Tagarchief: geschiedenis

Waarom de Bridgertons

Leestijd: 5 minuten

‘The time has come for the social season’, schrijft Lady Whistledown. En daarmee begint niet alleen een periode van dans en flirt, maar vooral ook het verhaal van Daphne Bridgerton. De serie, over de Bridgertons, een Engelse familie in het Regency-tijdperk (1811–1820), kwam met kerst 2020 op Netflix. Het hele eerste seizoen was toen te zien. En Daphne, een van de acht kinderen, is de ster van dat seizoen. Dat vindt niet alleen Lady Whistledown, maar ook de koningin.

Waar heb je het over, zul je denken. Wie zijn dat, die Bridgertons? Ze komen uit de pen van Julia Quinn. De Amerikaanse schrijfster schreef negen boeken over de Londense familie en hun entourage. De ouders van de kinderen Bridgerton noemden hun vier zoons en vier dochters volgens het alfabet, makkelijk te onthouden. Anthony is de oudste, Daphne de vierde en Hyacinth…, duidelijk niet?

Shonda Rhimes, eerder betrokken bij Grey’s Anatomy, produceerde de serie. Met enorm succes! Bridgerton is nu al ongeveer de best bekeken serie op Netflix. Beter bekeken dan The Crown, of dan The Queen’s Gambit, series waar ik eerder verliefd op werd.

Daphne Bridgerton

Historicus

Bridgerton doet me denken aan Jane Austen (1775-1817). Met alle aandacht voor het huwelijk als hoogtepunt van het leven, een arranged marriage of, als het toch eens kon, een love marriage. Er is veel aandacht voor alle romantische en amoureuze verwikkelingen, de roddel en competitie om de beste huwelijkskandidaat, de baljurken, kostuums en haardracht, dansen, de sfeer.

Ik heb een podcast gehoord waarin een historicus werd geïnterviewd die adviseerde over de details uit die tijd van George IV (regent voor zijn zieke vader, vandaar de Regency). Hoe zag het eruit en hoe ging het eraan toe in de Londense ‘ton’? Ton verwijst naar stijl en etiquette: le bon ton. Het gaat in de serie ook puur om de high society. Le beau monde, een samenleving waarin de regels behoorlijk strak waren. Vooral vrouwen hadden nauwelijks ruimte. Niet in hun corset en ook niet daarbuiten.

Ze werden zodra ze op huwbare leeftijd waren, zeventien of zo, gepresenteerd op het hof. Daarmee begint ook de eerste aflevering. Daphne gaat met haar moeder op audiëntie bij de koningin. En die ziet het wel zitten met haar. Daphne is, zoals gezegd, de ster van het seizoen. Maar Anthony, die de rol van de afwezige vader op zich neemt, schermt haar af. Niemand is goed genoeg voor haar. De duke, een vriend uit zijn studententijd, nog het minst.

Het draait dan helemaal om de bals. Want ongeveer alleen daar, tijdens het dansen, kunnen vrouwen een huwelijkskandidaat leren kennen. Maar meer dan twee keer dansen met dezelfde man betekent dat de roddels losbarsten. De hele ‘ton’ kijkt immers mee. Hoe zie je eruit in je baljurk, hoe zijn je danspassen, hoe onhandig sta je op iemands tenen, hoe deugdzaam ben je eigenlijk en hoe close met je danspartners?

Lady Whistledown

Uitermate boeiend hoe Daphne en Simon, de Duke of Hastings, om elkaar heen draaien. De hoofdlijn, maar er zijn nog allerlei zijlijntjes. Zo is er de familie Featherington, met drie huwbare of bijna huwbare dochters. Let op de jongste, Penelope; Pen voor haar beste vrienden. De Featheringtons hebben ook nog een nichtje, Marina, die zwanger blijkt. Maar waar is de vader? Het schandaal als uitkomt dat ze zwanger is voordat ze aan de man is, zal enorm zijn.

Pas dan op voor Lady Whistledown. Zij pent een roddelblad vol over alle ontwikkelingen in de ton. Ze hoort alles, kent iedereen, weet elk detail. Natuurlijk ook dat van Marina. Maar niemand weet wie Lady Whistledown is.

De uitgelaten stemmen van Gregory en Hyacinth, de twee jongste Bridgertons, doen me soms denken aan The Sound of Music. Of zou het de stem van Julie Andrews (85) zijn? Zij leest de teksten van Lady Whistledown voor. Eloise, een paar jaar jonger dan Daphne en de boekenwurm van de familie, is vastbesloten haar identiteit te ontdekken. Samen met haar vriendin Pen. Een weduwe of iemand van het personeel? Nee, die hebben het zo druk, dat lukt nooit. De modiste dan, de Franse couturière, die alle jurken voor de ladies maakt? We ontdekken het in de laatste aflevering van het seizoen.  

Ariana Grande

We moeten het even hebben over de bijzondere casting, een toppunt van diversiteit. De zwarte acteurs zijn hier te vinden in de top van de society. Of dat historisch wel klopt, is helemaal niet relevant. En, bedenk ik me, als vijfhonderd jaar geleden de slavenhandel niet begonnen was – waarvoor we echt steeds opnieuw excuses moeten maken – had de society er misschien wel zo uitgezien. Met de duke, lady Danbury, queen Charlotte (vrouw van George III) en al die anderen kleurrijke mensen.

Lady Danbury

Een beeld van de serie. Er zit een strijkje in een hoek. Ze spelen een strijkkwartet, en als je goed luistert, hoor je er een verklassiekt deuntje van Ariana Grande, Billie Eilish of Maroon 5 in. Op de dansvloer zie je hoogopgestoken kapsels en Regency-jurken. De dames en heren draaien om elkaar heen in een quadrille of een cottilion. Ingewikkelde patronen, waarbij je soms je partner uit het oog verliest en je dan plots voor een ander staat.

Maar natuurlijk gaat het daar niet om, of soms wel. De bals vormen de perfecte enscenering en achtergrond voor alle verwikkelingen. Net als het kasteel, Clyvedon, waar Daphne en Simon intrekken. Daphne nog enorm onwetend over wat er van haar verwacht wordt, want wat doet een hertogin, hoe is haar relatie met het personeel in het kasteel en met het volk in het dorp dat bij het landgoed hoort? En ook, wat is seks eigenlijk en hoe maak je kinderen? De kinderen die de duke absoluut niet wil en zij hartstochtelijk wel.

Liefdeshuwelijken

Ik moet niet te veel vertellen; ga kijken, als je wilt. Maar nog één ding. Liefdeshuwelijken, want daar lijkt het bij de Bridgertons om te draaien. En dan niet alleen de periode tot het huwelijk gesloten is, zoals bij Jane Austen, maar vaak ook nog daarna. Hoe gaat het in het huwelijk?

Liefdeshuwelijken waren in de geschiedenis niet altijd vanzelfsprekend. Zelfs in de Regency-tijd bleven sociale status en economische veiligheid van vrouwen een behoorlijk bepalende factor. De moeders – kijk naar lady Featherington – deden alles opdat hun kinderen ‘goed’ trouwden. Als er dan liefde was tussen man en vrouw, was dat mooi meegenomen, maar dat was zelden de doorslaggevende reden. Die liefde tussen man en vrouw zou zich ook na het (gearrangeerde) huwelijk kunnen ontwikkelen.

Stephanie Coontz, een Amerikaanse historica, schreef het essay ‘The Radical Idea of Marrying for Love’. “In de geschiedenis was liefde zelden de belangrijkste reden voor het huwelijk”, stelt ze. Maar dat begon voorzichtig in de knop te komen in de 14e eeuw, bloeide rond 1700 en kreeg vanaf eind 18e eeuw de wind mee.

Voor die tijd dachten mensen blijkbaar anders. Liefde kon je eerder verwachten tussen de man en zijn minnares of de vrouw en haar geliefde, dacht Capellanus. Hij was in de 12de eeuw de auteur van De amore. Niet tussen echtgenoten. Dat kun je geen liefde noemen, vond hij.

In de tijd van Jane Austen en de Bridgertons zitten we in de Romantiek. Dan gaan subjectieve emoties, het spirituele en ook de liefde alle aandacht krijgen. De tijd van Goethe, Delacroix, Turner, Schubert, Wagner. Dan gaan, waarschijnlijk ook omdat de noodzaak van erfenissen en bruidsschatten minder wordt, de overwegingen voor partnerkeuze kantelen. Mensen kunnen immers makkelijker een baan vinden en salaris krijgen.

Een spannende tijd. Die periode en ook de wachttijd tot het volgende Bridgerton-seizoen. Als Daphne en de duke een zijlijntje vormen en we een van de andere Bridgertons kunnen volgen op het liefdespad.

In het middelpunt van Europa

Leestijd: 5 minuten“Zit je nu Duits te leren”, vraag ik aan het meisje naast mij. Ze leest aantekeningen met werkwoordsvervoegingen. Ja, soms zijn mijn vragen geniaal (;-)). We zitten in de trein van Praag naar Olomouc en ik worstel me, toevallig, door een Duitstalige biografie over Lou Salomé. Een boek dat meer gaat over haar relaties met mannen – filosoof Friedrich Nietzsche, publicist Paul Rée en de in Moravië geboren Sigmund Freud – dan over de in Rusland geboren psychoanaliste zelf. Het meisje studeert in Olomouc en heeft morgen examen, vertelt ze. Ja, Duits is moeilijk, en ze moet nog een paar jaar. Maar ik denk dat ze deze biografie vlotter zou lezen dan ik.

Olomouc is een stad in Moravië, ruim 200 kilometer oostelijk van Praag. Het heeft de sfeer van een provincieplaats, zeker in vergelijking met Praag. Het Deventer van Tsjechië zeg maar, of Wageningen.

Heel wat anders dan Praag in elk geval. Dat moet je vergelijken met Amsterdam, Parijs, Rome, Barcelona. Heel veel toeristen in het centrum van de stad die bij elkaar lijken te kruipen rond de highlights. In Praag is dat de Karelsbrug over de Vltava-rivier, het grote stadsplein in de oude stad, de Praagse Burcht (een complex van kastelen, kerken en musea), de Joodse begraafplaats en het museum over Mucha.

Ik ben over de Karelsbrug gelopen, slingerend tussen de drommen fotograferende toeristen. Ja, en ik ben ook naar dat museum gegaan. Alfons Mucha is net als Franz Kafka een Tsjechisch symbool. Wat Vincent van Gogh is voor Nederland. Mucha ging naar Parijs en maakte er vanaf 1894 veel posters voor het theater van de beroemde actrice Sarah Bernhardt. Prachtige vrouwen in mooie poses. Art nouveau. Ik vind het mooi, de posters, maar het museum is klein, druk en teveel op toeristen gericht die er in een halfuurtje doorheen snellen.

Mooie stad hoor, Praag. Architectuur, sfeer, een rivier, uitgaansleven en veel musea. En bovendien ligt Praag in het middelpunt van Europa en heeft het een compact centrum en goedkoop bier. Dat trekt een hoop mensen. Massatoerisme.

In de Praagse Burcht, met uitzicht op de stad, wil een groep Spaanse mannen een foto maken. Een van hen gaat binnenkort trouwen en viert nog even zijn vrijgezellenstatus. Met liters bier, schat ik. Ik schiet een paar foto’s op de smartphone van een van hen. Een kwartiertje later ontdek ik een rustig straatje dat me van de hogergelegen burcht terugvoert naar de stad. Bijna alle toeristen drommen de trappen af in plaats van het straatje. Voor me uit lopen slechts een paar nonnen.

Zware pijen

Praag ligt middenin Bohemen. Volgens de legende voelde prinses Libuse dat hier een stad zou komen. Ze trouwde met een boerenjongen en stichtte de dynastie van de Premysliden, zo’n familie van koningen die jarenlang over het land heerst. Tot ongeveer 1300. Karel IV, naamgever van ongeveer de beroemdste brug ter wereld, wordt in 1347 koning van Bohemen en later ook nog benoemd tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Het was een bijzondere eer, geloof ik, als de Paus je kroonde als keizer van dat grote politieke verband van staatjes in een gebied dat liep van Nederland tot Midden-Italië.

Karel trouwde met de 13-jarige Blanche van Valois, de zus van Filips VI die koning van Frankrijk zou worden. Een kindhuwelijk zou je denken, maar Karel zelf was ook net 13. Kinderenhuwelijk. Kinderen van 13 hadden toen een andere status. Klein uitgevallen volwassenen, als je ook de schilderijen uit de middeleeuwen ziet.

Karel IV liet Bohemen bloeien en maakte van Praag een belangrijke hoofdstad. Ik stel me dat voor als een stad met handel, een stad die groeide, waar kerken werden gebouwd en pleinen. En waar machtige mensen rondliepen in mooie kostuums in prachtige paleizen.

Ook in Bohemen kwam er net als een goede honderd kilometer noordwestelijker, waar Luther in Leipzig kritiek uitte, verzet tegen het machtsmisbruik van de katholieke kerk. Hier was dat Jan Hus met zijn Hussieten. Hus stierf in 1415 op de brandstapel, maar de twisten bleven. En veel mensen werden later protestant.

De contrareformatie, vanaf ongeveer 1620, was zo heftig dat de protestanten op de vlucht sloegen. In Tsjechië is nu het katholicisme het grootst (ongeveer een kwart van de bevolking), maar veruit de meeste Tsjechen rekenen zich niet tot een religieuze groep. Er staan mooie, grote kerken. In Olomouc zijn verschillende kloosters en ik zie ook veel monniken in zware pijen lopen. Maar een oud klooster waar ik heenloop, net buiten de stad, is kortgeleden omgevormd tot een ziekenhuis.

Charta 77

Het verhaal over de politiek is zoals zo vaak het masculiene verhaal van moord oorlog. De ontmanteling van het Oostenrijks-Hongaarse rijk na de Eerste Wereldoorlog, de republiek Tsjechoslowakije, de inval van de Duitsers in Sudetenland in 1938 en een half jaar later in heel Tsjechië.

Dan is er de moord op nazi-leider Reinhard Heydrich in Praag, de moord waarover de Franse schrijver Laurent Binet dat bijzondere boek Hhhh over schreef. Verder de onderdrukking in de stalinistische staat en de Praagse lente in 1968. Ik lees erover op een terrasje met een halve liter bier voor me, en zie soms standbeelden, herdenkingstekens of straatnamen die aan de grote gebeurtenissen herinneren.

Charta 77 ken ik vaag, maar hoe zat het ook weer? Toen de Russen de Praagse lente ruw braken en de oppositie muilkorfden, waren de dissidenten even stil, maar niet weg. Gesteund door de Helsinki-akkoorden over de mensenrechten ondertekenden een paar duizend kunstenaars en intellectuelen een manifest dat die Helsinki-waarden onderstreepte. Dat was Charta 77. Die ondertekenaars werden vaak vervolgd of verbannen, maar één ervan, Vaclav Havel, sprak het volk toe na de fluwelen revolutie in 1989. Hij werd staatshoofd.

Meer aan de zijlijn van de grote geschiedenis is er de defenestratie, aanpak van politieke tegenstanders die bijna traditie leek te worden. Ze werden het raam uitgegooid. Of het verhaal van een rabbijn uit de 16e eeuw, bevriend met de astronoom Tycho Brahe, die een beeld van klei, de golem, tot leven zou hebben gewekt. Praag was sowieso een centrum van magie en alchemie. Of Karel Capek die in het begin van de 20e eeuw het woord ‘robot’ voor het eerst gebruikte. Wat zou die opkijken als hij 80 jaar na zijn dood weer even tot leven zou komen en onze gedigitaliseerde wereld zou zien.

En dan het verhaal van de Roma en de marginalisatie en discriminatie van deze mensen. Is er een lijn te trekken naar het vluchtelingenbeleid van het land? Tsjechië heeft net als Hongarije, Slowakije en Polen de grenzen gesloten voor vluchtelingen, doof voor de EU-oproep om deel te nemen aan de opvang van mensen die vluchten voor oorlog en onderdrukking.

Janácek

Terug in Nederland lees ik Milan Kundera, ook een dissident, en een migrant. Hij vluchtte naar Parijs en schreef veel van zijn mooiste boeken in het Frans. Het boek Verraden testamenten gaat over kunst en literatuur, Musil bijvoorbeeld. En vooral over Janácek die hij als de grootste Tsjechische componist beschouwt. Groter dan Dvorak, Smetana en Martinu. Het probleem van Janácek was dat hij in Brno woonde, honderd kilometer onder Olomouc en ook een provinciestadje, zeker vergeleken met Praag. Janácek schreef vernieuwende opera’s en fantastische pianomuziek, maar ze werden niet gehoord. Of niet begrepen.

Ik bezoek het huis in Brno waar hij leefde, nu een museum. Na een treinreis vanuit Olomouc die wat langer duurt dan normaal omdat er aan het spoor wordt gewerkt. Als ik bij het museum kom, is het nog dicht. Een halfuurtje later ben ik de eerste bezoeker van de dag, net voordat er een groep van zeker twintig Japanse toeristen komt. Voordat die oosterse invasie plaatsvindt, wijst de suppoost me de weg. “Als je dit allemaal gezien hebt, kan ik een dvd starten over Janácek”, zegt ze. Ik zie de mooie documentaire, een Duitse productie van ruim een uur, helemaal uit, terwijl de Japanners na tien minuten vertrekken.

Het is een van de hoogtepunten van mijn korte Tsjechiëreis. Net als de uitvoering van het Nationaal Tsjechisch Ballet op mijn laatste avond in Praag. Choreografieën van de dansers zelf, soms uitermate klassiek en op spitzen en soms heel modern en bijna urban. Ze hebben muziek gebruikt van barok tot Bowie. Ik vind het prachtig.

Een selectie van mijn foto’s staat hier.