De kant van client cuddling

‘Asymmetrie’, het boek dat Lisa Halliday vorig jaar publiceerde, telt minstens drie verhalen. Het verhaal van de relatie van Alice en een beroemde schrijver die ongeveer drie keer zo oud is als zij, het verhaal dat Alice schrijft over de kafkaiaanse belevenissen van een Iraaks-Amerikaanse econoom op een vliegveld. En het bevreemdende radio-interview met de beroemde schrijver van het eerste verhaal.

Het boek gaat voor mij over verschillen die botsingen kunnen veroorzaken. En hoe je dan niet of wel tot elkaar kan komen. Over de afstand tot elkaar bij mensen, in leeftijd, opleiding, cultuur. Die afstand hoeft geen belemmering te zijn voor empathie. Maar man-vrouw, oost-west, oud-jong, je moet er wel wat voor doen.  

Diversiteit zou je het kunnen noemen. Maar bij zo’n term denk je minder aan een boek zoals ‘Asymmetrie’ en meer aan een organisatie of aan beleid. Ik denk aan al die organisaties die als subtekst hebben: ‘Diversity makes us stronger. Diversity makes us smarter. Diversity makes the world better’.   

Wilma Haan, die tot half februari bij Parool werkte, schreef in een column voor de NVJ (waar diversiteit in 2019 een speerpunt is): ‘Wij zijn allen blinde mannen (m/v/x)’. Want iedere blinde man die in de bekende Indiase parabel een olifant tegenkomt (zijn poot, slurf, oor, buik), beschrijft die olifant anders. De werkelijke olifant is dan de optelsom van al die beschrijvingen. Of noem het invalshoeken of perspectieven. Dan ben je de parabel al aan het duiden.

Dat is natuurlijk ook de bedoeling. Wat leer je er dan van? Nou, wil je in jouw tijdschrift of krant een goed beeld van de wereld schetsen, dan heb je diversiteit nodig in leeftijd, culturele achtergrond, gender en seksuele voorkeur. Anders blijf je toch minstens gedeeltelijk blind.

Je kunt mooie lijstjes maken: ‘speerpunten voor organisaties’. De organisatie waar ik heb gewerkt, deed dat ook en noemde dat kernkwaliteiten. ‘Proactief’ en ‘transparant’ waren toen in de mode. ‘Creatief’ is dat nog steeds. En verder duurzaamheid, inclusiviteit, professionaliteit, klantgerichtheid, en…ja, diversiteit. Maar je kunt ook denken aan betrouwbaar, zorgzaam, oplossingsgericht, positief, dat je over aanpassingsvermogen beschikt en goed bent in anticiperen of accuraat handelen. Alles waarin je jezelf herkent of nog niet. Of wat je misschien totaal niet hebt, maar wat wel echt supergoed klinkt: “Flexibility! Ja, dat moeten we hebben!”

Diversiteit zou ik dan bovenaan zetten in een lijstje ‘speerpunten’. Een loffelijk streven. Maar doe het dan echt. Genderdiversiteit is slechts één element daarvan. Er zijn meer speerpunten. Een lijstje van een paar opvallende zaken anno 2019.

  • Maatschappelijk verantwoord ondernemen blijft (nog steeds, en dat is dus niet alleen duurzaamheid in aanpak en beleid, maar ook dat je als organisatie iets wilt bijdragen aan mens en maatschappij, bijvoorbeeld steunen van goede doelen of de culturele sector.);
  • Reputatiemanagement en employer branding worden belangrijker (dat je moet zorgen dat de reputatie van het bedrijf of de organisatie als werkgever en organisatie goed is, want allemaal tevreden werknemers, klanten, studenten, bezoekers. Kijk naar de overdaad aan enquêtes en reviews.);
  • Flexibele inzetbaarheid of employability ook (want, hoor je keer op keer, de vaste banen waar je twintig jaar hetzelfde werk blijft doen, zijn binnenkort echt definitief uitgestorven.);
  • Werkgeluk zeker (minder stress, goede werksfeer, fijne collega’s, betrokkenheid bij de organisatie en wat daar gebeurt en plezier op het werk. Gelukkig zijn wordt haast een plicht: be happy!);
  • En klantcontact natuurlijk (bijvoorbeeld via sociale media waar je direct kunt reageren op vragen en klachten bijvoorbeeld, de NS doet dat op Twitter met ook zo’n dakje voor persoonlijk contact. Dat wordt gewaardeerd, meer dan onpersoonlijke opmerkingen en doorverwijzen naar collega’s, want: ‘daar ga ik niet over’. Zo’n reactie kan echt niet meer.).

In die kwaliteiten kun je als organisatie zwaar door de mand vallen. Ook in je diversiteitsclaim, met al je witte hetero- en cismannen bij het koffiezetapparaat.

Als je bijvoorbeeld als vliegmaatschappij of energieleverancier zegt dat je echt helemaal 100 procent groen bezig bent, terwijl je dat aantoonbaar in geen eeuwen waar kunt maken. Dat je als organisatie milieuvriendelijker pretendeert te zijn dan je bent. Greenwashing! Of dat je klantgerichter bent dan je kunt waarmaken. De internetprovider die zo mooi zegt mensen te verbinden in plaats van hun computers. Client cuddling?

Window dressing? Of iets met fake? Een oproep dan, want we kunnen misschien nog wel een paar woorden gebruiken (Engels of Nederlands) om onterechte claims aan de kaak te stellen. Hoe je je mooier voordoet dan je bent. In de huidige socialemediatijden een bekend verschijnsel. Oproep dan, want we hebben hier meer vocabulaire nodig, lijkt me, en ik kom even niet verder.
    
Mijn tip ten slotte aan organisaties, mensen bij organisaties en mensen die niet of nog niet bij organisaties zitten: haal eruit (uit deze blog) wat je bevalt, denk aan de noodzaak van het verschil en lees ‘Asymmetrie’ van Lisa Halliday.

Wie stikt de naden?

Als de angst haar bij de keel grijpt, vlucht Flora terug in de herinneringen aan haar moeders keuken.  Ze is dan de tiener die eieren klutst en avocado’s schilt. Een onbezorgde tijd van school, vriendinnetjes en soms een vriendje. Het was een tijd van verliefdheid en spel, en hoop op een toekomst die vast heel mooi zou worden.

Op haar achttiende trouwde ze en kort daarna kreeg ze haar eerste kind. Toen haar man werd opgepakt voor diefstal was ze opnieuw in verwachting. Het ging niet goed met de baby die vervolgens geboren werd, maar geld voor medicijnen had ze niet. Flora bad en smeekte het ziekenhuis om zorg toen het kind stervende was. Het mocht niet baten. Wanhopig zocht ze naar baantjes en handeltjes. Telkens opnieuw werd ze teleurgesteld. Geen ervaring, geen capaciteiten, geen kans.

Ze nam ten slotte naailes in de hoop een bedrijfje te beginnen. Haar naaidocente wist van haar moeilijke situatie. Ze vertelde haar nadat ze een maand of wat les had dat je in de VS gemakkelijk geld zou kunnen verdienen. In de kledingindustrie werden voortdurend mensen gevraagd, zei ze. Dan zou je zoveel verdienen dat je nog geld naar huis kunt sturen.

Flora liet haar moeder en haar kind achter en ging erheen. Vol hoop dat de weg naar boven nu was gevonden. Maar ze merkte tot haar ontsteltenis al snel dat het allemaal leugens waren. De vrouw die contact had gelegd met de naaidocente en haar de grens over had geholpen, vertelde dat ze haar voor haar hulp om de grens over te steken 3.000 dollar schuldig was en dat Flora die terug moest verdienen. Deze Jennifer was een stevig, maar verzorgd uitziende vrouw. Iemand die aanvankelijk vertrouwen uitstraalde, maar, zo bleek later, snel haar geduld verloor en kwaad werd. Dan werd Flora zo bang dat ze de rillingen in haar lichaam nauwelijks kon beheersen.   

De hele dag maakte ze jurken. Zat de dag erop, dan moest ze de fabriek schoonmaken. Ze sliep in een opslagruimte waar ze een matras deelde met een ander slachtoffer. Ze mocht de fabriek niet uit of praten met haar collega’s die normale diensten draaiden. Eén maaltijd per dag kreeg ze, tien minuten. Bang voor de strenge opzichters en nog meer voor Jennifer gehoorzaamde ze. Ze at snel en had altijd honger. Soms begonnen haar lippen te trillen. Dan moest ze zich uit alle macht beheersen om niet in huilen uit te barsten met alle mensen om zich heen. Dan ging ze terug naar haar moeders keuken.

Haar collega’s keken weleens bevreemd als ze ’s ochtends aan hun dienst begonnen. ‘Goh, zij lijkt hier wel te wonen’, dachten ze. Maar contact met haar kregen ze niet. Jennifer, die haar paspoort had ingenomen, had haar verteld dat ze het duur zou betalen als ze iets zou vertellen. Bovendien zou de politie haar toch niet geloven, illegaal in een vreemd land. En, zei Jennifer, ‘ik weet waar je moeder en kind wonen’.  Het moet nu bijna vier maanden zijn dat ze hier zit. Op zondagen is er meer tijd is om aan thuis te denken. Dat geeft rust en tegelijk ook onrust. Ze denkt ook aan de jurken die ze heeft gemaakt. Die hangen voor 200 dollar per stuk in de winkel. Zouden de kopers van die jurken er wel bij stilstaan wie de naden heeft gestikt?

Slavernij bestaat nog steeds, hoewel het al zolang verboden is. Ik schrok ervan toen ik het hoorde. Moderne slavernij treft miljoenen mensen in bijna alle landen van de wereld. Niet alleen Mauritanië, Saoedi-Arabië en India bijvoorbeeld, maar ook een land als Nederland of de VS. Het kan gaan om de seksindustrie, kinderarbeid, gedwongen huwelijken en mensenhandel. Overal waar menselijk arbeid wordt geëxploiteerd tegen nauwelijks of geen betaling.

Woest en bijster

Fietsend van landschapskunst naar locatiespel
Heel woest en erg bijster
Stuit ik op een briefje in het bos
‘Kun je je nog verwonderen?’
Vraagt een boom
Over oranje sinaasappelpoëzie in het groen
Een zilveren tol in een dorpse koepel

Bij de Franse Kamp dansen spelers
Met Down, met bravoure
Ze verhalen over grenzen
oorlog en strijd
Normaal, roepen ze
Strijd is blijkbaar normaal
Maar kan het niet anders?

Elders in het bos
Volg ik een edelvrouw in een tijdmachine
Tweehonderd jaar terug
Barones tegen boeren
Strijd tussen klassen
Dan pakt een boer haar hand

Kun je je nog verwonderen?
Over grens, tegenstelling, verschil
Hoe mooi overbruggen is
Over concurrentie en strijd
Hoe niet normaal oorlog is
Voel dan het ritme van de wind
Luister naar de melodie van regendruppels

In Bennekom werd eind oktober 2018 een kunst- en theaterfestival georganiseerd. Onder de naam: Woest en Bijster. Landschapskunst en locatietheater in de bossen tussen Wageningen en Bennekom.

De hemel van Belinda

In ‘De hemel van Belinda’ wilde ik iets met ‘verleiding’. Hoe werkt dat? Hoe kruipt het in je?
Ik wil nog steeds wel iets met verleiding, het zusje van verlangen. Ik denk aan de verleiding van sociale media en smartphone, de commercie, lekker eten, verslaving, en aan de noodzaak van verleiding, want zonder verleiding is het voortbestaan van de soorten wellicht niet zeker. Maar ook het ongeluk van de verleiding: zoals Pandora die de doos opent en zeven zonden laat ontsnappen.
Het verhaal doet denken aan ‘Peachez, een romance’ van Ilja Leonard Pfeijffer, waarin een wat wereldvreemde wetenschapper reageert op een phishing mail, maar ik heb geprobeerd mijn eigen verhaal te maken. Ik heb het geschreven voor de Schrijverskring in Wageningen, een groepje enthousiastelingen die hun probeersels met elkaar bespreken.

De hemel van Belinda

“Wat lief van je”, schreef hij. “Dank je voor je lieve compliment. Ja, iedereen vindt dat ik er jonger uitzie dan ik ben.” Maar ergens kriebelde het, een gedachte die hij snel wegduwde. ‘Hoe kan ze dat nu zien op de vage foto die ik op mijn datingprofiel heb gezet?’ Zijn bedenkingen had ze weggewoven. ‘Nee, ik zie het wel. Je mag er echt zijn!’

Een paar dagen geleden, na een opmerking van een collega op het onderzoeksinstituut of hij niet af en toe naar een relatie hunkerde, had hij eens rondgekeken op internet. Blijkbaar waren er veel vrouwen op zoek. Aantrekkelijke vrouwen die soms niet eens zo ver weg woonden. Zoals HoneyCamilla, 30 jaar, ruim 1,75 meter, single, cupmaat B en hbo-opgeleid. JoyLady, HetePoes, MusicFannn. Maar na lang dubben had hij een ‘flirt’ aan ‘Verwennen’ gestuurd en direct erna een berichtje. Ze was niet een van die vrouwen die op ‘fijnedates.nl’ borsten toonde, een hand in een slipje schoof of haar tong tegen haar tanden krulde. Haar profielfoto toonde een lief gezichtje, lang glanzend haar en grote ogen.

Binnen twintig minuten reageerde ze. “Wie ben je?” schreef ze. “Wat zoek je in een vrouw?” Hij schrok van de snelle reactie. Was het zo gemakkelijk? En over haar vragen moest hij lang nadenken. “Iemand met wie ik kan praten”, bedacht hij. En “een prinses, iemand die ik ook een beetje op een voetstuk kan plaatsen”. “Ik wil goed verwend worden”, had ze immers geschreven op haar profiel. Hij aarzelde: wat bedoelde ze dan, wat als hem dat niet lukte?

Hij deelde zijn zorgen met haar, maar ze had er alle vertrouwen in. Kunnen we niet gewoon mailen, vroeg hij. Nee, reageerde ze, nog niet. “Ik ben een beetje ouderwets, eerst hier gezellig kletsen. Niet dan?” Oké, stemde hij in, natuurlijk. Ook al kostte elk berichtje hem een paar euro. Hij begreep wel dat ze liever voorzichtig was. Met alle meldingen over misbruik van macht in het #metoo-tijdperk.

Heel geleidelijk gaf ze meer informatie. “Ik heet Belinda en ik leid een kapsalon, leuk werk. Ja, vreselijk druk!” Goh, dacht hij. Knap dat ze steeds binnen een kwartier op mijn berichtjes reageert, daar in die drukke kapsalon. “Het is een kapsalon voor vrouwen, maar mannen zijn ook welkom”, schreef ze. Hij plukte aan zijn haar.

“We kunnen elkaar misschien heel veel seks geven”, schreef ze, “logisch toch dat ik dan eerst wil kletsen.” Daar schrok hij opnieuw van. ‘Is dat wel wat ik zoek, veel seks?’ “Ja, zo’n prinses ben ik wel’, vervolgde ze. ‘Waag het niet met lege handen te komen. Ik ben echt een verwende vrouw. En als je cadeautjes me niet bevallen, zal je dat merken.” Oef, streng. Maar ze sloot af met ‘lieverd’ en twee kruisjes.

Gevleid wilde hij direct reageren, maar een nieuw berichtje kostte hem nieuwe euro’s. Tja, dacht hij, dat moet dan maar. Hij probeerde haar te googlen: kapsalon – Belinda – de plaats waar ze woonde. Niets. Een paar kapsalons, maar geen Belinda. Misschien is ze echt een beetje ouderwets, bedacht hij.

Zijn volgende berichtje kostte hem wat tijd. Het was druk op het instituut waar hij onderzoek deed naar gevolgen van klimaatverandering. Nieuwe ontwikkelingen over zeespiegelstijging die in uitgebreide artikelen werden beschreven en die zijn onderzoek een andere wending konden geven. Hij was een kritisch lezer en vroeg zich steeds af, wat is het belang van degene die deze resultaten deelt? Willen ze gewoon goed voor de dag komen, meer geld voor hun onderzoek losmaken of zijn ze werkelijk betrouwbaar? Is hun onderzoek echt een stap verder, iets waar we rekening mee moeten houden, of een poging om te scoren? Je struikelde in de wetenschappelijke wereld soms over ego’s, misvattingen, verdraaiingen, belangen en gekwetste trots.

Belinda was een rustige haven. Iemand bij wie hij zijn zorgen over zijn werk kon delen en ze zou begrijpend en lief reageren. Zijn mail waarschuwde dat er een berichtje was in de inbox op de site. Daar vond hij behalve een nog onbeantwoord berichtje van haar een melding van ‘eenopenvraag’. Met een prachtige foto van een jonge vrouw. Veel te jong voor hem, maar ze schreef dat ze zijn (vage) foto had gezien en hoopte dat ze elkaar zouden vinden. Misschien was de persoon die beide berichtjes schreef, die van ‘Belinda’ en ‘Eenopenvraag’ wel dezelfde, bedacht hij een paar weken later. Zijn ogen gingen langzaam open, dit was echt te mooi.

Pandora’s box (wikimedia commons)

Chatoperator op een datingsite is een betaald beroep, zo begreep hij later. Slecht betaald weliswaar, maar er zijn vrouwen die thuis berichtjes typen om mannen aan de chatbox te binden. Of vrouwen, iedereen die er een berichtje plaatst. Ze gaan in gesprek en stellen voortdurend vragen. Genoeg mannen die willen geloven dat ze echt met een vrouw praten met wie ze een relatie kunnen opbouwen. Soms willen die mannen slechts contact met iemand. Maar in werkelijkheid worden ze misleid, praten ze met verschillende personen en zal er nooit een echte date komen. Never!

De markt van verleiding en bedrog bestaat niet alleen in de liefde en de seks, maar die markt is veel groter, bedacht hij. Die gedachte was welkom, want dat verleiding zo’n fenomeen is, was ergens ook een soort van excuus naar zichzelf. Als consumenten worden we allemaal gemanipuleerd. Mooie plekken waar je in wilt zijn of wonen, sfeerfoto’s die je beloven dat je gezelligheid kunt creëren of ‘10 dingen die je leven beter maken.’ Je wordt persoonlijk aangesproken: ‘Hi Linda, Hallo Harry, Dag Debra, jij krijgt korting omdat je zo’n fijne klant bent!’ In de supermarkt word je verleid om zo lang mogelijk te blijven (gratis koffie) en zoveel mogelijk te kopen (hamsterweken, kassakoopjes).

Soms gaan we dan compleet tegen onze voornemens en principes in. Stem je misschien toch op de partij die je onmogelijke beloftes doet. Koop je dingen die je, besef je een dag later, nooit gaat gebruiken. Maar ja, deze korting was alleen voor jou! Misschien probeer je je keuze rationeel te motiveren, alle voor- en nadelen op een rijtje, maar vooral emotie telt. Maakt niet uit of je naar de Zalando gaat, aan een goed doel geeft, een cliffhanger in een tv-programma of een website die je fijne dates belooft. ‘Don’t forget to treat yourself’, leest hij op een bord bij een beddenwinkel. Verwen jezelf eens, want deze matras belooft je de mooiste dromen.

De beste remedie tegen al die valse verleidingen is vriendschap, had hij gelezen. Maar voor vriendschap had hij weinig tijd in zijn drukke werk. De computer was er altijd. Het geduldige internet was zijn beste vriend. Altijd beschikbaar en voldoende mensen op sociale media die reageerden op zijn posts. En dan Belinda, die, zo leek het, nooit te moe was voor een berichtje.

Het werkt zo subtiel, realiseerde hij zich. Op het moment dat je kiest, maak je voor jezelf een compleet verhaal. De mooiste toekomstdromen nestelen zich in je hoofd. Een strak pak of een prachtige jurk, en iedereen kijkt naar je. Een reisgids belooft je authentieke ontmoetingen, zonovergoten stranden, witte kerkjes en de vakantie van je dromen. Je ziet je al lopen daar. Of, je hebt straks inderdaad een date met die verleidelijke vrouw die je op de foto toelacht. Ze kust je lief, complimenteert je en is blij met jouw aandacht en het cadeautje dat je met zorg hebt uitgezocht: prachtige zijden kousen die haar benen glans geven en haar gezicht doen stralen. Ze lacht naar jou, de zon schijnt, het leven wordt prachtig.

Al die dingen schoten door zijn hoofd. Hij was na dagen mailen wakker geworden uit een droom, wist hij nu. Maar toch, ergens in een hoekje van zijn gedachten zat Belinda nog. Hij checkte zijn mailbox en de site. Hij miste haar al. Was ze een schim of zou ze misschien toch bestaan? Was die mooie toekomst die hij zich met haar had voorgesteld vervlogen of was er nog een kansje? Oh, als ze hem nog een paar lieve woorden zou sturen…

Meedansen met Lara

Lara die afgewend in de doucheruimte staat, met tranen in haar ogen naar de ballerina’s op het podium kijkt, een blik werpt in de kamer waar de andere meiden slapen, nerveus met haar handen beweegt. De flirt waarbij ze angstvallig haar lichaam afdekt, de manier waarop ze dat lichaam wil wegstoppen. De verlegenheid, ongeloof, het ongeduld, de boosheid, inspanning, verdriet en trots. En de zekerheid over wat ze wil: vrouw zijn als iedere andere vrouw, meisje met de andere meisjes, dansen zoals een ballerina en dat iedereen haar ziet zoals ze zich toont. Als vrouw. Dat is haar grote wens.

Ik vond het een prachtige film. Intussen had ik al zoveel over ‘Girl’ gelezen en gehoord toen die hier eindelijk te zien was, dat het me lastig leek om onbevangen te kijken. Maar ik werd toch meegesleept, danste als het ware mee.

Goed, de genderstereotypering over mannelijkheid en vrouwelijkheid, met alle druk die dat op mannen en vrouwen geeft, en de binaire blik op mannen en vrouwen, dat blijft ook na deze film wel een strijdpunt. Je kunt je verder afvragen of het idee dat je ‘geboren wordt in het verkeerde lichaam’ wel voldoende geproblematiseerd wordt. Niet door Lara zelf in elk geval.

Maar ik herken me niet in de kritiek dat dit verhaal een verkeerd beeld geeft van die heel diverse groep van transgenders – kan dat wel? De film geeft een mooi beeld van één transgender persoon. Er zijn niet al de verschillende tinten in gendergevoelens en lichaamsbeleving, en ik zie in het verhaal niet hét verhaal, maar een verhaal. Dat is in grote lijnen het verhaal van Nora Monsecour die in 2009 op de Koninklijke Balletschool Antwerpen de overstap wilde maken van de jongens- naar de meisjesklas.

Er wordt werkelijk fantastisch geacteerd, door Victor Polster. Met de camera dicht op deze hoofdpersoon. Lara zegt misschien niet zoveel met woorden, maar alles met haar gezicht, gebaren en emoties. Dan vraag je je geregeld af wat er in haar hoofd gebeurt.

Spitzen

Haar inspanning en wil om vrouw te zijn loopt gelijk op met haar inspanning en wil om ballerina te zijn. Op spitzen te staan. Dan moet je weten dat ik ook op ballet zit en twee keer per week aan de barre sta. Samen met vier, vijf mededanseressen. Wel anders dan Lara, want ik dans niet in balletpakje, maar in een zwarte maillot en een strak T-shirt. Toch identificeer ik me daardoor waarschijnlijk meer nog met haar dan de gemiddelde bioscoopbezoeker. Ik voel me gelukkig aan de barre, voor de spiegel, en ik denk haar dubbele verlangen – vrouw en ballerina te willen zijn – te begrijpen. Ik ben dan niet binair, maar non-binair.

Misschien is het wel die danssetting die het voor me doet, ik weet het niet. Dan kun je er haast niet omheen dat je in de film naar het lichaam kijkt, want ballet is heel fysiek. Maar het spreekt me zeer aan.

De pliés, pas de bourrees en relevés doe ik ook wekelijks, en dat valt lang niet altijd mee. Hard werken. Ik moet steeds opnieuw bedenken hoe ik mijn armen in een mooie port de bras houd, mijn benen voldoende uitdraai in de vijfde positie, een goede balans vind – denk aan je centrum! – of een pas de chat aanleer. Tombé, pas de bourree, glissade, piqué. En rond de jambe, sisonne en dan een pirouette op de voorvoet. Focus houden.

Wanneer ben je vrouw

‘De haarextensions die hij droeg, heeft hij de hele draaiperiode ingehouden’, zegt regisseur Lukas Dhont over acteur Victor Polster. ‘Hij is écht een meisje voor ons geworden.’ Dat vind ik innemend. ‘Een film op verliefd op te worden’, schrijft Hugo Emmerzael in De Filmkrant. Ik kan daar alleen maar mee instemmen.

Ik zie dan het beeld in de film voor me dat Lara wordt gevraagd of ze een jongen of een meisje wil zijn. Je ziet haar denken: wat een stomme vraag! Je ziet haar dat echt denken. De manier waarop ze reageert is super. Maar dat is ze nog niet, vindt ze zelf. Ook al probeert een dokter haar daarvan te overtuigen: ‘ik zie een vrouw’. Het komt niet aan bij Lara. Voor haarzelf is ze dat nog niet zolang haar lichaam niet is aangepast.

Daar ligt een gevoelig en essentieel punt, wanneer ben je vrouw? Het zou goed zijn als een cisgenderfilmkijker bedenkt: ja, ik zie ook een vrouw. Ondanks de ontkenning van Lara. Overbodige vraag.

Zo stelt de film eigenlijk impliciet die vraag: wanneer ben je vrouw? Zit dat in je lichaam, in je geest (dualisme van Descartes) of in de onverbrekelijke combinatie van beide? Voor Lara, die wil dansen, is het vooral het lichaam. Kijk je niet verder dan haar point of view, dan denk je: nee! Ik hoop dat de kijker na deze empathische film zelf een genuanceerder antwoord kan bedenken. En ik denk eigenlijk dat de regisseur dit heel goed doet.

Zelfverzekerd

Het is een emotioneel moment en er breekt iets als haar klasgenootjes haar uitdagen om haar geslachtsdeel te laten zien. Dat is vreselijk! En deze scene is misschien juist zo goed omdat je dat zelf ook ervaart en voelt. Of misschien moet ik voor mezelf spreken: ik voelde de verschrikking van dat moment.

Mooi is de liefde, steun en zorg van de vader. En ook voor de dokters die doen wat ze kunnen – ‘Lara, denk nu niet teveel aan je lichaam’ – heb ik begrip. Een advies dat vanzelf niet aankomt. Een film met transgender als thema moet een gok zijn voor een regisseur, met een kritische community en een strijdbaar transactivisme. Dhont had in de film ook kunnen kiezen voor de buitenkant: de ontbrekende acceptatie van de omgeving. Maar hij richt zich door dat conflict (bijna) te vermijden juist op de binnenkant.

Dan wil je weten, omdat je je betrokken voelt, hoe het verder gaat met haar. Er is dan ook een soort van loutering als Lara, aan het einde van de film, een paar jaar later, zelfverzekerd op straat loopt. Mooi einde! Echt mooi!

Met Hannigan in de hemel

Intens, intensief en, zo lijkt het, intuïtief. Blote voeten, handen voor haar mond, zuchtend, roepend, zingend. Zo staat Barbara Hannigan in het grote auditorium van het Calouste Gulbenkian. In Lissabon. Ze brengt een modern-klassieke compositie van avant-gardist en saxofonist John Zorn.

Het stuk heet Jumalattaret. Proef dat woord, Jumalattaret! Zet de klemtoon vooraan. Jú. Júmalattaret. Fins, schijnt het. Godinnen, betekent het. Zorn liet zich inspireren door de Kalevala, een verzameling eeuwenoude verhalen die in 1835 zijn opgetekend. Ik associeer het met het koude noorden. Hoog, zoals de stem van Hannigan. IJl, zoals de begeleiding van de piano. Complex, zoals de compositie. Intrigerend, zoals de hele voordracht. En onbereikbaar ver, want weg zodra de klanken zijn weggestorven.

John Zorn zit in de zaal, Barbara Hannigan staat op het podium en Stephen Gosling zit achter de piano. Achthonderd mensen zijn muisstil. Ze zijn gegrepen. Gepakt. Opgeslokt. Ze zijn in het moment, in een prachtig moment. Het is een schitterend geluk. Achthonderd mensen voelen zich opgetild, als mijn gevoel te extrapoleren valt. Dan zijn ze net zo gebiologeerd, geborgen, gezegend, gelukkig. Verzaligd als dat een woord is. Verzield. Gehannigand. Gezornd. In aanbidding van de godinnen.

Stel je voor, je bent in Lissabon, en hoort dat je gratis naar een concert kunt. Een première van een sopraan die je bewondert. Oké, je moet Lissabon met een dag verlengen, je moet een kaartje bemachtigen en je bent weer buiten voor je binnen bent, want het concert duurt nog geen half uur. Je staat langer in de rij voor een kaartje dan dat je straks in de zaal zit.

Maar wat zou het? Voor de fameuze Belém-gebakjes, drie happen, is de wachttijd twee uur. Voor een blik in Lello’s, de beroemde boekenwinkel van Porto, maximaal een kwartier, sta je drie uur in de rij. Wil je naar het openbare openluchtoptreden van het Nationaal Ballet van Portugal, zorg dan dat je lang tevoren een stoel vindt. En blijf zitten.

Júmalattaret. Julia, Judith, Juliette, dat zouden godinnennamen kunnen zijn. Het stuk is als een boek vol emotie. Verdriet ligt in Hannigans zucht en vreugde in haar zang. Vrees en verlangen vechten met elkaar. Adoratie en aanbidding. Ze voelt met haar voeten, met haar hele lichaam en ze brengt dat gevoel naar de zaal. Godinnelijk! Ik voel me gelukkig. Zolang het concert duurt en nog lang daarna, voel ik me gelukkig.

Buen camino

“Mijn broer had de tocht naar Santiago willen lopen”, zegt Nuria. “Maar het lukte hem niet meer.” Ze kijkt me strak aan. Er drijft even een donkere wolk over ons kennismakingsgesprek. “Ik loop voor hem”, zegt ze zacht.

Ze pakt de arm van Luis, haar vriend en knijpt erin. Hij kust haar en verdrijft de wolk. “Wat een prachtige etappe vandaag, niet?”

We zijn vandaag naar Pontevedra gelopen. En met tientallen lopers in de gemeentelijke herberg aangekomen. Dertig kilometers, die we vooral in de ochtend hebben gelopen. Want om de warmte voor te zijn, vertrekt iedereen zo vroeg mogelijk. Het eerste uur in het donker is makkelijker dan het laatste uur onder een onbarmhartige zon. De koperen ploert. Ik begrijp nu waar die uitdrukking vandaan komt.

Tussen Pontevedra en Santiago de Compostela liggen nog ongeveer zeventig kilometer. Zeventig kilometer waarop ik over mijn drijfveren kan nadenken. Waarom loop ik? Overleden of zieke familie? Nee, niet echt. Loop ik uit religieuze motieven naar Santiago? Nee, absoluut niet. Langs de weg naar Santiago staan honderden kruisen en prachtige kerkjes en kathedralen. Mooi, maar ze zeggen me niet meer dan dat er religieuze motieven bestonden. En ongetwijfeld nog bestaan. Wil ik dan misschien mezelf vinden, de wereld beter begrijpen of wil ik iets oplossen? Nee, mooi meegenomen, maar dat is niet wat ik tevoren bedacht heb.

“Het mooie van de weg is de weg zelf”, vertelde ik gisteren een wandelgenoot uit Duitsland. En terwijl ik het zei, ging ik het ook geloven. We zijn eerder door een industriepark gelopen en hebben een paar keer de drukke provinciale route gekruist. “Het gaat niet om het einddoel, maar om de beleving. De ochtenden, de mensen vanuit de hele wereld die je tegenkomt, het eenvoudige ritme van opstaan, lopen, eten, rusten en slapen, de ervaring van de kilometers die je achter je laat.”

Honderdzeventig kilometer heb ik nu achter me gelaten. Ik heb mensen ontmoet uit Australië, Martinique, Italië, Zuid-Korea, België, Peru en vanzelfsprekend uit Portugal en Spanje. Zij lopen immers ongeveer door hun achtertuin. Meestal gaat een gesprek niet dieper dan de zon, de blaren, de weg, de bedwantsen of de herberg.

Hoewel het me deze dagen moeilijk valt me op het boek te concentreren, haal ik misschien wel meer diepte uit het verhaal over de familie Cazalet. Elizabeth Jane Howard beschrijft daarin de relaties, de passies en de misstappen van de verschillende familieleden in de naoorlogse jaren. Prachtig! Meeslepend, normaal gesproken, maar tijdens deze intensieve wandeldagen is er voor de Cazalets vaak nauwelijks ruimte in mijn hoofd.

In de vroege ochtend, de dag erna, vul ik de waterfles onder de kraan en neem ik een paar koekjes. Ik sleur mijn rugzak, tien kilo op mijn rug, en doe hem meteen weer af. Zit alles – paspoort, stempelkaart, tandenborstel, telefoon, camera, zonnebrand – er wel in? “Ik geloof dat ik een beetje last krijg van dwangneuroses”, zeg ik tegen mijn bedgenoot – ik op het onderbed, zij erboven. Stapelbedgenoot, dus zo spannend is het niet. Take care, zegt ze en ze flipflopt naar de doucheruimte.

Buiten hangt een lichte nevel. Ik zie Luis en Nuria daarin oplossen. Hij voor haar, zij voor haar overleden broer. Buen camino, fluister ik. Niemand die het hoort.

Meer camino-foto’s staan hier.

In het middelpunt van Europa

“Zit je nu Duits te leren”, vraag ik aan het meisje naast mij. Ze leest aantekeningen met werkwoordsvervoegingen. Ja, soms zijn mijn vragen geniaal (;-)). We zitten in de trein van Praag naar Olomouc en ik worstel me, toevallig, door een Duitstalige biografie over Lou Salomé. Een boek dat meer gaat over haar relaties met mannen – filosoof Friedrich Nietzsche, publicist Paul Rée en de in Moravië geboren Sigmund Freud – dan over de in Rusland geboren psychoanaliste zelf. Het meisje studeert in Olomouc en heeft morgen examen, vertelt ze. Ja, Duits is moeilijk, en ze moet nog een paar jaar. Maar ik denk dat ze deze biografie vlotter zou lezen dan ik.

Olomouc is een stad in Moravië, ruim 200 kilometer oostelijk van Praag. Het heeft de sfeer van een provincieplaats, zeker in vergelijking met Praag. Het Deventer van Tsjechië zeg maar, of Wageningen.

Heel wat anders dan Praag in elk geval. Dat moet je vergelijken met Amsterdam, Parijs, Rome, Barcelona. Heel veel toeristen in het centrum van de stad die bij elkaar lijken te kruipen rond de highlights. In Praag is dat de Karelsbrug over de Vltava-rivier, het grote stadsplein in de oude stad, de Praagse Burcht (een complex van kastelen, kerken en musea), de Joodse begraafplaats en het museum over Mucha.

Ik ben over de Karelsbrug gelopen, slingerend tussen de drommen fotograferende toeristen. Ja, en ik ben ook naar dat museum gegaan. Alfons Mucha is net als Franz Kafka een Tsjechisch symbool. Wat Vincent van Gogh is voor Nederland. Mucha ging naar Parijs en maakte er vanaf 1894 veel posters voor het theater van de beroemde actrice Sarah Bernhardt. Prachtige vrouwen in mooie poses. Art nouveau. Ik vind het mooi, de posters, maar het museum is klein, druk en teveel op toeristen gericht die er in een halfuurtje doorheen snellen.

Mooie stad hoor, Praag. Architectuur, sfeer, een rivier, uitgaansleven en veel musea. En bovendien ligt Praag in het middelpunt van Europa en heeft het een compact centrum en goedkoop bier. Dat trekt een hoop mensen. Massatoerisme.

In de Praagse Burcht, met uitzicht op de stad, wil een groep Spaanse mannen een foto maken. Een van hen gaat binnenkort trouwen en viert nog even zijn vrijgezellenstatus. Met liters bier, schat ik. Ik schiet een paar foto’s op de smartphone van een van hen. Een kwartiertje later ontdek ik een rustig straatje dat me van de hogergelegen burcht terugvoert naar de stad. Bijna alle toeristen drommen de trappen af in plaats van het straatje. Voor me uit lopen slechts een paar nonnen.

Zware pijen

Praag ligt middenin Bohemen. Volgens de legende voelde prinses Libuse dat hier een stad zou komen. Ze trouwde met een boerenjongen en stichtte de dynastie van de Premysliden, zo’n familie van koningen die jarenlang over het land heerst. Tot ongeveer 1300. Karel IV, naamgever van ongeveer de beroemdste brug ter wereld, wordt in 1347 koning van Bohemen en later ook nog benoemd tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Het was een bijzondere eer, geloof ik, als de Paus je kroonde als keizer van dat grote politieke verband van staatjes in een gebied dat liep van Nederland tot Midden-Italië.

Karel trouwde met de 13-jarige Blanche van Valois, de zus van Filips VI die koning van Frankrijk zou worden. Een kindhuwelijk zou je denken, maar Karel zelf was ook net 13. Kinderenhuwelijk. Kinderen van 13 hadden toen een andere status. Klein uitgevallen volwassenen, als je ook de schilderijen uit de middeleeuwen ziet.

Karel IV liet Bohemen bloeien en maakte van Praag een belangrijke hoofdstad. Ik stel me dat voor als een stad met handel, een stad die groeide, waar kerken werden gebouwd en pleinen. En waar machtige mensen rondliepen in mooie kostuums in prachtige paleizen.

Ook in Bohemen kwam er net als een goede honderd kilometer noordwestelijker, waar Luther in Leipzig kritiek uitte, verzet tegen het machtsmisbruik van de katholieke kerk. Hier was dat Jan Hus met zijn Hussieten. Hus stierf in 1415 op de brandstapel, maar de twisten bleven. En veel mensen werden later protestant.

De contrareformatie, vanaf ongeveer 1620, was zo heftig dat de protestanten op de vlucht sloegen. In Tsjechië is nu het katholicisme het grootst (ongeveer een kwart van de bevolking), maar veruit de meeste Tsjechen rekenen zich niet tot een religieuze groep. Er staan mooie, grote kerken. In Olomouc zijn verschillende kloosters en ik zie ook veel monniken in zware pijen lopen. Maar een oud klooster waar ik heenloop, net buiten de stad, is kortgeleden omgevormd tot een ziekenhuis.

Charta 77

Het verhaal over de politiek is zoals zo vaak het masculiene verhaal van moord oorlog. De ontmanteling van het Oostenrijks-Hongaarse rijk na de Eerste Wereldoorlog, de republiek Tsjechoslowakije, de inval van de Duitsers in Sudetenland in 1938 en een half jaar later in heel Tsjechië.

Dan is er de moord op nazi-leider Reinhard Heydrich in Praag, de moord waarover de Franse schrijver Laurent Binet dat bijzondere boek Hhhh over schreef. Verder de onderdrukking in de stalinistische staat en de Praagse lente in 1968. Ik lees erover op een terrasje met een halve liter bier voor me, en zie soms standbeelden, herdenkingstekens of straatnamen die aan de grote gebeurtenissen herinneren.

Charta 77 ken ik vaag, maar hoe zat het ook weer? Toen de Russen de Praagse lente ruw braken en de oppositie muilkorfden, waren de dissidenten even stil, maar niet weg. Gesteund door de Helsinki-akkoorden over de mensenrechten ondertekenden een paar duizend kunstenaars en intellectuelen een manifest dat die Helsinki-waarden onderstreepte. Dat was Charta 77. Die ondertekenaars werden vaak vervolgd of verbannen, maar één ervan, Vaclav Havel, sprak het volk toe na de fluwelen revolutie in 1989. Hij werd staatshoofd.

Meer aan de zijlijn van de grote geschiedenis is er de defenestratie, aanpak van politieke tegenstanders die bijna traditie leek te worden. Ze werden het raam uitgegooid. Of het verhaal van een rabbijn uit de 16e eeuw, bevriend met de astronoom Tycho Brahe, die een beeld van klei, de golem, tot leven zou hebben gewekt. Praag was sowieso een centrum van magie en alchemie. Of Karel Capek die in het begin van de 20e eeuw het woord ‘robot’ voor het eerst gebruikte. Wat zou die opkijken als hij 80 jaar na zijn dood weer even tot leven zou komen en onze gedigitaliseerde wereld zou zien.

En dan het verhaal van de Roma en de marginalisatie en discriminatie van deze mensen. Is er een lijn te trekken naar het vluchtelingenbeleid van het land? Tsjechië heeft net als Hongarije, Slowakije en Polen de grenzen gesloten voor vluchtelingen, doof voor de EU-oproep om deel te nemen aan de opvang van mensen die vluchten voor oorlog en onderdrukking.

Janácek

Terug in Nederland lees ik Milan Kundera, ook een dissident, en een migrant. Hij vluchtte naar Parijs en schreef veel van zijn mooiste boeken in het Frans. Het boek Verraden testamenten gaat over kunst en literatuur, Musil bijvoorbeeld. En vooral over Janácek die hij als de grootste Tsjechische componist beschouwt. Groter dan Dvorak, Smetana en Martinu. Het probleem van Janácek was dat hij in Brno woonde, honderd kilometer onder Olomouc en ook een provinciestadje, zeker vergeleken met Praag. Janácek schreef vernieuwende opera’s en fantastische pianomuziek, maar ze werden niet gehoord. Of niet begrepen.

Ik bezoek het huis in Brno waar hij leefde, nu een museum. Na een treinreis vanuit Olomouc die wat langer duurt dan normaal omdat er aan het spoor wordt gewerkt. Als ik bij het museum kom, is het nog dicht. Een halfuurtje later ben ik de eerste bezoeker van de dag, net voordat er een groep van zeker twintig Japanse toeristen komt. Voordat die oosterse invasie plaatsvindt, wijst de suppoost me de weg. “Als je dit allemaal gezien hebt, kan ik een dvd starten over Janácek”, zegt ze. Ik zie de mooie documentaire, een Duitse productie van ruim een uur, helemaal uit, terwijl de Japanners na tien minuten vertrekken.

Het is een van de hoogtepunten van mijn korte Tsjechiëreis. Net als de uitvoering van het Nationaal Tsjechisch Ballet op mijn laatste avond in Praag. Choreografieën van de dansers zelf, soms uitermate klassiek en op spitzen en soms heel modern en bijna urban. Ze hebben muziek gebruikt van barok tot Bowie. Ik vind het prachtig.

Een selectie van mijn foto’s staat hier.

Nog twee minuten

leestijd: anderhalve minuut

Met hoeveel passen we achterin een truck? Tellen lukt me niet, maar het ziet zwart om me heen. Toen we ingeladen werden – er is geen ander woord voor – zag ik de paniek in de ogen van mijn metgezellen. Nu is het donker, niet omdat het nacht is, maar omdat er geen lichtinval is. Af en toe hoor ik een kreet van pijn als we door een bocht gaan en lichamen tegen de wand van de truck worden gedrukt. Met moeite blijven we overeind.

Mijn leven? Ik ben al vroeg van mijn moeder gescheiden. Kort na de geboorte. Dat zou beter zijn voor de productie. Mijn zusjes zijn wel gebleven, en worden straks misschien op hun beurt moeder. Zij zorgen voor melk en kaas, maar die rol past me niet, ik ben weggevoerd. Mijn moeder zag me vertrekken en kon niets doen. Het deed veel pijn, ik zag het bij haar. En ik heb weken rondgelopen met een knoop in mijn maag. Ik heb geen idee wat er van haar of mijn kalverzusjes gekomen is. Familie telt niet in dit leven.

Ik kwam na een lange reis in een saai hok, vies en krap. En dit is mijn laatste reis, weet ik. Ik hoorde de man en de vrouw praten. “Die en die”, wezen ze. Ze keken ook naar mij. “Die zijn er klaar voor.” Een naam kreeg ik niet van hen, ik was er te kort. Een nummer ben ik. Massa. Opbrengst.

Was dat het nou? Het leven is eten en gegeten worden. Niet meer dan dat blijkbaar. Ze zeggen dat in je laatste minuten je hele leven aan je voorbijschiet. Ik heb daar niet veel tijd voor nodig. Ik kwam nauwelijks buiten. De eerste weken nadat ik van mijn moeder gescheiden was, leefde ik alleen en daarna leefden we in een klein groepje jonge kalfjes. Dat heeft een klein half jaar geduurd en nu staan we hier. Hoe lang nog?

We worden de truck uitgedreven. De paniek is nu echt voelbaar. Ze, de mensen die over ons lot beslissen, proberen stress te vermijden. Dat heb ik begrepen, want dat is beter voor de kwaliteit. Maar echt, je voelt het als je tussen dit hekwerk staat en je kunt maar één kant op, alleen maar voorwaarts. Het is alsof je opnieuw de moederschoot uitgeperst wordt, zo verlaten we de vrachtwagen.

Maar waar toen de weg naar leven leidde, voert die nu naar de dood. Binnen twee minuten ben ik dood. En vanavond ben ik kalfsvlees in het schap of lig ik misschien al op je bord.

 

#MeToo is opmaat

Nu is met #MeToo ook de populaire dirigent James Levine gevallen. Toch is er geen sprake van hysterie en heksenjacht, wat mensen ook zeggen. Ik denk eerder aan bevrijding. Aanpak van een systeem van uitoefening van macht en gedwongen zwijgen. En van vastgeroeste ideeën over vrouwelijkheid en mannelijkheid. Dit is een begin.

Rebecca Solnit citeert bell hooks in haar essaybundel ‘De moeder aller vragen’. De Amerikaanse feministe, die haar auteursnaam met kleine letters schrijft, zei: “De eerste daad van geweld die het patriarchaat eist van de man is niet geweld tegen vrouwen. Nee, het patriarchaat eist van alle mannen dat ze daden van psychische zelfverminking plegen, dat ze de emotionele kant van zichzelf om zeep helpen.”

“Mannelijkheid is één grote verloochening”, schrijft Solnit vervolgens. Emoties, expressiviteit, ontvankelijkheid, al die mogelijkheden worden afgezworen om er maar bij te horen. Vrouwen zijn al langer bezig in het gevecht met stereotyperingen, maar mannen lopen eeuwen achter. #MeToo zou voor hen de start kunnen betekenen van eenzelfde strijd. Het gevecht tegen de stereotypering. Het verhaal van zo moeten mannen zijn. Macho en masculien, en boys will be boys.

#MeToo begon met de roep van slachtoffers van seksueel misbruik die zich niet langer stoorden aan een ongeschreven zwijgplicht. Over dat zwijgen schreef Solnit een lang essay. Mannen voelen ook de druk om te zwijgen, zegt ze. Zonder commentaar zich onderwerpen aan de ‘mannennorm’ zoals die bijvoorbeeld geldt in de studentenvereniging, bij de sportclub of op de werkvloer. Al die plekken waar alledaags seksisme gemakkelijk wordt weggewoven.

De volgende stap in #MeToo zou kunnen zijn te denken over mannelijkheid. Simone de Beauvoir schreef: Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt. Dat geldt ongetwijfeld net zo voor mannen: je wordt tot man gemaakt. ‘Man’ is niet iets onbeweeglijks en eeuwigs. Vast en vastgeroest. Het kan best anders.

Als we dan toch bezig zijn, kunnen we misschien nadenken over de dwingende indeling man-vrouw en over het hele concept gender. Dat je je er bewust van wordt dat je als je probeert te beantwoorden aan maatschappelijke verwachtingen je ook altijd een rol speelt. Het verzet tegen stereotypering (bijvoorbeeld dat mannen sterk, stoer en dominant zijn) mag dan nog veel verder gaan.

Nog even terug naar de oorsprong van #MeToo. Je zou het kunnen zien als de volgende stap in de opstand die begon toen het misbruik in de katholieke kerk aan de kaak werd gesteld. Tegen pedofiele priesters die jarenlang de hand boven het hoofd werd gehouden. Zo bleek er ook seksueel grensoverschrijdend gedrag in het leger, het onderwijs, de sportwereld. Steeds was er macht in het spel en zwegen de getraumatiseerde slachtoffers. En wat je nu hoort, is ongetwijfeld niet meer dan het topje van een ijsberg van macht en zwijgen.

Het duurde toch nog even (tot oktober 2017) voordat #MeToo in alle hevigheid losbarstte. Dat bracht de institutionele genderongelijkheid en het seksueel machtsmisbruik in de filmwereld aan het licht, schrijft Dana Linssen in De Filmkrant (maart 2018). Eerder was er bijvoorbeeld al Emma Sulkowicz, een Amerikaanse kunststudente, als aanklacht tegen haar verkrachter een matras over de campus van Columbia University sleepte. En president Grab-them-by-the-pussy, aan wie we misschien wel de heropleving van het feminisme te danken hebben. Plus #MeToo, toch zeker voor een deel.

Af en toe zijn er geluiden van een backlash. #MeToo zou te ver gaan en leiden tot verkramping en preutsheid. Bijvoorbeeld omdat kunst met blote borsten niet meer kan. Niet terecht, want het gaat bij #MeToo helemaal niet om puritanisme, om blote borsten of dat je nu als man niet meer mag flirten. Het gaat er in #MeToo om dat je veronderstelt dat je kunt nemen wat je wilt, dat wederzijdse toestemming niet nodig is en dat je anderen het zwijgen kunt opleggen. Het gaat erom dat in onze maatschappij vrouwen minder ruimte krijgen en het gaat er vervolgens om, mijn veronderstelling, dat mannen aan machoverwachtingen moeten voldoen. Het gaat vooral om een herstel van evenwicht.

Met #MeToo is een begin gemaakt. Hoe verder? Mannelijkheid en de verwachtingen daarover ter discussie stellen is één stap. Misbruik van machtsverhoudingen bespreken. En misschien is er een intersectioneel #MeToo mogelijk. Dat je niet alleen naar machtsverhouding in genderrollen kijkt, maar ook naar die waar het klasse, kleur of seksuele geaardheid betreffen.