Alle berichten van Ton

De wereld na Gaza

Leestijd: 3 minuten

In ‘De wereld na Gaza’ toont de Indiase intellectueel Pankaj Mishra een ander perspectief op Gaza. Het is een rijk boek waar ik denk ik veel uit heb gehaald. Ik las het half november in een week uit. En ik was onder de indruk. Het boek heeft mijn begrip van Gaza en de wereldwijde reacties verruimd.

Pankaj Mishra laat zien in zijn boek hoe de Shoah wordt gebruikt om het beleid van Israël te rechtvaardigen. De Holocaust was lang vooral het morele ijkpunt in het Westen, maar dat geldt niet voor de niet-westerse wereld. Daar is dekolonisatie het belangrijkste referentiekader.

Maar alles ligt genuanceerder en het boek is ook een onderzoek. Wat als je Gaza vanuit beide perspectieven beschouwt? Dat is de inzet van zijn eind 2024 verschenen boek: ‘De wereld na Gaza’.

Het boek neemt de oorlog in het Midden-Oosten als uitgangspunt om de twee verhalen over de geschiedenis naast elkaar te zetten. Aan de ene kant het westerse verhaal over de overwinning op nazisme. En tegelijk ook het failliet van het communisme en de verspreiding van liberaal kapitalisme. Aan de andere kant is er de visie op dekolonisatie en racisme.

Arendt

Beide perspectieven zijn aldus Mishra noodzakelijk om de verschillende reacties op de oorlog in het Midden-Oosten te begrijpen. In een interview in NRC zegt hij: “Er is een lange geschiedenis van genocidaal racisme en geweld in Azië en Afrika, uitgevoerd door westerse mogendheden. Dekolonisatie laat mensen de gebeurtenissen in Gaza begrijpen als onderdeel daarvan. Een groot deel van de niet-westerse wereld ziet Israël als kolonisator van Palestijns gebied, waarbij de Palestijnse vrijheidsstrijd in het licht van de dekolonisatie gezien wordt.”

Mishra bespreekt de lessen die denkers en schrijvers zoals Primo Levi, Hannah Arendt en Jean Améry uit de Shoah trokken. Hij onderzoekt hoe de Holocaust in populaire romans en Hollywoodfilms samenviel met het Israëlische nationalistische standpunt. Maar in de niet-westerse wereld past de Holocaust in een genocidale traditie vanuit de westerse wereld, niet zo uniek en losstaand gewelddadig als het Westen het beschouwt.

Mishra beschrijft ook zijn persoonlijke ontwikkeling, van een fascinatie voor Israëlische helden tot een kanteling nadat hij in 2008 de Westelijke Jordaanoever bezocht en de situatie van Palestijnen onder Israëlische bezetting zag.

Waakzaam

Verwarrend vind ik dan weer wel dat bijvoorbeeld India’s regering aan de zijde van Israël staat. Terwijl India een van die gedekoloniseerde landen is die je in lijn met de analyse van Mishra aan de kant van de Palestijnen zou verwachten. In die zin is de reactie van Zuid-Afrika, dat een zaak aanspande bij het Internationaal Gerechtshof, meer in lijn met het ‘Mondiale Zuiden’.

In de bespreking van NRC wordt de kritiek op Mishra geuit dat hij te veel zou leunen op Joodse en Westerse auteurs. Maar zelf zegt hij daarover dat hij bewust koos voor Arendt, Levi en Améry om ‘het beklemmende gevoel van ongerechtigheid dat ik voelde te verzachten’. “Ik zocht geruststelling bij mensen die zelf, in hun broze lichamen, de monsterlijke terreur hadden gekend … en die besloten hadden permanent waakzaam te zijn tegen de misvorming van de betekenis van de Shoah …” Juist deze auteurs helpen hem om een genuanceerd begrip van de Shoah-betekenis te krijgen, weg van louter nationalistische of exclusieve interpretaties.

Anti-joods

Levi bijvoorbeeld was woedend over hoe Menachem Begin, premier in Israël rond 1980, de Shoah politiek uitbuitte. Veel overlevenden van de Holocaust gingen in de jaren 70, en eerder of later, in het licht van de bezetting sowieso hun zionisme heroverwegen. En naarmate Israël langer Palestijns gebied bezette en haar manipulatieve mythologie creëerde, gingen ze zich meer zorgen maken over de perceptie van joden in de wereld.

Al in 2006 constateerde Tony Judt echter al dat Israëls ‘lang gecultiveerde vervolgingswaanzin niet langer sympathie (opwekt)’. “Israëls roekeloze gedrag en de hardnekkige kwalificatie van alle kritiek als antisemitisch, is nu de belangrijkste bron van anti-joods sentiment in West-Europa en een groot deel van Azië.”

Somber

Mishra schrijft dat de bloedbaden in Israël op 7 oktober 2023 door Hamas bij veel joden de angst voor collectieve uitroeiing hebben aangewakkerd, maar dat het direct duidelijk was dat Netanyahu’s regering dat gevoel van verlies en ontzetting zou uitbuiten.

In zijn epiloog is Pankaj Mishra somber. Hij ziet de wereld na Gaza meer dan ooit als een wereld van tegenstelling, een morele kloof die waarschijnlijk alleen maar dieper wordt. Hij ziet ook dat ‘een steeds grotere groep jonge westerse en niet-westerse mensen met de beschuldiging (komt) dat Israël een hardvochtig koloniaal en Joods-suprematistisch regime is, gesteund door extreemrechtse westerse politici en meeliftende liberalen.’

Over Heerschappij van Tom Holland

Leestijd: 4 minuten

In Heerschappij onderzoekt de Britse historicus Tom Holland hoe het christendom diepe invloed heeft gehad op de westerse beschaving. Ik heb het boek dit weekend uitgelezen. Een boeiende leeservaring waar ik iets meer over wil vertellen. Wat raakte me en wat staat er eigenlijk in het boek?

Die invloed van het christendom was niet alleen binnenskerks, maar drong ook door in onze moraal, politiek, recht, sociale structuren en mensbeeld. Vele van onze ‘universele waarden’, zoals menselijke waardigheid, mensenrechten, mededogen, vrijheid en gelijkheid, zijn geworteld in het christelijke wereldbeeld.

Dat raakt niet alleen ‘het westen’. Kijk bijvoorbeeld naar het hindoeïsme in India. Voor de Britten er kwamen bestond daar geen begrip voor ‘religie’ zoals wij dat kennen, een innerlijk geloofssysteem dat gescheiden is van het seculiere domein van politiek, recht en cultuur. Hindoes waren mensen die oostelijk van de Indus-rivier leefden. Ze deelden rituelen, tradities, tempels en godsbeelden.  

Ik was zo’n dertig jaar geleden in het land en reisde per bus naar of van Delhi. Ik weet nog dat ik in die bus in gesprek raakte met iemand die me vroeg wat ik geloofde. Want, veronderstelde die persoon, het kon toch niet zijn dat je niets geloofde. Je moest toch ideeën hebben over de oorsprong en de zin van alles. Ik zei dat ik christelijk was, maar het voelde of ik niet helemaal eerlijk was. Want, dacht ik, een geloof heb ik niet. Nu weet ik het niet meer zo, na lezing van dit boek.

Hoe dan ook, schrijft Holland, de Britten wilden India begrijpen met de categorieën die zij kenden. Wat geloven deze mensen, vroegen ze zich af. Hoe is hun geloof? Ze bedachten ook het woord hindoeïsme om hun ‘religie’ aan te duiden.

Holland wil aantonen dat de westerse, christelijk gevormde manier van denken zo dominant is geworden dat zelfs mensen buiten het christendom (zoals hindoes) zichzelf zijn gaan begrijpen via die lens. Zoiets is ook bij andere ‘geloofssystemen’ gebeurd.

Slavenmoraal

Nietzsche komt het toneel op in het derde deel van zijn boek, als het over ‘de moderniteit’ gaat, vanaf de 18e eeuw. Daarvoor gaat het over oudheid en middeleeuwen. De oudheid waarin christendom ontstond, was een tijd waarin slavernij vanzelfsprekend was, zwakte werd veracht en er weinig ruimte was voor medelijden met kwetsbaren. De boodschap van het christendom ging daar tegenin. Het ging over een God die gekruisigd werd – typerend voor slaven en een symbool van vernedering en zwakte. Maar die juist triomfeerde in die vernedering. Liefde voor je naasten en zorg voor armen werden morele idealen.

Met de opkomst van het christendom als dominante religie werden de christelijke waarden diep verweven met recht, politiek en cultuur. Zelfs waar de Kerk macht misbruikte of faalde in haar eigen idealen, bleven die waarden bepalend.

In het derde deel laat Holland zien dat ook humanisme, atheïsme, liberalisme, feminisme, en sociale rechtvaardigheid gerelateerd zijn aan christelijke noties van gelijkheid, individuele waarde en morele plicht om het lijden van anderen te verlichten. En dat allerlei culturele uitingen, zoals die van de Beatles (All you need is love, Imagine) of Tolkien (In de ban van de ring), op vergelijkbare waarden zijn gebaseerd. Ook Voltaire en zelfs Nietzsche, die de Kerk fel afwezen, dachten vanuit dezelfde morele basis. En ook bij Live Aid of Black Lives Matter is dat er volgens Holland.

Hij vertelt over Friedrich Nietzsche die zich keerde tegen de ‘slavenmoraal’ van het christendom: de verheffing van zwakte boven kracht en de triomf van het lijden. Nietzsche bewonderde juist de kracht van Grieken en Romeinen. Maar volgens Holland kon Nietzsche zich alleen zo tegen het christendom keren omdat hij er zelf diep door gevormd was. Zijn uitroep dat God dood is, was niet zozeer triomfantelijk als tragisch.

Ik weet niet of Holland Nietzsche helemaal recht doet. Nietzsche had duidelijk zijn twijfels over het geloof in God. Dat geloof deed er volgens hem niet meer zoveel toe in de moderne tijd. Bovendien stelt hij denk ik dat het christendom met haar slavenmoraal en alles een verloochening is van onze instincten, kracht en passie.

Het geloof is volgens Nietzsche een vlucht uit de werkelijkheid en een ontkenning van het leven. We moeten onszelf en onze waarden herscheppen.

Privésfeer

Wat me wel duidelijk is geworden uit het boek van Tom Holland is dat het christendom en haar waarden heel diep in onze samenleving zitten. En dat ik dat voorzover het mensen en minderheden bevrijdt, emancipeert of verheft, niet heel erg betreur. Dat zegt misschien iets over de manier waarop ik zelf christelijke waarden heb geïnternaliseerd.

Dat daar verschillen in kunnen zitten blijkt wel uit dat felle tegenstanders zich vaak verschillend op dezelfde christelijke waarden beroepen. Zo kun je vanuit christelijke waarden tegen abortus zijn of juist vanuit christelijke waarden vinden dat omwille van barmhartigheid en compassie met de situatie van vrouwen abortus toegestaan moet worden.

Boeiend om daarover na te denken. Wat is universeel, hoe denk ik eigenlijk en waar komt dat vandaan? Ben ik ergens misschien toch nog wel religieus?

Ook interessant is wat geloof nu wordt gezien en hoe het vroeger was, voordat er een scheiding tussen een religieus en een seculier domein was. En hoe persoonlijk geloof was of is. Vroeger hadden hooguit de vertegenwoordigers van God op aarde – priesters, monniken, pausen – een directe band met God. Zij begrepen hem en vertelden mensen wat de waarheid was en wat het betekende om te geloven.

Dat veranderde met de Verlichting en helemaal later, in de 20e eeuw. Geloof kwam meer in de privésfeer. Wat je geloofde, bepaalde je zelf. Bovendien kon iedereen een band met God hebben, een persoonlijke zingeving.

Relativeren

Misschien is dat in de islam, jodendom of elders anders. Islam is ook volgens Holland nog steeds een meer allesomvattend systeem waarin geloof, politiek, wetgeving, cultuur en ritueel met elkaar verweven zijn. Ongeveer zoals het jodendom in de oudheid of het hindoeïstische India vóór kolonisatie. Maar in veel islamitische staten, zoals Turkije bijvoorbeeld, is er steeds meer een seculier-religieuze scheiding. Waarschijnlijk onder invloed van de westerse wereld.

Dat geldt ook voor het jodendom dat aanvankelijk net zo een systeem was dat tradities, wetten, voedsel, huwelijk, taal en ook land omvatte. Voor orthodoxe joden is dat systeem misschien nog even sterk als ooit.

Is boeddhisme een religie, of confucianisme? Of zijn dat vooral ethische systemen zonder God? Of projecteren we opnieuw onze westerse blik op deze fenomenen? Bij Confucianisme gaat het niet om een persoonlijke god of om verlossing, maar om respect, hiërarchie, familie, plicht en sociale harmonie; deugd in het sociale leven.

De westerse opvatting van religie houdt tegenwoordig in dat geloof los van politiek en cultuur staat,  dat het vooral een innerlijk proces is, persoonlijk, en dat er een stichter en heilig boek moet zijn. Dat gaat lang niet altijd op. Holland’s boek heeft er misschien voor gezorgd dat ik dat soort dingen beter kan begrijpen en dat ik een anti-christelijke houding kan relativeren.

Tien uur schrijven naar Maryia en anderen

Leestijd: 3 minuten

Halverwege de Schrijf-je-Vrij-dag was er live-verbinding vanuit Brussel met Tatsiana, de zus van de Wit-Russische Maryia Kalesnikava. Maryia is een van de negen mensen naar wie we vandaag schrijven.

Maryia (42) is musicus. Ze protesteerde tegen de gemanipuleerde presidentsverkiezingen in 2020 in haar land. Mede-activisten werden het land uitgezet en dat wilden ze met haar ook doen, maar ze verscheurde haar paspoort in protest tegen de verbanning. Ze werd veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf. Na vier jaar gevangenis is ze veel afgevallen en zou ze nog maar 45 kilo wegen. Ze mag geen boeken lezen, kreeg eenzame opsluiting en moest in 2022 geopereerd worden. Haar cipiers zouden haar vertellen dat buiten de gevangenis niemand aan haar denkt en dat mensen haar allang vergeten zijn.

Moed

Ze lijkt me een hele sterke vrouw. Ik heb diepe bewondering voor haar, voor hoe ze moed houdt, hoe ze haar hoofd vult met muziek, hoe ze vanuit de gevangenis contact blijft zoeken hoewel haar brieven steeds worden geconfisqueerd. Moed waarvan ik me niet voor kan stellen dat ik die in zo’n situatie zou kunnen opbrengen.

Ik hoop dat ze snel vrij komt en teken een vlinder en een paar muzieknoten op de kaart die naar haar gaat. De tekst moet in het Russisch, want anders komt die niet aan. Er is vandaag een Oekraïense vrouw in de koepel aanwezig die je helpt jouw tekst om te zetten.

Omhelzing

We schrijven ook naar de minister van Buitenlandse zaken van Belarus. “I urgently request that all necessary measures are taken to protect Maryia from torture and other ill-treatment. Maryia’s unjust conviction should be overturned, and her name should be removed from the government’s list of individuals involved in ‘terrorist activities’.”

Tatsiana vertelt hoe moeilijk het was dat ze heel lang niets van Maryia hoorde, maar dat er onlangs gelukkig wel contact was. Waarschijnlijk vanwege de internationale aandacht voor Maryia’s lot. Tatsiana is ook heel blij met onze actie. “En als Maryia vrijkomt, geef ik ze eerst een enorm stevige omhelzing”, zegt ze.

Terugverlangen

Eerder vandaag, rond 9 uur, kwamen we aan in de koepelgevangenis in Arnhem. Zo’n 250 mensen die gaan schrijven vanuit het hele land. We kregen een gevangennummer, er werd een mugshot gemaakt en trokken gele T-shirts aan. Ik had mijn nagels gelakt in diezelfde gele kleur 😊.

Aan lange tafels zochten we het voor ons gereserveerde plekje. Daar zitten we de meeste tijd. Vanaf het podium houden ze ons bij over het aantal geschreven brieven en kaarten, worden er aankondigingen gedaan en andere boodschappen doorgegeven. Ook videoboodschappen vanuit Saudi-Arabië, Argentinië of elders. 

Tegenover me zit Joke, beeldend kunstenaar, naast me Kim, Astrid en Marieke. Dat zijn deels ook de mensen met wie ik later de cel deel. Ik zie hoe Joke en Marieke prachtige tekeningen maken voor de mensen naar wie ze schrijven. Natuurtaferelen of andere toepasselijke beelden. Marieke tekent een paar roodgestifte lippen op de kaart naar Maryia.

We worden gelucht, we eten uit de ‘zwarte bak’, we zitten in de cel waar het gelukkig iets warmer is dan in de grote binnenruimte van de koepelgevangenis. Later zitten we weer aan de lange tafels daar, maar je zou nog gaan terugverlangen naar de (warme) cel. De klok op het podium tikt door. Langzaam loopt het aantal uren dat we nog opgesloten zitten, terug. Eigenlijk gaat dat best traag, tien uur blijkt lang.

Prijskaartjes

En heeft het zin, vraag je je af. Komen de brieven en kaarten wel aan, worden ze gelezen, verandert er iets voor de mensen die we schrijven of over wie we schrijven? Voor Maryia bijvoorbeeld?

Ik denk aan Aleksandra Skotsjilenko die in 2022 veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van 10 jaar omdat ze in de supermarkt in Sint Petersburg vijf prijskaartjes had vervangen door briefjes met kritiek op de Russische invasie van Oekraïne. Ze is in augustus 2024 vrijgekomen bij een gevangenenruil en woont nu in Keulen. Aandacht van Amnesty voor haar lot heeft zeker geholpen.

Er zijn nog meer succesverhalen, maar ook al is er geen direct gevolg, dan hoop je dat als de ogen van de internationale gemeenschap op je gericht zijn, overheden menselijker zullen zijn naar de gevangenen en anderen die ze onrecht aandoen.

De keerzijde van de voedselproductie

Leestijd: 9 minuten

Als je over de mondiale voedselproductie praat, gaat het niet alleen over kilo’s en cijfers, over import en export, over zuivel, tomaten, vlees of cacao. Ik had me voor een artikel verdiept in dit onderwerp, maar ik kon lang niet alles kwijt in dat artikel. De wereldwijde voedselproductie is een complex geheel, de rol van Nederland is niet alleen maar een succesverhaal en de roep om zaken anders aan te pakken, wordt luider.

Een gesprek over het mondiale voedsel moet ook gaan over honger, de veranderende voedselvraag en de ongelijke verdeling van voedsel. Zo zijn er nu naar schatting 3 miljard mensen die geen toegang tot goed voedsel hebben en tegelijkertijd 2 miljard mensen met voedselgerelateerde ziekten zoals obesitas. Ik denk ook aan Gaza, waar mensen uitgehongerd worden. Of de klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, degradatie van bodems en waterschaarste; allemaal zaken die voedselproductie kunnen bedreigen.

Het gaat bijvoorbeeld over een toekomst waarbij arbeidsmigranten in de oogst kunnen worden vervangen door robots en de warmte in kassen van geothermie komt. Of ontwikkelingen die al gaande zijn, zoals dat er kritischer wordt gekeken naar afzet op verre landen en er voorkeur groeit voor kortere ketens. Of dat supermarkten zich sinds corona meer richten op bezorgservice.

Het gaat verder over geopolitieke ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne. En wat dat betekent voor de voedselhandel. Komt er met Trump een handelsconflict met China en wat betekent dat voor de EU? Het gaat daar allemaal over, maar ik kijk hier vooral ook naar de Nederlandse bijdrage aan de wereldhandel.

Wereldhandel

Nederland importeert veel en exporteert nog meer. In 2022 was volgens CBS de exportwaarde aan landbouwgoederen 122,3 miljard euro (inclusief sierteelt, landbouwtechniek en kunstmest) en import, 88,2 miljard euro. Daarmee is Nederland een van de grootste exporteurs van voedingsproducten. Dat roept de sector trots, maar misschien kun je beter stellen dat we een van de grootste doorvoerlanden ter wereld zijn, bijvoorbeeld dankzij de haven van Rotterdam. Veel van onze dagelijkse voeding komt van ver.

De binnenlandse situatie, met een intensieve landbouw op een beperkt oppervlak, is gegroeid nadat de Nederlandse voedingsproductie na de Tweede Wereldoorlog veranderde. Met specialisatie, schaalvergroting en subsidies wilde de overheid (Mansholt) voor voedselgarantie zorgen. Mansholt kreeg later spijt van het beleid waarvan hij de bedenker was, want het leidde ook tot bio-industrie, mestoverschotten, stikstofuitstoot en concurrentievervalsing.

Nu produceren boeren en tuinders niet alleen voor de nationale consumptie, maar ook voor de wereldmarkt. Volgens emeritus hoogleraar landbouwsociologie Jan Douwe van der Ploeg wordt wereldwijd het grootste deel van het voedsel nog wel geconsumeerd in het land waar het geproduceerd wordt. Maar als er inderdaad 15 procent van de totale wereldvoedselproductie wel een nationale grens passeert, is dat nog steeds enorm veel.

In grote lijnen kun je stellen dat basisvoedsel zoals tarwe, rijst, aardappelen of gierst vooral regionaal wordt geproduceerd. Basisvoedsel betreft de dominante voedingsmiddelen in een cultuur. Je kunt dat voor ons land ook breder zien en denken aan typisch Nederlandse groenten en fruit (koolsoorten, bietjes, prei, ui en appels). Aardappelen produceren we ruim voldoende, maar in Nederland moeten we bijvoorbeeld toch tarwe importeren omdat het grootste deel van de Nederlandse tarweproductie een te laag eiwitgehalte heeft en als veevoer wordt gebruikt.  

Import gaat hier dan met name over gewassen zoals veevoer (mais en soja), tropische vruchten en producten zoals koffie, thee, cacao en suiker. Voor een groot deel daarvan is geen lokale vervanging mogelijk. De productie is daar waar dit het beste kan; waar het land het meeste opbrengt tegen de laagste kosten.

De wereldhandel in voedsel geeft ons dus beschikking over veel voedingsproducten die hier niet worden geproduceerd of kunnen worden geproduceerd. Landen kunnen zich specialiseren op teelten die er het meest geschikt zijn vanwege bijvoorbeeld klimaat en bodem. In theorie zorgt wereldhandel ervoor dat ook in  landen waar voedselproductie lastig is, er vers en betaalbaar voedsel beschikbaar is.

Scheef

Veel dingen zitten echter scheef in de voedselproductie, en dan bedoel ik niet dat dieren in de veehouderij meestal een kort en zeker geen fijn leven hebben. Geen fijn onderdeel van de voedingsindustrie. Denk ook aan de uitgebuite loonarbeiders in de oogst, arbeidsmigranten die het zware werk verrichten, de grote uitstoot aan broeikasgassen (CO2 en methaan) of landen waar soms door misoogsten, ziekten of klimaatverandering kleine boeren met honderden tot opgave worden gedwongen. Grote multinationals winnen blijkbaar altijd.  

Die wereldmarkt ‘leidt tot extremen’, aldus Van der Ploeg. Prijzen zijn soms zo laag dat ze niet opwegen tegen de productiekosten. En soms zijn bepaalde voedselproducten in ontwikkelingslanden te duur voor de lokale consumenten. Dan zie je dat arme productiegebieden worden verbonden met rijke consumptiecentra, schrijft hij. “Zo stromen asperges uit Peru, boontjes uit Kenia, kippenbouten uit Thailand, rundvlees uit Argentinië, varkensvlees uit Brazilië, kerstkonijnen uit China, bestanddelen voor melk uit de Oekraïne en bloemen uit Colombia naar de Europese markten. Er worden steeds grotere afstanden in tijd en ruimte overbrugd.”

Scheef? Kijk dan vooral toch ook naar de vleesindustrie in ons land. Behalve de varkens telt Nederland bijna 100 miljoen kippen, 3,8 miljoen runderen en 1,6 miljoen melkkoeien (in 2022). Jaarlijks worden er in Nederland zo’n 450 miljoen dieren geslacht. Nederland wordt wel de slager van Europa genoemd. Er zijn vooral in het zuiden van het land tientallen slachterijen. De situatie met het oog op voedselveiligheid en dierwelzijn was daar niet best, constateerde de Nederlandse Voedsel- en WarenAutoriteit een paar jaar geleden. Daar proberen ze nu wel iets aan te doen, maar wat mij betreft zou de vleesproductie in Nederland echt radicaal mogen krimpen.

Ons land produceert van verschillende producten dus veel meer dan we zelf gebruiken (zoals tomaten, zuivel of ja, kalfsvlees) en van andere producten weinig of niets. We leggen voor de productie in ons land ook beslag op veel grond buiten onze grens, bijvoorbeeld voor hout en veevoer.

En zoals ik al schreef zijn we een doorvoerland. Een deel van het voedsel dat binnenkomt wordt dan hier bewerkt of verwerkt. Verschil zit erin dat bewerking gaat over omzetten van grondstoffen naar eetbaar voedsel en verwerking gaat bijvoorbeeld over toevoegen van conserveringsmiddelen of het pasteuriseren van melk. Zoals productie plaatsvindt waar dat het beste kan, geldt dat ook voor de verwerking. Het gebeurt bij voorkeur waar bedrijven de beste kansen en mogelijkheden hebben, bijvoorbeeld vanwege aanwezige kennis, locatie of het vestigingsklimaat voor bedrijven. 

De voedingsindustrie in ons land verwerkt geïmporteerde grondstoffen en voedselproducten en exporteert bijvoorbeeld chocolade, bier of kaas. Met andere woorden: in Nederland gevestigde voedingsbedrijven voegen waarde toe. Levensmiddelen gaan vervolgens naar meer dan 170 landen in de wereld.

We exporteren en importeren het meest naar onze buurlanden. Duitsland, België, Frankrijk en ook het Verenigd Koninkrijk, ondanks de Brexit op 31 januari 2020. En verder is er veel import vanuit Italië (bijvoorbeeld kaas, pasta, vlees, olijfolie en wijn) en Spanje (groenten, fruit en ook olijfolie en wijn). Export naar Italië bijvoorbeeld betreft zuivelproducten, groenten, fruit en ook weer vlees. 

Sommige producten reizen verder. Ze komen of gaan per boot, trein, vrachtwagen of vliegtuig naar landen buiten de EU, zoals de VS of China. Er gaan niet alleen voedselproducten, maar bijvoorbeeld ook veel bloemen en planten naar de VS. Die bloemenproductie is vanwege een overmaat aan pesticiden om ziekten en plagen buiten de deur te houden een van de meest vervuilende takken van de Nederlandse landbouw.

Handelsakkoorden

Die handel, zeker buiten de EU, gebeurt niet zomaar zoals je iets koopt op de markt; er is nationaal en internationaal regulering. Er zijn wetten, regelgeving en internationale overeenkomsten. Zo gaat de European Food Safety Authority (EFSA) in de Europese Unie over voedselveiligheid. Met normen voor de te importeren voedselproducten. In Nederland hebben we de Voedsel- en Warenautoriteit en is er bijvoorbeeld de Wet oneerlijke handelspraktijken (OHP) in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen. Die wet, die op 1 november 2021 in werking is getreden, beoogt de onderhandelingspositie van boeren, tuinders en vissers tegenover grote marktpartijen te versterken.

Er zijn afspraken gemaakt over certificering, inspectie, etikettering en tracering. Wat dat laatste betreft, is er op dit moment (2024) veel ontwikkeling. Zo wordt in de Europese Unie de invoer van producten die bijdragen aan ontbossing verboden.

Binnen de Europese Unie is het makkelijker om handel te drijven omdat de EU een interne markt heeft gecreëerd, zonder tariefbelemmeringen. Er is binnen de EU ook een gemeenschappelijke voedselwetgeving, die bijvoorbeeld over voedselveiligheid en traceerbaarheid gaat.

Om handel met andere landen te vergemakkelijken worden geregeld handelsakkoorden afgesloten, vaak gecoördineerd door de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Daarin staan afspraken voor de handel in voedsel. Zo is er CETA (EU met Canada) en het handels- en samenwerkingsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk. Landen in Amerika kennen Mercosur, binnen WTO, en in Azië bestaat de ASEAN-overeenkomst, buiten WTO. Of ook USMCA, tussen VS, Mexico en Canada.

Dergelijke handelsakkoorden bepalen dan de voorwaarden voor handel in voedselproducten tussen landen. Het gaat over tarieven en allerlei maatregelen om ziektes buiten te houden. Dat zijn zogenaamde sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS), maatregelen die bijvoorbeeld gaan over voedselveiligheidsnormen, inspectieprocedures, quarantainemaatregelen en veterinaire certificering.

Keerzijde

Het is al gesteld, maar de wereldhandel die zorgt dat je hier in de supermarkten voedselproducten uit de hele wereld kunt kopen, wijn uit Argentinië of kiwi’s uit Nieuw-Zeeland, heeft een keerzijde.

Vroeger waren er de slaafgemaakten die op plantages in de koloniën werkten. Nu kun je bijvoorbeeld denken aan de ecologische gevolgen vanwege het transport (in schepen, vrachtwagens of vliegtuigen), bederf onderweg, de afhankelijkheid van waardenschommelingen door oorlog, corona, Brexit of een handelsconflict. Onze veevoervraag leidt tot ontbossing in Brazilië. En lang niet alle landen profiteren in gelijke mate van de wereldwijde handel. Ze zijn soms heel kwetsbaar voor prijsschommelingen op de wereldmarkt. Het is ook niet goed voor initiatieven om duurzamer te produceren. Boeren met bulkproducten zijn immers overgeleverd aan de internationale markt en kunnen zich lokaal vaak nauwelijks onderscheiden.

Er kunnen dus veel dingen veel beter. Een van de punten die gezien de wereldwijde handel nog beter kan in de voedingsindustrie, naast verminderen voedselverspilling, meer plantaardige voeding en duurzamere productiemethoden met minder chemische bestrijding en kunstmest, is de transparantie en traceerbaarheid. En kennis daarover. Opdat consumenten betrouwbare informatie hebben over herkomst, productiemethoden en kwaliteit. Dat dwingt ook tot betere productiemethoden.

Een ander punt is dat bepaalde kosten (energie, grondstoffen, milieubelasting) beter doorberekend kunnen worden in de kostprijs. En dat consumenten beter voorgelicht kunnen worden over ‘het voedingscircus’ (term van Meino Smit). Met de lengte van mondiale ketens groeit de kloof tussen producenten en consumenten.

Van der Ploeg pleit voor meer boerenlandbouw. Dat is landbouw die gebaseerd is op eigen hulpmiddelen zoals grond, arbeid, dieren, voer, water, kennis en lokale afzetmarkten. Dus niet afhankelijk van verafgelegen grond en markten. Je ziet volgens hem hier en daar al een terugkomst van deze vorm van landbouw.

Als consument kun je veel doen. Kies voor producten die lokaal zijn geteeld. Koop seizoensproducten. Let op duurzaamheidskeurmerken. Koop alleen wat je nodig hebt en verminder voedselverspilling. Eet minder dierlijke producten. Steun de kleinschalige landbouw, regeneratieve landbouw of wat Van der Ploeg boerenlandbouw noemt, landbouwmethoden die meer oog heb voor een verantwoorde productiewijze. Verminder verpakkingsafval en zorg voor minder water- en energieverbruik in de keuken. Steun initiatieven voor eerlijke handel, dus waarbij boeren een beter inkomen wordt gegarandeerd. En ten slotte: lees en informeer jezelf zodat je bewuste keuzes kunt maken in voedsel.

Bronnen: Barbara Baarsma (Nederland voedselparadijs, 2022), Meino Smit (Naar een duurzame landbouw in 2040, 2022), Louise Fresco (Ons voedsel, 2023 en Hamburgers in het paradijs, 2013) en Robert Bridgeman (Stoppen met vlees, 2018). Het Wageningen Economic Research Rapport 2023. Interview met Jan Douwe van der Ploeg in De Gelderlander (21 december 2023), artikel in de Groene Amsterdammer van Mitchell van de Klundert en Frank Mulder (2017), publicatie van Planbureau voor de Leefomgeving over de landvoetafdruk.

Nog iets over multinationals

Multinationale bedrijven (Cargill, Bunge, Dreyfus en ADM, Archer Daniels Midland) bepalen eigenlijk wat er in de voedingsindustrie gebeurt. Deze vier handelshuizen beheersen vaak meerdere stappen in de toeleveringsketen, van landbouw en productie tot distributie en detailhandel. Daardoor kunnen ze kosten verlagen en hun greep op de markt versterken. In een voedselsysteem dat op efficiency is gebouwd, komen zij als vanzelf bovendrijven.

Hun gezamenlijke jaaromzet loopt volgens Mitchell van de Klundert en Frank Mulder (artikel in de Groene Amsterdammer) in 2017 tot wel 250 miljard euro, meer dan sommige landen. Volgens de beide onderzoekers zitten ze nu voor een groot deel in de VS, maar staat de wieg van die voedselreuzen in Nederland, in de 19e eeuw. Toen begonnen ze met overslaginstallaties voor graan langs de spoorlijnen. Vroeger waren er meer handelshuizen, maar nu zijn het met name deze vier. En verder bijvoorbeeld in Azië traders die zich steeds meer manifesteren.

De in 1602 in Nederland opgerichte VOC, die bedoeld was om de specerijhandel op te pakken, zou je als de eerste multinational kunnen zien.

De huidige mulltinationals leveren bijvoorbeeld zaden, kunstmest, landbouwkundig advies, verzekeringen tegen misoogsten en ze zijn vaak ook de afnemers en de verwerkers van de gewassen. Zij hebben een groot netwerk over de hele wereld, concurreren vooral met elkaar, hebben veel kennis over prijzen, verwachtingen en behoeften wereldwijd en bepalen zo voor een groot deel de wereldhandel in voedselproducten.

Cacao bijvoorbeeld. Wil Nestlé of Verkade cacaoboter, dan nemen ze contact op met Cargill of een concurrent. Vervolgens gaat er bericht naar leveranciers in West-Afrika. Bijvoorbeeld exporteurs of coöperaties. Voordat het naar de chocolademakers gaat, verwerkt Cargill de cacaoboter in haar fabrieken.

Zoiets gebeurt ook met veevoer. De multinationals leveren geen maiskolven aan de vleesindustrie, maar verkoopt deze gemalen, als veevoer. Ze controleren ook het grootste deel van de Braziliaanse sojaproductie. Maar hun activiteiten spelen zich in groeiende mate op de financiële markten af. Vanuit de zorg om met schommelende voedselprijzen risico’s te verkleinen en op het juiste moment een deal te sluiten. Speculatie op die financiële markt kan voedselprijzen opdrijven, zoals bijvoorbeeld ook in 2007 gebeurde. Vooral ontwikkelingslanden merkten dat.

Kortom, de boeren met hun vee en voedselproductie, of de coöperaties waarin boeren deelnemen, vormen de eerste stap. Hun producten gaan via transport en handelaren naar de grote handelshuizen en in de volgende stap komt dit bij groothandels, bij de fabrikanten van de voedingsmiddelen (die grondstoffen omzetten in ontbijtgranen of zuivelproducten) en de supermarkten.

En ten slotte bij de consument. De consument die rechtstreeks bij de boer koopt, is een uitzondering. De handelshuizen bepalen met hun in- en verkoop op grote schaal de sojaproductie en de beschikbaarheid van goedkoop veevoer in Nederland. Zij zitten zo eigenlijk achter de bio-industrie en het goedkope bulkvlees in de supermarkt. Maar ze blijven erg onder de radar. Weinig consumenten weten van hun bestaan, laat staan wat ze doen.

De machtsconcentratie is risicovol. Voor deze handelshuizen is het aldus Mulder en Van de Klundert gunstig als we zo veel mogelijk met voedsel over de wereld slepen. En als boeren massaal overstappen op een geïndustrialiseerde vorm van landbouw. Maar is dat goed voor de ongelijke verdeling van voedsel op de wereld, milieu en klimaat?

Crecer como trans en un barrio popular madrileño

Leestijd: 3 minuten

“Desde hace algún tiempo, hay muchos libros sobre personas trans, libros que reducen nuestra existencia a algo específico que debe ser analizado y examinado, como si no fuera parte de la vida misma”. Esto dice Alana S. Portero, autora de ‘La mala costumbre’. Su libro, traducido del español y disponible en librerías desde enero de 2024, aborda el tema de una manera diferente. Portero describe la vida misma. O más preciso: describe una vida trans en el Madrid de los años 80 del siglo pasado. “¿Quién no se hace mil preguntas mientras crece, quién no tiene miedo a veces, quién no sufre a veces por amor?”

(Dit is de vertaling van een boekbespreking die ik heb geschreven voor Transgender Netwerk over Slechte gewoontes van Alana S. Portero.
Het boek is vanuit het Spaans vertaald door Annet van der Heijden en Alyssia Sebes.
Bij Transgender Netwerk kun je de Nederlandse tekst lezen.)

Alana, la protagonista del libro, intenta comprender la vida en San Blas, el barrio popular madrileño donde crece. Aprende lecciones de las mujeres que conoce allí, personalidades que Portero retrata en breves capítulos. Cada capítulo se puede leer como una historia corta y completa. Sobre Margarita, una vecina que es trans y a la que Alana admira. Sobre Peluca, la “bruja” al final de la calle, a quien todos temen, pero que con su maquillaje tembloroso le recuerda a las sesiones secretas de maquillaje (de Alanan) en el baño de casa de la abuela. Y sobre Eugenia, una prostituta a la que llega a considerar como una madre.

Movida Madrileña

Madrid entonces tenía un ambiente diferente. Poco después de la muerte del dictador Franco, hubo grandes cambios políticos y sociales en España. La llamada Movida Madrileña fue un tiempo de libertad, creatividad y rebeldía, alejado de la represión y el conservadurismo de antes. Esto se reflejaba en la música, el arte y también en las películas de Pedro Almodóvar, por ejemplo. Del mundialmente famoso director, hay una cita en la traducción al neerlandés y, entretanto, también ha adquirido los derechos cinematográficos del libro de Portero.

Alana ve fotos en la pared del bar de Antonio, un lugar de encuentro para la comunidad queer en Madrid, de sus seres queridos fallecidos por el sida. Le impresiona. El mismo Antonio intenta proteger a la nueva generación queer de la enfermedad con condones gratuitos. Esta nueva generación es relativamente feliz, si se tiene en cuenta la represión LGBTQ bajo Franco, señala Portero: “Muchos años después entendí que, por limitada y a veces oscura que fuera nuestra juventud como personas queer, disfrutábamos de cierta libertad de movimiento que la generación de Antonio, a quien entonces calculé que tenía unos cuarenta años, nunca había conocido.”

La protagonista Alana se descubre a sí misma en esta novela de crecimiento contra ese telón de fondo: Madrid en los años 80, la clase social en la que se mueve y las personas que pueblan su vida. Se moldea frente a ese trasfondo. Conoces a Alana en su relación con las personas de su entorno.

No juzgues demasiado rápido

Intenta entender el mundo sin juzgar precipitadamente. No es fácil, porque en el círculo social en el que vive, todos tienen opiniones rápidas. Sin duda, esa es también la explicación del título: La mala costumbre. Como dice Portero: “Tenemos la mala costumbre de juzgar a las personas antes de preguntarles quiénes son realmente”. Y las personas trans sufren aún más por eso que otros. El mundo que describe Portero no acepta a las personas que se desvían de la norma. Como Margarita, Peluca y Eugenia.

Está bellamente escrito, con personas especiales y muy atractivas, personas en su búsqueda cotidiana, el entorno social, la autorreflexión de Alana, su desarrollo. El libro es conmovedor, triste y divertido al mismo tiempo. También es muy poético. Y es casi una lástima llegar a la última página y tener que despedirse de los personajes.

El libro es un éxito en España y se ha traducido al menos a dieciséis idiomas. Alana S. Portero se encuentra con su debut directamente en la vanguardia de la escena literaria española, opina Elena Medel, una colega escritora. “Una hermosa novela sobre el viaje que emprendemos para ser quienes realmente somos”, dice. “Y sobre las personas que nos acompañan para llenar los espacios vacíos.”

La mala costumbre – un libro autoficticio, según la editorial en los Países Bajos; no una autobiografía real, pero tampoco completamente ficticia – ha sido publicado por Meridiaan. El título holandés: Slechte gewoonten. El libro está disponible en las librerías.

Dierenrechten, loodgieten en cancelcultuur

Leestijd: 3 minuten

‘Can humans ever understand how animals think?’ Die vraag stond boven een artikel in The Guardian van 30 mei 2023. Wat ook het antwoord is, ik ben anders gaan denken over niet-menselijke dieren in de afgelopen jaren. Na Frans de Waal en Eva Meijer en ook na meer idee over hoe gebrekkig wij mensen eigenlijk denken. En hoe gemakkelijk we er bijvoorbeeld maar van uitgaan dat dieren geen zelfbewustzijn, rechten of taal hebben.

De vraag naar de positie van dieren is actueel als je bijvoorbeeld nadenkt over klimaatverandering, extinctie en over de landbouw van de toekomst. Het is ‘filosofie van nu’. Want ik vraag me af: hoe moeten wij ons – en ik mijzelf – gedragen tegenover die dieren? En tegenover natuur, tegenover de klimaatcrisis, technologische ontwikkeling en ook tegenover onszelf (of tegenover mijzelf)?

Misschien hoopte ik dat de zomercursus, 7 tot 11 augustus 2023 bij de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW), me daar iets over zou leren. Op een landgoed in Leusden waar ik elke ochtendwandeling wel een paar reeën zag. En zij mij.

Loodgieten

Al op de eerste dag leerde ik in elk geval de naam van een filosofe kennen, namelijk Mary Midgley. Ze dacht in haar lange leven, van 1919 tot 2018, bijvoorbeeld over dierenrechten en over feminisme. En ze vergeleek filosofie met loodgieten. Je merkt pas dat er iets fout gaat als het begint te stinken, zei ze. Of met andere woorden: onze denkbeelden die vaak verborgen zijn, ook voor onszelf, komen bijvoorbeeld door een gebeurtenis of een confrontatie aan de oppervlakte.

Een ander punt is dat je altijd gesitueerd bent. Bijvoorbeeld door waar je in het leven staat, wie je bent, met wie en hoe. Het beïnvloedt bijvoorbeeld zeer hoe je denkt als je onder de armoedegrens leeft, moet vluchten voor oorlog, een zwarte vrouw bent of als je zeven vinkjes hebt.

Je kunt jezelf ook makkelijk voor de gek houden. Zo denk je misschien dat je zo tolerant bent, naar ras, gender, cultuur of afkomst. Maar onze denkbeelden (die vaak nog verborgen zijn) zijn misschien helemaal niet zo open en vrij.

En dan, ga ik echt anders denken als mijn denkbeelden uitgedaagd worden? Hoe vastgeroest zijn mijn vastgeroeste meningen?

Disclaimers

Epistemische arrogantie, zegt filosofe Ruth Kleczewski, een van de inleiders in Leusden. Die arrogantie kan tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld racistische vooroordelen blinde vlekken worden omdat ze nooit worden uitgedaagd. Of erger nog: dat je niet erkent dat je ze hebt. Een ander probleem is epistemische luiheid: een gebrek aan nieuwsgierigheid. Een houding van: daar wil ik niet over nadenken. Of epistemische kortzichtigheid: dat je je afsluit voor de uitdaging van je gedachten op een bepaald terrein.

Dit zou je kunnen zien als een soort van disclaimers aan het begin van de week. Te vermijden valkuilen. Inzet voor mij is een open houding terwijl mijn denkbeelden over actuele kwesties naar de oppervlakte worden gehaald. Filosofisch loodgieten, om met Midgley te spreken.

Boekenkast

Er is ook een andere kant. Je kunt misschien niet makkelijk in jezelf kijken naar wat jou allemaal beïnvloedt, maar je kunt wel een positie van epistemische twijfel en bescheidenheid innemen . Sta open voor observaties van anderen! Check je motivatie en erken je eigenbelang! Dat wil zeggen: waarom denk je eigenlijk zoals je denkt?

En check ook je boekenkast! Waarom dat laatste? Wel, omdat je misschien de neiging hebt gehad om een eenzijdig perspectief te ontwikkelen. Staan er bijvoorbeeld wel genoeg vrouwen op de plank, genoeg zwarte mensen of andere culturen?

Het ging in de filosofieweek – met moderator Martha Claeys aan het stuur – verder over artificial intelligence en hoe ver je daarin kunt gaan. Het ging over werk, betekenisvol of bullshit job. De morele grenzen van klimaatactivisme werden besproken en die van het terughalen van uitgestorven diersoorten.

Cancelcultuur

Filosoof Suzanne Roes had een lezing over een ander actueel dilemma: ‘De politiek van vruchtbaarheid’. Want, zei ze, steeds meer mensen willen geen kinderen, bijvoorbeeld uit klimaatoverwegingen. Maar als jonge vrouwen een arts om sterilisatie vragen, wordt hun verzoek vaak afgewezen. Probleem is dat wat een persoonlijke afweging zou moeten zijn al snel politiek wordt. Zo werden transgender personen die in transitie wilden wel gesteriliseerd.

Op de laatste dag ging het over cancelcultuur en de rol van sociale media daarin. Cancelcultuur kun je volgens filosofe Jenny Janssens zien als een vorm van informeel, niet-juridisch en sociaal straffen.

Daarmee loop je tegen vele problemen op. Wat is proportioneel en gerechtvaardigd en wanneer is iemand voldoende aan de schandpaal gezet? Het is vooral ook problematisch omdat het over vergelding gaat vanuit een motief van moral grandstanding: ‘kijk mij eens, ik sta aan de goede kant!’ Het polariseert. Je raakt dan misschien een zondebok, maar niet het probleem.

Wat dan wel, volgens Janssens? Je kunt beter van ‘sociaal straffen’ overgaan naar ‘herverdelen van aandacht’. Luister bijvoorbeeld naar trans vrouwen in plaats van een transfobe schrijfster!

Vrouwelijke filosofen

Ja, veel jonge vrouwelijke filosofen die deze week allerlei gereedschap aanreikten om te gaan ‘loodgieten’ in mijn vastgeroeste denkbeelden. En in mijn boekenkast heb ik nu behalve Martha Claeys met haar boek over Trots ook ‘Het Kwartet’ staan. Een van de leden van dat kwartet, vrouwen die volgens de auteurs de filosofie in Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog tot leven wekten, is Mary Midgley.

Groen onderwijs mag veel groener

Leestijd: 6 minuten

Het lijkt erop dat de aoc’s verdwijnen, de naam althans. Aoc’s waren agrarische opleidingscentra, en ze ontstonden in de jaren 90. Vergelijkbaar met roc’s, behalve dan dat aoc’s zich op één sector richtten. De overgebleven aoc’s gaan nu waarschijnlijk beroepscolleges heten.

Ik ben er veel geweest en heb er vaak over geschreven, als redacteur van het vakblad groen onderwijs. Toen ik daar begon, bestonden ze net, die aoc’s, en er waren er nog 21. Nu zijn ze haast op één hand te tellen.

Ach, namen. Eerder had je rijkslandbouw- en tuinbouwscholen. Met de aoc-vorming kwamen de scholen met fantasierijke namen (of namen die minder fantasierijk waren) zoals Elema, ’t Vanck en Agron. Er waren veel namen die naar de regio of hoofdvestiging verwezen zoals AOC Twente, AOC Alkmaar, AOC Zuid-Holland Oost of AOC Veluwe. Je had verder nog landbouwscholen die buiten de aoc-vorming bleven, misschien vanwege identiteit of om andere redenen waardoor ze er niet uitkwamen met de concentratie van scholen in die tijd. Maar de nieuwe namen doken overal in Nederland op.

Prozaïscher

Ik realiseer me dat we voor het vakblad eigenlijk nooit al die namen hebben toegelicht. De namen van toen en van later. Waarom Clusius, Wellant, Helicon, Larenstein of Zone College?

In de beginfase was de naamgeving vaak prozaïscher, zou je kunnen zeggen. De naam ’t Vanck combineerde de beginletters van de verschillende vestigingen: Tiel, Velp, Apeldoorn, Nijmegen, Cuijk en Kesteren. Elema College (in Emmen, Assen en Eelde) heette zo vanwege Jakob Elema (1872-1950). Hij was rijkslandbouwleraar in Drenthe en werd hoogleraar grondverbetering in Wageningen.

Aeres bestaat nog als los geheel, sectoraal. Net als Zone en Yuverta. Maar Clusius zit nu in Vonk en Prinsentuin in Curio. Ik ben het soms echt een beetje kwijt.

Laten we beginnen met deze namen. Aeres, de naam van een nog steeds doorgroeiende onderwijsconglomeraat – tot en met het Friese Nordwin is erin opgenomen – is afgeleid van het woord ‘Aer’. Dit staat in het Grieks en Latijn voor lucht, licht en ruimte. Daarmee staat deze naam symbool voor de verschillende instellingen binnen Aeres en de verbinding tussen kennis op verschillende niveaus.

Zone College ontstond in 2018 uit AOC Oost en Groene Welle. Zone is een woord met vele betekenissen. Terrein, bodem, regio, landschap. In de woorden van de onderwijsinstelling staat Zone voor ‘een plek waar je groeit, waar je over je grenzen heen stapt en waar je je thuis voelt’.

Yuverta, nog niet zo lang geleden (2021) ontstaan uit Citaverde College, het Wellantcollege en Helicon Opleidingen, is een abstracte naam. Met, aldus de scholenorganisatie, associaties naar jij (yu), toekomst (verte) en groen (verde). Dat ‘verde’ zat ook al in het Italiaans klinkende Citaverde. Citta betekent dan stad. Ik weet het niet zeker, maar die naam ontstond in een tijd dat het aoc-onderwijs langzaam steeds minder agrarisch en meer groen werd.

Linnaeus

Reden ook waarom de term aoc een beetje moeilijk was. Het onderwijs was er immers niet meer zo ‘agrarisch’. Het vakblad veranderde van naam en Wageningen University heeft geleidelijk aan elke verwijzing naar de sector geschrapt. Overal werd er steeds meer over ‘groen’ gesproken. Dat ging niet van de ene dag op de andere. Het lag ook best ingewikkeld, groen. Je wilt de landbouwers niet van je vervreemden, vonden scholen. Maar motivatie was dat dit onderwijs behalve over plant en dier toch steeds meer ging over voeding, bloemschikken, leefomgeving en zelfs urban design

Nog een paar namen dan. Carolus Clusius, naamgever van een fusie van scholen in Noord-Holland, was een botanist die in 1526 geboren werd in Vlaanderen. Hij speelde volgens Wikipedia een grote rol bij de verspreiding van de aardappel en de tulp in Europa.

Helicon is een mooie naam, maar heeft geen directe relatie met landbouw of groen. Het is een berg in Griekenland die volgens de Griekse mythologie de woonplaats was van de muzen, de godinnen van kunst en wetenschap. De naam werd dan waarschijnlijk gekozen om de verbinding tussen natuur en onderwijs uit te drukken.

Bij Wellant denk ik aan het appelras. Terra verwijst naar aarde of land. En Lentiz zoals de HollandAccent Onderwijsgroep zich in 2008 herdoopte, is afgeleid van lente. Gedacht werd aan de lente als groeiseizoen en de onmiskenbare rol die onderwijs heeft in de groei en ontwikkeling van jonge mensen en hun talenten.

Naamkeuze zegt iets over de kiezers. Als er een vroegere ‘held’ werd genoemd, moest dat toch iemand zijn die onomstreden was. En geen conflict zou oproepen. Witte mannen. Zo zijn er in Nederland geen groene scholen die naar Darwin zijn genoemd, ongetwijfeld de belangrijkste bioloog ter wereld. We kenden wel een Linnaeusschool. In Amsterdam, totdat deze in 2020 vanwege teruglopende leerlingaantallen de deuren moest sluiten.

Linnaeus (1707-1778) is dan een naamgever in dubbele zin. Hij is de persoon die op internet zeker de meeste vermeldingen heeft, want de Zweedse botanist kwam immers met zijn tweedelige benamingssysteem voor flora en fauna. Overal vind je de L. die naar zijn naam verwijst of zijn naam voluit.

Vergeten?

Verder is er Hogeschool Van Hall Larenstein, ontstaan rond 2004 uit het Van Hall Instituut en Hogeschool Larenstein. Van Hall (1801-1874) was botanicus en hoogleraar in Groningen. Hij benadrukte het belang van goed onderwijs en voorlichting aan boeren. En Larenstein is de naam van een landgoed in Velp. Beide namen, zowel Van Hall als Larenstein, werden aangenomen na fusies die je zou kunnen vergelijken met de aoc-vorming voor lager en middelbaar agrarisch onderwijs.

Naast de aoc’s en agrarische hogescholen waren er organisaties rondom de scholen. Denk aan Stoas of Aequor. Stoas (opgericht in 1981) stond voor Stichting tot Ontwikkeling van Agrarisch onderwijskunde en Scholing. Er gebeurde veel, maar uiteindelijk ging het toch vooral om de lerarenopleiding, nu geconcentreerd in Wageningen en onderdeel van Aeres.

Aequor was in 2001 de nieuwe naam voor de organisatie die een brugfunctie tussen onderwijs en bedrijfsleven vervulde. Ontstaan in 1994 uit landelijk organen die tot dan toe ook verantwoordelijk waren voor het leerlingwezen. Daar heb ik gewerkt, en vandaaruit werd ik gedetacheerd naar het vakblad groen onderwijs. Aequor, een fantasienaam, is sinds 2015 opgenomen in SBB, de samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.

(Correctie, Aequor is niet helemaal fantasie, reageerde een oud-collega. Het is Latijn voor zeespiegel. Zoals water en lucht elkaar er raken, raakten bedrijfsleven en onderwijs elkaar bij de organisatie. We noemden ons personeelsblad niet voor niets Periscoop. Daarin konden we dan een blik boven de waterspiegel werpen.)

Dan hebben we alle namen nog lang niet gehad. Denk aan Groene Delta, Scalda, Prinsentuin, Curio, Nordwin, Landstede, Edudelta, De Groene Welle, Groenhorst, Warmonderhof en Florens College. Reageer als u vindt dat er nog een naam is die genoemd moet worden en verklaard. Welke ben ik vergeten? Of wat van wat ik hier heb verteld, klopt niet?

Nieuwe naambordjes

Groen onderwijs dus, maar wat mij betreft mag het echt nog veel groener. Want het gaat met biodiversiteit, bodemgezondheid en waterkwaliteit niet goed. Meer aandacht voor duurzame landbouw en weg van de intensieve veehouderij en van kunstmest en krachtvoer. Dat zou goed zijn.

Waarom? Dat vergt misschien uitleg (of misschien ook niet). Maar wil je iets over de argumenten weten, lees dan bijvoorbeeld Uit de shit van Thomas Oudman, gezamenlijk op school of luister naar een ‘goed gesprek’ van Lex Bohlmeijer met Roos Staat, aankomend boerin. Dan realiseer je je dat we al honderd jaar achteruit boeren, steeds intensiever en grootschaliger. Met hulp van bijvoorbeeld de Rabobank die investeringen van biologische boeren tegenhield, want het zou niet genoeg opbrengen. En van het onderwijs, want ja, “we moeten toch ook de ‘gangbare landbouwers’ opleiden.” Voor zoals nu wel blijkt, een doodlopende weg.

Transitie, bodemkwaliteit, plantaardige eiwitten en klimaatadaptatie zijn onderwerpen die thuishoren in dit onderwijs. Hoe zal het dan gaan met dit groene onderwijs? Verwachting is dat het aantal mbo’ers sowieso daalt, maar bij aoc’s nog iets harder. Ondanks de groene insteek en het overduidelijke belang van vergroening in landbouw en leefomgeving.

Ik heb nog wel enkele naambordjes voor groen onderwijs. Voor nieuwe scholen die onder deze naam een nieuwe generatie zou willen aanspreken. Kate Raworth (bedenker van doughnut economics), Maria Sibylla Merian (die volgens Onbehaarde apen misschien wel de eerste ecoloog ooit was), Frans de Waal (die mensen heeft geleerd anders naar dieren te kijken), Greta Thunberg (die vele jongeren inspireerde tot inzet voor een duurzame toekomst) of Jane Goodall (icoon voor hoe samen te leven met dieren en zorg te dragen voor de natuur).

Of misschien kun je gewoon een paar gangen, lokalen en ruimtes in je school hernoemen naar deze helden.

Brief aan mijn moeder

Leestijd: 2 minuten

Lieve mam

Het is tien jaar geleden dat u overleed. Ik denk vaak aan u en ik praat ook met u. Eenrichtingsverkeer natuurlijk, en nu misschien meer voor mij ook dan voor u. Ik vraag me af hoe u tegen mij aan zou kijken. Er is veel dat u niet wist, dat ik misschien ook nog niet wist over mezelf, en ook veel wat er over de afgelopen tien jaar is te vertellen.

De persoon die ik ben geworden bijvoorbeeld. Ik ben nu 63. Ik merk dat je in deze levensfase makkelijker terugkijkt dan vooruit. Verloren vriendschappen, betekenis van werk en de vele, vaak emotionele reizen. Ben ik tevreden met wat ik gedaan heb? Ik bedenk wat er anders was geweest als ik andere keuzes had gemaakt, als vrouw door het leven was gegaan bijvoorbeeld, eerder met dans, ballet, piano was begonnen, een partner had gehad of kinderen misschien, langer in Spanje had gewoond. Dat is allemaal niet gebeurd.

Ik maak me zorgen over veel dingen in de wereld, zoals klimaatverandering en oorlog. Over totalitaire regimes, rechtsextremisme, en een gebrek aan tolerantie en begrip voor minderheden en hun gevoelens. Ik weet niet of ik daarin anders ben dan tien jaar geleden; er spelen sowieso andere dingen. We praten nu over nepnieuws en complotdenkers, metoo en machtsmisbruik en wokisme en cancelcultuur.

Ja, ik merk dat ik leun op gewoontes, herkenning en routine. Dat geeft me onmiskenbaar zekerheid en controle. Maar ik lees ook de waarschuwing van Skye Cleary. Zij is een Australische filosoof die Simone de Beauvoir bespreekt en beschrijft hoe je authentiek kunt leven; een leven waarin je voortdurend zoekt naar wegen voor zelfcreatie en zelfvernieuwing in de mogelijkheden die je hebt. Cleary’s waarschuwing is dat een obsessie met routine ons tot zuurpruimen kan maken, stugge, conservatieve mensen die niet tegen verandering kunnen. Met als gevolg dat we alles op de automaat doen en anderen tiranniseren die onze routines bedreigen. Weinig ruimte voor authenticiteit en zelfvernieuwing. Zo wil ik niet zijn en worden.

Ach lieve mam, vroeger heb ik u niet veel geschreven. Het was vast heel fijn geweest voor u en ook voor mij als ik u vaker had laten weten hoe ik u waardeerde. Nog altijd denk ik met veel liefde aan u, misschien wel steeds meer. Ik kon altijd op u rekenen voor steun, zorg en lieve woorden. U was nooit veroordelend en altijd begripvol, en zachtmoedig. Ik drukte als ik u zag met liefde een kus op uw zachte wangen.

U werd 63 in de jaren 90, pap was al jaren eerder overleden. Het waren de jaren dat ik bezig was me in journalistiek te verdiepen en ik plezier had in werk, reizen en vriendschappen. Misschien had ik minder aandacht voor u, maar dat is niet iets waar ik me vreselijk schuldig over moet voelen. Ik denk dat u in grote lijnen wist hoe het met me ging, maar niet in detail, bijvoorbeeld mijn genderonzekerheid die ik voelde, maar destijds absoluut niet kon verwoorden.

U bent voor mij een voorbeeld geweest op vele manieren. Ik heb van u geleerd over wat belangrijk is in het leven. Dat klinkt als een cliché, maar het voelt voor mij zo. Tien jaar later, mam, maar ik draag u nog steeds altijd met me mee.

Liefs, Ton

John Rawls in de GPT chat

Leestijd: 3 minuten

Een leuk experiment nadat ik vanmorgen luisterde naar een podcast over John Rawls van het Centre Erasme. Ik vroeg Chat GPT een essay te schrijven over hem, over Hannah Arendt, en over hun visie op sociale rechtvaardigheid.

Chat GPT is de nieuwste hype. Artificial intelligence. Je kunt allerlei dingen vragen: geef een vegan recept voor paella, schrijf een sonnet over eenzaamheid, maak een tweet over mijn zumbales of geef een recensie over het boek van Nino Haratischwili dat ik nu lees. Dat krijg je dan, maar bij die laatste gaat Chat GPT (m/v/x) de mist in. Het boek is blijkbaar te recent; van na 2021 weet hen niets.

Mijn vraag was: kun je een essay schrijven over Rawls en Arendt en hun ideeën over sociale rechtvaardigheid?

De podcast van het Centre Erasme ging alleen over Rawls (1921 – 2002). Dat is gebruikelijk in de drie kwartier die deze podcast duurt. Een deskundige bespreekt steeds één filosoof. Dat was in dit geval hoogleraar in Antwerpen Patrick Loobuyck. Verder hoor je presentatoren en vragenstellers Allard en Judith en steeds aan het einde ook een lied van Charles Aznavour.

De Amerikaanse filosoof John Rawls werd beroemd met zijn idee van de sluier van onwetendheid. Wil je een ideale, rechtvaardige samenleving inrichten, dan moet je daarbij vergeten wie je zelf bent in die maatschappij. Alleen dan kun je zonder twijfel bijvoorbeeld besluiten dat er gelijkheid tussen genders moet zijn, vrijheid van godsdienst of garanties voor de armen tegenover de rijken. Besef je immers dat je man bent, katholiek, rijk en zo meer, privileges, dan zul je mogelijk andere beslissingen nemen over de inrichting van een rechtvaardige samenleving dan dat je niet weet aan welke kan je staat. Een prachtig idee!

Chat GPT maakt er een wat saai verhaal van. Ik haal er een paar dingen uit. “Sociale rechtvaardigheid is een veelbesproken onderwerp in de filosofie, en twee van de meest invloedrijke denkers op dit gebied zijn John Rawls en Hannah Arendt.” Duh. “Ze delen een gemeenschappelijke visie op het belang van individuele vrijheid en de noodzaak van een rechtvaardige samenleving.” Oké, dat is mooi.

Ik ga nu een beetje redigeren. Rawls stelt dat de beste manier om sociale rechtvaardigheid te bereiken is door middel van ‘een veilige ruimte achter de onwetendheid’ (zo kun je die sluier omschrijven). Dit betekent, aldus Chat GPT, dat individuen moeten beslissen over de grondbeginselen van een rechtvaardige samenleving zonder te weten welke positie ze in die samenleving zullen innemen. Op deze manier, stelt Rawls, zullen mensen ervoor kiezen om de meest rechtvaardige beginselen te kiezen, omdat ze niet beïnvloed zullen worden door hun eigen belangen.

Arendt (1906 – 1975), daarentegen, benadrukt het belang van actief burgerschap en politieke deelname voor sociale rechtvaardigheid. Individuen moeten verantwoordelijkheid nemen voor het creëren van een rechtvaardige samenleving.

Chat GPT concludeert dan dat beide filosofen waardevolle inzichten in de complexe problematiek van sociale rechtvaardigheid bieden. Ze tonen aan dat een rechtvaardige samenleving een voortdurende inspanning is. Ik vraag me af of ze wisten van elkaar. Rawls’ boek over die sluier kwam begin jaren 70, misschien te laat voor Arendt.

Nog een paar gedachten over sociale rechtvaardigheid in tijden van oorlog. Die sociale rechtvaardigheid is dan vaak ver te zoeken, met schendingen van mensenrechten, zoals discriminatie, detentie zonder proces en andere vormen van willekeurig geweld. Misschien is een oorlog soms inderdaad een noodzakelijk kwaad om een groter doel te bereiken, zoals de bescherming van die mensenrechten of het handhaven van de internationale rechtvaardigheid. Maar het is uitermate complex.

En wat gebeurt erna, na de sociale impact en al het humanitaire leed? Hoe kun je sociale rechtvaardigheid na een oorlog herstellen? Het zou iets zijn als de oorlog in Oekraïne dit jaar ten einde komt en Rawls’ sluier wordt gehanteerd. Hoe hypothetisch is die droom?

Extra:
Vraag aan GPT chat waarin Afrikaanse filosofie zich onderscheidt

Afrikaanse filosofie onderscheidt zich op verschillende manieren van andere filosofische tradities. Hieronder staan enkele kenmerken van Afrikaanse filosofie:

  1. Gemeenschapsgericht: Afrikaanse filosofie is gericht op het welzijn van de gemeenschap en bekijkt individuele belangen en aspiraties in het licht van de grotere groep.
  2. Spirituele verbondenheid: Afrikaanse filosofie benadrukt de spirituele verbondenheid tussen mensen en hun omgeving, en hoe deze verbondenheid bepalend is voor persoonlijk welzijn en sociale rechtvaardigheid.
  3. Respect voor traditie: Afrikaanse filosofie geeft waardering aan de traditionele kennis en waarden van de cultuur, en hoe deze kunnen worden gebruikt om problemen in de moderne samenleving op te lossen.
  4. Holistische benadering: Afrikaanse filosofie bekijkt de wereld en de mens als onlosmakelijk verbonden, en hoe handelingen op een bepaald gebied invloed kunnen hebben op andere aspecten van het leven.
  5. Bepalend voor de praktijk: Afrikaanse filosofie is minder abstract en meer praktijkgericht dan veel andere filosofische tradities, en richt zich op de uitdagingen en mogelijke oplossingen van het dagelijks leven.

Deze kenmerken geven aan hoe Afrikaanse filosofie zich onderscheidt van andere filosofische tradities en hoe ze bijdraagt aan een uniek begrip van de wereld en de menselijke ervaring.

Escape in Slowakije

Leestijd: 3 minuten

Het woord ‘crisis’ wordt volgens historica Beatrice de Graaf tegenwoordig sneller gebruikt dan vroeger. Maar, zegt ze, “een crisis is pas een crisis als je het er met elkaar over eens bent dat er vitale belangen in het spel zijn.” Denk aan hongersnood, levensruimte, veiligheid. Dan kun je waarschijnlijk nog lang praten over wat eigenlijk vitale belangen zijn en wanneer die precies bedreigd worden.

Waar mensen vroeger wezen naar God en het noodlot, daar zoeken ze nu volgens De Graaf rationelere verklaringen. Bovendien wordt de schuld snel bij de overheid gelegd, en die moet maar zorgen dat we uit de crisis komen of er liever helemaal niet in terechtkomen.  

Als je geregeld op Twitter zit, zoals ik, wordt het crisisgevoel alleen maar versterkt. Net als mijn emoties door de dag heen.

De oorlog in Oekraïne is verschrikkelijk, de vrouwenopstand in Iran vind ik hoopgevend, het onbegrip over zelfbeschikking in de Transgenderwet raakt me diep, dat Annie Ernaux de Nobelprijs voor literatuur heeft gewonnen maakt me blij, Poetin heeft werkelijk een zieke geest, een omgekeerde vlag vind ik niks, extreemrechtse manifestaties in binnen- en buitenland vind ik heel pijnlijk, maar sommige filmpjes, memes en cartoons zijn zo leuk dat ik ze meteen wil delen, over de onderdrukking van vrouwen in Afghanistan ben ik verontwaardigd en boos ben ik ook dat Trump-rechters het recht op abortus hebben teruggedrongen.

Veel emoties over wat er in de wereld gebeurt. Maar mijn escape deze zomer was Slowakije. Een onbekend land voor veel mensen. Toch is het eenvoudig te vinden, echt. Je gaat bij Wenen rechtdoor. En dan kom je in Bratislava, de Tatra, Kosice, de Banska’s. 

Slowakije zit ingeklemd tussen Hongarije en Polen en er is ook een grens van zo’n honderd kilometer met Oekraïne. Ruim vijf miljoen Slowaken wonen in een land dat net wat groter is dan Nederland. Maar Slowakije is zelden een apart land geweest. Deel van Hongarije, van het Habsburgse Rijk en samen met Tsjechië in Tsjechoslowakije. Dat land splitste zich in 1993, volgend jaar dertig jaar geleden, in Tsjechië en Slowakije.

De emoties over de wereld waren er iets verder weg, maar andere gevoelens waren er des te meer. Boosheid over een Airbnb-verhuurder die op het laatste moment annuleert, blijdschap over een andere, onzekerheid over treinverbindingen, over communicatie, vrolijk over opbeurend contact, verheugd met deelname in een yogaklasje en zumba in een park, moe en tevreden na lange wandelingen in stad en natuur, genieten van een drankje op een terras. En bewondering over schone, ontroerende, verrassende schilderkunst. Ik liep soms als enige in een kunstmuseum. En ik voelde in Slowakije verder ongeduld, nieuwsgierigheid, verdriet, eenzaamheid, ongedurigheid, enthousiasme, weemoed.

Ik werd ook zo blij van Kristina die me in Bratislava een kamer verhuurde. Ze zette heerlijke thee, maakte smakelijke lasagne en trok een koel biertje open. Ik vertelde haar over wat me raakte en waarom. Ik werd ook blij van de vrouw van het toeristenbureau die me vertelde over Banska Bystrica, wat er te zien was en hoe ik dat kon vinden. Net voordat ik twee dagen later de trein nam die me weer wegvoerde, ben ik er nog even binnengelopen om ‘dag’ te zeggen. Ze wist nog wie ik was.

En dan was er een ontmoeting bij de Kalvaria in Banska Stiavnica. Die kruisweg uit de 18e eeuw, gemaakt door Jezuïeten, is van 2008 tot 2018 gerestaureerd. Nu Unesco-beschermd, geloof ik. Er staan op een heuvel drie kerken en 22 kapelletjes met schilderijen. Vooral de kerk op de top is een blikvanger voor de wijde omgeving. Het is een hele klim, ook voor de grote groep jongeren die voor mij uit liep, geleid door een gids. Hijgend en lachend kwamen ze boven.

Toen ze zich voor de topkerk opstelden voor een foto, heb ik die genomen. Klik, klik! Een begeleidster vertelde dat ze uit een plaats kwamen op zo’n 80 kilometer, dat ze een kerkgemeenschap vormde en dat ze hier vandaag op excursie waren. “En, by the way, – wijzend op een van de meisjes die om ons heen stonden – zij kan heel mooi zingen.” Wat ze zong, weet ik niet, maar terwijl ze zong, werden mijn ogen nat.

Wat kan ik nog meer vertellen over Slowakije? Ik heb nog lang niet alles gezien van wat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright in 1997 ‘het zwarte gat van Europa’ noemde. Zo zwart was het niet. En ik voelde me er, bijvoorbeeld terwijl ik langs de Donau fietste of in het Slowaakse Paradijs wandelde (zo heet het echt) ver verwijderd van alle crises.