Categorie archief: genderdiversiteit

Meedansen met Lara

Lara die afgewend in de doucheruimte staat, met tranen in haar ogen naar de ballerina’s op het podium kijkt, een blik werpt in de kamer waar de andere meiden slapen, nerveus met haar handen beweegt. De flirt waarbij ze angstvallig haar lichaam afdekt, de manier waarop ze dat lichaam wil wegstoppen. De verlegenheid, ongeloof, het ongeduld, de boosheid, inspanning, verdriet en trots. En de zekerheid over wat ze wil: vrouw zijn als iedere andere vrouw, meisje met de andere meisjes, dansen zoals een ballerina en dat iedereen haar ziet zoals ze zich toont. Als vrouw. Dat is haar grote wens.

Ik vond het een prachtige film. Intussen had ik al zoveel over ‘Girl’ gelezen en gehoord toen die hier eindelijk te zien was, dat het me lastig leek om onbevangen te kijken. Maar ik werd toch meegesleept, danste als het ware mee.

Goed, de genderstereotypering over mannelijkheid en vrouwelijkheid, met alle druk die dat op mannen en vrouwen geeft, en de binaire blik op mannen en vrouwen, dat blijft ook na deze film wel een strijdpunt. Je kunt je verder afvragen of het idee dat je ‘geboren wordt in het verkeerde lichaam’ wel voldoende geproblematiseerd wordt. Niet door Lara zelf in elk geval.

Maar ik herken me niet in de kritiek dat dit verhaal een verkeerd beeld geeft van die heel diverse groep van transgenders – kan dat wel? De film geeft een mooi beeld van één transgender persoon. Er zijn niet al de verschillende tinten in gendergevoelens en lichaamsbeleving, en ik zie in het verhaal niet hét verhaal, maar een verhaal. Dat is in grote lijnen het verhaal van Nora Monsecour die in 2009 op de Koninklijke Balletschool Antwerpen de overstap wilde maken van de jongens- naar de meisjesklas.

Er wordt werkelijk fantastisch geacteerd, door Victor Polster. Met de camera dicht op deze hoofdpersoon. Lara zegt misschien niet zoveel met woorden, maar alles met haar gezicht, gebaren en emoties. Dan vraag je je geregeld af wat er in haar hoofd gebeurt.

Spitzen

Haar inspanning en wil om vrouw te zijn loopt gelijk op met haar inspanning en wil om ballerina te zijn. Op spitzen te staan. Dan moet je weten dat ik ook op ballet zit en twee keer per week aan de barre sta. Samen met vier, vijf mededanseressen. Wel anders dan Lara, want ik dans niet in balletpakje, maar in een zwarte maillot en een strak T-shirt. Toch identificeer ik me daardoor waarschijnlijk meer nog met haar dan de gemiddelde bioscoopbezoeker. Ik voel me gelukkig aan de barre, voor de spiegel, en ik denk haar dubbele verlangen – vrouw en ballerina te willen zijn – te begrijpen. Ik ben dan niet binair, maar non-binair.

Misschien is het wel die danssetting die het voor me doet, ik weet het niet. Dan kun je er haast niet omheen dat je in de film naar het lichaam kijkt, want ballet is heel fysiek. Maar het spreekt me zeer aan.

De pliés, pas de bourrees en relevés doe ik ook wekelijks, en dat valt lang niet altijd mee. Hard werken. Ik moet steeds opnieuw bedenken hoe ik mijn armen in een mooie port de bras houd, mijn benen voldoende uitdraai in de vijfde positie, een goede balans vind – denk aan je centrum! – of een pas de chat aanleer. Tombé, pas de bourree, glissade, piqué. En rond de jambe, sisonne en dan een pirouette op de voorvoet. Focus houden.

Wanneer ben je vrouw

‘De haarextensions die hij droeg, heeft hij de hele draaiperiode ingehouden’, zegt regisseur Lukas Dhont over acteur Victor Polster. ‘Hij is écht een meisje voor ons geworden.’ Dat vind ik innemend. ‘Een film op verliefd op te worden’, schrijft Hugo Emmerzael in De Filmkrant. Ik kan daar alleen maar mee instemmen.

Ik zie dan het beeld in de film voor me dat Lara wordt gevraagd of ze een jongen of een meisje wil zijn. Je ziet haar denken: wat een stomme vraag! Je ziet haar dat echt denken. De manier waarop ze reageert is super. Maar dat is ze nog niet, vindt ze zelf. Ook al probeert een dokter haar daarvan te overtuigen: ‘ik zie een vrouw’. Het komt niet aan bij Lara. Voor haarzelf is ze dat nog niet zolang haar lichaam niet is aangepast.

Daar ligt een gevoelig en essentieel punt, wanneer ben je vrouw? Het zou goed zijn als een cisgenderfilmkijker bedenkt: ja, ik zie ook een vrouw. Ondanks de ontkenning van Lara. Overbodige vraag.

Zo stelt de film eigenlijk impliciet die vraag: wanneer ben je vrouw? Zit dat in je lichaam, in je geest (dualisme van Descartes) of in de onverbrekelijke combinatie van beide? Voor Lara, die wil dansen, is het vooral het lichaam. Kijk je niet verder dan haar point of view, dan denk je: nee! Ik hoop dat de kijker na deze empathische film zelf een genuanceerder antwoord kan bedenken. En ik denk eigenlijk dat de regisseur dit heel goed doet.

Zelfverzekerd

Het is een emotioneel moment en er breekt iets als haar klasgenootjes haar uitdagen om haar geslachtsdeel te laten zien. Dat is vreselijk! En deze scene is misschien juist zo goed omdat je dat zelf ook ervaart en voelt. Of misschien moet ik voor mezelf spreken: ik voelde de verschrikking van dat moment.

Mooi is de liefde, steun en zorg van de vader. En ook voor de dokters die doen wat ze kunnen – ‘Lara, denk nu niet teveel aan je lichaam’ – heb ik begrip. Een advies dat vanzelf niet aankomt. Een film met transgender als thema moet een gok zijn voor een regisseur, met een kritische community en een strijdbaar transactivisme. Dhont had in de film ook kunnen kiezen voor de buitenkant: de ontbrekende acceptatie van de omgeving. Maar hij richt zich door dat conflict (bijna) te vermijden juist op de binnenkant.

Dan wil je weten, omdat je je betrokken voelt, hoe het verder gaat met haar. Er is dan ook een soort van loutering als Lara, aan het einde van de film, een paar jaar later, zelfverzekerd op straat loopt. Mooi einde! Echt mooi!

#MeToo is opmaat

Nu is met #MeToo ook de populaire dirigent James Levine gevallen. Toch is er geen sprake van hysterie en heksenjacht, wat mensen ook zeggen. Ik denk eerder aan bevrijding. Aanpak van een systeem van uitoefening van macht en gedwongen zwijgen. En van vastgeroeste ideeën over vrouwelijkheid en mannelijkheid. Dit is een begin.

Rebecca Solnit citeert bell hooks in haar essaybundel ‘De moeder aller vragen’. De Amerikaanse feministe, die haar auteursnaam met kleine letters schrijft, zei: “De eerste daad van geweld die het patriarchaat eist van de man is niet geweld tegen vrouwen. Nee, het patriarchaat eist van alle mannen dat ze daden van psychische zelfverminking plegen, dat ze de emotionele kant van zichzelf om zeep helpen.”

“Mannelijkheid is één grote verloochening”, schrijft Solnit vervolgens. Emoties, expressiviteit, ontvankelijkheid, al die mogelijkheden worden afgezworen om er maar bij te horen. Vrouwen zijn al langer bezig in het gevecht met stereotyperingen, maar mannen lopen eeuwen achter. #MeToo zou voor hen de start kunnen betekenen van eenzelfde strijd. Het gevecht tegen de stereotypering. Het verhaal van zo moeten mannen zijn. Macho en masculien, en boys will be boys.

#MeToo begon met de roep van slachtoffers van seksueel misbruik die zich niet langer stoorden aan een ongeschreven zwijgplicht. Over dat zwijgen schreef Solnit een lang essay. Mannen voelen ook de druk om te zwijgen, zegt ze. Zonder commentaar zich onderwerpen aan de ‘mannennorm’ zoals die bijvoorbeeld geldt in de studentenvereniging, bij de sportclub of op de werkvloer. Al die plekken waar alledaags seksisme gemakkelijk wordt weggewoven.

De volgende stap in #MeToo zou kunnen zijn te denken over mannelijkheid. Simone de Beauvoir schreef: Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt. Dat geldt ongetwijfeld net zo voor mannen: je wordt tot man gemaakt. ‘Man’ is niet iets onbeweeglijks en eeuwigs. Vast en vastgeroest. Het kan best anders.

Als we dan toch bezig zijn, kunnen we misschien nadenken over de dwingende indeling man-vrouw en over het hele concept gender. Dat je je er bewust van wordt dat je als je probeert te beantwoorden aan maatschappelijke verwachtingen je ook altijd een rol speelt. Het verzet tegen stereotypering (bijvoorbeeld dat mannen sterk, stoer en dominant zijn) mag dan nog veel verder gaan.

Nog even terug naar de oorsprong van #MeToo. Je zou het kunnen zien als de volgende stap in de opstand die begon toen het misbruik in de katholieke kerk aan de kaak werd gesteld. Tegen pedofiele priesters die jarenlang de hand boven het hoofd werd gehouden. Zo bleek er ook seksueel grensoverschrijdend gedrag in het leger, het onderwijs, de sportwereld. Steeds was er macht in het spel en zwegen de getraumatiseerde slachtoffers. En wat je nu hoort, is ongetwijfeld niet meer dan het topje van een ijsberg van macht en zwijgen.

Het duurde toch nog even (tot oktober 2017) voordat #MeToo in alle hevigheid losbarstte. Dat bracht de institutionele genderongelijkheid en het seksueel machtsmisbruik in de filmwereld aan het licht, schrijft Dana Linssen in De Filmkrant (maart 2018). Eerder was er bijvoorbeeld al Emma Sulkowicz, een Amerikaanse kunststudente, als aanklacht tegen haar verkrachter een matras over de campus van Columbia University sleepte. En president Grab-them-by-the-pussy, aan wie we misschien wel de heropleving van het feminisme te danken hebben. Plus #MeToo, toch zeker voor een deel.

Af en toe zijn er geluiden van een backlash. #MeToo zou te ver gaan en leiden tot verkramping en preutsheid. Bijvoorbeeld omdat kunst met blote borsten niet meer kan. Niet terecht, want het gaat bij #MeToo helemaal niet om puritanisme, om blote borsten of dat je nu als man niet meer mag flirten. Het gaat er in #MeToo om dat je veronderstelt dat je kunt nemen wat je wilt, dat wederzijdse toestemming niet nodig is en dat je anderen het zwijgen kunt opleggen. Het gaat erom dat in onze maatschappij vrouwen minder ruimte krijgen en het gaat er vervolgens om, mijn veronderstelling, dat mannen aan machoverwachtingen moeten voldoen. Het gaat vooral om een herstel van evenwicht.

Met #MeToo is een begin gemaakt. Hoe verder? Mannelijkheid en de verwachtingen daarover ter discussie stellen is één stap. Misbruik van machtsverhoudingen bespreken. En misschien is er een intersectioneel #MeToo mogelijk. Dat je niet alleen naar machtsverhouding in genderrollen kijkt, maar ook naar die waar het klasse, kleur of seksuele geaardheid betreffen.

Laat je meevoeren in TRÆNS

Twee mensen, een vrouw en een man. Ze lijken erg op elkaar. Beiden dragen alleen een zwarte slip en zwarte hakken, 12 centimeter hoog. Hun haar zit identiek en hun lichaamsbeharing is nul. Dat is wat de toeschouwer van TRÆNS ziet. Kijk je naar een dansvoorstelling of een performance?

Dans of performance, dat zijn allemaal hokjes, vindt Igor Vrebac, die zichzelf ook niet als choreograaf benoemt of als regisseur, maar vooral als maker. Maker bij De Nieuwe Oost, een productiehuis in Arnhem voor theatermakers, choreografen, schrijvers en muzikanten die ‘groot durven dromen’. Een onbegrensd productiehuis waar hokjes er niet toe doen.

“Ik noem het fysiek theater”, zegt Vrebac. “Vergeet dat maar, want het is ook een hokje.” Je ziet een voorstelling waarbij de twee spelers een uur lang als derwisjen om elkaar heen draaien, steeds contact zoekend met het publiek. Het publiek is daarmee eigenlijk medespeler, medeplichtig haast. Niet iedereen waardeert dat blijkbaar, want halverwege lopen twee mensen de zaal uit. “Ik ben daar alleen maar blij om”, reageert Vrebac later. “Heerlijk! Dat is dus blijkbaar niet mijn publiek.”

Poster: Igor Vrebac en Menno van der Meulen

TRÆNS, de titel van het stuk, verwijst niet alleen naar genderoverschrijding, maar ook naar ‘trance’. In trance, de toestand waarbij je bijvoorbeeld door meditatie of bewegingsherhaling op een ander bewustzijnsniveau komt. Laat je meevoeren, meezuigen, aanraken. Dat is dan de opdracht. De cirkelpatronen van de twee spelers, inderdaad geïnspireerd op de derwisjdans, en de repetitieve muziek van componist Tonny Nobel helpen daarbij. Het vergt uithoudingsvermogen, een uur lang op die hoge hakken. In ieder geval voor de spelers. Voor de toeschouwers lijkt tijd tijdens de voorstelling een andere dimensie te krijgen.

“Overgave”, typeert een bezoeker het achteraf. En, “wanhoop”, voelde ze. Of “een verwijzing naar de levenscyclus.” Vrebac had dit niet speciaal voor ogen. Hij wilde vooral ‘zo min mogelijk’, want, zegt hij: “Hoe minder je overhoudt, hoe meer je communiceert.” Hij omschrijft het als een hypnotiserend en sexy ritueel, waarin, aldus het persbericht, het feminiene en masculiene wordt blootgelegd en het aardse ontstegen.

Mooie woorden, maar een thematisering van gender is TRÆNS zeker. Vrebac, die eerder de voorstelling ‘Macho Macho’ maakte over mannelijkheidscliché’s, zegt tijdens een nagesprek ook wel iets over wat hij bij het publiek wil oproepen: vragen en bevreemding. Want, “zoals bij de mannelijke speler de hakken bevreemdend werken, is dat van de vrouwelijke speler het topless-zijn.”

Julius Thissen, maker van videoperformances, vindt het mooi hoe Vrebac dan een soort van tussenlichamen neerzet. Hij thematiseert in zijn video’s zelf ook gender en stereotypen en voorafgaand aan de voorstelling is een videoperformance van Thissen te zien. “Ik ben wel blij dat TRÆNS zich niet zo expliciet uitspreekt over gender”, zegt hij. “Zo’n voorstelling heeft dan niet alleen betekenis voor transpersonen. Iedereen heeft in het leven toch te maken met verwachtingspatronen van man- en vrouwzijn.”

TRÆNS is in 2018 nog zeker acht keer te zien, soms in een verkorte versie. Voor meer informatie en speellijst, zie hier.

Deze bespreking is aangeboden aan Dans Magazine.

Sekse doet er niet toe

Welke columnist of blogger heeft er nog niet over geschreven? Wees dan snel, want over een week of wat kun je echt niet meer aankomen met een stuk over genderneutraal. Nu al bijna niet meer. Het is niet meer trending.

Troost, want als je toch iets over genderneutraliteit wilt schrijven, kun je dat toch alvast doen. Behalve wc’s, taalgebruik en kinderkleding is ook op andere terreinen nog veel meer genderneutraliteit mogelijk. Denk aan speelgoed, religie, uitgaansleven, politiek en arbeidsmarkt. Overal waar het onderscheid man-vrouw wordt gemaakt terwijl dat niet hoeft. Sekseregistratie die geen ander doel dient dan de aanhef bepalen: beste meneer of mevrouw. Over een maand of wat zoek en vervang je NS en Hema door Tweede Kamer, bedrijfsleven of universiteit. Overal waar mensen een meer genderneutrale houding kunnen aannemen. Overal waar ze erachter komen dat sekse er vaak gewoon echt niet toe doet.

Helaas lijken vele redacteuren, columnisten, bloggers niet zo goed te weten waar ze eigenlijk over schrijven. ‘Is de Hema nu helemaal gek geworden?’ Nog meer mensen begrijpen er dan helemaal niets meer van. Dankzij die warrige columns, uit een soort van gendermoeheid of omdat ze liever boos blijven. ‘Pfff, genderneutraal. Dat zijn vast de feministen, die transgenders, de linkse kerk. Pakken ze ons dat ook nog af? Niks is meer heilig. Hij kan roepen wat ie wil, maar ik ga mijn zoon echt geen roze jurk aantrekken.’

Wat is dat dan, genderneutraal? Waarom zou je eigenlijk meer genderneutraliteit willen? Hoe doen we dat?

  1. Meisjes houden toch gewoon van roze?

Prachtig dat je dochter bijvoorbeeld liever een roze strik heeft, maar zeker in kleding en kleur kun je zien hoe zeer het gaat om dingen die losstaan van jongen of meisje. Eeuwenlang was het normaal dat zowel jongens als meisjes tijdens hun kleutertijd een jurkje droegen. Roze was vóór de oorlog juist een jongenskleur en blauw een meisjeskleur. Lodewijk XIV liep op hoge hakken en droeg een pruik, zoals zoveel machtige heren in die tijd. Kortom, sociale constructie. Lees mijn blog over genderverschil. Dat is vooral iets wat we zelf verzonnen hebben.

  1. Je bent toch meisje of jongen, man of vrouw?

Nee, dat is niet altijd zo. Oké, de meerderheid in de wereld is meisje of jongen en vindt dat prima, maar er zijn heel veel mensen voor wie dat niet zo duidelijk is. Omdat ze anders zijn (intersekse conditie) of zich anders voelen (transgender). Sekse is iets anders dan gender. Je hebt inderdaad transvrouwen en transmannen die als het ware thuiskomen in het andere geslacht, maar ook zoveel mensen voor wie dat vager is. Daar kun je hokjes opplakken – queer, agender, wat dan ook – maar hokjes sluiten mensen op en dat voelt niet goed, zeker als je het zelf niet goed weet. Dit betekent niet dat jij dan genderneutraal bent in plaats van man of vrouw. Je kunt ook als vrouw, man, transvrouw of transman zoveel mogelijk kiezen voor genderneutraal. Genderneutraliteit is daar waar sekse er niet toe doet. Bijvoorbeeld op toiletten, in taalgebruik, in kinderkleding en misschien binnenkort ook nog meer in banen, salaris, opleidingen, kerk en geloof, media-aandacht.

  1. Leg het me dan eens uit: wat is gender?

Gender gaat niet over de biologie, maar over identiteit en de culturele verschillen tussen mannen en vrouwen. ‘Gender zijn de dominante ideeën die in een bepaalde cultuur gekoppeld worden aan sekse.’ Dat is de omschrijving van Linda Duits, sociaalwetenschapper. Ze specificeert. ‘Vrouwen eten chocola, kijken series met vriendinnen en drinken sterrenmuntthee. Mannen kijken voetbal met bier, praten niet over hun gevoelens en houden van vlees.’ Als jij je dus als vrouw identificeert, dan heeft dat meer met gender te maken dan met sekse. Misschien wissel je je bier wel in voor sterrenmuntthee en ben je vrouwelijker dan de meeste vrouwen. Dat bevestigt immers het beeld dat je van jezelf hebt, hoe jij je diep van binnen voelt en wat je dan ook heel graag wilt uitdragen. Gendernormen – het idee over hoe mannen en vrouwen zich moeten gedragen – zijn in onze samenleving behoorlijk dwingend. Mannen met nagellak? Ondenkbaar. Iedereen die aan die gendernormen morrelt, is een held. Tijn bijvoorbeeld, met zijn prachtige nagellakactie.

  1. Hoe word ik dan genderneutraal: piemel eraf, borsten weg?

Nee, wat een onzin. Nogmaals genderneutraal is een houding. Je kunt niet genderneutraal worden, maar je kunt de wereld wel genderneutraler maken. Door geen sekseverschillen te stellen waar die er niet toe doen, door te accepteren dat er mensen zijn die zich niet zo duidelijk man of vrouw voelen en daar ruimte voor te bieden. Door genderdiversiteit te omarmen. Dan kan de wereld veelkleuriger worden. In een genderneutrale wereld trekt je zoon zonder schaamte een jurkje aan als hij dat graag wil, je dochter klimt in een boom en er is niemand die roept: dat is niks voor meisjes. De wereld kan genderneutraler worden als we bijvoorbeeld niet al beginnen te genderen voordat een kind geboren is. Met sweetie of stoere bink op je T-shirt. Gooi de vooroordelen en verwachtingspatronen overboord. De dokter kan ook een vrouw zijn, secretaresse of koffieschenker een man.

  1. Voor wie doen we dat dan, voor dat kleine groepje interseksepersonen en transen die het niet weten?

Allereerst is die groep best groot, misschien wel een op de twintig (COC). Bovendien is er in een wereld waarin er minder onderscheid in gender wordt gemaakt, al snel meer gendergelijkheid. Alle mannen en vrouwen hebben daar plezier van. Natuurlijk, voor transpersonen wordt het leven als ze eenvoudiger hun genderrol kunnen veranderen, ook vóór een transitie veel fijner. Voor mensen die willen afwijken van die streng gegenderde indeling – man en vrouw, mannelijk en vrouwelijk – is er meer ruimte. Sowieso, er mag gewoon meer. Er is meer vrijheid in een genderneutrale wereld, meer acceptatie van gedrag, kleding, speelgoed dat in een andere wereld meteen wordt bestempeld als te meisjesachtig voor jou of te stoer voor jou. Een meer genderneutrale opvoeding zou dan ook zomaar kunnen leiden tot een meer gendergelijke maatschappij.

  1. Maar waarom dan dat verzet, die boosheid?

De indeling man-vrouw zit diep. Vraag je naar iemands identiteit, dan is dat vaak het eerste waar we aan denken. Mannen voelen vaak de voortdurende druk te bewijzen dat ze mannelijk genoeg zijn en vrouwen dat ze vrouwelijk zijn. Het veroorzaakt onzekerheid, misschien wel angst omdat je aan jezelf gaat twijfelen, woede omdat de samenleving je die diepgewortelde zekerheid af lijkt te pakken. Je kunt wel zeggen: die angst en die woede zijn niet nodig, maar zo eenvoudig is het blijkbaar niet. Er is vast ook een groep van mensen die tevreden zijn in een wereld met duidelijk omschreven genderrollen: de man aan de leiding, de vrouw in de keuken. Denk bijvoorbeeld aan een politieke partij als de SGP.

  1. Kun je voorbeelden noemen van genderneutraliteit?

Vaders en moeders zijn dan ouders. Dames en heren worden mensen. Hello everyone. Het lijkt een futiliteit, maar als man ga je niet naar een damestoilet. Nooit. Sommige dappere vrouwen durven bij een rij van een kilometer langs de urinoirs te lopen. Maar genderneutrale toiletten zijn toegankelijk voor iedereen. Ben je in transitie en kun je dat zien, dan hoef je je niet meer zo opgelaten te voelen. Je hebt verder genderneutrale aanspreekvormen: hen in plaats van hij of zij. Oké, dat blijft wennen, vraag hoe mensen het liefst aangesproken worden en dan gewoon doen. Genderneutraal wordt  kinderkleding of kinderspeelgoed als je het niet labelt als meisjeskleding en jongensspeelgoed. ‘Een genderneutrale opvoeding betekent niet dat je mannelijkheid of vrouwelijkheid helemaal uitsluit, maar dat je zorgt dat een kind van beide werelden iets meekrijgt.’ Voordeel is dat je kinderen niet allerlei eigenschappen waarvan je denkt dat ze bij hun sekse horen, oplegt. Je laat ze vrij. En dan al die inschrijfformulieren waarin je moet invullen of je man of vrouw bent. Hoe moeilijk kan het zijn daar een derde optie toe te voegen: doet er niet toe? Een meer genderneutraal beleid zou inhouden dat overal waar sekse er niet toe doet, sekse bijvoorbeeld niet wordt geregistreerd en er sowieso geen verschil wordt gemaakt naar mannen en vrouwen. Kanttekening, want bijvoorbeeld in de ziektezorg is een genderneutrale aanpak juist niet wenselijk.

  1. Genderneutraliteit, hoeveel kost dat?

Genderneutraliteit is misschien wel een besparing. Kinderkleding kun je doorgeven van je uitgegroeide zoon naar je dochtertje. Scheermesjes voor vrouwen, shampoo voor mannen (dank Toeps), waarom dat onderscheid. ‘Toen ik een kleine Toeps was, hadden wij als gezin één fles shampoo. Hij rook niet stoer of vrouwelijk, maar gewoon fris.’ 

  1. Is het geen vreselijke term: genderneutraliteit? Daarmee jaag je mensen toch de deur uit.

Daarmee jaagt de Hema misschien een paar mensen de deur uit. Misschien hadden ze het anders kunnen formuleren, zoals Hanneke Felten in Trouw oppert. ‘Beste mensen, we stoppen met de labeltjes ‘jongen’ of ‘meisje’ op onze kinderkleding. We denken dat uw kinderen en uzelf heel goed kunnen kiezen welke kleding het beste bij hen past.’ Zo’n soort formulering kun je bedenken voor allerlei terreinen waar sekse er niet toe doet en genderneutraliteit gewenst is. NRC-redacteur Bas Heijne ging in mijn ogen de mist in, in zijn column van 23 september 2017. Hij vindt het maar rotwoorden. Zijn argumentatie: gender begrijpt niemand en neutraliteit (niet je vingers willen branden) is niet iets wat we zouden moeten nastreven, te lafhartig. En hij eindigt met de conclusie: wie wil er in godsnaam genderneutraal zijn? Nou Bas, ik wil.

  1. Kunnen we verder kijken of lezen over de genderneutrale samenleving?

De meeste boeken die over transpersonen gaan, schetsen misschien niet direct een wereld waarin gender er niet toe doet, juist wel. Maar ze kantelen toch vaak de vastgeroeste aannames over gender en sekse. NOSop3 heeft een video over een genderneutrale dag gemaakt. Volg verder bijvoorbeeld het Continuüm.

 

 

 

Genderverschil ontsluierd

Genderverschil is vooral inbeelding. Dat concludeer ik uit de boeken van twee wetenschappers die ik deze zomer heb gelezen. Aanraders, die boeken. Cordelia Fine en Yuval Noah Harari duwen je vastgeroeste wereldbeelden om.

Cordelia Fine en Yuval Noah Harari zijn medeverantwoordelijk voor mijn zomergedachten. Prachtige boeken hebben ze geschreven. Ik las Homo Deus en lees nog Sapiens van Harari, een Israëlische historicus. En ik heb Testosteron Rex gelezen van Cordelia Fine. Fine geeft les in geschiedenis en filosofie op de universiteit in Melbourne.

Waar het onderwerp voor Fine behoorlijk afgebakend lijkt, het hormoon testosteron, is dat voor Harari veel breder. Hij behandelt de hele mensheid. Heden, verleden en toekomst. De plaats van de mens in de wereld en hoe we daar zijn gekomen. De cultuur, de wetenschap, de religie.

Harari beschrijft verschillen en overeenkomsten. In ras, geloof, relaties. Hij beschrijft bijvoorbeeld ook het verschil tussen mannen en vrouwen. Hij verdiept zich in de vraag hoe het komt dat de man meestal dominant is in de maatschappij en de beste posities bekleedt. Is er echt een verschil dat kan verklaren waarom dit zo is? Daar raakt hij aan Cordelia Fine, want ook bij haar gaat het om het veronderstelde verschil tussen mannen en vrouwen. Over sekse en over gender. Is dat verschil echt of is het bedacht door ons, en heeft het zich vervolgens ontwikkeld, versterkt, geïnstitutionaliseerd?

Een ander punt van overeenkomst bij Fine en Harari is dat ze allerlei aannames nadrukkelijk aan de kant zetten. Echt, landbouw bracht ons niet alleen voorspoed, er is meer overeenkomst tussen ideologie en religie dan je zou denken, geloof in de waarde van geld is helemaal gebaseerd op vertrouwen. En de meeste verschillen tussen mannen en vrouwen hebben we zelf bedacht.

Stereotypering

Niet testosteron verklaart de verschillen tussen mannen en vrouwen, maar puur onze verwachtingen, stelt Fine. Gevoelens van zorgzaamheid en leiderschap worden niet veroorzaakt door verschillende hormoongehaltes. Het is zelfs eerder zo, blijkt uit onderzoek, dat dominant gedrag en strijd testosteronniveau doen stijgen, ook bij vrouwen. Dus gedrag bepaalt eigenlijk testosteronniveau en vervolgens bepaalt testosteronniveau weer gedrag. Zo zou je het kunnen formuleren, soort kip en ei. Voor verschil tussen mannen en vrouwen, bijvoorbeeld in maatschappelijk succes of zorgzaamheid, wijzen op testosteron is gemakkelijk en lui. Dat het allemaal begint bij de hoeveelheid testosteron in je lichaam is een mythe die onderbouwd lijkt te zijn door verkeerd uitgevoerd onderzoek.

Zoals Rika Ponnet, seksuologe, schrijft in een blog: “er zijn geen typisch mannelijke of vrouwelijke eigenschappen.” Die bestaan alleen maar in onze gedachten. En, “het is niet de overmacht van mannen of de zorgzaamheid van vrouwen die ons als soort hebben gebracht waar we staan, maar wel ons vermogen ons als groep aan te passen aan wisselende levensomstandigheden. Niet de dominante mannen bepaalden overlevingskansen van een groep, wel het vermogen om zich te organiseren, voor elkaar te zorgen, intieme verbanden aan te gaan en deze verbanden te onderhouden.”

Nee, beargumenteert Fine, verschillen in gedrag hebben echt helemaal niets te maken met gender of testosteron. Want: “alle pasgeboren mensen erven genderconstructies als een verplicht deel van hun ontwikkelingssysteem: genderstereotypen, ideologie, rollen, normen en hiërarchie worden doorgegeven via ouders, leeftijdsgenoten, leraren, kleding, taal, media, rolmodellen, organisaties, scholen, instituties, sociale ongelijkheden en ook speelgoed.”

Dus nogmaals, we noemen bepaald gedrag typisch mannelijk of vrouwelijk, maar gedrag is niet mannelijk of vrouwelijk. Dat maken wij ervan. Dat beargumenteert Fine in haar boek. Stereotypering. Wat krijg je dan? Fine: “Mensen die op genderessentialistische wijze denken, onderschrijven gemakkelijker de genderstereotypen die de basis vormen van bedoelde en onbedoelde discriminatie op de werkvloer.” Of, ze oordelen milder over seksuele misdrijven. Genderstereotypering kan ook mannen schaden (want veeleisende hypermasculiene normen), maar meestal was en is het nadelig geweest voor vrouwen, vooral als je naar hun carrière kijkt. Ze worden eerder kapster en keukenprinses dan chefkok en concertdirigent.

Brons

Imaginaire hiërarchieën, zegt Harari. Die werken in rassen, geloven, kasten en vooral ook in geslacht. Want, “overal hebben mensen zichzelf verdeeld in mannen en vrouwen. En bijna overal staan mannen er het beste voor, in elk geval sinds de agrarische revolutie.” Hij wijdt een hoofdstuk aan sekse en gender. En begint met woorden die Fine had kunnen schrijven. “De meeste wetten, normen, rechten en plichten die bij mannelijkheid of vrouwelijkheid horen, zeggen meer over de menselijke verbeelding dan over de biologische werkelijkheid.” De gemeenschap heeft mannen en vrouwen taken toebedeeld (kinderen grootbrengen, tegen geweld beschermen, gehoorzaam zijn aan de man). Maar, zegt hij, het is duidelijk: “Omdat het niets met biologie te maken heeft, varieert de betekenis van mannelijkheid en vrouwelijkheid enorm van samenleving tot samenleving.”

Of het overal zo is, weet ik niet, maar volgens Harari hebben we er een dagtaak aan als man om je mannelijkheid te bewijzen en als vrouw om anderen ervan te overtuigen dat je vrouwelijk genoeg bent. “Succes wordt niet gegarandeerd. Vooral mannen leven in constante angst om hun aanspraken op mannelijkheid te verliezen.” Misschien wel omdat het mannelijk ideaal het meest oplevert als het gaat om economische kansen, politieke macht, bewegingsvrijheid. “Het concept gender is een wedstrijd waarin sommige deelnemers alleen mogen meelopen voor brons.” Het is me niet helemaal duidelijk wie Harari daarmee bedoelt – ik denk brons: derde plek, derde sekse – maar hoe dan ook: het klinkt prachtig.

Mooi hoe Harari vervolgens mogelijke verklaringen bespreekt voor het ontstane maatschappelijk verschil tussen mannen en vrouwen en er gewoon niet uitkomt. Wat heeft mannen zo geholpen? Fysieke kracht, agressie, samenwerking? We weten het niet, erkent hij. Gelukkig veranderen genderspecifieke rolpatronen de laatste decennia sterk. Steeds meer samenlevingen geven mannen en vrouwen gelijke rechten, politieke bevoegdheden en economische kansen.

Gendergelijkheid

Een eerste stap, maar de weg is nog lang. Kunnen we gaan denken in kwaliteiten, rollen en verantwoordelijkheden als mens, in plaats van als man of vrouw? Echte seksegelijkheid. “Een evenwichtiger samenleving waarin meer jongens met poppen spelen, meer vaders voor kinderen zorgen, en meer vrouwen in de wetenschap of op hogere posities werkzaam zijn?”

Fine citeert vervolgens filosoof Letitia Meynell die zegt: “Als je de verdeling van een bepaald kenmerk in een populatie wilt veranderen, moet je niet proberen de natuur te overwinnen, maar het ontwikkelingssysteem anders inrichten.” Geen sinecure, denkt Fine. “Dan moet je sleutelen aan de sociale structuren, waarden, normen, verwachtingen, voorstellingen en opvattingen waarvan onze geesten, interacties en instellingen doordrongen zijn, en die van invloed zijn op, in wisselwerking treden met, en verstrengeld zijn met onze biologie. Je zult die allemaal opnieuw moeten opbouwen.” Het wordt niet voor niets sociale constructie genoemd.

Het zal nog wel even duren voordat we individuen los kunnen zien van hun gender. Voordat we niet direct een heel stelsel van verwachtingen, patronen en houding projecteren – van speelgoedvoorkeur tot financieel risicogedrag – op de geconstateerde gender. En voordat we de verwarring kunnen plaatsen als gender er niet meer toe doet.

Ik vroeg me af wat de argumentatie van Fine zou betekenen voor transgender mensen. Zij beïnvloeden immers hun hormonen om mannelijker of vrouwelijker te worden. Heeft dat vervolgens echt invloed op hun genderidentiteit? Eigenlijk gaat het dan (opnieuw) om de vraag: wat maakt het dat je je man of vrouw voelt? Ontwikkelt zich dat en hoe ontwikkelt zich dat gevoel? Wat voor invloed hebben hormonen precies? Alleen uiterlijk of ook innerlijk?

Misschien zijn dat onbeantwoordbare vragen. Fine erkent in elk geval dat ze geen expertise heeft op het gebied van transgender en genderidentiteit. Oké! Ik denk wel dat wat Fine en Harari betogen – dat het genderverschil dat wij maken voor het grootste deel inbeelding is, menselijke projectie en cultureel bepaald – positieve consequenties kan hebben voor genderdiversiteit. Uiteindelijk.

De Argonauten van Maggie Nelson is verbijsterend mooi

‘Genderbending memoires’ staat op de achterflap van De Argonauten. Het zijn biografische essays, lees ik, en ze gaan over zwangerschap, moederrol en genderidentiteit. Korte, scherpgeschreven stukjes over de relatie van de Amerikaanse schrijfster, Maggie Nelson, met Harry Dodge. En tussendoor zijn er beschouwingen waarbij vele genderdenkers voorbij komen. Eve Sedgwick, Beatriz Preciado, Jane Gallop, Luce Irigaray.

Is Harry een transman of non-binair? Of is hij een butch on T, een stoere lesbienne die testosteron injecteert. Maggie weet in de begintijd van de relatie niet welk voornaamwoord ze moet gebruiken. Beeldend kunstenaar Harry heeft in elk geval met liefde afscheid genomen van de vrouw die hij was en de vrouwenrol die hij had.

Maggie Nelson (1973) schrijft poëzie en beschouwing. Ze schreef bijvoorbeeld over liefdesverdriet en de kleur blauw, over de moord op haar tante Jane en over geweld in avant-garde kunst. Het zijn hybride boeken: essayistisch, poëtisch, biografisch, filosofisch. Ik had nog nooit van haar gehoord, maar The Argonauts werd met groot enthousiasme ontvangen. Het boek kwam op beste-boekenlijstjes 2015 van kranten zoals The New York Times, San Francisco Chronicle, The New Yorker, Publishers Weekly en The Guardian. Het is nu ook in het Nederlands vertaald.

Bovendien, nog meer reden om wakker te worden en naar de winkel te rennen, het boek zou gaan over queer en queerness. Dat intrigeert me, want ben ik dat? Wanneer ben je eigenlijk queer? Ben je pas queer als je ook in je genderexpressie de normen van de maatschappij ter discussie stelt? Als ik een roze sjaal omsla en mijn nagels lak?

Geslacht! rockt!

Niet voor dat woord, queer, maar in het algemeen vraagt Nelson zich af: Hoe kunnen woorden ontoereikend zijn? Natuurlijk zijn ze toereikend, vindt ze. ‘Wat zich niet laat zeggen wordt niet afgerekend op wat het, per definitie niet kan zijn.’ Zo’n zin moet je wel drie keer lezen, maar dan realiseer je je dat wat er buiten de taal ligt, er misschien niet toe doet. Ze is ook schrijfster natuurlijk. Harry niet, die is kunstenaar, en twijfelt veel meer aan woorden en wat ze uitdrukken. Misschien is Harry juist daarom wel kunstenaar, zoekend naar een expressievorm die als woorden dat niet zijn, dan wel toereikend is.

Dat is pas de eerste vraag die ze oproept. Er komen er nog veel meer. En veel daarvan jassen onze te gemakkelijke aannames compleet omver. Hannah van Wieringen, die het boek begin dit jaar in NRC Handelsblad besprak, citeert Nelson. ‘Aan de ene kant (is er) de aristotelische, wellicht evolutionaire behoefte om alles in hokjes te plaatsen – roofdier, schemering, eetbaar – en aan de andere kant de noodzaak om recht te doen aan het transitieve, de vlucht, de grote brij van het bestaan waarin wij feitelijk leven.’ Het gaat in De Argonauten om het niet-categoriseerbare. En dan vooral het niet-categoriseerbare in identiteit en intimiteit. Ze onderzoekt zo de genderrol en de moederrol. Die ligt niet vast. Nogmaals, die ligt niet vast.

Maar hoe je je ook voelt, man, vrouw of iets ertussenin, hoe voelt dat dan? Is het de Engelse dichter en filosofe Denise Riley die gezegd heeft dat je niet 24 uur per dag ondergedompeld kan zijn in het directe besef van je sekse? ‘Gender-zelfbewustzijn is, goddank, iets wat aan momenten is gebonden.’ Dat lees ik in het boek in de week dat op NPO3 Geslacht! begint, een programma over het tussengebied van man en vrouw, en Eva Jinek de presentatrice toevertrouwt dat ook zij niet de hele dag bezig is met zich vrouw te voelen, ‘echt niet.’ Ryanne van Dorst, die Geslacht! presenteert – super doet ze dat – stelt die vraag ook in het programma. Hoe voelt dat dan? Hoe voelt het om vrouw te zijn, Patricia Paay? Hoe is het om man te zijn, Maxim Hartman? Misschien weet je het na het programma nog niet, maar een ding weet ik na twee afleveringen wel: Geslacht! rockt!

In en uit het leven

Waarom die titel, De Argonauten? Argonauten bevoeren het mythische schip de Argo dat op zoek ging naar het Gulden Vlies. Tijdens de reis wordt het schip vernieuwd, zonder de naam te veranderen. Hetzelfde gebeurt min of meer met de relatie van Nelson en Dodge. De woorden ‘ik hou van jou’ veranderen van inhoud, maar de relatie blijft. Het ligt niet vast. Ook dit ligt niet vast.

De Argo (Konstantinos Volanakis)

Roland Barthes, een Franse taalfilosoof, verwijst naar de Argo om te illustreren hoe dat werkt, dat een zin zoals ‘ik hou van je’ in de tijd wel van betekenis moet veranderen. Nelson stuurt Dodge de tekst van Barthes nadat ze in de beginfase van de relatie die woorden gebruikt. Misschien wel te snel. Ze wil hem vertellen dat hij niet moet schrikken. De betekenis van die woorden past zich wel aan. ‘Het doel van liefde en taal is nu juist om een en dezelfde zinsnede zo aan te wenden dat die voor altijd nieuw zal zijn’. Ze zijn in hun relatie als de argonauten op het schip dat ze zelf verbouwen.

Een al te simpel bruggetje van de vorige alinea naar deze is nu wat gevoelig. Misschien zo: zoals het schip van buiten verandert, veranderen ook Nelson en Dodge. Lichamelijk. Allereerst lichamelijk. Want terwijl Dodge meer man wordt (borstamputatie), wordt Nelson zwanger. Ze wordt moeder van Iggy. Ze schrijft dan prachtige observaties over die ervaring. Over de bevruchting, de zwangerschap, het moederschap.

En als het over moederschap gaat, gaat het ook over haar eigen moeder en de moeder van Harry. Het verhaal over het overlijden van de laatste raakt me diep. ‘Alle vrijwilligers zeiden dat het aan mij was om mijn moeder duidelijk te maken dat ze rustig kon gaan. Ik denk dat ik niet erg overtuigend was, de eerste 33 uur dat ik bij haar was.’ ‘Je hoeft niet bang te zijn’, zegt hij tegen haar. En op het einde: ‘Ik wist dat ze haar weg had gevonden, het aandurfde (..) Ik was echt verbluft, trots.’

Dit verhaal over het sterven van de moeder van Harry wordt afgewisseld met het verhaal over de geboorte van Maggie’s zoon. In en uit het leven. Ook de ervaring van de geboorte is misschien wel de meest aangrijpende beschrijving ervan die ik ooit gelezen heb.

Het is een boek

Het is misschien toch vooral een liefdesverhaal. Nelson en Dodge. En tegelijk wordt onze binaire wereld ontleed. Zoals Olivia Laing in een bespreking van het boek zegt: Nelson gebruikt haar ervaringen als een middel om de maatschappij open te wrikken, als onderzoek van wat het is dat daar zo stevig verdedigd wordt. Die binaire indeling, de hokjes, de duidelijkheid, de noodzaak om categorieën schoon en puur te houden.

Homoseksuele mensen die trouwen en zwanger worden, mensen die van de ene naar een andere gender gaan, of nog erger, zich niet willen committeren aan een van beide. Dat alles veroorzaakt enorme verwarring in denksystemen, stelt Laing. En die verwarring is ongetwijfeld deels ook reden dat de transgenderbeweging zo bedreigend bleek voor bepaalde domeinen van feministisch denken.

Natuurlijk, als ik stel dat dit boek vooral een liefdesverhaal is, categoriseer ik ook. Dat dit boek niet te categoriseren is, past perfect bij de inhoud. Het is een boek, laten we het daarop houden. Een boek dat ontroert, je aanzet tot beschouwing en je misschien ook wel verandert.

Diep geraakt door Danish girl

De Danish girl is een prachtig kostuumdrama over Lili Elbe. De film laat vooral zien hoe het voelt voor partner Gerda als Lili steeds meer Lili wordt.

De scene waarin Einar met de kousen en jurk van een operazangeres poseert voor Gerda is een sleutelscene. “Kijk nou eens”, roept de operazangeres als ze plots binnenkomt en de wegdromende Einar ziet. “We noemen je Lili”, plaagt ze als ze een boeket lelies in zijn handen drukt. Het is een geladen scene, een keerpunt. Want vanaf dat moment laat Einar Lili toe in zijn huwelijksleven.

De sfeer, de kostuums, de emoties. Mij raakte het diep. Ik was onder de indruk van de prachtige vertolking van Eddie Redmayne (Einar en Lili) en van Alicia Vikander (Gerda). Op het moment dat ik de bioscoop verliet, wist ik zeker. Het jaar is nog jong, maar dit is de beste film van 2016. Het verbaasde me dat waarderingen voor de film niet hoger waren. Een deel van de transwereld had bedenkingen en veel deskundige filmrecensenten hebben allerlei argumenten om de film met twee of hooguit drie sterren te belonen.

In de film is Lili de eerste trans die een operatie ondergaat. Dat gebeurt in Dresden in 1931. Lili, een kunstschilder, is dan 48. Ze is getrouwd, als Einar, met Gerda. Gerda illustreerde boeken en modetijdschriften, in de film is ze vooral portretschilder en krijgt ze succes zodra Lili haar muze wordt.

danishgirl3

Interseksueel

Misschien was Lili niet trans-, maar eerder interseksueel. Die suggestie zit niet in de film. Ik ben nu halverwege in het boek van David Ebershoff en lees er ook daar niet over. Het boek is een gefictionaliseerde biografie. Het is een roman op basis van het dagboek van Lili Elbe – Elbe is de naam van de rivier in Dresden waar de vrouwenkliniek ligt waar Lili haar transitieoperaties had – dat Ebershoff gevonden zou hebben. En de film is weer gebaseerd op het boek.

Interseksueel, dat wil zeggen dat een lichaam zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen heeft, bijvoorbeeld in samenstelling van chromosomen, geslachtskenmerken en hormonen. Lili had mogelijk het syndroom van Klinefelter, maar Klinefelter beschreef dit pas jaren nadat Lili overleden was. Bij Klinefelter heeft een man een X-chromosoom teveel. Ze zijn onvruchtbaar en hebben vaak weinig testosteron en borstvorming. Bij Lili zouden volgens een arts in Dresden rudimentaire eierstokken zijn opgemerkt. De meeste mensen met XXY identificeren zich als mannelijk, maar de diagnose wordt vaak niet gesteld omdat het syndroom relatief onbekend is.

Einar leefde in elk geval steeds meer als Lili. Gerda zei soms tegen Einar: “kan Lily vanavond niet komen?” Lili ging af en toe ook de straat op. Wandelen, naar de markt of een afspraakje met een vriend die haar bewonderde als vrouw. Ze deed dat aanvankelijk onopgemerkt. Alleen intieme vrienden wisten dat zij transseksueel was. Ook dat zit mooi in de film, waar Einar weer contact krijgt met Hans, een jeugdvriend, en zijn eerste liefde als Lili. Ze ontvluchten het conservatieve Kopenhagen, maar in boek en film wordt gesuggereerd dat ze vluchten voor artsen die Lili willen behandelen voor gekte of schizofrenie. Ze gaan in Parijs wonen omdat ze hun leven daar probleemloos kunnen leiden. Lili als vrouw en Gerda als lesbienne.

DanishGirl2

Dan volgen de operaties. Niet twee zoals in de film, maar wel vijf over een periode van ongeveer twee jaar. Na uitgebreid psychologisch onderzoek door seksuoloog Magnus Hirschfeld, autoriteit op het gebied van homoseksualiteit en transseksualiteit in Berlijn voordat hij de wijk nam voor de nazi’s, gaat Lili naar Dresden. Daar worden testikels verwijderd, eierstokken getransplanteerd, de penis verwijderd en een vagina en baarmoeder geconstrueerd. Dat laatste gaat niet goed.

Ook op een ander gebied zijn er problemen, want de koning van Denemarken verklaart het huwelijk nietig. Lili krijgt een nieuw paspoort met haar nieuwe naam en geslacht. Voor korte tijd, want ze overlijdt in september 1931 in Dresden. Gerda hertrouwt na Lili’s dood, scheidt weer en overlijdt in 1940. In de film is het haar liefde die tot tranen ontroert.

Sjaal

Het bezwaar van op zijn minst een deel van de transgemeenschap is dat een cisgender man de rol van een transvrouw speelt. Kan een cisgender man (cisgender omdat hij nooit heeft ervaren wat het voelt als je lichaam niet in overeenstemming is met je ervaren geslacht) zich wel inleven? En je laat een man toch niet de rol van een vrouw spelen?

Ik vind het discutabel. Vergelijkbaar misschien met de vraag: kun je over de gevaren van treinsurfen schrijven als je dat zelf nooit hebt gedaan, kun je over autisme schrijven als je geen autist bent, kan een man een psychologische roman schrijven met een vrouw als hoofdpersoon? Ik begrijp het bezwaar wel, maar ik vind het niet zo’n probleem. Goed inleven en overtuigend neerzetten, dat is wat een goede acteur doet. En dat doet Redmayne. Bovendien heeft hij zich laten bijstaan door een transvrouw, de regisseuse Lana Wachowski.

danishgirl1

De recensenten vinden dat de film teveel uitpakt. Teveel uiterlijke schijn. Volgens The Guardian is de film te gelikt, te weelderig. “Style but little substance”, schrijft de Independent. En, “wat een mooie vrouw is acteur Eddie Redmayne!”, schrijft Dana Linssen. Maar, merkt ze op in haar recensie in NRC: “The Danish Girl wekt de indruk dat het transgenderisme van Lili Elbe vooral een uiterlijke zaak was, terwijl het in werkelijkheid zoveel gecompliceerder was.”

Misschien heeft het allemaal met verwachtingen te maken. Dit zou de transfilm worden die alle eerdere transfilms zou overtreffen. Maar het is vooral een liefdesverhaal, de liefde tussen Gerda en Einar of Lili, gezien vanuit Gerda. Zij heeft er duidelijk veel moeite mee om afscheid te nemen van Einar. Mooie scène als ze Lili vraagt om Einar te halen, “nu direct, want ik heb mijn man nodig.” Ze toont daarin het rouwproces dat partners van transseksuelen doorlopen zodra die in transitie gaan.

Ik citeer een stukje uit een recensie van Dennis De Roover op Zizo.online waar de vraag of de liefde de transitie overleeft, als kernvraag wordt beschouwd. “De onrust over de vraag of er nog ruimte is voor intimiteit na de transitie en of de transitie het  eindpunt van de relatie betekent, worden zeer menselijk en overtuigend overgebracht”, schrijft De Roover. Het antwoord of de liefde overwint ligt volgens hem besloten in de slotscène aan de Deense kust waarin Gerda Lili’s sjaal in de wind dreigt te verliezen.

Toevoeging (5 februari): Mooi boek. Lili is daarin interseksueel.

Man of vrouw, waarom moet je eigenlijk kiezen?

Midden-Oostendeskundige Mounir Samuel, zoals hij aangesproken wil worden, is begonnen aan een zoektocht naar zijn identiteit. Of het ‘hij’ of ‘zij’ moet worden, daar is Mounir niet uit: “Gebruik bij gebrek aan beter maar hij.” Samuel wil niet verder als vrouw, als Monique, verklaarde hij, maar dat hoeft niet te betekenen dat hij man wordt.

Een dapper statement. Mounir schreef er een blog over ‘Hoor, ik adem’ en hij probeerde het 5 juni nog een keer uit te leggen bij Eva Jinek op tv. We moeten minder labelen, zei hij. Af van die binaire hokjesgeest. Er is meer tussen ‘man’ en ‘vrouw’. Het werd alleen niet goed begrepen. ‘Jouw identiteitsproblematiek’, reageerden mensen op Twitter. ‘En allemaal aandachttrekkerij.’

MounirSamuel_byErnstCoppejans

foto: Ernst Coppejans

Het is blijkbaar niet acceptabel om een tussenpositie in te nemen. Caitlin Jenner werd toegejuicht omdat ze zich als vrouw op de cover van Vanity Fair presenteerde, Maxim Februari kreeg applaus toen hij in DWDD vertelde dat hij in transitie ging. De uitkomst is bij hen duidelijk, maar ga je op zoek naar je genderidentiteit en vind je die niet eenduidig in m of in v, dan haken mensen af.

Mounir straalde zodra hij het over zijn gevoel en naam had, en over de bevrijding die het betekende te aanvaarden dat je niet in dat hokje (v) hoeft te blijven zitten. Je kunt eruit, en dat heeft hij gedaan. ‘In essentie was er niemand die mij ziet’, zei hij. Dat bedrukte hem. “Want in mijn hoofd heet ik niet Monique. Ik ben Mounir, van die naam gaat mijn hart zingen.”

Je suis Mo

Ik bewonder hem. Het is pijnlijk dat zoveel mensen met zoveel verwijt en onbegrip reageerden. Dat voel ik persoonlijk, want ik weet het zelf ook niet. Ik zit ook ergens tussen beide labels. En daar zit ik eigenlijk prima. Je suis Mo.

Ik verwijs vaak naar een kunstwerk, gezien op een gender blender expositie in Eindhoven. Er waren daarvoor honderden mensen geportretteerd, mensen met, neem ik aan, biologisch geslacht m of v. Aan de zijkant van ieder portret was met een rozeblauw lijntje getekend in hoeverre ieder van hen zich m of v voelde. Dat verliep van 100 procent blauw aan de ene kant, via half om half in het midden naar 100 procent roze aan de andere kant. Het kunstwerk maakte duidelijk dat genderidentiteit en biologisch geslacht los van elkaar staan.

De wereld is er niet aan toe. De genderdiverse samenleving is nog een droom. Losbreken van je biologische identiteit kan alleen als je de oversteek maakt. Wil je geen man zijn, dan moet je vrouw worden, of andersom. Meer ruimte is er voor veel mensen niet, veel van de mensen in elk geval die zo negatief op het verhaal van Mounir reageerden. ‘Veel mensen vragen mij hoe het is om in het verkeerde lichaam te zijn geboren’, twittert Mounir op 7 juni. ‘Maar ik woon in de verkeerde wereld, niet in het verkeerde lijf.’

Deze blog is gepubliceerd op www.continuum.nl en in Trouw van 12 juni 2015