Vraag me alles, maar begin niet over de Brexit

Vakantie is voor mij ook elke keer nadenken over het fenomeen ‘vakantie’. Het voelt anders sinds mijn werkzame leven minder gestructureerd is, zo’n vakantie.
En het is begrijpelijk, maar ook best jammer dat het toerisme zo uitbundig is gegroeid. Busladingen mensen rijden naar de topattracties. Daar schuifel je met z’n allen langs The Book of Kells, door beroemde kastelen en pubs en in het centrum van Galway. Niet alleen daar, maar in elke uithoek kom je toeristen tegen. En dan ga ik ook nog in de drukste vakantieweken, want dan voelt Wageningen saai en leeg.
Wat zoek ik dan precies? Een andere omgeving, rust, ontmoeten van mensen, een andere cultuur?

Het antwoord is ongetwijfeld te vinden in de keuzes die ik maak tijdens zo’n reis. Ik ga naar kunstmusea, ik loop lange afstanden in en buiten de stad, ik zoek een Airbnb, ik zit in een stil park, vraag bij de toeristeninformatie of er nog ergens een uitvoering van klassieke muziek of moderne dans is, ik ga in de bibliotheek een boek lezen, ik lees sowieso een hoop en ik sleep ook altijd een stapeltje zorgvuldig uitgezochte boeken mee. Dit jaar nam ik die mee naar Ierland en Noord-Ierland.

Alleen de eerste dagen in Dublin had ik overnachting geregeld, daarna wilde ik naar Belfast en wandelen aan de noordelijke kust, langs de Giant’s Causeway. En ik zou vrienden die ook naar Ierland kwamen, ontmoeten. De rest van de tijd zou zich vanzelf vullen. Maar toch, aan het eind van de vakantie was ik verzadigd en ben ik zelfs een paar dagen eerder teruggekomen dan gepland.



Troubles

Noord-Ierland raakte me het meest, meer dan Ierland. Het weer was er op dat moment beter, en het heeft zeker ook te maken met de recente geschiedenis van de Troubles en onderhuidse spanningen die er nog steeds zijn. Ik heb erover gelezen, exposities bezocht, muurschilderingen gezien en soms, heel soms, iemand erover gesproken. Over wat er gebeurde aan The Bogside, op Bloody Sunday, wat er achter de strijd tussen katholieken en protestanten zat, tussen nationalisten en unionisten. En wat er gebeurde vóór de Troubles.

Het is onvermijdelijk dat je interesse wordt gewekt of aangewakkerd als je in het westen van Belfast langs de muurschilderingen komt, over de stadsmuren van Derry loopt of een museum over de Ierse geschiedenis bezoekt.
Waar ben je, is Derry hetzelfde als Londonderry, vroegen mensen me. Ja, de unionisten spreken over Londonderry en de nationalisten, die liever los van het Verenigd Koninkrijk willen, kiezen voor Derry. London is er in 1613 aangeplakt als een soort van erkenning voor Londense investeerders in de tijd dat land hier gekoloniseerd werd.

Brexit

“Jullie mogen me alles vragen”, zegt Sally die ons, een groep van ongeveer vijftig mensen, deze maandagochtend 29 juli rondleidt in de parlementsgebouwen van het Stormont Estate, aan de oostkant van Belfast. “Maar begin alsjeblieft niet over de Brexit.”

Toen Ierland in 1921 zelfstandig werd en er als een soort van compromis in Noord-Ierland zes Ulster-graafschappen, met overwegend protestantse inwoners, bij het Verenigd Koninkrijk bleven, moest er hier een regering komen die de zaken regelde. Stormont werd gebouwd met geld uit het VK. Er kwam een regering, die gedomineerd werd door de unionisten. Kort nadat de Troubles losbraken, eind jaren zestig – lees over de dreigende sfeer in die jaren The Milkman van Anna Burns –, is de regering overgeplaatst naar Westminster (Londen). Het werd hier te lastig, te rumoerig. Nu zit er sinds het Goede-Vrijdagakkoord (1998) dat een einde aan de Troubles maakte, de Assembly. Die voert een soort van lokaal beleid uit.

De hele Brexit valt daar niet onder, hooguit regionale consequenties. Keith en Sue, een Brits echtpaar dat ik in het hostel in Portstewart ontmoet, zeggen dat ze zich schaamden toen hun land vóór Brexit had gestemd. “Hoe is het mogelijk?”, zeggen ze. “We waren op reis en mensen spraken ons erop aan.” Maar, zeggen ze, niet alle Britten zijn vóór Brexit. In Noord-Ierland (en in Ierland), waar het merendeel tegenstemde, maken ze zich grote zorgen over de gevolgen. Een nieuwe grens? Opnieuw strijd tussen mensen die Noord-Ierland dan los willen weken van het VK en mensen die daar tegen zijn? Je moet er niet aan denken.  

Sympathie

Ierland is het ruige landschap, boomloos vaak en de rode koppen van de mannen die voor de pub staan met een groot glas zwart bier, te schreeuwen tegen elkaar over de verloren wedstrijd. Binnen is op zeven grote tv-schermen sport te zien: voetbal, hurling, golf, paardenrennen. Ierland is ook druilregen en vette fish & chips. Het is een land waar ik soms moeite mee heb. Bijvoorbeeld als ik naar die pub ga om te eten – je kunt er vaak goed en goedkoop eten – maar de live-muziek me haast de tent uit blaast. Of op dagen dat ik me uit het veld laat slaan door een dichte deur, een losse schoenveter of urenlange regen.
 
Ik gleed bij aankomst in Belfast met veertien kilo op mijn rug uit over een natte stoep en stapte vervolgens mijn leesbril kapot. Wat doe ik in dit koude, natte land?
In Dublin slaap ik drie nachten in het huis van Mark, zeker 1,90 meter lang, afgaande op de hoogte van het spiegeltje in de badkamer, maar ik zie hem nooit. “Onregelmatige diensten”, schrijft hij. “De sleutel ligt in een sleutelbox links van de voordeur.”

Maar Ierland is meer. Dublin is ook niet zozeer de stad van Mark, maar eerder van de dichter Seamus Heaney (mooie expositie), Francis Bacon (zijn ongelooflijk rommelige studio in Hugh Lane Museum), de National Gallery en het schiereiland Howth. Postscript van Heaney is een gedicht over hoe een landschap ons sprakeloos kan maken. Dat kan ook in Ierland. Of in Noord-Ierland.

En dan ontmoet ik opnieuw een supervriendelijk iemand die me alle tegenslagen doet vergeten. Ik loop langs de indrukwekkende muurschilderingen waar ik Bobby Sands herken, de gevangen IRA-strijder die ruim zestig dagen in hongerstaking ging tot hij stierf. De schilderingen drukken solidariteit uit met sociale strijd elders in de wereld. Rosa Parks, Nelson Mandela en de onafhankelijkheidsstrijd in Catalonië bijvoorbeeld.

Oké, het woord nationalisme blijft een negatieve connotatie houden, zeker, maar onwillekeurig krijg ik sympathie voor de Ieren die zich eeuwenlang tegen Britse overheersing hebben verzet.

Revolutionairen

“Dat ben ik”, wijst een vrouw in het Revolutionary Museum in Belfast. Ze staat op een foto die gemaakt is met een mini-cameraatje dat de gevangenis werd binnengesmokkeld. Ze zat gevangen in de tijd van de Troubles. In het museum is haar gevangeniscel nagebouwd. Er wordt beschreven wat zestig dagen hongerstaking met je doet en waarom mensen eigenlijk in hongerstaking gingen. IRA-gevangenen wilden afdwingen dat de Britse regering hen zou erkennen als politiek gevangen in plaats van veroordeelde criminelen.

Belfast, waarvandaan al zoveel Ieren naar de nieuwe wereld waren gereisd, is ook de stad waar de Titanic werd gebouwd. Het enorme passagiersschip dat in 1912 op een ijsberg zou lopen. Het is daarmee als je de film hebt gezien een heel klein beetje de stad van Leonardo diCaprio en Kate Winslet. Maar meer dan Kate Winslet in haar mooie rol, telt hier de ‘echte’ geschiedenis van Maud Gonne, Mairéad Farrell en Constance Markievicz.

Countess Markievicz (1868 – 1927) werd voor haar rol bij de Paasopstand van Ierse republikeinen in 1916 ter dood veroordeeld. Die straf werd nooit voltrokken, omdat ze een vrouw was. Ze werd voor Sinn Fein in december 1918 de eerste vrouw die in het Britse Lagerhuis werd gekozen. Daar nam ze geen zitting, maar ze werd lid van het Iers parlement.

Mairéad Farrell, geboren in 1957, kwam al heel jong bij de IRA en werd in 1988 doodgeschoten door het Britse leger. Net als Markievicz werd ook Maud Gonne (1866 – 1953) gearresteerd vanwege haar revolutionaire activiteiten, in 1918. W.B. Yeats (de dichter, niet de schilder Y.B. Yeats) was verliefd op haar, maar ze trouwde met een Franse nationalist en later een Ierse revolutionair, John MacBride. Die werd geëxecuteerd voor zijn rol bij de opstand in 1916. In 1900 had Gonne de nationalistische groep Daughters of Ireland opgericht, die zich inzetten voor de Ierse cultuur. In gevangenschap werd ze ziek en ze werd vrijgelaten op voorwaarde dat ze niet terug zou gaan naar Ierland. Ze ging echter meteen terug om als revolutionair, feminist en activist verder te strijden.

Stepdance

Deze uitweiding tekent wel een beetje waar ik me in verdiepte tijdens de reis door Ierland en Noord-Ierland. In het Ulster Museum, het Tower Museum, in Belfast en Derry, maar ook in Galway, in het City Museum waar de strijd opnieuw werd beschreven, nu met nadruk op de rol van regionale onafhankelijkheidstrijders.

Maar er is meer dan deze geschiedenis. In de bus van Limerick naar Waterford komt een Amerikaanse vrouw naast me zitten. “Ik kom uit New Jersey,” vertelt ze, “en mijn voorouders zijn Ieren.” In Ierland wonen ongeveer zes miljoen Ieren, begrijp ik, maar er zijn ongeveer veertig miljoen Amerikanen met Ierse afkomst. Zelfs Obama had een Ierse voorvader. Vooral na de Grote Hongersnood, na opeenvolgende verloren aardappeloogsten halverwege de 19e eeuw, emigreerden vele Ieren. Katholieken bijna altijd, die aan de overkant van de oceaan grote gezinnen kregen.  

Langzamerhand krijg een idee van wat Iers is. Op de muur in Derry laten kinderen iets zien van de typische manier van dansen. Die dansvorm lijkt goed te passen bij Ierse traditionals op oude instrumenten, bijvoorbeeld een doedelzak. Het is een soort van step- of tapdance, waarbij het bovenlichaam bijna stil wordt gehouden, armen strak naar beneden, en de dans vooral bestaat uit snelle voet- en beenbewegingen. Benen soms hoog gestrekt in de lucht.    


Een selectie van foto’s van mijn reis door Ierland en Noord-Ierland vind je hier en hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *