Categoriearchief: kunst

De vrouw met de kraai

Leestijd: 5 minuten

Bijna op het eind van de expositie Goth – Designing Darkness in Den Bosch sta ik voor een grote zwart-witfoto van een jonge vrouw met een kraai. Ze aait het beest en omhelst het. Kraaien, zoals doodgravers ook genoemd worden, hebben geen beste naam: boodschappers uit de andere wereld. Het is alsof de vrouw op de foto die boodschapper begrijpt en innig met de dodenwereld in verbinding staat. Haar witte huid en zwarte cape versterken dat nog. Een intrigerende foto; wie is die mysterieuze vrouw?

Het is een beeld van een stomme film uit 1918, zo blijkt. De jonge vrouw is een actrice, Theda Bara. En de film heet ‘The she-devil’, het verhaal van een vrouw zonder geweten. Theda speelt Lolette die verliefd wordt op Maurice, een reizende artiest. Maar die is niet erg geïnteresseerd en gaat weg. Lolette wijst andere mannen in haar Spaanse dorp af, gaat ervandoor met gestolen juwelen en reist Maurice achterna. Naar Parijs. Als die haar meeneemt naar een optreden met Spaanse dansers, springt ze het toneel op en danst iedereen in de schaduw. Maar de man die ze heeft bestolen van de juwelen, zit ook in de zaal. Nog wat verwikkelingen en dan uiteindelijk bindt ze die man aan een stoel en bevrijdt Maurice. Ze vluchten samen weg.

Of de (verloren gegane) film nu zo goed het gothic-gevoel verklankt, weet ik niet. De duistere en mysterieuze foto van Theda Bara doet dat zeker wel.

Bara werd geboren in 1885 in Ohio, van een Poolse vader en een Zwitserse moeder. Ze stierf bijna zeventig jaar later in Los Angeles. Ze speelde vaker een femme fatale, bijvoorbeeld Cleopatra. In totaal acteerde ze in zo’n veertig films.

Ze kreeg de bijnaam de vamp vanwege een rol als vampier. Publiciteitsmedewerkers maakten van haar bewust een mysterieuze vrouw, iemand die in Egypte geboren zou zijn en van wie de naam een anagram was van ‘arab death’. Een uitspraak van haar, uitvergroot op de expo luidt: ‘The vampire that I play is the vengeance of my sex upon its exploiters. You see, I have the face of a vampire, perhaps, but the heart of a feministe.’ Deze vrouw, haar beeld, inspireerde ook de goth-subcultuur die jaren later zou ontstaan.

Keerzijde

De expositie over goth en gothic is veel meer dan Theda Bara. Niet alleen film, maar ook mystiek, tovenarij, foto’s, grafkunst, kleding en architectuur. De tentoonstelling gaat op zoek naar de bronnen van de subcultuur die in de jaren 80 opkwam.

Ik houd zelf eerder van muziek met een neerslachtige stemming dan van vrolijke majeurakkoorden, ik werd geraakt door de dramatische film over Ian Curtis van Joy Division en ik denk ook aan Buffy, niet te zien hier, en aan mezelf als fee op een verkleedfeest met spinnenwebben. Aan Frankenstein van Mary Shelley. Ik zie de mooie mistige landschappen, toverachtige Odilon Redons en prachtige jurken en korsetten, steeds koolzwart en bloedrood. De schilderijen van Casper David Friedrich en William Turner. Ik proef de duistere sfeer die hier hangt. Nee, ik ben niet goth, met donkere make-up, extreme kleding en symboliek, maar de sfeer en het gevoel spreken me wel aan. Een soort van herkenning.

goth feeling

Het is dan niet alleen de subcultuur die in de jaren tachtig uit de punk of new wave voortkwam. Niet die groezelige muziek, vaak harde metal, waar ik eerlijk gezegd ook niet echt naar kan luisteren. Goth gaat, zo zie ik op de expo, terug naar de gothic novel uit de 18e eeuw, William Blake en the graveyard poets, de gotische bouwstijl in de late middeleeuwen en wellicht nog verder, naar de Goten die vanaf 250 na Christus het Romeinse Rijk binnenvielen.

Gothic is de duistere en melancholieke kant van het leven, de aandacht voor de keerzijde, zwarte romantiek de telkens terugkeert in een andere vorm als reactie op de zakelijke lelijkheid van het leven. Escapisme misschien, maar ook een blik op de verborgen binnenkant van mensen, dat wat ze echt zijn. Authenticiteit is een kernwoord, niet voor niets. Hoewel het misschien meer een gevoel is over wat authentiek is, dan wat daadwerkelijk echt is. Dat bepaal je zelf. En identiteit, want goths zijn volop bezig met hun expressie.

Maar het is meer dan uiterlijk, meer dan zwarte kleding, donkere make-up en een vampy uitstaling, schrijft Zoie Campbell, theblackmetalbarbie op Instagram. Zij had als kind al meer met horrorfilms dan lieflijke kinderfilms, zag liever zwart-witfoto’s dan full colour en ze had een passie voor kunst. “Ik zag mezelf als een gothische fee”, schrijft ze. Het is voor haar vooral een gevoel. Dat gevoel is niet zomaar een voorbijgaande fase in haar leven, maar een deel van haar karakter en levensvisie. Zoals een gothic-meme zegt:  ‘I don’t live in darkness; darkness lives in me’.

Verdieping

Ik associeer goth eerder met de stad; donkere steegjes, krochten en bruggen. Maar er is net zo goed een fascinatie met ruige natuur, donkere bossen en gevoelens van eenzaamheid en verlangen. Een passie voor ruïnes en kastelen en een tijd ver voor die van de opkomende industrie en sociale verandering. Het is niet de echte geschiedenis die dan wordt omarmd, maar het gefantaseerde beeld ervan. Het verhaal dat goths zich vormen over het verleden dat romantisch en ridderlijk zou zijn.

Er zijn allerlei beelden en stereotypen die passen in dit decor. Vleermuizen, vampiers, demonen, heksen, feeën en ook personages die aan seksistische of racistische stereotypen doen denken. Zoals de gevaarlijke femme fatale of hysterische heks die mannen in het verderf stort. Het onschuldige meisje dat slachtoffer wordt van een mannelijke monster. En de aangedikte witheid van het gothic gezicht. Daar is vast meer over te zeggen, en er zijn vooral vraagtekens bij te zetten.

Agnes Jasper, die voor haar studie Culturele Antropologie aan de UvA een scriptie over de gothic scene schreef, stelt dat het ook maar beelden zijn waarmee wordt gespeeld. En verder dat het in de scene uiteindelijk de vrouw is die de macht heeft en heerst, femme fatale of misschien ook niet.

Maar denk ook nog even aan die uitspraak van Theda Bara. “Believe me”, zei ze in 1915, “for every woman vampire there are ten men of the same type. Men who take everything from women – love, devotion, beauty, youth and give nothing in return!” Daarom neemt ze als de vampier die ze speelt, wraak.

Ik lees op de website van het Design Museum, waarin ze verdieping aan de Goth-expo willen geven, dat ‘het subversieve karakter van goth ook de mogelijkheid (biedt) om (die) stereotypen op een nieuwe, positieve manier te interpreteren.” Dat goth ook experimenteert met gender en seksualiteit en zoekt naar nieuwe betekenisgeving.  

Duisternis

Ach, wat is goth en wat niet? Is Nick Cave ook goth? Het maakt niet zoveel uit, want wat er te zien is op de expositie in Den Bosch roept het gevoel wel op. De opgezette bok, de naakte Lilith, de bogen van de Sint-Jan, de grafversieringen en lettertypes, roodfluweel en danse macabre. Ik voel het wel. Ook dankzij de duisternis en de nachtelijke sfeer.  

Nog even terug naar die authenticiteit waarop goths zich beroepen. Het lijkt deels ook een strategie om echte goths van onechte te onderscheiden. Bescherming tegen subculturele appropriatie.

Stationspiano

Leestijd: < 1 minuut

Of je ze de trap afduwt al in de val
De zieken zuurstof zoekend zucht in bed
En je die nog eens in de regen zet
Wil je genade en brood, doe niet zo mal

Muziek en dans, nee, honger ga je lijden
Naar huid, naar klanken, naar troost, naar sfeer
Al maanden is de straat zo vrolijk niet meer
Met mime, viool, kunst die pleinen mijden

De pijn van piano die in de hal wil staan
Speelt voor Elise, voor reizigers en zuurkezen overal
Clair de lune, de serenade aan de maan

De wals voor Amelie, een brick in the wall
Een huil of lach als mensen naar de treinen gaan
Toch nee, die toetsen rel je niet uit de hal

Een ode aan drag

Leestijd: 5 minuten

Genderdiversiteit kwam najaar 2019 naar de musea. Het Tropenmuseum had een uitgebreide expositie over genderdiversiteit in de wereld. Onder de titel What a genderful world! toonde het museum hoe gender beleefd wordt, in verschillende culturen en tijd. Hoe word je een gender, bepaalt je lichaam je gender, hoe moet je je gedragen in die wereld van genders en hoe kan het anders? Kom spelen met gender in het Tropenmuseum!

En dan was er Drag power, zoals de zelfbewuste titel van een kleine expositie in kunstmuseum Coda Apeldoorn luidde. Maar wat is drag, hoe hangt het samen met trans en travo en waar komt drag eigenlijk vandaan?

Hartjesdag

Misschien ken je maar één bijbeltekst als je dit leest, namelijk Deuteronomium 22 vers 5. Daar begint de expositie mee. Onder ‘plichten tegenover mens en dier’ staat in die tekst hoe ‘gruwelijk’ God het vindt als mannen vrouwenkleren aantrekken of andersom. De oorspronkelijke tekst heeft het niet over kleren, maar over voorwerpen. Maar bijbelvertalers interpreteerden die voorwerpen als kleding en die interpretatie heeft eeuwenlang heel veel invloed gehad op jezelf kleden als de andere sekse.

Niet alleen religieuze leefregels bepaalden eeuwenlang hoe je je moest kleden, dat deden vele machthebbers ook. De norm was: kleed je zoals de groep waartoe je behoort en niet anders. Want aan je kleding moest je sociale status en maatschappelijke rol kunnen aflezen. En je gender. Nogal verwarrend, vonden ze, als je zomaar aantrekt wat je wilt.

Dat ging ver, die geboden en leefregels. Jeanne d’Arc werd uiteindelijk op de brandstapel gezet omdat ze mannenkleren had aangetrokken. Lees hier mijn blog over haar.

Het strenge kleedverbod kon, in Haarlem en Amsterdam, één dag per jaar worden vergeten, de zogenaamde Hartjesdag. Op dat volksfeest, dat waarschijnlijk in de Middeleeuwen ontstond, kon het gewone volk in de bossen bij Haarlem op herten jagen, iets wat alleen de adel mocht. En ze verkleedden zich in de rol van de andere sekse. Het was een carnavalesk feest met kermis en straatspelen in Amsterdam.

Hartjesdag wordt nu weer gevierd, sinds 1997 op de Amsterdamse Zeedijk. Een jury bepaalt er aan het eind van de dag wie het mooiste hartje is (vrouw verkleed als man) en wie de mooiste queen (man verkleed als vrouw).

Toneel

Op het toneel, waar je immers altijd rollen speelt, was cross-dressing meer geaccepteerd. Al in de Oudheid, waar toneel bij de oude Grieken en de Romeinen erg populair was. Vrouwen mochten niet optreden en mannen speelden alle rollen. Bij de Romeinen kwamen vrouwen later wel op toneel, vooral als danseres of mimespeelster, maar voor de christelijke kerk stond dat ongeveer gelijk aan prostitutie.

In het Engeland van de Renaissance (14e tot 16e eeuw) beleefde theater een heropleving. Maar nog steeds stonden er alleen mannen op het toneel. Shakespeare (1564 – 1616) schreef zijn stukken in de tijd dat mannen ook vrouwenrollen speelden. Hij maakte daar elegant gebruik van om de genderverwarring te vergroten, in As you like it bijvoorbeeld. (Leestip: John Irving, In een man.)

Grote Franse theaterschrijvers zoals Racine en Molière, konden honderd jaar later vrouwenrollen schrijven die wel gespeeld werden door vrouwen. En je had de Commedia dell’arte, in Italië vanaf de 16e eeuw waar vrouwen de meeste vrouwenrollen vertolkten. Hoewel oudere vrouwen nog vooral door mannen gespeeld werden.

Vogue

De Franse actrice Sarah Bernhardt (1844 – 1923) speelde graag mannenrollen. In haar tijd zag je vaker vrouwen in mannenkleren. Denk aan Marlène Dietrich en Colette, in 2018 nog verfilmd met Keira Knightley als de schrijfster in mannenpakken. Gedurfd misschien, maar in het theater vond toen bijna niemand cross-dressing een probleem, zolang dat beperkt bleef tot het toneel. In Engeland en de VS spraken ze over female and male impersonators, in Duitsland, Damenimitatoren (de mannelijke cross-dressers dan) en in Frankrijk heette het, ‘en travesti’.

De traditionele mannenmaatschappij had er vaak moeite mee. Ze accepteerde dat vrouwen zich als mannen verkleedden als de uitvoering daarom vroeg, maar voor (de dominante) mannen werd het gezien als een stap naar beneden om je als vrouw te kleden. Dat kon vaak hooguit in een platte komedie.

In de jaren 20 was er niet alleen Parijs, maar ook in Berlijn en New York relatieve vrijheid voor lhbt’ers en voor drag. De ballroom-cultuur in New York bijvoorbeeld, een underground lhbt-scene die in hun competities met dans, vogue en pose poogden te imponeren. Madonna verwijst ernaar in haar nummer Vogue. En op Netflix is er nu de serie Pose.  

Met de nazi’s kwam aan die vrijheid op vele plekken een eind. Hoewel je later in Parijs nog wel dragclubs had, zoals die van Madame Arthur met transgender Coccinelle (1931 – 2006). Ze debuteerde er in 1953 en ze speelde later in verschillende films.

Je kunt vast ook een lijntje trekken naar het Nederlandse toneel, cabaret en satire waarin mannen vrouwenrollen spelen (Paul Haenen, Koot en Bie, Joop Admiraal, Paul de Leeuw). Hun dames zijn vaak bekende Nederlanders geworden, soms net zo beroemd als de vertolkers van die rollen. 

Travestie

Volgens Wikipedia kwam het woord drag op rond 1870. En zou het oorspronkelijk iets te maken hebben met slepen (to drag) van jurken over het toneel. Of misschien klopt het inderdaad, zoals ik op de expositie in Apeldoorn leer, dat drag staat voor dressed ressembling a girl.

Een beetje raar overigens voor een drag king, die op de expositie en ook in de media minder aandacht krijgen. Maar goed, drag, wie realiseert zich nog precies wat het woord misschien betekende? Zoals zo vaak evolueert betekenis. Vroeger was er ook geen onderscheid tussen travestie en drag.

Bijvoorbeeld in de jaren van The Jewel Box Revue. Dat was een rondreizende dragshow (allemaal mannen, een enkele vrouw) die drag terug in de Amerikaanse theaters wilde brengen. Opgericht in 1939, een tijd dat homoseksuele mensen vaak werden gezien als afwijkend en pervers. Om geaccepteerd te worden, werd het erg theatraal gemaakt, over de top. Dan kon het, want was het immers allemaal maar spel. Misschien hebben zij daarmee drag wel de betekenis gegeven van nu.

Bij andere dragoptredens viel de politie soms binnen. Bij mannelijke bezoekers werden dan kledingstukken geteld, ze moesten minstens vijf mannelijke kledingstukken dragen.

Er werd bij die optredens aanvankelijk wel live gezongen, maar later kwam de lip-sync op, playback. Dat was goedkoper. Die lip-sync hoort nu helemaal in de dragscene. Drags worden vaak gezien als showgirls en entertainers. Ze doen optredens waarbij ze bijvoorbeeld Lady Gaga op toneel zetten.  

Dan heb je nog Les Ballets Trockadero de Monte Carlo, waar een groep van ballerino’s in tutu’s en op spitzen (en travesti) klassieke vrouwenrollen parodiëren. En je had Andy Warhol, waarvan een aantal reproducties in het Coda te zien zijn. In zijn circle liepen zestig jaar geleden trans personen en drag queens rond, zoals Candy Darling en Holly Woodlawn.

Tot de jaren 60 werd er weinig onderscheid gemaakt tussen drag en travestie. Maar daarna kreeg een heteroseksuele man die graag vrouwenkleding droeg het stempel travestiet. Een drag queen was vanaf toen een (homoseksuele) man die gekleed ging in uitbundige vrouwenkleding. En zo optrad. Dat was ook zeker geen transgender die zich al van jongs af aan vrouw of man voelt, anders dan het geboortegeslacht. En onafhankelijk van seksuele identiteit: homo, bi of hetero.

Drag queens zijn nu meestal professionals die performances doen op podia. Ze zijn zichtbaar in de media, in RuPaul’s Drag Race, met Jennifer Hopelezz, Dolly Bellefleur, Conchita Wurst, Lady Galore. En ze geven altijd veel aandacht aan uiterlijk, gedrag, make-up en hun optredens.

Een drag queen vraagt zich bijvoorbeeld af: hoe loop je zo natuurlijk mogelijk op stiletto’s van twaalf centimeter? Hoe breng je de mooiste flamboyante make-up aan? En hoe glans en glitter je op toneel? En dat doen ze dan, prachtig!

Ik heb de foto’s gemaakt in Coda Apeldoorn.

De Nana’s van Niki

Leestijd: 5 minuten

Twee jaar geleden was er een expositie van Jean Tinguely, Machinespektakel, in het Stedelijk Museum te zien. Maar ik vind de kunstwerken van zijn vrouw, Niki de Saint Phalle, veel interessanter. Dansende, rondborstige, veelkleurige vrouwenfiguren. Het is vrolijk, energiek, bruisend. En de Nana’s – zo heten ze – maken je blij.

Ik weet nog dat ik een gevleugelde Nana op het treinstation van Zürich zag, een jaar of zeven geleden. Elf meter groot en 1.200 kilo zwaar. Ik fotografeerde het kunstwerk dat hoog boven de reizigers hing uit alle hoeken, als ‘l’ange protecteur’, een schutsengel voor de treinreizigers. En ik verbaasde me erover dat niemand op dat drukke treinstation een blik omhoog wierp. Want wat een bijzonder kunstwerk hing daar! Haar Nana power raakte me direct, maar van de maker wist ik niets.

Venus van Willendorf

De bio dan, kort. Niki de Saint Phalle werd geboren in Frankrijk als dochter van een Franse vader en een Amerikaanse moeder. Toen ze drie jaar oud was, verhuisde het gezin naar New York. Ze raakte getraumatiseerd als gevolg van seksueel misbruik door haar vader vanaf haar elfde. Later verwerkte ze deze ervaring in haar surrealistische film Daddy en in andere kunstwerken. Haar ouders brachten haar onder in een klooster.

Ze trouwde als 19-jarige met schrijver Harry Mathews, een jeugdvriend, en ze verhuisden naar Europa (Parijs) om daar te wonen en te werken. Ze kregen twee kinderen: Laura, in 1951, en Phillip, in 1955. In 1953, na een ziekenhuisopname vanwege een zenuwinzinking, begon ze te schilderen. Als een soort van therapie. Later verliet ze het gezin en ze startte een samenwerking met de Zwitserse kunstenaar Tinguely. Ze maakten samen fonteinen, zoals de Stravinsky-fontein bij het Pompidou-museum in Parijs, en ze trouwden in 1971.

Vanaf halverwege de jaren zestig, hippietijd, kwamen de Nana’s. Oervrouwen. Zo maakte ze in 1966 voor het museum in Stockholm een ruim 23 meter grote Nana: Hon (Zij in het Zweeds). Liggend met de benen gespreid. Bezoekers konden erin gaan via de vagina.

“De eerste Nana, in zachte aardkleuren, doet me denken aan de Venus van Willendorf”, zegt Cathelijne Broers, directeur van de Hermitage in Amsterdam. Ze loopt voor het tv-programma ‘Nu te zien!’ door de expositie in Den Haag, in Beelden aan Zee. Het beeldje, vol van vruchtbaarheidssymboliek, de oermoeder van 20.000 jaar geleden, werd gevonden in Oostenrijk.

En inderdaad, het lijkt wel op zo’n Nana. Of andersom: Nana lijkt op deze Venus. Maar Broers vertelt dat De Saint Phalle zich liet inspireren door een zwangere vriendin. “Billen en borsten in kleurrijke badpakken en altijd een klein hoofdje. Ze noemde ze Nana’s naar het koosnaampje dat ze gebruikte voor haar Amerikaanse gouvernante, een powervrouw in haar leven.”

Tragiek achter de beelden

Voordat ze aan haar Nana’s begon, waren haar kunstwerken veel minder vrolijk. Een trieste bruid met een zware last op haar schouder, waarmee ze ageert tegen de gevangenis van het huwelijk voor vrouwen. Maar ook de Nana’s geven soms grimmig commentaar. Zoals de gouden Nana op een blauw paard, als De Dood met een zeis in de handen, en omringd door afgehakte lichaamsdelen.

Later liep ze een polyestervergiftiging op, door de beelden die ze maakte. Dat vertaalde ze in een soort van skinny sculptures, vertelt Broers. Niet zoals de extreem magere figuren van Giacometti, maar kunstwerken met veel lucht. Want lucht krijgen was nu een probleem.

Weet je iets over haar leven, dan kijk je anders naar zo’n expositie. Dan zie je de tragiek achter de beelden, kun je de power van de Nana’s beter plaatsen misschien.

Het is een ode aan de vrouwelijkheid, jubelt een bericht op de site van het museum. ‘De beeldhouwer heeft met haar Nana een iconisch vrouwbeeld geschapen. Zelfbewust en onafhankelijk dragen de Nana’s een actuele boodschap uit.’ Dat was denk ik ook wat Niki de Saint Phalle wilde, Nana’s als symbool voor de vrouwenemancipatie. Beelden aan Zee verwijst naar ‘het eeuwige debat over de verhouding tussen man en vrouw’ en de #MeToo-beweging. Met haar zwartgekleurde Nana’s maakte ze bovendien een statement in de tijd van de Amerikaanse Civil Rights Movement.

Je kunt je afvragen of de boodschap er niet te dik bovenop ligt, over de top, of dat de kleurrijke beesten en fonteinen, en de merchandise, afbreuk doen aan de kunst. Aan de boodschap van de Nana’s. Ik weet het niet. Het zijn voor mij toch vooral die vrouwenfiguren die spreken, dat verandert niet.

Boze vrouw

Ik kijk in het museum naar de documentaire over haar leven, ‘Niki de Saint Phalle aan Zee’ (26 minuten). Die begint met een schietende kunstenaar. Ze maakte zo ooit kunstwerken waarbij ze verfpatronen uiteen liet spatten op een sculptuur. ‘Ik was een boze vrouw’, zegt ze daarover. “Boos op mannen en hun macht. Ik voelde dat zij me hadden beroofd van de vrije ruimte waarin ik mezelf kon ontwikkelen. Ik wilde hun wereld veroveren, mijn eigen geld verdienen. Boos op mijn ouders, die mij naar mijn gevoel hadden opgevoed voor de huwelijksmarkt. Ik wilde ze laten zien dat ik iemand was, dat ik bestond en dat mijn stem en mijn schreeuw van protest als vrouw belangrijk waren. Ik was klaar om te doden.” Dit zei ze volgens Het Parool in 1999.

Voor deze documentaire praat Joost Bergman, conservator van Beelden aan Zee, met kleindochter Bloum Cardenas. Ze doen dat in het beeldenpark in Toscane, Le Jardin des Tarots. Een park dat Niki de Saint Phalle vanaf de jaren 80 creëerde naar het voorbeeld van Gaudi’s Parc Güell. Daar wil ik heen.

Haar dromen

Aan deze kleindochter stuurde Niki de Saint Phalle toen ze 61 was een brief waarin ze haar tragische jeugd en het seksueel misbruik beschreef. Daaruit bleek dat haar vader ‘een minnares’ van haar wilde maken. Volgens de brief ging het direct al mis omdat ze als kind de schuld kreeg van de armoede waarin de familie terecht kwam in de crisisjaren. En vader is moeder ontrouw met vriendinnen en Niki’s gouvernante. Die moeder draagt haar op ‘een rijke en respectabele man te trouwen’ en is ook nog antisemitisch.

‘Ons huis was geen thuis van liefde en geluk’, schrijft oma haar kleindochter, nogal een understatement. En daarna, ‘toen ik borsten begon te krijgen’, werd ze vaders object van lust en verlangen. Ze haatte hem.

De brief eindigt positief. Niki de Saint Phalle heeft geprobeerd af te rekenen met het incestverleden en adviseert haar kleindochter niet op te geven. Zoals ze zelf heeft gedaan. Ze werd een kunstenaar die veel van haar dromen kon waarmaken. En die bovendien prachtige en emotionerende kunstwerken heeft gemaakt.

Woest en bijster

Leestijd: < 1 minuut

Fietsend van landschapskunst naar locatiespel
Heel woest en erg bijster
Stuit ik op een briefje in het bos
‘Kun je je nog verwonderen?’
Vraagt een boom
Over oranje sinaasappelpoëzie in het groen
Een zilveren tol in een dorpse koepel

Bij de Franse Kamp dansen spelers
Met Down, met bravoure
Ze verhalen over grenzen
oorlog en strijd
Normaal, roepen ze
Strijd is blijkbaar normaal
Maar kan het niet anders?

Elders in het bos
Volg ik een edelvrouw in een tijdmachine
Tweehonderd jaar terug
Barones tegen boeren
Strijd tussen klassen
Dan pakt een boer haar hand

Kun je je nog verwonderen?
Over grens, tegenstelling, verschil
Hoe mooi overbruggen is
Over concurrentie en strijd
Hoe niet normaal oorlog is
Voel dan het ritme van de wind
Luister naar de melodie van regendruppels

In Bennekom werd eind oktober 2018 een kunst- en theaterfestival georganiseerd. Onder de naam: Woest en Bijster. Landschapskunst en locatietheater in de bossen tussen Wageningen en Bennekom.

Meedansen met Lara

Leestijd: 4 minutenLara die afgewend in de doucheruimte staat, met tranen in haar ogen naar de ballerina’s op het podium kijkt, een blik werpt in de kamer waar de andere meiden slapen, nerveus met haar handen beweegt. De flirt waarbij ze angstvallig haar lichaam afdekt, de manier waarop ze dat lichaam wil wegstoppen. De verlegenheid, ongeloof, het ongeduld, de boosheid, inspanning, verdriet en trots. En de zekerheid over wat ze wil: vrouw zijn als iedere andere vrouw, meisje met de andere meisjes, dansen zoals een ballerina en dat iedereen haar ziet zoals ze zich toont. Als vrouw. Dat is haar grote wens.

Ik vond het een prachtige film. Intussen had ik al zoveel over ‘Girl’ gelezen en gehoord toen die hier eindelijk te zien was, dat het me lastig leek om onbevangen te kijken. Maar ik werd toch meegesleept, danste als het ware mee.

Goed, de genderstereotypering over mannelijkheid en vrouwelijkheid, met alle druk die dat op mannen en vrouwen geeft, en de binaire blik op mannen en vrouwen, dat blijft ook na deze film wel een strijdpunt. Je kunt je verder afvragen of het idee dat je ‘geboren wordt in het verkeerde lichaam’ wel voldoende geproblematiseerd wordt. Niet door Lara zelf in elk geval.

Maar ik herken me niet in de kritiek dat dit verhaal een verkeerd beeld geeft van die heel diverse groep van transgenders – kan dat wel? De film geeft een mooi beeld van één transgender persoon. Er zijn niet al de verschillende tinten in gendergevoelens en lichaamsbeleving, en ik zie in het verhaal niet hét verhaal, maar een verhaal. Dat is in grote lijnen het verhaal van Nora Monsecour die in 2009 op de Koninklijke Balletschool Antwerpen de overstap wilde maken van de jongens- naar de meisjesklas.

Er wordt werkelijk fantastisch geacteerd, door Victor Polster. Met de camera dicht op deze hoofdpersoon. Lara zegt misschien niet zoveel met woorden, maar alles met haar gezicht, gebaren en emoties. Dan vraag je je geregeld af wat er in haar hoofd gebeurt.

Spitzen

Haar inspanning en wil om vrouw te zijn loopt gelijk op met haar inspanning en wil om ballerina te zijn. Op spitzen te staan. Dan moet je weten dat ik ook op ballet zit en twee keer per week aan de barre sta. Samen met vier, vijf mededanseressen. Wel anders dan Lara, want ik dans niet in balletpakje, maar in een zwarte maillot en een strak T-shirt. Toch identificeer ik me daardoor waarschijnlijk meer nog met haar dan de gemiddelde bioscoopbezoeker. Ik voel me gelukkig aan de barre, voor de spiegel, en ik denk haar dubbele verlangen – vrouw en ballerina te willen zijn – te begrijpen. Ik ben dan niet binair, maar non-binair.

Misschien is het wel die danssetting die het voor me doet, ik weet het niet. Dan kun je er haast niet omheen dat je in de film naar het lichaam kijkt, want ballet is heel fysiek. Maar het spreekt me zeer aan.

De pliés, pas de bourrees en relevés doe ik ook wekelijks, en dat valt lang niet altijd mee. Hard werken. Ik moet steeds opnieuw bedenken hoe ik mijn armen in een mooie port de bras houd, mijn benen voldoende uitdraai in de vijfde positie, een goede balans vind – denk aan je centrum! – of een pas de chat aanleer. Tombé, pas de bourree, glissade, piqué. En rond de jambe, sisonne en dan een pirouette op de voorvoet. Focus houden.

Wanneer ben je vrouw

‘De haarextensions die hij droeg, heeft hij de hele draaiperiode ingehouden’, zegt regisseur Lukas Dhont over acteur Victor Polster. ‘Hij is écht een meisje voor ons geworden.’ Dat vind ik innemend. ‘Een film op verliefd op te worden’, schrijft Hugo Emmerzael in De Filmkrant. Ik kan daar alleen maar mee instemmen.

Ik zie dan het beeld in de film voor me dat Lara wordt gevraagd of ze een jongen of een meisje wil zijn. Je ziet haar denken: wat een stomme vraag! Je ziet haar dat echt denken. De manier waarop ze reageert is super. Maar dat is ze nog niet, vindt ze zelf. Ook al probeert een dokter haar daarvan te overtuigen: ‘ik zie een vrouw’. Het komt niet aan bij Lara. Voor haarzelf is ze dat nog niet zolang haar lichaam niet is aangepast.

Daar ligt een gevoelig en essentieel punt, wanneer ben je vrouw? Het zou goed zijn als een cisgenderfilmkijker bedenkt: ja, ik zie ook een vrouw. Ondanks de ontkenning van Lara. Overbodige vraag.

Zo stelt de film eigenlijk impliciet die vraag: wanneer ben je vrouw? Zit dat in je lichaam, in je geest (dualisme van Descartes) of in de onverbrekelijke combinatie van beide? Voor Lara, die wil dansen, is het vooral het lichaam. Kijk je niet verder dan haar point of view, dan denk je: nee! Ik hoop dat de kijker na deze empathische film zelf een genuanceerder antwoord kan bedenken. En ik denk eigenlijk dat de regisseur dit heel goed doet.

Zelfverzekerd

Het is een emotioneel moment en er breekt iets als haar klasgenootjes haar uitdagen om haar geslachtsdeel te laten zien. Dat is vreselijk! En deze scene is misschien juist zo goed omdat je dat zelf ook ervaart en voelt. Of misschien moet ik voor mezelf spreken: ik voelde de verschrikking van dat moment.

Mooi is de liefde, steun en zorg van de vader. En ook voor de dokters die doen wat ze kunnen – ‘Lara, denk nu niet teveel aan je lichaam’ – heb ik begrip. Een advies dat vanzelf niet aankomt. Een film met transgender als thema moet een gok zijn voor een regisseur, met een kritische community en een strijdbaar transactivisme. Dhont had in de film ook kunnen kiezen voor de buitenkant: de ontbrekende acceptatie van de omgeving. Maar hij richt zich door dat conflict (bijna) te vermijden juist op de binnenkant.

Dan wil je weten, omdat je je betrokken voelt, hoe het verder gaat met haar. Er is dan ook een soort van loutering als Lara, aan het einde van de film, een paar jaar later, zelfverzekerd op straat loopt. Mooi einde! Echt mooi!

Met Hannigan in de hemel

Leestijd: 2 minutenIntens, intensief en, zo lijkt het, intuïtief. Blote voeten, handen voor haar mond, zuchtend, roepend, zingend. Zo staat Barbara Hannigan in het grote auditorium van het Calouste Gulbenkian. In Lissabon. Ze brengt een modern-klassieke compositie van avant-gardist en saxofonist John Zorn.

Het stuk heet Jumalattaret. Proef dat woord, Jumalattaret! Zet de klemtoon vooraan. Jú. Júmalattaret. Fins, schijnt het. Godinnen, betekent het. Zorn liet zich inspireren door de Kalevala, een verzameling eeuwenoude verhalen die in 1835 zijn opgetekend. Ik associeer het met het koude noorden. Hoog, zoals de stem van Hannigan. IJl, zoals de begeleiding van de piano. Complex, zoals de compositie. Intrigerend, zoals de hele voordracht. En onbereikbaar ver, want weg zodra de klanken zijn weggestorven.

John Zorn zit in de zaal, Barbara Hannigan staat op het podium en Stephen Gosling zit achter de piano. Achthonderd mensen zijn muisstil. Ze zijn gegrepen. Gepakt. Opgeslokt. Ze zijn in het moment, in een prachtig moment. Het is een schitterend geluk. Achthonderd mensen voelen zich opgetild, als mijn gevoel te extrapoleren valt. Dan zijn ze net zo gebiologeerd, geborgen, gezegend, gelukkig. Verzaligd als dat een woord is. Verzield. Gehannigand. Gezornd. In aanbidding van de godinnen.

Stel je voor, je bent in Lissabon, en hoort dat je gratis naar een concert kunt. Een première van een sopraan die je bewondert. Oké, je moet Lissabon met een dag verlengen, je moet een kaartje bemachtigen en je bent weer buiten voor je binnen bent, want het concert duurt nog geen half uur. Je staat langer in de rij voor een kaartje dan dat je straks in de zaal zit.

Maar wat zou het? Voor de fameuze Belém-gebakjes, drie happen, is de wachttijd twee uur. Voor een blik in Lello’s, de beroemde boekenwinkel van Porto, maximaal een kwartier, sta je drie uur in de rij. Wil je naar het openbare openluchtoptreden van het Nationaal Ballet van Portugal, zorg dan dat je lang tevoren een stoel vindt. En blijf zitten.

Júmalattaret. Julia, Judith, Juliette, dat zouden godinnennamen kunnen zijn. Het stuk is als een boek vol emotie. Verdriet ligt in Hannigans zucht en vreugde in haar zang. Vrees en verlangen vechten met elkaar. Adoratie en aanbidding. Ze voelt met haar voeten, met haar hele lichaam en ze brengt dat gevoel naar de zaal. Godinnelijk! Ik voel me gelukkig. Zolang het concert duurt en nog lang daarna, voel ik me gelukkig.

In het middelpunt van Europa

Leestijd: 5 minuten“Zit je nu Duits te leren”, vraag ik aan het meisje naast mij. Ze leest aantekeningen met werkwoordsvervoegingen. Ja, soms zijn mijn vragen geniaal (;-)). We zitten in de trein van Praag naar Olomouc en ik worstel me, toevallig, door een Duitstalige biografie over Lou Salomé. Een boek dat meer gaat over haar relaties met mannen – filosoof Friedrich Nietzsche, publicist Paul Rée en de in Moravië geboren Sigmund Freud – dan over de in Rusland geboren psychoanaliste zelf. Het meisje studeert in Olomouc en heeft morgen examen, vertelt ze. Ja, Duits is moeilijk, en ze moet nog een paar jaar. Maar ik denk dat ze deze biografie vlotter zou lezen dan ik.

Olomouc is een stad in Moravië, ruim 200 kilometer oostelijk van Praag. Het heeft de sfeer van een provincieplaats, zeker in vergelijking met Praag. Het Deventer van Tsjechië zeg maar, of Wageningen.

Heel wat anders dan Praag in elk geval. Dat moet je vergelijken met Amsterdam, Parijs, Rome, Barcelona. Heel veel toeristen in het centrum van de stad die bij elkaar lijken te kruipen rond de highlights. In Praag is dat de Karelsbrug over de Vltava-rivier, het grote stadsplein in de oude stad, de Praagse Burcht (een complex van kastelen, kerken en musea), de Joodse begraafplaats en het museum over Mucha.

Ik ben over de Karelsbrug gelopen, slingerend tussen de drommen fotograferende toeristen. Ja, en ik ben ook naar dat museum gegaan. Alfons Mucha is net als Franz Kafka een Tsjechisch symbool. Wat Vincent van Gogh is voor Nederland. Mucha ging naar Parijs en maakte er vanaf 1894 veel posters voor het theater van de beroemde actrice Sarah Bernhardt. Prachtige vrouwen in mooie poses. Art nouveau. Ik vind het mooi, de posters, maar het museum is klein, druk en teveel op toeristen gericht die er in een halfuurtje doorheen snellen.

Mooie stad hoor, Praag. Architectuur, sfeer, een rivier, uitgaansleven en veel musea. En bovendien ligt Praag in het middelpunt van Europa en heeft het een compact centrum en goedkoop bier. Dat trekt een hoop mensen. Massatoerisme.

In de Praagse Burcht, met uitzicht op de stad, wil een groep Spaanse mannen een foto maken. Een van hen gaat binnenkort trouwen en viert nog even zijn vrijgezellenstatus. Met liters bier, schat ik. Ik schiet een paar foto’s op de smartphone van een van hen. Een kwartiertje later ontdek ik een rustig straatje dat me van de hogergelegen burcht terugvoert naar de stad. Bijna alle toeristen drommen de trappen af in plaats van het straatje. Voor me uit lopen slechts een paar nonnen.

Zware pijen

Praag ligt middenin Bohemen. Volgens de legende voelde prinses Libuse dat hier een stad zou komen. Ze trouwde met een boerenjongen en stichtte de dynastie van de Premysliden, zo’n familie van koningen die jarenlang over het land heerst. Tot ongeveer 1300. Karel IV, naamgever van ongeveer de beroemdste brug ter wereld, wordt in 1347 koning van Bohemen en later ook nog benoemd tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Het was een bijzondere eer, geloof ik, als de Paus je kroonde als keizer van dat grote politieke verband van staatjes in een gebied dat liep van Nederland tot Midden-Italië.

Karel trouwde met de 13-jarige Blanche van Valois, de zus van Filips VI die koning van Frankrijk zou worden. Een kindhuwelijk zou je denken, maar Karel zelf was ook net 13. Kinderenhuwelijk. Kinderen van 13 hadden toen een andere status. Klein uitgevallen volwassenen, als je ook de schilderijen uit de middeleeuwen ziet.

Karel IV liet Bohemen bloeien en maakte van Praag een belangrijke hoofdstad. Ik stel me dat voor als een stad met handel, een stad die groeide, waar kerken werden gebouwd en pleinen. En waar machtige mensen rondliepen in mooie kostuums in prachtige paleizen.

Ook in Bohemen kwam er net als een goede honderd kilometer noordwestelijker, waar Luther in Leipzig kritiek uitte, verzet tegen het machtsmisbruik van de katholieke kerk. Hier was dat Jan Hus met zijn Hussieten. Hus stierf in 1415 op de brandstapel, maar de twisten bleven. En veel mensen werden later protestant.

De contrareformatie, vanaf ongeveer 1620, was zo heftig dat de protestanten op de vlucht sloegen. In Tsjechië is nu het katholicisme het grootst (ongeveer een kwart van de bevolking), maar veruit de meeste Tsjechen rekenen zich niet tot een religieuze groep. Er staan mooie, grote kerken. In Olomouc zijn verschillende kloosters en ik zie ook veel monniken in zware pijen lopen. Maar een oud klooster waar ik heenloop, net buiten de stad, is kortgeleden omgevormd tot een ziekenhuis.

Charta 77

Het verhaal over de politiek is zoals zo vaak het masculiene verhaal van moord oorlog. De ontmanteling van het Oostenrijks-Hongaarse rijk na de Eerste Wereldoorlog, de republiek Tsjechoslowakije, de inval van de Duitsers in Sudetenland in 1938 en een half jaar later in heel Tsjechië.

Dan is er de moord op nazi-leider Reinhard Heydrich in Praag, de moord waarover de Franse schrijver Laurent Binet dat bijzondere boek Hhhh over schreef. Verder de onderdrukking in de stalinistische staat en de Praagse lente in 1968. Ik lees erover op een terrasje met een halve liter bier voor me, en zie soms standbeelden, herdenkingstekens of straatnamen die aan de grote gebeurtenissen herinneren.

Charta 77 ken ik vaag, maar hoe zat het ook weer? Toen de Russen de Praagse lente ruw braken en de oppositie muilkorfden, waren de dissidenten even stil, maar niet weg. Gesteund door de Helsinki-akkoorden over de mensenrechten ondertekenden een paar duizend kunstenaars en intellectuelen een manifest dat die Helsinki-waarden onderstreepte. Dat was Charta 77. Die ondertekenaars werden vaak vervolgd of verbannen, maar één ervan, Vaclav Havel, sprak het volk toe na de fluwelen revolutie in 1989. Hij werd staatshoofd.

Meer aan de zijlijn van de grote geschiedenis is er de defenestratie, aanpak van politieke tegenstanders die bijna traditie leek te worden. Ze werden het raam uitgegooid. Of het verhaal van een rabbijn uit de 16e eeuw, bevriend met de astronoom Tycho Brahe, die een beeld van klei, de golem, tot leven zou hebben gewekt. Praag was sowieso een centrum van magie en alchemie. Of Karel Capek die in het begin van de 20e eeuw het woord ‘robot’ voor het eerst gebruikte. Wat zou die opkijken als hij 80 jaar na zijn dood weer even tot leven zou komen en onze gedigitaliseerde wereld zou zien.

En dan het verhaal van de Roma en de marginalisatie en discriminatie van deze mensen. Is er een lijn te trekken naar het vluchtelingenbeleid van het land? Tsjechië heeft net als Hongarije, Slowakije en Polen de grenzen gesloten voor vluchtelingen, doof voor de EU-oproep om deel te nemen aan de opvang van mensen die vluchten voor oorlog en onderdrukking.

Janácek

Terug in Nederland lees ik Milan Kundera, ook een dissident, en een migrant. Hij vluchtte naar Parijs en schreef veel van zijn mooiste boeken in het Frans. Het boek Verraden testamenten gaat over kunst en literatuur, Musil bijvoorbeeld. En vooral over Janácek die hij als de grootste Tsjechische componist beschouwt. Groter dan Dvorak, Smetana en Martinu. Het probleem van Janácek was dat hij in Brno woonde, honderd kilometer onder Olomouc en ook een provinciestadje, zeker vergeleken met Praag. Janácek schreef vernieuwende opera’s en fantastische pianomuziek, maar ze werden niet gehoord. Of niet begrepen.

Ik bezoek het huis in Brno waar hij leefde, nu een museum. Na een treinreis vanuit Olomouc die wat langer duurt dan normaal omdat er aan het spoor wordt gewerkt. Als ik bij het museum kom, is het nog dicht. Een halfuurtje later ben ik de eerste bezoeker van de dag, net voordat er een groep van zeker twintig Japanse toeristen komt. Voordat die oosterse invasie plaatsvindt, wijst de suppoost me de weg. “Als je dit allemaal gezien hebt, kan ik een dvd starten over Janácek”, zegt ze. Ik zie de mooie documentaire, een Duitse productie van ruim een uur, helemaal uit, terwijl de Japanners na tien minuten vertrekken.

Het is een van de hoogtepunten van mijn korte Tsjechiëreis. Net als de uitvoering van het Nationaal Tsjechisch Ballet op mijn laatste avond in Praag. Choreografieën van de dansers zelf, soms uitermate klassiek en op spitzen en soms heel modern en bijna urban. Ze hebben muziek gebruikt van barok tot Bowie. Ik vind het prachtig.

Een selectie van mijn foto’s staat hier.

Vijf redenen om niet naar Leipzig en Dresden te gaan

Leestijd: 3 minuten

  1. Dresden lag toch helemaal plat. Er vielen bij geallieerde bombardementen op de stad, februari 1945, tienduizenden doden. Al die barokgebouwen (Zwinger, Hofkirche, Frauenkirche, Semperoper) zijn toch weg? Dat geldt inderdaad voor de Frauenkirche, maar die is mooi herbouwd. Maarten Luther staat weer op het plein. Loop je door het centrum, langs de opera, over het Brühlse terras, langs de Elbe, door de tuinen van de Zwinger, dan kun je je eeuwen terug wanen. De tijd van Napoleon die met Saksen tegen Pruisen streed. Of de tijd van Bach, en cantate BWV 82 in de Thomaskirche. In Leipzig dan weer.
  2. Geen Louvre of Hermitage. Nee, een museum waarvan je in een dag nog niet eens een kwart hebt gezien, is er niet. Maar de kunst is behoorlijk groots. Ik heb teveel tijd verloren in het Albertinum (Dresden) en het Museum der Bildenden Künste (Leipzig) om nog naar de oude meesters in de Zwinger te kunnen. Of de Grüne Gewölbe in het Residenzschloss. Nog eens terug dan maar. Het valt me niet mee om dan een week tevoren te bedenken dat je die Grüne Gewölbe wilt bezoeken, maar reservering is er noodzakelijk. Je koopt kaartjes voor een bepaald tijdslot.
  3. Het is een pokkeneind met de trein, Saksen. Drie of vier keer overstappen, in de zenuwen, want haal ik de aansluiting wel? We bereiken Magdeburg op een 150 km ten noorden van Leipzig, en de trein gaat stuk. Echt, dat gebeurt zowel op de heenweg als op de terugweg. Er rust een vloek op Magdeburg. Het is de vloek van een Germaanse heks uit het duistere Teutoburgerwoud. Vast! Ik las Martin Walser op de heenweg, een boek over Goethe, en Thomas Manns Lotte in Weimar op de terugweg, groot deel ervan in elk geval. Alweer Goethe. Ook mooi, hoewel misschien wat overdreven vol en gelaagd, was Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch (speelt in het platgebombardeerde Dresden, zo’n twaalf jaar nadien, verwijst naar Troje waar Helena aanzet was tot verwoesting, en toont een diepe drift tot destructie die niet alleen steden raakt, maar ook anderen, jezelf. Liefde leidt bij Mulisch tot vernietiging). En Melancholie van de onrust, van Joke Hermsen. Dat had ogenschijnlijk niets met deze steden te maken, maar melancholie was blijkbaar een groot thema bij Goethe.
  4. Bier en worst. Wat moet je daar als vegetariër? Gelukkig zitten er Mexicanen, Turken, Italianen, Aziaten, die je zeker geen worst voorzetten. En ook in een super-Duits restaurant kun je wel iets vegetarisch vinden, veganistisch zelfs. Ik heb de Käsespätzle geprobeerd, met een biertje. Een Köstritzer want dat is het oeroude bier hier, sinds de 16e eeuw. Goethe dronk al Köstritzer.
  5. Je komt Bach (1685-1750), Goethe (1749-1832) of Luther (1483-1546) echt niet tegen. Mendelssohn of zijn zus Fanny, Schumann en zijn bijzondere vrouw Clara. Al stadswandelend. De kans is groter dat je Claudia Schiffer, Peter Sloterdijk, Anne-Sophie Mutter of Angela Merkel tegenkomt. Maar je kunt je in de voetstappen van die grote mensen wanen. Ik bedoel dan niet Claudia, Peter oder Angela, hoezeer ik hen ook bewonder. Want hier speelde Clara ooit piano, hier componeerde Bach zijn cantates en hier stond de wieg van Wagner. Hier schilderde Ernst Ludwig Kirchner, begin 20e eeuw, en ontstond Die Brücke (een expressionistische kunststroming). Hier startte Luther 500 jaar geleden de Reformatie en schreef Goethe, rechtenstudent in Leipzig, zijn romantische dichtregels. Kennst du das Land wo die Zitronen blühn? Ja, dat is wel merkwaardig, alsof Goethe zelf je aanraadt Leipzig en Dresden te vergeten en maar liever naar Italië te gaan.

Lesendes Mädchen van Gustav Adolph Hennig
Clara Schumann
Bildnis einer jungen Dame van Hugo von Habermann

Meer foto’s van Leipzig en Dresden (en nog een reden om er niet heen te reizen) op www.tonvandenborn.nl.

Stedelijk

Leestijd: 2 minutenR.: “Het Stedelijk? Dat heb ik vorige week in een half uur gedaan.”

E.: “Zo, kunst joh. Je zal wel afgepeigerd zijn geweest. Nog wat gezien tijdens je sprint?”

R.: “Het is me niet zo goed bijgebleven. Tinkebell? Hangt die daar? Camille Claudel, kan dat? Marina Abramovich?”

E.: “Ja hoor… Verder een goede week gehad, Robin?”

R.: “Ja, Moonlight, Jackie, La la Land. Dat was goed, prachtig en leuk. Gaan zien, Eva, als je dat nog niet hebt gedaan.
Wel veel politici. Die zijn haast niet te ontwijken, zo net voor de verkiezingen. Ook al laat je tv uit, ban je Twitter, Facebook, radio weg en fiets je door de stad langs een speciale route waar je geen verkiezingsplakborden ziet, dan kom je ze vervolgens tegen op de markt.
Ik begrijp overigens niet waarom nauwelijks iemand van die politici het woord klimaatverandering heeft uitgesproken. Het gaat alleen maar over de peilingen. ‘Nou meneer Asscher, waar blijft nu het Asschereffect?’
Ik vind het echt enorm jammer. Daar is wat te winnen, zou je denken. Komt dat omdat die lijsttrekkers bijna allemaal oudere mannen met een stropdas zijn, dood als de kijkers van het Jeugdjournaal straks met de voeten in het water zitten. Overstromingen als noord- en zuidpool verder worden teruggedrongen, weersextremen, misoogsten, honger, geweldsuitbarstingen en vluchtelingen voor dat geweld, migranten van overstroomde eilanden. Ik ben een enorme optimist, maar zelfs het meest optimistische scenario brengt nog teveel ellende.”


Matisse

E.: “Ik dacht dat je de politiek ontweek?”

R.: “Tja Eva, wilde ik, zeker omdat ik het al weet sinds de resultaten van de stemwijzer en de wijzestemmer beide uitkomen op dezelfde niet zo grote partij. Of beter, nóg niet zo grote partij.
Leuk trouwens, de wijzestemmer adviseert behalve een partij ook nog een denker of filosoof. Ik naar de bieb, maar deze heeft dan toevallig ongeveer niks, nada geschreven.
En nadat ik die recordtijd in het Stedelijk had geklokt, heb ik dan per ongeluk toch de tv aangezet.”

E.: “Da’s jammer. Misschien dan toch nog eens terug naar het Stedelijk, Robin?”

R.: “Ga je mee?”