Categoriearchief: persoonlijk

De tanker ligt stil

Leestijd: 7 minuten

Lieve Tine

Ik hoor niets anders meer dan corona. Op tv, op straat, in alle grotemensengesprekken, echt allemaal. Wat is dat toch? Ik haat het. We kunnen niet naar school, dans- en muziekles, iedereen is thuis en we mogen niet naar opa en oma. Soms worden mensen boos als je te dichtbij komt. ‘Afstand houden’, grommen ze dan.

Normaal is computeren wel leuk, maar nu is het best vermoeiend, de hele dag voor de laptop. En ook de vakantie gaat niet door. Die quarantaine was eventjes leuk, gezellig puzzelen met z’n allen, mooie tekeningen maken, maar nu vind ik het minder fijn. Papa slaat mama en ik was de hele dag mijn handen.

Ze zeggen dat het leven nooit meer wordt zoals het was. Wat denk jij Tine? Wanneer gaat dit voorbij en wat gaat er dan veranderen?

Lotte

Dag Lotte

Je hebt vast net als ik het boekje van Stine gelezen, Stine Jensen – Lieve Stine, weet jij het? Ze geeft daarin filosofische antwoorden aan kinderen die vragen stellen over geluk, dood, sociale media, jaloezie, vriendschap en keuzes maken.

“Jezelf zijn”, zegt Stine, “betekent eigenlijk dat je dingen doet en zegt die je zelf wilt en niet omdat anderen dat willen.” Dat is wat anders dan niet luisteren of ongehoorzaam zijn, want het gaat erom dat je niet doet alsof. Denk na over wat je echt wilt, waarom je dat wilt en maak je eigen keuzes.

Mooie woorden die voor jouw toekomst ook van belang kunnen zijn. Zo staat er wel meer, maar toen Stine haar boekje schreef, was er nog geen corona in de wereld. Tenminste niet zoals dat virus nu overal lijkt te zijn. Plotseling ziet de wereld er heel anders uit. Net zoals bijvoorbeeld na de Tweede Wereldoorlog, na de val van de Muur in 1989 en na de aanslag op de Twin Towers in New York, 11 september 2001.

“De mammoettanker ligt stil”, zei Marcia Luyten op de radio. Zij is een journalist en ze schrijft een boek over Koningin Máxima. Ze bedoelt dat die mammoettanker onze maatschappij is. Handel, transport, vliegen, werken en produceren, bijna alles maakt even pas op de plaats. Dat doen deels ook de politici die zeggen dat ze klimaat heel belangrijk vinden, maar meestal gewoon blijven doen wat ze altijd deden: vervuilende industrieën en landbouw steunen en ongelijkheden vergroten. Nu is er iets wat voor hen nog meer aandacht vraagt. De rest stopt even.

Maar als die mammoettanker straks weer in beweging komt – dat gebeurt vast, maar we weten niet wanneer – dan zou het geweldig zijn als die de goede kant uitvaart. Nu kunnen we de route bepalen, zegt Marcia Luyten. Nee, sterker nog, nu moeten we de route bepalen. Later is dat waarschijnlijk veel lastiger. Dan varen we door totdat er een te grote ijsberg opdoemt en de tanker schipbreuk leidt en vergaat. Met ons allemaal.

Scenario’s

Oké, nu een moeilijker stuk om iets over verwachtingen te zeggen. Sla maar over als je er niets mee kunt.

Als ze over de toekomst spreken, schetsen mensen scenario’s. Voorspellingen over hoe het zou kunnen worden. Er zijn dan scenario’s die het slechtste laten zien en scenario’s die het beste laten zien. Laten we eerst eens naar dat slechte kijken, want helaas zie je op sommige plekken in de wereld heel vervelende ontwikkelingen. 

Je hebt vast wel van Trump gehoord, iemand die vooral zichzelf op de borst blijft kloppen. Amerika blijft ondanks zijn idiote, seksistische en racistische president toch een democratie met robuuste mechanismen – hoop ik – maar er zijn landen waar mensenrechten nu veel meer gevaar lopen. In ongeveer alle landen zijn burgerlijke vrijheden ingeperkt met het argument dat veiligheid en gezondheid worden bedreigd. Dat we nu binnen moeten blijven en dat het noodtoestand is.

Dat is het ook wel, maar daar kun je op verschillende manieren op reageren. Wij hebben Mark Rutte. Hij is oké, lijkt me, ook omdat hij goed luistert naar wetenschappers. En we hebben natuurlijk Irma, de doventolk. Maar ik ben toch ook wel een beetje jaloers op de Nieuw-Zeelanders die Jacinda Ardern als premier hebben, iemand die de mensen echt aanspreekt.

Maar sommige machthebbers slaan helemaal door. Ze blijven niet bij een tijdelijke sluiting van scholen, concertzalen, festivals, restaurants en overal waar mensen dichtbij elkaar komen. En minder bewegingsvrijheid. Ze gaan mensen traceren, controleren, arresteren. Ze accepteren geen kritiek van media en oppositie, sluiten de grenzen meteen maar voor vluchtelingen en zetten stappen terug in de emancipatie van lhbt’ers. In Hongarije en Polen bijvoorbeeld, en ook in China of Rusland is het lastig. En net zoals Trump brengen presidenten in Brazilië en Wit-Rusland hun bevolking in gevaar door corona te bagatelliseren of mensen verkeerd te informeren.

En bij dit alles ontbreekt het in Europa aan solidariteit. Vooral vanuit ons land, dat behalve dat er allerlei strenge financiële voorwaarden aan Zuid-Europese landen aan de noodhulp worden gesteld, ook nog weigert om haar deel van vluchtelingenkinderen op de Griekse eilanden op te vangen. Ik schaam me er een beetje voor, bij mijn Spaanse vrienden.  

Nu ik het boek van Geert Mak over de afgelopen twintig jaar in Europa lees – Grote verwachtingen – begrijp ik iets meer van de problemen in de Europese Unie. Over verschillen in financieel beleid en de scheiding tussen groepen landen. Ik heb er nu ook niet zoveel vertrouwen meer in of het met de Europese Unie wel goed komt. Het kan na deze coronacrisis zomaar uit elkaar vallen. Hoewel die Europese Unie niet echt goed functioneert en ook een erg duur apparaat is met vaak bedroevend weinig daadkracht, vind ik dat vreselijk jammer!

Dieren

Je zou denken dat het misschien weleens goed is dat die mammoettanker stil ligt en dat we ons bezinnen op de doorgeschoten globalisering. Ik ben blij dat er minder wordt gevlogen en gereisd, dat de lucht schoner is geworden, dat je overal teddyberen ziet, dat mensen elkaar helpen en dat veel kunstenaars zo creatief zijn. Maar die stilstand kan veel werkloosheid, armoede en honger gaan veroorzaken. Dan komt er na de coronapandemie een hongerpandemie. Met nog veel meer doden en ellende.

Iets anders is dat we afstand moeten houden. Anderhalve meter. Vind je vast net zomin leuk als ik dat vind. Een knuffel, een omhelzing, een zoen of simpel contact is nu vaak niet te doen. Dat zal nog wel even zo blijven, maar hopelijk niet te lang. Stel je voor! Dat we de anderen steeds als een mogelijke virusdrager en een bedreiging van onze gezondheid gaan zien? En wat als die sociale afstand dan ook emotionele afstand veroorzaakt? Ik denk het niet, want we blijven toch naar elkaars liefde en aanraking verlangen.

Dat dingen grondig gaan veranderen, lijkt me haast zeker. Yuval Noah Harari, een Israëlische historicus, denkt dat we echt in een kantelmoment zitten. Stel je voor dat dit het begin is van een tijd waarin overheden hun burgers nauwgezet gaan volgen? Mensen krijgen stempels want, zeggen ze, deze persoon is een gevaar voor zichzelf en voor anderen. In veel Aziatische landen, waar mensen sowieso meer vanuit collectief dan vanuit individu denken, schijnen ze zoiets nog best acceptabel te vinden. Maar wij waarderen onze persoonlijke vrijheden. Als dan omwille van gezondheid politici denken dat ze die opzij kunnen zetten, komen we in een hele andere samenleving terecht.

Dan het meer positieve scenario. Daarin zou het kunnen zijn dat mensen zich bescheidener gaan opstellen. We zijn kwetsbaar. We zijn misschien wel eindig. We zijn onderdeel van de natuur en we moeten ons op een goede manier verhouden tot die natuur. Als je die lijnen doortrekt, die van de kwetsbare ecosystemen waar we onderdeel van zijn, dan heeft dat misschien gevolgen voor onze relatie tot de dieren, de vervuiling van bodem, water en lucht en de bedreiging van het klimaat.

We zijn al anders gaan kijken naar veel werk. De mensen die in de zorg werken, zijn nu onze helden die zich dag na dag inzetten voor zieke coronapatiënten. Maar ook de schoonmakers, de vuilnisophalers, de buschauffeurs, postbezorgers en docenten lijken toch veel belangrijker dan de managers en ceo’s die dikke salarissen en grote bonussen krijgen.

Maar ik denk vooral aan de dieren. We fokken ze in enorme aantallen en eten ze massaal. Al die dieren op een hoop kunnen virussen overdragen. Zoönose noemen we de infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Bijvoorbeeld via voedsel of water, direct contact, via teken en muggen of via de lucht, zoals bij de Q-koorts tussen 2007 en 2011. Dit coronavirus (Covid-19) is ook zoiets, maar we weten er nog niet zoveel van.

Hoe dan ook, we leren ervan. We leren ook over de waarde van de wetenschap en over de beste aanpak van zo’n epidemie. Hoewel een volgende epidemie ook best heel anders kan zijn.

Wat nu?

Tot zover de scenario’s. Waar moet straks die mammoettanker nu de boeg naar richten?

Ik zou zeggen dat we moeten blijven werken aan klimaatbeheersing, een andere omgang met dieren en meer productie in de regio, support your locals zoals ze nu roepen. En dat we moeten letten op mensenrechten, waakzaam blijven voor dictatoriale regimes en solidair zijn met minderbedeelden en mensen die gediscrimineerd worden, zoals lhbti’ers in vele landen. Dat we aandacht moeten hebben voor de ongelijkheid in de wereld, de genderongelijkheid en de inkomensongelijkheid, de ongelijkheid in toegang tot zorg en gezonde voeding.

Helemaal nieuw is dat niet. Want dan heb je zo ongeveer de Global Goals die de Verenigde Naties in 2015 afspraken op een rijtje. Mooi!

Het zijn allemaal dingen die misschien nu ver van je af liggen. Want hoe raakt corona je direct? Zieke familieleden, lege scholen en geen sportclub of dansles. Les in handen wassen en in je elleboog niezen. De zorg dat je niet besmet wilt raken of anderen besmetten. Straks ziet de wereld er vast anders uit, maar nu zijn dit belangrijke dingen. Daar blijven we nog wel een tijdje over praten. Jij zit voorlopig nog thuis te computeren.

Fijn dat je af en toe naar buiten kunt. En goed dat je ook anderen kunt vragen: hulp nodig? Aan je moeder bijvoorbeeld. Weet ze al van ‘masker 19’? Dat is in het buitenland, maar waarschijnlijk komt er zo’n codewoord hier binnenkort ook wel.

Is dit een antwoord op je vraag Lotte? En ben je uitgepuzzeld?

Blijf gezond!

Tine

Vier ‘coronafoto’s’ gecombineerd

Gehecht aan de taalochtend

Leestijd: 5 minuten

“We zijn aan elkaar gehecht geraakt”, zegt een van de groepsdeelnemers van het taalclubje. Vijf mensen met een beperking die elke maandagochtend bij elkaar komen om taalpuzzels te doen en woorden te leren. Ze vinden het niet zo fijn als de groep van samenstelling verandert. Ze moeten daar in elk geval erg aan wennen. En ze zijn zeer gehecht aan de taalochtend op maandag. Moeilijk als dat weg zou vallen.

Ik voel zo’n soort hechting ook in de leesclub. Als lezers komen we al twee decennia regelmatig bij elkaar om te praten over de gelezen boeken. Maar eigenlijk is de bespreking van die boeken voor de meeste leesclubleden niet meer dan een excuus. Fijn om onderdeel te zijn van een groepje mensen die je interesse delen en waar je gewaardeerd wordt. Zo ben ik ook gehecht aan het wekelijkse koffieuurtje met de buurvrouw.

Bij hechting denk je misschien vooral aan de genegenheid van een kind voor zijn ouders. Die veiligheid en vertrouwdheid. Het gezin is een uitvalsbasis waarvandaan ze de wereld durven te verkennen, maar altijd weer op kunnen terugvallen.

Zoiets geldt ook voor ‘thuis’, een plek die je eenzelfde soort veiligheid en vertrouwdheid biedt. Normaal gesproken dan, want het kan helemaal verkeerd gaan. Ik las net een artikel over femicide, over mannen die hun vrouw zo’n beetje als bezit zien en haar uiteindelijk doden. Dat is nog maar het topje van de ijsberg van huiselijk geweld.

Hechting, heimwee, verlangen naar veiligheid. Rondom die gevoelens cirkelt deze blog. Geïnspireerd door het taalclubje van mensen met een beperking en de uitspraak die ik er optekende voor een interview voor Digitaalhuis Wageningen.

Casa de la Alegría

Terug naar hechting tussen kinderen en ouders. Daar zijn vele boeken over geschreven. Hoe belangrijk is hechting, een veilig gezin, een band met een liefhebbende vader en moeder voor een kind en wat betekent het als dat ontbreekt?

Ik denk aan ontsporende kinderen, criminaliteit, seksueel misbruik. Ik ben behalve bij het Digitaalhuis ook vrijwilliger bij La Casa de la Alegría, een project in Bolivia waarin kinderen die dat hebben meegemaakt weer op het spoor geholpen worden. Ze hebben moeite met hechting omdat ze in hun korte leven te vaak teleurgesteld zijn door ouders die drinken, slaan, hen verwaarlozen of nog erger dingen doen. Onveilige hechting waardoor ze zich vervolgens bovenmatig aan een vervangende verzorger gaan hechten, een docent misschien of juist heel onverschillig worden. Want, denken ze, ‘het heeft toch allemaal geen zin; ik ben al vaak genoeg teleurgesteld.’

‘Alle kinderen hebben een gehechtheidsrelatie met hun opvoeders, maar onveilig gehechte kinderen krijgen veel vaker te kampen met leer- of relatieproblemen, zijn lastig aanspreekbaar en ontwikkelen een laag gevoel voor eigenwaarde’, lees ik. Precies dat is wat we ook in Bolivia zien bij deze kinderen. Een verstoorde sociaal-emotionele ontwikkeling. Even tussendoor: je kunt amigo worden.

Bindingsangst

De Britse psychiater John Bowlby werd bekend door zijn theorieën over hechting tussen kinderen en hun opvoeders. Van belang volgens hem is de reactie van de moeder en voldoende ondersteuning en respect voor de autonomie van het kind. Ontbreekt dat, dan kunnen leerproblemen ontstaan, problemen met zelfwaardering en eigenwaarde en moeite met aangaan van relaties. Bindingsangst.

Bindingsangst is misschien een zijweggetje in dit artikel. Niet alleen de bindingsangst van de flirt die wegloopt zodra er over een huwelijk wordt gesproken, maar ook die kinderen die al te vaak in de steek zijn gelaten. Bindings- of verlatingsangst, want kun je anderen dan nog wel vertrouwen? Word je zodra je je hecht aan iemand niet opnieuw opzij gezet? Dan is het maar veiliger om de ander af te wijzen voordat die jou kan afwijzen.

Ik heb me afgevraagd of ik zelf last heb van bindingsangst, in relaties. Misschien wel, maar dan speelt er vast ook nog onzekerheid over gender mee. Op het moment dat ik een genderrol moet aannemen die me niet ligt, raak ik in een soort benauwdheid of voel ik een druk waar ik geen antwoord op heb. Ik verdedig me door te zeggen dat ik gehecht ben aan mijn vrijheid en onafhankelijkheid. Maar ik denk niet dat dat het is. Ik weet het eigenlijk wel zeker.  

Amor

Terug van de angst om te hechten naar veilige en onveilige hechting. Die kinderen in Bolivia waar we het over hadden, kunnen hun kinderen later vaak evenmin een veilige hechting bieden. Een vicieuze cirkel die niet eenvoudig doorbroken kan worden. In Nederland komen hechtingsproblemen ook voor, maar in het armere, machistische en minder-ontwikkelde Bolivia lijkt het veel ernstiger. La Casa de la Alegría doet in Cochabamba een flinke poging om er iets aan te doen en de vicieuze cirkel te doorbreken zodat kinderen meer zelfvertrouwen en eigenwaarde krijgen. En opdat ze dat weer doorgeven aan hun kinderen later.  

Bij filosoof Peter Venmans in een essayboek over Amor Mundi, liefde voor de wereld, lees ik dat je om een sterk en zelfbewust individu te worden, in een liefdevolle omgeving opgegroeid moet zijn en dat je in een groep moet leven waar mensen elkaar hartelijk en respectvol bejegenen. Venmans haalt graag Hannah Arendt aan, maar bespreekt ook de Amerikaanse schrijfster-denker Ayn Rand. Voor Rand stond het zelfbewuste individu op de top van de berg, maar dat was vooral iemand die genoeg aan zichzelf had. Liefde voor de wereld en liefde voor de ander waren voor haar verdacht.

Maar ik denk dat liefde voor de ander en een veilige hechting basisbehoeften zijn. En dat zoals Venmans schrijft om een liefdevolle omgeving en hartelijke groep vraagt. Ook al moet je de mensen soms loslaten en je aan de plek niet vastplakken. Kun je dan terwijl je loslaat misschien heimwee voelen naar die mensen, en naar die plek? Is dat goed?

Oké, zo komen we ten slotte bij heimwee, een gevoel in je lichaam dat verwant is aan hechting. Als kind voelde ik de pijn in mijn buik omdat ik naar huis wilde. Het verlangen naar de veiligheid van thuis, de liefde van je ouders, de warmte van hun aandacht. Heimwee heeft misschien vooral op een plek betrekking, maar je gevoel over die plek staat denk ik meestal niet los van de mensen daar.   

Heimwee, heb ik net geleerd van Annie van Gansewinkel, hoeft toch echt niet altijd naar huis te zijn, want je kunt ook naar elders verlangen. Naar zee, naar plekken die je rust geven, waar je je prettig voelt en thuis, naar plekken waar het goed is. Bij kinderen voor wie thuis niet altijd zo fijn is, kan ik me voorstellen dat juist ook een andere plek – een school en een lieve docent bijvoorbeeld – zo’n plek kan worden. Een plek waar je heimwee naar voelt.

Wanneer was ú het gelukkigst?

Leestijd: 4 minuten

Kun je jezelf kennen? Ik betwijfel het. Want wie ben ik? Ben ik mijn gedachten, mijn gevoelens en emoties, mijn verlangens, obsessies, angsten en liefdes, ben ik wat ik doe of ben ik wat ik denk? Misschien helpen de vragen die bekend staan als de Proust Questionnaire.  

Marcel Proust (1871-1922) heeft de vragen niet bedacht. Maar hij was wel een van de bekendste personen die de vragen serieus beantwoordde, wel drie keer in zijn leven. Hij geloofde blijkbaar dat met de antwoorden van zo’n zelfonderzoek je echt iets van jezelf kunt laten zien. De eerste keer dat Proust ervoor ging zitten, deed hij dat op verzoek van een vriendin, Antoinette Faure. Hij schreef zijn antwoorden in haar vriendenboek. Aan het eind van de negentiende eeuw – de tijd van de romantiek – waren dit soort vragenlijsten, lijsten die iets vertelden over voorkeuren en verlangens van vrienden populair.

Ik heb net het vijfde deel van Prousts A la recherche du temps perdu gelezen. Daaruit komt iemand naar voren die worstelt met zichzelf en die ook niet altijd meent wat hij zegt of doet wat hij wil doen. Het valt me soms niet mee, bladzijdenlang te volgen wat er tussen de verteller en zijn omgeving afspeelt. Wat hij voelt en wat zijn emoties met hem doen. Toch ga ik nog twee delen proberen mee te voelen.

De vragen.

  1. Wat is voor u volmaakt geluk? – Me erkend of geliefd te weten. Zorgenvrij te zijn.
  2. Wat is uw grootste angst? – Alleen te staan, niemand met wie ik mijn leven, mijn twijfels, mijn gedachten kan delen.
  3. Met welk historisch figuur vereenzelvigt u zich het meest? – Simone de Beauvoir. Ze was meer denker dan doener. Ze was misschien niet altijd consequent in idealen en het leven volgens die idealen, maar ze probeerde het wel. 
  4. Welke karaktertrek vindt u het meest irritant van uzelf? – Ik ben teveel met mezelf bezig.
  5. Welke karaktertrek vindt u het meest irritant bij anderen? – Als ze teveel met zichzelf bezig zijn, te overtuigd van het eigen gelijk. Arrogantie en betweterigheid vind ik moeilijk.
  6. Welke verleiding kunt u niet weerstaan? – Noten, ijs, wijn, chocolade.
  7. Wat is uw favoriete reis? – Een reis naar nieuwe plekken, nieuwe avonturen, nieuwe ontmoetingen.
  8. Met welk deel van uw uiterlijk bent u het minst tevreden? – Het mannelijk deel.
  9. Welk levend persoon veracht u? – Politici vaak, mensen die liegen om de gunst van de kiezer. Ik kan wel concreter worden, maar de politicus die ik vandaag nog veracht (Trump bijvoorbeeld), is morgen (hopelijk) verleden tijd.  
  10. Waarvan hebt u het meeste spijt? – Dat ik mensen niet altijd het respect, de aandacht en de waardering heb gegeven die ze verdienden.
  11. Wanneer en waar was u het gelukkigst? – Op reis, want daarin beleef ik momenten van liefde, zorgeloosheid, zelfvertrouwen en tevreden rust intenser. 
  12. Wat is uw huidige gemoedstoestand? – Twijfel.
  13. U mag een ding aan uzelf veranderen. Wat zou dat zijn? – Eén ding maar?
  14. Wat is uw grootste prestatie? – Die moet nog komen. Ik blijf dromen van de grootse prestatie. Maar voorlopig heb ik artikelen geschreven waar ik tevreden over ben en foto’s gemaakt waarvoor hetzelfde geldt.
  15. Wat is uw dierbaarste bezit? – De brieven van geliefden zijn onvervangbaar.
  16. Wat is voor u het dieptepunt van ellende? – Machteloos toe te zien hoe iets gruwelijk achteruit gaat of misloopt.
  17. Waar zou u willen wonen? – Middenin de natuur.
  18. Wat is uw meest typerende eigenschap? – Rust en gelijkmoedigheid.
  19. Mijn belangrijkste tekortkoming? – Ongeduld, domheid in relaties soms en toch ook te veel eigendunk en tegelijk, te veel bescheidenheid. Of misschien beter: beschetenheid. Dat zijn er al minstens drie, allemaal even belangrijk.
  20. Welke eigenschap waardeert u het meest in een man? – Dat is nogal binair gedacht, maar ik begrijp waar het vandaan komt. In een man: intelligentie, aandacht, twijfel en ook vrouwelijkheid.
  21. Welke eigenschap waardeert u het meest in een vrouw? – Zie de vorige vraag, en ook aandacht en intelligentie.
  22. Wie zijn uw favoriete auteurs? – Mijn favoriet is vaak degene die ik dan lees. Namen? Hannah Arendt, Virginia Woolf, Friedrich Nietzsche, Siri Hustvedt, Anna Woltz. Nee, Proust is bijzonder, maar staat (voorlopig) niet in dit rijtje.
  23. Wie zijn uw helden? – Dan denk ik aan de Jeanne d’Arcs van nu. Greta Thunberg, Malala, Emma Watson, Alexandra Ocasio-Cortez. Eerder had je Rosa Parks en nu zijn er de vele jonge vrouwen die in MeToo hun stem laten horen tegen misogynie en mannelijke zelfgenoegzaamheid.
  24. Eigenschap die ik waardeer bij mijn vrienden? – Hun aandacht en eerlijkheid.
  25. Mijn favoriete bezigheid? – Prousts antwoord is prachtig. Liefhebben, zei hij. Ook mooi: dansen, dan rusten. Of: bewonderen.
  26. Mijn favoriete kleur? – Ook hier is het antwoord van Proust (de kleur van de ogen van mijn geliefde) onovertrefbaar. Ik houd van rood, goud, maar kleuren zijn vaak mooi in combinatie en harmonie.
  27. Mijn favoriete bloem? – Ik weet te weinig van mooie bloemen om een goed antwoord te geven.
  28. Mijn favoriete literaire held(in)? – Alice, van Alice in Wonderland.
  29. Mijn favoriete componist? – Mompou, Ravel, Debussy. En elke componist die droefheid en sfeer in muziek kan vangen. Ik hoorde laatst een prachtig stuk van Hans Abrahamsen in een uitvoering van Barbara Hannigan.
  30. Mijn favoriete schilder? –  Ik denk vooral aan de impressionisten. 
  31. Mijn favoriete namen? – De namen van de mensen die ik liefheb.
  32. Een karaktertrek die ik zou willen hebben? – Geduld. Ik wil ook meer wijsheid, maar dat is niet altijd karakter.
  33. Een talent dat ik zou willen hebben? – Nog voldoende te wensen: in dans, in muziek en ook het schrijven van een goede roman.
  34. Wanneer zou je liegen? – Als ik zou zeggen dat ik me altijd goed en gelukkig voel.
  35. Wat zeg je te vaak? – “Dat komt morgen wel.”
  36. Hoe zou je willen sterven? – Omgeven door geliefden.
  37. Wat zie je als je in de spiegel kijkt? – Iemand die zich noch man noch vrouw voelt. Mijn sekse misschien niet, maar mijn gender is onbepaald.
  38. Voelde je je ooit ergens thuis? – Ik voel me thuis waar mijn vrienden zijn. Waar ik me gerust en gelukkig voel. Maar het voelt soms ook wel alsof ik thuis kom zodra ik bij vreemden over de drempel stap.
  39. Lijk je nog steeds op wie je vroeger was? – Ja! Nee!
  40. Hoe luidt uw adagium? – Val niet in slaap, maar blijf dromen.

Op reis naar mijn moeder

Leestijd: 2 minuten

“Hoe ben je nu hier gekomen?”, vroeg ze. Sinds ik mijn auto had verkocht, reisde ik met trein en bus. Reizen naar haar duurde wat langer, maar ik vond het plezieriger. In plaats van me te storen aan opdringerige weggebruikers, las ik een boek. Maar de afstand leek gegroeid. Een reis duurde gemakkelijk twee keer zo lang. Voor mijn moeder voelde het alsof ik verder weg was gaan wonen. Ze had me het liefst om de hoek.

Mijn moeder was mijn morele baken. Dat is ze nog steeds. Als ik me afvraag wat te doen, denk ik vaak aan haar. Wat zou ze ervan vinden? Als ik op een buitenlandse reis ben, wil ik haar vertellen over indrukwekkende plekken en leuke ontmoetingen. Toen ze nog leefde, las ze mijn reisverslagen als eerste, ze googelde me regelmatig, ze maakte zich zorgen om mijn uitglijders, ze volgde mijn leven. Ik volgde het hare veel minder.

Ze overleed zeven jaar geleden. De neiging om even te bellen, is gebleven. Wonderlijk! Regelmatig bedenk ik: dat moet ik haar toch even vertellen. Mijn gevoelens, twijfels, succesjes en mijn beschamende misstappen. Alles wat ze die zeven jaar gemist heeft. Ik kijk naar de telefoon. Voorheen belden we wekelijks even met elkaar. En zo eens in de maand stapte ik in trein en bus om haar even vast te houden en te kussen.

Mijn moeder is mijn voorbeeld. Haar rust en gelijkmoedigheid kalmeerden me. Ze oordeelde niet snel, en met terughoudendheid. Ze veroordeelde nauwelijks. In een tijd van snelle oordelen op basis van halve informatie, ga ik af op wat zij zou doen. Wat zou zij zeggen? Ze probeerde iedereen te begrijpen. Oké, ze ergerde zich aan onverschilligheid, luiheid en een onverzorgd uiterlijk. Dat was haar opvoeding en de waarden die ze mij probeerde mee te geven.

Ik weet nog veel van de reisjes naar haar. En ook van ons 52 jaar lang gedeelde leven. Ik herinner me hoe ik me voelde als ik naar haar toe ging. En ook hoe ik me voelde als ik weer in tegenovergestelde richting vertrok, geïnspireerd voor de weken die komen gingen. “Hoe ik hier gekomen ben?” Ik kijk naar haar zachte ogen die me op een of andere manier altijd zullen blijven volgen. “Als vanzelf mam. Over de paden van de liefde, de wegen van geluk, de wolken van verlangen.” Zo zou ik het nooit hebben gezegd, maar zo voelt het nu.