Cantatekoor Wageningen

Het Cantatekoor Wageningen (www.cantatekoorwageningen.nl) bestaat in 2009 45 jaar. Het koor zet in november voor het jubileumconcert twee hedendaagse componisten op het programma: de Argentijnse componist Martín Palmeri en de Engelse John Rutter. Van Palmeri wordt de Misa a Buenos Aires uitgevoerd en van Rutter zijn Magnificat.
Het Cantatekoor brengt de Misatango en het Magnificat zaterdagavond 21 november in Wageningen en zondagmiddag 22 november (om 15 uur) in Deventer, in de Broederenkerk. Beide concerten worden uitgevoerd in samenwerking met het Cuarteto Rotterdam en sopraan Murni Surwetja.


Martín Palmeri

Martín Palmeri, geboren in 1965, is behalve componist ook pianist en koordirigent. Zijn Misatango is een internationaal succes, opgevoerd met sopraan Bernarda Fink in Wenen in 2007, en ook in Spanje, Frankrijk, Japan en in Utrecht. In de zomer van 2009 komt Palmeri zelf naar Utrecht om een uitvoering van zijn mis te dirigeren.

Palmeri schreef de ‘ Misa a Buenos Aires ' in 1996. Het is een mis waarin hij, zo vertelt hij in een interview in Argentinië, de grenzen van de tango wilde verleggen. De introductie van een koor in dit genre vond hij een uitdaging.
Hij hield zich aan taal en vorm van de mis; met Kyrie, Gloria en Credo tot Agnus Dei . Maar hij gebruikte in de instrumentatie bijvoorbeeld wel een bandoneon. ‘De grote rijkdom aan heftige en expressieve melodieën maken dit werk tot een boeiende belevenis voor zowel uitvoerenden als publiek.' Aldus een aankondiging voor de uitvoering in Utrecht.

De tango ontstond eind 19 e eeuw aan de oevers van de Rio de la Plata (bij Buenos Aires). De gloriejaren van de tango waren tussen 1930 en 1950 en na Astor Piazzolla (1921-1992) zou de tango dood zijn. Er zijn mensen die zich afvragen of het wel geoorloofd is om de tangotraditie nog te vernieuwen. Maar daar ligt juist de uitdaging, vertelt Palmeri voor een interview in het Argentijnse tijdschrift Axolotl (maart 2005). “In het zoeken van wegen om nieuwe gevoelens te genereren met respect voor de sfeer van deze muziek.”

De afgelopen jaren werd de tango ook met andere muzikale vormen dan een mis gecombineerd. Onder meer met opera. Piazzolla zelf kwam met María de Buenos Aires, op een libretto van Horacio Ferrer; misschien eerder een oratorium. Als eerste echte operatango zou Orestes van Betty Gambartes y Diego Vila gezien kunnen worden, opgevoerd in 2002 in Rotterdam. En Palmeri schreef Mateo , op een libretto van Javier Adúriz. Dat werk vertelt het verhaal van een gekwelde chauffeur die niet weet hoe hij zijn gezin moet voeden.

De erfenis van Piazzolla, dat was het vertrekpunt voor Palmeri en zijn Argentijnse collega-componisten. Piazzolla combineerde muzikale elementen zoals de fuga en ook jazz met de tango. Palmeri vertelt dat hij in zijn Misa a Buenos Aires op die weg verder is gegaan. De tango is dan vooral herkenbaar in het ritme en het kenmerkende geluid van de bandoneon.

Het Latijn geeft anders dan het geval zou zijn geweest als er in het Spaans was gezongen, een universeel karakter aan het werk. “Overal op de wereld”, zegt Palmeri, “wordt het Latijn immers herkend; dat geeft direct een binding met de muziek.”

Palmeri is trots dat zowel publiek, uitvoerenden, koor als orkest de Misatango zo waarderen. “De muziek raakt het publiek echt. Dat komt misschien wel vanwege de synthese van de academische muziekstijl (zoals die wordt onderwezen op Argentijnse conservatoria) met de expressiviteit van de tango.”

Martín Palmeri naast dirigent Ricardo Luna en Bernarda Fink (derde van rechts), 2007

In Argentinië hoort de tango immers bij het volk. Vanuit hogere kringen werd er op neergekeken. De klassieke muziek drukt beschaving uit, zo was het idee, en de tango is volks en banaal. Toen Piazzolla een beurs won om te gaan studeren bij Nadia Boulanger in Parijs, vertelde hij uit schaamte en angst maar niet dat hij een tangomusicus was, want hij vreesde daarmee zijn beurs te verspelen. Maar toen Boulanger ontdekte waar hij zich mee bezighield, stimuleerde ze hem er juist in.

Het verandert nu ook, erkent Palmeri. De tango ‘civiliseerde' zich, zo beschrijft hij, onder meer door muzikale elementen over te nemen van de academische stijl. Een kruisbestuiving die in Europa al veel eerder gebruikelijk was.

Met volle overtuiging stort Palmeri zich in die bestuiving. “Onze situatie is anders dan in Europa,”'zegt hij. “Want zij hadden niet één, maar vele Piazzolla's.” Hij doelt op mensen zoals Bartok, Stravinsky, Ravel en Janacek, componisten die volkse muziek verwerkten in hun composities en in het begin van de 20 e eeuw een alternatief zochten voor de strengere Duitse traditie. “Wij moeten nu met de tango aan de slag.”

Palmeri is in elk geval begonnen. Hij schreef celloconcerten waarin hij piazzollaanse thema's en andere folklore verwerkt. Hij schreef ook Cuatro ensayos sobre las estaciones (Vier proeven over de seizoenen) , een werk voor gitaar, cello en contrabas en een sonate voor piano en cello met tango-elementen. Hij kondigde in het interview van een paar jaar geleden verder ook een nieuwe opera aan en muziek waarin hij de Argentijnse geschiedenis wil verwerken, met nadruk op de beleving van het volk.

 

John Rutter

John Rutter, geboren in 1945 in Londen, is componist, organist en koor dirigent. Maar hij staat in een heel andere traditie dan Palmeri. Rutter schrijft hoofdzakelijk composities voor koren. Hij woont nu dichtbij Cambridge, maar dirigeert regelmatig koren en orkesten over de hele wereld.

 

 

 

 

 

 

Rutter (links) met Cambridge Singers

 

Hij studeerde tegelijk met John Taverner op het Highgate College (Londen) en later op het Clare College in Cambridge. Hij dirigeerde daar het collegekoor en in 1981 richtte hij de Cambridge Singers op, een van de beste kamerkoren in Engeland. Hij kwam een paar jaar later met een eigen platenlabel: Collegium Records. "Ik wilde een medium voor de Cambridge Singers," zegt hij. En ook zoveel mogelijk zeggenschap over uitvoeringscondities.

De Cambridge Singers hebben onder meer een uitvoering van Rutters' Magnificat opgenomen, het stuk dat het Cantatekoor nu ook op het programma heeft. Rutter schreef dat Magnificat in 1990. Hij leidde zelf de première, datzelfde jaar in Carnegie Hall, New York.

Rutter schreef verder een Gloria, een Requiem, werken voor de Anglicaanse liturgie, anthems en vele carols, onder meer de succesvolle Carols for Choirs . In een interview verklaarde hij niet een enorm religieus persoon te zijn, maar hij wordt geïnspireerd door de spiritualiteit van de gewijde verzen en gebeden.

Hij heeft behalve kerkmuziek ook muziek bij vertellingen gecomponeerd. Een opera voor jonge mensen: Bang! En hij componeerde in 2003 na de dood van zijn zoon Christopher de Mass of the Children.

Net als Palmeri combineert hij elementen uit heel verschillende muziekstijlen. Hij gebruikt invloeden uit de Engelse, Franse en Duitse koortradities, met sporen van popmuziek en jazz. Dat is ook te merken in de energie, de syncopische ritmes en de sterke melodieën van zijn Magnificat.

Het Magnificat, dat al op heel veel verschillende manieren op muziek is gezet, wordt wel de lofzang van Maria genoemd. Magnificat anima mea , betekent ‘maak mijn ziel groot' of ‘verhef mijn ziel'. Woorden die Maria gezegd zou hebben toen ze in verwachting was.

Zoals in de meeste van zijn composities leent Rutter van vroeger. In dit geval voegt hij bijvoorbeeld het 14e eeuwse gedicht ‘Of a rose, a lovely rose ' toe aan de Latijnse tekst. De roos is dan te zien als een metafoor of allegorie voor Maria. Rutter verklaarde verder dat hij een Magnificat wilde schrijven dat mediterrane sferen oproept.

Rutters muziek is heel populair en hij wordt misschien wel het vaakst uitgevoerd van de huidige generatie componisten. Als je in een koor zingt, schrijft Classic Magazine, dan is het haast een mathematische zekerheid dat je Rutter bent tegengekomen. Hij componeert al bijna veertig jaar koorwerken.

Zijn muziek is altijd schitterend geschreven voor de stem en heel mooi georkestreerd. Vanwege zijn populaire stijl is er in de bovenste lagen van het muzikale establishment soms een zekere scepsis, maar koren en publiek over de hele wereld reageren met enorm enthousiasme op zijn melodieën.

“Veel mensen denken dat ik een muzikale kerstman ben,” zegt hij in een interview voor The Independent, in 2007. “Ik werd aanvankelijk ook bekend vanwege componeren en arrangeren van Christmas carols .” Maar die associatie vindt hij echt een misverstand.

En over het typische Ruttergeluid zei hij in 2003 het volgende. “Vorige week bij een uitvoering van mijn Requiem zei iemand: vreemd, uw muziek maakt me aan het huilen, maar het zijn geen tranen van verdriet, eerder van vreugde en troost. Zelfs in de droevige delen. Iemand anders zei: uw muziek raakt mensen in het hart. Als dat zo is, zijn het de mooiste complimenten die je kunt krijgen.”

 

Reageer.

Ton van den Born, april 2009