met Aderaw en Jorrit omhoog gelopen ben, heb je een mooi uitzicht op Lalibela. We gaan op de koffie bij het gezin van een boer en zijn vrouw. Ze hebben zeven kinderen, maar we zien er vier, ongeveer vier tot veertien. Heerlijke koffie, lieve kinderen en lekkere injera. Dan moeten we weg om voor het donker onderaan de berg te staan.

Yeshiwark is serveerster in het Helen Hotel in Lalibela. Ze herkent me, want ik heb er een dag eerder ook al gegeten. ‘Hoe gaat het?' zegt ze, “Hoe lang ben je hier eigenlijk?” Het is de laatste dag van de reis. ‘ Don't forget me' , vraagt ze. Bij het afscheid wensen we elkaar alle geluk. Ik hoop het voor haar. Ik hoop het voor Ethiopië.

 

Foto's

Zuidwest-Ethiopië
Noordwest-Ethiopië
Portretten Ethiopië