Niet het eerste boek dat ik van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer (1920 – 1970) las. De Wand, haar bekendste boek, is fantastisch! Ik was totaal verbluft door dit boek. Ik ga er hier niet veel over schrijven, wat dit gaat vooral over De Mansarde en een beetje over Een handvol leven, net zo’n bijzonder boek. Het zijn boeken waarin de schrijfster het traditionele leven van vrouwen en de patriarchale samenleving bekritiseert.
Een handvol leven gaat over een jonge, getrouwde vrouw die haar eigen dood in scène zet om aan de verveling van het gezinsleven te ontsnappen. Elisabeth is opgegroeid op een kostschool waar ze bijna niks mocht. Niet met haar armen zwaaien, niet fluiten, niet rennen, maar braaf haar voeten een voor een neerzetten. Een onmogelijke opgave voor Elisabeth. Ze wil niet volgens die regels die ze niet begrijpt leven.
Ze zou graag een tuinbouwopleiding volgen, maar haar vader vindt dat maar niks voor een meisje zoals zij. Als een keurige jongen om haar hand komt vragen zegt ze ja. Wat moet je anders? Maar het huwelijk is nog erger en saaier dan het leven bij haar ouders.
Zoiets moet Haushofer ook gevoeld hebben, een gespletenheid tussen het normale leven en het leven in haar eigen innerlijke wereld. Schizofrenie. Dat proef je in al haar boeken, voor zover ik die gelezen heb.
Ook in De Wand, denk ik. Je kunt je afvragen waar die scheiding symbool voor staat. Hoe dan ook zit de vrouw in de val. Is het niet achter de wand, dan wel in een huwelijk of het leven zoals dat geleefd moet worden.
Ik heb de afgelopen week een derde boek van Haushofer gelezen. De Mansarde. Ik heb hulp gevraagd (a.i.) om een en ander te duiden. Die duiding is denk ik wel nodig, want Haushofer legt het allemaal niet open en bloot op tafel. Maar ook dit is een bijzonder boek van een fantastische schrijfster.
De Mansarde verbergt veel achter een oppervlakte van alledaagsheid. Misschien wel op een vergelijkbare manier als die film van Chantal Akerman (Jeanne Dielman). Die film gaat over een vrouw die een saai en routineus leven leidt. Er gebeurt niets aan de oppervlakte, maar van alles onder de oppervlakte. Net als bij dit boek valt het soms niet mee om naar dat leven van alledag te kijken zonder er nog veel van te begrijpen.
De mansarde
De mansarde is letterlijk een zolderruimte — een ruimte bóven het gewone leven, afgescheiden, een beetje clandestien. Daar schildert de ik-persoon in dit boek, daar is ze zichzelf. Het is het enige domein waar haar man niet binnendringt. Haushofer gebruikt die fysieke ruimte als metafoor voor het innerlijk leven van een vrouw dat geen plek heeft in haar huwelijk, in haar huishouden, in de maatschappij van de jaren zestig.
De vogels en de draak
De vogels die ze er schildert, zijn reëel, bestaand — maar gevangen in haar tekeningen, net zoals zij gevangen is. Dat ze aan het eind een draak tekent, een wezen dat niet bestaat, zou je kunnen lezen als: ze begint iets te scheppen dat buiten de werkelijkheid valt, buiten de begrenzingen van wat toegestaan of mogelijk is. De draak is gevaarlijk, vrij, mythisch — alles wat zij niet mag zijn. Het is geen bevrijding in de zin van dat ze vrij wordt, maar misschien een moment waarop ze zichzelf toestaat iets onmogelijks te verlangen.
De vliegdromen
Ze droomt veel. bijvoorbeeld dat ze kan vliegen. Vliegen in dromen is een klassiek beeld van vrijheid en ontsnapping, niet alleen aan de aarde, maar aan alles wat haar naar beneden trekt: het huwelijk, de verwachtingen, de onzichtbaarheid. Dat ze overdag tekent en ‘s nachts droomt te vliegen laat zien dat haar verlangen naar vrijheid alleen in die twee niet-echte ruimtes kan bestaan: kunst en droom.
Haar man
Hij leest over macht, over mannen die geschiedenis maken, over geweld en overwinning. Hij heeft geen oog voor haar innerlijk leven — en eigenlijk ook niet voor het heden. Ze leven naast elkaar zonder werkelijk contact. Haushofer beschrijft dat zonder aanklacht, bijna neutraal, en juist daardoor is het zo beklemmend.
Doofheid
De ik-persoon was zo’n 15 of 20 jaar geleden anderhalf jaar lang weg. Ze was doof en haar man kon haar blijkbaar niet in huis hebben. Er was een raadselachtige man X die wel iets met haar zou willen. Nu komen er een week lang elke dag gele brieven waarin haar aantekeningen uit die tijd dat ze doof was. Wat betekent het allemaal? Raadselachtig. Was ze wel echt doof of was het psychosomatisch? Werd ze gewoon niet gehoord? Dat haar man haar in die toestand niet in huis wilde hebben, zegt veel. Zij was niet meer functioneel als echtgenote, als huisvrouw, als stille aanwezigheid — en dus was er geen plek voor haar.
Maar die anderhalf jaar zijn ook de periode waarin ze het meest zichzelf was, hoe paradoxaal ook. Ze maakte aantekeningen, ze observeerde, ze leefde op een andere manier.
De gele brieven
Dat die brieven een week lang dagelijks komen, en haar eigen aantekeningen uit die periode bevatten — alsof iemand haar die teruggeeft, of haar ermee confronteert — is een soort terugkeer van het verdrongene. Wie ze stuurt is nooit helemaal duidelijk. Maar de functie ervan lijkt te zijn: dit ben jij ook geweest. Dit heb jij ook gedacht. Vergeet het niet.
Haushofer legt het allemaal niet uit en lost het niet op. De roman is zoals het leven van de hoofdpersoon: vol betekenis die nergens officieel erkend wordt. De draak aan het eind is misschien het dichtstbijzijnde wat het boek heeft aan een conclusie — een beeld dat zegt: er is in mij iets wat niet past in dit leven, en ik heb het eindelijk getekend.