Tagarchief: bestseller

Oude fiets mag ook

De meest eenzame, minst benijdenswaardige, de ergste van alle ergen in ‘Gij nu’ is misschien wel Jessica. In ongeveer niemands schoenen wil ik stappen, maar die van Jessica zijn het ergst, erg in het kwadraat.

Ze is 9 in het verhaal, het leven moet dan nog ongeveer beginnen. Ben je 9, dan zit je in de aanloopfase, de warming-up. Je bent nog aan het oefenen voor het leven. Jessica racet voor het eten op tafel staat, snel een paar rondjes op haar prachtige nieuwe fiets. Geel is die, met blauwe handvaten. Ze is op weg naar een nieuwe recordtijd. Herkenbaar, records zijn zo lekker. Maar dan knalt ze met haar fiets tegen haar broertje die net terugkeert van voetbaltraining. Jessica heeft niets, maar Mario ligt met zijn gezicht naar het asfalt en staat nooit meer op.

Jessica draagt de schuld haar verdere leven met zich mee. Een jas die je niet kunt uittrekken. Haar zusjes negeren haar en haar moeder kan niet meer tegen haar praten. Ze vlucht naar oma. Het is verschrikkelijk, en al helemaal voor een kind van 9.

Als ze zeker dertig jaar later na een grotendeels mislukt leven voor het eerst weer op een fiets stapt, is dat een kleine overwinning. Maar verzucht ze: “Ik wou dat ik naar iemand toe kon fietsen. Ik wou dat iets wat voorbij is ook voorbij gaat. Ik wou dat ik mijn familie nooit meer hoefde te zien.” En: “Ik vraag me af waarom willen niet genoeg zou zijn.”

Dat schrijft Griet Op de Beeck. Prachtig! Maar Jessica is in haar verhalenboek dat je als een verkenning van eenzaamheid en pijn kunt zien, niet het enige personage dat je raakt. Er zijn meer eenzame zielen in ‘Gij nu’.

fiets

Eenzaamheid, een raar fenomeen. Voor eenzaamheid heb je per definitie aan jezelf niet genoeg, je hebt er ook anderen voor nodig. Voor filosofe Hannah Arendt zijn denkende mensen ook alleen nooit eenzaam. Hun gedachten houden hen gezelschap. Ook al is dat gezelschap niet altijd stuurbaar. Je zou willen, ik wou soms dat gedachten stuurbaarder waren. Maar ze ontsnappen door deurtjes die je dacht gesloten te hebben. Of in elk geval graag nog eventjes dicht had gehouden.

Zonder eenzaamheid zou ik eenzamer zijn, citeert NRC-redacteur Marjoleine de Vos dichteres Marianne Moore. Ze haalt een andere dichter aan die veronderstelt dat we op een bepaalde manier verslaafd raken aan onze angsten: ‘Pijn kent haar genoegens.’ Dan moet je eenzaamheid wel beschouwen als iets waar je bang voor moet zijn en iets dat zelfs pijn kan doen. Zoals heimwee soms een hand om je keel slaat en in je maag kan knijpen.

Misschien kent de pijn haar genoegens – je hebt pijn, dus je bent – maar misschien is het wel dat de eenzaamheid je gezelschap houdt als je alleen bent. En kost het moeite om dat gezelschap te laten gaan. Het is niet zo eenvoudig als dit: de deur openzetten en de eenzaamheid wegsturen.

Dat is misschien wel de eerste stap. En dan op je nieuwe fiets, geel met blauwe handvaten, het dorp door. Zoals Jessica, maar dan zonder een nieuwe recordtijd te willen zetten.

Of een roze fiets met zwarte handvaten. Een oude fiets mag ook.

Een klein leven van Hanya Yanagihara

Jude zet alleen in zijn loft een scheermesje op zijn huid, zoekend naar troost in zelfmutilatie. Zijn vriend Willem, acteur, wil na ‘het incident’ alleen nog maar rollen in New York, geen duizenden kilometers van Jude vandaan. Harold, adoptievader, voelt zich onmachtig. Dat is de situatie op twee derde van Een klein leven. Daar ben ik nu en ik vraag me af, wie is toch Hanya Yanagihara, de schrijfster van dit boek?

Ze heeft een bijzonder boek geschreven. Het boek dat vorig jaar als A Little Life verscheen, is sinds april in het Nederlands te lezen. Het gaat over Jude en drie studievrienden in New York: acteur Willem, kunstenaar JB en architect Malcolm. Ze zijn alle drie succesvol, en dat geldt ook voor Jude. Maar Jude heeft een donker verleden, heel donker.

Het is een heel aangrijpend verhaal. Op pagina 200 had ik de tranen in mijn ogen. Vooral vanwege de onvoorwaardelijke liefde die zijn vrienden Jude toedragen. Dan, nog ruim 500 pagina’s te gaan, vraag je je af of Jude, die advocaat wordt en rond z’n 30e wordt geadopteerd door Harold, zijn docent Recht, een weg vindt voor de pijn. Of zijn vrienden hem er misschien uit weten te trekken. Willem bijvoorbeeld, zijn vriend en beschermer. Of er ergens licht is in de tunnel. Maar Jude, die behalve met zijn trauma en scheermesjes, met een fysieke handicap leeft en vaak een rolstoel gebruikt, wil geen hulp. Nauwelijks in elk geval.

Misschien wordt het wel teveel en is de ellende te groot. Jude, die aanvankelijk elke relatie uit de weg gaat, vindt uiteindelijk iemand, maar die slaat hem dan het ziekenhuis in omdat hij niet tegen zwakke mensen kan. Dat is te erg. Dat voel ik haast niet meer. Terwijl de schrijfster daar vooral op uit lijkt: voel het! Voel de pijn, de liefde, de uitzichtloosheid, het trauma, de ellende, de vriendschap! Er is geen troost.

Bovendien zijn er de aanprijzingen, soms nogal verlammend. Dan leg je het boek langs de meetlat, is het die vijf sterren waard, is dat DWDD-panel – boekverkopers immers – wel te vertrouwen, gaat dit boek je leven veranderen zoals de achterflap belooft? En wat te denken van Auke Hulst, recensent NRC Handelsblad, die schrijft: ‘ik heb voor het eerst sinds lang weer gehuild om een boek’. Zo’n intens boek moet dit zijn. Aan de andere kant heb ik ook het woord ‘slachtofferporno’ gehoord, dat is nauwelijks een aanprijzing te noemen.

littlelife

Hanya Yanagihara werd in 1975 op Hawaii geboren. Ze werkt sinds 2015 bij The New York Times Style Magazine en debuteerde in 2013 met The People in the Trees (vertaald als: Notities uit de jungle). Dat boek, gebaseerd op het leven van virologist Daniel Carleton Gaidusek, een boek waar ze afhankelijk van de bron, twaalf of twintig jaar aan werkte, werd enthousiast ontvangen. Maar met haar tweede boek is ze nu echt doorgebroken. Vriendenboeken zijn er meer verschenen. David Trueba (Cuatro amigos), Voskuil (Bij nader inzien), Mary McCarthy (The Group). Maar A little life is een sensatie die misschien wel het beste vergelijkbaar is met De verborgen geschiedenis van Donna Tartt.

Ze had de karakters al lang in haar hoofd, vertelt ze in een interview aan de Guardian, juli 2015. Schrijven van dit boek werd vervolgens een absorberend, vervreemdend en zelfs gevaarlijk proces. “Zo zal ik het waarschijnlijk nooit meer ervaren en ook niet willen ervaren.” Yanagihara vindt het boek een parabel over volwassenheid, zegt ze. Volwassenheid begint als iets wat vol is van sociale verantwoordelijkheid, maar verengt zich tot steeds meer introspectie. “Op het eind (van je volwassen leven) ben je helemaal aan jezelf overgeleverd. Als je kijkt naar de vrienden die Jude’s leven binnenkomen en weer verlaten en hoe ze hem nooit echt kunnen redden, dan is dat denk ik een accurate weergave van mijn volwassen leven en waarschijnlijk van dat van vele anderen.”

Ze vertelt de Guardian dat ze altijd op zichzelf heeft gewoond en nooit een gezin heeft gewild. “Ik geloof niet in het huwelijk en dat doen de karakters in mijn boek net zo min.” Het gaat uiteindelijk in Een klein leven ook om de manier waarop vrienden, in dit geval Willem, kunnen helpen om een verwoest leven te herstellen. En over de grenzen als de schade en verwoesting gewoonweg te diep is.

Een verhaal zoals dat van Jude is onwaarschijnlijk, erkent ze, maar niet onmogelijk. Dat leven begint als hij te vondeling wordt gelegd bij een klooster. Een van de monniken is een pedofiel, maar het gaat in het boek helemaal niet om dit punt, het misbruik inde katholieke kerk. Het boek schetst een beeld van New York waarin homo’s en transgender personen passen, een fluïde seksuele identiteit, maar ook dat is niet hoofdzaak. Het gaat ook niet echt over de artistieke scene waarin de vrienden van Jude leven. Allemaal bijzaak en achtergrondgewoel. Het gaat in mijn ogen enkel over het leven van Jude, a little life. Het gaat over de diepe vriendschappen, trouw en ontrouw en de moeilijke weg naar troost en redding. Of zoals Yanagihara zegt: “het gaat over wat een trauma doet met mensen en met hun gevoel.”

Zoals ik schreef, misschien is het teveel, en ik heb nog 280 pagina’s te goed. Maar ik wil die pagina’s lezen. Nu. Meteen.