Tagarchief: gender

Een ode aan drag

Leestijd: 5 minuten

Genderdiversiteit kwam najaar 2019 naar de musea. Het Tropenmuseum had een uitgebreide expositie over genderdiversiteit in de wereld. Onder de titel What a genderful world! toonde het museum hoe gender beleefd wordt, in verschillende culturen en tijd. Hoe word je een gender, bepaalt je lichaam je gender, hoe moet je je gedragen in die wereld van genders en hoe kan het anders? Kom spelen met gender in het Tropenmuseum!

En dan was er Drag power, zoals de zelfbewuste titel van een kleine expositie in kunstmuseum Coda Apeldoorn luidde. Maar wat is drag, hoe hangt het samen met trans en travo en waar komt drag eigenlijk vandaan?

Hartjesdag

Misschien ken je maar één bijbeltekst als je dit leest, namelijk Deuteronomium 22 vers 5. Daar begint de expositie mee. Onder ‘plichten tegenover mens en dier’ staat in die tekst hoe ‘gruwelijk’ God het vindt als mannen vrouwenkleren aantrekken of andersom. De oorspronkelijke tekst heeft het niet over kleren, maar over voorwerpen. Maar bijbelvertalers interpreteerden die voorwerpen als kleding en die interpretatie heeft eeuwenlang heel veel invloed gehad op jezelf kleden als de andere sekse.

Niet alleen religieuze leefregels bepaalden eeuwenlang hoe je je moest kleden, dat deden vele machthebbers ook. De norm was: kleed je zoals de groep waartoe je behoort en niet anders. Want aan je kleding moest je sociale status en maatschappelijke rol kunnen aflezen. En je gender. Nogal verwarrend, vonden ze, als je zomaar aantrekt wat je wilt.

Dat ging ver, die geboden en leefregels. Jeanne d’Arc werd uiteindelijk op de brandstapel gezet omdat ze mannenkleren had aangetrokken. Lees hier mijn blog over haar.

Het strenge kleedverbod kon, in Haarlem en Amsterdam, één dag per jaar worden vergeten, de zogenaamde Hartjesdag. Op dat volksfeest, dat waarschijnlijk in de Middeleeuwen ontstond, kon het gewone volk in de bossen bij Haarlem op herten jagen, iets wat alleen de adel mocht. En ze verkleedden zich in de rol van de andere sekse. Het was een carnavalesk feest met kermis en straatspelen in Amsterdam.

Hartjesdag wordt nu weer gevierd, sinds 1997 op de Amsterdamse Zeedijk. Een jury bepaalt er aan het eind van de dag wie het mooiste hartje is (vrouw verkleed als man) en wie de mooiste queen (man verkleed als vrouw).

Toneel

Op het toneel, waar je immers altijd rollen speelt, was cross-dressing meer geaccepteerd. Al in de Oudheid, waar toneel bij de oude Grieken en de Romeinen erg populair was. Vrouwen mochten niet optreden en mannen speelden alle rollen. Bij de Romeinen kwamen vrouwen later wel op toneel, vooral als danseres of mimespeelster, maar voor de christelijke kerk stond dat ongeveer gelijk aan prostitutie.

In het Engeland van de Renaissance (14e tot 16e eeuw) beleefde theater een heropleving. Maar nog steeds stonden er alleen mannen op het toneel. Shakespeare (1564 – 1616) schreef zijn stukken in de tijd dat mannen ook vrouwenrollen speelden. Hij maakte daar elegant gebruik van om de genderverwarring te vergroten, in As you like it bijvoorbeeld. (Leestip: John Irving, In een man.)

Grote Franse theaterschrijvers zoals Racine en Molière, konden honderd jaar later vrouwenrollen schrijven die wel gespeeld werden door vrouwen. En je had de Commedia dell’arte, in Italië vanaf de 16e eeuw waar vrouwen de meeste vrouwenrollen vertolkten. Hoewel oudere vrouwen nog vooral door mannen gespeeld werden.

Vogue

De Franse actrice Sarah Bernhardt (1844 – 1923) speelde graag mannenrollen. In haar tijd zag je vaker vrouwen in mannenkleren. Denk aan Marlène Dietrich en Colette, in 2018 nog verfilmd met Keira Knightley als de schrijfster in mannenpakken. Gedurfd misschien, maar in het theater vond toen bijna niemand cross-dressing een probleem, zolang dat beperkt bleef tot het toneel. In Engeland en de VS spraken ze over female and male impersonators, in Duitsland, Damenimitatoren (de mannelijke cross-dressers dan) en in Frankrijk heette het, ‘en travesti’.

De traditionele mannenmaatschappij had er vaak moeite mee. Ze accepteerde dat vrouwen zich als mannen verkleedden als de uitvoering daarom vroeg, maar voor (de dominante) mannen werd het gezien als een stap naar beneden om je als vrouw te kleden. Dat kon vaak hooguit in een platte komedie.

In de jaren 20 was er niet alleen Parijs, maar ook in Berlijn en New York relatieve vrijheid voor lhbt’ers en voor drag. De ballroom-cultuur in New York bijvoorbeeld, een underground lhbt-scene die in hun competities met dans, vogue en pose poogden te imponeren. Madonna verwijst ernaar in haar nummer Vogue. En op Netflix is er nu de serie Pose.  

Met de nazi’s kwam aan die vrijheid op vele plekken een eind. Hoewel je later in Parijs nog wel dragclubs had, zoals die van Madame Arthur met transgender Coccinelle (1931 – 2006). Ze debuteerde er in 1953 en ze speelde later in verschillende films.

Je kunt vast ook een lijntje trekken naar het Nederlandse toneel, cabaret en satire waarin mannen vrouwenrollen spelen (Paul Haenen, Koot en Bie, Joop Admiraal, Paul de Leeuw). Hun dames zijn vaak bekende Nederlanders geworden, soms net zo beroemd als de vertolkers van die rollen. 

Travestie

Volgens Wikipedia kwam het woord drag op rond 1870. En zou het oorspronkelijk iets te maken hebben met slepen (to drag) van jurken over het toneel. Of misschien klopt het inderdaad, zoals ik op de expositie in Apeldoorn leer, dat drag staat voor dressed ressembling a girl.

Een beetje raar overigens voor een drag king, die op de expositie en ook in de media minder aandacht krijgen. Maar goed, drag, wie realiseert zich nog precies wat het woord misschien betekende? Zoals zo vaak evolueert betekenis. Vroeger was er ook geen onderscheid tussen travestie en drag.

Bijvoorbeeld in de jaren van The Jewel Box Revue. Dat was een rondreizende dragshow (allemaal mannen, een enkele vrouw) die drag terug in de Amerikaanse theaters wilde brengen. Opgericht in 1939, een tijd dat homoseksuele mensen vaak werden gezien als afwijkend en pervers. Om geaccepteerd te worden, werd het erg theatraal gemaakt, over de top. Dan kon het, want was het immers allemaal maar spel. Misschien hebben zij daarmee drag wel de betekenis gegeven van nu.

Bij andere dragoptredens viel de politie soms binnen. Bij mannelijke bezoekers werden dan kledingstukken geteld, ze moesten minstens vijf mannelijke kledingstukken dragen.

Er werd bij die optredens aanvankelijk wel live gezongen, maar later kwam de lip-sync op, playback. Dat was goedkoper. Die lip-sync hoort nu helemaal in de dragscene. Drags worden vaak gezien als showgirls en entertainers. Ze doen optredens waarbij ze bijvoorbeeld Lady Gaga op toneel zetten.  

Dan heb je nog Les Ballets Trockadero de Monte Carlo, waar een groep van ballerino’s in tutu’s en op spitzen (en travesti) klassieke vrouwenrollen parodiëren. En je had Andy Warhol, waarvan een aantal reproducties in het Coda te zien zijn. In zijn circle liepen zestig jaar geleden trans personen en drag queens rond, zoals Candy Darling en Holly Woodlawn.

Tot de jaren 60 werd er weinig onderscheid gemaakt tussen drag en travestie. Maar daarna kreeg een heteroseksuele man die graag vrouwenkleding droeg het stempel travestiet. Een drag queen was vanaf toen een (homoseksuele) man die gekleed ging in uitbundige vrouwenkleding. En zo optrad. Dat was ook zeker geen transgender die zich al van jongs af aan vrouw of man voelt, anders dan het geboortegeslacht. En onafhankelijk van seksuele identiteit: homo, bi of hetero.

Drag queens zijn nu meestal professionals die performances doen op podia. Ze zijn zichtbaar in de media, in RuPaul’s Drag Race, met Jennifer Hopelezz, Dolly Bellefleur, Conchita Wurst, Lady Galore. En ze geven altijd veel aandacht aan uiterlijk, gedrag, make-up en hun optredens.

Een drag queen vraagt zich bijvoorbeeld af: hoe loop je zo natuurlijk mogelijk op stiletto’s van twaalf centimeter? Hoe breng je de mooiste flamboyante make-up aan? En hoe glans en glitter je op toneel? En dat doen ze dan, prachtig!

Ik heb de foto’s gemaakt in Coda Apeldoorn.

Genderverschil ontsluierd

Leestijd: 5 minutenGenderverschil is vooral inbeelding. Dat concludeer ik uit de boeken van twee wetenschappers die ik deze zomer heb gelezen. Aanraders, die boeken. Cordelia Fine en Yuval Noah Harari duwen je vastgeroeste wereldbeelden om.

Cordelia Fine en Yuval Noah Harari zijn medeverantwoordelijk voor mijn zomergedachten. Prachtige boeken hebben ze geschreven. Ik las Homo Deus en lees nog Sapiens van Harari, een Israëlische historicus. En ik heb Testosteron Rex gelezen van Cordelia Fine. Fine geeft les in geschiedenis en filosofie op de universiteit in Melbourne.

Waar het onderwerp voor Fine behoorlijk afgebakend lijkt, het hormoon testosteron, is dat voor Harari veel breder. Hij behandelt de hele mensheid. Heden, verleden en toekomst. De plaats van de mens in de wereld en hoe we daar zijn gekomen. De cultuur, de wetenschap, de religie.

Harari beschrijft verschillen en overeenkomsten. In ras, geloof, relaties. Hij beschrijft bijvoorbeeld ook het verschil tussen mannen en vrouwen. Hij verdiept zich in de vraag hoe het komt dat de man meestal dominant is in de maatschappij en de beste posities bekleedt. Is er echt een verschil dat kan verklaren waarom dit zo is? Daar raakt hij aan Cordelia Fine, want ook bij haar gaat het om het veronderstelde verschil tussen mannen en vrouwen. Over sekse en over gender. Is dat verschil echt of is het bedacht door ons, en heeft het zich vervolgens ontwikkeld, versterkt, geïnstitutionaliseerd?

Een ander punt van overeenkomst bij Fine en Harari is dat ze allerlei aannames nadrukkelijk aan de kant zetten. Echt, landbouw bracht ons niet alleen voorspoed, er is meer overeenkomst tussen ideologie en religie dan je zou denken, geloof in de waarde van geld is helemaal gebaseerd op vertrouwen. En de meeste verschillen tussen mannen en vrouwen hebben we zelf bedacht.

Stereotypering

Niet testosteron verklaart de verschillen tussen mannen en vrouwen, maar puur onze verwachtingen, stelt Fine. Gevoelens van zorgzaamheid en leiderschap worden niet veroorzaakt door verschillende hormoongehaltes. Het is zelfs eerder zo, blijkt uit onderzoek, dat dominant gedrag en strijd testosteronniveau doen stijgen, ook bij vrouwen. Dus gedrag bepaalt eigenlijk testosteronniveau en vervolgens bepaalt testosteronniveau weer gedrag. Zo zou je het kunnen formuleren, soort kip en ei. Voor verschil tussen mannen en vrouwen, bijvoorbeeld in maatschappelijk succes of zorgzaamheid, wijzen op testosteron is gemakkelijk en lui. Dat het allemaal begint bij de hoeveelheid testosteron in je lichaam is een mythe die onderbouwd lijkt te zijn door verkeerd uitgevoerd onderzoek.

Zoals Rika Ponnet, seksuologe, schrijft in een blog: “er zijn geen typisch mannelijke of vrouwelijke eigenschappen.” Die bestaan alleen maar in onze gedachten. En, “het is niet de overmacht van mannen of de zorgzaamheid van vrouwen die ons als soort hebben gebracht waar we staan, maar wel ons vermogen ons als groep aan te passen aan wisselende levensomstandigheden. Niet de dominante mannen bepaalden overlevingskansen van een groep, wel het vermogen om zich te organiseren, voor elkaar te zorgen, intieme verbanden aan te gaan en deze verbanden te onderhouden.”

Nee, beargumenteert Fine, verschillen in gedrag hebben echt helemaal niets te maken met gender of testosteron. Want: “alle pasgeboren mensen erven genderconstructies als een verplicht deel van hun ontwikkelingssysteem: genderstereotypen, ideologie, rollen, normen en hiërarchie worden doorgegeven via ouders, leeftijdsgenoten, leraren, kleding, taal, media, rolmodellen, organisaties, scholen, instituties, sociale ongelijkheden en ook speelgoed.”

Dus nogmaals, we noemen bepaald gedrag typisch mannelijk of vrouwelijk, maar gedrag is niet mannelijk of vrouwelijk. Dat maken wij ervan. Dat beargumenteert Fine in haar boek. Stereotypering. Wat krijg je dan? Fine: “Mensen die op genderessentialistische wijze denken, onderschrijven gemakkelijker de genderstereotypen die de basis vormen van bedoelde en onbedoelde discriminatie op de werkvloer.” Of, ze oordelen milder over seksuele misdrijven. Genderstereotypering kan ook mannen schaden (want veeleisende hypermasculiene normen), maar meestal was en is het nadelig geweest voor vrouwen, vooral als je naar hun carrière kijkt. Ze worden eerder kapster en keukenprinses dan chefkok en concertdirigent.

Brons

Imaginaire hiërarchieën, zegt Harari. Die werken in rassen, geloven, kasten en vooral ook in geslacht. Want, “overal hebben mensen zichzelf verdeeld in mannen en vrouwen. En bijna overal staan mannen er het beste voor, in elk geval sinds de agrarische revolutie.” Hij wijdt een hoofdstuk aan sekse en gender. En begint met woorden die Fine had kunnen schrijven. “De meeste wetten, normen, rechten en plichten die bij mannelijkheid of vrouwelijkheid horen, zeggen meer over de menselijke verbeelding dan over de biologische werkelijkheid.” De gemeenschap heeft mannen en vrouwen taken toebedeeld (kinderen grootbrengen, tegen geweld beschermen, gehoorzaam zijn aan de man). Maar, zegt hij, het is duidelijk: “Omdat het niets met biologie te maken heeft, varieert de betekenis van mannelijkheid en vrouwelijkheid enorm van samenleving tot samenleving.”

Of het overal zo is, weet ik niet, maar volgens Harari hebben we er een dagtaak aan als man om je mannelijkheid te bewijzen en als vrouw om anderen ervan te overtuigen dat je vrouwelijk genoeg bent. “Succes wordt niet gegarandeerd. Vooral mannen leven in constante angst om hun aanspraken op mannelijkheid te verliezen.” Misschien wel omdat het mannelijk ideaal het meest oplevert als het gaat om economische kansen, politieke macht, bewegingsvrijheid. “Het concept gender is een wedstrijd waarin sommige deelnemers alleen mogen meelopen voor brons.” Het is me niet helemaal duidelijk wie Harari daarmee bedoelt – ik denk brons: derde plek, derde sekse – maar hoe dan ook: het klinkt prachtig.

Mooi hoe Harari vervolgens mogelijke verklaringen bespreekt voor het ontstane maatschappelijk verschil tussen mannen en vrouwen en er gewoon niet uitkomt. Wat heeft mannen zo geholpen? Fysieke kracht, agressie, samenwerking? We weten het niet, erkent hij. Gelukkig veranderen genderspecifieke rolpatronen de laatste decennia sterk. Steeds meer samenlevingen geven mannen en vrouwen gelijke rechten, politieke bevoegdheden en economische kansen.

Gendergelijkheid

Een eerste stap, maar de weg is nog lang. Kunnen we gaan denken in kwaliteiten, rollen en verantwoordelijkheden als mens, in plaats van als man of vrouw? Echte seksegelijkheid. “Een evenwichtiger samenleving waarin meer jongens met poppen spelen, meer vaders voor kinderen zorgen, en meer vrouwen in de wetenschap of op hogere posities werkzaam zijn?”

Fine citeert vervolgens filosoof Letitia Meynell die zegt: “Als je de verdeling van een bepaald kenmerk in een populatie wilt veranderen, moet je niet proberen de natuur te overwinnen, maar het ontwikkelingssysteem anders inrichten.” Geen sinecure, denkt Fine. “Dan moet je sleutelen aan de sociale structuren, waarden, normen, verwachtingen, voorstellingen en opvattingen waarvan onze geesten, interacties en instellingen doordrongen zijn, en die van invloed zijn op, in wisselwerking treden met, en verstrengeld zijn met onze biologie. Je zult die allemaal opnieuw moeten opbouwen.” Het wordt niet voor niets sociale constructie genoemd.

Het zal nog wel even duren voordat we individuen los kunnen zien van hun gender. Voordat we niet direct een heel stelsel van verwachtingen, patronen en houding projecteren – van speelgoedvoorkeur tot financieel risicogedrag – op de geconstateerde gender. En voordat we de verwarring kunnen plaatsen als gender er niet meer toe doet.

Ik vroeg me af wat de argumentatie van Fine zou betekenen voor transgender mensen. Zij beïnvloeden immers hun hormonen om mannelijker of vrouwelijker te worden. Heeft dat vervolgens echt invloed op hun genderidentiteit? Eigenlijk gaat het dan (opnieuw) om de vraag: wat maakt het dat je je man of vrouw voelt? Ontwikkelt zich dat en hoe ontwikkelt zich dat gevoel? Wat voor invloed hebben hormonen precies? Alleen uiterlijk of ook innerlijk?

Misschien zijn dat onbeantwoordbare vragen. Fine erkent in elk geval dat ze geen expertise heeft op het gebied van transgender en genderidentiteit. Oké! Ik denk wel dat wat Fine en Harari betogen – dat het genderverschil dat wij maken voor het grootste deel inbeelding is, menselijke projectie en cultureel bepaald – positieve consequenties kan hebben voor genderdiversiteit. Uiteindelijk.