Tagarchief: museum

De vrouw met de kraai

Leestijd: 5 minuten

Bijna op het eind van de expositie Goth – Designing Darkness in Den Bosch sta ik voor een grote zwart-witfoto van een jonge vrouw met een kraai. Ze aait het beest en omhelst het. Kraaien, zoals doodgravers ook genoemd worden, hebben geen beste naam: boodschappers uit de andere wereld. Het is alsof de vrouw op de foto die boodschapper begrijpt en innig met de dodenwereld in verbinding staat. Haar witte huid en zwarte cape versterken dat nog. Een intrigerende foto; wie is die mysterieuze vrouw?

Het is een beeld van een stomme film uit 1918, zo blijkt. De jonge vrouw is een actrice, Theda Bara. En de film heet ‘The she-devil’, het verhaal van een vrouw zonder geweten. Theda speelt Lolette die verliefd wordt op Maurice, een reizende artiest. Maar die is niet erg geïnteresseerd en gaat weg. Lolette wijst andere mannen in haar Spaanse dorp af, gaat ervandoor met gestolen juwelen en reist Maurice achterna. Naar Parijs. Als die haar meeneemt naar een optreden met Spaanse dansers, springt ze het toneel op en danst iedereen in de schaduw. Maar de man die ze heeft bestolen van de juwelen, zit ook in de zaal. Nog wat verwikkelingen en dan uiteindelijk bindt ze die man aan een stoel en bevrijdt Maurice. Ze vluchten samen weg.

Of de (verloren gegane) film nu zo goed het gothic-gevoel verklankt, weet ik niet. De duistere en mysterieuze foto van Theda Bara doet dat zeker wel.

Bara werd geboren in 1885 in Ohio, van een Poolse vader en een Zwitserse moeder. Ze stierf bijna zeventig jaar later in Los Angeles. Ze speelde vaker een femme fatale, bijvoorbeeld Cleopatra. In totaal acteerde ze in zo’n veertig films.

Ze kreeg de bijnaam de vamp vanwege een rol als vampier. Publiciteitsmedewerkers maakten van haar bewust een mysterieuze vrouw, iemand die in Egypte geboren zou zijn en van wie de naam een anagram was van ‘arab death’. Een uitspraak van haar, uitvergroot op de expo luidt: ‘The vampire that I play is the vengeance of my sex upon its exploiters. You see, I have the face of a vampire, perhaps, but the heart of a feministe.’ Deze vrouw, haar beeld, inspireerde ook de goth-subcultuur die jaren later zou ontstaan.

Keerzijde

De expositie over goth en gothic is veel meer dan Theda Bara. Niet alleen film, maar ook mystiek, tovenarij, foto’s, grafkunst, kleding en architectuur. De tentoonstelling gaat op zoek naar de bronnen van de subcultuur die in de jaren 80 opkwam.

Ik houd zelf eerder van muziek met een neerslachtige stemming dan van vrolijke majeurakkoorden, ik werd geraakt door de dramatische film over Ian Curtis van Joy Division en ik denk ook aan Buffy, niet te zien hier, en aan mezelf als fee op een verkleedfeest met spinnenwebben. Aan Frankenstein van Mary Shelley. Ik zie de mooie mistige landschappen, toverachtige Odilon Redons en prachtige jurken en korsetten, steeds koolzwart en bloedrood. De schilderijen van Casper David Friedrich en William Turner. Ik proef de duistere sfeer die hier hangt. Nee, ik ben niet goth, met donkere make-up, extreme kleding en symboliek, maar de sfeer en het gevoel spreken me wel aan. Een soort van herkenning.

goth feeling

Het is dan niet alleen de subcultuur die in de jaren tachtig uit de punk of new wave voortkwam. Niet die groezelige muziek, vaak harde metal, waar ik eerlijk gezegd ook niet echt naar kan luisteren. Goth gaat, zo zie ik op de expo, terug naar de gothic novel uit de 18e eeuw, William Blake en the graveyard poets, de gotische bouwstijl in de late middeleeuwen en wellicht nog verder, naar de Goten die vanaf 250 na Christus het Romeinse Rijk binnenvielen.

Gothic is de duistere en melancholieke kant van het leven, de aandacht voor de keerzijde, zwarte romantiek de telkens terugkeert in een andere vorm als reactie op de zakelijke lelijkheid van het leven. Escapisme misschien, maar ook een blik op de verborgen binnenkant van mensen, dat wat ze echt zijn. Authenticiteit is een kernwoord, niet voor niets. Hoewel het misschien meer een gevoel is over wat authentiek is, dan wat daadwerkelijk echt is. Dat bepaal je zelf. En identiteit, want goths zijn volop bezig met hun expressie.

Maar het is meer dan uiterlijk, meer dan zwarte kleding, donkere make-up en een vampy uitstaling, schrijft Zoie Campbell, theblackmetalbarbie op Instagram. Zij had als kind al meer met horrorfilms dan lieflijke kinderfilms, zag liever zwart-witfoto’s dan full colour en ze had een passie voor kunst. “Ik zag mezelf als een gothische fee”, schrijft ze. Het is voor haar vooral een gevoel. Dat gevoel is niet zomaar een voorbijgaande fase in haar leven, maar een deel van haar karakter en levensvisie. Zoals een gothic-meme zegt:  ‘I don’t live in darkness; darkness lives in me’.

Verdieping

Ik associeer goth eerder met de stad; donkere steegjes, krochten en bruggen. Maar er is net zo goed een fascinatie met ruige natuur, donkere bossen en gevoelens van eenzaamheid en verlangen. Een passie voor ruïnes en kastelen en een tijd ver voor die van de opkomende industrie en sociale verandering. Het is niet de echte geschiedenis die dan wordt omarmd, maar het gefantaseerde beeld ervan. Het verhaal dat goths zich vormen over het verleden dat romantisch en ridderlijk zou zijn.

Er zijn allerlei beelden en stereotypen die passen in dit decor. Vleermuizen, vampiers, demonen, heksen, feeën en ook personages die aan seksistische of racistische stereotypen doen denken. Zoals de gevaarlijke femme fatale of hysterische heks die mannen in het verderf stort. Het onschuldige meisje dat slachtoffer wordt van een mannelijke monster. En de aangedikte witheid van het gothic gezicht. Daar is vast meer over te zeggen, en er zijn vooral vraagtekens bij te zetten.

Agnes Jasper, die voor haar studie Culturele Antropologie aan de UvA een scriptie over de gothic scene schreef, stelt dat het ook maar beelden zijn waarmee wordt gespeeld. En verder dat het in de scene uiteindelijk de vrouw is die de macht heeft en heerst, femme fatale of misschien ook niet.

Maar denk ook nog even aan die uitspraak van Theda Bara. “Believe me”, zei ze in 1915, “for every woman vampire there are ten men of the same type. Men who take everything from women – love, devotion, beauty, youth and give nothing in return!” Daarom neemt ze als de vampier die ze speelt, wraak.

Ik lees op de website van het Design Museum, waarin ze verdieping aan de Goth-expo willen geven, dat ‘het subversieve karakter van goth ook de mogelijkheid (biedt) om (die) stereotypen op een nieuwe, positieve manier te interpreteren.” Dat goth ook experimenteert met gender en seksualiteit en zoekt naar nieuwe betekenisgeving.  

Duisternis

Ach, wat is goth en wat niet? Is Nick Cave ook goth? Het maakt niet zoveel uit, want wat er te zien is op de expositie in Den Bosch roept het gevoel wel op. De opgezette bok, de naakte Lilith, de bogen van de Sint-Jan, de grafversieringen en lettertypes, roodfluweel en danse macabre. Ik voel het wel. Ook dankzij de duisternis en de nachtelijke sfeer.  

Nog even terug naar die authenticiteit waarop goths zich beroepen. Het lijkt deels ook een strategie om echte goths van onechte te onderscheiden. Bescherming tegen subculturele appropriatie.

De heiligen van onze tijd

Leestijd: 3 minutenHold your beliefs lightly. Dat is niet alleen de boodschap van de blogs die ik publiceer als ‘vastgeroeste meningen’. Het is ook de naam van een prachtexpositie in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Nog tot 5 juni. Zo geef ik mijn ongenuanceerde oordeel meteen weg. Prachtig! Waarom dan en wie is die Perry?

Grayson Perry werd in 1960 geboren in Essex. Hij kleedde zich graag in vrouwenkleding en realiseerde zich als tiener dat hij travestiet was. Toen zijn vader dat ontdekte, hij was een jaar of vijftien en ging er soms op uit als vrouw, en zijn stiefmoeder dat vervolgens rondbazuinde, werd hij het huis uit gezet. Hij keerde terug bij zijn moeder en stiefvader in Great Bardsfield. Er is wel meer over zijn leven te vertellen, maar ik belicht graag dit stukje.

graysonperry

Het Stedelijk in Amsterdam heeft in 2002 een solo-expositie georganiseerd. Misschien dat mensen dat nog herinneren, maar hij is veel beter bekend in Engeland. Hij maakte daar tv-programma’s en kreeg de prestigieuze Turner Prize.

Ze kennen in Engeland ook allemaal zijn teddybeer Alan Measles en zijn alter ego Claire, misschien wel zoals wij Margreet Dolman kennen. Ik heb die drie-eenheid pas zondag 20 maart ontmoet. Ja, dat is al even geleden. Niet omdat het nu zo moest bezinken, omdat ik mijn overtuigingen nog tegen het licht moest houden of omdat ik de weg kwijtraakte tijdens de terugreis vanuit Maastricht. Nee, de blog komt nu pas gewoon omdat het er nog niet van kwam.

perry tapestry

Je ziet in het Bonnefanten vooral vazen en wandtapijten. Jezus aan het kruis in vrouwenkleren en met een erectie. Dat soort beelden. De BBC als een oud vrouwtje, een enorme tempel voor Julie, een doodgewone huisvrouw in Essex, een schip voor de onbekende handwerkslieden uit het stenen tijdperk, Claire in een jurk met oorlogsmateriaal en een machinegeweer in haar handen, de film over een reis op een roze motor die Perry maakte om zich na de oorlog met Duitsland te verzoenen, het levensverhaal van de fictieve Tim Rakewell.

Dat levensverhaal beschrijft Perry in zes grote wandtapijten. De serie waarin Perry de Britse obsessie met klasse en smaak onderzoekt, heet ‘The Vanity of Small Differences’. Tim Rakewell figureert ook in A Rake’s Progress, een serie van acht schilderijen van de 18de-eeuwse schilder William Hogarth. Die serie toont de neergang van de zoon van een rijke koopman die zijn geld over de balk gooit. Het gaat op aan dure kleding, prostituees en gokken. De Tim Rakewell van Perry sterft bijna 300 jaar later na een auto-ongeluk in de armen van een minnares. Te hard gereden, met zijn mobieltje in de weer? Zou kunnen. Het leven is ijdelheid.

moeder perry

Zo zit er een boodschap aan alle kunstwerken. Het vraagt wat van je. Wat is er precies te zien op de kunstwerken en wat wil de kunstenaar daarmee zeggen? De Walthamstow tapestry bijvoorbeeld, aangekocht door het museum, en vijftien meter lang, vertelt over de invasie van merken in het leven van ons mensen, van geboorte tot dood. Merken zoals Gucci, Zara, Apple, Ikea, Prada en veel meer. Het is of course een commentaar op consumentisme. In het centrum staat een vrouw waarin je Maria kunt zien. Niet met een kind in haar armen, maar met een designertas. Ergens boven in de wandtapijten over Tim Rakewell zie je twee ovalen portretjes. Steve Jobs en Bill Gates. De heiligen van onze tijd.

Het raakt me. Perry, die zich vaak, als Claire, in travestie toont, heeft zijn speelgoedbeertje Measles tot een nieuwe heilige verheven. Terecht natuurlijk. Het heeft helemaal niets met bijgeloof te maken, maar het is een subtiel commentaar op de manier waarop wij, mensen, aanbidden, verheerlijken, prijzen, dienen en geloven. Hold your beliefs lightly. Je kunt het ook zien alsof Perry zegt: kijk waar mensen vroeger in geloofden en waar ze nu in geloven. Merken en consumptie. Geloof in je teddybeer is dan veel eerlijker. “Measles troost me al meer dan vijftig jaar”, zegt Perry.