Oktober 2009

28 oktober - Vier dagen Edinburgh (foto's). Met kunst van Damien Hirst, Francesca Woodman en Antonio Canova - die drie maakten in elk geval veel indruk - en dans van het Scottish Ballet.
Edinburgh, de stad van David Hume, Adam Smith en Robert Louis Stevenson, is een groene stad met veel pubs, een kasteel in het centrum van de stad, kilts en doedelzakken, duistere graveyards en etalages geïnspireerd door de ondergrondse geesten.
Ik ben er in de national galleries geweest, met oude en moderne kunst. En ik las Rosenboom, Marx en Richard Yates. Met thee en scones of een pint.

Aanzet tot een verslag: - “Je kunt hier vanavond wel slapen, maar morgen hebben we een reservering”, vertelt Abileen van Abileen Lyn's Bed & Breakfast. Ik ben een anderhalf uur eerder in Edinburgh gearriveerd. In de shuttlebus kwam een dodelijk vermoeide marinier naast me zitten. Hij had (op zondag) een zware trainingsdag gehad, van vijf uur 's ochtends. "Maak me maar wakker als ik in slaap val", zegt hij. Geloof ik. Niet zo zwaar Schots, maar toch niet helemaal verstaanbaar voor mij. "John", stelt hij zich voor. En hij wijst me op het station, het kasteel en de doedelzakspeler. Hij loopt zodra we in het centrum aankomen, waar de straten helemaal open liggen, op de toeristeninformatie.
Waarom Edinburgh? Ik wilde graag voor een paar dagen weg en wil dan liefst naar een stad waar ik cultuur verwacht, niet te ver weg, onbekend en zo mogelijk met natuur dichtbij, zodat ik een dagje 'naar buiten' kan. Edinburgh was voor mij een kandidaat. Als de shuttle daar dan zondagmiddag om half 5 binnenrijdt en ik zie hoe een namiddagzon schijnt op het monument voor Walter Scott (dat wist ik op dat moment nog niet), dan lijkt me de keus helemaal terecht.
Vanzelfsprekend ga ik naar het kasteel. Ik loop over de Royal Mile, ik ga naar het Writer's Museum, bezoek het graf van David Hume, beklim Calton Hill en zoek de spoken van de stad.

4 oktober - Wat zou jij kiezen? Welk moment uit je leven zou je na je dood willen bewaren? Die vraag wordt gesteld in After Life, de opera van Michel van der Aa die ik gisterenavond in het Muziektheater in Amsterdam heb gezien. Behalve de boeiende muziek, uitgevoerd door Asko / Schönberg, en de fantastische zangers, zoals Roderick Williams, Yvette Bonner en Claron McFadden, is de opera bijzonder emotionerend. De opera wordt doorsneden met filmbeelden van mensen die vertellen over roerende gebeurtenissen in hun leven. Ik denk vooral aan het verhaal van de (blanke) Zuid-Afrikaanse vrouw die vertelt hoe ze afzijdig blijft van de strijd tegen de apartheid en uiteindelijk toch geaccepteerd en omhelsd wordt. Maar ook het verhaal van de opera zelf is gevoelig en mooi. De oude man die getrouwd blijkt te zijn geweest met de verloofde van de gids, hoofdpersoon Aedon, die al vijftig jaar lang mensen helpt om een keuze te maken van hun mooiste herinnering. En Aedon die beseft dat hij ooit iemand heel geklukkig heeft gemaakt, weet dan na vijftig jaar uitstel toch een moment te kiezen. Of de jonge vrouw die zelfmoord heeft gepleegd en weigert een moment te kiezen. Ze stelt indringende vragen: waarom mag ik geen droombeeld kiezen en is je herinnering eigenlijk wel zo betrouwbaar? Maak je niet zelf een ander, mooier, beeld van wat er misschien echt gebeurde?
En natuurlijk denk je dan ook zelf over je moment. Op welk moment was ik het meest gelukkig? Was dat op reis? Heeft dat met liefde te maken? Met sublimatie? De zorgeloze momenten. En tegelijkertijd denk je dan over de minder mooie momenten, zoals ook de mensen in de film, de opera, doen. Momenten waarvoor je je schaamt vooral. Dat zijn volgens mij de ergste. Tegenslag oké, maar schaamte draag je denk ik het langste met je mee.

4 oktober - Zomertijd van John Coetzee is opnieuw zo goed, zoals elk boek dat ik totnogtoe van hem gelezen heb. Het is eigenlijk een boek over hemzelf, After Life zou je kunnen zeggen. De biograaf van Coetzee - of je nu zo blij moet zijn met deze (fictieve) biograaf is een andere vraag - wil zich concentreren op een bepaalde periode, namelijk de beginperiode van Coetzee's schrijverschap. Hij praat met vijf mensen die de schrijver gekend hebben. Die geven een beeld van Coetzee. Geen opvallende man, en iemand die ook nog onhandig in zijn lichaam zit. Was dat nou zo'n grote schrijver? Zo'n bijzondere man? Het leuke is dat Coetzee zo eigenlijk een soort autobiografie schrijft.
(En terwijl ik dit zat te schrijven belden de buren aan o
mdat de kamer totaal blauw stond beneden, de peren zijn aangebrand en totaal verkoold!).

Michel van der Aa