Categorie archief: kunst

Meedansen met Lara

Lara die afgewend in de doucheruimte staat, met tranen in haar ogen naar de ballerina’s op het podium kijkt, een blik werpt in de kamer waar de andere meiden slapen, nerveus met haar handen beweegt. De flirt waarbij ze angstvallig haar lichaam afdekt, de manier waarop ze dat lichaam wil wegstoppen. De verlegenheid, ongeloof, het ongeduld, de boosheid, inspanning, verdriet en trots. En de zekerheid over wat ze wil: vrouw zijn als iedere andere vrouw, meisje met de andere meisjes, dansen zoals een ballerina en dat iedereen haar ziet zoals ze zich toont. Als vrouw. Dat is haar grote wens.

Ik vond het een prachtige film. Intussen had ik al zoveel over ‘Girl’ gelezen en gehoord toen die hier eindelijk te zien was, dat het me lastig leek om onbevangen te kijken. Maar ik werd toch meegesleept, danste als het ware mee.

Goed, de genderstereotypering over mannelijkheid en vrouwelijkheid, met alle druk die dat op mannen en vrouwen geeft, en de binaire blik op mannen en vrouwen, dat blijft ook na deze film wel een strijdpunt. Je kunt je verder afvragen of het idee dat je ‘geboren wordt in het verkeerde lichaam’ wel voldoende geproblematiseerd wordt. Niet door Lara zelf in elk geval.

Maar ik herken me niet in de kritiek dat dit verhaal een verkeerd beeld geeft van die heel diverse groep van transgenders – kan dat wel? De film geeft een mooi beeld van één transgender persoon. Er zijn niet al de verschillende tinten in gendergevoelens en lichaamsbeleving, en ik zie in het verhaal niet hét verhaal, maar een verhaal. Dat is in grote lijnen het verhaal van Nora Monsecour die in 2009 op de Koninklijke Balletschool Antwerpen de overstap wilde maken van de jongens- naar de meisjesklas.

Er wordt werkelijk fantastisch geacteerd, door Victor Polster. Met de camera dicht op deze hoofdpersoon. Lara zegt misschien niet zoveel met woorden, maar alles met haar gezicht, gebaren en emoties. Dan vraag je je geregeld af wat er in haar hoofd gebeurt.

Spitzen

Haar inspanning en wil om vrouw te zijn loopt gelijk op met haar inspanning en wil om ballerina te zijn. Op spitzen te staan. Dan moet je weten dat ik ook op ballet zit en twee keer per week aan de barre sta. Samen met vier, vijf mededanseressen. Wel anders dan Lara, want ik dans niet in balletpakje, maar in een zwarte maillot en een strak T-shirt. Toch identificeer ik me daardoor waarschijnlijk meer nog met haar dan de gemiddelde bioscoopbezoeker. Ik voel me gelukkig aan de barre, voor de spiegel, en ik denk haar dubbele verlangen – vrouw en ballerina te willen zijn – te begrijpen. Ik ben dan niet binair, maar non-binair.

Misschien is het wel die danssetting die het voor me doet, ik weet het niet. Dan kun je er haast niet omheen dat je in de film naar het lichaam kijkt, want ballet is heel fysiek. Maar het spreekt me zeer aan.

De pliés, pas de bourrees en relevés doe ik ook wekelijks, en dat valt lang niet altijd mee. Hard werken. Ik moet steeds opnieuw bedenken hoe ik mijn armen in een mooie port de bras houd, mijn benen voldoende uitdraai in de vijfde positie, een goede balans vind – denk aan je centrum! – of een pas de chat aanleer. Tombé, pas de bourree, glissade, piqué. En rond de jambe, sisonne en dan een pirouette op de voorvoet. Focus houden.

Wanneer ben je vrouw

‘De haarextensions die hij droeg, heeft hij de hele draaiperiode ingehouden’, zegt regisseur Lukas Dhont over acteur Victor Polster. ‘Hij is écht een meisje voor ons geworden.’ Dat vind ik innemend. ‘Een film op verliefd op te worden’, schrijft Hugo Emmerzael in De Filmkrant. Ik kan daar alleen maar mee instemmen.

Ik zie dan het beeld in de film voor me dat Lara wordt gevraagd of ze een jongen of een meisje wil zijn. Je ziet haar denken: wat een stomme vraag! Je ziet haar dat echt denken. De manier waarop ze reageert is super. Maar dat is ze nog niet, vindt ze zelf. Ook al probeert een dokter haar daarvan te overtuigen: ‘ik zie een vrouw’. Het komt niet aan bij Lara. Voor haarzelf is ze dat nog niet zolang haar lichaam niet is aangepast.

Daar ligt een gevoelig en essentieel punt, wanneer ben je vrouw? Het zou goed zijn als een cisgenderfilmkijker bedenkt: ja, ik zie ook een vrouw. Ondanks de ontkenning van Lara. Overbodige vraag.

Zo stelt de film eigenlijk impliciet die vraag: wanneer ben je vrouw? Zit dat in je lichaam, in je geest (dualisme van Descartes) of in de onverbrekelijke combinatie van beide? Voor Lara, die wil dansen, is het vooral het lichaam. Kijk je niet verder dan haar point of view, dan denk je: nee! Ik hoop dat de kijker na deze empathische film zelf een genuanceerder antwoord kan bedenken. En ik denk eigenlijk dat de regisseur dit heel goed doet.

Zelfverzekerd

Het is een emotioneel moment en er breekt iets als haar klasgenootjes haar uitdagen om haar geslachtsdeel te laten zien. Dat is vreselijk! En deze scene is misschien juist zo goed omdat je dat zelf ook ervaart en voelt. Of misschien moet ik voor mezelf spreken: ik voelde de verschrikking van dat moment.

Mooi is de liefde, steun en zorg van de vader. En ook voor de dokters die doen wat ze kunnen – ‘Lara, denk nu niet teveel aan je lichaam’ – heb ik begrip. Een advies dat vanzelf niet aankomt. Een film met transgender als thema moet een gok zijn voor een regisseur, met een kritische community en een strijdbaar transactivisme. Dhont had in de film ook kunnen kiezen voor de buitenkant: de ontbrekende acceptatie van de omgeving. Maar hij richt zich door dat conflict (bijna) te vermijden juist op de binnenkant.

Dan wil je weten, omdat je je betrokken voelt, hoe het verder gaat met haar. Er is dan ook een soort van loutering als Lara, aan het einde van de film, een paar jaar later, zelfverzekerd op straat loopt. Mooi einde! Echt mooi!

Met Hannigan in de hemel

Intens, intensief en, zo lijkt het, intuïtief. Blote voeten, handen voor haar mond, zuchtend, roepend, zingend. Zo staat Barbara Hannigan in het grote auditorium van het Calouste Gulbenkian. In Lissabon. Ze brengt een modern-klassieke compositie van avant-gardist en saxofonist John Zorn.

Het stuk heet Jumalattaret. Proef dat woord, Jumalattaret! Zet de klemtoon vooraan. Jú. Júmalattaret. Fins, schijnt het. Godinnen, betekent het. Zorn liet zich inspireren door de Kalevala, een verzameling eeuwenoude verhalen die in 1835 zijn opgetekend. Ik associeer het met het koude noorden. Hoog, zoals de stem van Hannigan. IJl, zoals de begeleiding van de piano. Complex, zoals de compositie. Intrigerend, zoals de hele voordracht. En onbereikbaar ver, want weg zodra de klanken zijn weggestorven.

John Zorn zit in de zaal, Barbara Hannigan staat op het podium en Stephen Gosling zit achter de piano. Achthonderd mensen zijn muisstil. Ze zijn gegrepen. Gepakt. Opgeslokt. Ze zijn in het moment, in een prachtig moment. Het is een schitterend geluk. Achthonderd mensen voelen zich opgetild, als mijn gevoel te extrapoleren valt. Dan zijn ze net zo gebiologeerd, geborgen, gezegend, gelukkig. Verzaligd als dat een woord is. Verzield. Gehannigand. Gezornd. In aanbidding van de godinnen.

Stel je voor, je bent in Lissabon, en hoort dat je gratis naar een concert kunt. Een première van een sopraan die je bewondert. Oké, je moet Lissabon met een dag verlengen, je moet een kaartje bemachtigen en je bent weer buiten voor je binnen bent, want het concert duurt nog geen half uur. Je staat langer in de rij voor een kaartje dan dat je straks in de zaal zit.

Maar wat zou het? Voor de fameuze Belém-gebakjes, drie happen, is de wachttijd twee uur. Voor een blik in Lello’s, de beroemde boekenwinkel van Porto, maximaal een kwartier, sta je drie uur in de rij. Wil je naar het openbare openluchtoptreden van het Nationaal Ballet van Portugal, zorg dan dat je lang tevoren een stoel vindt. En blijf zitten.

Júmalattaret. Julia, Judith, Juliette, dat zouden godinnennamen kunnen zijn. Het stuk is als een boek vol emotie. Verdriet ligt in Hannigans zucht en vreugde in haar zang. Vrees en verlangen vechten met elkaar. Adoratie en aanbidding. Ze voelt met haar voeten, met haar hele lichaam en ze brengt dat gevoel naar de zaal. Godinnelijk! Ik voel me gelukkig. Zolang het concert duurt en nog lang daarna, voel ik me gelukkig.

In het middelpunt van Europa

“Zit je nu Duits te leren”, vraag ik aan het meisje naast mij. Ze leest aantekeningen met werkwoordsvervoegingen. Ja, soms zijn mijn vragen geniaal (;-)). We zitten in de trein van Praag naar Olomouc en ik worstel me, toevallig, door een Duitstalige biografie over Lou Salomé. Een boek dat meer gaat over haar relaties met mannen – filosoof Friedrich Nietzsche, publicist Paul Rée en de in Moravië geboren Sigmund Freud – dan over de in Rusland geboren psychoanaliste zelf. Het meisje studeert in Olomouc en heeft morgen examen, vertelt ze. Ja, Duits is moeilijk, en ze moet nog een paar jaar. Maar ik denk dat ze deze biografie vlotter zou lezen dan ik.

Olomouc is een stad in Moravië, ruim 200 kilometer oostelijk van Praag. Het heeft de sfeer van een provincieplaats, zeker in vergelijking met Praag. Het Deventer van Tsjechië zeg maar, of Wageningen.

Heel wat anders dan Praag in elk geval. Dat moet je vergelijken met Amsterdam, Parijs, Rome, Barcelona. Heel veel toeristen in het centrum van de stad die bij elkaar lijken te kruipen rond de highlights. In Praag is dat de Karelsbrug over de Vltava-rivier, het grote stadsplein in de oude stad, de Praagse Burcht (een complex van kastelen, kerken en musea), de Joodse begraafplaats en het museum over Mucha.

Ik ben over de Karelsbrug gelopen, slingerend tussen de drommen fotograferende toeristen. Ja, en ik ben ook naar dat museum gegaan. Alfons Mucha is net als Franz Kafka een Tsjechisch symbool. Wat Vincent van Gogh is voor Nederland. Mucha ging naar Parijs en maakte er vanaf 1894 veel posters voor het theater van de beroemde actrice Sarah Bernhardt. Prachtige vrouwen in mooie poses. Art nouveau. Ik vind het mooi, de posters, maar het museum is klein, druk en teveel op toeristen gericht die er in een halfuurtje doorheen snellen.

Mooie stad hoor, Praag. Architectuur, sfeer, een rivier, uitgaansleven en veel musea. En bovendien ligt Praag in het middelpunt van Europa en heeft het een compact centrum en goedkoop bier. Dat trekt een hoop mensen. Massatoerisme.

In de Praagse Burcht, met uitzicht op de stad, wil een groep Spaanse mannen een foto maken. Een van hen gaat binnenkort trouwen en viert nog even zijn vrijgezellenstatus. Met liters bier, schat ik. Ik schiet een paar foto’s op de smartphone van een van hen. Een kwartiertje later ontdek ik een rustig straatje dat me van de hogergelegen burcht terugvoert naar de stad. Bijna alle toeristen drommen de trappen af in plaats van het straatje. Voor me uit lopen slechts een paar nonnen.

Zware pijen

Praag ligt middenin Bohemen. Volgens de legende voelde prinses Libuse dat hier een stad zou komen. Ze trouwde met een boerenjongen en stichtte de dynastie van de Premysliden, zo’n familie van koningen die jarenlang over het land heerst. Tot ongeveer 1300. Karel IV, naamgever van ongeveer de beroemdste brug ter wereld, wordt in 1347 koning van Bohemen en later ook nog benoemd tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Het was een bijzondere eer, geloof ik, als de Paus je kroonde als keizer van dat grote politieke verband van staatjes in een gebied dat liep van Nederland tot Midden-Italië.

Karel trouwde met de 13-jarige Blanche van Valois, de zus van Filips VI die koning van Frankrijk zou worden. Een kindhuwelijk zou je denken, maar Karel zelf was ook net 13. Kinderenhuwelijk. Kinderen van 13 hadden toen een andere status. Klein uitgevallen volwassenen, als je ook de schilderijen uit de middeleeuwen ziet.

Karel IV liet Bohemen bloeien en maakte van Praag een belangrijke hoofdstad. Ik stel me dat voor als een stad met handel, een stad die groeide, waar kerken werden gebouwd en pleinen. En waar machtige mensen rondliepen in mooie kostuums in prachtige paleizen.

Ook in Bohemen kwam er net als een goede honderd kilometer noordwestelijker, waar Luther in Leipzig kritiek uitte, verzet tegen het machtsmisbruik van de katholieke kerk. Hier was dat Jan Hus met zijn Hussieten. Hus stierf in 1415 op de brandstapel, maar de twisten bleven. En veel mensen werden later protestant.

De contrareformatie, vanaf ongeveer 1620, was zo heftig dat de protestanten op de vlucht sloegen. In Tsjechië is nu het katholicisme het grootst (ongeveer een kwart van de bevolking), maar veruit de meeste Tsjechen rekenen zich niet tot een religieuze groep. Er staan mooie, grote kerken. In Olomouc zijn verschillende kloosters en ik zie ook veel monniken in zware pijen lopen. Maar een oud klooster waar ik heenloop, net buiten de stad, is kortgeleden omgevormd tot een ziekenhuis.

Charta 77

Het verhaal over de politiek is zoals zo vaak het masculiene verhaal van moord oorlog. De ontmanteling van het Oostenrijks-Hongaarse rijk na de Eerste Wereldoorlog, de republiek Tsjechoslowakije, de inval van de Duitsers in Sudetenland in 1938 en een half jaar later in heel Tsjechië.

Dan is er de moord op nazi-leider Reinhard Heydrich in Praag, de moord waarover de Franse schrijver Laurent Binet dat bijzondere boek Hhhh over schreef. Verder de onderdrukking in de stalinistische staat en de Praagse lente in 1968. Ik lees erover op een terrasje met een halve liter bier voor me, en zie soms standbeelden, herdenkingstekens of straatnamen die aan de grote gebeurtenissen herinneren.

Charta 77 ken ik vaag, maar hoe zat het ook weer? Toen de Russen de Praagse lente ruw braken en de oppositie muilkorfden, waren de dissidenten even stil, maar niet weg. Gesteund door de Helsinki-akkoorden over de mensenrechten ondertekenden een paar duizend kunstenaars en intellectuelen een manifest dat die Helsinki-waarden onderstreepte. Dat was Charta 77. Die ondertekenaars werden vaak vervolgd of verbannen, maar één ervan, Vaclav Havel, sprak het volk toe na de fluwelen revolutie in 1989. Hij werd staatshoofd.

Meer aan de zijlijn van de grote geschiedenis is er de defenestratie, aanpak van politieke tegenstanders die bijna traditie leek te worden. Ze werden het raam uitgegooid. Of het verhaal van een rabbijn uit de 16e eeuw, bevriend met de astronoom Tycho Brahe, die een beeld van klei, de golem, tot leven zou hebben gewekt. Praag was sowieso een centrum van magie en alchemie. Of Karel Capek die in het begin van de 20e eeuw het woord ‘robot’ voor het eerst gebruikte. Wat zou die opkijken als hij 80 jaar na zijn dood weer even tot leven zou komen en onze gedigitaliseerde wereld zou zien.

En dan het verhaal van de Roma en de marginalisatie en discriminatie van deze mensen. Is er een lijn te trekken naar het vluchtelingenbeleid van het land? Tsjechië heeft net als Hongarije, Slowakije en Polen de grenzen gesloten voor vluchtelingen, doof voor de EU-oproep om deel te nemen aan de opvang van mensen die vluchten voor oorlog en onderdrukking.

Janácek

Terug in Nederland lees ik Milan Kundera, ook een dissident, en een migrant. Hij vluchtte naar Parijs en schreef veel van zijn mooiste boeken in het Frans. Het boek Verraden testamenten gaat over kunst en literatuur, Musil bijvoorbeeld. En vooral over Janácek die hij als de grootste Tsjechische componist beschouwt. Groter dan Dvorak, Smetana en Martinu. Het probleem van Janácek was dat hij in Brno woonde, honderd kilometer onder Olomouc en ook een provinciestadje, zeker vergeleken met Praag. Janácek schreef vernieuwende opera’s en fantastische pianomuziek, maar ze werden niet gehoord. Of niet begrepen.

Ik bezoek het huis in Brno waar hij leefde, nu een museum. Na een treinreis vanuit Olomouc die wat langer duurt dan normaal omdat er aan het spoor wordt gewerkt. Als ik bij het museum kom, is het nog dicht. Een halfuurtje later ben ik de eerste bezoeker van de dag, net voordat er een groep van zeker twintig Japanse toeristen komt. Voordat die oosterse invasie plaatsvindt, wijst de suppoost me de weg. “Als je dit allemaal gezien hebt, kan ik een dvd starten over Janácek”, zegt ze. Ik zie de mooie documentaire, een Duitse productie van ruim een uur, helemaal uit, terwijl de Japanners na tien minuten vertrekken.

Het is een van de hoogtepunten van mijn korte Tsjechiëreis. Net als de uitvoering van het Nationaal Tsjechisch Ballet op mijn laatste avond in Praag. Choreografieën van de dansers zelf, soms uitermate klassiek en op spitzen en soms heel modern en bijna urban. Ze hebben muziek gebruikt van barok tot Bowie. Ik vind het prachtig.

Een selectie van mijn foto’s staat hier.

Vijf redenen om niet naar Leipzig en Dresden te gaan

  1. Dresden lag toch helemaal plat. Er vielen bij geallieerde bombardementen op de stad, februari 1945, tienduizenden doden. Al die barokgebouwen (Zwinger, Hofkirche, Frauenkirche, Semperoper) zijn toch weg? Dat geldt inderdaad voor de Frauenkirche, maar die is mooi herbouwd. Maarten Luther staat weer op het plein. Loop je door het centrum, langs de opera, over het Brühlse terras, langs de Elbe, door de tuinen van de Zwinger, dan kun je je eeuwen terug wanen. De tijd van Napoleon die met Saksen tegen Pruisen streed. Of de tijd van Bach, en cantate BWV 82 in de Thomaskirche. In Leipzig dan weer.
  2. Geen Louvre of Hermitage. Nee, een museum waarvan je in een dag nog niet eens een kwart hebt gezien, is er niet. Maar de kunst is behoorlijk groots. Ik heb teveel tijd verloren in het Albertinum (Dresden) en het Museum der Bildenden Künste (Leipzig) om nog naar de oude meesters in de Zwinger te kunnen. Of de Grüne Gewölbe in het Residenzschloss. Nog eens terug dan maar. Het valt me niet mee om dan een week tevoren te bedenken dat je die Grüne Gewölbe wilt bezoeken, maar reservering is er noodzakelijk. Je koopt kaartjes voor een bepaald tijdslot.
  3. Het is een pokkeneind met de trein, Saksen. Drie of vier keer overstappen, in de zenuwen, want haal ik de aansluiting wel? We bereiken Magdeburg op een 150 km ten noorden van Leipzig, en de trein gaat stuk. Echt, dat gebeurt zowel op de heenweg als op de terugweg. Er rust een vloek op Magdeburg. Het is de vloek van een Germaanse heks uit het duistere Teutoburgerwoud. Vast! Ik las Martin Walser op de heenweg, een boek over Goethe, en Thomas Manns Lotte in Weimar op de terugweg, groot deel ervan in elk geval. Alweer Goethe. Ook mooi, hoewel misschien wat overdreven vol en gelaagd, was Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch (speelt in het platgebombardeerde Dresden, zo’n twaalf jaar nadien, verwijst naar Troje waar Helena aanzet was tot verwoesting, en toont een diepe drift tot destructie die niet alleen steden raakt, maar ook anderen, jezelf. Liefde leidt bij Mulisch tot vernietiging). En Melancholie van de onrust, van Joke Hermsen. Dat had ogenschijnlijk niets met deze steden te maken, maar melancholie was blijkbaar een groot thema bij Goethe.
  4. Bier en worst. Wat moet je daar als vegetariër? Gelukkig zitten er Mexicanen, Turken, Italianen, Aziaten, die je zeker geen worst voorzetten. En ook in een super-Duits restaurant kun je wel iets vegetarisch vinden, veganistisch zelfs. Ik heb de Käsespätzle geprobeerd, met een biertje. Een Köstritzer want dat is het oeroude bier hier, sinds de 16e eeuw. Goethe dronk al Köstritzer.
  5. Je komt Bach (1685-1750), Goethe (1749-1832) of Luther (1483-1546) echt niet tegen. Mendelssohn of zijn zus Fanny, Schumann en zijn bijzondere vrouw Clara. Al stadswandelend. De kans is groter dat je Claudia Schiffer, Peter Sloterdijk, Anne-Sophie Mutter of Angela Merkel tegenkomt. Maar je kunt je in de voetstappen van die grote mensen wanen. Ik bedoel dan niet Claudia, Peter oder Angela, hoezeer ik hen ook bewonder. Want hier speelde Clara ooit piano, hier componeerde Bach zijn cantates en hier stond de wieg van Wagner. Hier schilderde Ernst Ludwig Kirchner, begin 20e eeuw, en ontstond Die Brücke (een expressionistische kunststroming). Hier startte Luther 500 jaar geleden de Reformatie en schreef Goethe, rechtenstudent in Leipzig, zijn romantische dichtregels. Kennst du das Land wo die Zitronen blühn? Ja, dat is wel merkwaardig, alsof Goethe zelf je aanraadt Leipzig en Dresden te vergeten en maar liever naar Italië te gaan.

Lesendes Mädchen van Gustav Adolph Hennig
Clara Schumann
Bildnis einer jungen Dame van Hugo von Habermann

Meer foto’s van Leipzig en Dresden (en nog een reden om er niet heen te reizen) op www.tonvandenborn.nl.

Stedelijk

R.: “Het Stedelijk? Dat heb ik vorige week in een half uur gedaan.”

E.: “Zo, kunst joh. Je zal wel afgepeigerd zijn geweest. Nog wat gezien tijdens je sprint?”

R.: “Het is me niet zo goed bijgebleven. Tinkebell? Hangt die daar? Camille Claudel, kan dat? Marina Abramovich?”

E.: “Ja hoor… Verder een goede week gehad, Robin?”

R.: “Ja, Moonlight, Jackie, La la Land. Dat was goed, prachtig en leuk. Gaan zien, Eva, als je dat nog niet hebt gedaan.
Wel veel politici. Die zijn haast niet te ontwijken, zo net voor de verkiezingen. Ook al laat je tv uit, ban je Twitter, Facebook, radio weg en fiets je door de stad langs een speciale route waar je geen verkiezingsplakborden ziet, dan kom je ze vervolgens tegen op de markt.
Ik begrijp overigens niet waarom nauwelijks iemand van die politici het woord klimaatverandering heeft uitgesproken. Het gaat alleen maar over de peilingen. ‘Nou meneer Asscher, waar blijft nu het Asschereffect?’
Ik vind het echt enorm jammer. Daar is wat te winnen, zou je denken. Komt dat omdat die lijsttrekkers bijna allemaal oudere mannen met een stropdas zijn, dood als de kijkers van het Jeugdjournaal straks met de voeten in het water zitten. Overstromingen als noord- en zuidpool verder worden teruggedrongen, weersextremen, misoogsten, honger, geweldsuitbarstingen en vluchtelingen voor dat geweld, migranten van overstroomde eilanden. Ik ben een enorme optimist, maar zelfs het meest optimistische scenario brengt nog teveel ellende.”


Matisse

E.: “Ik dacht dat je de politiek ontweek?”

R.: “Tja Eva, wilde ik, zeker omdat ik het al weet sinds de resultaten van de stemwijzer en de wijzestemmer beide uitkomen op dezelfde niet zo grote partij. Of beter, nóg niet zo grote partij.
Leuk trouwens, de wijzestemmer adviseert behalve een partij ook nog een denker of filosoof. Ik naar de bieb, maar deze heeft dan toevallig ongeveer niks, nada geschreven.
En nadat ik die recordtijd in het Stedelijk had geklokt, heb ik dan per ongeluk toch de tv aangezet.”

E.: “Da’s jammer. Misschien dan toch nog eens terug naar het Stedelijk, Robin?”

R.: “Ga je mee?”

‘When life gives you lemons’

‘De halve nacht heb ik video’s van Beyoncé gekeken’, bekent Antony, die zich nu Anohni noemt. Antony treedt juni 2009 op in Carré, Amsterdam. Met de Johnsons en met het Metropole Orkest brengt hij Beyoncé’s Crazy in love. Op zijn onnavolgbare manier klinkt het intiem en direct, een hoogtepunt in het concert die avond.

Is er een lijntje tussen Antony’s transteksten, het verlangen dat hij bezong vrouw te worden, de supervrouw die Beyoncé is, de tekst van Antony in For today I am a boy en Beyoncé’s If I were a Boy, een nummer op haar cd: I am … Sasha Fierce? Kan, of ik kan het leggen, maar het doet er niet toe. Want nu beluister ik Lemonade, haar nieuwste cd. De boodschap die ze daar wil geven, is totaal anders. ‘When life gives you lemons, make lemonade’. Het gaat over de bittere positie van afroamerikaanse vrouwen in de VS. ‘White people, this is not for you’. Niet direct in elk geval.

lemons

Beyoncé Giselle Knowles-Carter (tot vandaag met slechts 9 tweets 14 en een half miljoen volgers op Twitter) werd 4 september 1981 geboren in Houston, Texas. In 2008 trouwde ze met Jay Z en haar dochter, Blue Ivy, werd 7 januari 2012 geboren. Eind jaren 90 was ze de lead-singer in Destiny’s Child en met Dangerously in Love (2003) begon ze solo. Lemonade is haar zesde album. Niet aangekondigd, maar plotseling op de markt gezet. Bij verrassing. Een van de songs, Formation, een politiek statement over discriminerend politieoptreden tegen zwarte mensen, had al wel opzien gebaard tijdens de Super Bowl in februari.

Ze is niet alleen bevriend met de Obama’s, ze spreekt zich regelmatig politiek uit. Ze ondersteunt bijvoorbeeld het homohuwelijk. En in Vogue (april 2013) verklaarde ze zichzelf feminist. ‘A modern-day feminist’. Later kwam Flawless, waarin een tekst is opgenomen van de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie: We should all be feminists. Lemonade is echter misschien wel het meest politieke van alles wat ze totnogtoe heeft gedaan.

be crazy in love

Niemand heeft zo’n stem en beweegt zoals zij doet, zei filmmaker Baz Luhrmann ooit. Ik citeer dit van Wikipedia. Maar zonder het voorbeeld van Michael Jackson was ze geen artiest geworden, denkt ze. En Madonna inspireerde haar de controle over haar eigen carrière te nemen. Volgens Wikipedia (nog steeds) zou ze haar alter ego Sasha Fierce hebben gecreëerd omdat ze wordt gezien als sexy, verleidelijk en provocerend zodra ze op het toneel stond. Sasha Fierce moest die podiumpersoonlijkheid apart zetten van haarzelf. Ook daarin volgde ze het voorbeeld van Madonna, die bijvoorbeeld Dita presenteerde, de Material Girl en Veronica Electronica. Beyoncé is altijd Queen Bee. En haar fans, die zijn met z’n allen de Bey Hive, een verbastering van beehive: bijenkorf.

Joost Zwagerman had haar vast een collega van God genoemd. Hij schreef ooit een boek onder die naam (Collega’s van God) met portretten van mensen die hij bewonderde. Madonna en Prince bijvoorbeeld. Wat zou hij, die man die zo hartstochtelijk kon bewonderen, over Bey hebben geschreven? Zou hij haar naast Madonna in de eregalerij hebben opgenomen? Elke tijd heeft natuurlijk zijn idolen. Sommigen worden legendarisch en anderen raken vergeten. Amy Winehouse, Maria Callas, Kurt Cobain, Billie Holiday, David Bowie.

Een jaar of acht geleden onderzocht een PhD-student de relatie tussen je idool en je iq. Je bent blijkbaar intelligenter als je fan bent van Beethoven dan van Beyoncé. Of, dat is dan de volgende stap, je hebt waarschijnlijk een intelligenter imago als je je fan van Beethoven verklaart dan van Beyoncé. Een twijfelachtig onderzoek, lijkt me. En los daarvan, Beyoncé is niet meer de brave girlie van acht jaar terug. Geen spice girl meer, maar een super woman. Powervrouwen, of vrouwen die zich zo noemen, nemen een voorbeeld aan haar. Aan haar businesshouding, innovatievermogen, authenticiteit, teamwerk, inzet en de wijze waarop ze haar publieke imago controleert. Haar superbrave imago van vroeger ligt nu ook wat genuanceerder. Ze wil zichzelf zijn, concludeerde het blad Linda toen ze eind 2013 haar vijfde cd uitbracht (getiteld Beyoncé).

Moet ik me verantwoorden? Het is blijkbaar best bijzonder als ik naast Sjostakovitsj en Satie, Björk en Bach, Beyoncé noem. Waar val je dan op, vragen mensen zich af. Haar borsten, haar billen, haar ballads? Ze is meer dan dat, in mijn ogen. Bij haar past het allemaal. De vrouw, de persoonlijkheid, het imago, onafhankelijk denker, het vleugje mysterie, maatschappelijke betrokkenheid en politieke denkbeelden, haar inzet, de teksten, de kunst en uiteindelijk ook de muziek. Get it?

bey in elle

Veel interviews geeft ze niet, las ik in Elle (mei-editie) en Vrij Nederland (11 mei). Ze spreekt door haar werk, met haar werk. Aanleiding voor teksten in beide bladen is natuurlijk Lemonade, sinds 23 april beluisterbaar. Zoals Madonna met Express yourself, Human nature en In Bed with Madonna de homo’s steunde, komt Beyoncé op voor de afroamerikaanse vrouw. Die vergelijking met Madonna komt niet uit die bladen, maar het is mijn nogal voor de hand liggende observatie.

De afroamerikaanse vrouw: ‘the most disrespected woman, the most unprotected person, the most neglected’. Op Lemonade staan veel subtiele verwijzingen, zegt VN-redacteur Clara van de Wiel, die deze vrouwen ongetwijfeld begrijpen, maar haar (en mij helemaal) ontgaan. Ik probeer het me voor te stellen: het lijkt me wat Beyoncé doet zo belangrijk voor het zelfbeeld van die afroamerikaanse vrouw. Voor empowerment.

“Vrouwen moeten de tijd nemen om te focussen op mentale gezondheid”, zegt ze tegen Elle. “De wereld ziet jou zoals jij jezelf ziet en behandelt je zoals jij jezelf behandelt.” Ze vervolgt over haar inzet voor een mooie wereld waarin haar dochter een goede plaats vindt. “Ik wil graag helpen de druk weg te nemen die de maatschappij op mensen legt om in een bepaald hokje te passen.” Misschien bedoelt ze dat niet precies, of slechts ten dele, maar ik betrek het op binaire hokjes en transzijn.

Het interview in Elle gaat over haar feminisme, en ze wil iets duidelijk maken over het begrip. “Het is heel eenvoudig”, zegt ze. “Een feminist is iemand die gelooft in gelijke rechten voor mannen en vrouwen.” Natuurlijk kun je als man feminist zijn, vindt ze, want als je je inzet om de ongelijkheid weg te werken, dan ben je feminist. “Geloof je in gelijke rechten, dan vind ik dat het vrouwen net als mannen moet worden toegestaan hun duistere kant te laten zien, hun pijn, hun seksualiteit en hun mening.” Voor mannen moet het oké voelen, vindt Beyoncé, dat ze emoties tonen en kwetsbaarheid.

Madonna haalde destijds de universiteit. Docenten gaven er college over populaire cultuur en haar betekenis daarin. Beyoncé zal ongetwijfeld ook in academische kringen worden besproken. Er was bijvoorbeeld een debatavond in Felix Meritis, vertelt Van de Wiel. Tegen een decor van citroenen (vanwege de lemons en de lemonade). Hoe ver reikt haar invloed? Wat betekent Beyoncé voor vrouwen? Voor de beweging van zwart activisme in de VS? En voor de wereld?

beyonce-lemonade

Terug nog een laatste keer naar Lemonade. Ik heb gisterenavond het album beluisterd: koptelefoon op, teksten voor me. Zoals Van de Wiel schrijft: ‘Het lijkt een hyperintiem album (over haar relatie met Jay, zijn ontrouw, de strijd en verzoening), maar ze gebruikt die (persoonlijke) geschiedenis om een breder verhaal te vertellen over racisme en seksisme in Amerika.’ Daarvoor moet je wel ook naar de dvd kijken, want daarin krijgt dat bredere verhaal context en betekenis. Dan zie je de stappen die ze zet, zichzelf als voorbeeld. Ze laat zien welke strijd ze voert, hoe ze overwint en aan het eind van het album alles goed komt.

Als je je maar realiseert wat dat vraagt. Bijvoorbeeld als ze zingt dat ze liever beschouwd wordt als crazy, dan dat iedereen over haar heen loopt. Dat gaat over haarzelf, maar het is een boodschap naar de wereld. Vertrouw op jezelf. Don’t hurt yourself. Bevrijd jezelf. Dan begrijp je ook waarom ze het tegen Elle over de mentale gezondheid van zwarte vrouwen heeft.

Aan het eind van ‘Freedom’ doet de 90-jarige grootmoeder van Jay Z – je hoort haar stem op de cd – een verklaring. ‘I had my ups and downs, but I always had the inner strength to pull myself up’, zegt ze. ‘I was served lemons, but I made lemonade.’

Een kwetsbare zoektocht naar jezelf

Recensie This is me / As time goes by

Confronterend, emotioneel, kwetsbaar, intiem. Dat zijn woorden die passen bij de dansvoorstelling This is me / As time goes by. Bianca Janssen Groesbeek en Farida Nabibaks maakten deze voorstelling van een uur, met muzikale begeleiding van de Nijmeegse dance-popformatie Geminga. De première was zondag 24 april in Theater Hoge Woerd in Utrecht. 

Dansvoorstelling van Bianca Janssen Groesbeek, Farida Nabibaks met muziek van Geminga (Claudia Pino en Jean-Paul Pino)
Foto:Gideon Laureijs

Ik ben wie ik ben en ik mag er zijn, dat tonen Bianca Janssen Groesbeek en Farida Nabibaks in de voorstelling, maar pas op het eind. Want het valt niet altijd mee om te zijn wie je bent en je te tonen zoals je bent. Met alle regels die voortdurend zeggen wat je moet doen en wat je niet moet doen. Door de jaren heen blijf je zoeken naar een plek in de wereld. Dat laten ze zien en ze nemen de kijker daarbij mee in gevoelens van eenzaamheid, strijd, liefde, angst, trots, afhankelijkheid, groei.

Het thema – ik, het leven, ouder worden, jezelf vinden – is veelomvattend, maar omdat je deelgenoot wordt van alle dieppersoonlijke emoties, is het een uitermate intieme voorstelling. De beide dansers tonen hun persoonlijke veranderingen met het verglijden van de tijd, as time goes by. Of zoals het in de flyer staat: ‘Je ziet het dansende lichaam dat langzaam ouder wordt.’ Er is ook herhaling, een terugkeer naar vroeger of een poging daartoe op zijn minst. Dat kun je zien als het verlangen naar de jeugd. Maar die terugkeer lukt niet helemaal.

Janssen Groesbeek en Nabibaks tonen zich in hun kwetsbaarheid en zoeken in al hun onzekerheid naar wie ze zijn. Dat doen ze in dialoog met zichzelf, met elkaar en met de twee muzikanten die soms daadwerkelijk naar de dansers gaan. Zangeres Claudia Cathérine raakt hen ook aan en zo wordt de band met de muziek nog sterker. De voorstelling voelt af en toe echt ongemakkelijk, maar is uiteindelijk, zoals de flyer belooft, werkelijk ontroerend en geruststellend. Want kracht is nog een woord dat past bij deze voorstelling, de kracht van kwetsbare mensen. En acceptatie. Dat je er inderdaad mag zijn. En als laatste woord: indrukwekkend.

Janssen Groesbeek, bioloog en filosoof, en daarnaast gepassioneerd danser en choreografe, nam het initiatief voor de voorstelling. Ze doet ook onderzoek naar de biologische basis van dans. In deze voorstelling werkt zij samen met Farida Nabibaks. Nabibaks, afgestudeerd aan de Scapino Dansacademie, is kunstenaar, performer, choreograaf en docent. En ook filosoof, afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In recente performances zoals Traces of Time en Aards/Earthly vroeg ze aandacht voor onbewuste sporen van het koloniaal verleden in de maatschappij. Geminga, die binnenkort een eerste cd Bipolar uitbrengt, componeerde de muziek speciaal voor deze voorstelling.

De voorstelling is nog te zien op 1 mei in Bijlmer Parktheater Amsterdam en 22 mei in De Lindenberg Nijmegen, steeds om 15.00 uur. Tickets via www.performance-thisisme.nl.

(Deze recensie komt of heeft ook in VARnws gestaan, huis-aan-huisblad voor de regio Leidsche Rijn)

De heiligen van onze tijd

Hold your beliefs lightly. Dat is niet alleen de boodschap van de blogs die ik publiceer als ‘vastgeroeste meningen’. Het is ook de naam van een prachtexpositie in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Nog tot 5 juni. Zo geef ik mijn ongenuanceerde oordeel meteen weg. Prachtig! Waarom dan en wie is die Perry?

Grayson Perry werd in 1960 geboren in Essex. Hij kleedde zich graag in vrouwenkleding en realiseerde zich als tiener dat hij travestiet was. Toen zijn vader dat ontdekte, hij was een jaar of vijftien en ging er soms op uit als vrouw, en zijn stiefmoeder dat vervolgens rondbazuinde, werd hij het huis uit gezet. Hij keerde terug bij zijn moeder en stiefvader in Great Bardsfield. Er is wel meer over zijn leven te vertellen, maar ik belicht graag dit stukje.

graysonperry

Het Stedelijk in Amsterdam heeft in 2002 een solo-expositie georganiseerd. Misschien dat mensen dat nog herinneren, maar hij is veel beter bekend in Engeland. Hij maakte daar tv-programma’s en kreeg de prestigieuze Turner Prize.

Ze kennen in Engeland ook allemaal zijn teddybeer Alan Measles en zijn alter ego Claire, misschien wel zoals wij Margreet Dolman kennen. Ik heb die drie-eenheid pas zondag 20 maart ontmoet. Ja, dat is al even geleden. Niet omdat het nu zo moest bezinken, omdat ik mijn overtuigingen nog tegen het licht moest houden of omdat ik de weg kwijtraakte tijdens de terugreis vanuit Maastricht. Nee, de blog komt nu pas gewoon omdat het er nog niet van kwam.

perry tapestry

Je ziet in het Bonnefanten vooral vazen en wandtapijten. Jezus aan het kruis in vrouwenkleren en met een erectie. Dat soort beelden. De BBC als een oud vrouwtje, een enorme tempel voor Julie, een doodgewone huisvrouw in Essex, een schip voor de onbekende handwerkslieden uit het stenen tijdperk, Claire in een jurk met oorlogsmateriaal en een machinegeweer in haar handen, de film over een reis op een roze motor die Perry maakte om zich na de oorlog met Duitsland te verzoenen, het levensverhaal van de fictieve Tim Rakewell.

Dat levensverhaal beschrijft Perry in zes grote wandtapijten. De serie waarin Perry de Britse obsessie met klasse en smaak onderzoekt, heet ‘The Vanity of Small Differences’. Tim Rakewell figureert ook in A Rake’s Progress, een serie van acht schilderijen van de 18de-eeuwse schilder William Hogarth. Die serie toont de neergang van de zoon van een rijke koopman die zijn geld over de balk gooit. Het gaat op aan dure kleding, prostituees en gokken. De Tim Rakewell van Perry sterft bijna 300 jaar later na een auto-ongeluk in de armen van een minnares. Te hard gereden, met zijn mobieltje in de weer? Zou kunnen. Het leven is ijdelheid.

moeder perry

Zo zit er een boodschap aan alle kunstwerken. Het vraagt wat van je. Wat is er precies te zien op de kunstwerken en wat wil de kunstenaar daarmee zeggen? De Walthamstow tapestry bijvoorbeeld, aangekocht door het museum, en vijftien meter lang, vertelt over de invasie van merken in het leven van ons mensen, van geboorte tot dood. Merken zoals Gucci, Zara, Apple, Ikea, Prada en veel meer. Het is of course een commentaar op consumentisme. In het centrum staat een vrouw waarin je Maria kunt zien. Niet met een kind in haar armen, maar met een designertas. Ergens boven in de wandtapijten over Tim Rakewell zie je twee ovalen portretjes. Steve Jobs en Bill Gates. De heiligen van onze tijd.

Het raakt me. Perry, die zich vaak, als Claire, in travestie toont, heeft zijn speelgoedbeertje Measles tot een nieuwe heilige verheven. Terecht natuurlijk. Het heeft helemaal niets met bijgeloof te maken, maar het is een subtiel commentaar op de manier waarop wij, mensen, aanbidden, verheerlijken, prijzen, dienen en geloven. Hold your beliefs lightly. Je kunt het ook zien alsof Perry zegt: kijk waar mensen vroeger in geloofden en waar ze nu in geloven. Merken en consumptie. Geloof in je teddybeer is dan veel eerlijker. “Measles troost me al meer dan vijftig jaar”, zegt Perry.