Tag archieven: feminisme

Ik las De Mansarde van Marlen Haushofer

Leestijd: 4 minuten

Niet het eerste boek dat ik van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer (1920 – 1970) las. De Wand, haar bekendste boek, is fantastisch! Ik was totaal verbluft door dit boek. Ik ga er hier niet veel over schrijven, wat dit gaat vooral over De Mansarde en een beetje over Een handvol leven, net zo’n bijzonder boek. Het zijn boeken waarin de schrijfster het traditionele leven van vrouwen en de patriarchale samenleving bekritiseert.

Een handvol leven gaat over een jonge, getrouwde vrouw die haar eigen dood in scène zet om aan de verveling van het gezinsleven te ontsnappen. Elisabeth is opgegroeid op een kostschool waar ze bijna niks mocht. Niet met haar armen zwaaien, niet fluiten, niet rennen, maar braaf haar voeten een voor een neerzetten. Een onmogelijke opgave voor Elisabeth. Ze wil niet volgens die regels die ze niet begrijpt leven.

Ze zou graag een tuinbouwopleiding volgen, maar haar vader vindt dat maar niks voor een meisje zoals zij. Als een keurige jongen om haar hand komt vragen zegt ze ja. Wat moet je anders? Maar het huwelijk is nog erger en saaier dan het leven bij haar ouders.

Zoiets moet Haushofer ook gevoeld hebben, een gespletenheid tussen het normale leven en het leven in haar eigen innerlijke wereld. Schizofrenie. Dat proef je in al haar boeken, voor zover ik die gelezen heb.

Ook in De Wand, denk ik. Je kunt je afvragen waar die scheiding symbool voor staat. Hoe dan ook zit de vrouw in de val. Is het niet achter de wand, dan wel in een huwelijk of het leven zoals dat geleefd moet worden.

Ik heb de afgelopen week een derde boek van Haushofer gelezen. De Mansarde. Ik heb hulp gevraagd (a.i.) om een en ander te duiden. Die duiding is denk ik wel nodig, want Haushofer legt het allemaal niet open en bloot op tafel. Maar ook dit is een bijzonder boek van een fantastische schrijfster.

De Mansarde verbergt veel achter een oppervlakte van alledaagsheid. Misschien wel op een vergelijkbare manier als die film van Chantal Akerman (Jeanne Dielman). Die film gaat over een vrouw die een saai en routineus leven leidt. Er gebeurt niets aan de oppervlakte, maar van alles onder de oppervlakte. Net als bij dit boek valt het soms niet mee om naar dat leven van alledag te kijken zonder er nog veel van te begrijpen.  

De mansarde

De mansarde is letterlijk een zolderruimte — een ruimte bóven het gewone leven, afgescheiden, een beetje clandestien. Daar schildert de ik-persoon in dit boek, daar is ze zichzelf. Het is het enige domein waar haar man niet binnendringt. Haushofer gebruikt die fysieke ruimte als metafoor voor het innerlijk leven van een vrouw dat geen plek heeft in haar huwelijk, in haar huishouden, in de maatschappij van de jaren zestig. 

De vogels en de draak

De vogels die ze er schildert, zijn reëel, bestaand — maar gevangen in haar tekeningen, net zoals zij gevangen is. Dat ze aan het eind een draak tekent, een wezen dat niet bestaat, zou je kunnen lezen als: ze begint iets te scheppen dat buiten de werkelijkheid valt, buiten de begrenzingen van wat toegestaan of mogelijk is. De draak is gevaarlijk, vrij, mythisch — alles wat zij niet mag zijn. Het is geen bevrijding in de zin van dat ze vrij wordt, maar misschien een moment waarop ze zichzelf toestaat iets onmogelijks te verlangen. 

De vliegdromen

Ze droomt veel. bijvoorbeeld dat ze kan vliegen. Vliegen in dromen is een klassiek beeld van vrijheid en ontsnapping, niet alleen aan de aarde, maar aan alles wat haar naar beneden trekt: het huwelijk, de verwachtingen, de onzichtbaarheid. Dat ze overdag tekent en ‘s nachts droomt te vliegen laat zien dat haar verlangen naar vrijheid alleen in die twee niet-echte ruimtes kan bestaan: kunst en droom. 

Haar man

Hij leest over macht, over mannen die geschiedenis maken, over geweld en overwinning. Hij heeft geen oog voor haar innerlijk leven — en eigenlijk ook niet voor het heden. Ze leven naast elkaar zonder werkelijk contact. Haushofer beschrijft dat zonder aanklacht, bijna neutraal, en juist daardoor is het zo beklemmend. 

Doofheid

De ik-persoon was zo’n 15 of 20 jaar geleden anderhalf jaar lang weg. Ze was doof en haar man kon haar blijkbaar niet in huis hebben. Er was een raadselachtige man X die wel iets met haar zou willen. Nu komen er een week lang elke dag gele brieven waarin haar aantekeningen uit die tijd dat ze doof was. Wat betekent het allemaal? Raadselachtig. Was ze wel echt doof of was het psychosomatisch? Werd ze gewoon niet gehoord? Dat haar man haar in die toestand niet in huis wilde hebben, zegt veel. Zij was niet meer functioneel als echtgenote, als huisvrouw, als stille aanwezigheid — en dus was er geen plek voor haar. 

Maar die anderhalf jaar zijn ook de periode waarin ze het meest zichzelf was, hoe paradoxaal ook. Ze maakte aantekeningen, ze observeerde, ze leefde op een andere manier. 

De gele brieven

Dat die brieven een week lang dagelijks komen, en haar eigen aantekeningen uit die periode bevatten — alsof iemand haar die teruggeeft, of haar ermee confronteert — is een soort terugkeer van het verdrongene. Wie ze stuurt is nooit helemaal duidelijk. Maar de functie ervan lijkt te zijn: dit ben jij ook geweest. Dit heb jij ook gedacht. Vergeet het niet. 

Haushofer legt het allemaal niet uit en lost het niet op. De roman is zoals het leven van de hoofdpersoon: vol betekenis die nergens officieel erkend wordt. De draak aan het eind is misschien het dichtstbijzijnde wat het boek heeft aan een conclusie — een beeld dat zegt: er is in mij iets wat niet past in dit leven, en ik heb het eindelijk getekend. 

Hildegard in Bingen

Leestijd: 5 minuten

Deze zomer ontmoette ik Hildegard von Bingen. In Bingen, tussenstop tijdens de wandeling van Koblenz naar Wiesbaden (hier een fotoreportage). Ik had haar hemelse muziek wel gehoord, heel meditatief, en ik kende haar naam, maar wie is deze vrouw? Hoe was haar leven in de twaalfde eeuw? Wat maakte haar zo bijzonder? En waarom fascineert ze me?

Het intrigeert me sowieso dat ze een vrouwelijke componist is. In de muziekgeschiedenis, de hele officiële geschiedenis, is altijd weinig plaats voor vrouwen geweest (lees: ‘Zij in de geschiedenis’, essays van Alies Pegtel waarin ze vrouwen hun historische plek teruggeeft. Sappho, Christine de Pizan, Camille Claudel, Aletta Jacobs.

Hildegard is een uitzondering. Kijk je naar de grote componisten uit de geschiedenis, dan zijn dat bijna allemaal mannen. Zij was de eerste componist ooit van wie we de naam weten. En dan ook nog een vrouw.

Disibodenberg

Wie was Hildegard von Bingen? Ze was een Benedictijner non, leefde van 1098 tot 1179. Ze ging in 1112 het klooster in, veertien jaar oud, om te leven volgens de regels van Sint-Benedictus (480 – 547). Heel kort: ora et labora, dat wil zeggen: bid en werk. Dat was in Disibodenberg, ongeveer dertig kilometer zuidwestelijk van Bingen.

Disibodenberg bestond toen pas een paar jaar, en telde nog niet al te veel bewoners. Het was een tijd dat er veel kloosters kwamen. De eerste kloosters ontstonden eeuwen eerder, in de derde of vierde eeuw in Egypte en Syrië. Vanaf de zesde eeuw werden overal in Europa duizenden kloosters gesticht. De tijd van Hildegard was het hoogtepunt van de abdijen. Het werden plekken die bijdroegen aan de verspreiding van het geloof en zich vaak ontwikkelden tot de religieuze en culturele centra. Hier waren de boeken uit de klassieke oudheid en van de kerkvaders te vinden. Hier was kennis, wetenschap, filosofie.

Hildegard verdiepte zich ook in al die terreinen: flora, kruiden, geneeskunde, seksualiteit, poëzie, astronomie. Maar na haar tijd, misschien ook vanwege het grootgrondbezit van de abdijen en hun verbondenheid aan de adel, ging het achteruit met de kloosters. Minder gezag, incapabele leiding, andere plekken waar bijvoorbeeld die wetenschap een plek kreeg. Disibodenberg is al eeuwenlang niet meer dan een ruïne.   

Opmerkelijk dat vele kloosters nu met biermerken worden geassocieerd: Trappist, Westmalle, Affligem. Dan denk je toch dat de bierbrouwerij op z’n minst heeft bijgedragen aan hun voortbestaan.

Of wijn. De Benedictinessen in het klooster dat er nu is – de abdij Sint-Hildegard is rond 1904 neergezet aan de overkant van de Rijn, bij Rüdesheim – hebben behalve van een kloosterwinkel, kunstateliers en gasten die in het klooster verblijven (volgens Wikipedia), inkomsten uit wijnbouw. De Rheinsteig, de route die ik liep, kwam er langs. Ik zag de druiven en ik ben er in de tuin, de winkel en de kloosterkerk geweest.

Seksualiteit

Het boek van de filosoof Michel Foucault: ‘Bekentenissen van het Vlees’ – een postume uitgave van deel 4 van de Geschiedenis van de Seksualiteit – gaat over de vroegchristelijke tijd. Kerkvaders zoals Augustinus en Chrysostomus dachten in die tijd over het belang van kuisheid en maagdelijkheid, seks en wellust, over penitentie, zelfonderzoek en de relatie tot God. Ik ben er nu in bezig. Foucault baseert zich op bronnen tot ongeveer de vierde of vijfde eeuw na Christus. Hij beschrijft hoe veel waarden en regels in het vroege christendom zijn overgenomen van de tijden daarvoor. Er is toen door die ‘vaders’ met hun ideeën over de rol van de vrouw ook een hernieuwde basis voor het patriarchaat gelegd.

Hildegard von Bingen zal een deel van de morele regels die Foucault beschrijft, bijvoorbeeld dat maagdelijkheid en onthouding je dichter bij God brengen, omarmd hebben. Foucault beschrijft de voordelen en de gradaties van maagdelijkheid. ‘Zolang u kuis en maagdelijk blijft, bent u gelijk aan de engelen Gods’, citeert hij Cyprianus, bisschop van Carthago in de derde eeuw. Dat was voor Hildegard ongetwijfeld het doel: dichterbij God te komen door de hoogste gradatie van maagdelijkheid en dienstbaarheid aan wereld en geloof.

Opmerkelijk misschien dat ze ook over seksualiteit schreef, want hoeveel ervaring had ze daar dan mee? Maar dat deden de kerkvaders eeuwen eerder ook. Ze braken zich het hoofd over Adam en Eva, de zondeval, wat God met het huwelijk voor ogen had en wat er geoorloofd is in de echtelijke bed en daarbuiten.

Omdat Hildegard als abdis toegang had tot de werken van die kerkvaders, omdat die morele kwesties natuurlijk nog steeds leefden en omdat er van geestelijken ook advies en sturing werd verwacht over allerlei zonden en straffen, zal ze daarover met anderen van gedachten hebben gewisseld of ze heeft hen raad gegeven. Wanneer past waakzaamheid, strengheid of barmhartigheid?

Hartsvriendin

Ze werd in haar tijd vooral bekend vanwege haar visies. Ze zag dingen. Ze benadrukte dat haar visies van God kwamen, zoals al haar inzichten. Die gingen over hoe mensen zich moesten gedragen en hoe de kerk zich moest ontwikkelen. Ze correspondeerde erover met geestelijke en wereldlijke leiders, met paus Eugenius III, met abt Bernard van Clairvaux in Frankrijk, met andere pausen en bisschoppen, maar ook met moeders van medezusters die advies vroegen. En er werd naar haar geluisterd. Meestal.

Nee, niet altijd, want ze heeft ook veel strijd moeten leveren voor haar eigen ruimte, haar eigen rechten. Daarom zien feministen in haar vaak een voorbeeld. Ze streed bijvoorbeeld om ondanks tegenwerking een nieuw klooster te stichten, een revolutionair iemand op heilige grond te begraven, haar muziek (waarin haar visies verklankt werden) uit te kunnen voeren na een strafedict en om een innig geliefde medezuster niet over te laten plaatsen.

Die geliefde medezuster was de non Richardis, jarenlang Hildegards secretaresse en hartsvriendin. Maar de bisschop van Bremen wilde dat Richardis abdis werd van een klooster in Bassum. ‘Ik word door verdriet overmand, een verdriet dat het grote vertrouwen en de troost doodt die ik bij mensen vond’ schreef Hildegard. O, wee mij, vervolgde ze. ‘Waarom heb je mij als een wees alleen gelaten? Ik heb de voortreffelijkheid van je manier van leven bemind, en je wijsheid en je kuisheid, je ziel en je hele wezen, zozeer zelfs dat velen zeiden: wat doe je?’

Helaas stierf Richardis kort na de overplaatsing. Volgens een brief van de bisschop wilde ze terug naar Rupertsberg (het klooster dat Hildegard toen net opgericht had). Omdat ze daar ‘uit heel haar hart en in tranen’ naar had verlangd.

Muziek

Kerken en kloosters, prachtige gebouwen, maar met het geloof waarvoor ze staan, heb ik niet veel. Ik had er wel graag een uitvoering van Hildegards muziek mee willen maken. Ze liet als abdis de nonnen in mooie gewaden haar muziek volgens haar aanwijzingen uitvoeren. Ze introduceerde kronen voor de nonnen. En de gezangen, waarvan in de teksten haar visies terugkwamen, werden uitgevoerd in collationes. Dat waren bijeenkomsten waar ook lezingen en overdenkingen op het programma stonden.

Die uitvoeringen moeten haar trots, haar passie, haar geluk zijn geweest. Des te droeviger dat er een paar jaar voor haar dood een edict kwam (vanwege het conflict over de begrafenisplek van die controversiële persoon). Haar muziek mocht niet uitgevoerd worden. Het kostte veel moeite om dat ongedaan te krijgen.

Haar muziek dus, heel bijzonder. Het doet gregoriaans aan, maar onderscheidt zich er blijkbaar ook van en gaat weer een stapje verder. In die tijd was net de muzieknotatie ontstaan. Luister bijvoorbeeld hier naar Hildegards muziek of naar Sofia Goebaidulina die dit heeft geschreven: Aus den Visionen der Hildegard von Bingen.