Maart 2011

Het ondiepe

Lange artikelen lezen, concentreren op dikke boeken; het is voor heel veel mensen een worsteling geworden. Dat schrijft Nicholas Carr in zijn boek ‘Het ondiepe'. Het komt vooral door internet, legt hij uit. Onze hersenen, die zich eerder bijvoorbeeld aan de klok hebben aangepast, zijn veranderd. De introductie van tijdsindeling, ergens in de Middeleeuwen, heeft het leven en het denken ingrijpend veranderd. Zoiets gebeurt nu weer, volgens Carr.

Carr was begin maart in Wageningen en hield ook in Amsterdam een lezing. Zijn verhaal is heel herkenbaar. Internet maakt ons denken oppervlakkiger en het houdt ons dommer. We leven online, worden voortdurend geprikkeld en verliezen snel onze concentratie. Terwijl we bezig zijn met een taak die aandacht vergt, is de verleiding om even te ontsnappen groot. E-mails storen haast vanzelf, maar ook de social media (Twitter, Facebook, LinkedIn) en hyperlinks halen ons weg. Online lezen is voor veel mensen ondoenlijk, want even doorklikken is te gemakkelijk. Het is bijna normaal dat je zes programma's open hebt op je computer en met twee schermen werkt. En wie kijkt tijdens het lezen van een e-boek niet even of er nieuwe mails binnenkomen? Die vraag stelt Vrij Nederland op 19 maart in een lange bespreking.

Ik herken het helemaal. Being connected is een haast onontkoombare drang. De iPad, heb ik sinds twee maanden, is erg leuk. Internet is zo gemakkelijk, maar Google, Wikipedia en andere diensten vergroten nu niet echt mijn creativiteit. Steeds vaker zoek ik de rust van een stille bibliotheek, zonder wifi of 06, om toch een deadline te halen.

Het boek van Carr, hoewel ik me daar paradoxaal genoeg heel goed op kon concentreren – nou ja, met dikke boeken lezen heb ik niet veel problemen - biedt verklaring en verheldering. Aansluitend bij het actuele hersenonderzoek dat laat zien dat onze plastische hersenen veranderen met elke activiteit die je doet. Bijvoorbeeld viool spelen, werken als taxichauffeur in Amsterdam, sudoku's oplossen, een gedicht uit het hoofd leren; het heeft allemaal effect voor de vorming van synapsen en de ontwikkeling van hersendelen. Je kunt bijvoorbeeld beter internetten door veel te internetten. Maar, aldus Carr, de hersencircuits die je nodig hebt om geconcentreerd te zijn, takelen af of verdwijnen zelfs.

De oplossing is even simpel als lastig. Een digitale detox, zoals Carr heeft gedaan toen hij zijn boek schreef, in de bergen van Colorado – of Joke Hermsen toen ze Stil de Tijd samenstelde, in Toscane – is een mogelijkheid voor een enkeling. Carr is nu overigens zelf helemaal terug bij alle gadgets, apps en social media. Computer uit en een dik boek pakken om je hersenen te trainen tot concentratie; dat zou kunnen helpen, maar lukt het? Digitale afleiding komt er alleen maar meer. Het internet vereenvoudigt, verbindt en vergroot je wereld. Het vraagt veel en steeds meer zelfdiscipline om je af en toe te ontkoppelen. Maurits Martijn, de journalist van Vrij Nederland denkt dat hij zelf op het punt is aangekomen dat hij net als Odysseus die bang was dat hij zou bezwijken voor de lokroep van de Sirenen, zich moet laten vastbinden aan een mast.

Vraag is natuurlijk, is het erg? Jongeren lezen anders – meer scannend, op zoek naar prikkeling, snel springend naar andere zaken - het is al zo vaak geconstateerd, maar zijn ze inderdaad dommer? Dat is niet eenvoudig te meten. Media passen zich aan; de lange artikelen van vroeger worden korter en verknipter. Visueler. Ondieper misschien. Er is hulpsoftware die je tijdelijke toegang tot social media, tot e-mails of zelfs tot internet een tijdlang ontzegt. Er wordt vaker gesproken over e-mailloze vrijdag en internetsabaticals. Zoals de radiomakers die een weekje aan het Lauwersmeer gingen zitten, los van televisie, mobiel en telefoon.

Dat soort noodgrepen zijn natuurlijk tegelijk een bevestiging van het probleem. En Nicholas Carr is lang niet de enige die zich verdiept in de consequenties van het digitale tijdperk. Even googlen wie nog meer…