Categoriearchief: reportage

Schok en sake

Leestijd: 4 minuten

De Japanse cultuur leer je niet kennen in een paar weken. En de Japanner nog minder. Maar achttien dagen in dit land van uniforme salary men, supersnelle treinen, vele Shintotempels en geautomatiseerde wc-brillen geeft wel een indruk.  

Het is alsof er iemand zwaar aan mijn bed schudt. Het is ongeveer middernacht en ik was diep in slaap, maar ik zit nu direct rechtop. Waar ben ik, wat gebeurt er? Dit moet een aardbeving zijn, realiseer ik als er niemand naast het bed staat. Ik heb ooit gehoord dat je dan naar buiten moet, waar het huis niet op je kan neerstorten. Later, dichtbij het strand van Kamakura, zie ik richtingsborden die wijzen waar je hogerop kan komen zodat je een tsunami, een vloedgolf na een zware trilling, kunt ontwijken. In het huis van Sumire, op het platteland een twintig kilometer onder Nikko, blijft het stil. Geen geluiden van paniek. Maar ik ben flink geschrokken.

“Het was niks”, vertelt Sumire bij het ontbijt. Ze pakt de muur in de kamer beet. “Een paar jaar geleden stonden de muren hier te trillen.” Het blijkt dat het episch centrum van deze aardbeving in zee bij Fukushima lag, 5,3 volgens Richter. Hier in Nikko voelt het dan nog als een 2’tje of een 3’tje. “Dat gebeurt zo’n beetje dagelijks.”

180716 in kimono2

Meisje in kimono in Kyoto

Sumire kan het weten. Twee dagen geleden meldde ik me bij haar. Ze werkt op een softwarebedrijf en runt een Airbnb. Omdat haar huis ver van een supermarkt of restaurant ligt, zijn ontbijt en diner inbegrepen en rijdt ze haar gasten als die geen eigen vervoer hebben, ’s ochtends naar een stationnetje op een minuut of 10 van haar huis. Ook mij. Aan het eind van de middag komt ze me na een seintje daar weer ophalen. In haar Japanse automodel met een televisieschermpje in het dashboard. Nadat ik de prachtige Tosho-gu heb bezocht bijvoorbeeld, een tempel van 400 jaar oud, of een mooie wandeling heb gemaakt in het berggebied vanaf 1500 meter hoogte, een uurtje bussen vanaf Nikko.

Manet

Vandaag ga ik verder naar Takasaki. Ik ontmoet er Jun Omoto en zijn lieve vrouw en slaap op tatamimatten in hun oude zijdehuis, een huis dat werd gebruikt voor de opslag van moerbeibladeren en de kweek van zijderupsen. De laatste week van mijn Japanreis is dan aangebroken.

Japan is een intrigerend land. Ik ben 18 dagen op reis, deels een groepsreis waarbij we de toeristische hoogtepunten bezoeken, en deels solo, waarbij ik de al te grote toeristentrekkers vermijd en meer Japanners ontmoet. Soms communiceer ik met hen via vertaalapps op de smartphone. Met Jun, die maar een paar woorden Engels spreekt, bijvoorbeeld. Bewonderaar van onder meer componist Poulenc en schilder Manet.

Intrigerend, want de mentaliteit van Japanners is zo anders dan de onze. Ik voel me bijvoorbeeld heel veilig, het land is enorm veilig. Dat zou komen omdat Japanners vanuit het collectief denken in plaats van het individu. Benadeel je een ander, dan benadeel je het collectief. Je doet ook jezelf schade. Dat verklaart het enorme vertrouwen dat de meeste Japanners in anderen hebben. Ze lijken heel gewetensvol. Ze zijn in mijn ervaring in elk geval vriendelijk, beleefd, aardig, gastvrij en ondanks de taalbarrière vaak, open en benaderbaar. Ik had het anders verwacht: Lost in Translation.

Volgens de journaliste van wie ik een boek lees ‘Japan unmasked’ is de verklaring simpel. “De typisch Japanse denkwijze komt voort uit filosofische en metafysische factoren van Shinto, Boeddhisme, Confucianisme, Taoisme en Zen. Terwijl de typische westerse mentaliteit vooral een product is van Christelijke thema’s gemengd met logica en verwetenschappelijking.”

Of dat verklaart waarom de Japanse salary men, werknemers van bedrijven die zich ’s ochtends naar kantoor spoeden, er allemaal hetzelfde uitzien (donkere broek, lichte blouse, aktetas aan de schouder), weet ik niet. En evenmin of het iets zegt over waarom iedereen steeds netjes in de rij wacht, waarom er zoveel druk is om keihard te werken, waarom de Japanners zo hard streven naar perfectie.

Het heeft ook een keerzijde. Ik lees over de pesterijen op werk en school van zwakkeren en mensen die niet beantwoorden aan het algemene beeld, lhbt’ers bijvoorbeeld. De tienduizenden jongens die zich verscholen houden in een kamertje in het ouderlijk huis en de vele zelfmoorden. De Japanse samenleving heeft naast de zachte kant ook een hele harde kant.

Manga

Weer een andere kant zie ik in de trein van Nikko naar Takasaki. We rijden tussen rijstvelden. Naast me zitten een stuk of tien schoolmeisjes van een jaar of twaalf tot veertien, allemaal in dezelfde witte blouse en donkerblauwe rok. In Nederland zou dat veel herrie betekenen, gegiechel, luide verhalen. Hier is het stil. De meisjes zijn allemaal in hun mobiel verdiept. Geen Pokémon Go, dat in Japan sinds 24 juli te downloaden is, maar ongetwijfeld een of andere chat.

En nog een andere kant zie ik tijdens een avondje met Kumi en Misato. Kumi is presentatrice geweest bij de tv en Misato is een vriendin van haar die goed kan tekenen. “Wat drink je?” vraagt Kumi. Ze heeft een Airbnb-kamer in haar huis in Suginami, een stadsdeel in het westen van Tokio. Het is zaterdagavond en ze pakt een fles van twee liter sake. Misato maakt in een paar minuten een schets van mijn gezicht. Ze maakt ook de typische strip- of mangatekeningen die je hier overal ziet.

Mangapersonages hebben lange benen en grote ogen. Meisjes zijn snoezig, met veel strikjes en soms wat diva-achtig. Die tekeningen zie je overal op straat, op waarschuwingsborden, bij aankondigingen of waar dan ook. Boekhandels liggen vol met mangastrips en als iemand eens een boek leest in de metro – meestal ligt de smartphone in de hand – blijkt het vaak een stripverhaal. Elk bedrijf, elke stad, lijkt wel zijn eigen mascotte te hebben, en dat is dan een pop of personage dat geïnspireerd is door die typische mangastijl. Manga is hier niet alleen voor kinderen.

Dat leer ik later. Het is nu zaterdagavond in Tokio. Terwijl Misato een lang bad neemt en nog even welterusten zegt voordat ze gaat slapen, schenkt Kumi een glaasje sake bij.


Een selectie van foto’s van de reis door Japan is hier te vinden: groepsdeel, solodeel en portretten.   

Eten onder verdwenen populieren

Leestijd: 4 minuten

Een eettafel ergens in Wageningen met dans, voordracht en muziek. Dat is de Tafel van W. Dinsdagavond 24 mei kwamen ruim 130 mensen op de fiets naar de Veensteeg, in het Binnenveld net buiten de stad. Een stoel op de bagagedrager, een glas in de tas. Ze ontmoetten elkaar tussen de weilanden waar een paar maanden geleden nog metershoge populieren ruisten.

Zodra iedereen een plaats heeft gevonden aan de 36 meter lange tafel, klimt Robbert Kamphuis, kunstenaar, erop. Klompen aan zijn voeten. Kamphuis is initiatiefnemer en organisator van de Tafel. Hij opent de avond, introduceert het thema en geeft een voorzet voor de tafelgesprekken.

w5

“We zijn hier vaak geweest de afgelopen maanden”, zegt hij. Kamphuis besloot samen met Wim Huijser en Henk Meeuwsen een gedenkboek te maken toen werd aangekondigd dat de populieren in het Binnenveld gekapt zouden worden. Het thema – elke Tafel heeft een thema – is vandaag ook die populier, of eerder de gekapte populier. De klompen zijn speciaal gemaakt van Veensteeg-populierenhout.

Het idee van de Tafel is dat Wageningse burgers met elkaar in gesprek gaan. De Tafel van W organiseert ‘voor iedereen uit de creatieve sector in Wageningen en iedereen die zich daarbij betrokken voelt’ onregelmatig een maaltijd aan een tafel die steeds op een andere plek staat. Zo staat het in het manifest. De Tafel wil de creatieve samenwerking in de stad versterken. ‘De stemming tijdens de maaltijd is vrolijk en prikkelend, en er wordt vol vuur gesproken. Vaak over zaken die beter kunnen.’

w6

Bijvoorbeeld de procedure rond de populierenkap. Kamphuis verbindt de kwestie van de bomen aan het proces van besluitvorming. Hij verwijst naar een boekje van David van Reybrouck (Tegen Verkiezingen). Van Reybrouck beschrijft daarin het democratisch vermoeidheidssyndroom: we hebben geen vertrouwen meer in het democratisch proces. “Maar”, vat Kamphuis samen, “het zou mooi zijn als we toch zoveel vertrouwen krijgen in het proces dat de uitkomst er niet meer toe doet.” Kap of geen kap.

Dan komt de amuse op tafel. Onder een dreigende lucht verzorgt Food of Cultures het buiteneten. Dat komt in zes rondes op tafel. Er klinkt muziek. Die is van de Zweedse jazzpianist Jan Johansson, vertelt Kamphuis. De man verongelukte in 1968: hij reed tegen een populier. De jazz wordt afgewisseld met gekwaak van kikkers in de sloten langs de Veensteeg.

klompen

Een hardloper passeert en later ook twee skaters. Ik ontmoet Tim, illusionist, aan de ene, en Liede, Tafelmiss, aan de andere kant. Tim buigt lepels en vorken en Liede loopt samen met medemiss Iris zes keer over tafel. Met klompen en met steeds minder kleding aan. Als zij de derde of de vierde ronde hebben aangekondigd, vraagt Henk Meeuwsen, geluidenverzamelaar, de eters de schoonheid te ervaren van een huilende motorzaag. De opname eindigt met het geluid van een vallende boom. “Black & Decker, de eerste symfonie”, grapt Tim.

‘Uit Wagenings hout’ heet het gedicht dat stadsdichter Martijn Adelmund voor vandaag heeft geschreven. Andere sprekers verwoorden hun gedachten over populieren en aanverwante zaken. En als het begint te schemeren en de flessen en glazen opzij zijn gezet, klimt zangeres Alin Coen met vijf danseressen van Bransz Dansgroep op tafel. Ze brengen moderne dans, en zoals iedereen die vanavond op tafel staat, op klompen.

“We zijn nu een soort van club”, zegt Kamphuis. Niet zozeer omdat alle eters vandaag de ervaring van de Tafel delen, maar vooral omdat ze allemaal een medaille hebben gekregen uit zijn eigen privéverzameling. Die verzameling verspreidt zich na afloop van de 11de Tafel over Wageningen.

w1

De Tafel van W
De Tafel van W op de Veensteeg is de 11de Tafel. Het begon in 2009. Sindsdien stond de Tafel op de middenstip van het voetbalveld op de berg, op veerpont Lexkesveer, in een proefbassin van Marin en op het podium van Junushoff. De geschiedenis over de Tafel is te vinden op tafelvanw.nl. Tijd is onregelmatig en de plaats maakt organisator Robbert Kamphuis pas een dag voor het evenement bekend. Wanneer er een volgende Tafel is, weet hij niet. Zelfs niet, óf er een volgende Tafel komt.

Een bureaubewerking van deze reportage heeft vrijdag 27 mei in De Gelderlander (Vallei-editie) gestaan, niet geheel ongeschonden. Hierbij daarom het verhaal van de Tafel met foto’s van mijzelf.