Leestijd: 23 minuten
28 januari 2026 – 10 februari 2026
Deze blog stond oorspronkelijk in mijn Polarsteps, een app waarop je als je op reis bent familie en vrienden kunt laten weten wat je bent en wat je doet. Waarom zou je dat niet doen als je eigenlijk niet zo ver van huis bent? En als je toch elke dag iets anders onderneemt, leest, ziet of meemaakt. Dat heb ik twee weken lang gedaan. Ik zocht er elke dag ook vijf foto’s bij, niet altijd zelfgemaakt, maar wel toepasselijk. Hieronder staat het hele verslag zonder de foto’s.
Een Catalaan – Dag 1
Een groot deel van deze dag was ik in de Hudson Valley, twee uur rijden van New York. Het schijnt er nu erg koud te zijn, maar in het boek van Julia Schoch, Wild van een woeste droom, is het een hete zomer.
De ik-figuur is daar op een schrijverscongres en krijgt iets met een Catalaan. Thuis zit haar man, A. en ze denkt aan de soldaat die ze geregeld ontmoette als jonge tiener. Op een schrijverscongres word je als schrijver geacht te schrijven, dus daar schrijft ze over, over die soldaat. En over de Catalaan en over A. En over de liefde, schrijverschap, verlangens en dromen. Prachtig! Maak deze reis, zou ik zeggen.
Ik blijf deze dagen dicht bij huis. En ik reis vooral in mijn verbeelding. De laatste keer dat ik echt in het buitenland was, heb ik twee dagen in Düsseldorf doorgebracht. Vooral in musea, waar ik ook een paar schilderijen van Marie Laurencin bewonder, zie foto. Dat was begin januari en er lag sneeuw op straat.
Daarvoor, in november, was ik twee dagen in Brugge. Polarsteps heeft dat allemaal niet meegekregen.
Het boek van Schoch wissel ik af met de markt om noten te kopen en de bieb. Ik ga erheen omdat ik een boek dat ik vergeten was over de uitleenplaat te halen, alsnog officieel te lenen. Straks naar ballet.
Plots dondert de post op de mat bij de voordeur. Er zit een boek in zonder begeleidend schrijven. Maar niet helemaal een verrassing, want ik had het boek ‘Niet zonder mijn broer’ van trans man Han van Wieringen aangevraagd om er een boekbespreking over te schrijven voor Transgender Netwerk. Van Wieringen vertelde zondag bij VPRO’s boeken over zijn boek. Over een paar weken kunnen jullie waarschijnlijk mijn bespreking online lezen. Ik ben benieuwd naar het boek.
Zeemeerminnen – Dag 2
Ik heb vanochtend vroeg al ruim twintig kilometer gefietst. Op de spinningfiets bij sportschool MyLife. Polarsteps heeft geen meter verplaatsing op de tracker gedetecteerd.
Er ligt sneeuw. In Wageningen is vannacht een paar centimeter sneeuw gevallen. Op de weg is het door strooizout veranderd in smurrie. Door die smurrie ben ik ook naar het Schip van Blaauw gefietst, een gebouw waar je vroeger colleges en practica plantenfysiologie kon volgen, maar waar nu onder meer een kleine uitgeverij zit waar ik over een maand of wat weer een artikeltje voor kan schrijven.
Iets anders. Je zou ook het ouder worden als een reis kunnen zien. Dat is in elk geval een goede metafoor. Je weet niet waar je heen reist, maar je bent al op de dag van je geboorte vertrokken.
En je zou kunnen zeggen dat ik bijna aankom op een nieuwe ‘stop’. Veel mensen van mijn generatie gaan met pensioen of zijn al met pensioen. Ik werk waarschijnlijk nog door tot ik echt 67 ben – 24 december van dit jaar – maar wel extensief. Op dit moment is er erg weinig. De eerste betaalde klusjes komen pas over een maand of wat.
Ik concentreer me dan maar op deze reis, veel lezen – zie mijn lijstje van topboeken gelezen in 2025 – en vrijwilligerswerkklusjes. Bijvoorbeeld voor Transgender Netwerk, waar vandaag een nieuwe boekbespreking is gepubliceerd, check transgendernetwerk.nl/cultuurgids.
Of het Digitaalhuis Wageningen waar ik bezig ben met de website en binnenkort opnieuw met stukjes voor de nieuwsbrief. De website van digitaalhuiswageningen.nl – waar ik beheerder van ben – wordt geïntegreerd met die van de Wageningse bibliotheek, de bblthk.
Nog iets anders. Reisje in het vooruitzicht, want voor volgende week dinsdag heb ik drie tickets gereserveerd voor Lux Nijmegen. Ik ben zeker twintig jaar lang een dagje naar het filmfestival in Rotterdam geweest, maar nu ik een Cineville-kaart heb, heb ik bedacht dat ik het anders ga doen. Ik wil in elk geval eens per jaar een dagje naar een filmtheater waar ik met mijn Cineville terecht kan. Komende dinsdag dus in Nijmegen.
Ten slotte, ik heb hier een plaatje van een zeemeermin geplaatst. Mythologische wezens die me intrigeren. Ze kwamen uit de diepten van de oceaan, gevaarlijk terrein. Zeemeerminnen, die tussen twee werelden leefden, staan voor schoonheid en gevaar. En ook voor onmogelijke liefde en de tweestrijd tussen beschaving en de wilde natuur. Intrigerende wezens!
Frank Govers – Dag 3
In het Stadsmuseum van Veenendaal is nu een expositie die je er misschien niet zou verwachten. Er zijn zo’n vijftien of zestien jurken van de in 1997 overleden modeontwerper Frank Govers te zien. Een paar ervan komen uit de privécollectie van Liesbeth List.
Ik was vanmiddag de enige bezoeker. Een vriendelijke gids vertelde me van alles over de totstandkoming van de expositie (van nabestaanden en bruiklenen) en de handgemaakte jurken van tafzijde, tule, satijn, damast en allerlei opstiksels. Erg mooi!
Eerder vandaag, na de zumba van kwart over 9 tot 10 uur, had ik mijn wekelijkse schilderles. Meestal werken we met gouache, op papier. Maar we hebben niet geschilderd vandaag. We hebben een fantasieportret gemaakt met pastelkrijt, zie de foto.
Fantasie, dus niet nagemaakt van een voorbeeld, maar ik heb wel gekeken naar voorbeelden van ogen, neuzen en monden die we nog hadden liggen. De ogen zijn nog van de vorige keer.
Vanavond ga ik naar Taiwan. Daar is de film Left-handed Girl opgenomen. Te zien in het filmhuis in Wageningen.
Schilder van het slagveld – Dag 4
Een lange wandeling op zaterdagochtend. Zo’n wandeling probeer ik elke dinsdag en zaterdag te maken. Vandaag liep ik van Rhenen over de Utrechtse Heuvelrug naar Amerongen en terug, goed twintig kilometer.
Ik luister dan naar podcasts. Over geopolitiek, films, boeken, filosofie. Van NRC, De Volkskrant, El País, De Groene Amsterdammer, Human en de VPRO. Damn Honey, Ezra Klein of Anne-Maartje Lemereis van Vrije Geluiden. En nu bijvoorbeeld ook naar Stoker, een fictiepodcast.
Soms zie ik mensen weleens meewarig kijken. Waarom loop je door de natuur met zo’n grote koptelefoon op je hoofd? Dan hoor je toch geen vogelgeluiden. Tja, keuzes. Maar meestal knikken ze vriendelijk en groeten ze.
Terug thuis en na de douche lees ik de resterende veertig bladzijden van El Pintor de Batallas, de schilder van het slagveld. Hoofdpersoon en schilder, Andrés Faulques, is denk ik een soort alter ego van de schrijver, Arturo Pérez-Reverte. Die was immers oorlogscorrespondent. In dit boek zitten zijn herinneringen aan de oorlogen die hij heeft vastgelegd, de zinloze wreedheden.
Maar kun je het echt vastleggen? Die vraag bespreekt hij met de Kroatische veteraan Ivo Markovic. Ze doen dat terwijl ze een grote muurschildering bekijken waar Faulques aan werkt, ergens in een oude wachttoren aan de Middellandse Zee. Geïnspireerd door Goya, Breughel en andere kunstschilders. In het schilderij zie je verschillende oorlogen, brand en verwoesting, beelden van Troje, Servië, strijders, slachtoffers, een verkrachte vrouw, een kind.
Markovic is gekomen om een rekening te vereffenen. Hij gelooft dat een bekende foto die Faulques van hem maakte tijdens de Balkanoorlog tot de moord op zijn vrouw en kind heeft geleid. Voor Markovic is Faulques iemand die van andermans leed zijn beroep maakte, een toeschouwer. Verantwoordelijk ook voor de gevolgen van het maken en publiceren van die foto. Eigenlijk gaat het daarover: de confrontatie tussen degene die kijkt en vastlegt (Faulques) en degene die werd bekeken en vastgelegd (Markovic).
Er gebeurt niet veel in het boek. Het is eigenlijk een soort van praatboek, maar wel met veel flashbacks. Bijvoorbeeld naar de oorlogsherinneringen van Faulques die hij deelt met Olvido Ferrara, zijn in de Balkanoorlog gesneuvelde collega, vriendin en minnares.
Ik heb getwijfeld over doorzetten, maar ben toch tevreden dat ik het heb gedaan. Ik denk dat ik dichter bij Faulques sta dan bij Markovic. Vastleggend, hier in deze Polarsteps bijvoorbeeld. Ik waardeer ook de discussies en diepgang in het boek, de gedachten over hoe we geweld en het kwaad proberen te begrijpen en vast te leggen. Een haast onmogelijke opgave en toch heel noodzakelijk.
Nog even iets anders. Ik was vrijdag naar Left-handed Girl. Topfilm, maar het wordt te lang om nog te vertellen waar het over ging. En gisteren zag ik Die my love. Met Jennifer Lawrence als een vrouw die verzinkt in een postpartum psychose. Ook heel goed!
En ten slotte, bij dansgezelschap NDT kon je online kijken naar oude opnames van balletten van de pas overleden Hans van Manen.
Koester je rimpels en doe geregeld iets nieuws – Dag 5
Het bos ligt vol verweesde handschoenen. Het verbaast me wel dat er in de wintermaanden zoveel handschoenen verloren worden. Ik heb er gisteren zeker een handvol geteld. De foto is van een andere wandeling.
Na de spinningles van vanmorgen, zondag, lees ik een boek van emeritus hoogleraar Liesbeth Woertman: ‘Wie ben ik als er niemand kijkt’.
Ze was 68 toen ze het schreef. Het gaat vooral over ouder wordende vrouwen, het schoonheidsideaal, en hun veranderende identiteit zodra vrouwen boven de veertig zijn. Mannen kijken minder naar hen. Het boek gaat over wat ouder worden met je doet.
Identiteit is een centraal thema. ‘Het zelf staat altijd in relatie tot iets of iemand anders’, schrijft Woertman. ‘We zijn intersubjectief. Dat betekent dat we met elkaar verbonden en verweven zijn. En dat we elkaars identiteit bepalen.’ Zoiets is er ook als het gaat om de betekenis van man- en vrouw-zijn, vervolgt ze. ‘We worden als lichaam geboren. Op basis van uiterlijke kenmerken wordt besloten of de baby een jongen of een meisje is. Direct treden er bij volwassenen de blauwe en roze schema’s in werking.’ Simone de Beauvoir is hier niet ver weg. Identiteit.
Er heerst een denker, een bangerd, een vrouw, een sporter, een lezer, een twijfelaar, een schrijver en een bewonderaar in mij. Zoiets schrijft Woertman met andere termen over haarzelf, maar dit slaat denk ik op mij. ‘Ze willen allemaal gehoord worden.’ Al die delen van jezelf. Aan het eind van het leven stort dat volgens haar in.
Ze bespreekt het levensloopmodel van psycholoog Erik Erikson. In elke fase van het leven moet er een evenwicht worden gevonden tussen twee tegengestelde krachten. Ik zit in de fase van ‘openstaan voor verandering versus stagnatie’. Een interessante fase was ook die van de adolescentie (identiteit versus rolverwarring) en straks de ouderdom (integriteit versus wanhoop).
Tips van Woertman: doe af en toe iets nieuws, blijf open en verwonderd. Ze raadt aan om vooral waardig ouder te worden. En wil je op hoge leeftijd een beetje wijs worden, dan moet je vroeg beginnen. Koester je rimpels en durf bij jezelf te zijn, bijvoorbeeld op een bankje bij de rivier, starend naar voorbijvarende schepen. Best moeilijk voor mij, dat laatste, want ik heb altijd het gevoel dat ledige tijd verloren tijd is. Te ongeduldig en ongedurig.
Lieverd, zegt Woertman tegen haar kleindochter Isabella, oud zijn de mensen die niet willen groeien en veranderen. En zoals Simone de Beauvoir zei: oud, dat zijn de anderen.
Tot zover dit boeiende boek. Vanavond komt de finale van Maestro op tv. Welke bekende Nederlander is de beste dirigent? Het is vanavond misschien niet heel spannend, want Jamai steekt ver uit boven de concurrentie. Maar wie weet.
Facisme is terug – Dag 6
In de kleine bibliotheek in Bennekom ben ik vanmiddag begonnen in ‘Dit is Fascisme’, een boek van Rosan Smits. Ze is politicoloog en journalist bij De Correspondent. Ik hoorde haar in gesprek in de podcast van Damn Honey.
Ze laat zien hoe het fascisme opkomt in de VS en in Europa. Ze laat ook zien hoe iemand als Wilders uit het draaiboek van fascisme put. Er zijn veel patronen te herkennen. Bijvoorbeeld in het ondermijnen van de rechtsstaat; van rechters, pers en verkiezingen en in het streven naar autoritair leiderschap. Leiders zoals Trump, Poetin en soms ook Wilders willen ‘het volk’ meekrijgen door ze mythisch verleden voor te spiegelen (MAGA, Groot-Rusland, het grote Duitse Rijk), met propaganda, een alternatieve waarheid, met anti-intellectualisme, complotten en gendernormativiteit. Zo wordt er bijvoorbeeld vanuit het Kremlin gepropageerd dat er in het ‘gedegenereerde Europa allemaal transgenders zouden rondlopen.
Wilders is misschien wat voorzichtiger dan Trump, maar veel van deze fascistische tendensen zijn ook bij hem te zien. Hij zegt te spreken namens ‘de gewone Nederlander’, maakt media en rechtstaat verdacht en heeft een zondebok benoemd, namelijk de Islam en de migranten.
Ik maak me zorgen om de wereld. Boos als ik ICE zie die nu in Minneapolis en andere steden in de VS als knokploeg van Trump fungeert en mensen oppakt en deporteert. En doodschiet. Ik ben ook verdrietig om Gaza, waar de Palestijnen tussen de brokstukken leven (ik zag laatst ook de immens trieste film over het zesjarige meisje, Hind Rajab, die werd vermoord in een auto waar niemand haar kon bereiken).
Ik denk aan Oekraïne in de extreme kou. Iran, waar tienduizenden, vaak jonge mensen die meer vrijheid wilden, in een paar dagen vermoord zijn door de Revolutionaire Garde. En al die andere, haast onoplosbaar lijkende conflicten.
Intussen groeit het fascisme. Tenminste, dat suggereert Rosan Smits. Ze wil vooral een signaal afgeven. En waarschuwen, want denk niet: dat loopt wel los. In Minneapolis zijn ze dat stadium wel voorbij. Je denkt als je over fascisme spreekt misschien aan Hitler en Mussolini, maar het hedendaags fascisme werkt anders. Dat maakt het niet minder aanwezig.
De kritiek op het boek van Rosan Smits is dat het geen diepgravende analyse van fascisme en de werking daarvan is. Dat het wat alarmistisch is, maar je zou het ook als een waarschuwing kunnen zien. Overal in de wereld steekt fascisme (of in elk geval radicaal-rechts) de kop op. Zoals Persis Bekkering in NRC schrijft in een recensie van het boek, ‘daar mogen we terecht bang voor zijn’. Ik vind het behoorlijk verontrustend.
Nog even over de andere foto’s. Vandaag zag ik een koolmeesje, maar die was een dag te laat: gisteren was tuinvogelteldag. Of misschien lag het aan mij, want ik heb het vogeltje gisteren niet gezien. Ondanks mijn lokmiddelen (vogelvoer).
Ik wilde ook een foto van dichteres Sophia Blyden plaatsen. Ze leest daarop een gedicht voor waarin één woord is weggebliept. Dat woord kun je raden. Wekelijks, acht weken lang, een paar keer per jaar. Ik probeer dat ook, op maandag. Kijk op raadgedicht.nl. Niet die foto, maar een paar andere, min of meer poëtische foto’s.
Little Amélie – Dag 7
Ik deed vandaag een Cineville-filmdag in Nijmegen. Drie films kort achter elkaar. Rond 12 uur begon Little Amélie or the character of rain, daarna Nuremberg, en ten slotte The chronology of water. De laatste was om 19 uur afgelopen.
Omdat ik zo’n drie kwartier tijd had ben ik het muZIEum binnengelopen, een museum op een paar honderd meter van filmhuis Lux. Het museum wil mensen laten beleven hoe het voelt om blind te zijn. Die beleving in het museum vraagt wat meer tijd en daarom heb ik alleen de fototentoonstelling bekeken. Met bijvoorbeeld die jongen in een gele blouse die een verwaarloosde staar kreeg.
De eerste film, little Amélie, vond ik het mooist. Heel ontroerend. Maar ook de andere twee waren goed. In de chronology speelde Imogen Poots (foto) een prachtige rol. Veel water in beide films.
Nuremberg ging over de veroordeling van Hermann Göring. Ik schrijf er morgen misschien wat meer over, maar het is nu tien uur geweest. Ongeveer bedtijd.
Veel water – Dag 8
Nog even terug naar Nijmegen. Die blauwe muur op de foto is de muur van de Mariënburg Kapel, naast Lux, het filmhuis waar ik gisteren drie films zag. Ze zitten ook vandaag nog in mijn hoofd.
The chronology of water verloopt net zo chronologisch als water: kolkend, golvend, kronkelend. Misschien zoals het leven verloopt, in elk geval het leven van Lidia Yuknavitch, gespeeld door Imogen Poots in de film van Kirsten Stewart (foto). Het leven gaat kolkend de diepte in als haar vader haar seksueel misbruikt of als ze een kind verliest. De film kronkelt en golft net zo. Mensen zijn vaak maar deels in beeld en af en toe zie je een ultrakorte vooruitblik. Fragmenten die je op scherp stellen. Herinneringen, schreef de echte Yuknavitch in haar memoires, ‘zwellen op en duiken in en uit de enorme zinkgaten van het brein.’ Water zou je kunnen zien als een thema – Yuknavitch kreeg destijds als zwemster een sportbeurs voor de universiteit in Austin.
En veel water zit er ook in de prachtige animatie over de kleine Amélie, een Frans-Belgische film die zich afspeelt in Japan. Je kijkt vanuit het perspectief van een peuter, 1,5 tot 3 jaar oud. Het is gebaseerd op een boek van Amélie Nothomb.
Zoals veel kinderen, misschien wel allemaal op die leeftijd, denkt Amélie aanvankelijk dat de wereld om haar draait. Zij is het centrum van de wereld. Ze is eigenlijk een soort God. De tuin van het huis waar Amélie met haar ouders, broertje en zusje en met Nishio-san, de lieve verzorgster, lijkt kleurig en eindeloos. Zoals een peuter dat zal ervaren.
Pas later leert ze dat de tuin ook grenzen heeft. Terwijl dood en afscheid haar wereld binnendringen, zie je de verandering bij de kleine Amélie. Ze verandert van God in mens en ze leert dat niet de wereld van haar is, maar zij van de wereld. Prachtige film! Ik heb een traantje gelaten.
Heel anders is Nuremberg, die het verhaal van de veroordeling van nazileider Hermann Göring, in oktober 1946 in Neurenberg, wat conventioneler vertelt. Misschien het meest interessant in deze film is dat de Amerikaanse psycholoog die gevraagd is Göring te beoordelen, uiteindelijk concludeert dat hij niet zo anders is als de meeste andere mensen. Hij is charmant, intelligent en grappig, en hij heeft een lieve vrouw en dochter. Dat mensen dan toch voor het fascisme kiezen, zou ook zomaar in de VS kunnen gebeuren, waarschuwt hij. Denk aan mensen zoals Trump? Amerika vond het schandalig dat een psycholoog dat durfde suggereren. Er werd in 1946 niet naar hem geluisterd.
Over de foto’s nog even. Want er zitten er twee bij die ik vandaag maakte bij de werkzaamheden op een van de twee toegangen tot de wijk. Auto’s worden omgeleid en fietsen en voetgangers moeten langs kranen en door de blubber. Links ga je de wijk in (een paar honderd meter in deze straat woon ik) en rechts is de toegang tot de Wageningse campus.
Zo naar het middagfeestje van Ward, ook 66 vandaag. Bijna een halve eeuw geleden kwamen we tegelijk naar Wageningen en nu wonen we op loopafstand.
Femme – Dag 9
Vandaag kreeg ik de originele foto’s van de mensen van Exactitudes toegemaild. Ellie Uyttenbroek en Ari Versluis hadden me gevraagd voor een serie ‘femme’; als man geboren mensen die zich meer of minder als vrouw identificeren van ongeveer 50-plus. Dat was vorig jaar in juni. Ari fotografeerde me op 3 juli in de studio in Rotterdam.
Het boek (Exactitudes, the final edition) kwam uit in het najaar en zondag 14 december was de boekpresentatie. Die zaterdag had er een uitgebreid artikel in de Volkskrant gestaan over het project waar Ellie en Ari 30 jaar aan gewerkt hadden. ‘Femme’ was de laatste van tweehonderd series waarvoor ze steeds twaalf mensen in dezelfde stijl of identiteit bij elkaar plaatsten.
Die serie was afgedrukt in de kleurenbijlage van de krant. Nog steeds gebeurt het regelmatig dat ik mensen tegenkom die vragen: zag ik jou niet in de Volkskrant? De buren, vrienden, de leesclub, zelfs de locatiemanager van de boekhandel in Bennekom (daar kom ik ook best vaak). En een maand of wat geleden herkende iemand me op de foto terwijl we elkaar ruim 35 jaar niet gezien hadden.
Ik kreeg vandaag ook een appje van een Spaanstalige vriendin in Duitsland – niet over die foto. We appen vaak. Ze stuurde nu een link naar een artikel waarin het begrip bananenrepubliek wordt uitgelegd. Ze komt zelf uit Panama.
Het zijn vooral Centraal-Amerikaanse landen die bananenrepublieken werden genoemd. In die landen hadden Amerikaanse bananenbedrijven enorme economische en politieke macht. De Amerikaanse overheid steunde dat, ‘America First’, toen al.
In Guatemala bijvoorbeeld, in 1954, waar een door de CIA gesteunde staatsgreep de democratisch gekozen president Arbenz omverwierp. Hij had landhervormingen aangekondigd die United Fruit zouden kunnen schaden. Dit leidde tot decennia van geweld en mensenrechtenschendingen. Of het bananenbloedbad in Colombia in 1928.
Wat er nu gebeurt aan de overkant van de oceaan, is misschien vergelijkbaar. Maar de betekenis van het woord bananenrepubliek is wel veranderd. Het is nu vaak een woord voor een corrupte of chaotische staat. Ook voor een land als de Verenigde Staten, met name na de Capitoolbestorming van 6 januari 2021. Maar zolang het woord verwijst naar historische machtsverhoudingen, koloniale uitbuiting en verlies van soevereiniteit blijft het een bruikbaar begrip.
Ik ben gisteren begonnen in Malala’s biografische boek ‘Op zoek naar mijn pad’ en vandaag in ‘Mad Honey’ van Jodi Picoult. Meestal lees ik meerdere boeken tegelijk, maximaal drie.
Picoult was in het schooljaar 2024-2025 de vierde meest verboden auteur in Amerika. Zo hypocriet! Met name in Florida werden boeken uit schoolbibliotheken gehaald, vaak op basis van klachten van een enkele ouder die toegaf de boeken niet eens te hebben gelezen. De motivatie in het geval van Mad Honey is dat er een transgender persoon in voorkomt.
Mijn vader is 100 – Dag 10
Over een week, 13 februari, zou mijn vader 100 jaar worden. Een mooi moment om het verleden in te duiken, zijn verleden vooral.
Hij heette Martien, ‘ons pap’. Hij werd geboren in 1926 in Waspik, ging naar de ambachtsschool in Waalwijk en zat daar op school toen de oorlog uitbrak. Hij woonde bij zijn ouders, drie zussen en een broer op ’t Vaartje. Zo heette het kanaal dat de Maas verbond met het centrum van Waspik en ook de weg bij dat kanaal.
Zo’n dertig jaar later fietste ik ook zes jaar lang naar school in Waalwijk. Toen woonden we, met ‘ons mam’, pap en vier kinderen, aan de andere kant van Waspik, tegen Raamsdonk aan.
Mijn vader deed een vakopleiding en werd in 1952 de eerst gediplomeerde meester-carrosseriebouwer van Noord-Brabant. Hij leerde ook vaktekenen. Thuis stond een zware kanteltafel waarop altijd rollen papier waren uitgespreid. Aan die tekentafel zat een draaischijf met graden en linialen. Ik denk dat hij daar ook de ontwerpen van de opbouw van glaswagens tekende.
Hij ontmoette mijn moeder, Corry Jansens, die uit Made kwam en in Waspik op het gemeentehuis werkte. Hij werkte toen op de zaak van zijn vader, mijn opa.
Dat bedrijf, Van den Born Carrosserie, bestaat nu al ruim 140 jaar. Het begon toen Andries van den Born, mijn vaders opa, in 1882 het bedrijf, dat dus nóg ouder is, overnam. En het bestaat nog steeds, groter dan ooit.
Toen overgrootvader Andries overleed in 1918 nam mijn opa het over, en die wilde er misschien ook tot zijn dood mee doorgaan. Die overname gebeurde uiteindelijk toch, in 1963, toen mijn vader, samen met mijn oom Andries de zaak overnam. Mijn opa – die in mijn herinnering meestal dikke sigaren rookte – was op dat moment 75.
Mijn vader wilde moderniseren en tegelijk het bedrijf verplaatsen. Oom Andries ging zijn eigen weg en er kwam een nieuwbouw. Zo noemden we het ook altijd: de nieuwbouw, bij ons achter het huis.
Mijn moeder, die zoals dat toen gebruikelijk was, bij het huwelijk haar baan in het gemeentehuis kwijtraakte, ging de boekhouding doen. Dat nam ze over van mijn oma die dat nog deed, samen met een zus of twee zussen van mijn vader, mijn tantes.
Die nieuwbouw. Ik was te schijterig om als oudste zoon, een jaar of 7, de eerste steen te leggen. Mijn twee jaar jongere zusje was dapperder. Fast forward: Ik heb het bedrijf ook niet overgenomen toen mijn vader overleed in 1987. Dat deed mijn broer, vijf jaar jonger. Maar ik maakte het begin en de groeiperiode wel allemaal bewust mee. Af en toe hielp ik, met vegen of zo, iets waar je met twee linkerhanden en nul technisch inzicht in elk geval geen schade kon doen. Of koffiekopjes klaarzetten als de vier of vijf personeelsleden koffie kwamen drinken aan de ronde tafel in onze keuken. Het zaagsel onder de houtmachine ruimen of kopspijkertjes slaan in bekleding van de glaslatten.
Mijn vader was behoorlijk zuinig, hij bewaarde alles. Niet verrassend misschien omdat hij in de crisisjaren kind was en in de oorlog adolescent. Soms vroeg hij me om kromme spijkers recht te hameren. Ik vond hem streng en kon moeilijk tot hem doordringen. Hij was goed katholiek en kerks. Dat botste toen ik een jaar of vijftien was. In die tijd van verzuiling waren er bubbels die je zou kunnen vergelijken met sociale media en hun algoritmen die vooral laten zien wat je leuk vindt. De verzuiling bepaalde de kranten die je las, de school waar je heen ging, de omroep waar je naar keek en de partij waarop je stemde. Voor mijn vader bepaalde dat zeker ook zijn keuzes.
Op mijn 18e ging ik het huis uit; ik ging studeren in Wageningen. In de weekenden kwam ik naar huis. Soms met ov, soms liftend en soms met een ouderejaars die ook uit Waspik kwam en een auto had. Aanvankelijk kwam ik ongeveer elke week en later steeds minder.
Ik deed stage bij de erosiebestrijding in Murcia, in Spanje, en een van de hoogtepunten was toen mijn ouders daar op bezoek kwamen. Ik wachtte ze op het vliegveld van Alicante op met tranen in de ogen.
Ik zat nog in Spanje toen bleek dat het niet zo goed ging met mijn vader. Kort na terugkeer, in 1984 of 1985, begonnen de chemokuren, maar tussendoor bleef hij werken. Het bedrijf was alles voor hem.
Toch vond ik dat hij veranderde in die tijd. Hoewel ik al jaren in Wageningen woonde en alleen in weekenden thuis kwam, en lang niet alle weekenden, was hij er meer voor ons. Spraakzamer en socialer dan ik gewend was. En ondanks het werk probeerde hij nu toch meer van het nog korte leven te genieten. Ik was erbij toen hij in de nacht van 3 maart 1987 overleed. Met mijn moeder.
Ik weet dat mijn vader het jammer vond dat ik niet meer interesse in het bedrijf had. Het was toch zijn levenswerk. Ik was, denk ik, in die jaren op zoek naar mijn eigen pad.
Mijn vader heeft nog net meegemaakt dat ik afstudeerde in Wageningen. We gingen met z’n allen uit eten in een restaurant aan de Rijn in Rhenen, maar hij had veel pijn in die tijd.
Ik heb me later geregeld afgevraagd wat hij zou vinden van alle ontwikkelingen in de samenleving, de politiek en met ons persoonlijk. Ik weet dat het hem verdriet deed dat ik niet naar de kerk ging. Wat zou hij ervan gevonden hebben dat zijn jongste zoon op mannen valt, zijn jongste dochter met een vrouw samenwoont, zijn oudste zoon trans non-binair is en dat zijn oudste dochter hem drie keer opa zou maken, en voor zijn 100e ook nog twee keer overgrootvader?
Beetje vreemd verhaal voor een reisverhaal, dit stuk. Misschien kunnen we ervan maken dat ik een reis naar het verleden heb gemaakt. In een tijdmachine of zo.
Ik heb net heerlijk in een familiealbum zitten neuzen. Nog moeilijk om er een paar foto’s uit te kiezen, er zijn er zoveel. Ik zal ze chronologisch plaatsen, te beginnen met die van ons pap die waarschijnlijk in 1941 is gemaakt. De Duitse bezetter verplichtte toen dat alle Nederlanders van 15 jaar en ouder een persoonsbewijs met foto hadden.
Mist over de Rijn – Dag 11
In de dans-muziekvoorstelling van LeineRoebana en Black Pencil, gisterenavond in de Junushoff (het theater in Wageningen), was ik in Indonesië. Er deden verschillende Indonesische dansers mee en er werden instrumenten zoals de gamelan bespeeld, allerlei bijzondere blokfluiten, bongo’s en andere percussie.
Soms was de muziek heel ingetogen, met lange klanken waarop de dansers traag bewogen, en soms gingen de musici helemaal los. Ze begeleidden dan een wervelende voorstelling, met voor het dansgezelschap typerende bewegingen en poses. De Japanse Aika Goto danste soms alsof ze als een wajang-pop aan touwtjes hing. De Belgische Timon de Ridder sprak veel teksten, en ook de Portugese Benedita Crispiano danste prachtig. Zij sloegen een brug naar de Indonesische cultuur.
Dat was gisteren nog, maar vandaag ben ik vroeg vertrokken voor een rondwandeling in Renkum, Wolfheze en Oosterbeek, door uiterwaarden, over landgoed Duno en langs kasteel Doorwerth. Er hing mist over de Rijn en boven de weilanden. Later kwam de zon door en werd het eigenlijk veel te warm voor een dikke winterjas.
Podcasts geluisterd natuurlijk. Een van die podcasts ging over de logaritmes van je sociale media. Dat sluit mooi aan op wat ik gisteren over de verzuiling schreef waar mijn vader naar leefde. Die podcast was ook een soort van waarschuwing, want de algoritmes kunnen ook bijdragen aan propaganda en polarisatie. Je ziet immers vaak vooral content die je bestaande overtuigingen bevestigt en versterkt en je ziet nauwelijks andere perspectieven. En daarnaast zijn er staten zoals Rusland en China die sociale media gericht gebruiken om verdeeldheid te zaaien of mensen te beïnvloeden.
Het is een wat springerig verslag vandaag. Excuus daarvoor! Want vanmiddag was ik naar Sinners, die film die zestien Oscarnominaties heeft gekregen. Nominaties, dus of ze verzilverd worden, moeten we maar afwachten. Best een aardige film, maar ik vind zestien wat overdreven. Ik heb vorig jaar veel films gezien die ik veel mooier vond.
Volgens het Cineville overzicht aan het eind van het jaar waren dat er 57 en zag ik ze in drie bioscopen.
Sinners lijkt misschien een bloedige film over vampieren, maar ik denk dat het eigenlijk over muziek gaat, over ‘de duivelse kracht van muziek’. In deze film in de gesegregeerde samenleving in het zuiden van de VS in de jaren dertig van de vorige eeuw is dat vooral bluesmuziek.
Ten slotte in dit springerige verslag: de Olympische Spelen. Ik kijk eigenlijk zelden of nooit naar sport. Het interesseert me ergens tussen niet echt en echt niet, maar de Olympische Spelen hebben iets bijzonders. Ze zijn gisteren begonnen in Noord-Italië.
Vooral het kunstrijden vind ik mooi. Maar de meeste aandacht gaat hier steeds maar naar het schaatsen omdat daar veel Nederlanders aan meedoen. Er is teleurstelling bij de commentatoren omdat bij de afstand van vandaag, de 3000 meter voor vrouwen, geen Nederlandse op het podium staat. Niet de Nederlandse Joy Beune – ik had vóór gisteren nog nooit van haar gehoord – maar de Italiaanse Francesca Lollobrigida heeft de snelste tijd gereden. Ze is moeder en viert vandaag ook haar 35e verjaardag. Fantastisch toch!
Nieuwe challenges – Dag 12
Het is een leesdag vandaag. Heerlijk om na een intensieve spinningles rond 10 uur thuis te komen, te douchen, thee te zetten en mijn boek open te slaan. Dat zijn fijne zondagochtenden. Ook vandaag.
Rond een uur of 12 zette ik even de tv aan. Dat doe ik bijna nooit vóór 18 uur. Ook niet voor Buitenhof bijvoorbeeld, wat ik een goed interviewprogramma vind. Buitenhof kun je ook als podcast beluisteren. Ik stemde af op de Olympische Spelen, op de afdaling. De vrouwen skiën met meer dan honderd kilometer per uur naar beneden. Snelwegsnelheid!
Lindsey Vonn, de Amerikaanse skiester die voor de vijfde keer aan de Spelen meedeed, was net gevallen en lag op de piste, omringd door zes, zeven mensen. Vreselijk gevallen, zag ik in de herhalingen. Ze werd op een brancard met een helikopter weggevlogen naar een ziekenhuis. Zou de val komen omdat ze negen dagen eerder een kruisband in haar knie had gescheurd? Of door de vlag langs de piste die ze behoorlijk hard raakte? Hoe dan ook, het is een drama!
Nog een paar dagen en dan zet ik hier een punt. Het voelt langzamerhand als een challenge: het verhaal van de dag schrijven en daar foto’s bij zoeken. Het maakt dat ik wat langer stilsta bij wat ik op een dag doe en er misschien ook bewuster mee bezig ben.
Misschien is het voor jullie, volgers, net zo’n challenge om het allemaal te lezen.
Ik denk ook aan nieuwe challenges, zoals twee weken lang elke dag een goede pirouette draaien. Dedans en dehors (naar binnen en naar buiten), vanuit de vierde of vijfde positie. En de balans oefenen. We zeggen tijdens de les wel, ‘zo zou je op één been op relevé’s je tanden moeten poetsen’. Dan ben ik meestal zo uitgepoetst.
We gaan ons op de dansschool de komende weken weer voorbereiden op een optreden in het theater, zondag 28 juni in de middag.
Een andere challenge zou kunnen zijn om twee weken lang elke dag een portret te schilderen. Of te tekenen, houtskolen of anders. En tegelijk een bibliotheekboek door te werken dat hier al een paar weken ligt: portretten schilderen. Ik kom er niet aan toe.
Portretten tekenen of schilderen vind ik fascinerend. Hoe pak je de essentie van iemands gezicht? Vorig jaar heb ik meegedaan aan een project om vanwege de 80e viering van vrijheid, tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog, 80-jarige Wageningers te schilderen. De mevrouw die ik schilderde, vrijwilliger in de Casteelse Poort, het stadsmuseum in Wageningen, leek echt jonger.
De totaal 35 schilderijen die uit het project voortkwamen, zijn een paar maanden geëxposeerd geweest voordat de schilders ze schonken aan de geportretteerden.
Ik vond het behoorlijk uitdagend. De expressie, de verhoudingen, de kleuren. En ook hoe je er nog meer in kunt leggen. Ik wil er meer in oefenen, maar in de wekelijkse les doen we ook landschappen, dieren, stillevens, abstract of iets anders. Zelden een portret.
Ten slotte challenge ik mezelf ook met lezen. Dat gaat vanzelf, want ik lees elk jaar rond de honderd boeken. Ik probeer dan ook elke maand minstens één boek te lezen in een andere taal dan Nederlands.
Kortom, na de ‘challenge’ van deze Polarsteps, stopt de ‘reis’ dan wel, maar de leuke uitdagingen gaan door.
Nog even de dag van vandaag. Hoe het met Lindsey Vonn gaat, kan ik nog niet vinden op internet. De foto van de bij plaats ik omdat ik vandaag vooral in Mad Honey heb gelezen.
Zodadelijk begint Podium Klassiek, een wekelijks tv-hoogtepunt. Ik kijk niet altijd even geconcentreerd. Wel als Fuse komt. Zij spelen vaak modern-klassiek. Hedendaagse componisten. En dat is vaak veel spannender dan, met alle respect, die lang overleden mannen zoals Mozart, Hadyn of Brahms die steeds maar op de muziekstandaard worden geplaatst.
Mauritanië – Dag 13
Kort vandaag, want het is al laat. Enkel even een toelichting op de foto’s.
Ik had een overlegje over de nieuwe website van de bibliotheek. Daarin wordt ook de informatie van het Digitaalhuis Wageningen opgenomen en die teksten schrijf ik. De collage is samengesteld uit foto’s die ik eerder maakte van deelnemers en vrijwilligers van het taalhuis.
Ik begin binnenkort weer met een nieuw taalmaatje. Khayi uit Mauritanië. We hebben elkaar vandaag voor het eerst ontmoet en het lijkt me een hele aardige vrouw. Ze spreekt al best goed Nederlands, maar wil nog beter. Ook voor als ze in de zorg gaat werken. We beginnen pas over twee weken, want volgende week hebben haar kinderen voorjaarsvakantie.
Vanavond treedt La Petite Ecurie op, een hobo-ensemble. Dat is in de serie van de Vereniging Kamermuziek, waar ik lid van ben. Een van de acht concerten die we dit jaar hebben in de Junushoff.
Morgen is het mijn laatste dag hier.
Mijn studententijd – Dag 14
Vandaag heb ik een trip down memory lane gemaakt; een reisje over het geheugenlaantje. Dat kwam zo: Pauline, een afdelingsgenoot op de studentenafdeling op Haarweg 13, had me herkend op de jurkfoto in Volkskrant. En ze had me ook een keer voorbij zien fietsen, dus wist ze dat ik waarschijnlijk in de buurt woonde.
Bedenk dat we elkaar ongeveer sinds 1989 of 1990 niet gezien hebben. Ruim 35 jaar geleden.
Ze is juf op de Kardinaal Alfrinkschool, een daltonschool in Wageningen. En na omzwervingen via onder meer Gouda en Nieuw-Zeeland, via brandweer en helikopters, woont ze nu in Bennekom. Daar hadden we ook afgesproken. Zo leuk dat ze een fotoalbum uit die tijd had meegenomen. Ik heb het mijne uit die tijd ook opgezocht, maar pas na onze afspraak vanmiddag bekeken.
Mijn studententijd begon halverwege 1978 toen ik naar Wageningen kwam om aan de universiteit te studeren. Toen heette het nog de Landbouwhogeschool. Wageningen groeide in die jaren. Vóór de late jaren 60 woonden de meeste studenten op kamers bij hospita’s of in particuliere huizen, maar met de grote toename van het aantal studenten werd grootschalige huisvesting noodzakelijk.
Vanaf ongeveer 1967 werden er vijf sterflats gebouwd voor studenten. De laatste was de Rijnsteeg (in 1978). Toen ik daar een kamer betrok, in september van dat jaar, was de flat nog in aanbouw.
We hadden net de introductietijd achter de rug. Oudere studenten laten je dan kennismaken met het studentenleven, met bier, feesten, muziek en met van alles wat het studentenleven nog meer omringt. Studie, sportverenigingen en sociale zorg.
Terwijl wij met 18 studenten op één afdeling – zestien eerstejaars en twee derdejaars -, het studentenleven en onszelf ontdekten, werden er boven onze hoofden nog kozijnen geplaatst en keukens ingericht. Ook de weg naar de flat was nog niet helemaal af en aanvankelijk hadden we er geen telefoonaansluiting.
We fietsten ’s ochtends gezamenlijk naar practica en colleges. Toen nog op de berg of op andere plaatsen verspreid in de stad, maar niet op de plek waar nu de campus ligt.
Wageningen werd een studentenstad waar veel studenten in groepen samenwoonden. We kookten samen, we studeerden voor de examens, we gingen naar feesten en optredens in café Troost of bij studentenverenigingen. We deden mee aan de protesten van de Wageningse Lente en we gingen naar de vredesdemonstraties in Amsterdam (1981) en Den Haag (1983), uit protest tegen de dreiging van kernwapens in Nederland.
We zaten immers nog midden in de Koude Oorlog tussen de Sovjet-Unie en de VS. De Amerikanen wilden kruisraketten plaatsen in ons land. Er was onder Wageningse studenten ook een gevoel van: hebben we straks nog wel een toekomst? Het werd hier ook gekoppeld aan milieu, ontwikkelingsvraagstukken en wereldpolitiek.
In 2006, toen studentenaantallen terugliepen, de sterflats minder populair waren en de Rijnsteeg toe was aan groot onderhoud, besloot de Stichting Studentenhuisvesting de flat te slopen. Alleen die flat; de andere vier staan er nog steeds.
In 1983 verhuisden we met een groepje van negen van de Rijnsteeg naar de Haarweg, een gloednieuw complex, niet in de vorm van een sterflat maar drie gebouwdelen met in totaal zo’n 900 kamers. We kwamen er op de begane grond, Haarweg 135. Dat was een afdeling van 14, met behalve een keuken ook een woonkamer. Veel van mijn medebewoners uit die tijd, zes of zeven, wonen nog in Wageningen en ik zie ze geregeld.
Ik woonde er nog niet zo lang toen ik op stage naar Spanje ging. Na een klein half jaar kwam ik terug en voelde ik dat ik was veranderd. Zelfstandiger, nieuwe vrienden, een ingrijpende ervaring, meer zelfvertrouwen, Die stage had veel met me gedaan.
Terug op Haarweg 135 kwam ik op vertrouwd terrein maar wilde ik toch die verandering vasthouden. Ik verhuisde toen dat kon naar Haarweg 13. Veel van de mensen met wie ik daar op de afdeling heb gewoond, ben ik helemaal uit het oog verloren.
Pauline kwam er pas een paar jaar later, in 1987. Ik was een jaar eerder afgestudeerd, maar ik woonde er nog, tussen de studenten. Kort daarna ben ik vertrokken naar andere woonplekken in Wageningen (Alberdaflat, Wolfswaard, Pomona).
Het was een moeilijke tijd om werk te vinden. Ook voor net-afgestudeerde Wageningers. Er was een paar jaar eerder een economische crisis geweest en de werkloosheid was hoog. Veel mensen schoolden zich om tot computerprogrammeur, want met de opkomende automatisering lag daar toekomst.
Ik ging een tolk-vertalersopleiding Spaans doen en werd ook vrijwilliger in de linkse boekhandel De Uitbuyt. Het duurde zeker een jaar voordat ik tijdelijk werk vond, op de Praktijkschool Schaarsbergen, en vervolgens na weer een werkloze periode via uitzendwerk het groene onderwijs in rolde.
Bij de Uitbuyt zat ik achter de kassa, ik bestelde bij de uitgeverijen boeken over filosofie en geschiedenis en als er boeken binnenkwamen, plaatste ik ze met de prijsvermelding in de winkel. Af en toe hadden we een vergadering.
De Uitbuyt was ook een wereldwinkel waar het ging om politieke bewustwording en eerlijke wereldhandel. Een tijdlang was de boekverkoop belangrijker dan de wereldwinkel en later werd juist de wereldwinkel weer groter.
Ik zat er geregeld. Dat was fijn, maar ik denk dat het toch best een zorgelijke tijd was, eind jaren 80 toen we beiden op Haarweg 13 woonden. Voor Pauline, die op de afdeling niet altijd aansluiting vond, en ook voor mij, omdat ik me zorgen maakte over hoe ik een baan kon vinden. Het is met ons, denk ik, uiteindelijk wel goed gekomen.
Een paar foto’s van mijn wandeling vanmorgen en van deze memory trip: het sprookjesfeest (ik als elfje), een trucfoto en een fietstochtje naar Kröller-Müller.