Categorie archieven: kunst

Ik las De Mansarde van Marlen Haushofer

Leestijd: 4 minuten

Niet het eerste boek dat ik van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer (1920 – 1970) las. De Wand, haar bekendste boek, is fantastisch! Ik was totaal verbluft door dit boek. Ik ga er hier niet veel over schrijven, wat dit gaat vooral over De Mansarde en een beetje over Een handvol leven, net zo’n bijzonder boek. Het zijn boeken waarin de schrijfster het traditionele leven van vrouwen en de patriarchale samenleving bekritiseert.

Een handvol leven gaat over een jonge, getrouwde vrouw die haar eigen dood in scène zet om aan de verveling van het gezinsleven te ontsnappen. Elisabeth is opgegroeid op een kostschool waar ze bijna niks mocht. Niet met haar armen zwaaien, niet fluiten, niet rennen, maar braaf haar voeten een voor een neerzetten. Een onmogelijke opgave voor Elisabeth. Ze wil niet volgens die regels die ze niet begrijpt leven.

Ze zou graag een tuinbouwopleiding volgen, maar haar vader vindt dat maar niks voor een meisje zoals zij. Als een keurige jongen om haar hand komt vragen zegt ze ja. Wat moet je anders? Maar het huwelijk is nog erger en saaier dan het leven bij haar ouders.

Zoiets moet Haushofer ook gevoeld hebben, een gespletenheid tussen het normale leven en het leven in haar eigen innerlijke wereld. Schizofrenie. Dat proef je in al haar boeken, voor zover ik die gelezen heb.

Ook in De Wand, denk ik. Je kunt je afvragen waar die scheiding symbool voor staat. Hoe dan ook zit de vrouw in de val. Is het niet achter de wand, dan wel in een huwelijk of het leven zoals dat geleefd moet worden.

Ik heb de afgelopen week een derde boek van Haushofer gelezen. De Mansarde. Ik heb hulp gevraagd (a.i.) om een en ander te duiden. Die duiding is denk ik wel nodig, want Haushofer legt het allemaal niet open en bloot op tafel. Maar ook dit is een bijzonder boek van een fantastische schrijfster.

De Mansarde verbergt veel achter een oppervlakte van alledaagsheid. Misschien wel op een vergelijkbare manier als die film van Chantal Akerman (Jeanne Dielman). Die film gaat over een vrouw die een saai en routineus leven leidt. Er gebeurt niets aan de oppervlakte, maar van alles onder de oppervlakte. Net als bij dit boek valt het soms niet mee om naar dat leven van alledag te kijken zonder er nog veel van te begrijpen.  

De mansarde

De mansarde is letterlijk een zolderruimte — een ruimte bóven het gewone leven, afgescheiden, een beetje clandestien. Daar schildert de ik-persoon in dit boek, daar is ze zichzelf. Het is het enige domein waar haar man niet binnendringt. Haushofer gebruikt die fysieke ruimte als metafoor voor het innerlijk leven van een vrouw dat geen plek heeft in haar huwelijk, in haar huishouden, in de maatschappij van de jaren zestig. 

De vogels en de draak

De vogels die ze er schildert, zijn reëel, bestaand — maar gevangen in haar tekeningen, net zoals zij gevangen is. Dat ze aan het eind een draak tekent, een wezen dat niet bestaat, zou je kunnen lezen als: ze begint iets te scheppen dat buiten de werkelijkheid valt, buiten de begrenzingen van wat toegestaan of mogelijk is. De draak is gevaarlijk, vrij, mythisch — alles wat zij niet mag zijn. Het is geen bevrijding in de zin van dat ze vrij wordt, maar misschien een moment waarop ze zichzelf toestaat iets onmogelijks te verlangen. 

De vliegdromen

Ze droomt veel. bijvoorbeeld dat ze kan vliegen. Vliegen in dromen is een klassiek beeld van vrijheid en ontsnapping, niet alleen aan de aarde, maar aan alles wat haar naar beneden trekt: het huwelijk, de verwachtingen, de onzichtbaarheid. Dat ze overdag tekent en ‘s nachts droomt te vliegen laat zien dat haar verlangen naar vrijheid alleen in die twee niet-echte ruimtes kan bestaan: kunst en droom. 

Haar man

Hij leest over macht, over mannen die geschiedenis maken, over geweld en overwinning. Hij heeft geen oog voor haar innerlijk leven — en eigenlijk ook niet voor het heden. Ze leven naast elkaar zonder werkelijk contact. Haushofer beschrijft dat zonder aanklacht, bijna neutraal, en juist daardoor is het zo beklemmend. 

Doofheid

De ik-persoon was zo’n 15 of 20 jaar geleden anderhalf jaar lang weg. Ze was doof en haar man kon haar blijkbaar niet in huis hebben. Er was een raadselachtige man X die wel iets met haar zou willen. Nu komen er een week lang elke dag gele brieven waarin haar aantekeningen uit die tijd dat ze doof was. Wat betekent het allemaal? Raadselachtig. Was ze wel echt doof of was het psychosomatisch? Werd ze gewoon niet gehoord? Dat haar man haar in die toestand niet in huis wilde hebben, zegt veel. Zij was niet meer functioneel als echtgenote, als huisvrouw, als stille aanwezigheid — en dus was er geen plek voor haar. 

Maar die anderhalf jaar zijn ook de periode waarin ze het meest zichzelf was, hoe paradoxaal ook. Ze maakte aantekeningen, ze observeerde, ze leefde op een andere manier. 

De gele brieven

Dat die brieven een week lang dagelijks komen, en haar eigen aantekeningen uit die periode bevatten — alsof iemand haar die teruggeeft, of haar ermee confronteert — is een soort terugkeer van het verdrongene. Wie ze stuurt is nooit helemaal duidelijk. Maar de functie ervan lijkt te zijn: dit ben jij ook geweest. Dit heb jij ook gedacht. Vergeet het niet. 

Haushofer legt het allemaal niet uit en lost het niet op. De roman is zoals het leven van de hoofdpersoon: vol betekenis die nergens officieel erkend wordt. De draak aan het eind is misschien het dichtstbijzijnde wat het boek heeft aan een conclusie — een beeld dat zegt: er is in mij iets wat niet past in dit leven, en ik heb het eindelijk getekend. 

Niet ver van huis

Leestijd: 23 minuten

28 januari 2026 – 10 februari 2026

Deze blog stond oorspronkelijk in mijn Polarsteps, een app waarop je als je op reis bent familie en vrienden kunt laten weten wat je bent en wat je doet. Waarom zou je dat niet doen als je eigenlijk niet zo ver van huis bent? En als je toch elke dag iets anders onderneemt, leest, ziet of meemaakt. Dat heb ik twee weken lang gedaan. Ik zocht er elke dag ook vijf foto’s bij, niet altijd zelfgemaakt, maar wel toepasselijk. Hieronder staat het hele verslag zonder de foto’s.

Een Catalaan – Dag 1

Een groot deel van deze dag was ik in de Hudson Valley, twee uur rijden van New York. Het schijnt er nu erg koud te zijn, maar in het boek van Julia Schoch, Wild van een woeste droom, is het een hete zomer.

De ik-figuur is daar op een schrijverscongres en krijgt iets met een Catalaan. Thuis zit haar man, A. en ze denkt aan de soldaat die ze geregeld ontmoette als jonge tiener. Op een schrijverscongres word je als schrijver geacht te schrijven, dus daar schrijft ze over, over die soldaat. En over de Catalaan en over A. En over de liefde, schrijverschap, verlangens en dromen. Prachtig! Maak deze reis, zou ik zeggen.

Ik blijf deze dagen dicht bij huis. En ik reis vooral in mijn verbeelding. De laatste keer dat ik echt in het buitenland was, heb ik twee dagen in Düsseldorf doorgebracht. Vooral in musea, waar ik ook een paar schilderijen van Marie Laurencin bewonder, zie foto. Dat was begin januari en er lag sneeuw op straat.

Daarvoor, in november, was ik twee dagen in Brugge. Polarsteps heeft dat allemaal niet meegekregen.

Het boek van Schoch wissel ik af met de markt om noten te kopen en de bieb. Ik ga erheen omdat ik een boek dat ik vergeten was over de uitleenplaat te halen, alsnog officieel te lenen. Straks naar ballet.

Plots dondert de post op de mat bij de voordeur. Er zit een boek in zonder begeleidend schrijven. Maar niet helemaal een verrassing, want ik had het boek ‘Niet zonder mijn broer’ van trans man Han van Wieringen aangevraagd om er een boekbespreking over te schrijven voor Transgender Netwerk. Van Wieringen vertelde zondag bij VPRO’s boeken over zijn boek. Over een paar weken kunnen jullie waarschijnlijk mijn bespreking online lezen. Ik ben benieuwd naar het boek.

Zeemeerminnen – Dag 2

Ik heb vanochtend vroeg al ruim twintig kilometer gefietst. Op de spinningfiets bij sportschool MyLife. Polarsteps heeft geen meter verplaatsing op de tracker gedetecteerd.

Er ligt sneeuw. In Wageningen is vannacht een paar centimeter sneeuw gevallen. Op de weg is het door strooizout veranderd in smurrie. Door die smurrie ben ik ook naar het Schip van Blaauw gefietst, een gebouw waar je vroeger colleges en practica plantenfysiologie kon volgen, maar waar nu onder meer een kleine uitgeverij zit waar ik over een maand of wat weer een artikeltje voor kan schrijven.

Iets anders. Je zou ook het ouder worden als een reis kunnen zien. Dat is in elk geval een goede metafoor. Je weet niet waar je heen reist, maar je bent al op de dag van je geboorte vertrokken.

En je zou kunnen zeggen dat ik bijna aankom op een nieuwe ‘stop’. Veel mensen van mijn generatie gaan met pensioen of zijn al met pensioen. Ik werk waarschijnlijk nog door tot ik echt 67 ben – 24 december van dit jaar – maar wel extensief. Op dit moment is er erg weinig. De eerste betaalde klusjes komen pas over een maand of wat.

Ik concentreer me dan maar op deze reis, veel lezen – zie mijn lijstje van topboeken gelezen in 2025 – en vrijwilligerswerkklusjes. Bijvoorbeeld voor Transgender Netwerk, waar vandaag een nieuwe boekbespreking is gepubliceerd, check transgendernetwerk.nl/cultuurgids.

Of het Digitaalhuis Wageningen waar ik bezig ben met de website en binnenkort opnieuw met stukjes voor de nieuwsbrief. De website van digitaalhuiswageningen.nl – waar ik beheerder van ben – wordt geïntegreerd met die van de Wageningse bibliotheek, de bblthk.

Nog iets anders. Reisje in het vooruitzicht, want voor volgende week dinsdag heb ik drie tickets gereserveerd voor Lux Nijmegen. Ik ben zeker twintig jaar lang een dagje naar het filmfestival in Rotterdam geweest, maar nu ik een Cineville-kaart heb, heb ik bedacht dat ik het anders ga doen. Ik wil in elk geval eens per jaar een dagje naar een filmtheater waar ik met mijn Cineville terecht kan. Komende dinsdag dus in Nijmegen.

Ten slotte, ik heb hier een plaatje van een zeemeermin geplaatst. Mythologische wezens die me intrigeren. Ze kwamen uit de diepten van de oceaan, gevaarlijk terrein. Zeemeerminnen, die tussen twee werelden leefden, staan voor schoonheid en gevaar. En ook voor onmogelijke liefde en de tweestrijd tussen beschaving en de wilde natuur. Intrigerende wezens!

Frank Govers – Dag 3

In het Stadsmuseum van Veenendaal is nu een expositie die je er misschien niet zou verwachten. Er zijn zo’n vijftien of zestien jurken van de in 1997 overleden modeontwerper Frank Govers te zien. Een paar ervan komen uit de privécollectie van Liesbeth List.

Ik was vanmiddag de enige bezoeker. Een vriendelijke gids vertelde me van alles over de totstandkoming van de expositie (van nabestaanden en bruiklenen) en de handgemaakte jurken van tafzijde, tule, satijn, damast en allerlei opstiksels. Erg mooi!

Eerder vandaag, na de zumba van kwart over 9 tot 10 uur, had ik mijn wekelijkse schilderles. Meestal werken we met gouache, op papier. Maar we hebben niet geschilderd vandaag. We hebben een fantasieportret gemaakt met pastelkrijt, zie de foto.

Fantasie, dus niet nagemaakt van een voorbeeld, maar ik heb wel gekeken naar voorbeelden van ogen, neuzen en monden die we nog hadden liggen. De ogen zijn nog van de vorige keer.

Vanavond ga ik naar Taiwan. Daar is de film Left-handed Girl opgenomen. Te zien in het filmhuis in Wageningen.

Schilder van het slagveld – Dag 4

Een lange wandeling op zaterdagochtend. Zo’n wandeling probeer ik elke dinsdag en zaterdag te maken. Vandaag liep ik van Rhenen over de Utrechtse Heuvelrug naar Amerongen en terug, goed twintig kilometer.

Ik luister dan naar podcasts. Over geopolitiek, films, boeken, filosofie. Van NRC, De Volkskrant, El País, De Groene Amsterdammer, Human en de VPRO. Damn Honey, Ezra Klein of Anne-Maartje Lemereis van Vrije Geluiden. En nu bijvoorbeeld ook naar Stoker, een fictiepodcast.

Soms zie ik mensen weleens meewarig kijken. Waarom loop je door de natuur met zo’n grote koptelefoon op je hoofd? Dan hoor je toch geen vogelgeluiden. Tja, keuzes. Maar meestal knikken ze vriendelijk en groeten ze.

Terug thuis en na de douche lees ik de resterende veertig bladzijden van El Pintor de Batallas, de schilder van het slagveld. Hoofdpersoon en schilder, Andrés Faulques, is denk ik een soort alter ego van de schrijver, Arturo Pérez-Reverte. Die was immers oorlogscorrespondent. In dit boek zitten zijn herinneringen aan de oorlogen die hij heeft vastgelegd, de zinloze wreedheden.

Maar kun je het echt vastleggen? Die vraag bespreekt hij met de Kroatische veteraan Ivo Markovic. Ze doen dat terwijl ze een grote muurschildering bekijken waar Faulques aan werkt, ergens in een oude wachttoren aan de Middellandse Zee. Geïnspireerd door Goya, Breughel en andere kunstschilders. In het schilderij zie je verschillende oorlogen, brand en verwoesting, beelden van Troje, Servië, strijders, slachtoffers, een verkrachte vrouw, een kind.

Markovic is gekomen om een rekening te vereffenen. Hij gelooft dat een bekende foto die Faulques van hem maakte tijdens de Balkanoorlog tot de moord op zijn vrouw en kind heeft geleid. Voor Markovic is Faulques iemand die van andermans leed zijn beroep maakte, een toeschouwer. Verantwoordelijk ook voor de gevolgen van het maken en publiceren van die foto. Eigenlijk gaat het daarover: de confrontatie tussen degene die kijkt en vastlegt (Faulques) en degene die werd bekeken en vastgelegd (Markovic).

Er gebeurt niet veel in het boek. Het is eigenlijk een soort van praatboek, maar wel met veel flashbacks. Bijvoorbeeld naar de oorlogsherinneringen van Faulques die hij deelt met Olvido Ferrara, zijn in de Balkanoorlog gesneuvelde collega, vriendin en minnares.

Ik heb getwijfeld over doorzetten, maar ben toch tevreden dat ik het heb gedaan. Ik denk dat ik dichter bij Faulques sta dan bij Markovic. Vastleggend, hier in deze Polarsteps bijvoorbeeld. Ik waardeer ook de discussies en diepgang in het boek, de gedachten over hoe we geweld en het kwaad proberen te begrijpen en vast te leggen. Een haast onmogelijke opgave en toch heel noodzakelijk.

Nog even iets anders. Ik was vrijdag naar Left-handed Girl. Topfilm, maar het wordt te lang om nog te vertellen waar het over ging. En gisteren zag ik Die my love. Met Jennifer Lawrence als een vrouw die verzinkt in een postpartum psychose. Ook heel goed!

En ten slotte, bij dansgezelschap NDT kon je online kijken naar oude opnames van balletten van de pas overleden Hans van Manen.

Koester je rimpels en doe geregeld iets nieuws – Dag 5

Het bos ligt vol verweesde handschoenen. Het verbaast me wel dat er in de wintermaanden zoveel handschoenen verloren worden. Ik heb er gisteren zeker een handvol geteld. De foto is van een andere wandeling.

Na de spinningles van vanmorgen, zondag, lees ik een boek van emeritus hoogleraar Liesbeth Woertman: ‘Wie ben ik als er niemand kijkt’.

Ze was 68 toen ze het schreef. Het gaat vooral over ouder wordende vrouwen, het schoonheidsideaal, en hun veranderende identiteit zodra vrouwen boven de veertig zijn. Mannen kijken minder naar hen. Het boek gaat over wat ouder worden met je doet.

Identiteit is een centraal thema. ‘Het zelf staat altijd in relatie tot iets of iemand anders’, schrijft Woertman. ‘We zijn intersubjectief. Dat betekent dat we met elkaar verbonden en verweven zijn. En dat we elkaars identiteit bepalen.’ Zoiets is er ook als het gaat om de betekenis van man- en vrouw-zijn, vervolgt ze. ‘We worden als lichaam geboren. Op basis van uiterlijke kenmerken wordt besloten of de baby een jongen of een meisje is. Direct treden er bij volwassenen de blauwe en roze schema’s in werking.’ Simone de Beauvoir is hier niet ver weg. Identiteit.

Er heerst een denker, een bangerd, een vrouw, een sporter, een lezer, een twijfelaar, een schrijver en een bewonderaar in mij. Zoiets schrijft Woertman met andere termen over haarzelf, maar dit slaat denk ik op mij. ‘Ze willen allemaal gehoord worden.’ Al die delen van jezelf. Aan het eind van het leven stort dat volgens haar in.

Ze bespreekt het levensloopmodel van psycholoog Erik Erikson. In elke fase van het leven moet er een evenwicht worden gevonden tussen twee tegengestelde krachten. Ik zit in de fase van ‘openstaan voor verandering versus stagnatie’. Een interessante fase was ook die van de adolescentie (identiteit versus rolverwarring) en straks de ouderdom (integriteit versus wanhoop).

Tips van Woertman: doe af en toe iets nieuws, blijf open en verwonderd. Ze raadt aan om vooral waardig ouder te worden. En wil je op hoge leeftijd een beetje wijs worden, dan moet je vroeg beginnen. Koester je rimpels en durf bij jezelf te zijn, bijvoorbeeld op een bankje bij de rivier, starend naar voorbijvarende schepen. Best moeilijk voor mij, dat laatste, want ik heb altijd het gevoel dat ledige tijd verloren tijd is. Te ongeduldig en ongedurig.

Lieverd, zegt Woertman tegen haar kleindochter Isabella, oud zijn de mensen die niet willen groeien en veranderen. En zoals Simone de Beauvoir zei: oud, dat zijn de anderen.

Tot zover dit boeiende boek. Vanavond komt de finale van Maestro op tv. Welke bekende Nederlander is de beste dirigent? Het is vanavond misschien niet heel spannend, want Jamai steekt ver uit boven de concurrentie. Maar wie weet.

Facisme is terug – Dag 6

In de kleine bibliotheek in Bennekom ben ik vanmiddag begonnen in ‘Dit is Fascisme’, een boek van Rosan Smits. Ze is politicoloog en journalist bij De Correspondent. Ik hoorde haar in gesprek in de podcast van Damn Honey.

Ze laat zien hoe het fascisme opkomt in de VS en in Europa. Ze laat ook zien hoe iemand als Wilders uit het draaiboek van fascisme put. Er zijn veel patronen te herkennen. Bijvoorbeeld in het ondermijnen van de rechtsstaat; van rechters, pers en verkiezingen en in het streven naar autoritair leiderschap. Leiders zoals Trump, Poetin en soms ook Wilders willen ‘het volk’ meekrijgen door ze mythisch verleden voor te spiegelen (MAGA, Groot-Rusland, het grote Duitse Rijk), met propaganda, een alternatieve waarheid, met anti-intellectualisme, complotten en gendernormativiteit. Zo wordt er bijvoorbeeld vanuit het Kremlin gepropageerd dat er in het ‘gedegenereerde Europa allemaal transgenders zouden rondlopen.

Wilders is misschien wat voorzichtiger dan Trump, maar veel van deze fascistische tendensen zijn ook bij hem te zien. Hij zegt te spreken namens ‘de gewone Nederlander’, maakt media en rechtstaat verdacht en heeft een zondebok benoemd, namelijk de Islam en de migranten.

Ik maak me zorgen om de wereld. Boos als ik ICE zie die nu in Minneapolis en andere steden in de VS als knokploeg van Trump fungeert en mensen oppakt en deporteert. En doodschiet. Ik ben ook verdrietig om Gaza, waar de Palestijnen tussen de brokstukken leven (ik zag laatst ook de immens trieste film over het zesjarige meisje, Hind Rajab, die werd vermoord in een auto waar niemand haar kon bereiken).

Ik denk aan Oekraïne in de extreme kou. Iran, waar tienduizenden, vaak jonge mensen die meer vrijheid wilden, in een paar dagen vermoord zijn door de Revolutionaire Garde. En al die andere, haast onoplosbaar lijkende conflicten.

Intussen groeit het fascisme. Tenminste, dat suggereert Rosan Smits. Ze wil vooral een signaal afgeven. En waarschuwen, want denk niet: dat loopt wel los. In Minneapolis zijn ze dat stadium wel voorbij. Je denkt als je over fascisme spreekt misschien aan Hitler en Mussolini, maar het hedendaags fascisme werkt anders. Dat maakt het niet minder aanwezig.

De kritiek op het boek van Rosan Smits is dat het geen diepgravende analyse van fascisme en de werking daarvan is. Dat het wat alarmistisch is, maar je zou het ook als een waarschuwing kunnen zien. Overal in de wereld steekt fascisme (of in elk geval radicaal-rechts) de kop op. Zoals Persis Bekkering in NRC schrijft in een recensie van het boek, ‘daar mogen we terecht bang voor zijn’. Ik vind het behoorlijk verontrustend.

Nog even over de andere foto’s. Vandaag zag ik een koolmeesje, maar die was een dag te laat: gisteren was tuinvogelteldag. Of misschien lag het aan mij, want ik heb het vogeltje gisteren niet gezien. Ondanks mijn lokmiddelen (vogelvoer).

Ik wilde ook een foto van dichteres Sophia Blyden plaatsen. Ze leest daarop een gedicht voor waarin één woord is weggebliept. Dat woord kun je raden. Wekelijks, acht weken lang, een paar keer per jaar. Ik probeer dat ook, op maandag. Kijk op raadgedicht.nl. Niet die foto, maar een paar andere, min of meer poëtische foto’s.

Little Amélie – Dag 7

Ik deed vandaag een Cineville-filmdag in Nijmegen. Drie films kort achter elkaar. Rond 12 uur begon Little Amélie or the character of rain, daarna Nuremberg, en ten slotte The chronology of water. De laatste was om 19 uur afgelopen.

Omdat ik zo’n drie kwartier tijd had ben ik het muZIEum binnengelopen, een museum op een paar honderd meter van filmhuis Lux. Het museum wil mensen laten beleven hoe het voelt om blind te zijn. Die beleving in het museum vraagt wat meer tijd en daarom heb ik alleen de fototentoonstelling bekeken. Met bijvoorbeeld die jongen in een gele blouse die een verwaarloosde staar kreeg.

De eerste film, little Amélie, vond ik het mooist. Heel ontroerend. Maar ook de andere twee waren goed. In de chronology speelde Imogen Poots (foto) een prachtige rol. Veel water in beide films.

Nuremberg ging over de veroordeling van Hermann Göring. Ik schrijf er morgen misschien wat meer over, maar het is nu tien uur geweest. Ongeveer bedtijd.

Veel water – Dag 8

Nog even terug naar Nijmegen. Die blauwe muur op de foto is de muur van de Mariënburg Kapel, naast Lux, het filmhuis waar ik gisteren drie films zag. Ze zitten ook vandaag nog in mijn hoofd.

The chronology of water verloopt net zo chronologisch als water: kolkend, golvend, kronkelend. Misschien zoals het leven verloopt, in elk geval het leven van Lidia Yuknavitch, gespeeld door Imogen Poots in de film van Kirsten Stewart (foto). Het leven gaat kolkend de diepte in als haar vader haar seksueel misbruikt of als ze een kind verliest. De film kronkelt en golft net zo. Mensen zijn vaak maar deels in beeld en af en toe zie je een ultrakorte vooruitblik. Fragmenten die je op scherp stellen. Herinneringen, schreef de echte Yuknavitch in haar memoires, ‘zwellen op en duiken in en uit de enorme zinkgaten van het brein.’ Water zou je kunnen zien als een thema – Yuknavitch kreeg destijds als zwemster een sportbeurs voor de universiteit in Austin.

En veel water zit er ook in de prachtige animatie over de kleine Amélie, een Frans-Belgische film die zich afspeelt in Japan. Je kijkt vanuit het perspectief van een peuter, 1,5 tot 3 jaar oud. Het is gebaseerd op een boek van Amélie Nothomb.

Zoals veel kinderen, misschien wel allemaal op die leeftijd, denkt Amélie aanvankelijk dat de wereld om haar draait. Zij is het centrum van de wereld. Ze is eigenlijk een soort God. De tuin van het huis waar Amélie met haar ouders, broertje en zusje en met Nishio-san, de lieve verzorgster, lijkt kleurig en eindeloos. Zoals een peuter dat zal ervaren.

Pas later leert ze dat de tuin ook grenzen heeft. Terwijl dood en afscheid haar wereld binnendringen, zie je de verandering bij de kleine Amélie. Ze verandert van God in mens en ze leert dat niet de wereld van haar is, maar zij van de wereld. Prachtige film! Ik heb een traantje gelaten.

Heel anders is Nuremberg, die het verhaal van de veroordeling van nazileider Hermann Göring, in oktober 1946 in Neurenberg, wat conventioneler vertelt. Misschien het meest interessant in deze film is dat de Amerikaanse psycholoog die gevraagd is Göring te beoordelen, uiteindelijk concludeert dat hij niet zo anders is als de meeste andere mensen. Hij is charmant, intelligent en grappig, en hij heeft een lieve vrouw en dochter. Dat mensen dan toch voor het fascisme kiezen, zou ook zomaar in de VS kunnen gebeuren, waarschuwt hij. Denk aan mensen zoals Trump? Amerika vond het schandalig dat een psycholoog dat durfde suggereren. Er werd in 1946 niet naar hem geluisterd.

Over de foto’s nog even. Want er zitten er twee bij die ik vandaag maakte bij de werkzaamheden op een van de twee toegangen tot de wijk. Auto’s worden omgeleid en fietsen en voetgangers moeten langs kranen en door de blubber. Links ga je de wijk in (een paar honderd meter in deze straat woon ik) en rechts is de toegang tot de Wageningse campus.

Zo naar het middagfeestje van Ward, ook 66 vandaag. Bijna een halve eeuw geleden kwamen we tegelijk naar Wageningen en nu wonen we op loopafstand.

Femme – Dag 9

Vandaag kreeg ik de originele foto’s van de mensen van Exactitudes toegemaild. Ellie Uyttenbroek en Ari Versluis hadden me gevraagd voor een serie ‘femme’; als man geboren mensen die zich meer of minder als vrouw identificeren van ongeveer 50-plus. Dat was vorig jaar in juni. Ari fotografeerde me op 3 juli in de studio in Rotterdam.

Het boek (Exactitudes, the final edition) kwam uit in het najaar en zondag 14 december was de boekpresentatie. Die zaterdag had er een uitgebreid artikel in de Volkskrant gestaan over het project waar Ellie en Ari 30 jaar aan gewerkt hadden. ‘Femme’ was de laatste van tweehonderd series waarvoor ze steeds twaalf mensen in dezelfde stijl of identiteit bij elkaar plaatsten.

Die serie was afgedrukt in de kleurenbijlage van de krant. Nog steeds gebeurt het regelmatig dat ik mensen tegenkom die vragen: zag ik jou niet in de Volkskrant? De buren, vrienden, de leesclub, zelfs de locatiemanager van de boekhandel in Bennekom (daar kom ik ook best vaak). En een maand of wat geleden herkende iemand me op de foto terwijl we elkaar ruim 35 jaar niet gezien hadden.

Ik kreeg vandaag ook een appje van een Spaanstalige vriendin in Duitsland – niet over die foto. We appen vaak. Ze stuurde nu een link naar een artikel waarin het begrip bananenrepubliek wordt uitgelegd. Ze komt zelf uit Panama.

Het zijn vooral Centraal-Amerikaanse landen die bananenrepublieken werden genoemd. In die landen hadden Amerikaanse bananenbedrijven enorme economische en politieke macht. De Amerikaanse overheid steunde dat, ‘America First’, toen al.

In Guatemala bijvoorbeeld, in 1954, waar een door de CIA gesteunde staatsgreep de democratisch gekozen president Arbenz omverwierp. Hij had landhervormingen aangekondigd die United Fruit zouden kunnen schaden. Dit leidde tot decennia van geweld en mensenrechtenschendingen. Of het bananenbloedbad in Colombia in 1928.

Wat er nu gebeurt aan de overkant van de oceaan, is misschien vergelijkbaar. Maar de betekenis van het woord bananenrepubliek is wel veranderd. Het is nu vaak een woord voor een corrupte of chaotische staat. Ook voor een land als de Verenigde Staten, met name na de Capitoolbestorming van 6 januari 2021. Maar zolang het woord verwijst naar historische machtsverhoudingen, koloniale uitbuiting en verlies van soevereiniteit blijft het een bruikbaar begrip.

Ik ben gisteren begonnen in Malala’s biografische boek ‘Op zoek naar mijn pad’ en vandaag in ‘Mad Honey’ van Jodi Picoult. Meestal lees ik meerdere boeken tegelijk, maximaal drie.

Picoult was in het schooljaar 2024-2025 de vierde meest verboden auteur in Amerika. Zo hypocriet! Met name in Florida werden boeken uit schoolbibliotheken gehaald, vaak op basis van klachten van een enkele ouder die toegaf de boeken niet eens te hebben gelezen. De motivatie in het geval van Mad Honey is dat er een transgender persoon in voorkomt.

Mijn vader is 100 – Dag 10

Over een week, 13 februari, zou mijn vader 100 jaar worden. Een mooi moment om het verleden in te duiken, zijn verleden vooral.

Hij heette Martien, ‘ons pap’. Hij werd geboren in 1926 in Waspik, ging naar de ambachtsschool in Waalwijk en zat daar op school toen de oorlog uitbrak. Hij woonde bij zijn ouders, drie zussen en een broer op ’t Vaartje. Zo heette het kanaal dat de Maas verbond met het centrum van Waspik en ook de weg bij dat kanaal.

Zo’n dertig jaar later fietste ik ook zes jaar lang naar school in Waalwijk. Toen woonden we, met ‘ons mam’, pap en vier kinderen, aan de andere kant van Waspik, tegen Raamsdonk aan.

Mijn vader deed een vakopleiding en werd in 1952 de eerst gediplomeerde meester-carrosseriebouwer van Noord-Brabant. Hij leerde ook vaktekenen. Thuis stond een zware kanteltafel waarop altijd rollen papier waren uitgespreid. Aan die tekentafel zat een draaischijf met graden en linialen. Ik denk dat hij daar ook de ontwerpen van de opbouw van glaswagens tekende.

Hij ontmoette mijn moeder, Corry Jansens, die uit Made kwam en in Waspik op het gemeentehuis werkte. Hij werkte toen op de zaak van zijn vader, mijn opa.

Dat bedrijf, Van den Born Carrosserie, bestaat nu al ruim 140 jaar. Het begon toen Andries van den Born, mijn vaders opa, in 1882 het bedrijf, dat dus nóg ouder is, overnam. En het bestaat nog steeds, groter dan ooit.

Toen overgrootvader Andries overleed in 1918 nam mijn opa het over, en die wilde er misschien ook tot zijn dood mee doorgaan. Die overname gebeurde uiteindelijk toch, in 1963, toen mijn vader, samen met mijn oom Andries de zaak overnam. Mijn opa – die in mijn herinnering meestal dikke sigaren rookte – was op dat moment 75.

Mijn vader wilde moderniseren en tegelijk het bedrijf verplaatsen. Oom Andries ging zijn eigen weg en er kwam een nieuwbouw. Zo noemden we het ook altijd: de nieuwbouw, bij ons achter het huis.

Mijn moeder, die zoals dat toen gebruikelijk was, bij het huwelijk haar baan in het gemeentehuis kwijtraakte, ging de boekhouding doen. Dat nam ze over van mijn oma die dat nog deed, samen met een zus of twee zussen van mijn vader, mijn tantes.

Die nieuwbouw. Ik was te schijterig om als oudste zoon, een jaar of 7, de eerste steen te leggen. Mijn twee jaar jongere zusje was dapperder. Fast forward: Ik heb het bedrijf ook niet overgenomen toen mijn vader overleed in 1987. Dat deed mijn broer, vijf jaar jonger. Maar ik maakte het begin en de groeiperiode wel allemaal bewust mee. Af en toe hielp ik, met vegen of zo, iets waar je met twee linkerhanden en nul technisch inzicht in elk geval geen schade kon doen. Of koffiekopjes klaarzetten als de vier of vijf personeelsleden koffie kwamen drinken aan de ronde tafel in onze keuken. Het zaagsel onder de houtmachine ruimen of kopspijkertjes slaan in bekleding van de glaslatten.

Mijn vader was behoorlijk zuinig, hij bewaarde alles. Niet verrassend misschien omdat hij in de crisisjaren kind was en in de oorlog adolescent. Soms vroeg hij me om kromme spijkers recht te hameren. Ik vond hem streng en kon moeilijk tot hem doordringen. Hij was goed katholiek en kerks. Dat botste toen ik een jaar of vijftien was. In die tijd van verzuiling waren er bubbels die je zou kunnen vergelijken met sociale media en hun algoritmen die vooral laten zien wat je leuk vindt. De verzuiling bepaalde de kranten die je las, de school waar je heen ging, de omroep waar je naar keek en de partij waarop je stemde. Voor mijn vader bepaalde dat zeker ook zijn keuzes.

Op mijn 18e ging ik het huis uit; ik ging studeren in Wageningen. In de weekenden kwam ik naar huis. Soms met ov, soms liftend en soms met een ouderejaars die ook uit Waspik kwam en een auto had. Aanvankelijk kwam ik ongeveer elke week en later steeds minder.

Ik deed stage bij de erosiebestrijding in Murcia, in Spanje, en een van de hoogtepunten was toen mijn ouders daar op bezoek kwamen. Ik wachtte ze op het vliegveld van Alicante op met tranen in de ogen.

Ik zat nog in Spanje toen bleek dat het niet zo goed ging met mijn vader. Kort na terugkeer, in 1984 of 1985, begonnen de chemokuren, maar tussendoor bleef hij werken. Het bedrijf was alles voor hem.

Toch vond ik dat hij veranderde in die tijd. Hoewel ik al jaren in Wageningen woonde en alleen in weekenden thuis kwam, en lang niet alle weekenden, was hij er meer voor ons. Spraakzamer en socialer dan ik gewend was. En ondanks het werk probeerde hij nu toch meer van het nog korte leven te genieten. Ik was erbij toen hij in de nacht van 3 maart 1987 overleed. Met mijn moeder.

Ik weet dat mijn vader het jammer vond dat ik niet meer interesse in het bedrijf had. Het was toch zijn levenswerk. Ik was, denk ik, in die jaren op zoek naar mijn eigen pad.

Mijn vader heeft nog net meegemaakt dat ik afstudeerde in Wageningen. We gingen met z’n allen uit eten in een restaurant aan de Rijn in Rhenen, maar hij had veel pijn in die tijd.

Ik heb me later geregeld afgevraagd wat hij zou vinden van alle ontwikkelingen in de samenleving, de politiek en met ons persoonlijk. Ik weet dat het hem verdriet deed dat ik niet naar de kerk ging. Wat zou hij ervan gevonden hebben dat zijn jongste zoon op mannen valt, zijn jongste dochter met een vrouw samenwoont, zijn oudste zoon trans non-binair is en dat zijn oudste dochter hem drie keer opa zou maken, en voor zijn 100e ook nog twee keer overgrootvader?

Beetje vreemd verhaal voor een reisverhaal, dit stuk. Misschien kunnen we ervan maken dat ik een reis naar het verleden heb gemaakt. In een tijdmachine of zo.

Ik heb net heerlijk in een familiealbum zitten neuzen. Nog moeilijk om er een paar foto’s uit te kiezen, er zijn er zoveel. Ik zal ze chronologisch plaatsen, te beginnen met die van ons pap die waarschijnlijk in 1941 is gemaakt. De Duitse bezetter verplichtte toen dat alle Nederlanders van 15 jaar en ouder een persoonsbewijs met foto hadden.

Mist over de Rijn – Dag 11

In de dans-muziekvoorstelling van LeineRoebana en Black Pencil, gisterenavond in de Junushoff (het theater in Wageningen), was ik in Indonesië. Er deden verschillende Indonesische dansers mee en er werden instrumenten zoals de gamelan bespeeld, allerlei bijzondere blokfluiten, bongo’s en andere percussie.

Soms was de muziek heel ingetogen, met lange klanken waarop de dansers traag bewogen, en soms gingen de musici helemaal los. Ze begeleidden dan een wervelende voorstelling, met voor het dansgezelschap typerende bewegingen en poses. De Japanse Aika Goto danste soms alsof ze als een wajang-pop aan touwtjes hing. De Belgische Timon de Ridder sprak veel teksten, en ook de Portugese Benedita Crispiano danste prachtig. Zij sloegen een brug naar de Indonesische cultuur.

Dat was gisteren nog, maar vandaag ben ik vroeg vertrokken voor een rondwandeling in Renkum, Wolfheze en Oosterbeek, door uiterwaarden, over landgoed Duno en langs kasteel Doorwerth. Er hing mist over de Rijn en boven de weilanden. Later kwam de zon door en werd het eigenlijk veel te warm voor een dikke winterjas.

Podcasts geluisterd natuurlijk. Een van die podcasts ging over de logaritmes van je sociale media. Dat sluit mooi aan op wat ik gisteren over de verzuiling schreef waar mijn vader naar leefde. Die podcast was ook een soort van waarschuwing, want de algoritmes kunnen ook bijdragen aan propaganda en polarisatie. Je ziet immers vaak vooral content die je bestaande overtuigingen bevestigt en versterkt en je ziet nauwelijks andere perspectieven. En daarnaast zijn er staten zoals Rusland en China die sociale media gericht gebruiken om verdeeldheid te zaaien of mensen te beïnvloeden.

Het is een wat springerig verslag vandaag. Excuus daarvoor! Want vanmiddag was ik naar Sinners, die film die zestien Oscarnominaties heeft gekregen. Nominaties, dus of ze verzilverd worden, moeten we maar afwachten. Best een aardige film, maar ik vind zestien wat overdreven. Ik heb vorig jaar veel films gezien die ik veel mooier vond.

Volgens het Cineville overzicht aan het eind van het jaar waren dat er 57 en zag ik ze in drie bioscopen.

Sinners lijkt misschien een bloedige film over vampieren, maar ik denk dat het eigenlijk over muziek gaat, over ‘de duivelse kracht van muziek’. In deze film in de gesegregeerde samenleving in het zuiden van de VS in de jaren dertig van de vorige eeuw is dat vooral bluesmuziek.

Ten slotte in dit springerige verslag: de Olympische Spelen. Ik kijk eigenlijk zelden of nooit naar sport. Het interesseert me ergens tussen niet echt en echt niet, maar de Olympische Spelen hebben iets bijzonders. Ze zijn gisteren begonnen in Noord-Italië.

Vooral het kunstrijden vind ik mooi. Maar de meeste aandacht gaat hier steeds maar naar het schaatsen omdat daar veel Nederlanders aan meedoen. Er is teleurstelling bij de commentatoren omdat bij de afstand van vandaag, de 3000 meter voor vrouwen, geen Nederlandse op het podium staat. Niet de Nederlandse Joy Beune – ik had vóór gisteren nog nooit van haar gehoord – maar de Italiaanse Francesca Lollobrigida heeft de snelste tijd gereden. Ze is moeder en viert vandaag ook haar 35e verjaardag. Fantastisch toch!

Nieuwe challenges – Dag 12

Het is een leesdag vandaag. Heerlijk om na een intensieve spinningles rond 10 uur thuis te komen, te douchen, thee te zetten en mijn boek open te slaan. Dat zijn fijne zondagochtenden. Ook vandaag.

Rond een uur of 12 zette ik even de tv aan. Dat doe ik bijna nooit vóór 18 uur. Ook niet voor Buitenhof bijvoorbeeld, wat ik een goed interviewprogramma vind. Buitenhof kun je ook als podcast beluisteren. Ik stemde af op de Olympische Spelen, op de afdaling. De vrouwen skiën met meer dan honderd kilometer per uur naar beneden. Snelwegsnelheid!

Lindsey Vonn, de Amerikaanse skiester die voor de vijfde keer aan de Spelen meedeed, was net gevallen en lag op de piste, omringd door zes, zeven mensen. Vreselijk gevallen, zag ik in de herhalingen. Ze werd op een brancard met een helikopter weggevlogen naar een ziekenhuis. Zou de val komen omdat ze negen dagen eerder een kruisband in haar knie had gescheurd? Of door de vlag langs de piste die ze behoorlijk hard raakte? Hoe dan ook, het is een drama!

Nog een paar dagen en dan zet ik hier een punt. Het voelt langzamerhand als een challenge: het verhaal van de dag schrijven en daar foto’s bij zoeken. Het maakt dat ik wat langer stilsta bij wat ik op een dag doe en er misschien ook bewuster mee bezig ben.

Misschien is het voor jullie, volgers, net zo’n challenge om het allemaal te lezen.

Ik denk ook aan nieuwe challenges, zoals twee weken lang elke dag een goede pirouette draaien. Dedans en dehors (naar binnen en naar buiten), vanuit de vierde of vijfde positie. En de balans oefenen. We zeggen tijdens de les wel, ‘zo zou je op één been op relevé’s je tanden moeten poetsen’. Dan ben ik meestal zo uitgepoetst.

We gaan ons op de dansschool de komende weken weer voorbereiden op een optreden in het theater, zondag 28 juni in de middag.

Een andere challenge zou kunnen zijn om twee weken lang elke dag een portret te schilderen. Of te tekenen, houtskolen of anders. En tegelijk een bibliotheekboek door te werken dat hier al een paar weken ligt: portretten schilderen. Ik kom er niet aan toe.

Portretten tekenen of schilderen vind ik fascinerend. Hoe pak je de essentie van iemands gezicht? Vorig jaar heb ik meegedaan aan een project om vanwege de 80e viering van vrijheid, tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog, 80-jarige Wageningers te schilderen. De mevrouw die ik schilderde, vrijwilliger in de Casteelse Poort, het stadsmuseum in Wageningen, leek echt jonger.

De totaal 35 schilderijen die uit het project voortkwamen, zijn een paar maanden geëxposeerd geweest voordat de schilders ze schonken aan de geportretteerden.

Ik vond het behoorlijk uitdagend. De expressie, de verhoudingen, de kleuren. En ook hoe je er nog meer in kunt leggen. Ik wil er meer in oefenen, maar in de wekelijkse les doen we ook landschappen, dieren, stillevens, abstract of iets anders. Zelden een portret.

Ten slotte challenge ik mezelf ook met lezen. Dat gaat vanzelf, want ik lees elk jaar rond de honderd boeken. Ik probeer dan ook elke maand minstens één boek te lezen in een andere taal dan Nederlands.

Kortom, na de ‘challenge’ van deze Polarsteps, stopt de ‘reis’ dan wel, maar de leuke uitdagingen gaan door.

Nog even de dag van vandaag. Hoe het met Lindsey Vonn gaat, kan ik nog niet vinden op internet. De foto van de bij plaats ik omdat ik vandaag vooral in Mad Honey heb gelezen.

Zodadelijk begint Podium Klassiek, een wekelijks tv-hoogtepunt. Ik kijk niet altijd even geconcentreerd. Wel als Fuse komt. Zij spelen vaak modern-klassiek. Hedendaagse componisten. En dat is vaak veel spannender dan, met alle respect, die lang overleden mannen zoals Mozart, Hadyn of Brahms die steeds maar op de muziekstandaard worden geplaatst.

Mauritanië – Dag 13

Kort vandaag, want het is al laat. Enkel even een toelichting op de foto’s.

Ik had een overlegje over de nieuwe website van de bibliotheek. Daarin wordt ook de informatie van het Digitaalhuis Wageningen opgenomen en die teksten schrijf ik. De collage is samengesteld uit foto’s die ik eerder maakte van deelnemers en vrijwilligers van het taalhuis.

Ik begin binnenkort weer met een nieuw taalmaatje. Khayi uit Mauritanië. We hebben elkaar vandaag voor het eerst ontmoet en het lijkt me een hele aardige vrouw. Ze spreekt al best goed Nederlands, maar wil nog beter. Ook voor als ze in de zorg gaat werken. We beginnen pas over twee weken, want volgende week hebben haar kinderen voorjaarsvakantie.

Vanavond treedt La Petite Ecurie op, een hobo-ensemble. Dat is in de serie van de Vereniging Kamermuziek, waar ik lid van ben. Een van de acht concerten die we dit jaar hebben in de Junushoff.

Morgen is het mijn laatste dag hier.

Mijn studententijd – Dag 14

Vandaag heb ik een trip down memory lane gemaakt; een reisje over het geheugenlaantje. Dat kwam zo: Pauline, een afdelingsgenoot op de studentenafdeling op Haarweg 13, had me herkend op de jurkfoto in Volkskrant. En ze had me ook een keer voorbij zien fietsen, dus wist ze dat ik waarschijnlijk in de buurt woonde.

Bedenk dat we elkaar ongeveer sinds 1989 of 1990 niet gezien hebben. Ruim 35 jaar geleden.

Ze is juf op de Kardinaal Alfrinkschool, een daltonschool in Wageningen. En na omzwervingen via onder meer Gouda en Nieuw-Zeeland, via brandweer en helikopters, woont ze nu in Bennekom. Daar hadden we ook afgesproken. Zo leuk dat ze een fotoalbum uit die tijd had meegenomen. Ik heb het mijne uit die tijd ook opgezocht, maar pas na onze afspraak vanmiddag bekeken.

Mijn studententijd begon halverwege 1978 toen ik naar Wageningen kwam om aan de universiteit te studeren. Toen heette het nog de Landbouwhogeschool. Wageningen groeide in die jaren. Vóór de late jaren 60 woonden de meeste studenten op kamers bij hospita’s of in particuliere huizen, maar met de grote toename van het aantal studenten werd grootschalige huisvesting noodzakelijk.

Vanaf ongeveer 1967 werden er vijf sterflats gebouwd voor studenten. De laatste was de Rijnsteeg (in 1978). Toen ik daar een kamer betrok, in september van dat jaar, was de flat nog in aanbouw.

We hadden net de introductietijd achter de rug. Oudere studenten laten je dan kennismaken met het studentenleven, met bier, feesten, muziek en met van alles wat het studentenleven nog meer omringt. Studie, sportverenigingen en sociale zorg.

Terwijl wij met 18 studenten op één afdeling – zestien eerstejaars en twee derdejaars -, het studentenleven en onszelf ontdekten, werden er boven onze hoofden nog kozijnen geplaatst en keukens ingericht. Ook de weg naar de flat was nog niet helemaal af en aanvankelijk hadden we er geen telefoonaansluiting.

We fietsten ’s ochtends gezamenlijk naar practica en colleges. Toen nog op de berg of op andere plaatsen verspreid in de stad, maar niet op de plek waar nu de campus ligt.

Wageningen werd een studentenstad waar veel studenten in groepen samenwoonden. We kookten samen, we studeerden voor de examens, we gingen naar feesten en optredens in café Troost of bij studentenverenigingen. We deden mee aan de protesten van de Wageningse Lente en we gingen naar de vredesdemonstraties in Amsterdam (1981) en Den Haag (1983), uit protest tegen de dreiging van kernwapens in Nederland.

We zaten immers nog midden in de Koude Oorlog tussen de Sovjet-Unie en de VS. De Amerikanen wilden kruisraketten plaatsen in ons land. Er was onder Wageningse studenten ook een gevoel van: hebben we straks nog wel een toekomst? Het werd hier ook gekoppeld aan milieu, ontwikkelingsvraagstukken en wereldpolitiek.

In 2006, toen studentenaantallen terugliepen, de sterflats minder populair waren en de Rijnsteeg toe was aan groot onderhoud, besloot de Stichting Studentenhuisvesting de flat te slopen. Alleen die flat; de andere vier staan er nog steeds.

In 1983 verhuisden we met een groepje van negen van de Rijnsteeg naar de Haarweg, een gloednieuw complex, niet in de vorm van een sterflat maar drie gebouwdelen met in totaal zo’n 900 kamers. We kwamen er op de begane grond, Haarweg 135. Dat was een afdeling van 14, met behalve een keuken ook een woonkamer. Veel van mijn medebewoners uit die tijd, zes of zeven, wonen nog in Wageningen en ik zie ze geregeld.

Ik woonde er nog niet zo lang toen ik op stage naar Spanje ging. Na een klein half jaar kwam ik terug en voelde ik dat ik was veranderd. Zelfstandiger, nieuwe vrienden, een ingrijpende ervaring, meer zelfvertrouwen, Die stage had veel met me gedaan.

Terug op Haarweg 135 kwam ik op vertrouwd terrein maar wilde ik toch die verandering vasthouden. Ik verhuisde toen dat kon naar Haarweg 13. Veel van de mensen met wie ik daar op de afdeling heb gewoond, ben ik helemaal uit het oog verloren.

Pauline kwam er pas een paar jaar later, in 1987. Ik was een jaar eerder afgestudeerd, maar ik woonde er nog, tussen de studenten. Kort daarna ben ik vertrokken naar andere woonplekken in Wageningen (Alberdaflat, Wolfswaard, Pomona).

Het was een moeilijke tijd om werk te vinden. Ook voor net-afgestudeerde Wageningers. Er was een paar jaar eerder een economische crisis geweest en de werkloosheid was hoog. Veel mensen schoolden zich om tot computerprogrammeur, want met de opkomende automatisering lag daar toekomst.

Ik ging een tolk-vertalersopleiding Spaans doen en werd ook vrijwilliger in de linkse boekhandel De Uitbuyt. Het duurde zeker een jaar voordat ik tijdelijk werk vond, op de Praktijkschool Schaarsbergen, en vervolgens na weer een werkloze periode via uitzendwerk het groene onderwijs in rolde.

Bij de Uitbuyt zat ik achter de kassa, ik bestelde bij de uitgeverijen boeken over filosofie en geschiedenis en als er boeken binnenkwamen, plaatste ik ze met de prijsvermelding in de winkel. Af en toe hadden we een vergadering.

De Uitbuyt was ook een wereldwinkel waar het ging om politieke bewustwording en eerlijke wereldhandel. Een tijdlang was de boekverkoop belangrijker dan de wereldwinkel en later werd juist de wereldwinkel weer groter.

Ik zat er geregeld. Dat was fijn, maar ik denk dat het toch best een zorgelijke tijd was, eind jaren 80 toen we beiden op Haarweg 13 woonden. Voor Pauline, die op de afdeling niet altijd aansluiting vond, en ook voor mij, omdat ik me zorgen maakte over hoe ik een baan kon vinden. Het is met ons, denk ik, uiteindelijk wel goed gekomen.

Een paar foto’s van mijn wandeling vanmorgen en van deze memory trip: het sprookjesfeest (ik als elfje), een trucfoto en een fietstochtje naar Kröller-Müller.

De vrouw met de kraai

Leestijd: 5 minuten

Bijna op het eind van de expositie Goth – Designing Darkness in Den Bosch sta ik voor een grote zwart-witfoto van een jonge vrouw met een kraai. Ze aait het beest en omhelst het. Kraaien, zoals doodgravers ook genoemd worden, hebben geen beste naam: boodschappers uit de andere wereld. Het is alsof de vrouw op de foto die boodschapper begrijpt en innig met de dodenwereld in verbinding staat. Haar witte huid en zwarte cape versterken dat nog. Een intrigerende foto; wie is die mysterieuze vrouw?

Het is een beeld van een stomme film uit 1918, zo blijkt. De jonge vrouw is een actrice, Theda Bara. En de film heet ‘The she-devil’, het verhaal van een vrouw zonder geweten. Theda speelt Lolette die verliefd wordt op Maurice, een reizende artiest. Maar die is niet erg geïnteresseerd en gaat weg. Lolette wijst andere mannen in haar Spaanse dorp af, gaat ervandoor met gestolen juwelen en reist Maurice achterna. Naar Parijs. Als die haar meeneemt naar een optreden met Spaanse dansers, springt ze het toneel op en danst iedereen in de schaduw. Maar de man die ze heeft bestolen van de juwelen, zit ook in de zaal. Nog wat verwikkelingen en dan uiteindelijk bindt ze die man aan een stoel en bevrijdt Maurice. Ze vluchten samen weg.

Of de (verloren gegane) film nu zo goed het gothic-gevoel verklankt, weet ik niet. De duistere en mysterieuze foto van Theda Bara doet dat zeker wel.

Bara werd geboren in 1885 in Ohio, van een Poolse vader en een Zwitserse moeder. Ze stierf bijna zeventig jaar later in Los Angeles. Ze speelde vaker een femme fatale, bijvoorbeeld Cleopatra. In totaal acteerde ze in zo’n veertig films.

Ze kreeg de bijnaam de vamp vanwege een rol als vampier. Publiciteitsmedewerkers maakten van haar bewust een mysterieuze vrouw, iemand die in Egypte geboren zou zijn en van wie de naam een anagram was van ‘arab death’. Een uitspraak van haar, uitvergroot op de expo luidt: ‘The vampire that I play is the vengeance of my sex upon its exploiters. You see, I have the face of a vampire, perhaps, but the heart of a feministe.’ Deze vrouw, haar beeld, inspireerde ook de goth-subcultuur die jaren later zou ontstaan.

Keerzijde

De expositie over goth en gothic is veel meer dan Theda Bara. Niet alleen film, maar ook mystiek, tovenarij, foto’s, grafkunst, kleding en architectuur. De tentoonstelling gaat op zoek naar de bronnen van de subcultuur die in de jaren 80 opkwam.

Ik houd zelf eerder van muziek met een neerslachtige stemming dan van vrolijke majeurakkoorden, ik werd geraakt door de dramatische film over Ian Curtis van Joy Division en ik denk ook aan Buffy, niet te zien hier, en aan mezelf als fee op een verkleedfeest met spinnenwebben. Aan Frankenstein van Mary Shelley. Ik zie de mooie mistige landschappen, toverachtige Odilon Redons en prachtige jurken en korsetten, steeds koolzwart en bloedrood. De schilderijen van Casper David Friedrich en William Turner. Ik proef de duistere sfeer die hier hangt. Nee, ik ben niet goth, met donkere make-up, extreme kleding en symboliek, maar de sfeer en het gevoel spreken me wel aan. Een soort van herkenning.

goth feeling

Het is dan niet alleen de subcultuur die in de jaren tachtig uit de punk of new wave voortkwam. Niet die groezelige muziek, vaak harde metal, waar ik eerlijk gezegd ook niet echt naar kan luisteren. Goth gaat, zo zie ik op de expo, terug naar de gothic novel uit de 18e eeuw, William Blake en the graveyard poets, de gotische bouwstijl in de late middeleeuwen en wellicht nog verder, naar de Goten die vanaf 250 na Christus het Romeinse Rijk binnenvielen.

Gothic is de duistere en melancholieke kant van het leven, de aandacht voor de keerzijde, zwarte romantiek de telkens terugkeert in een andere vorm als reactie op de zakelijke lelijkheid van het leven. Escapisme misschien, maar ook een blik op de verborgen binnenkant van mensen, dat wat ze echt zijn. Authenticiteit is een kernwoord, niet voor niets. Hoewel het misschien meer een gevoel is over wat authentiek is, dan wat daadwerkelijk echt is. Dat bepaal je zelf. En identiteit, want goths zijn volop bezig met hun expressie.

Maar het is meer dan uiterlijk, meer dan zwarte kleding, donkere make-up en een vampy uitstaling, schrijft Zoie Campbell, theblackmetalbarbie op Instagram. Zij had als kind al meer met horrorfilms dan lieflijke kinderfilms, zag liever zwart-witfoto’s dan full colour en ze had een passie voor kunst. “Ik zag mezelf als een gothische fee”, schrijft ze. Het is voor haar vooral een gevoel. Dat gevoel is niet zomaar een voorbijgaande fase in haar leven, maar een deel van haar karakter en levensvisie. Zoals een gothic-meme zegt:  ‘I don’t live in darkness; darkness lives in me’.

Verdieping

Ik associeer goth eerder met de stad; donkere steegjes, krochten en bruggen. Maar er is net zo goed een fascinatie met ruige natuur, donkere bossen en gevoelens van eenzaamheid en verlangen. Een passie voor ruïnes en kastelen en een tijd ver voor die van de opkomende industrie en sociale verandering. Het is niet de echte geschiedenis die dan wordt omarmd, maar het gefantaseerde beeld ervan. Het verhaal dat goths zich vormen over het verleden dat romantisch en ridderlijk zou zijn.

Er zijn allerlei beelden en stereotypen die passen in dit decor. Vleermuizen, vampiers, demonen, heksen, feeën en ook personages die aan seksistische of racistische stereotypen doen denken. Zoals de gevaarlijke femme fatale of hysterische heks die mannen in het verderf stort. Het onschuldige meisje dat slachtoffer wordt van een mannelijke monster. En de aangedikte witheid van het gothic gezicht. Daar is vast meer over te zeggen, en er zijn vooral vraagtekens bij te zetten.

Agnes Jasper, die voor haar studie Culturele Antropologie aan de UvA een scriptie over de gothic scene schreef, stelt dat het ook maar beelden zijn waarmee wordt gespeeld. En verder dat het in de scene uiteindelijk de vrouw is die de macht heeft en heerst, femme fatale of misschien ook niet.

Maar denk ook nog even aan die uitspraak van Theda Bara. “Believe me”, zei ze in 1915, “for every woman vampire there are ten men of the same type. Men who take everything from women – love, devotion, beauty, youth and give nothing in return!” Daarom neemt ze als de vampier die ze speelt, wraak.

Ik lees op de website van het Design Museum, waarin ze verdieping aan de Goth-expo willen geven, dat ‘het subversieve karakter van goth ook de mogelijkheid (biedt) om (die) stereotypen op een nieuwe, positieve manier te interpreteren.” Dat goth ook experimenteert met gender en seksualiteit en zoekt naar nieuwe betekenisgeving.  

Duisternis

Ach, wat is goth en wat niet? Is Nick Cave ook goth? Het maakt niet zoveel uit, want wat er te zien is op de expositie in Den Bosch roept het gevoel wel op. De opgezette bok, de naakte Lilith, de bogen van de Sint-Jan, de grafversieringen en lettertypes, roodfluweel en danse macabre. Ik voel het wel. Ook dankzij de duisternis en de nachtelijke sfeer.  

Nog even terug naar die authenticiteit waarop goths zich beroepen. Het lijkt deels ook een strategie om echte goths van onechte te onderscheiden. Bescherming tegen subculturele appropriatie.

Stationspiano

Leestijd: < 1 minuut

Of je ze de trap afduwt al in de val
De zieken zuurstof zoekend zucht in bed
En je die nog eens in de regen zet
Wil je genade en brood, doe niet zo mal

Muziek en dans, nee, honger ga je lijden
Naar huid, naar klanken, naar troost, naar sfeer
Al maanden is de straat zo vrolijk niet meer
Met mime, viool, kunst die pleinen mijden

De pijn van piano die in de hal wil staan
Speelt voor Elise, voor reizigers en zuurkezen overal
Clair de lune, de serenade aan de maan

De wals voor Amelie, een brick in the wall
Een huil of lach als mensen naar de treinen gaan
Toch nee, die toetsen rel je niet uit de hal

Een ode aan drag

Leestijd: 5 minuten

Genderdiversiteit kwam najaar 2019 naar de musea. Het Tropenmuseum had een uitgebreide expositie over genderdiversiteit in de wereld. Onder de titel What a genderful world! toonde het museum hoe gender beleefd wordt, in verschillende culturen en tijd. Hoe word je een gender, bepaalt je lichaam je gender, hoe moet je je gedragen in die wereld van genders en hoe kan het anders? Kom spelen met gender in het Tropenmuseum!

En dan was er Drag power, zoals de zelfbewuste titel van een kleine expositie in kunstmuseum Coda Apeldoorn luidde. Maar wat is drag, hoe hangt het samen met trans en travo en waar komt drag eigenlijk vandaan?

Hartjesdag

Misschien ken je maar één bijbeltekst als je dit leest, namelijk Deuteronomium 22 vers 5. Daar begint de expositie mee. Onder ‘plichten tegenover mens en dier’ staat in die tekst hoe ‘gruwelijk’ God het vindt als mannen vrouwenkleren aantrekken of andersom. De oorspronkelijke tekst heeft het niet over kleren, maar over voorwerpen. Maar bijbelvertalers interpreteerden die voorwerpen als kleding en die interpretatie heeft eeuwenlang heel veel invloed gehad op jezelf kleden als de andere sekse.

Niet alleen religieuze leefregels bepaalden eeuwenlang hoe je je moest kleden, dat deden vele machthebbers ook. De norm was: kleed je zoals de groep waartoe je behoort en niet anders. Want aan je kleding moest je sociale status en maatschappelijke rol kunnen aflezen. En je gender. Nogal verwarrend, vonden ze, als je zomaar aantrekt wat je wilt.

Dat ging ver, die geboden en leefregels. Jeanne d’Arc werd uiteindelijk op de brandstapel gezet omdat ze mannenkleren had aangetrokken. Lees hier mijn blog over haar.

Het strenge kleedverbod kon, in Haarlem en Amsterdam, één dag per jaar worden vergeten, de zogenaamde Hartjesdag. Op dat volksfeest, dat waarschijnlijk in de Middeleeuwen ontstond, kon het gewone volk in de bossen bij Haarlem op herten jagen, iets wat alleen de adel mocht. En ze verkleedden zich in de rol van de andere sekse. Het was een carnavalesk feest met kermis en straatspelen in Amsterdam.

Hartjesdag wordt nu weer gevierd, sinds 1997 op de Amsterdamse Zeedijk. Een jury bepaalt er aan het eind van de dag wie het mooiste hartje is (vrouw verkleed als man) en wie de mooiste queen (man verkleed als vrouw).

Toneel

Op het toneel, waar je immers altijd rollen speelt, was cross-dressing meer geaccepteerd. Al in de Oudheid, waar toneel bij de oude Grieken en de Romeinen erg populair was. Vrouwen mochten niet optreden en mannen speelden alle rollen. Bij de Romeinen kwamen vrouwen later wel op toneel, vooral als danseres of mimespeelster, maar voor de christelijke kerk stond dat ongeveer gelijk aan prostitutie.

In het Engeland van de Renaissance (14e tot 16e eeuw) beleefde theater een heropleving. Maar nog steeds stonden er alleen mannen op het toneel. Shakespeare (1564 – 1616) schreef zijn stukken in de tijd dat mannen ook vrouwenrollen speelden. Hij maakte daar elegant gebruik van om de genderverwarring te vergroten, in As you like it bijvoorbeeld. (Leestip: John Irving, In een man.)

Grote Franse theaterschrijvers zoals Racine en Molière, konden honderd jaar later vrouwenrollen schrijven die wel gespeeld werden door vrouwen. En je had de Commedia dell’arte, in Italië vanaf de 16e eeuw waar vrouwen de meeste vrouwenrollen vertolkten. Hoewel oudere vrouwen nog vooral door mannen gespeeld werden.

Vogue

De Franse actrice Sarah Bernhardt (1844 – 1923) speelde graag mannenrollen. In haar tijd zag je vaker vrouwen in mannenkleren. Denk aan Marlène Dietrich en Colette, in 2018 nog verfilmd met Keira Knightley als de schrijfster in mannenpakken. Gedurfd misschien, maar in het theater vond toen bijna niemand cross-dressing een probleem, zolang dat beperkt bleef tot het toneel. In Engeland en de VS spraken ze over female and male impersonators, in Duitsland, Damenimitatoren (de mannelijke cross-dressers dan) en in Frankrijk heette het, ‘en travesti’.

De traditionele mannenmaatschappij had er vaak moeite mee. Ze accepteerde dat vrouwen zich als mannen verkleedden als de uitvoering daarom vroeg, maar voor (de dominante) mannen werd het gezien als een stap naar beneden om je als vrouw te kleden. Dat kon vaak hooguit in een platte komedie.

In de jaren 20 was er niet alleen Parijs, maar ook in Berlijn en New York relatieve vrijheid voor lhbt’ers en voor drag. De ballroom-cultuur in New York bijvoorbeeld, een underground lhbt-scene die in hun competities met dans, vogue en pose poogden te imponeren. Madonna verwijst ernaar in haar nummer Vogue. En op Netflix is er nu de serie Pose.  

Met de nazi’s kwam aan die vrijheid op vele plekken een eind. Hoewel je later in Parijs nog wel dragclubs had, zoals die van Madame Arthur met transgender Coccinelle (1931 – 2006). Ze debuteerde er in 1953 en ze speelde later in verschillende films.

Je kunt vast ook een lijntje trekken naar het Nederlandse toneel, cabaret en satire waarin mannen vrouwenrollen spelen (Paul Haenen, Koot en Bie, Joop Admiraal, Paul de Leeuw). Hun dames zijn vaak bekende Nederlanders geworden, soms net zo beroemd als de vertolkers van die rollen. 

Travestie

Volgens Wikipedia kwam het woord drag op rond 1870. En zou het oorspronkelijk iets te maken hebben met slepen (to drag) van jurken over het toneel. Of misschien klopt het inderdaad, zoals ik op de expositie in Apeldoorn leer, dat drag staat voor dressed ressembling a girl.

Een beetje raar overigens voor een drag king, die op de expositie en ook in de media minder aandacht krijgen. Maar goed, drag, wie realiseert zich nog precies wat het woord misschien betekende? Zoals zo vaak evolueert betekenis. Vroeger was er ook geen onderscheid tussen travestie en drag.

Bijvoorbeeld in de jaren van The Jewel Box Revue. Dat was een rondreizende dragshow (allemaal mannen, een enkele vrouw) die drag terug in de Amerikaanse theaters wilde brengen. Opgericht in 1939, een tijd dat homoseksuele mensen vaak werden gezien als afwijkend en pervers. Om geaccepteerd te worden, werd het erg theatraal gemaakt, over de top. Dan kon het, want was het immers allemaal maar spel. Misschien hebben zij daarmee drag wel de betekenis gegeven van nu.

Bij andere dragoptredens viel de politie soms binnen. Bij mannelijke bezoekers werden dan kledingstukken geteld, ze moesten minstens vijf mannelijke kledingstukken dragen.

Er werd bij die optredens aanvankelijk wel live gezongen, maar later kwam de lip-sync op, playback. Dat was goedkoper. Die lip-sync hoort nu helemaal in de dragscene. Drags worden vaak gezien als showgirls en entertainers. Ze doen optredens waarbij ze bijvoorbeeld Lady Gaga op toneel zetten.  

Dan heb je nog Les Ballets Trockadero de Monte Carlo, waar een groep van ballerino’s in tutu’s en op spitzen (en travesti) klassieke vrouwenrollen parodiëren. En je had Andy Warhol, waarvan een aantal reproducties in het Coda te zien zijn. In zijn circle liepen zestig jaar geleden trans personen en drag queens rond, zoals Candy Darling en Holly Woodlawn.

Tot de jaren 60 werd er weinig onderscheid gemaakt tussen drag en travestie. Maar daarna kreeg een heteroseksuele man die graag vrouwenkleding droeg het stempel travestiet. Een drag queen was vanaf toen een (homoseksuele) man die gekleed ging in uitbundige vrouwenkleding. En zo optrad. Dat was ook zeker geen transgender die zich al van jongs af aan vrouw of man voelt, anders dan het geboortegeslacht. En onafhankelijk van seksuele identiteit: homo, bi of hetero.

Drag queens zijn nu meestal professionals die performances doen op podia. Ze zijn zichtbaar in de media, in RuPaul’s Drag Race, met Jennifer Hopelezz, Dolly Bellefleur, Conchita Wurst, Lady Galore. En ze geven altijd veel aandacht aan uiterlijk, gedrag, make-up en hun optredens.

Een drag queen vraagt zich bijvoorbeeld af: hoe loop je zo natuurlijk mogelijk op stiletto’s van twaalf centimeter? Hoe breng je de mooiste flamboyante make-up aan? En hoe glans en glitter je op toneel? En dat doen ze dan, prachtig!

Ik heb de foto’s gemaakt in Coda Apeldoorn.

De Nana’s van Niki

Leestijd: 5 minuten

Twee jaar geleden was er een expositie van Jean Tinguely, Machinespektakel, in het Stedelijk Museum te zien. Maar ik vind de kunstwerken van zijn vrouw, Niki de Saint Phalle, veel interessanter. Dansende, rondborstige, veelkleurige vrouwenfiguren. Het is vrolijk, energiek, bruisend. En de Nana’s – zo heten ze – maken je blij.

Ik weet nog dat ik een gevleugelde Nana op het treinstation van Zürich zag, een jaar of zeven geleden. Elf meter groot en 1.200 kilo zwaar. Ik fotografeerde het kunstwerk dat hoog boven de reizigers hing uit alle hoeken, als ‘l’ange protecteur’, een schutsengel voor de treinreizigers. En ik verbaasde me erover dat niemand op dat drukke treinstation een blik omhoog wierp. Want wat een bijzonder kunstwerk hing daar! Haar Nana power raakte me direct, maar van de maker wist ik niets.

Venus van Willendorf

De bio dan, kort. Niki de Saint Phalle werd geboren in Frankrijk als dochter van een Franse vader en een Amerikaanse moeder. Toen ze drie jaar oud was, verhuisde het gezin naar New York. Ze raakte getraumatiseerd als gevolg van seksueel misbruik door haar vader vanaf haar elfde. Later verwerkte ze deze ervaring in haar surrealistische film Daddy en in andere kunstwerken. Haar ouders brachten haar onder in een klooster.

Ze trouwde als 19-jarige met schrijver Harry Mathews, een jeugdvriend, en ze verhuisden naar Europa (Parijs) om daar te wonen en te werken. Ze kregen twee kinderen: Laura, in 1951, en Phillip, in 1955. In 1953, na een ziekenhuisopname vanwege een zenuwinzinking, begon ze te schilderen. Als een soort van therapie. Later verliet ze het gezin en ze startte een samenwerking met de Zwitserse kunstenaar Tinguely. Ze maakten samen fonteinen, zoals de Stravinsky-fontein bij het Pompidou-museum in Parijs, en ze trouwden in 1971.

Vanaf halverwege de jaren zestig, hippietijd, kwamen de Nana’s. Oervrouwen. Zo maakte ze in 1966 voor het museum in Stockholm een ruim 23 meter grote Nana: Hon (Zij in het Zweeds). Liggend met de benen gespreid. Bezoekers konden erin gaan via de vagina.

“De eerste Nana, in zachte aardkleuren, doet me denken aan de Venus van Willendorf”, zegt Cathelijne Broers, directeur van de Hermitage in Amsterdam. Ze loopt voor het tv-programma ‘Nu te zien!’ door de expositie in Den Haag, in Beelden aan Zee. Het beeldje, vol van vruchtbaarheidssymboliek, de oermoeder van 20.000 jaar geleden, werd gevonden in Oostenrijk.

En inderdaad, het lijkt wel op zo’n Nana. Of andersom: Nana lijkt op deze Venus. Maar Broers vertelt dat De Saint Phalle zich liet inspireren door een zwangere vriendin. “Billen en borsten in kleurrijke badpakken en altijd een klein hoofdje. Ze noemde ze Nana’s naar het koosnaampje dat ze gebruikte voor haar Amerikaanse gouvernante, een powervrouw in haar leven.”

Tragiek achter de beelden

Voordat ze aan haar Nana’s begon, waren haar kunstwerken veel minder vrolijk. Een trieste bruid met een zware last op haar schouder, waarmee ze ageert tegen de gevangenis van het huwelijk voor vrouwen. Maar ook de Nana’s geven soms grimmig commentaar. Zoals de gouden Nana op een blauw paard, als De Dood met een zeis in de handen, en omringd door afgehakte lichaamsdelen.

Later liep ze een polyestervergiftiging op, door de beelden die ze maakte. Dat vertaalde ze in een soort van skinny sculptures, vertelt Broers. Niet zoals de extreem magere figuren van Giacometti, maar kunstwerken met veel lucht. Want lucht krijgen was nu een probleem.

Weet je iets over haar leven, dan kijk je anders naar zo’n expositie. Dan zie je de tragiek achter de beelden, kun je de power van de Nana’s beter plaatsen misschien.

Het is een ode aan de vrouwelijkheid, jubelt een bericht op de site van het museum. ‘De beeldhouwer heeft met haar Nana een iconisch vrouwbeeld geschapen. Zelfbewust en onafhankelijk dragen de Nana’s een actuele boodschap uit.’ Dat was denk ik ook wat Niki de Saint Phalle wilde, Nana’s als symbool voor de vrouwenemancipatie. Beelden aan Zee verwijst naar ‘het eeuwige debat over de verhouding tussen man en vrouw’ en de #MeToo-beweging. Met haar zwartgekleurde Nana’s maakte ze bovendien een statement in de tijd van de Amerikaanse Civil Rights Movement.

Je kunt je afvragen of de boodschap er niet te dik bovenop ligt, over de top, of dat de kleurrijke beesten en fonteinen, en de merchandise, afbreuk doen aan de kunst. Aan de boodschap van de Nana’s. Ik weet het niet. Het zijn voor mij toch vooral die vrouwenfiguren die spreken, dat verandert niet.

Boze vrouw

Ik kijk in het museum naar de documentaire over haar leven, ‘Niki de Saint Phalle aan Zee’ (26 minuten). Die begint met een schietende kunstenaar. Ze maakte zo ooit kunstwerken waarbij ze verfpatronen uiteen liet spatten op een sculptuur. ‘Ik was een boze vrouw’, zegt ze daarover. “Boos op mannen en hun macht. Ik voelde dat zij me hadden beroofd van de vrije ruimte waarin ik mezelf kon ontwikkelen. Ik wilde hun wereld veroveren, mijn eigen geld verdienen. Boos op mijn ouders, die mij naar mijn gevoel hadden opgevoed voor de huwelijksmarkt. Ik wilde ze laten zien dat ik iemand was, dat ik bestond en dat mijn stem en mijn schreeuw van protest als vrouw belangrijk waren. Ik was klaar om te doden.” Dit zei ze volgens Het Parool in 1999.

Voor deze documentaire praat Joost Bergman, conservator van Beelden aan Zee, met kleindochter Bloum Cardenas. Ze doen dat in het beeldenpark in Toscane, Le Jardin des Tarots. Een park dat Niki de Saint Phalle vanaf de jaren 80 creëerde naar het voorbeeld van Gaudi’s Parc Güell. Daar wil ik heen.

Haar dromen

Aan deze kleindochter stuurde Niki de Saint Phalle toen ze 61 was een brief waarin ze haar tragische jeugd en het seksueel misbruik beschreef. Daaruit bleek dat haar vader ‘een minnares’ van haar wilde maken. Volgens de brief ging het direct al mis omdat ze als kind de schuld kreeg van de armoede waarin de familie terecht kwam in de crisisjaren. En vader is moeder ontrouw met vriendinnen en Niki’s gouvernante. Die moeder draagt haar op ‘een rijke en respectabele man te trouwen’ en is ook nog antisemitisch.

‘Ons huis was geen thuis van liefde en geluk’, schrijft oma haar kleindochter, nogal een understatement. En daarna, ‘toen ik borsten begon te krijgen’, werd ze vaders object van lust en verlangen. Ze haatte hem.

De brief eindigt positief. Niki de Saint Phalle heeft geprobeerd af te rekenen met het incestverleden en adviseert haar kleindochter niet op te geven. Zoals ze zelf heeft gedaan. Ze werd een kunstenaar die veel van haar dromen kon waarmaken. En die bovendien prachtige en emotionerende kunstwerken heeft gemaakt.

Woest en bijster

Leestijd: < 1 minuut

Fietsend van landschapskunst naar locatiespel
Heel woest en erg bijster
Stuit ik op een briefje in het bos
‘Kun je je nog verwonderen?’
Vraagt een boom
Over oranje sinaasappelpoëzie in het groen
Een zilveren tol in een dorpse koepel

Bij de Franse Kamp dansen spelers
Met Down, met bravoure
Ze verhalen over grenzen
oorlog en strijd
Normaal, roepen ze
Strijd is blijkbaar normaal
Maar kan het niet anders?

Elders in het bos
Volg ik een edelvrouw in een tijdmachine
Tweehonderd jaar terug
Barones tegen boeren
Strijd tussen klassen
Dan pakt een boer haar hand

Kun je je nog verwonderen?
Over grens, tegenstelling, verschil
Hoe mooi overbruggen is
Over concurrentie en strijd
Hoe niet normaal oorlog is
Voel dan het ritme van de wind
Luister naar de melodie van regendruppels

In Bennekom werd eind oktober 2018 een kunst- en theaterfestival georganiseerd. Onder de naam: Woest en Bijster. Landschapskunst en locatietheater in de bossen tussen Wageningen en Bennekom.

Meedansen met Lara

Leestijd: 4 minutenLara die afgewend in de doucheruimte staat, met tranen in haar ogen naar de ballerina’s op het podium kijkt, een blik werpt in de kamer waar de andere meiden slapen, nerveus met haar handen beweegt. De flirt waarbij ze angstvallig haar lichaam afdekt, de manier waarop ze dat lichaam wil wegstoppen. De verlegenheid, ongeloof, het ongeduld, de boosheid, inspanning, verdriet en trots. En de zekerheid over wat ze wil: vrouw zijn als iedere andere vrouw, meisje met de andere meisjes, dansen zoals een ballerina en dat iedereen haar ziet zoals ze zich toont. Als vrouw. Dat is haar grote wens.

Ik vond het een prachtige film. Intussen had ik al zoveel over ‘Girl’ gelezen en gehoord toen die hier eindelijk te zien was, dat het me lastig leek om onbevangen te kijken. Maar ik werd toch meegesleept, danste als het ware mee.

Goed, de genderstereotypering over mannelijkheid en vrouwelijkheid, met alle druk die dat op mannen en vrouwen geeft, en de binaire blik op mannen en vrouwen, dat blijft ook na deze film wel een strijdpunt. Je kunt je verder afvragen of het idee dat je ‘geboren wordt in het verkeerde lichaam’ wel voldoende geproblematiseerd wordt. Niet door Lara zelf in elk geval.

Maar ik herken me niet in de kritiek dat dit verhaal een verkeerd beeld geeft van die heel diverse groep van transgenders – kan dat wel? De film geeft een mooi beeld van één transgender persoon. Er zijn niet al de verschillende tinten in gendergevoelens en lichaamsbeleving, en ik zie in het verhaal niet hét verhaal, maar een verhaal. Dat is in grote lijnen het verhaal van Nora Monsecour die in 2009 op de Koninklijke Balletschool Antwerpen de overstap wilde maken van de jongens- naar de meisjesklas.

Er wordt werkelijk fantastisch geacteerd, door Victor Polster. Met de camera dicht op deze hoofdpersoon. Lara zegt misschien niet zoveel met woorden, maar alles met haar gezicht, gebaren en emoties. Dan vraag je je geregeld af wat er in haar hoofd gebeurt.

Spitzen

Haar inspanning en wil om vrouw te zijn loopt gelijk op met haar inspanning en wil om ballerina te zijn. Op spitzen te staan. Dan moet je weten dat ik ook op ballet zit en twee keer per week aan de barre sta. Samen met vier, vijf mededanseressen. Wel anders dan Lara, want ik dans niet in balletpakje, maar in een zwarte maillot en een strak T-shirt. Toch identificeer ik me daardoor waarschijnlijk meer nog met haar dan de gemiddelde bioscoopbezoeker. Ik voel me gelukkig aan de barre, voor de spiegel, en ik denk haar dubbele verlangen – vrouw en ballerina te willen zijn – te begrijpen. Ik ben dan niet binair, maar non-binair.

Misschien is het wel die danssetting die het voor me doet, ik weet het niet. Dan kun je er haast niet omheen dat je in de film naar het lichaam kijkt, want ballet is heel fysiek. Maar het spreekt me zeer aan.

De pliés, pas de bourrees en relevés doe ik ook wekelijks, en dat valt lang niet altijd mee. Hard werken. Ik moet steeds opnieuw bedenken hoe ik mijn armen in een mooie port de bras houd, mijn benen voldoende uitdraai in de vijfde positie, een goede balans vind – denk aan je centrum! – of een pas de chat aanleer. Tombé, pas de bourree, glissade, piqué. En rond de jambe, sisonne en dan een pirouette op de voorvoet. Focus houden.

Wanneer ben je vrouw

‘De haarextensions die hij droeg, heeft hij de hele draaiperiode ingehouden’, zegt regisseur Lukas Dhont over acteur Victor Polster. ‘Hij is écht een meisje voor ons geworden.’ Dat vind ik innemend. ‘Een film op verliefd op te worden’, schrijft Hugo Emmerzael in De Filmkrant. Ik kan daar alleen maar mee instemmen.

Ik zie dan het beeld in de film voor me dat Lara wordt gevraagd of ze een jongen of een meisje wil zijn. Je ziet haar denken: wat een stomme vraag! Je ziet haar dat echt denken. De manier waarop ze reageert is super. Maar dat is ze nog niet, vindt ze zelf. Ook al probeert een dokter haar daarvan te overtuigen: ‘ik zie een vrouw’. Het komt niet aan bij Lara. Voor haarzelf is ze dat nog niet zolang haar lichaam niet is aangepast.

Daar ligt een gevoelig en essentieel punt, wanneer ben je vrouw? Het zou goed zijn als een cisgenderfilmkijker bedenkt: ja, ik zie ook een vrouw. Ondanks de ontkenning van Lara. Overbodige vraag.

Zo stelt de film eigenlijk impliciet die vraag: wanneer ben je vrouw? Zit dat in je lichaam, in je geest (dualisme van Descartes) of in de onverbrekelijke combinatie van beide? Voor Lara, die wil dansen, is het vooral het lichaam. Kijk je niet verder dan haar point of view, dan denk je: nee! Ik hoop dat de kijker na deze empathische film zelf een genuanceerder antwoord kan bedenken. En ik denk eigenlijk dat de regisseur dit heel goed doet.

Zelfverzekerd

Het is een emotioneel moment en er breekt iets als haar klasgenootjes haar uitdagen om haar geslachtsdeel te laten zien. Dat is vreselijk! En deze scene is misschien juist zo goed omdat je dat zelf ook ervaart en voelt. Of misschien moet ik voor mezelf spreken: ik voelde de verschrikking van dat moment.

Mooi is de liefde, steun en zorg van de vader. En ook voor de dokters die doen wat ze kunnen – ‘Lara, denk nu niet teveel aan je lichaam’ – heb ik begrip. Een advies dat vanzelf niet aankomt. Een film met transgender als thema moet een gok zijn voor een regisseur, met een kritische community en een strijdbaar transactivisme. Dhont had in de film ook kunnen kiezen voor de buitenkant: de ontbrekende acceptatie van de omgeving. Maar hij richt zich door dat conflict (bijna) te vermijden juist op de binnenkant.

Dan wil je weten, omdat je je betrokken voelt, hoe het verder gaat met haar. Er is dan ook een soort van loutering als Lara, aan het einde van de film, een paar jaar later, zelfverzekerd op straat loopt. Mooi einde! Echt mooi!

Met Hannigan in de hemel

Leestijd: 2 minutenIntens, intensief en, zo lijkt het, intuïtief. Blote voeten, handen voor haar mond, zuchtend, roepend, zingend. Zo staat Barbara Hannigan in het grote auditorium van het Calouste Gulbenkian. In Lissabon. Ze brengt een modern-klassieke compositie van avant-gardist en saxofonist John Zorn.

Het stuk heet Jumalattaret. Proef dat woord, Jumalattaret! Zet de klemtoon vooraan. Jú. Júmalattaret. Fins, schijnt het. Godinnen, betekent het. Zorn liet zich inspireren door de Kalevala, een verzameling eeuwenoude verhalen die in 1835 zijn opgetekend. Ik associeer het met het koude noorden. Hoog, zoals de stem van Hannigan. IJl, zoals de begeleiding van de piano. Complex, zoals de compositie. Intrigerend, zoals de hele voordracht. En onbereikbaar ver, want weg zodra de klanken zijn weggestorven.

John Zorn zit in de zaal, Barbara Hannigan staat op het podium en Stephen Gosling zit achter de piano. Achthonderd mensen zijn muisstil. Ze zijn gegrepen. Gepakt. Opgeslokt. Ze zijn in het moment, in een prachtig moment. Het is een schitterend geluk. Achthonderd mensen voelen zich opgetild, als mijn gevoel te extrapoleren valt. Dan zijn ze net zo gebiologeerd, geborgen, gezegend, gelukkig. Verzaligd als dat een woord is. Verzield. Gehannigand. Gezornd. In aanbidding van de godinnen.

Stel je voor, je bent in Lissabon, en hoort dat je gratis naar een concert kunt. Een première van een sopraan die je bewondert. Oké, je moet Lissabon met een dag verlengen, je moet een kaartje bemachtigen en je bent weer buiten voor je binnen bent, want het concert duurt nog geen half uur. Je staat langer in de rij voor een kaartje dan dat je straks in de zaal zit.

Maar wat zou het? Voor de fameuze Belém-gebakjes, drie happen, is de wachttijd twee uur. Voor een blik in Lello’s, de beroemde boekenwinkel van Porto, maximaal een kwartier, sta je drie uur in de rij. Wil je naar het openbare openluchtoptreden van het Nationaal Ballet van Portugal, zorg dan dat je lang tevoren een stoel vindt. En blijf zitten.

Júmalattaret. Julia, Judith, Juliette, dat zouden godinnennamen kunnen zijn. Het stuk is als een boek vol emotie. Verdriet ligt in Hannigans zucht en vreugde in haar zang. Vrees en verlangen vechten met elkaar. Adoratie en aanbidding. Ze voelt met haar voeten, met haar hele lichaam en ze brengt dat gevoel naar de zaal. Godinnelijk! Ik voel me gelukkig. Zolang het concert duurt en nog lang daarna, voel ik me gelukkig.

In het middelpunt van Europa

Leestijd: 5 minuten“Zit je nu Duits te leren”, vraag ik aan het meisje naast mij. Ze leest aantekeningen met werkwoordsvervoegingen. Ja, soms zijn mijn vragen geniaal (;-)). We zitten in de trein van Praag naar Olomouc en ik worstel me, toevallig, door een Duitstalige biografie over Lou Salomé. Een boek dat meer gaat over haar relaties met mannen – filosoof Friedrich Nietzsche, publicist Paul Rée en de in Moravië geboren Sigmund Freud – dan over de in Rusland geboren psychoanaliste zelf. Het meisje studeert in Olomouc en heeft morgen examen, vertelt ze. Ja, Duits is moeilijk, en ze moet nog een paar jaar. Maar ik denk dat ze deze biografie vlotter zou lezen dan ik.

Olomouc is een stad in Moravië, ruim 200 kilometer oostelijk van Praag. Het heeft de sfeer van een provincieplaats, zeker in vergelijking met Praag. Het Deventer van Tsjechië zeg maar, of Wageningen.

Heel wat anders dan Praag in elk geval. Dat moet je vergelijken met Amsterdam, Parijs, Rome, Barcelona. Heel veel toeristen in het centrum van de stad die bij elkaar lijken te kruipen rond de highlights. In Praag is dat de Karelsbrug over de Vltava-rivier, het grote stadsplein in de oude stad, de Praagse Burcht (een complex van kastelen, kerken en musea), de Joodse begraafplaats en het museum over Mucha.

Ik ben over de Karelsbrug gelopen, slingerend tussen de drommen fotograferende toeristen. Ja, en ik ben ook naar dat museum gegaan. Alfons Mucha is net als Franz Kafka een Tsjechisch symbool. Wat Vincent van Gogh is voor Nederland. Mucha ging naar Parijs en maakte er vanaf 1894 veel posters voor het theater van de beroemde actrice Sarah Bernhardt. Prachtige vrouwen in mooie poses. Art nouveau. Ik vind het mooi, de posters, maar het museum is klein, druk en teveel op toeristen gericht die er in een halfuurtje doorheen snellen.

Mooie stad hoor, Praag. Architectuur, sfeer, een rivier, uitgaansleven en veel musea. En bovendien ligt Praag in het middelpunt van Europa en heeft het een compact centrum en goedkoop bier. Dat trekt een hoop mensen. Massatoerisme.

In de Praagse Burcht, met uitzicht op de stad, wil een groep Spaanse mannen een foto maken. Een van hen gaat binnenkort trouwen en viert nog even zijn vrijgezellenstatus. Met liters bier, schat ik. Ik schiet een paar foto’s op de smartphone van een van hen. Een kwartiertje later ontdek ik een rustig straatje dat me van de hogergelegen burcht terugvoert naar de stad. Bijna alle toeristen drommen de trappen af in plaats van het straatje. Voor me uit lopen slechts een paar nonnen.

Zware pijen

Praag ligt middenin Bohemen. Volgens de legende voelde prinses Libuse dat hier een stad zou komen. Ze trouwde met een boerenjongen en stichtte de dynastie van de Premysliden, zo’n familie van koningen die jarenlang over het land heerst. Tot ongeveer 1300. Karel IV, naamgever van ongeveer de beroemdste brug ter wereld, wordt in 1347 koning van Bohemen en later ook nog benoemd tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Het was een bijzondere eer, geloof ik, als de Paus je kroonde als keizer van dat grote politieke verband van staatjes in een gebied dat liep van Nederland tot Midden-Italië.

Karel trouwde met de 13-jarige Blanche van Valois, de zus van Filips VI die koning van Frankrijk zou worden. Een kindhuwelijk zou je denken, maar Karel zelf was ook net 13. Kinderenhuwelijk. Kinderen van 13 hadden toen een andere status. Klein uitgevallen volwassenen, als je ook de schilderijen uit de middeleeuwen ziet.

Karel IV liet Bohemen bloeien en maakte van Praag een belangrijke hoofdstad. Ik stel me dat voor als een stad met handel, een stad die groeide, waar kerken werden gebouwd en pleinen. En waar machtige mensen rondliepen in mooie kostuums in prachtige paleizen.

Ook in Bohemen kwam er net als een goede honderd kilometer noordwestelijker, waar Luther in Leipzig kritiek uitte, verzet tegen het machtsmisbruik van de katholieke kerk. Hier was dat Jan Hus met zijn Hussieten. Hus stierf in 1415 op de brandstapel, maar de twisten bleven. En veel mensen werden later protestant.

De contrareformatie, vanaf ongeveer 1620, was zo heftig dat de protestanten op de vlucht sloegen. In Tsjechië is nu het katholicisme het grootst (ongeveer een kwart van de bevolking), maar veruit de meeste Tsjechen rekenen zich niet tot een religieuze groep. Er staan mooie, grote kerken. In Olomouc zijn verschillende kloosters en ik zie ook veel monniken in zware pijen lopen. Maar een oud klooster waar ik heenloop, net buiten de stad, is kortgeleden omgevormd tot een ziekenhuis.

Charta 77

Het verhaal over de politiek is zoals zo vaak het masculiene verhaal van moord oorlog. De ontmanteling van het Oostenrijks-Hongaarse rijk na de Eerste Wereldoorlog, de republiek Tsjechoslowakije, de inval van de Duitsers in Sudetenland in 1938 en een half jaar later in heel Tsjechië.

Dan is er de moord op nazi-leider Reinhard Heydrich in Praag, de moord waarover de Franse schrijver Laurent Binet dat bijzondere boek Hhhh over schreef. Verder de onderdrukking in de stalinistische staat en de Praagse lente in 1968. Ik lees erover op een terrasje met een halve liter bier voor me, en zie soms standbeelden, herdenkingstekens of straatnamen die aan de grote gebeurtenissen herinneren.

Charta 77 ken ik vaag, maar hoe zat het ook weer? Toen de Russen de Praagse lente ruw braken en de oppositie muilkorfden, waren de dissidenten even stil, maar niet weg. Gesteund door de Helsinki-akkoorden over de mensenrechten ondertekenden een paar duizend kunstenaars en intellectuelen een manifest dat die Helsinki-waarden onderstreepte. Dat was Charta 77. Die ondertekenaars werden vaak vervolgd of verbannen, maar één ervan, Vaclav Havel, sprak het volk toe na de fluwelen revolutie in 1989. Hij werd staatshoofd.

Meer aan de zijlijn van de grote geschiedenis is er de defenestratie, aanpak van politieke tegenstanders die bijna traditie leek te worden. Ze werden het raam uitgegooid. Of het verhaal van een rabbijn uit de 16e eeuw, bevriend met de astronoom Tycho Brahe, die een beeld van klei, de golem, tot leven zou hebben gewekt. Praag was sowieso een centrum van magie en alchemie. Of Karel Capek die in het begin van de 20e eeuw het woord ‘robot’ voor het eerst gebruikte. Wat zou die opkijken als hij 80 jaar na zijn dood weer even tot leven zou komen en onze gedigitaliseerde wereld zou zien.

En dan het verhaal van de Roma en de marginalisatie en discriminatie van deze mensen. Is er een lijn te trekken naar het vluchtelingenbeleid van het land? Tsjechië heeft net als Hongarije, Slowakije en Polen de grenzen gesloten voor vluchtelingen, doof voor de EU-oproep om deel te nemen aan de opvang van mensen die vluchten voor oorlog en onderdrukking.

Janácek

Terug in Nederland lees ik Milan Kundera, ook een dissident, en een migrant. Hij vluchtte naar Parijs en schreef veel van zijn mooiste boeken in het Frans. Het boek Verraden testamenten gaat over kunst en literatuur, Musil bijvoorbeeld. En vooral over Janácek die hij als de grootste Tsjechische componist beschouwt. Groter dan Dvorak, Smetana en Martinu. Het probleem van Janácek was dat hij in Brno woonde, honderd kilometer onder Olomouc en ook een provinciestadje, zeker vergeleken met Praag. Janácek schreef vernieuwende opera’s en fantastische pianomuziek, maar ze werden niet gehoord. Of niet begrepen.

Ik bezoek het huis in Brno waar hij leefde, nu een museum. Na een treinreis vanuit Olomouc die wat langer duurt dan normaal omdat er aan het spoor wordt gewerkt. Als ik bij het museum kom, is het nog dicht. Een halfuurtje later ben ik de eerste bezoeker van de dag, net voordat er een groep van zeker twintig Japanse toeristen komt. Voordat die oosterse invasie plaatsvindt, wijst de suppoost me de weg. “Als je dit allemaal gezien hebt, kan ik een dvd starten over Janácek”, zegt ze. Ik zie de mooie documentaire, een Duitse productie van ruim een uur, helemaal uit, terwijl de Japanners na tien minuten vertrekken.

Het is een van de hoogtepunten van mijn korte Tsjechiëreis. Net als de uitvoering van het Nationaal Tsjechisch Ballet op mijn laatste avond in Praag. Choreografieën van de dansers zelf, soms uitermate klassiek en op spitzen en soms heel modern en bijna urban. Ze hebben muziek gebruikt van barok tot Bowie. Ik vind het prachtig.

Een selectie van mijn foto’s staat hier.