Categorie archieven: persoonlijk

Niet ver van huis

Leestijd: 23 minuten

28 januari 2026 – 10 februari 2026

Deze blog stond oorspronkelijk in mijn Polarsteps, een app waarop je als je op reis bent familie en vrienden kunt laten weten wat je bent en wat je doet. Waarom zou je dat niet doen als je eigenlijk niet zo ver van huis bent? En als je toch elke dag iets anders onderneemt, leest, ziet of meemaakt. Dat heb ik twee weken lang gedaan. Ik zocht er elke dag ook vijf foto’s bij, niet altijd zelfgemaakt, maar wel toepasselijk. Hieronder staat het hele verslag zonder de foto’s.

Een Catalaan – Dag 1

Een groot deel van deze dag was ik in de Hudson Valley, twee uur rijden van New York. Het schijnt er nu erg koud te zijn, maar in het boek van Julia Schoch, Wild van een woeste droom, is het een hete zomer.

De ik-figuur is daar op een schrijverscongres en krijgt iets met een Catalaan. Thuis zit haar man, A. en ze denkt aan de soldaat die ze geregeld ontmoette als jonge tiener. Op een schrijverscongres word je als schrijver geacht te schrijven, dus daar schrijft ze over, over die soldaat. En over de Catalaan en over A. En over de liefde, schrijverschap, verlangens en dromen. Prachtig! Maak deze reis, zou ik zeggen.

Ik blijf deze dagen dicht bij huis. En ik reis vooral in mijn verbeelding. De laatste keer dat ik echt in het buitenland was, heb ik twee dagen in Düsseldorf doorgebracht. Vooral in musea, waar ik ook een paar schilderijen van Marie Laurencin bewonder, zie foto. Dat was begin januari en er lag sneeuw op straat.

Daarvoor, in november, was ik twee dagen in Brugge. Polarsteps heeft dat allemaal niet meegekregen.

Het boek van Schoch wissel ik af met de markt om noten te kopen en de bieb. Ik ga erheen omdat ik een boek dat ik vergeten was over de uitleenplaat te halen, alsnog officieel te lenen. Straks naar ballet.

Plots dondert de post op de mat bij de voordeur. Er zit een boek in zonder begeleidend schrijven. Maar niet helemaal een verrassing, want ik had het boek ‘Niet zonder mijn broer’ van trans man Han van Wieringen aangevraagd om er een boekbespreking over te schrijven voor Transgender Netwerk. Van Wieringen vertelde zondag bij VPRO’s boeken over zijn boek. Over een paar weken kunnen jullie waarschijnlijk mijn bespreking online lezen. Ik ben benieuwd naar het boek.

Zeemeerminnen – Dag 2

Ik heb vanochtend vroeg al ruim twintig kilometer gefietst. Op de spinningfiets bij sportschool MyLife. Polarsteps heeft geen meter verplaatsing op de tracker gedetecteerd.

Er ligt sneeuw. In Wageningen is vannacht een paar centimeter sneeuw gevallen. Op de weg is het door strooizout veranderd in smurrie. Door die smurrie ben ik ook naar het Schip van Blaauw gefietst, een gebouw waar je vroeger colleges en practica plantenfysiologie kon volgen, maar waar nu onder meer een kleine uitgeverij zit waar ik over een maand of wat weer een artikeltje voor kan schrijven.

Iets anders. Je zou ook het ouder worden als een reis kunnen zien. Dat is in elk geval een goede metafoor. Je weet niet waar je heen reist, maar je bent al op de dag van je geboorte vertrokken.

En je zou kunnen zeggen dat ik bijna aankom op een nieuwe ‘stop’. Veel mensen van mijn generatie gaan met pensioen of zijn al met pensioen. Ik werk waarschijnlijk nog door tot ik echt 67 ben – 24 december van dit jaar – maar wel extensief. Op dit moment is er erg weinig. De eerste betaalde klusjes komen pas over een maand of wat.

Ik concentreer me dan maar op deze reis, veel lezen – zie mijn lijstje van topboeken gelezen in 2025 – en vrijwilligerswerkklusjes. Bijvoorbeeld voor Transgender Netwerk, waar vandaag een nieuwe boekbespreking is gepubliceerd, check transgendernetwerk.nl/cultuurgids.

Of het Digitaalhuis Wageningen waar ik bezig ben met de website en binnenkort opnieuw met stukjes voor de nieuwsbrief. De website van digitaalhuiswageningen.nl – waar ik beheerder van ben – wordt geïntegreerd met die van de Wageningse bibliotheek, de bblthk.

Nog iets anders. Reisje in het vooruitzicht, want voor volgende week dinsdag heb ik drie tickets gereserveerd voor Lux Nijmegen. Ik ben zeker twintig jaar lang een dagje naar het filmfestival in Rotterdam geweest, maar nu ik een Cineville-kaart heb, heb ik bedacht dat ik het anders ga doen. Ik wil in elk geval eens per jaar een dagje naar een filmtheater waar ik met mijn Cineville terecht kan. Komende dinsdag dus in Nijmegen.

Ten slotte, ik heb hier een plaatje van een zeemeermin geplaatst. Mythologische wezens die me intrigeren. Ze kwamen uit de diepten van de oceaan, gevaarlijk terrein. Zeemeerminnen, die tussen twee werelden leefden, staan voor schoonheid en gevaar. En ook voor onmogelijke liefde en de tweestrijd tussen beschaving en de wilde natuur. Intrigerende wezens!

Frank Govers – Dag 3

In het Stadsmuseum van Veenendaal is nu een expositie die je er misschien niet zou verwachten. Er zijn zo’n vijftien of zestien jurken van de in 1997 overleden modeontwerper Frank Govers te zien. Een paar ervan komen uit de privécollectie van Liesbeth List.

Ik was vanmiddag de enige bezoeker. Een vriendelijke gids vertelde me van alles over de totstandkoming van de expositie (van nabestaanden en bruiklenen) en de handgemaakte jurken van tafzijde, tule, satijn, damast en allerlei opstiksels. Erg mooi!

Eerder vandaag, na de zumba van kwart over 9 tot 10 uur, had ik mijn wekelijkse schilderles. Meestal werken we met gouache, op papier. Maar we hebben niet geschilderd vandaag. We hebben een fantasieportret gemaakt met pastelkrijt, zie de foto.

Fantasie, dus niet nagemaakt van een voorbeeld, maar ik heb wel gekeken naar voorbeelden van ogen, neuzen en monden die we nog hadden liggen. De ogen zijn nog van de vorige keer.

Vanavond ga ik naar Taiwan. Daar is de film Left-handed Girl opgenomen. Te zien in het filmhuis in Wageningen.

Schilder van het slagveld – Dag 4

Een lange wandeling op zaterdagochtend. Zo’n wandeling probeer ik elke dinsdag en zaterdag te maken. Vandaag liep ik van Rhenen over de Utrechtse Heuvelrug naar Amerongen en terug, goed twintig kilometer.

Ik luister dan naar podcasts. Over geopolitiek, films, boeken, filosofie. Van NRC, De Volkskrant, El País, De Groene Amsterdammer, Human en de VPRO. Damn Honey, Ezra Klein of Anne-Maartje Lemereis van Vrije Geluiden. En nu bijvoorbeeld ook naar Stoker, een fictiepodcast.

Soms zie ik mensen weleens meewarig kijken. Waarom loop je door de natuur met zo’n grote koptelefoon op je hoofd? Dan hoor je toch geen vogelgeluiden. Tja, keuzes. Maar meestal knikken ze vriendelijk en groeten ze.

Terug thuis en na de douche lees ik de resterende veertig bladzijden van El Pintor de Batallas, de schilder van het slagveld. Hoofdpersoon en schilder, Andrés Faulques, is denk ik een soort alter ego van de schrijver, Arturo Pérez-Reverte. Die was immers oorlogscorrespondent. In dit boek zitten zijn herinneringen aan de oorlogen die hij heeft vastgelegd, de zinloze wreedheden.

Maar kun je het echt vastleggen? Die vraag bespreekt hij met de Kroatische veteraan Ivo Markovic. Ze doen dat terwijl ze een grote muurschildering bekijken waar Faulques aan werkt, ergens in een oude wachttoren aan de Middellandse Zee. Geïnspireerd door Goya, Breughel en andere kunstschilders. In het schilderij zie je verschillende oorlogen, brand en verwoesting, beelden van Troje, Servië, strijders, slachtoffers, een verkrachte vrouw, een kind.

Markovic is gekomen om een rekening te vereffenen. Hij gelooft dat een bekende foto die Faulques van hem maakte tijdens de Balkanoorlog tot de moord op zijn vrouw en kind heeft geleid. Voor Markovic is Faulques iemand die van andermans leed zijn beroep maakte, een toeschouwer. Verantwoordelijk ook voor de gevolgen van het maken en publiceren van die foto. Eigenlijk gaat het daarover: de confrontatie tussen degene die kijkt en vastlegt (Faulques) en degene die werd bekeken en vastgelegd (Markovic).

Er gebeurt niet veel in het boek. Het is eigenlijk een soort van praatboek, maar wel met veel flashbacks. Bijvoorbeeld naar de oorlogsherinneringen van Faulques die hij deelt met Olvido Ferrara, zijn in de Balkanoorlog gesneuvelde collega, vriendin en minnares.

Ik heb getwijfeld over doorzetten, maar ben toch tevreden dat ik het heb gedaan. Ik denk dat ik dichter bij Faulques sta dan bij Markovic. Vastleggend, hier in deze Polarsteps bijvoorbeeld. Ik waardeer ook de discussies en diepgang in het boek, de gedachten over hoe we geweld en het kwaad proberen te begrijpen en vast te leggen. Een haast onmogelijke opgave en toch heel noodzakelijk.

Nog even iets anders. Ik was vrijdag naar Left-handed Girl. Topfilm, maar het wordt te lang om nog te vertellen waar het over ging. En gisteren zag ik Die my love. Met Jennifer Lawrence als een vrouw die verzinkt in een postpartum psychose. Ook heel goed!

En ten slotte, bij dansgezelschap NDT kon je online kijken naar oude opnames van balletten van de pas overleden Hans van Manen.

Koester je rimpels en doe geregeld iets nieuws – Dag 5

Het bos ligt vol verweesde handschoenen. Het verbaast me wel dat er in de wintermaanden zoveel handschoenen verloren worden. Ik heb er gisteren zeker een handvol geteld. De foto is van een andere wandeling.

Na de spinningles van vanmorgen, zondag, lees ik een boek van emeritus hoogleraar Liesbeth Woertman: ‘Wie ben ik als er niemand kijkt’.

Ze was 68 toen ze het schreef. Het gaat vooral over ouder wordende vrouwen, het schoonheidsideaal, en hun veranderende identiteit zodra vrouwen boven de veertig zijn. Mannen kijken minder naar hen. Het boek gaat over wat ouder worden met je doet.

Identiteit is een centraal thema. ‘Het zelf staat altijd in relatie tot iets of iemand anders’, schrijft Woertman. ‘We zijn intersubjectief. Dat betekent dat we met elkaar verbonden en verweven zijn. En dat we elkaars identiteit bepalen.’ Zoiets is er ook als het gaat om de betekenis van man- en vrouw-zijn, vervolgt ze. ‘We worden als lichaam geboren. Op basis van uiterlijke kenmerken wordt besloten of de baby een jongen of een meisje is. Direct treden er bij volwassenen de blauwe en roze schema’s in werking.’ Simone de Beauvoir is hier niet ver weg. Identiteit.

Er heerst een denker, een bangerd, een vrouw, een sporter, een lezer, een twijfelaar, een schrijver en een bewonderaar in mij. Zoiets schrijft Woertman met andere termen over haarzelf, maar dit slaat denk ik op mij. ‘Ze willen allemaal gehoord worden.’ Al die delen van jezelf. Aan het eind van het leven stort dat volgens haar in.

Ze bespreekt het levensloopmodel van psycholoog Erik Erikson. In elke fase van het leven moet er een evenwicht worden gevonden tussen twee tegengestelde krachten. Ik zit in de fase van ‘openstaan voor verandering versus stagnatie’. Een interessante fase was ook die van de adolescentie (identiteit versus rolverwarring) en straks de ouderdom (integriteit versus wanhoop).

Tips van Woertman: doe af en toe iets nieuws, blijf open en verwonderd. Ze raadt aan om vooral waardig ouder te worden. En wil je op hoge leeftijd een beetje wijs worden, dan moet je vroeg beginnen. Koester je rimpels en durf bij jezelf te zijn, bijvoorbeeld op een bankje bij de rivier, starend naar voorbijvarende schepen. Best moeilijk voor mij, dat laatste, want ik heb altijd het gevoel dat ledige tijd verloren tijd is. Te ongeduldig en ongedurig.

Lieverd, zegt Woertman tegen haar kleindochter Isabella, oud zijn de mensen die niet willen groeien en veranderen. En zoals Simone de Beauvoir zei: oud, dat zijn de anderen.

Tot zover dit boeiende boek. Vanavond komt de finale van Maestro op tv. Welke bekende Nederlander is de beste dirigent? Het is vanavond misschien niet heel spannend, want Jamai steekt ver uit boven de concurrentie. Maar wie weet.

Facisme is terug – Dag 6

In de kleine bibliotheek in Bennekom ben ik vanmiddag begonnen in ‘Dit is Fascisme’, een boek van Rosan Smits. Ze is politicoloog en journalist bij De Correspondent. Ik hoorde haar in gesprek in de podcast van Damn Honey.

Ze laat zien hoe het fascisme opkomt in de VS en in Europa. Ze laat ook zien hoe iemand als Wilders uit het draaiboek van fascisme put. Er zijn veel patronen te herkennen. Bijvoorbeeld in het ondermijnen van de rechtsstaat; van rechters, pers en verkiezingen en in het streven naar autoritair leiderschap. Leiders zoals Trump, Poetin en soms ook Wilders willen ‘het volk’ meekrijgen door ze mythisch verleden voor te spiegelen (MAGA, Groot-Rusland, het grote Duitse Rijk), met propaganda, een alternatieve waarheid, met anti-intellectualisme, complotten en gendernormativiteit. Zo wordt er bijvoorbeeld vanuit het Kremlin gepropageerd dat er in het ‘gedegenereerde Europa allemaal transgenders zouden rondlopen.

Wilders is misschien wat voorzichtiger dan Trump, maar veel van deze fascistische tendensen zijn ook bij hem te zien. Hij zegt te spreken namens ‘de gewone Nederlander’, maakt media en rechtstaat verdacht en heeft een zondebok benoemd, namelijk de Islam en de migranten.

Ik maak me zorgen om de wereld. Boos als ik ICE zie die nu in Minneapolis en andere steden in de VS als knokploeg van Trump fungeert en mensen oppakt en deporteert. En doodschiet. Ik ben ook verdrietig om Gaza, waar de Palestijnen tussen de brokstukken leven (ik zag laatst ook de immens trieste film over het zesjarige meisje, Hind Rajab, die werd vermoord in een auto waar niemand haar kon bereiken).

Ik denk aan Oekraïne in de extreme kou. Iran, waar tienduizenden, vaak jonge mensen die meer vrijheid wilden, in een paar dagen vermoord zijn door de Revolutionaire Garde. En al die andere, haast onoplosbaar lijkende conflicten.

Intussen groeit het fascisme. Tenminste, dat suggereert Rosan Smits. Ze wil vooral een signaal afgeven. En waarschuwen, want denk niet: dat loopt wel los. In Minneapolis zijn ze dat stadium wel voorbij. Je denkt als je over fascisme spreekt misschien aan Hitler en Mussolini, maar het hedendaags fascisme werkt anders. Dat maakt het niet minder aanwezig.

De kritiek op het boek van Rosan Smits is dat het geen diepgravende analyse van fascisme en de werking daarvan is. Dat het wat alarmistisch is, maar je zou het ook als een waarschuwing kunnen zien. Overal in de wereld steekt fascisme (of in elk geval radicaal-rechts) de kop op. Zoals Persis Bekkering in NRC schrijft in een recensie van het boek, ‘daar mogen we terecht bang voor zijn’. Ik vind het behoorlijk verontrustend.

Nog even over de andere foto’s. Vandaag zag ik een koolmeesje, maar die was een dag te laat: gisteren was tuinvogelteldag. Of misschien lag het aan mij, want ik heb het vogeltje gisteren niet gezien. Ondanks mijn lokmiddelen (vogelvoer).

Ik wilde ook een foto van dichteres Sophia Blyden plaatsen. Ze leest daarop een gedicht voor waarin één woord is weggebliept. Dat woord kun je raden. Wekelijks, acht weken lang, een paar keer per jaar. Ik probeer dat ook, op maandag. Kijk op raadgedicht.nl. Niet die foto, maar een paar andere, min of meer poëtische foto’s.

Little Amélie – Dag 7

Ik deed vandaag een Cineville-filmdag in Nijmegen. Drie films kort achter elkaar. Rond 12 uur begon Little Amélie or the character of rain, daarna Nuremberg, en ten slotte The chronology of water. De laatste was om 19 uur afgelopen.

Omdat ik zo’n drie kwartier tijd had ben ik het muZIEum binnengelopen, een museum op een paar honderd meter van filmhuis Lux. Het museum wil mensen laten beleven hoe het voelt om blind te zijn. Die beleving in het museum vraagt wat meer tijd en daarom heb ik alleen de fototentoonstelling bekeken. Met bijvoorbeeld die jongen in een gele blouse die een verwaarloosde staar kreeg.

De eerste film, little Amélie, vond ik het mooist. Heel ontroerend. Maar ook de andere twee waren goed. In de chronology speelde Imogen Poots (foto) een prachtige rol. Veel water in beide films.

Nuremberg ging over de veroordeling van Hermann Göring. Ik schrijf er morgen misschien wat meer over, maar het is nu tien uur geweest. Ongeveer bedtijd.

Veel water – Dag 8

Nog even terug naar Nijmegen. Die blauwe muur op de foto is de muur van de Mariënburg Kapel, naast Lux, het filmhuis waar ik gisteren drie films zag. Ze zitten ook vandaag nog in mijn hoofd.

The chronology of water verloopt net zo chronologisch als water: kolkend, golvend, kronkelend. Misschien zoals het leven verloopt, in elk geval het leven van Lidia Yuknavitch, gespeeld door Imogen Poots in de film van Kirsten Stewart (foto). Het leven gaat kolkend de diepte in als haar vader haar seksueel misbruikt of als ze een kind verliest. De film kronkelt en golft net zo. Mensen zijn vaak maar deels in beeld en af en toe zie je een ultrakorte vooruitblik. Fragmenten die je op scherp stellen. Herinneringen, schreef de echte Yuknavitch in haar memoires, ‘zwellen op en duiken in en uit de enorme zinkgaten van het brein.’ Water zou je kunnen zien als een thema – Yuknavitch kreeg destijds als zwemster een sportbeurs voor de universiteit in Austin.

En veel water zit er ook in de prachtige animatie over de kleine Amélie, een Frans-Belgische film die zich afspeelt in Japan. Je kijkt vanuit het perspectief van een peuter, 1,5 tot 3 jaar oud. Het is gebaseerd op een boek van Amélie Nothomb.

Zoals veel kinderen, misschien wel allemaal op die leeftijd, denkt Amélie aanvankelijk dat de wereld om haar draait. Zij is het centrum van de wereld. Ze is eigenlijk een soort God. De tuin van het huis waar Amélie met haar ouders, broertje en zusje en met Nishio-san, de lieve verzorgster, lijkt kleurig en eindeloos. Zoals een peuter dat zal ervaren.

Pas later leert ze dat de tuin ook grenzen heeft. Terwijl dood en afscheid haar wereld binnendringen, zie je de verandering bij de kleine Amélie. Ze verandert van God in mens en ze leert dat niet de wereld van haar is, maar zij van de wereld. Prachtige film! Ik heb een traantje gelaten.

Heel anders is Nuremberg, die het verhaal van de veroordeling van nazileider Hermann Göring, in oktober 1946 in Neurenberg, wat conventioneler vertelt. Misschien het meest interessant in deze film is dat de Amerikaanse psycholoog die gevraagd is Göring te beoordelen, uiteindelijk concludeert dat hij niet zo anders is als de meeste andere mensen. Hij is charmant, intelligent en grappig, en hij heeft een lieve vrouw en dochter. Dat mensen dan toch voor het fascisme kiezen, zou ook zomaar in de VS kunnen gebeuren, waarschuwt hij. Denk aan mensen zoals Trump? Amerika vond het schandalig dat een psycholoog dat durfde suggereren. Er werd in 1946 niet naar hem geluisterd.

Over de foto’s nog even. Want er zitten er twee bij die ik vandaag maakte bij de werkzaamheden op een van de twee toegangen tot de wijk. Auto’s worden omgeleid en fietsen en voetgangers moeten langs kranen en door de blubber. Links ga je de wijk in (een paar honderd meter in deze straat woon ik) en rechts is de toegang tot de Wageningse campus.

Zo naar het middagfeestje van Ward, ook 66 vandaag. Bijna een halve eeuw geleden kwamen we tegelijk naar Wageningen en nu wonen we op loopafstand.

Femme – Dag 9

Vandaag kreeg ik de originele foto’s van de mensen van Exactitudes toegemaild. Ellie Uyttenbroek en Ari Versluis hadden me gevraagd voor een serie ‘femme’; als man geboren mensen die zich meer of minder als vrouw identificeren van ongeveer 50-plus. Dat was vorig jaar in juni. Ari fotografeerde me op 3 juli in de studio in Rotterdam.

Het boek (Exactitudes, the final edition) kwam uit in het najaar en zondag 14 december was de boekpresentatie. Die zaterdag had er een uitgebreid artikel in de Volkskrant gestaan over het project waar Ellie en Ari 30 jaar aan gewerkt hadden. ‘Femme’ was de laatste van tweehonderd series waarvoor ze steeds twaalf mensen in dezelfde stijl of identiteit bij elkaar plaatsten.

Die serie was afgedrukt in de kleurenbijlage van de krant. Nog steeds gebeurt het regelmatig dat ik mensen tegenkom die vragen: zag ik jou niet in de Volkskrant? De buren, vrienden, de leesclub, zelfs de locatiemanager van de boekhandel in Bennekom (daar kom ik ook best vaak). En een maand of wat geleden herkende iemand me op de foto terwijl we elkaar ruim 35 jaar niet gezien hadden.

Ik kreeg vandaag ook een appje van een Spaanstalige vriendin in Duitsland – niet over die foto. We appen vaak. Ze stuurde nu een link naar een artikel waarin het begrip bananenrepubliek wordt uitgelegd. Ze komt zelf uit Panama.

Het zijn vooral Centraal-Amerikaanse landen die bananenrepublieken werden genoemd. In die landen hadden Amerikaanse bananenbedrijven enorme economische en politieke macht. De Amerikaanse overheid steunde dat, ‘America First’, toen al.

In Guatemala bijvoorbeeld, in 1954, waar een door de CIA gesteunde staatsgreep de democratisch gekozen president Arbenz omverwierp. Hij had landhervormingen aangekondigd die United Fruit zouden kunnen schaden. Dit leidde tot decennia van geweld en mensenrechtenschendingen. Of het bananenbloedbad in Colombia in 1928.

Wat er nu gebeurt aan de overkant van de oceaan, is misschien vergelijkbaar. Maar de betekenis van het woord bananenrepubliek is wel veranderd. Het is nu vaak een woord voor een corrupte of chaotische staat. Ook voor een land als de Verenigde Staten, met name na de Capitoolbestorming van 6 januari 2021. Maar zolang het woord verwijst naar historische machtsverhoudingen, koloniale uitbuiting en verlies van soevereiniteit blijft het een bruikbaar begrip.

Ik ben gisteren begonnen in Malala’s biografische boek ‘Op zoek naar mijn pad’ en vandaag in ‘Mad Honey’ van Jodi Picoult. Meestal lees ik meerdere boeken tegelijk, maximaal drie.

Picoult was in het schooljaar 2024-2025 de vierde meest verboden auteur in Amerika. Zo hypocriet! Met name in Florida werden boeken uit schoolbibliotheken gehaald, vaak op basis van klachten van een enkele ouder die toegaf de boeken niet eens te hebben gelezen. De motivatie in het geval van Mad Honey is dat er een transgender persoon in voorkomt.

Mijn vader is 100 – Dag 10

Over een week, 13 februari, zou mijn vader 100 jaar worden. Een mooi moment om het verleden in te duiken, zijn verleden vooral.

Hij heette Martien, ‘ons pap’. Hij werd geboren in 1926 in Waspik, ging naar de ambachtsschool in Waalwijk en zat daar op school toen de oorlog uitbrak. Hij woonde bij zijn ouders, drie zussen en een broer op ’t Vaartje. Zo heette het kanaal dat de Maas verbond met het centrum van Waspik en ook de weg bij dat kanaal.

Zo’n dertig jaar later fietste ik ook zes jaar lang naar school in Waalwijk. Toen woonden we, met ‘ons mam’, pap en vier kinderen, aan de andere kant van Waspik, tegen Raamsdonk aan.

Mijn vader deed een vakopleiding en werd in 1952 de eerst gediplomeerde meester-carrosseriebouwer van Noord-Brabant. Hij leerde ook vaktekenen. Thuis stond een zware kanteltafel waarop altijd rollen papier waren uitgespreid. Aan die tekentafel zat een draaischijf met graden en linialen. Ik denk dat hij daar ook de ontwerpen van de opbouw van glaswagens tekende.

Hij ontmoette mijn moeder, Corry Jansens, die uit Made kwam en in Waspik op het gemeentehuis werkte. Hij werkte toen op de zaak van zijn vader, mijn opa.

Dat bedrijf, Van den Born Carrosserie, bestaat nu al ruim 140 jaar. Het begon toen Andries van den Born, mijn vaders opa, in 1882 het bedrijf, dat dus nóg ouder is, overnam. En het bestaat nog steeds, groter dan ooit.

Toen overgrootvader Andries overleed in 1918 nam mijn opa het over, en die wilde er misschien ook tot zijn dood mee doorgaan. Die overname gebeurde uiteindelijk toch, in 1963, toen mijn vader, samen met mijn oom Andries de zaak overnam. Mijn opa – die in mijn herinnering meestal dikke sigaren rookte – was op dat moment 75.

Mijn vader wilde moderniseren en tegelijk het bedrijf verplaatsen. Oom Andries ging zijn eigen weg en er kwam een nieuwbouw. Zo noemden we het ook altijd: de nieuwbouw, bij ons achter het huis.

Mijn moeder, die zoals dat toen gebruikelijk was, bij het huwelijk haar baan in het gemeentehuis kwijtraakte, ging de boekhouding doen. Dat nam ze over van mijn oma die dat nog deed, samen met een zus of twee zussen van mijn vader, mijn tantes.

Die nieuwbouw. Ik was te schijterig om als oudste zoon, een jaar of 7, de eerste steen te leggen. Mijn twee jaar jongere zusje was dapperder. Fast forward: Ik heb het bedrijf ook niet overgenomen toen mijn vader overleed in 1987. Dat deed mijn broer, vijf jaar jonger. Maar ik maakte het begin en de groeiperiode wel allemaal bewust mee. Af en toe hielp ik, met vegen of zo, iets waar je met twee linkerhanden en nul technisch inzicht in elk geval geen schade kon doen. Of koffiekopjes klaarzetten als de vier of vijf personeelsleden koffie kwamen drinken aan de ronde tafel in onze keuken. Het zaagsel onder de houtmachine ruimen of kopspijkertjes slaan in bekleding van de glaslatten.

Mijn vader was behoorlijk zuinig, hij bewaarde alles. Niet verrassend misschien omdat hij in de crisisjaren kind was en in de oorlog adolescent. Soms vroeg hij me om kromme spijkers recht te hameren. Ik vond hem streng en kon moeilijk tot hem doordringen. Hij was goed katholiek en kerks. Dat botste toen ik een jaar of vijftien was. In die tijd van verzuiling waren er bubbels die je zou kunnen vergelijken met sociale media en hun algoritmen die vooral laten zien wat je leuk vindt. De verzuiling bepaalde de kranten die je las, de school waar je heen ging, de omroep waar je naar keek en de partij waarop je stemde. Voor mijn vader bepaalde dat zeker ook zijn keuzes.

Op mijn 18e ging ik het huis uit; ik ging studeren in Wageningen. In de weekenden kwam ik naar huis. Soms met ov, soms liftend en soms met een ouderejaars die ook uit Waspik kwam en een auto had. Aanvankelijk kwam ik ongeveer elke week en later steeds minder.

Ik deed stage bij de erosiebestrijding in Murcia, in Spanje, en een van de hoogtepunten was toen mijn ouders daar op bezoek kwamen. Ik wachtte ze op het vliegveld van Alicante op met tranen in de ogen.

Ik zat nog in Spanje toen bleek dat het niet zo goed ging met mijn vader. Kort na terugkeer, in 1984 of 1985, begonnen de chemokuren, maar tussendoor bleef hij werken. Het bedrijf was alles voor hem.

Toch vond ik dat hij veranderde in die tijd. Hoewel ik al jaren in Wageningen woonde en alleen in weekenden thuis kwam, en lang niet alle weekenden, was hij er meer voor ons. Spraakzamer en socialer dan ik gewend was. En ondanks het werk probeerde hij nu toch meer van het nog korte leven te genieten. Ik was erbij toen hij in de nacht van 3 maart 1987 overleed. Met mijn moeder.

Ik weet dat mijn vader het jammer vond dat ik niet meer interesse in het bedrijf had. Het was toch zijn levenswerk. Ik was, denk ik, in die jaren op zoek naar mijn eigen pad.

Mijn vader heeft nog net meegemaakt dat ik afstudeerde in Wageningen. We gingen met z’n allen uit eten in een restaurant aan de Rijn in Rhenen, maar hij had veel pijn in die tijd.

Ik heb me later geregeld afgevraagd wat hij zou vinden van alle ontwikkelingen in de samenleving, de politiek en met ons persoonlijk. Ik weet dat het hem verdriet deed dat ik niet naar de kerk ging. Wat zou hij ervan gevonden hebben dat zijn jongste zoon op mannen valt, zijn jongste dochter met een vrouw samenwoont, zijn oudste zoon trans non-binair is en dat zijn oudste dochter hem drie keer opa zou maken, en voor zijn 100e ook nog twee keer overgrootvader?

Beetje vreemd verhaal voor een reisverhaal, dit stuk. Misschien kunnen we ervan maken dat ik een reis naar het verleden heb gemaakt. In een tijdmachine of zo.

Ik heb net heerlijk in een familiealbum zitten neuzen. Nog moeilijk om er een paar foto’s uit te kiezen, er zijn er zoveel. Ik zal ze chronologisch plaatsen, te beginnen met die van ons pap die waarschijnlijk in 1941 is gemaakt. De Duitse bezetter verplichtte toen dat alle Nederlanders van 15 jaar en ouder een persoonsbewijs met foto hadden.

Mist over de Rijn – Dag 11

In de dans-muziekvoorstelling van LeineRoebana en Black Pencil, gisterenavond in de Junushoff (het theater in Wageningen), was ik in Indonesië. Er deden verschillende Indonesische dansers mee en er werden instrumenten zoals de gamelan bespeeld, allerlei bijzondere blokfluiten, bongo’s en andere percussie.

Soms was de muziek heel ingetogen, met lange klanken waarop de dansers traag bewogen, en soms gingen de musici helemaal los. Ze begeleidden dan een wervelende voorstelling, met voor het dansgezelschap typerende bewegingen en poses. De Japanse Aika Goto danste soms alsof ze als een wajang-pop aan touwtjes hing. De Belgische Timon de Ridder sprak veel teksten, en ook de Portugese Benedita Crispiano danste prachtig. Zij sloegen een brug naar de Indonesische cultuur.

Dat was gisteren nog, maar vandaag ben ik vroeg vertrokken voor een rondwandeling in Renkum, Wolfheze en Oosterbeek, door uiterwaarden, over landgoed Duno en langs kasteel Doorwerth. Er hing mist over de Rijn en boven de weilanden. Later kwam de zon door en werd het eigenlijk veel te warm voor een dikke winterjas.

Podcasts geluisterd natuurlijk. Een van die podcasts ging over de logaritmes van je sociale media. Dat sluit mooi aan op wat ik gisteren over de verzuiling schreef waar mijn vader naar leefde. Die podcast was ook een soort van waarschuwing, want de algoritmes kunnen ook bijdragen aan propaganda en polarisatie. Je ziet immers vaak vooral content die je bestaande overtuigingen bevestigt en versterkt en je ziet nauwelijks andere perspectieven. En daarnaast zijn er staten zoals Rusland en China die sociale media gericht gebruiken om verdeeldheid te zaaien of mensen te beïnvloeden.

Het is een wat springerig verslag vandaag. Excuus daarvoor! Want vanmiddag was ik naar Sinners, die film die zestien Oscarnominaties heeft gekregen. Nominaties, dus of ze verzilverd worden, moeten we maar afwachten. Best een aardige film, maar ik vind zestien wat overdreven. Ik heb vorig jaar veel films gezien die ik veel mooier vond.

Volgens het Cineville overzicht aan het eind van het jaar waren dat er 57 en zag ik ze in drie bioscopen.

Sinners lijkt misschien een bloedige film over vampieren, maar ik denk dat het eigenlijk over muziek gaat, over ‘de duivelse kracht van muziek’. In deze film in de gesegregeerde samenleving in het zuiden van de VS in de jaren dertig van de vorige eeuw is dat vooral bluesmuziek.

Ten slotte in dit springerige verslag: de Olympische Spelen. Ik kijk eigenlijk zelden of nooit naar sport. Het interesseert me ergens tussen niet echt en echt niet, maar de Olympische Spelen hebben iets bijzonders. Ze zijn gisteren begonnen in Noord-Italië.

Vooral het kunstrijden vind ik mooi. Maar de meeste aandacht gaat hier steeds maar naar het schaatsen omdat daar veel Nederlanders aan meedoen. Er is teleurstelling bij de commentatoren omdat bij de afstand van vandaag, de 3000 meter voor vrouwen, geen Nederlandse op het podium staat. Niet de Nederlandse Joy Beune – ik had vóór gisteren nog nooit van haar gehoord – maar de Italiaanse Francesca Lollobrigida heeft de snelste tijd gereden. Ze is moeder en viert vandaag ook haar 35e verjaardag. Fantastisch toch!

Nieuwe challenges – Dag 12

Het is een leesdag vandaag. Heerlijk om na een intensieve spinningles rond 10 uur thuis te komen, te douchen, thee te zetten en mijn boek open te slaan. Dat zijn fijne zondagochtenden. Ook vandaag.

Rond een uur of 12 zette ik even de tv aan. Dat doe ik bijna nooit vóór 18 uur. Ook niet voor Buitenhof bijvoorbeeld, wat ik een goed interviewprogramma vind. Buitenhof kun je ook als podcast beluisteren. Ik stemde af op de Olympische Spelen, op de afdaling. De vrouwen skiën met meer dan honderd kilometer per uur naar beneden. Snelwegsnelheid!

Lindsey Vonn, de Amerikaanse skiester die voor de vijfde keer aan de Spelen meedeed, was net gevallen en lag op de piste, omringd door zes, zeven mensen. Vreselijk gevallen, zag ik in de herhalingen. Ze werd op een brancard met een helikopter weggevlogen naar een ziekenhuis. Zou de val komen omdat ze negen dagen eerder een kruisband in haar knie had gescheurd? Of door de vlag langs de piste die ze behoorlijk hard raakte? Hoe dan ook, het is een drama!

Nog een paar dagen en dan zet ik hier een punt. Het voelt langzamerhand als een challenge: het verhaal van de dag schrijven en daar foto’s bij zoeken. Het maakt dat ik wat langer stilsta bij wat ik op een dag doe en er misschien ook bewuster mee bezig ben.

Misschien is het voor jullie, volgers, net zo’n challenge om het allemaal te lezen.

Ik denk ook aan nieuwe challenges, zoals twee weken lang elke dag een goede pirouette draaien. Dedans en dehors (naar binnen en naar buiten), vanuit de vierde of vijfde positie. En de balans oefenen. We zeggen tijdens de les wel, ‘zo zou je op één been op relevé’s je tanden moeten poetsen’. Dan ben ik meestal zo uitgepoetst.

We gaan ons op de dansschool de komende weken weer voorbereiden op een optreden in het theater, zondag 28 juni in de middag.

Een andere challenge zou kunnen zijn om twee weken lang elke dag een portret te schilderen. Of te tekenen, houtskolen of anders. En tegelijk een bibliotheekboek door te werken dat hier al een paar weken ligt: portretten schilderen. Ik kom er niet aan toe.

Portretten tekenen of schilderen vind ik fascinerend. Hoe pak je de essentie van iemands gezicht? Vorig jaar heb ik meegedaan aan een project om vanwege de 80e viering van vrijheid, tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog, 80-jarige Wageningers te schilderen. De mevrouw die ik schilderde, vrijwilliger in de Casteelse Poort, het stadsmuseum in Wageningen, leek echt jonger.

De totaal 35 schilderijen die uit het project voortkwamen, zijn een paar maanden geëxposeerd geweest voordat de schilders ze schonken aan de geportretteerden.

Ik vond het behoorlijk uitdagend. De expressie, de verhoudingen, de kleuren. En ook hoe je er nog meer in kunt leggen. Ik wil er meer in oefenen, maar in de wekelijkse les doen we ook landschappen, dieren, stillevens, abstract of iets anders. Zelden een portret.

Ten slotte challenge ik mezelf ook met lezen. Dat gaat vanzelf, want ik lees elk jaar rond de honderd boeken. Ik probeer dan ook elke maand minstens één boek te lezen in een andere taal dan Nederlands.

Kortom, na de ‘challenge’ van deze Polarsteps, stopt de ‘reis’ dan wel, maar de leuke uitdagingen gaan door.

Nog even de dag van vandaag. Hoe het met Lindsey Vonn gaat, kan ik nog niet vinden op internet. De foto van de bij plaats ik omdat ik vandaag vooral in Mad Honey heb gelezen.

Zodadelijk begint Podium Klassiek, een wekelijks tv-hoogtepunt. Ik kijk niet altijd even geconcentreerd. Wel als Fuse komt. Zij spelen vaak modern-klassiek. Hedendaagse componisten. En dat is vaak veel spannender dan, met alle respect, die lang overleden mannen zoals Mozart, Hadyn of Brahms die steeds maar op de muziekstandaard worden geplaatst.

Mauritanië – Dag 13

Kort vandaag, want het is al laat. Enkel even een toelichting op de foto’s.

Ik had een overlegje over de nieuwe website van de bibliotheek. Daarin wordt ook de informatie van het Digitaalhuis Wageningen opgenomen en die teksten schrijf ik. De collage is samengesteld uit foto’s die ik eerder maakte van deelnemers en vrijwilligers van het taalhuis.

Ik begin binnenkort weer met een nieuw taalmaatje. Khayi uit Mauritanië. We hebben elkaar vandaag voor het eerst ontmoet en het lijkt me een hele aardige vrouw. Ze spreekt al best goed Nederlands, maar wil nog beter. Ook voor als ze in de zorg gaat werken. We beginnen pas over twee weken, want volgende week hebben haar kinderen voorjaarsvakantie.

Vanavond treedt La Petite Ecurie op, een hobo-ensemble. Dat is in de serie van de Vereniging Kamermuziek, waar ik lid van ben. Een van de acht concerten die we dit jaar hebben in de Junushoff.

Morgen is het mijn laatste dag hier.

Mijn studententijd – Dag 14

Vandaag heb ik een trip down memory lane gemaakt; een reisje over het geheugenlaantje. Dat kwam zo: Pauline, een afdelingsgenoot op de studentenafdeling op Haarweg 13, had me herkend op de jurkfoto in Volkskrant. En ze had me ook een keer voorbij zien fietsen, dus wist ze dat ik waarschijnlijk in de buurt woonde.

Bedenk dat we elkaar ongeveer sinds 1989 of 1990 niet gezien hebben. Ruim 35 jaar geleden.

Ze is juf op de Kardinaal Alfrinkschool, een daltonschool in Wageningen. En na omzwervingen via onder meer Gouda en Nieuw-Zeeland, via brandweer en helikopters, woont ze nu in Bennekom. Daar hadden we ook afgesproken. Zo leuk dat ze een fotoalbum uit die tijd had meegenomen. Ik heb het mijne uit die tijd ook opgezocht, maar pas na onze afspraak vanmiddag bekeken.

Mijn studententijd begon halverwege 1978 toen ik naar Wageningen kwam om aan de universiteit te studeren. Toen heette het nog de Landbouwhogeschool. Wageningen groeide in die jaren. Vóór de late jaren 60 woonden de meeste studenten op kamers bij hospita’s of in particuliere huizen, maar met de grote toename van het aantal studenten werd grootschalige huisvesting noodzakelijk.

Vanaf ongeveer 1967 werden er vijf sterflats gebouwd voor studenten. De laatste was de Rijnsteeg (in 1978). Toen ik daar een kamer betrok, in september van dat jaar, was de flat nog in aanbouw.

We hadden net de introductietijd achter de rug. Oudere studenten laten je dan kennismaken met het studentenleven, met bier, feesten, muziek en met van alles wat het studentenleven nog meer omringt. Studie, sportverenigingen en sociale zorg.

Terwijl wij met 18 studenten op één afdeling – zestien eerstejaars en twee derdejaars -, het studentenleven en onszelf ontdekten, werden er boven onze hoofden nog kozijnen geplaatst en keukens ingericht. Ook de weg naar de flat was nog niet helemaal af en aanvankelijk hadden we er geen telefoonaansluiting.

We fietsten ’s ochtends gezamenlijk naar practica en colleges. Toen nog op de berg of op andere plaatsen verspreid in de stad, maar niet op de plek waar nu de campus ligt.

Wageningen werd een studentenstad waar veel studenten in groepen samenwoonden. We kookten samen, we studeerden voor de examens, we gingen naar feesten en optredens in café Troost of bij studentenverenigingen. We deden mee aan de protesten van de Wageningse Lente en we gingen naar de vredesdemonstraties in Amsterdam (1981) en Den Haag (1983), uit protest tegen de dreiging van kernwapens in Nederland.

We zaten immers nog midden in de Koude Oorlog tussen de Sovjet-Unie en de VS. De Amerikanen wilden kruisraketten plaatsen in ons land. Er was onder Wageningse studenten ook een gevoel van: hebben we straks nog wel een toekomst? Het werd hier ook gekoppeld aan milieu, ontwikkelingsvraagstukken en wereldpolitiek.

In 2006, toen studentenaantallen terugliepen, de sterflats minder populair waren en de Rijnsteeg toe was aan groot onderhoud, besloot de Stichting Studentenhuisvesting de flat te slopen. Alleen die flat; de andere vier staan er nog steeds.

In 1983 verhuisden we met een groepje van negen van de Rijnsteeg naar de Haarweg, een gloednieuw complex, niet in de vorm van een sterflat maar drie gebouwdelen met in totaal zo’n 900 kamers. We kwamen er op de begane grond, Haarweg 135. Dat was een afdeling van 14, met behalve een keuken ook een woonkamer. Veel van mijn medebewoners uit die tijd, zes of zeven, wonen nog in Wageningen en ik zie ze geregeld.

Ik woonde er nog niet zo lang toen ik op stage naar Spanje ging. Na een klein half jaar kwam ik terug en voelde ik dat ik was veranderd. Zelfstandiger, nieuwe vrienden, een ingrijpende ervaring, meer zelfvertrouwen, Die stage had veel met me gedaan.

Terug op Haarweg 135 kwam ik op vertrouwd terrein maar wilde ik toch die verandering vasthouden. Ik verhuisde toen dat kon naar Haarweg 13. Veel van de mensen met wie ik daar op de afdeling heb gewoond, ben ik helemaal uit het oog verloren.

Pauline kwam er pas een paar jaar later, in 1987. Ik was een jaar eerder afgestudeerd, maar ik woonde er nog, tussen de studenten. Kort daarna ben ik vertrokken naar andere woonplekken in Wageningen (Alberdaflat, Wolfswaard, Pomona).

Het was een moeilijke tijd om werk te vinden. Ook voor net-afgestudeerde Wageningers. Er was een paar jaar eerder een economische crisis geweest en de werkloosheid was hoog. Veel mensen schoolden zich om tot computerprogrammeur, want met de opkomende automatisering lag daar toekomst.

Ik ging een tolk-vertalersopleiding Spaans doen en werd ook vrijwilliger in de linkse boekhandel De Uitbuyt. Het duurde zeker een jaar voordat ik tijdelijk werk vond, op de Praktijkschool Schaarsbergen, en vervolgens na weer een werkloze periode via uitzendwerk het groene onderwijs in rolde.

Bij de Uitbuyt zat ik achter de kassa, ik bestelde bij de uitgeverijen boeken over filosofie en geschiedenis en als er boeken binnenkwamen, plaatste ik ze met de prijsvermelding in de winkel. Af en toe hadden we een vergadering.

De Uitbuyt was ook een wereldwinkel waar het ging om politieke bewustwording en eerlijke wereldhandel. Een tijdlang was de boekverkoop belangrijker dan de wereldwinkel en later werd juist de wereldwinkel weer groter.

Ik zat er geregeld. Dat was fijn, maar ik denk dat het toch best een zorgelijke tijd was, eind jaren 80 toen we beiden op Haarweg 13 woonden. Voor Pauline, die op de afdeling niet altijd aansluiting vond, en ook voor mij, omdat ik me zorgen maakte over hoe ik een baan kon vinden. Het is met ons, denk ik, uiteindelijk wel goed gekomen.

Een paar foto’s van mijn wandeling vanmorgen en van deze memory trip: het sprookjesfeest (ik als elfje), een trucfoto en een fietstochtje naar Kröller-Müller.

Tien uur schrijven naar Maryia en anderen

Leestijd: 3 minuten

Halverwege de Schrijf-je-Vrij-dag was er live-verbinding vanuit Brussel met Tatsiana, de zus van de Wit-Russische Maryia Kalesnikava. Maryia is een van de negen mensen naar wie we vandaag schrijven.

Maryia (42) is musicus. Ze protesteerde tegen de gemanipuleerde presidentsverkiezingen in 2020 in haar land. Mede-activisten werden het land uitgezet en dat wilden ze met haar ook doen, maar ze verscheurde haar paspoort in protest tegen de verbanning. Ze werd veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf. Na vier jaar gevangenis is ze veel afgevallen en zou ze nog maar 45 kilo wegen. Ze mag geen boeken lezen, kreeg eenzame opsluiting en moest in 2022 geopereerd worden. Haar cipiers zouden haar vertellen dat buiten de gevangenis niemand aan haar denkt en dat mensen haar allang vergeten zijn.

Moed

Ze lijkt me een hele sterke vrouw. Ik heb diepe bewondering voor haar, voor hoe ze moed houdt, hoe ze haar hoofd vult met muziek, hoe ze vanuit de gevangenis contact blijft zoeken hoewel haar brieven steeds worden geconfisqueerd. Moed waarvan ik me niet voor kan stellen dat ik die in zo’n situatie zou kunnen opbrengen.

Ik hoop dat ze snel vrij komt en teken een vlinder en een paar muzieknoten op de kaart die naar haar gaat. De tekst moet in het Russisch, want anders komt die niet aan. Er is vandaag een Oekraïense vrouw in de koepel aanwezig die je helpt jouw tekst om te zetten.

Omhelzing

We schrijven ook naar de minister van Buitenlandse zaken van Belarus. “I urgently request that all necessary measures are taken to protect Maryia from torture and other ill-treatment. Maryia’s unjust conviction should be overturned, and her name should be removed from the government’s list of individuals involved in ‘terrorist activities’.”

Tatsiana vertelt hoe moeilijk het was dat ze heel lang niets van Maryia hoorde, maar dat er onlangs gelukkig wel contact was. Waarschijnlijk vanwege de internationale aandacht voor Maryia’s lot. Tatsiana is ook heel blij met onze actie. “En als Maryia vrijkomt, geef ik ze eerst een enorm stevige omhelzing”, zegt ze.

Terugverlangen

Eerder vandaag, rond 9 uur, kwamen we aan in de koepelgevangenis in Arnhem. Zo’n 250 mensen die gaan schrijven vanuit het hele land. We kregen een gevangennummer, er werd een mugshot gemaakt en trokken gele T-shirts aan. Ik had mijn nagels gelakt in diezelfde gele kleur 😊.

Aan lange tafels zochten we het voor ons gereserveerde plekje. Daar zitten we de meeste tijd. Vanaf het podium houden ze ons bij over het aantal geschreven brieven en kaarten, worden er aankondigingen gedaan en andere boodschappen doorgegeven. Ook videoboodschappen vanuit Saudi-Arabië, Argentinië of elders. 

Tegenover me zit Joke, beeldend kunstenaar, naast me Kim, Astrid en Marieke. Dat zijn deels ook de mensen met wie ik later de cel deel. Ik zie hoe Joke en Marieke prachtige tekeningen maken voor de mensen naar wie ze schrijven. Natuurtaferelen of andere toepasselijke beelden. Marieke tekent een paar roodgestifte lippen op de kaart naar Maryia.

We worden gelucht, we eten uit de ‘zwarte bak’, we zitten in de cel waar het gelukkig iets warmer is dan in de grote binnenruimte van de koepelgevangenis. Later zitten we weer aan de lange tafels daar, maar je zou nog gaan terugverlangen naar de (warme) cel. De klok op het podium tikt door. Langzaam loopt het aantal uren dat we nog opgesloten zitten, terug. Eigenlijk gaat dat best traag, tien uur blijkt lang.

Prijskaartjes

En heeft het zin, vraag je je af. Komen de brieven en kaarten wel aan, worden ze gelezen, verandert er iets voor de mensen die we schrijven of over wie we schrijven? Voor Maryia bijvoorbeeld?

Ik denk aan Aleksandra Skotsjilenko die in 2022 veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van 10 jaar omdat ze in de supermarkt in Sint Petersburg vijf prijskaartjes had vervangen door briefjes met kritiek op de Russische invasie van Oekraïne. Ze is in augustus 2024 vrijgekomen bij een gevangenenruil en woont nu in Keulen. Aandacht van Amnesty voor haar lot heeft zeker geholpen.

Er zijn nog meer succesverhalen, maar ook al is er geen direct gevolg, dan hoop je dat als de ogen van de internationale gemeenschap op je gericht zijn, overheden menselijker zullen zijn naar de gevangenen en anderen die ze onrecht aandoen.

Crecer como trans en un barrio popular madrileño

Leestijd: 3 minuten

“Desde hace algún tiempo, hay muchos libros sobre personas trans, libros que reducen nuestra existencia a algo específico que debe ser analizado y examinado, como si no fuera parte de la vida misma”. Esto dice Alana S. Portero, autora de ‘La mala costumbre’. Su libro, traducido del español y disponible en librerías desde enero de 2024, aborda el tema de una manera diferente. Portero describe la vida misma. O más preciso: describe una vida trans en el Madrid de los años 80 del siglo pasado. “¿Quién no se hace mil preguntas mientras crece, quién no tiene miedo a veces, quién no sufre a veces por amor?”

(Dit is de vertaling van een boekbespreking die ik heb geschreven voor Transgender Netwerk over Slechte gewoontes van Alana S. Portero.
Het boek is vanuit het Spaans vertaald door Annet van der Heijden en Alyssia Sebes.
Bij Transgender Netwerk kun je de Nederlandse tekst lezen.)

Alana, la protagonista del libro, intenta comprender la vida en San Blas, el barrio popular madrileño donde crece. Aprende lecciones de las mujeres que conoce allí, personalidades que Portero retrata en breves capítulos. Cada capítulo se puede leer como una historia corta y completa. Sobre Margarita, una vecina que es trans y a la que Alana admira. Sobre Peluca, la “bruja” al final de la calle, a quien todos temen, pero que con su maquillaje tembloroso le recuerda a las sesiones secretas de maquillaje (de Alanan) en el baño de casa de la abuela. Y sobre Eugenia, una prostituta a la que llega a considerar como una madre.

Movida Madrileña

Madrid entonces tenía un ambiente diferente. Poco después de la muerte del dictador Franco, hubo grandes cambios políticos y sociales en España. La llamada Movida Madrileña fue un tiempo de libertad, creatividad y rebeldía, alejado de la represión y el conservadurismo de antes. Esto se reflejaba en la música, el arte y también en las películas de Pedro Almodóvar, por ejemplo. Del mundialmente famoso director, hay una cita en la traducción al neerlandés y, entretanto, también ha adquirido los derechos cinematográficos del libro de Portero.

Alana ve fotos en la pared del bar de Antonio, un lugar de encuentro para la comunidad queer en Madrid, de sus seres queridos fallecidos por el sida. Le impresiona. El mismo Antonio intenta proteger a la nueva generación queer de la enfermedad con condones gratuitos. Esta nueva generación es relativamente feliz, si se tiene en cuenta la represión LGBTQ bajo Franco, señala Portero: “Muchos años después entendí que, por limitada y a veces oscura que fuera nuestra juventud como personas queer, disfrutábamos de cierta libertad de movimiento que la generación de Antonio, a quien entonces calculé que tenía unos cuarenta años, nunca había conocido.”

La protagonista Alana se descubre a sí misma en esta novela de crecimiento contra ese telón de fondo: Madrid en los años 80, la clase social en la que se mueve y las personas que pueblan su vida. Se moldea frente a ese trasfondo. Conoces a Alana en su relación con las personas de su entorno.

No juzgues demasiado rápido

Intenta entender el mundo sin juzgar precipitadamente. No es fácil, porque en el círculo social en el que vive, todos tienen opiniones rápidas. Sin duda, esa es también la explicación del título: La mala costumbre. Como dice Portero: “Tenemos la mala costumbre de juzgar a las personas antes de preguntarles quiénes son realmente”. Y las personas trans sufren aún más por eso que otros. El mundo que describe Portero no acepta a las personas que se desvían de la norma. Como Margarita, Peluca y Eugenia.

Está bellamente escrito, con personas especiales y muy atractivas, personas en su búsqueda cotidiana, el entorno social, la autorreflexión de Alana, su desarrollo. El libro es conmovedor, triste y divertido al mismo tiempo. También es muy poético. Y es casi una lástima llegar a la última página y tener que despedirse de los personajes.

El libro es un éxito en España y se ha traducido al menos a dieciséis idiomas. Alana S. Portero se encuentra con su debut directamente en la vanguardia de la escena literaria española, opina Elena Medel, una colega escritora. “Una hermosa novela sobre el viaje que emprendemos para ser quienes realmente somos”, dice. “Y sobre las personas que nos acompañan para llenar los espacios vacíos.”

La mala costumbre – un libro autoficticio, según la editorial en los Países Bajos; no una autobiografía real, pero tampoco completamente ficticia – ha sido publicado por Meridiaan. El título holandés: Slechte gewoonten. El libro está disponible en las librerías.

Groen onderwijs mag veel groener

Leestijd: 6 minuten

Het lijkt erop dat de aoc’s verdwijnen, de naam althans. Aoc’s waren agrarische opleidingscentra, en ze ontstonden in de jaren 90. Vergelijkbaar met roc’s, behalve dan dat aoc’s zich op één sector richtten. De overgebleven aoc’s gaan nu waarschijnlijk beroepscolleges heten.

Ik ben er veel geweest en heb er vaak over geschreven, als redacteur van het vakblad groen onderwijs. Toen ik daar begon, bestonden ze net, die aoc’s, en er waren er nog 21. Nu zijn ze haast op één hand te tellen.

Ach, namen. Eerder had je rijkslandbouw- en tuinbouwscholen. Met de aoc-vorming kwamen de scholen met fantasierijke namen (of namen die minder fantasierijk waren) zoals Elema, ’t Vanck en Agron. Er waren veel namen die naar de regio of hoofdvestiging verwezen zoals AOC Twente, AOC Alkmaar, AOC Zuid-Holland Oost of AOC Veluwe. Je had verder nog landbouwscholen die buiten de aoc-vorming bleven, misschien vanwege identiteit of om andere redenen waardoor ze er niet uitkwamen met de concentratie van scholen in die tijd. Maar de nieuwe namen doken overal in Nederland op.

Prozaïscher

Ik realiseer me dat we voor het vakblad eigenlijk nooit al die namen hebben toegelicht. De namen van toen en van later. Waarom Clusius, Wellant, Helicon, Larenstein of Zone College?

In de beginfase was de naamgeving vaak prozaïscher, zou je kunnen zeggen. De naam ’t Vanck combineerde de beginletters van de verschillende vestigingen: Tiel, Velp, Apeldoorn, Nijmegen, Cuijk en Kesteren. Elema College (in Emmen, Assen en Eelde) heette zo vanwege Jakob Elema (1872-1950). Hij was rijkslandbouwleraar in Drenthe en werd hoogleraar grondverbetering in Wageningen.

Aeres bestaat nog als los geheel, sectoraal. Net als Zone en Yuverta. Maar Clusius zit nu in Vonk en Prinsentuin in Curio. Ik ben het soms echt een beetje kwijt.

Laten we beginnen met deze namen. Aeres, de naam van een nog steeds doorgroeiende onderwijsconglomeraat – tot en met het Friese Nordwin is erin opgenomen – is afgeleid van het woord ‘Aer’. Dit staat in het Grieks en Latijn voor lucht, licht en ruimte. Daarmee staat deze naam symbool voor de verschillende instellingen binnen Aeres en de verbinding tussen kennis op verschillende niveaus.

Zone College ontstond in 2018 uit AOC Oost en Groene Welle. Zone is een woord met vele betekenissen. Terrein, bodem, regio, landschap. In de woorden van de onderwijsinstelling staat Zone voor ‘een plek waar je groeit, waar je over je grenzen heen stapt en waar je je thuis voelt’.

Yuverta, nog niet zo lang geleden (2021) ontstaan uit Citaverde College, het Wellantcollege en Helicon Opleidingen, is een abstracte naam. Met, aldus de scholenorganisatie, associaties naar jij (yu), toekomst (verte) en groen (verde). Dat ‘verde’ zat ook al in het Italiaans klinkende Citaverde. Citta betekent dan stad. Ik weet het niet zeker, maar die naam ontstond in een tijd dat het aoc-onderwijs langzaam steeds minder agrarisch en meer groen werd.

Linnaeus

Reden ook waarom de term aoc een beetje moeilijk was. Het onderwijs was er immers niet meer zo ‘agrarisch’. Het vakblad veranderde van naam en Wageningen University heeft geleidelijk aan elke verwijzing naar de sector geschrapt. Overal werd er steeds meer over ‘groen’ gesproken. Dat ging niet van de ene dag op de andere. Het lag ook best ingewikkeld, groen. Je wilt de landbouwers niet van je vervreemden, vonden scholen. Maar motivatie was dat dit onderwijs behalve over plant en dier toch steeds meer ging over voeding, bloemschikken, leefomgeving en zelfs urban design

Nog een paar namen dan. Carolus Clusius, naamgever van een fusie van scholen in Noord-Holland, was een botanist die in 1526 geboren werd in Vlaanderen. Hij speelde volgens Wikipedia een grote rol bij de verspreiding van de aardappel en de tulp in Europa.

Helicon is een mooie naam, maar heeft geen directe relatie met landbouw of groen. Het is een berg in Griekenland die volgens de Griekse mythologie de woonplaats was van de muzen, de godinnen van kunst en wetenschap. De naam werd dan waarschijnlijk gekozen om de verbinding tussen natuur en onderwijs uit te drukken.

Bij Wellant denk ik aan het appelras. Terra verwijst naar aarde of land. En Lentiz zoals de HollandAccent Onderwijsgroep zich in 2008 herdoopte, is afgeleid van lente. Gedacht werd aan de lente als groeiseizoen en de onmiskenbare rol die onderwijs heeft in de groei en ontwikkeling van jonge mensen en hun talenten.

Naamkeuze zegt iets over de kiezers. Als er een vroegere ‘held’ werd genoemd, moest dat toch iemand zijn die onomstreden was. En geen conflict zou oproepen. Witte mannen. Zo zijn er in Nederland geen groene scholen die naar Darwin zijn genoemd, ongetwijfeld de belangrijkste bioloog ter wereld. We kenden wel een Linnaeusschool. In Amsterdam, totdat deze in 2020 vanwege teruglopende leerlingaantallen de deuren moest sluiten.

Linnaeus (1707-1778) is dan een naamgever in dubbele zin. Hij is de persoon die op internet zeker de meeste vermeldingen heeft, want de Zweedse botanist kwam immers met zijn tweedelige benamingssysteem voor flora en fauna. Overal vind je de L. die naar zijn naam verwijst of zijn naam voluit.

Vergeten?

Verder is er Hogeschool Van Hall Larenstein, ontstaan rond 2004 uit het Van Hall Instituut en Hogeschool Larenstein. Van Hall (1801-1874) was botanicus en hoogleraar in Groningen. Hij benadrukte het belang van goed onderwijs en voorlichting aan boeren. En Larenstein is de naam van een landgoed in Velp. Beide namen, zowel Van Hall als Larenstein, werden aangenomen na fusies die je zou kunnen vergelijken met de aoc-vorming voor lager en middelbaar agrarisch onderwijs.

Naast de aoc’s en agrarische hogescholen waren er organisaties rondom de scholen. Denk aan Stoas of Aequor. Stoas (opgericht in 1981) stond voor Stichting tot Ontwikkeling van Agrarisch onderwijskunde en Scholing. Er gebeurde veel, maar uiteindelijk ging het toch vooral om de lerarenopleiding, nu geconcentreerd in Wageningen en onderdeel van Aeres.

Aequor was in 2001 de nieuwe naam voor de organisatie die een brugfunctie tussen onderwijs en bedrijfsleven vervulde. Ontstaan in 1994 uit landelijk organen die tot dan toe ook verantwoordelijk waren voor het leerlingwezen. Daar heb ik gewerkt, en vandaaruit werd ik gedetacheerd naar het vakblad groen onderwijs. Aequor, een fantasienaam, is sinds 2015 opgenomen in SBB, de samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.

(Correctie, Aequor is niet helemaal fantasie, reageerde een oud-collega. Het is Latijn voor zeespiegel. Zoals water en lucht elkaar er raken, raakten bedrijfsleven en onderwijs elkaar bij de organisatie. We noemden ons personeelsblad niet voor niets Periscoop. Daarin konden we dan een blik boven de waterspiegel werpen.)

Dan hebben we alle namen nog lang niet gehad. Denk aan Groene Delta, Scalda, Prinsentuin, Curio, Nordwin, Landstede, Edudelta, De Groene Welle, Groenhorst, Warmonderhof en Florens College. Reageer als u vindt dat er nog een naam is die genoemd moet worden en verklaard. Welke ben ik vergeten? Of wat van wat ik hier heb verteld, klopt niet?

Nieuwe naambordjes

Groen onderwijs dus, maar wat mij betreft mag het echt nog veel groener. Want het gaat met biodiversiteit, bodemgezondheid en waterkwaliteit niet goed. Meer aandacht voor duurzame landbouw en weg van de intensieve veehouderij en van kunstmest en krachtvoer. Dat zou goed zijn.

Waarom? Dat vergt misschien uitleg (of misschien ook niet). Maar wil je iets over de argumenten weten, lees dan bijvoorbeeld Uit de shit van Thomas Oudman, gezamenlijk op school of luister naar een ‘goed gesprek’ van Lex Bohlmeijer met Roos Staat, aankomend boerin. Dan realiseer je je dat we al honderd jaar achteruit boeren, steeds intensiever en grootschaliger. Met hulp van bijvoorbeeld de Rabobank die investeringen van biologische boeren tegenhield, want het zou niet genoeg opbrengen. En van het onderwijs, want ja, “we moeten toch ook de ‘gangbare landbouwers’ opleiden.” Voor zoals nu wel blijkt, een doodlopende weg.

Transitie, bodemkwaliteit, plantaardige eiwitten en klimaatadaptatie zijn onderwerpen die thuishoren in dit onderwijs. Hoe zal het dan gaan met dit groene onderwijs? Verwachting is dat het aantal mbo’ers sowieso daalt, maar bij aoc’s nog iets harder. Ondanks de groene insteek en het overduidelijke belang van vergroening in landbouw en leefomgeving.

Ik heb nog wel enkele naambordjes voor groen onderwijs. Voor nieuwe scholen die onder deze naam een nieuwe generatie zou willen aanspreken. Kate Raworth (bedenker van doughnut economics), Maria Sibylla Merian (die volgens Onbehaarde apen misschien wel de eerste ecoloog ooit was), Frans de Waal (die mensen heeft geleerd anders naar dieren te kijken), Greta Thunberg (die vele jongeren inspireerde tot inzet voor een duurzame toekomst) of Jane Goodall (icoon voor hoe samen te leven met dieren en zorg te dragen voor de natuur).

Of misschien kun je gewoon een paar gangen, lokalen en ruimtes in je school hernoemen naar deze helden.

Brief aan mijn moeder

Leestijd: 2 minuten

Lieve mam

Het is tien jaar geleden dat u overleed. Ik denk vaak aan u en ik praat ook met u. Eenrichtingsverkeer natuurlijk, en nu misschien meer voor mij ook dan voor u. Ik vraag me af hoe u tegen mij aan zou kijken. Er is veel dat u niet wist, dat ik misschien ook nog niet wist over mezelf, en ook veel wat er over de afgelopen tien jaar is te vertellen.

De persoon die ik ben geworden bijvoorbeeld. Ik ben nu 63. Ik merk dat je in deze levensfase makkelijker terugkijkt dan vooruit. Verloren vriendschappen, betekenis van werk en de vele, vaak emotionele reizen. Ben ik tevreden met wat ik gedaan heb? Ik bedenk wat er anders was geweest als ik andere keuzes had gemaakt, als vrouw door het leven was gegaan bijvoorbeeld, eerder met dans, ballet, piano was begonnen, een partner had gehad of kinderen misschien, langer in Spanje had gewoond. Dat is allemaal niet gebeurd.

Ik maak me zorgen over veel dingen in de wereld, zoals klimaatverandering en oorlog. Over totalitaire regimes, rechtsextremisme, en een gebrek aan tolerantie en begrip voor minderheden en hun gevoelens. Ik weet niet of ik daarin anders ben dan tien jaar geleden; er spelen sowieso andere dingen. We praten nu over nepnieuws en complotdenkers, metoo en machtsmisbruik en wokisme en cancelcultuur.

Ja, ik merk dat ik leun op gewoontes, herkenning en routine. Dat geeft me onmiskenbaar zekerheid en controle. Maar ik lees ook de waarschuwing van Skye Cleary. Zij is een Australische filosoof die Simone de Beauvoir bespreekt en beschrijft hoe je authentiek kunt leven; een leven waarin je voortdurend zoekt naar wegen voor zelfcreatie en zelfvernieuwing in de mogelijkheden die je hebt. Cleary’s waarschuwing is dat een obsessie met routine ons tot zuurpruimen kan maken, stugge, conservatieve mensen die niet tegen verandering kunnen. Met als gevolg dat we alles op de automaat doen en anderen tiranniseren die onze routines bedreigen. Weinig ruimte voor authenticiteit en zelfvernieuwing. Zo wil ik niet zijn en worden.

Ach lieve mam, vroeger heb ik u niet veel geschreven. Het was vast heel fijn geweest voor u en ook voor mij als ik u vaker had laten weten hoe ik u waardeerde. Nog altijd denk ik met veel liefde aan u, misschien wel steeds meer. Ik kon altijd op u rekenen voor steun, zorg en lieve woorden. U was nooit veroordelend en altijd begripvol, en zachtmoedig. Ik drukte als ik u zag met liefde een kus op uw zachte wangen.

U werd 63 in de jaren 90, pap was al jaren eerder overleden. Het waren de jaren dat ik bezig was me in journalistiek te verdiepen en ik plezier had in werk, reizen en vriendschappen. Misschien had ik minder aandacht voor u, maar dat is niet iets waar ik me vreselijk schuldig over moet voelen. Ik denk dat u in grote lijnen wist hoe het met me ging, maar niet in detail, bijvoorbeeld mijn genderonzekerheid die ik voelde, maar destijds absoluut niet kon verwoorden.

U bent voor mij een voorbeeld geweest op vele manieren. Ik heb van u geleerd over wat belangrijk is in het leven. Dat klinkt als een cliché, maar het voelt voor mij zo. Tien jaar later, mam, maar ik draag u nog steeds altijd met me mee.

Liefs, Ton

Escape in Slowakije

Leestijd: 3 minuten

Het woord ‘crisis’ wordt volgens historica Beatrice de Graaf tegenwoordig sneller gebruikt dan vroeger. Maar, zegt ze, “een crisis is pas een crisis als je het er met elkaar over eens bent dat er vitale belangen in het spel zijn.” Denk aan hongersnood, levensruimte, veiligheid. Dan kun je waarschijnlijk nog lang praten over wat eigenlijk vitale belangen zijn en wanneer die precies bedreigd worden.

Waar mensen vroeger wezen naar God en het noodlot, daar zoeken ze nu volgens De Graaf rationelere verklaringen. Bovendien wordt de schuld snel bij de overheid gelegd, en die moet maar zorgen dat we uit de crisis komen of er liever helemaal niet in terechtkomen.  

Als je geregeld op Twitter zit, zoals ik, wordt het crisisgevoel alleen maar versterkt. Net als mijn emoties door de dag heen.

De oorlog in Oekraïne is verschrikkelijk, de vrouwenopstand in Iran vind ik hoopgevend, het onbegrip over zelfbeschikking in de Transgenderwet raakt me diep, dat Annie Ernaux de Nobelprijs voor literatuur heeft gewonnen maakt me blij, Poetin heeft werkelijk een zieke geest, een omgekeerde vlag vind ik niks, extreemrechtse manifestaties in binnen- en buitenland vind ik heel pijnlijk, maar sommige filmpjes, memes en cartoons zijn zo leuk dat ik ze meteen wil delen, over de onderdrukking van vrouwen in Afghanistan ben ik verontwaardigd en boos ben ik ook dat Trump-rechters het recht op abortus hebben teruggedrongen.

Veel emoties over wat er in de wereld gebeurt. Maar mijn escape deze zomer was Slowakije. Een onbekend land voor veel mensen. Toch is het eenvoudig te vinden, echt. Je gaat bij Wenen rechtdoor. En dan kom je in Bratislava, de Tatra, Kosice, de Banska’s. 

Slowakije zit ingeklemd tussen Hongarije en Polen en er is ook een grens van zo’n honderd kilometer met Oekraïne. Ruim vijf miljoen Slowaken wonen in een land dat net wat groter is dan Nederland. Maar Slowakije is zelden een apart land geweest. Deel van Hongarije, van het Habsburgse Rijk en samen met Tsjechië in Tsjechoslowakije. Dat land splitste zich in 1993, volgend jaar dertig jaar geleden, in Tsjechië en Slowakije.

De emoties over de wereld waren er iets verder weg, maar andere gevoelens waren er des te meer. Boosheid over een Airbnb-verhuurder die op het laatste moment annuleert, blijdschap over een andere, onzekerheid over treinverbindingen, over communicatie, vrolijk over opbeurend contact, verheugd met deelname in een yogaklasje en zumba in een park, moe en tevreden na lange wandelingen in stad en natuur, genieten van een drankje op een terras. En bewondering over schone, ontroerende, verrassende schilderkunst. Ik liep soms als enige in een kunstmuseum. En ik voelde in Slowakije verder ongeduld, nieuwsgierigheid, verdriet, eenzaamheid, ongedurigheid, enthousiasme, weemoed.

Ik werd ook zo blij van Kristina die me in Bratislava een kamer verhuurde. Ze zette heerlijke thee, maakte smakelijke lasagne en trok een koel biertje open. Ik vertelde haar over wat me raakte en waarom. Ik werd ook blij van de vrouw van het toeristenbureau die me vertelde over Banska Bystrica, wat er te zien was en hoe ik dat kon vinden. Net voordat ik twee dagen later de trein nam die me weer wegvoerde, ben ik er nog even binnengelopen om ‘dag’ te zeggen. Ze wist nog wie ik was.

En dan was er een ontmoeting bij de Kalvaria in Banska Stiavnica. Die kruisweg uit de 18e eeuw, gemaakt door Jezuïeten, is van 2008 tot 2018 gerestaureerd. Nu Unesco-beschermd, geloof ik. Er staan op een heuvel drie kerken en 22 kapelletjes met schilderijen. Vooral de kerk op de top is een blikvanger voor de wijde omgeving. Het is een hele klim, ook voor de grote groep jongeren die voor mij uit liep, geleid door een gids. Hijgend en lachend kwamen ze boven.

Toen ze zich voor de topkerk opstelden voor een foto, heb ik die genomen. Klik, klik! Een begeleidster vertelde dat ze uit een plaats kwamen op zo’n 80 kilometer, dat ze een kerkgemeenschap vormde en dat ze hier vandaag op excursie waren. “En, by the way, – wijzend op een van de meisjes die om ons heen stonden – zij kan heel mooi zingen.” Wat ze zong, weet ik niet, maar terwijl ze zong, werden mijn ogen nat.

Wat kan ik nog meer vertellen over Slowakije? Ik heb nog lang niet alles gezien van wat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright in 1997 ‘het zwarte gat van Europa’ noemde. Zo zwart was het niet. En ik voelde me er, bijvoorbeeld terwijl ik langs de Donau fietste of in het Slowaakse Paradijs wandelde (zo heet het echt) ver verwijderd van alle crises.

Hoe queer ben jij?

Leestijd: 5 minuten

Queer-zijn betekent dat je niet beantwoordt aan de vaste indeling in gender en dat je de dominante heteronorm afwijst. Zo ongeveer. Ik vraag me af: ben ik dat dan? Antwoord op die vraag begint bij een onderzoek van een aantal woorden. Gender, performance, queer-theorie.

Het wordt haar vaak aangewreven, maar Judith Butler (Amerikaans filosofe, geboren in 1956) kwam niet met die term: gender. Eerder al zagen psychiaters dat er mensen waren bij wie het biologisch geslacht niet overeenkwam met hoe ze zich voelden. En dat gender een constructie is, zit min of meer ook in de woorden van Simone de Beauvoir: Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.

Later werd het onderscheid sekse en gender uitgewerkt. Bijvoorbeeld door de Britse socioloog Ann Oakley. Dat lees ik in het boek van Linda Duits over feminisme (Dolle mythes), aanrader als je meer wilt weten van het feminisme van de tweede golf en de huidige golf. Gender is een zaak van cultuur, schreef Oakley. Het gaat over de sociale classificatie van mannelijk en vrouwelijk. En dan ook over het patriarchaat.

Butler gaat een stapje verder. Ook sekse is niet binair, net als gender. Je bent niet per se het een of het ander, vrouw of man. Hoewel het wel zo voelt, want bij je geboorte, of vaak eerder al, wordt gezegd: het is een meisje of een jongen en worden verwachtingen voor je leven en voorkeuren daaraan gekoppeld. Maar Butler zegt, niet alleen gender is een sociaal construct, ook sekse is dat. De tweedeling man-vrouw. Het is een manier om naar het lichaam te kijken.

Weerstand

Dat geeft een hoop weerstand. Want verwerp je dan de biologie helemaal? (Denk het niet, maar queer-theorie vindt dat wel minder relevant). En wat moeten we van je denken? (Tja). Genderverwarring – blijkbaar is het ontzettend belangrijk om meteen te weten wat je bent, man of vrouw – en nog erger: ‘mannen die het domein van vrouwen binnendringen, op het toilet, de sport, de gevangenis, waar dan ook’. Dat is de gedachte van een groep meestal vrouwen die terfs worden genoemd: trans-exclusionary radical feminists. Voor hen zijn trans vrouwen geen vrouwen en ze willen niet dat deze trans vrouwen dezelfde vrouwenrechten krijgen als cisvrouwen. 

Maar wat is eigenlijk een vrouw, een man, een non-binair persoon? Is dat puur afhankelijk van lichamelijke en biologische kenmerken, dat iemand in staat is om een ander te verkrachten (de gedachte van de terfs) of is er niet een ander onderscheid te maken? Mijn antwoord is duidelijk, en dat van Butler ook. Gender is voor haar niet meer dan een herhaling van performances. We doen ‘vrouw’, met nagellak, ballet, jurkjes. Daarmee houden we ook de mythe van vrouw in stand. We bevestigen met onze keuzes steeds wat het betekent om vrouw te zijn.

Het is dus een en al constructie. En alles draait om taal, zegt Butler. De wereld wordt gevormd door de manier waarop we erover spreken, met alle onderscheid in gender (hij en zij), karakter, handelingen, codes. Je moet je volgens een grote groep van mensen wel aan de normen en afspraken houden. Het lijkt erop dat die groep kleiner wordt. Er zijn meer mensen die buiten de hokjes willen treden en hun genderidentiteit gaan onderzoeken.

Bevrijding

Komen er dan meer aanhangers van de queer-theorie? Ik weet het niet. Die theorie wil in elk geval af van die vaststaande indeling, van gender en sekse als dichotomie. Ze wil de koppeling tussen genderperformance en sekse doorbreken. Als we zien dat mannelijk en vrouwelijk (vraag is of je die termen dan nog wilt gebruiken) in personen door elkaar vloeien, is alles veel vrijer. We hoeven ons dan niet te schikken naar dominante gendernormen, aldus Linda Duits.

Als ‘man’ mag je bijvoorbeeld huilen, je gezicht poederen, dameskleding dragen. Als vrouw de rekening opeisen, de deur openhouden voor een ander. Voorbeelden genoeg, maar het gaat verder. Want veel transgender personen zijn binair en helemaal niet zo queer. Ze hechten juist aan de tweedeling, en verlangen, zolang dat voor hun gevoel nog niet voldoende gerealiseerd is, deel uit te maken van de andere gender.

Hokjes mogen in het queer-zijn helemaal weg, al de etiketten die jou als persoon vastprikken op seksualiteit, gender en identiteit. Dat die labels er niet toe doen, of fluïde zijn, voelt als een bevrijding. Voor mij althans.

Ideologisch

In de filosofie past deze houding, en de queer-theorie, bij het poststructuralisme, bij Foucault en zijn concept van macht. Het dominante discours is bijvoorbeeld heteronormatief en binair. Dat je woke bent, zou kunnen betekenen dat je de machtsstructuren die Foucault benoemt, doorziet of erkent. Alleen al door dat te benoemen, heb je een stap gezet. De eerste stap naar herziening van onze aannames over gender en seksualiteit. De vraag is immers of gender en seksualiteit wel zo essentieel zijn voor personen. Man-vrouw, heteroseksueel-homo; misschien ben je nooit helemaal dit of dat.

Queer-theorie is er intussen al decennia in de academische wereld (bij vrouwenstudies of genderwetenschappen), maar, denk ik, nog steeds vrij marginaal. Het ontstond omdat de bestaande labels voor identiteit te beperkt waren. Queer is dan vooral kritiek op identiteit, geen term met een erg vaststaande betekenis. Dat is naast het vaak heel technische jargon, misschien ook het probleem van de queer-theorie. Plus alle kritiek vanuit bijvoorbeeld het Vaticaan omdat queer-theorie ideologisch zou zijn en het traditionele gezin zou ondermijnen.

Fluïde

Behalve Foucault en Butler is voor de queer-theorie nog de inbreng van Eve Kosofsky Sedgwick van belang. De Amerikaanse was gespecialiseerd in genderstudies en werd beïnvloed door het feminisme, het marxisme en het deconstructivisme (of beter het poststructuralisme). Voor haar hield queer-zijn ook in dat je specifieke performatieve acties onderneemt, of, met andere woorden, dat je het laat zien.

Queer wordt, misschien ten onrechte, vaak als aanduiding gebruikt voor homoseksuelen. Of voor seksuele identiteiten die ‘cultureel gemarginaliseerd’ zijn. Dat kan er op duiden dat zo’n woord inderdaad leeft, dat het wordt opgeëist en dat de betekenis verschuift. Hoe dan ook, queer is, zo kun je wel stellen, alles wat tegen de dominante norm ingaat. Een anti-label zoals Naomie Pieter dat in een artikel van Manju Reijmer bij OneWorld zegt.

Dan kan het betrekking hebben op mensen, maar ook op films of boeken. Die films en boeken, zoals ‘Detransitie, baby’ van Torrey Peters bijvoorbeeld zijn nu misschien queer, maar blijft dat zo? De dominante norm is over een paar decennia ook weer anders.

Waar het om identiteit gaat, wordt steeds vaker de term ‘gender queer’ gebruikt. Dat zou je kunnen vertalen als: onverschillig tegenover gender, of fluïde. Ik omarm het graag, maar of ik helemaal onverschillig of fluïde ben, weet ik eigenlijk niet.

De vrouw met de kraai

Leestijd: 5 minuten

Bijna op het eind van de expositie Goth – Designing Darkness in Den Bosch sta ik voor een grote zwart-witfoto van een jonge vrouw met een kraai. Ze aait het beest en omhelst het. Kraaien, zoals doodgravers ook genoemd worden, hebben geen beste naam: boodschappers uit de andere wereld. Het is alsof de vrouw op de foto die boodschapper begrijpt en innig met de dodenwereld in verbinding staat. Haar witte huid en zwarte cape versterken dat nog. Een intrigerende foto; wie is die mysterieuze vrouw?

Het is een beeld van een stomme film uit 1918, zo blijkt. De jonge vrouw is een actrice, Theda Bara. En de film heet ‘The she-devil’, het verhaal van een vrouw zonder geweten. Theda speelt Lolette die verliefd wordt op Maurice, een reizende artiest. Maar die is niet erg geïnteresseerd en gaat weg. Lolette wijst andere mannen in haar Spaanse dorp af, gaat ervandoor met gestolen juwelen en reist Maurice achterna. Naar Parijs. Als die haar meeneemt naar een optreden met Spaanse dansers, springt ze het toneel op en danst iedereen in de schaduw. Maar de man die ze heeft bestolen van de juwelen, zit ook in de zaal. Nog wat verwikkelingen en dan uiteindelijk bindt ze die man aan een stoel en bevrijdt Maurice. Ze vluchten samen weg.

Of de (verloren gegane) film nu zo goed het gothic-gevoel verklankt, weet ik niet. De duistere en mysterieuze foto van Theda Bara doet dat zeker wel.

Bara werd geboren in 1885 in Ohio, van een Poolse vader en een Zwitserse moeder. Ze stierf bijna zeventig jaar later in Los Angeles. Ze speelde vaker een femme fatale, bijvoorbeeld Cleopatra. In totaal acteerde ze in zo’n veertig films.

Ze kreeg de bijnaam de vamp vanwege een rol als vampier. Publiciteitsmedewerkers maakten van haar bewust een mysterieuze vrouw, iemand die in Egypte geboren zou zijn en van wie de naam een anagram was van ‘arab death’. Een uitspraak van haar, uitvergroot op de expo luidt: ‘The vampire that I play is the vengeance of my sex upon its exploiters. You see, I have the face of a vampire, perhaps, but the heart of a feministe.’ Deze vrouw, haar beeld, inspireerde ook de goth-subcultuur die jaren later zou ontstaan.

Keerzijde

De expositie over goth en gothic is veel meer dan Theda Bara. Niet alleen film, maar ook mystiek, tovenarij, foto’s, grafkunst, kleding en architectuur. De tentoonstelling gaat op zoek naar de bronnen van de subcultuur die in de jaren 80 opkwam.

Ik houd zelf eerder van muziek met een neerslachtige stemming dan van vrolijke majeurakkoorden, ik werd geraakt door de dramatische film over Ian Curtis van Joy Division en ik denk ook aan Buffy, niet te zien hier, en aan mezelf als fee op een verkleedfeest met spinnenwebben. Aan Frankenstein van Mary Shelley. Ik zie de mooie mistige landschappen, toverachtige Odilon Redons en prachtige jurken en korsetten, steeds koolzwart en bloedrood. De schilderijen van Casper David Friedrich en William Turner. Ik proef de duistere sfeer die hier hangt. Nee, ik ben niet goth, met donkere make-up, extreme kleding en symboliek, maar de sfeer en het gevoel spreken me wel aan. Een soort van herkenning.

goth feeling

Het is dan niet alleen de subcultuur die in de jaren tachtig uit de punk of new wave voortkwam. Niet die groezelige muziek, vaak harde metal, waar ik eerlijk gezegd ook niet echt naar kan luisteren. Goth gaat, zo zie ik op de expo, terug naar de gothic novel uit de 18e eeuw, William Blake en the graveyard poets, de gotische bouwstijl in de late middeleeuwen en wellicht nog verder, naar de Goten die vanaf 250 na Christus het Romeinse Rijk binnenvielen.

Gothic is de duistere en melancholieke kant van het leven, de aandacht voor de keerzijde, zwarte romantiek de telkens terugkeert in een andere vorm als reactie op de zakelijke lelijkheid van het leven. Escapisme misschien, maar ook een blik op de verborgen binnenkant van mensen, dat wat ze echt zijn. Authenticiteit is een kernwoord, niet voor niets. Hoewel het misschien meer een gevoel is over wat authentiek is, dan wat daadwerkelijk echt is. Dat bepaal je zelf. En identiteit, want goths zijn volop bezig met hun expressie.

Maar het is meer dan uiterlijk, meer dan zwarte kleding, donkere make-up en een vampy uitstaling, schrijft Zoie Campbell, theblackmetalbarbie op Instagram. Zij had als kind al meer met horrorfilms dan lieflijke kinderfilms, zag liever zwart-witfoto’s dan full colour en ze had een passie voor kunst. “Ik zag mezelf als een gothische fee”, schrijft ze. Het is voor haar vooral een gevoel. Dat gevoel is niet zomaar een voorbijgaande fase in haar leven, maar een deel van haar karakter en levensvisie. Zoals een gothic-meme zegt:  ‘I don’t live in darkness; darkness lives in me’.

Verdieping

Ik associeer goth eerder met de stad; donkere steegjes, krochten en bruggen. Maar er is net zo goed een fascinatie met ruige natuur, donkere bossen en gevoelens van eenzaamheid en verlangen. Een passie voor ruïnes en kastelen en een tijd ver voor die van de opkomende industrie en sociale verandering. Het is niet de echte geschiedenis die dan wordt omarmd, maar het gefantaseerde beeld ervan. Het verhaal dat goths zich vormen over het verleden dat romantisch en ridderlijk zou zijn.

Er zijn allerlei beelden en stereotypen die passen in dit decor. Vleermuizen, vampiers, demonen, heksen, feeën en ook personages die aan seksistische of racistische stereotypen doen denken. Zoals de gevaarlijke femme fatale of hysterische heks die mannen in het verderf stort. Het onschuldige meisje dat slachtoffer wordt van een mannelijke monster. En de aangedikte witheid van het gothic gezicht. Daar is vast meer over te zeggen, en er zijn vooral vraagtekens bij te zetten.

Agnes Jasper, die voor haar studie Culturele Antropologie aan de UvA een scriptie over de gothic scene schreef, stelt dat het ook maar beelden zijn waarmee wordt gespeeld. En verder dat het in de scene uiteindelijk de vrouw is die de macht heeft en heerst, femme fatale of misschien ook niet.

Maar denk ook nog even aan die uitspraak van Theda Bara. “Believe me”, zei ze in 1915, “for every woman vampire there are ten men of the same type. Men who take everything from women – love, devotion, beauty, youth and give nothing in return!” Daarom neemt ze als de vampier die ze speelt, wraak.

Ik lees op de website van het Design Museum, waarin ze verdieping aan de Goth-expo willen geven, dat ‘het subversieve karakter van goth ook de mogelijkheid (biedt) om (die) stereotypen op een nieuwe, positieve manier te interpreteren.” Dat goth ook experimenteert met gender en seksualiteit en zoekt naar nieuwe betekenisgeving.  

Duisternis

Ach, wat is goth en wat niet? Is Nick Cave ook goth? Het maakt niet zoveel uit, want wat er te zien is op de expositie in Den Bosch roept het gevoel wel op. De opgezette bok, de naakte Lilith, de bogen van de Sint-Jan, de grafversieringen en lettertypes, roodfluweel en danse macabre. Ik voel het wel. Ook dankzij de duisternis en de nachtelijke sfeer.  

Nog even terug naar die authenticiteit waarop goths zich beroepen. Het lijkt deels ook een strategie om echte goths van onechte te onderscheiden. Bescherming tegen subculturele appropriatie.

De tanker ligt stil

Leestijd: 7 minuten

Lieve Tine

Ik hoor niets anders meer dan corona. Op tv, op straat, in alle grotemensengesprekken, echt allemaal. Wat is dat toch? Ik haat het. We kunnen niet naar school, dans- en muziekles, iedereen is thuis en we mogen niet naar opa en oma. Soms worden mensen boos als je te dichtbij komt. ‘Afstand houden’, grommen ze dan.

Normaal is computeren wel leuk, maar nu is het best vermoeiend, de hele dag voor de laptop. En ook de vakantie gaat niet door. Die quarantaine was eventjes leuk, gezellig puzzelen met z’n allen, mooie tekeningen maken, maar nu vind ik het minder fijn. Papa slaat mama en ik was de hele dag mijn handen.

Ze zeggen dat het leven nooit meer wordt zoals het was. Wat denk jij Tine? Wanneer gaat dit voorbij en wat gaat er dan veranderen?

Lotte

Dag Lotte

Je hebt vast net als ik het boekje van Stine gelezen, Stine Jensen – Lieve Stine, weet jij het? Ze geeft daarin filosofische antwoorden aan kinderen die vragen stellen over geluk, dood, sociale media, jaloezie, vriendschap en keuzes maken.

“Jezelf zijn”, zegt Stine, “betekent eigenlijk dat je dingen doet en zegt die je zelf wilt en niet omdat anderen dat willen.” Dat is wat anders dan niet luisteren of ongehoorzaam zijn, want het gaat erom dat je niet doet alsof. Denk na over wat je echt wilt, waarom je dat wilt en maak je eigen keuzes.

Mooie woorden die voor jouw toekomst ook van belang kunnen zijn. Zo staat er wel meer, maar toen Stine haar boekje schreef, was er nog geen corona in de wereld. Tenminste niet zoals dat virus nu overal lijkt te zijn. Plotseling ziet de wereld er heel anders uit. Net zoals bijvoorbeeld na de Tweede Wereldoorlog, na de val van de Muur in 1989 en na de aanslag op de Twin Towers in New York, 11 september 2001.

“De mammoettanker ligt stil”, zei Marcia Luyten op de radio. Zij is een journalist en ze schrijft een boek over Koningin Máxima. Ze bedoelt dat die mammoettanker onze maatschappij is. Handel, transport, vliegen, werken en produceren, bijna alles maakt even pas op de plaats. Dat doen deels ook de politici die zeggen dat ze klimaat heel belangrijk vinden, maar meestal gewoon blijven doen wat ze altijd deden: vervuilende industrieën en landbouw steunen en ongelijkheden vergroten. Nu is er iets wat voor hen nog meer aandacht vraagt. De rest stopt even.

Maar als die mammoettanker straks weer in beweging komt – dat gebeurt vast, maar we weten niet wanneer – dan zou het geweldig zijn als die de goede kant uitvaart. Nu kunnen we de route bepalen, zegt Marcia Luyten. Nee, sterker nog, nu moeten we de route bepalen. Later is dat waarschijnlijk veel lastiger. Dan varen we door totdat er een te grote ijsberg opdoemt en de tanker schipbreuk leidt en vergaat. Met ons allemaal.

Scenario’s

Oké, nu een moeilijker stuk om iets over verwachtingen te zeggen. Sla maar over als je er niets mee kunt.

Als ze over de toekomst spreken, schetsen mensen scenario’s. Voorspellingen over hoe het zou kunnen worden. Er zijn dan scenario’s die het slechtste laten zien en scenario’s die het beste laten zien. Laten we eerst eens naar dat slechte kijken, want helaas zie je op sommige plekken in de wereld heel vervelende ontwikkelingen. 

Je hebt vast wel van Trump gehoord, iemand die vooral zichzelf op de borst blijft kloppen. Amerika blijft ondanks zijn idiote, seksistische en racistische president toch een democratie met robuuste mechanismen – hoop ik – maar er zijn landen waar mensenrechten nu veel meer gevaar lopen. In ongeveer alle landen zijn burgerlijke vrijheden ingeperkt met het argument dat veiligheid en gezondheid worden bedreigd. Dat we nu binnen moeten blijven en dat het noodtoestand is.

Dat is het ook wel, maar daar kun je op verschillende manieren op reageren. Wij hebben Mark Rutte. Hij is oké, lijkt me, ook omdat hij goed luistert naar wetenschappers. En we hebben natuurlijk Irma, de doventolk. Maar ik ben toch ook wel een beetje jaloers op de Nieuw-Zeelanders die Jacinda Ardern als premier hebben, iemand die de mensen echt aanspreekt.

Maar sommige machthebbers slaan helemaal door. Ze blijven niet bij een tijdelijke sluiting van scholen, concertzalen, festivals, restaurants en overal waar mensen dichtbij elkaar komen. En minder bewegingsvrijheid. Ze gaan mensen traceren, controleren, arresteren. Ze accepteren geen kritiek van media en oppositie, sluiten de grenzen meteen maar voor vluchtelingen en zetten stappen terug in de emancipatie van lhbt’ers. In Hongarije en Polen bijvoorbeeld, en ook in China of Rusland is het lastig. En net zoals Trump brengen presidenten in Brazilië en Wit-Rusland hun bevolking in gevaar door corona te bagatelliseren of mensen verkeerd te informeren.

En bij dit alles ontbreekt het in Europa aan solidariteit. Vooral vanuit ons land, dat behalve dat er allerlei strenge financiële voorwaarden aan Zuid-Europese landen aan de noodhulp worden gesteld, ook nog weigert om haar deel van vluchtelingenkinderen op de Griekse eilanden op te vangen. Ik schaam me er een beetje voor, bij mijn Spaanse vrienden.  

Nu ik het boek van Geert Mak over de afgelopen twintig jaar in Europa lees – Grote verwachtingen – begrijp ik iets meer van de problemen in de Europese Unie. Over verschillen in financieel beleid en de scheiding tussen groepen landen. Ik heb er nu ook niet zoveel vertrouwen meer in of het met de Europese Unie wel goed komt. Het kan na deze coronacrisis zomaar uit elkaar vallen. Hoewel die Europese Unie niet echt goed functioneert en ook een erg duur apparaat is met vaak bedroevend weinig daadkracht, vind ik dat vreselijk jammer!

Dieren

Je zou denken dat het misschien weleens goed is dat die mammoettanker stil ligt en dat we ons bezinnen op de doorgeschoten globalisering. Ik ben blij dat er minder wordt gevlogen en gereisd, dat de lucht schoner is geworden, dat je overal teddyberen ziet, dat mensen elkaar helpen en dat veel kunstenaars zo creatief zijn. Maar die stilstand kan veel werkloosheid, armoede en honger gaan veroorzaken. Dan komt er na de coronapandemie een hongerpandemie. Met nog veel meer doden en ellende.

Iets anders is dat we afstand moeten houden. Anderhalve meter. Vind je vast net zomin leuk als ik dat vind. Een knuffel, een omhelzing, een zoen of simpel contact is nu vaak niet te doen. Dat zal nog wel even zo blijven, maar hopelijk niet te lang. Stel je voor! Dat we de anderen steeds als een mogelijke virusdrager en een bedreiging van onze gezondheid gaan zien? En wat als die sociale afstand dan ook emotionele afstand veroorzaakt? Ik denk het niet, want we blijven toch naar elkaars liefde en aanraking verlangen.

Dat dingen grondig gaan veranderen, lijkt me haast zeker. Yuval Noah Harari, een Israëlische historicus, denkt dat we echt in een kantelmoment zitten. Stel je voor dat dit het begin is van een tijd waarin overheden hun burgers nauwgezet gaan volgen? Mensen krijgen stempels want, zeggen ze, deze persoon is een gevaar voor zichzelf en voor anderen. In veel Aziatische landen, waar mensen sowieso meer vanuit collectief dan vanuit individu denken, schijnen ze zoiets nog best acceptabel te vinden. Maar wij waarderen onze persoonlijke vrijheden. Als dan omwille van gezondheid politici denken dat ze die opzij kunnen zetten, komen we in een hele andere samenleving terecht.

Dan het meer positieve scenario. Daarin zou het kunnen zijn dat mensen zich bescheidener gaan opstellen. We zijn kwetsbaar. We zijn misschien wel eindig. We zijn onderdeel van de natuur en we moeten ons op een goede manier verhouden tot die natuur. Als je die lijnen doortrekt, die van de kwetsbare ecosystemen waar we onderdeel van zijn, dan heeft dat misschien gevolgen voor onze relatie tot de dieren, de vervuiling van bodem, water en lucht en de bedreiging van het klimaat.

We zijn al anders gaan kijken naar veel werk. De mensen die in de zorg werken, zijn nu onze helden die zich dag na dag inzetten voor zieke coronapatiënten. Maar ook de schoonmakers, de vuilnisophalers, de buschauffeurs, postbezorgers en docenten lijken toch veel belangrijker dan de managers en ceo’s die dikke salarissen en grote bonussen krijgen.

Maar ik denk vooral aan de dieren. We fokken ze in enorme aantallen en eten ze massaal. Al die dieren op een hoop kunnen virussen overdragen. Zoönose noemen we de infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Bijvoorbeeld via voedsel of water, direct contact, via teken en muggen of via de lucht, zoals bij de Q-koorts tussen 2007 en 2011. Dit coronavirus (Covid-19) is ook zoiets, maar we weten er nog niet zoveel van.

Hoe dan ook, we leren ervan. We leren ook over de waarde van de wetenschap en over de beste aanpak van zo’n epidemie. Hoewel een volgende epidemie ook best heel anders kan zijn.

Wat nu?

Tot zover de scenario’s. Waar moet straks die mammoettanker nu de boeg naar richten?

Ik zou zeggen dat we moeten blijven werken aan klimaatbeheersing, een andere omgang met dieren en meer productie in de regio, support your locals zoals ze nu roepen. En dat we moeten letten op mensenrechten, waakzaam blijven voor dictatoriale regimes en solidair zijn met minderbedeelden en mensen die gediscrimineerd worden, zoals lhbti’ers in vele landen. Dat we aandacht moeten hebben voor de ongelijkheid in de wereld, de genderongelijkheid en de inkomensongelijkheid, de ongelijkheid in toegang tot zorg en gezonde voeding.

Helemaal nieuw is dat niet. Want dan heb je zo ongeveer de Global Goals die de Verenigde Naties in 2015 afspraken op een rijtje. Mooi!

Het zijn allemaal dingen die misschien nu ver van je af liggen. Want hoe raakt corona je direct? Zieke familieleden, lege scholen en geen sportclub of dansles. Les in handen wassen en in je elleboog niezen. De zorg dat je niet besmet wilt raken of anderen besmetten. Straks ziet de wereld er vast anders uit, maar nu zijn dit belangrijke dingen. Daar blijven we nog wel een tijdje over praten. Jij zit voorlopig nog thuis te computeren.

Fijn dat je af en toe naar buiten kunt. En goed dat je ook anderen kunt vragen: hulp nodig? Aan je moeder bijvoorbeeld. Weet ze al van ‘masker 19’? Dat is in het buitenland, maar waarschijnlijk komt er zo’n codewoord hier binnenkort ook wel.

Is dit een antwoord op je vraag Lotte? En ben je uitgepuzzeld?

Blijf gezond!

Tine

Vier ‘coronafoto’s’ gecombineerd

Gehecht aan de taalochtend

Leestijd: 5 minuten

“We zijn aan elkaar gehecht geraakt”, zegt een van de groepsdeelnemers van het taalclubje. Vijf mensen met een beperking die elke maandagochtend bij elkaar komen om taalpuzzels te doen en woorden te leren. Ze vinden het niet zo fijn als de groep van samenstelling verandert. Ze moeten daar in elk geval erg aan wennen. En ze zijn zeer gehecht aan de taalochtend op maandag. Moeilijk als dat weg zou vallen.

Ik voel zo’n soort hechting ook in de leesclub. Als lezers komen we al twee decennia regelmatig bij elkaar om te praten over de gelezen boeken. Maar eigenlijk is de bespreking van die boeken voor de meeste leesclubleden niet meer dan een excuus. Fijn om onderdeel te zijn van een groepje mensen die je interesse delen en waar je gewaardeerd wordt. Zo ben ik ook gehecht aan het wekelijkse koffieuurtje met de buurvrouw.

Bij hechting denk je misschien vooral aan de genegenheid van een kind voor zijn ouders. Die veiligheid en vertrouwdheid. Het gezin is een uitvalsbasis waarvandaan ze de wereld durven te verkennen, maar altijd weer op kunnen terugvallen.

Zoiets geldt ook voor ‘thuis’, een plek die je eenzelfde soort veiligheid en vertrouwdheid biedt. Normaal gesproken dan, want het kan helemaal verkeerd gaan. Ik las net een artikel over femicide, over mannen die hun vrouw zo’n beetje als bezit zien en haar uiteindelijk doden. Dat is nog maar het topje van de ijsberg van huiselijk geweld.

Hechting, heimwee, verlangen naar veiligheid. Rondom die gevoelens cirkelt deze blog. Geïnspireerd door het taalclubje van mensen met een beperking en de uitspraak die ik er optekende voor een interview voor Digitaalhuis Wageningen.

Casa de la Alegría

Terug naar hechting tussen kinderen en ouders. Daar zijn vele boeken over geschreven. Hoe belangrijk is hechting, een veilig gezin, een band met een liefhebbende vader en moeder voor een kind en wat betekent het als dat ontbreekt?

Ik denk aan ontsporende kinderen, criminaliteit, seksueel misbruik. Ik ben behalve bij het Digitaalhuis ook vrijwilliger bij La Casa de la Alegría, een project in Bolivia waarin kinderen die dat hebben meegemaakt weer op het spoor geholpen worden. Ze hebben moeite met hechting omdat ze in hun korte leven te vaak teleurgesteld zijn door ouders die drinken, slaan, hen verwaarlozen of nog erger dingen doen. Onveilige hechting waardoor ze zich vervolgens bovenmatig aan een vervangende verzorger gaan hechten, een docent misschien of juist heel onverschillig worden. Want, denken ze, ‘het heeft toch allemaal geen zin; ik ben al vaak genoeg teleurgesteld.’

‘Alle kinderen hebben een gehechtheidsrelatie met hun opvoeders, maar onveilig gehechte kinderen krijgen veel vaker te kampen met leer- of relatieproblemen, zijn lastig aanspreekbaar en ontwikkelen een laag gevoel voor eigenwaarde’, lees ik. Precies dat is wat we ook in Bolivia zien bij deze kinderen. Een verstoorde sociaal-emotionele ontwikkeling. Even tussendoor: je kunt amigo worden.

Bindingsangst

De Britse psychiater John Bowlby werd bekend door zijn theorieën over hechting tussen kinderen en hun opvoeders. Van belang volgens hem is de reactie van de moeder en voldoende ondersteuning en respect voor de autonomie van het kind. Ontbreekt dat, dan kunnen leerproblemen ontstaan, problemen met zelfwaardering en eigenwaarde en moeite met aangaan van relaties. Bindingsangst.

Bindingsangst is misschien een zijweggetje in dit artikel. Niet alleen de bindingsangst van de flirt die wegloopt zodra er over een huwelijk wordt gesproken, maar ook die kinderen die al te vaak in de steek zijn gelaten. Bindings- of verlatingsangst, want kun je anderen dan nog wel vertrouwen? Word je zodra je je hecht aan iemand niet opnieuw opzij gezet? Dan is het maar veiliger om de ander af te wijzen voordat die jou kan afwijzen.

Ik heb me afgevraagd of ik zelf last heb van bindingsangst, in relaties. Misschien wel, maar dan speelt er vast ook nog onzekerheid over gender mee. Op het moment dat ik een genderrol moet aannemen die me niet ligt, raak ik in een soort benauwdheid of voel ik een druk waar ik geen antwoord op heb. Ik verdedig me door te zeggen dat ik gehecht ben aan mijn vrijheid en onafhankelijkheid. Maar ik denk niet dat dat het is. Ik weet het eigenlijk wel zeker.  

Amor

Terug van de angst om te hechten naar veilige en onveilige hechting. Die kinderen in Bolivia waar we het over hadden, kunnen hun kinderen later vaak evenmin een veilige hechting bieden. Een vicieuze cirkel die niet eenvoudig doorbroken kan worden. In Nederland komen hechtingsproblemen ook voor, maar in het armere, machistische en minder-ontwikkelde Bolivia lijkt het veel ernstiger. La Casa de la Alegría doet in Cochabamba een flinke poging om er iets aan te doen en de vicieuze cirkel te doorbreken zodat kinderen meer zelfvertrouwen en eigenwaarde krijgen. En opdat ze dat weer doorgeven aan hun kinderen later.  

Bij filosoof Peter Venmans in een essayboek over Amor Mundi, liefde voor de wereld, lees ik dat je om een sterk en zelfbewust individu te worden, in een liefdevolle omgeving opgegroeid moet zijn en dat je in een groep moet leven waar mensen elkaar hartelijk en respectvol bejegenen. Venmans haalt graag Hannah Arendt aan, maar bespreekt ook de Amerikaanse schrijfster-denker Ayn Rand. Voor Rand stond het zelfbewuste individu op de top van de berg, maar dat was vooral iemand die genoeg aan zichzelf had. Liefde voor de wereld en liefde voor de ander waren voor haar verdacht.

Maar ik denk dat liefde voor de ander en een veilige hechting basisbehoeften zijn. En dat zoals Venmans schrijft om een liefdevolle omgeving en hartelijke groep vraagt. Ook al moet je de mensen soms loslaten en je aan de plek niet vastplakken. Kun je dan terwijl je loslaat misschien heimwee voelen naar die mensen, en naar die plek? Is dat goed?

Oké, zo komen we ten slotte bij heimwee, een gevoel in je lichaam dat verwant is aan hechting. Als kind voelde ik de pijn in mijn buik omdat ik naar huis wilde. Het verlangen naar de veiligheid van thuis, de liefde van je ouders, de warmte van hun aandacht. Heimwee heeft misschien vooral op een plek betrekking, maar je gevoel over die plek staat denk ik meestal niet los van de mensen daar.   

Heimwee, heb ik net geleerd van Annie van Gansewinkel, hoeft toch echt niet altijd naar huis te zijn, want je kunt ook naar elders verlangen. Naar zee, naar plekken die je rust geven, waar je je prettig voelt en thuis, naar plekken waar het goed is. Bij kinderen voor wie thuis niet altijd zo fijn is, kan ik me voorstellen dat juist ook een andere plek – een school en een lieve docent bijvoorbeeld – zo’n plek kan worden. Een plek waar je heimwee naar voelt.