Ik las De Mansarde van Marlen Haushofer

Leestijd: 4 minuten

Niet het eerste boek dat ik van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer (1920 – 1970) las. De Wand, haar bekendste boek, is fantastisch! Ik was totaal verbluft door dit boek. Ik ga er hier niet veel over schrijven, wat dit gaat vooral over De Mansarde en een beetje over Een handvol leven, net zo’n bijzonder boek. Het zijn boeken waarin de schrijfster het traditionele leven van vrouwen en de patriarchale samenleving bekritiseert.

Een handvol leven gaat over een jonge, getrouwde vrouw die haar eigen dood in scène zet om aan de verveling van het gezinsleven te ontsnappen. Elisabeth is opgegroeid op een kostschool waar ze bijna niks mocht. Niet met haar armen zwaaien, niet fluiten, niet rennen, maar braaf haar voeten een voor een neerzetten. Een onmogelijke opgave voor Elisabeth. Ze wil niet volgens die regels die ze niet begrijpt leven.

Ze zou graag een tuinbouwopleiding volgen, maar haar vader vindt dat maar niks voor een meisje zoals zij. Als een keurige jongen om haar hand komt vragen zegt ze ja. Wat moet je anders? Maar het huwelijk is nog erger en saaier dan het leven bij haar ouders.

Zoiets moet Haushofer ook gevoeld hebben, een gespletenheid tussen het normale leven en het leven in haar eigen innerlijke wereld. Schizofrenie. Dat proef je in al haar boeken, voor zover ik die gelezen heb.

Ook in De Wand, denk ik. Je kunt je afvragen waar die scheiding symbool voor staat. Hoe dan ook zit de vrouw in de val. Is het niet achter de wand, dan wel in een huwelijk of het leven zoals dat geleefd moet worden.

Ik heb de afgelopen week een derde boek van Haushofer gelezen. De Mansarde. Ik heb hulp gevraagd (a.i.) om een en ander te duiden. Die duiding is denk ik wel nodig, want Haushofer legt het allemaal niet open en bloot op tafel. Maar ook dit is een bijzonder boek van een fantastische schrijfster.

De Mansarde verbergt veel achter een oppervlakte van alledaagsheid. Misschien wel op een vergelijkbare manier als die film van Chantal Akerman (Jeanne Dielman). Die film gaat over een vrouw die een saai en routineus leven leidt. Er gebeurt niets aan de oppervlakte, maar van alles onder de oppervlakte. Net als bij dit boek valt het soms niet mee om naar dat leven van alledag te kijken zonder er nog veel van te begrijpen.  

De mansarde

De mansarde is letterlijk een zolderruimte — een ruimte bóven het gewone leven, afgescheiden, een beetje clandestien. Daar schildert de ik-persoon in dit boek, daar is ze zichzelf. Het is het enige domein waar haar man niet binnendringt. Haushofer gebruikt die fysieke ruimte als metafoor voor het innerlijk leven van een vrouw dat geen plek heeft in haar huwelijk, in haar huishouden, in de maatschappij van de jaren zestig. 

De vogels en de draak

De vogels die ze er schildert, zijn reëel, bestaand — maar gevangen in haar tekeningen, net zoals zij gevangen is. Dat ze aan het eind een draak tekent, een wezen dat niet bestaat, zou je kunnen lezen als: ze begint iets te scheppen dat buiten de werkelijkheid valt, buiten de begrenzingen van wat toegestaan of mogelijk is. De draak is gevaarlijk, vrij, mythisch — alles wat zij niet mag zijn. Het is geen bevrijding in de zin van dat ze vrij wordt, maar misschien een moment waarop ze zichzelf toestaat iets onmogelijks te verlangen. 

De vliegdromen

Ze droomt veel. bijvoorbeeld dat ze kan vliegen. Vliegen in dromen is een klassiek beeld van vrijheid en ontsnapping, niet alleen aan de aarde, maar aan alles wat haar naar beneden trekt: het huwelijk, de verwachtingen, de onzichtbaarheid. Dat ze overdag tekent en ‘s nachts droomt te vliegen laat zien dat haar verlangen naar vrijheid alleen in die twee niet-echte ruimtes kan bestaan: kunst en droom. 

Haar man

Hij leest over macht, over mannen die geschiedenis maken, over geweld en overwinning. Hij heeft geen oog voor haar innerlijk leven — en eigenlijk ook niet voor het heden. Ze leven naast elkaar zonder werkelijk contact. Haushofer beschrijft dat zonder aanklacht, bijna neutraal, en juist daardoor is het zo beklemmend. 

Doofheid

De ik-persoon was zo’n 15 of 20 jaar geleden anderhalf jaar lang weg. Ze was doof en haar man kon haar blijkbaar niet in huis hebben. Er was een raadselachtige man X die wel iets met haar zou willen. Nu komen er een week lang elke dag gele brieven waarin haar aantekeningen uit die tijd dat ze doof was. Wat betekent het allemaal? Raadselachtig. Was ze wel echt doof of was het psychosomatisch? Werd ze gewoon niet gehoord? Dat haar man haar in die toestand niet in huis wilde hebben, zegt veel. Zij was niet meer functioneel als echtgenote, als huisvrouw, als stille aanwezigheid — en dus was er geen plek voor haar. 

Maar die anderhalf jaar zijn ook de periode waarin ze het meest zichzelf was, hoe paradoxaal ook. Ze maakte aantekeningen, ze observeerde, ze leefde op een andere manier. 

De gele brieven

Dat die brieven een week lang dagelijks komen, en haar eigen aantekeningen uit die periode bevatten — alsof iemand haar die teruggeeft, of haar ermee confronteert — is een soort terugkeer van het verdrongene. Wie ze stuurt is nooit helemaal duidelijk. Maar de functie ervan lijkt te zijn: dit ben jij ook geweest. Dit heb jij ook gedacht. Vergeet het niet. 

Haushofer legt het allemaal niet uit en lost het niet op. De roman is zoals het leven van de hoofdpersoon: vol betekenis die nergens officieel erkend wordt. De draak aan het eind is misschien het dichtstbijzijnde wat het boek heeft aan een conclusie — een beeld dat zegt: er is in mij iets wat niet past in dit leven, en ik heb het eindelijk getekend. 

Niet ver van huis

Leestijd: 23 minuten

28 januari 2026 – 10 februari 2026

Deze blog stond oorspronkelijk in mijn Polarsteps, een app waarop je als je op reis bent familie en vrienden kunt laten weten wat je bent en wat je doet. Waarom zou je dat niet doen als je eigenlijk niet zo ver van huis bent? En als je toch elke dag iets anders onderneemt, leest, ziet of meemaakt. Dat heb ik twee weken lang gedaan. Ik zocht er elke dag ook vijf foto’s bij, niet altijd zelfgemaakt, maar wel toepasselijk. Hieronder staat het hele verslag zonder de foto’s.

Een Catalaan – Dag 1

Een groot deel van deze dag was ik in de Hudson Valley, twee uur rijden van New York. Het schijnt er nu erg koud te zijn, maar in het boek van Julia Schoch, Wild van een woeste droom, is het een hete zomer.

De ik-figuur is daar op een schrijverscongres en krijgt iets met een Catalaan. Thuis zit haar man, A. en ze denkt aan de soldaat die ze geregeld ontmoette als jonge tiener. Op een schrijverscongres word je als schrijver geacht te schrijven, dus daar schrijft ze over, over die soldaat. En over de Catalaan en over A. En over de liefde, schrijverschap, verlangens en dromen. Prachtig! Maak deze reis, zou ik zeggen.

Ik blijf deze dagen dicht bij huis. En ik reis vooral in mijn verbeelding. De laatste keer dat ik echt in het buitenland was, heb ik twee dagen in Düsseldorf doorgebracht. Vooral in musea, waar ik ook een paar schilderijen van Marie Laurencin bewonder, zie foto. Dat was begin januari en er lag sneeuw op straat.

Daarvoor, in november, was ik twee dagen in Brugge. Polarsteps heeft dat allemaal niet meegekregen.

Het boek van Schoch wissel ik af met de markt om noten te kopen en de bieb. Ik ga erheen omdat ik een boek dat ik vergeten was over de uitleenplaat te halen, alsnog officieel te lenen. Straks naar ballet.

Plots dondert de post op de mat bij de voordeur. Er zit een boek in zonder begeleidend schrijven. Maar niet helemaal een verrassing, want ik had het boek ‘Niet zonder mijn broer’ van trans man Han van Wieringen aangevraagd om er een boekbespreking over te schrijven voor Transgender Netwerk. Van Wieringen vertelde zondag bij VPRO’s boeken over zijn boek. Over een paar weken kunnen jullie waarschijnlijk mijn bespreking online lezen. Ik ben benieuwd naar het boek.

Zeemeerminnen – Dag 2

Ik heb vanochtend vroeg al ruim twintig kilometer gefietst. Op de spinningfiets bij sportschool MyLife. Polarsteps heeft geen meter verplaatsing op de tracker gedetecteerd.

Er ligt sneeuw. In Wageningen is vannacht een paar centimeter sneeuw gevallen. Op de weg is het door strooizout veranderd in smurrie. Door die smurrie ben ik ook naar het Schip van Blaauw gefietst, een gebouw waar je vroeger colleges en practica plantenfysiologie kon volgen, maar waar nu onder meer een kleine uitgeverij zit waar ik over een maand of wat weer een artikeltje voor kan schrijven.

Iets anders. Je zou ook het ouder worden als een reis kunnen zien. Dat is in elk geval een goede metafoor. Je weet niet waar je heen reist, maar je bent al op de dag van je geboorte vertrokken.

En je zou kunnen zeggen dat ik bijna aankom op een nieuwe ‘stop’. Veel mensen van mijn generatie gaan met pensioen of zijn al met pensioen. Ik werk waarschijnlijk nog door tot ik echt 67 ben – 24 december van dit jaar – maar wel extensief. Op dit moment is er erg weinig. De eerste betaalde klusjes komen pas over een maand of wat.

Ik concentreer me dan maar op deze reis, veel lezen – zie mijn lijstje van topboeken gelezen in 2025 – en vrijwilligerswerkklusjes. Bijvoorbeeld voor Transgender Netwerk, waar vandaag een nieuwe boekbespreking is gepubliceerd, check transgendernetwerk.nl/cultuurgids.

Of het Digitaalhuis Wageningen waar ik bezig ben met de website en binnenkort opnieuw met stukjes voor de nieuwsbrief. De website van digitaalhuiswageningen.nl – waar ik beheerder van ben – wordt geïntegreerd met die van de Wageningse bibliotheek, de bblthk.

Nog iets anders. Reisje in het vooruitzicht, want voor volgende week dinsdag heb ik drie tickets gereserveerd voor Lux Nijmegen. Ik ben zeker twintig jaar lang een dagje naar het filmfestival in Rotterdam geweest, maar nu ik een Cineville-kaart heb, heb ik bedacht dat ik het anders ga doen. Ik wil in elk geval eens per jaar een dagje naar een filmtheater waar ik met mijn Cineville terecht kan. Komende dinsdag dus in Nijmegen.

Ten slotte, ik heb hier een plaatje van een zeemeermin geplaatst. Mythologische wezens die me intrigeren. Ze kwamen uit de diepten van de oceaan, gevaarlijk terrein. Zeemeerminnen, die tussen twee werelden leefden, staan voor schoonheid en gevaar. En ook voor onmogelijke liefde en de tweestrijd tussen beschaving en de wilde natuur. Intrigerende wezens!

Frank Govers – Dag 3

In het Stadsmuseum van Veenendaal is nu een expositie die je er misschien niet zou verwachten. Er zijn zo’n vijftien of zestien jurken van de in 1997 overleden modeontwerper Frank Govers te zien. Een paar ervan komen uit de privécollectie van Liesbeth List.

Ik was vanmiddag de enige bezoeker. Een vriendelijke gids vertelde me van alles over de totstandkoming van de expositie (van nabestaanden en bruiklenen) en de handgemaakte jurken van tafzijde, tule, satijn, damast en allerlei opstiksels. Erg mooi!

Eerder vandaag, na de zumba van kwart over 9 tot 10 uur, had ik mijn wekelijkse schilderles. Meestal werken we met gouache, op papier. Maar we hebben niet geschilderd vandaag. We hebben een fantasieportret gemaakt met pastelkrijt, zie de foto.

Fantasie, dus niet nagemaakt van een voorbeeld, maar ik heb wel gekeken naar voorbeelden van ogen, neuzen en monden die we nog hadden liggen. De ogen zijn nog van de vorige keer.

Vanavond ga ik naar Taiwan. Daar is de film Left-handed Girl opgenomen. Te zien in het filmhuis in Wageningen.

Schilder van het slagveld – Dag 4

Een lange wandeling op zaterdagochtend. Zo’n wandeling probeer ik elke dinsdag en zaterdag te maken. Vandaag liep ik van Rhenen over de Utrechtse Heuvelrug naar Amerongen en terug, goed twintig kilometer.

Ik luister dan naar podcasts. Over geopolitiek, films, boeken, filosofie. Van NRC, De Volkskrant, El País, De Groene Amsterdammer, Human en de VPRO. Damn Honey, Ezra Klein of Anne-Maartje Lemereis van Vrije Geluiden. En nu bijvoorbeeld ook naar Stoker, een fictiepodcast.

Soms zie ik mensen weleens meewarig kijken. Waarom loop je door de natuur met zo’n grote koptelefoon op je hoofd? Dan hoor je toch geen vogelgeluiden. Tja, keuzes. Maar meestal knikken ze vriendelijk en groeten ze.

Terug thuis en na de douche lees ik de resterende veertig bladzijden van El Pintor de Batallas, de schilder van het slagveld. Hoofdpersoon en schilder, Andrés Faulques, is denk ik een soort alter ego van de schrijver, Arturo Pérez-Reverte. Die was immers oorlogscorrespondent. In dit boek zitten zijn herinneringen aan de oorlogen die hij heeft vastgelegd, de zinloze wreedheden.

Maar kun je het echt vastleggen? Die vraag bespreekt hij met de Kroatische veteraan Ivo Markovic. Ze doen dat terwijl ze een grote muurschildering bekijken waar Faulques aan werkt, ergens in een oude wachttoren aan de Middellandse Zee. Geïnspireerd door Goya, Breughel en andere kunstschilders. In het schilderij zie je verschillende oorlogen, brand en verwoesting, beelden van Troje, Servië, strijders, slachtoffers, een verkrachte vrouw, een kind.

Markovic is gekomen om een rekening te vereffenen. Hij gelooft dat een bekende foto die Faulques van hem maakte tijdens de Balkanoorlog tot de moord op zijn vrouw en kind heeft geleid. Voor Markovic is Faulques iemand die van andermans leed zijn beroep maakte, een toeschouwer. Verantwoordelijk ook voor de gevolgen van het maken en publiceren van die foto. Eigenlijk gaat het daarover: de confrontatie tussen degene die kijkt en vastlegt (Faulques) en degene die werd bekeken en vastgelegd (Markovic).

Er gebeurt niet veel in het boek. Het is eigenlijk een soort van praatboek, maar wel met veel flashbacks. Bijvoorbeeld naar de oorlogsherinneringen van Faulques die hij deelt met Olvido Ferrara, zijn in de Balkanoorlog gesneuvelde collega, vriendin en minnares.

Ik heb getwijfeld over doorzetten, maar ben toch tevreden dat ik het heb gedaan. Ik denk dat ik dichter bij Faulques sta dan bij Markovic. Vastleggend, hier in deze Polarsteps bijvoorbeeld. Ik waardeer ook de discussies en diepgang in het boek, de gedachten over hoe we geweld en het kwaad proberen te begrijpen en vast te leggen. Een haast onmogelijke opgave en toch heel noodzakelijk.

Nog even iets anders. Ik was vrijdag naar Left-handed Girl. Topfilm, maar het wordt te lang om nog te vertellen waar het over ging. En gisteren zag ik Die my love. Met Jennifer Lawrence als een vrouw die verzinkt in een postpartum psychose. Ook heel goed!

En ten slotte, bij dansgezelschap NDT kon je online kijken naar oude opnames van balletten van de pas overleden Hans van Manen.

Koester je rimpels en doe geregeld iets nieuws – Dag 5

Het bos ligt vol verweesde handschoenen. Het verbaast me wel dat er in de wintermaanden zoveel handschoenen verloren worden. Ik heb er gisteren zeker een handvol geteld. De foto is van een andere wandeling.

Na de spinningles van vanmorgen, zondag, lees ik een boek van emeritus hoogleraar Liesbeth Woertman: ‘Wie ben ik als er niemand kijkt’.

Ze was 68 toen ze het schreef. Het gaat vooral over ouder wordende vrouwen, het schoonheidsideaal, en hun veranderende identiteit zodra vrouwen boven de veertig zijn. Mannen kijken minder naar hen. Het boek gaat over wat ouder worden met je doet.

Identiteit is een centraal thema. ‘Het zelf staat altijd in relatie tot iets of iemand anders’, schrijft Woertman. ‘We zijn intersubjectief. Dat betekent dat we met elkaar verbonden en verweven zijn. En dat we elkaars identiteit bepalen.’ Zoiets is er ook als het gaat om de betekenis van man- en vrouw-zijn, vervolgt ze. ‘We worden als lichaam geboren. Op basis van uiterlijke kenmerken wordt besloten of de baby een jongen of een meisje is. Direct treden er bij volwassenen de blauwe en roze schema’s in werking.’ Simone de Beauvoir is hier niet ver weg. Identiteit.

Er heerst een denker, een bangerd, een vrouw, een sporter, een lezer, een twijfelaar, een schrijver en een bewonderaar in mij. Zoiets schrijft Woertman met andere termen over haarzelf, maar dit slaat denk ik op mij. ‘Ze willen allemaal gehoord worden.’ Al die delen van jezelf. Aan het eind van het leven stort dat volgens haar in.

Ze bespreekt het levensloopmodel van psycholoog Erik Erikson. In elke fase van het leven moet er een evenwicht worden gevonden tussen twee tegengestelde krachten. Ik zit in de fase van ‘openstaan voor verandering versus stagnatie’. Een interessante fase was ook die van de adolescentie (identiteit versus rolverwarring) en straks de ouderdom (integriteit versus wanhoop).

Tips van Woertman: doe af en toe iets nieuws, blijf open en verwonderd. Ze raadt aan om vooral waardig ouder te worden. En wil je op hoge leeftijd een beetje wijs worden, dan moet je vroeg beginnen. Koester je rimpels en durf bij jezelf te zijn, bijvoorbeeld op een bankje bij de rivier, starend naar voorbijvarende schepen. Best moeilijk voor mij, dat laatste, want ik heb altijd het gevoel dat ledige tijd verloren tijd is. Te ongeduldig en ongedurig.

Lieverd, zegt Woertman tegen haar kleindochter Isabella, oud zijn de mensen die niet willen groeien en veranderen. En zoals Simone de Beauvoir zei: oud, dat zijn de anderen.

Tot zover dit boeiende boek. Vanavond komt de finale van Maestro op tv. Welke bekende Nederlander is de beste dirigent? Het is vanavond misschien niet heel spannend, want Jamai steekt ver uit boven de concurrentie. Maar wie weet.

Facisme is terug – Dag 6

In de kleine bibliotheek in Bennekom ben ik vanmiddag begonnen in ‘Dit is Fascisme’, een boek van Rosan Smits. Ze is politicoloog en journalist bij De Correspondent. Ik hoorde haar in gesprek in de podcast van Damn Honey.

Ze laat zien hoe het fascisme opkomt in de VS en in Europa. Ze laat ook zien hoe iemand als Wilders uit het draaiboek van fascisme put. Er zijn veel patronen te herkennen. Bijvoorbeeld in het ondermijnen van de rechtsstaat; van rechters, pers en verkiezingen en in het streven naar autoritair leiderschap. Leiders zoals Trump, Poetin en soms ook Wilders willen ‘het volk’ meekrijgen door ze mythisch verleden voor te spiegelen (MAGA, Groot-Rusland, het grote Duitse Rijk), met propaganda, een alternatieve waarheid, met anti-intellectualisme, complotten en gendernormativiteit. Zo wordt er bijvoorbeeld vanuit het Kremlin gepropageerd dat er in het ‘gedegenereerde Europa allemaal transgenders zouden rondlopen.

Wilders is misschien wat voorzichtiger dan Trump, maar veel van deze fascistische tendensen zijn ook bij hem te zien. Hij zegt te spreken namens ‘de gewone Nederlander’, maakt media en rechtstaat verdacht en heeft een zondebok benoemd, namelijk de Islam en de migranten.

Ik maak me zorgen om de wereld. Boos als ik ICE zie die nu in Minneapolis en andere steden in de VS als knokploeg van Trump fungeert en mensen oppakt en deporteert. En doodschiet. Ik ben ook verdrietig om Gaza, waar de Palestijnen tussen de brokstukken leven (ik zag laatst ook de immens trieste film over het zesjarige meisje, Hind Rajab, die werd vermoord in een auto waar niemand haar kon bereiken).

Ik denk aan Oekraïne in de extreme kou. Iran, waar tienduizenden, vaak jonge mensen die meer vrijheid wilden, in een paar dagen vermoord zijn door de Revolutionaire Garde. En al die andere, haast onoplosbaar lijkende conflicten.

Intussen groeit het fascisme. Tenminste, dat suggereert Rosan Smits. Ze wil vooral een signaal afgeven. En waarschuwen, want denk niet: dat loopt wel los. In Minneapolis zijn ze dat stadium wel voorbij. Je denkt als je over fascisme spreekt misschien aan Hitler en Mussolini, maar het hedendaags fascisme werkt anders. Dat maakt het niet minder aanwezig.

De kritiek op het boek van Rosan Smits is dat het geen diepgravende analyse van fascisme en de werking daarvan is. Dat het wat alarmistisch is, maar je zou het ook als een waarschuwing kunnen zien. Overal in de wereld steekt fascisme (of in elk geval radicaal-rechts) de kop op. Zoals Persis Bekkering in NRC schrijft in een recensie van het boek, ‘daar mogen we terecht bang voor zijn’. Ik vind het behoorlijk verontrustend.

Nog even over de andere foto’s. Vandaag zag ik een koolmeesje, maar die was een dag te laat: gisteren was tuinvogelteldag. Of misschien lag het aan mij, want ik heb het vogeltje gisteren niet gezien. Ondanks mijn lokmiddelen (vogelvoer).

Ik wilde ook een foto van dichteres Sophia Blyden plaatsen. Ze leest daarop een gedicht voor waarin één woord is weggebliept. Dat woord kun je raden. Wekelijks, acht weken lang, een paar keer per jaar. Ik probeer dat ook, op maandag. Kijk op raadgedicht.nl. Niet die foto, maar een paar andere, min of meer poëtische foto’s.

Little Amélie – Dag 7

Ik deed vandaag een Cineville-filmdag in Nijmegen. Drie films kort achter elkaar. Rond 12 uur begon Little Amélie or the character of rain, daarna Nuremberg, en ten slotte The chronology of water. De laatste was om 19 uur afgelopen.

Omdat ik zo’n drie kwartier tijd had ben ik het muZIEum binnengelopen, een museum op een paar honderd meter van filmhuis Lux. Het museum wil mensen laten beleven hoe het voelt om blind te zijn. Die beleving in het museum vraagt wat meer tijd en daarom heb ik alleen de fototentoonstelling bekeken. Met bijvoorbeeld die jongen in een gele blouse die een verwaarloosde staar kreeg.

De eerste film, little Amélie, vond ik het mooist. Heel ontroerend. Maar ook de andere twee waren goed. In de chronology speelde Imogen Poots (foto) een prachtige rol. Veel water in beide films.

Nuremberg ging over de veroordeling van Hermann Göring. Ik schrijf er morgen misschien wat meer over, maar het is nu tien uur geweest. Ongeveer bedtijd.

Veel water – Dag 8

Nog even terug naar Nijmegen. Die blauwe muur op de foto is de muur van de Mariënburg Kapel, naast Lux, het filmhuis waar ik gisteren drie films zag. Ze zitten ook vandaag nog in mijn hoofd.

The chronology of water verloopt net zo chronologisch als water: kolkend, golvend, kronkelend. Misschien zoals het leven verloopt, in elk geval het leven van Lidia Yuknavitch, gespeeld door Imogen Poots in de film van Kirsten Stewart (foto). Het leven gaat kolkend de diepte in als haar vader haar seksueel misbruikt of als ze een kind verliest. De film kronkelt en golft net zo. Mensen zijn vaak maar deels in beeld en af en toe zie je een ultrakorte vooruitblik. Fragmenten die je op scherp stellen. Herinneringen, schreef de echte Yuknavitch in haar memoires, ‘zwellen op en duiken in en uit de enorme zinkgaten van het brein.’ Water zou je kunnen zien als een thema – Yuknavitch kreeg destijds als zwemster een sportbeurs voor de universiteit in Austin.

En veel water zit er ook in de prachtige animatie over de kleine Amélie, een Frans-Belgische film die zich afspeelt in Japan. Je kijkt vanuit het perspectief van een peuter, 1,5 tot 3 jaar oud. Het is gebaseerd op een boek van Amélie Nothomb.

Zoals veel kinderen, misschien wel allemaal op die leeftijd, denkt Amélie aanvankelijk dat de wereld om haar draait. Zij is het centrum van de wereld. Ze is eigenlijk een soort God. De tuin van het huis waar Amélie met haar ouders, broertje en zusje en met Nishio-san, de lieve verzorgster, lijkt kleurig en eindeloos. Zoals een peuter dat zal ervaren.

Pas later leert ze dat de tuin ook grenzen heeft. Terwijl dood en afscheid haar wereld binnendringen, zie je de verandering bij de kleine Amélie. Ze verandert van God in mens en ze leert dat niet de wereld van haar is, maar zij van de wereld. Prachtige film! Ik heb een traantje gelaten.

Heel anders is Nuremberg, die het verhaal van de veroordeling van nazileider Hermann Göring, in oktober 1946 in Neurenberg, wat conventioneler vertelt. Misschien het meest interessant in deze film is dat de Amerikaanse psycholoog die gevraagd is Göring te beoordelen, uiteindelijk concludeert dat hij niet zo anders is als de meeste andere mensen. Hij is charmant, intelligent en grappig, en hij heeft een lieve vrouw en dochter. Dat mensen dan toch voor het fascisme kiezen, zou ook zomaar in de VS kunnen gebeuren, waarschuwt hij. Denk aan mensen zoals Trump? Amerika vond het schandalig dat een psycholoog dat durfde suggereren. Er werd in 1946 niet naar hem geluisterd.

Over de foto’s nog even. Want er zitten er twee bij die ik vandaag maakte bij de werkzaamheden op een van de twee toegangen tot de wijk. Auto’s worden omgeleid en fietsen en voetgangers moeten langs kranen en door de blubber. Links ga je de wijk in (een paar honderd meter in deze straat woon ik) en rechts is de toegang tot de Wageningse campus.

Zo naar het middagfeestje van Ward, ook 66 vandaag. Bijna een halve eeuw geleden kwamen we tegelijk naar Wageningen en nu wonen we op loopafstand.

Femme – Dag 9

Vandaag kreeg ik de originele foto’s van de mensen van Exactitudes toegemaild. Ellie Uyttenbroek en Ari Versluis hadden me gevraagd voor een serie ‘femme’; als man geboren mensen die zich meer of minder als vrouw identificeren van ongeveer 50-plus. Dat was vorig jaar in juni. Ari fotografeerde me op 3 juli in de studio in Rotterdam.

Het boek (Exactitudes, the final edition) kwam uit in het najaar en zondag 14 december was de boekpresentatie. Die zaterdag had er een uitgebreid artikel in de Volkskrant gestaan over het project waar Ellie en Ari 30 jaar aan gewerkt hadden. ‘Femme’ was de laatste van tweehonderd series waarvoor ze steeds twaalf mensen in dezelfde stijl of identiteit bij elkaar plaatsten.

Die serie was afgedrukt in de kleurenbijlage van de krant. Nog steeds gebeurt het regelmatig dat ik mensen tegenkom die vragen: zag ik jou niet in de Volkskrant? De buren, vrienden, de leesclub, zelfs de locatiemanager van de boekhandel in Bennekom (daar kom ik ook best vaak). En een maand of wat geleden herkende iemand me op de foto terwijl we elkaar ruim 35 jaar niet gezien hadden.

Ik kreeg vandaag ook een appje van een Spaanstalige vriendin in Duitsland – niet over die foto. We appen vaak. Ze stuurde nu een link naar een artikel waarin het begrip bananenrepubliek wordt uitgelegd. Ze komt zelf uit Panama.

Het zijn vooral Centraal-Amerikaanse landen die bananenrepublieken werden genoemd. In die landen hadden Amerikaanse bananenbedrijven enorme economische en politieke macht. De Amerikaanse overheid steunde dat, ‘America First’, toen al.

In Guatemala bijvoorbeeld, in 1954, waar een door de CIA gesteunde staatsgreep de democratisch gekozen president Arbenz omverwierp. Hij had landhervormingen aangekondigd die United Fruit zouden kunnen schaden. Dit leidde tot decennia van geweld en mensenrechtenschendingen. Of het bananenbloedbad in Colombia in 1928.

Wat er nu gebeurt aan de overkant van de oceaan, is misschien vergelijkbaar. Maar de betekenis van het woord bananenrepubliek is wel veranderd. Het is nu vaak een woord voor een corrupte of chaotische staat. Ook voor een land als de Verenigde Staten, met name na de Capitoolbestorming van 6 januari 2021. Maar zolang het woord verwijst naar historische machtsverhoudingen, koloniale uitbuiting en verlies van soevereiniteit blijft het een bruikbaar begrip.

Ik ben gisteren begonnen in Malala’s biografische boek ‘Op zoek naar mijn pad’ en vandaag in ‘Mad Honey’ van Jodi Picoult. Meestal lees ik meerdere boeken tegelijk, maximaal drie.

Picoult was in het schooljaar 2024-2025 de vierde meest verboden auteur in Amerika. Zo hypocriet! Met name in Florida werden boeken uit schoolbibliotheken gehaald, vaak op basis van klachten van een enkele ouder die toegaf de boeken niet eens te hebben gelezen. De motivatie in het geval van Mad Honey is dat er een transgender persoon in voorkomt.

Mijn vader is 100 – Dag 10

Over een week, 13 februari, zou mijn vader 100 jaar worden. Een mooi moment om het verleden in te duiken, zijn verleden vooral.

Hij heette Martien, ‘ons pap’. Hij werd geboren in 1926 in Waspik, ging naar de ambachtsschool in Waalwijk en zat daar op school toen de oorlog uitbrak. Hij woonde bij zijn ouders, drie zussen en een broer op ’t Vaartje. Zo heette het kanaal dat de Maas verbond met het centrum van Waspik en ook de weg bij dat kanaal.

Zo’n dertig jaar later fietste ik ook zes jaar lang naar school in Waalwijk. Toen woonden we, met ‘ons mam’, pap en vier kinderen, aan de andere kant van Waspik, tegen Raamsdonk aan.

Mijn vader deed een vakopleiding en werd in 1952 de eerst gediplomeerde meester-carrosseriebouwer van Noord-Brabant. Hij leerde ook vaktekenen. Thuis stond een zware kanteltafel waarop altijd rollen papier waren uitgespreid. Aan die tekentafel zat een draaischijf met graden en linialen. Ik denk dat hij daar ook de ontwerpen van de opbouw van glaswagens tekende.

Hij ontmoette mijn moeder, Corry Jansens, die uit Made kwam en in Waspik op het gemeentehuis werkte. Hij werkte toen op de zaak van zijn vader, mijn opa.

Dat bedrijf, Van den Born Carrosserie, bestaat nu al ruim 140 jaar. Het begon toen Andries van den Born, mijn vaders opa, in 1882 het bedrijf, dat dus nóg ouder is, overnam. En het bestaat nog steeds, groter dan ooit.

Toen overgrootvader Andries overleed in 1918 nam mijn opa het over, en die wilde er misschien ook tot zijn dood mee doorgaan. Die overname gebeurde uiteindelijk toch, in 1963, toen mijn vader, samen met mijn oom Andries de zaak overnam. Mijn opa – die in mijn herinnering meestal dikke sigaren rookte – was op dat moment 75.

Mijn vader wilde moderniseren en tegelijk het bedrijf verplaatsen. Oom Andries ging zijn eigen weg en er kwam een nieuwbouw. Zo noemden we het ook altijd: de nieuwbouw, bij ons achter het huis.

Mijn moeder, die zoals dat toen gebruikelijk was, bij het huwelijk haar baan in het gemeentehuis kwijtraakte, ging de boekhouding doen. Dat nam ze over van mijn oma die dat nog deed, samen met een zus of twee zussen van mijn vader, mijn tantes.

Die nieuwbouw. Ik was te schijterig om als oudste zoon, een jaar of 7, de eerste steen te leggen. Mijn twee jaar jongere zusje was dapperder. Fast forward: Ik heb het bedrijf ook niet overgenomen toen mijn vader overleed in 1987. Dat deed mijn broer, vijf jaar jonger. Maar ik maakte het begin en de groeiperiode wel allemaal bewust mee. Af en toe hielp ik, met vegen of zo, iets waar je met twee linkerhanden en nul technisch inzicht in elk geval geen schade kon doen. Of koffiekopjes klaarzetten als de vier of vijf personeelsleden koffie kwamen drinken aan de ronde tafel in onze keuken. Het zaagsel onder de houtmachine ruimen of kopspijkertjes slaan in bekleding van de glaslatten.

Mijn vader was behoorlijk zuinig, hij bewaarde alles. Niet verrassend misschien omdat hij in de crisisjaren kind was en in de oorlog adolescent. Soms vroeg hij me om kromme spijkers recht te hameren. Ik vond hem streng en kon moeilijk tot hem doordringen. Hij was goed katholiek en kerks. Dat botste toen ik een jaar of vijftien was. In die tijd van verzuiling waren er bubbels die je zou kunnen vergelijken met sociale media en hun algoritmen die vooral laten zien wat je leuk vindt. De verzuiling bepaalde de kranten die je las, de school waar je heen ging, de omroep waar je naar keek en de partij waarop je stemde. Voor mijn vader bepaalde dat zeker ook zijn keuzes.

Op mijn 18e ging ik het huis uit; ik ging studeren in Wageningen. In de weekenden kwam ik naar huis. Soms met ov, soms liftend en soms met een ouderejaars die ook uit Waspik kwam en een auto had. Aanvankelijk kwam ik ongeveer elke week en later steeds minder.

Ik deed stage bij de erosiebestrijding in Murcia, in Spanje, en een van de hoogtepunten was toen mijn ouders daar op bezoek kwamen. Ik wachtte ze op het vliegveld van Alicante op met tranen in de ogen.

Ik zat nog in Spanje toen bleek dat het niet zo goed ging met mijn vader. Kort na terugkeer, in 1984 of 1985, begonnen de chemokuren, maar tussendoor bleef hij werken. Het bedrijf was alles voor hem.

Toch vond ik dat hij veranderde in die tijd. Hoewel ik al jaren in Wageningen woonde en alleen in weekenden thuis kwam, en lang niet alle weekenden, was hij er meer voor ons. Spraakzamer en socialer dan ik gewend was. En ondanks het werk probeerde hij nu toch meer van het nog korte leven te genieten. Ik was erbij toen hij in de nacht van 3 maart 1987 overleed. Met mijn moeder.

Ik weet dat mijn vader het jammer vond dat ik niet meer interesse in het bedrijf had. Het was toch zijn levenswerk. Ik was, denk ik, in die jaren op zoek naar mijn eigen pad.

Mijn vader heeft nog net meegemaakt dat ik afstudeerde in Wageningen. We gingen met z’n allen uit eten in een restaurant aan de Rijn in Rhenen, maar hij had veel pijn in die tijd.

Ik heb me later geregeld afgevraagd wat hij zou vinden van alle ontwikkelingen in de samenleving, de politiek en met ons persoonlijk. Ik weet dat het hem verdriet deed dat ik niet naar de kerk ging. Wat zou hij ervan gevonden hebben dat zijn jongste zoon op mannen valt, zijn jongste dochter met een vrouw samenwoont, zijn oudste zoon trans non-binair is en dat zijn oudste dochter hem drie keer opa zou maken, en voor zijn 100e ook nog twee keer overgrootvader?

Beetje vreemd verhaal voor een reisverhaal, dit stuk. Misschien kunnen we ervan maken dat ik een reis naar het verleden heb gemaakt. In een tijdmachine of zo.

Ik heb net heerlijk in een familiealbum zitten neuzen. Nog moeilijk om er een paar foto’s uit te kiezen, er zijn er zoveel. Ik zal ze chronologisch plaatsen, te beginnen met die van ons pap die waarschijnlijk in 1941 is gemaakt. De Duitse bezetter verplichtte toen dat alle Nederlanders van 15 jaar en ouder een persoonsbewijs met foto hadden.

Mist over de Rijn – Dag 11

In de dans-muziekvoorstelling van LeineRoebana en Black Pencil, gisterenavond in de Junushoff (het theater in Wageningen), was ik in Indonesië. Er deden verschillende Indonesische dansers mee en er werden instrumenten zoals de gamelan bespeeld, allerlei bijzondere blokfluiten, bongo’s en andere percussie.

Soms was de muziek heel ingetogen, met lange klanken waarop de dansers traag bewogen, en soms gingen de musici helemaal los. Ze begeleidden dan een wervelende voorstelling, met voor het dansgezelschap typerende bewegingen en poses. De Japanse Aika Goto danste soms alsof ze als een wajang-pop aan touwtjes hing. De Belgische Timon de Ridder sprak veel teksten, en ook de Portugese Benedita Crispiano danste prachtig. Zij sloegen een brug naar de Indonesische cultuur.

Dat was gisteren nog, maar vandaag ben ik vroeg vertrokken voor een rondwandeling in Renkum, Wolfheze en Oosterbeek, door uiterwaarden, over landgoed Duno en langs kasteel Doorwerth. Er hing mist over de Rijn en boven de weilanden. Later kwam de zon door en werd het eigenlijk veel te warm voor een dikke winterjas.

Podcasts geluisterd natuurlijk. Een van die podcasts ging over de logaritmes van je sociale media. Dat sluit mooi aan op wat ik gisteren over de verzuiling schreef waar mijn vader naar leefde. Die podcast was ook een soort van waarschuwing, want de algoritmes kunnen ook bijdragen aan propaganda en polarisatie. Je ziet immers vaak vooral content die je bestaande overtuigingen bevestigt en versterkt en je ziet nauwelijks andere perspectieven. En daarnaast zijn er staten zoals Rusland en China die sociale media gericht gebruiken om verdeeldheid te zaaien of mensen te beïnvloeden.

Het is een wat springerig verslag vandaag. Excuus daarvoor! Want vanmiddag was ik naar Sinners, die film die zestien Oscarnominaties heeft gekregen. Nominaties, dus of ze verzilverd worden, moeten we maar afwachten. Best een aardige film, maar ik vind zestien wat overdreven. Ik heb vorig jaar veel films gezien die ik veel mooier vond.

Volgens het Cineville overzicht aan het eind van het jaar waren dat er 57 en zag ik ze in drie bioscopen.

Sinners lijkt misschien een bloedige film over vampieren, maar ik denk dat het eigenlijk over muziek gaat, over ‘de duivelse kracht van muziek’. In deze film in de gesegregeerde samenleving in het zuiden van de VS in de jaren dertig van de vorige eeuw is dat vooral bluesmuziek.

Ten slotte in dit springerige verslag: de Olympische Spelen. Ik kijk eigenlijk zelden of nooit naar sport. Het interesseert me ergens tussen niet echt en echt niet, maar de Olympische Spelen hebben iets bijzonders. Ze zijn gisteren begonnen in Noord-Italië.

Vooral het kunstrijden vind ik mooi. Maar de meeste aandacht gaat hier steeds maar naar het schaatsen omdat daar veel Nederlanders aan meedoen. Er is teleurstelling bij de commentatoren omdat bij de afstand van vandaag, de 3000 meter voor vrouwen, geen Nederlandse op het podium staat. Niet de Nederlandse Joy Beune – ik had vóór gisteren nog nooit van haar gehoord – maar de Italiaanse Francesca Lollobrigida heeft de snelste tijd gereden. Ze is moeder en viert vandaag ook haar 35e verjaardag. Fantastisch toch!

Nieuwe challenges – Dag 12

Het is een leesdag vandaag. Heerlijk om na een intensieve spinningles rond 10 uur thuis te komen, te douchen, thee te zetten en mijn boek open te slaan. Dat zijn fijne zondagochtenden. Ook vandaag.

Rond een uur of 12 zette ik even de tv aan. Dat doe ik bijna nooit vóór 18 uur. Ook niet voor Buitenhof bijvoorbeeld, wat ik een goed interviewprogramma vind. Buitenhof kun je ook als podcast beluisteren. Ik stemde af op de Olympische Spelen, op de afdaling. De vrouwen skiën met meer dan honderd kilometer per uur naar beneden. Snelwegsnelheid!

Lindsey Vonn, de Amerikaanse skiester die voor de vijfde keer aan de Spelen meedeed, was net gevallen en lag op de piste, omringd door zes, zeven mensen. Vreselijk gevallen, zag ik in de herhalingen. Ze werd op een brancard met een helikopter weggevlogen naar een ziekenhuis. Zou de val komen omdat ze negen dagen eerder een kruisband in haar knie had gescheurd? Of door de vlag langs de piste die ze behoorlijk hard raakte? Hoe dan ook, het is een drama!

Nog een paar dagen en dan zet ik hier een punt. Het voelt langzamerhand als een challenge: het verhaal van de dag schrijven en daar foto’s bij zoeken. Het maakt dat ik wat langer stilsta bij wat ik op een dag doe en er misschien ook bewuster mee bezig ben.

Misschien is het voor jullie, volgers, net zo’n challenge om het allemaal te lezen.

Ik denk ook aan nieuwe challenges, zoals twee weken lang elke dag een goede pirouette draaien. Dedans en dehors (naar binnen en naar buiten), vanuit de vierde of vijfde positie. En de balans oefenen. We zeggen tijdens de les wel, ‘zo zou je op één been op relevé’s je tanden moeten poetsen’. Dan ben ik meestal zo uitgepoetst.

We gaan ons op de dansschool de komende weken weer voorbereiden op een optreden in het theater, zondag 28 juni in de middag.

Een andere challenge zou kunnen zijn om twee weken lang elke dag een portret te schilderen. Of te tekenen, houtskolen of anders. En tegelijk een bibliotheekboek door te werken dat hier al een paar weken ligt: portretten schilderen. Ik kom er niet aan toe.

Portretten tekenen of schilderen vind ik fascinerend. Hoe pak je de essentie van iemands gezicht? Vorig jaar heb ik meegedaan aan een project om vanwege de 80e viering van vrijheid, tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog, 80-jarige Wageningers te schilderen. De mevrouw die ik schilderde, vrijwilliger in de Casteelse Poort, het stadsmuseum in Wageningen, leek echt jonger.

De totaal 35 schilderijen die uit het project voortkwamen, zijn een paar maanden geëxposeerd geweest voordat de schilders ze schonken aan de geportretteerden.

Ik vond het behoorlijk uitdagend. De expressie, de verhoudingen, de kleuren. En ook hoe je er nog meer in kunt leggen. Ik wil er meer in oefenen, maar in de wekelijkse les doen we ook landschappen, dieren, stillevens, abstract of iets anders. Zelden een portret.

Ten slotte challenge ik mezelf ook met lezen. Dat gaat vanzelf, want ik lees elk jaar rond de honderd boeken. Ik probeer dan ook elke maand minstens één boek te lezen in een andere taal dan Nederlands.

Kortom, na de ‘challenge’ van deze Polarsteps, stopt de ‘reis’ dan wel, maar de leuke uitdagingen gaan door.

Nog even de dag van vandaag. Hoe het met Lindsey Vonn gaat, kan ik nog niet vinden op internet. De foto van de bij plaats ik omdat ik vandaag vooral in Mad Honey heb gelezen.

Zodadelijk begint Podium Klassiek, een wekelijks tv-hoogtepunt. Ik kijk niet altijd even geconcentreerd. Wel als Fuse komt. Zij spelen vaak modern-klassiek. Hedendaagse componisten. En dat is vaak veel spannender dan, met alle respect, die lang overleden mannen zoals Mozart, Hadyn of Brahms die steeds maar op de muziekstandaard worden geplaatst.

Mauritanië – Dag 13

Kort vandaag, want het is al laat. Enkel even een toelichting op de foto’s.

Ik had een overlegje over de nieuwe website van de bibliotheek. Daarin wordt ook de informatie van het Digitaalhuis Wageningen opgenomen en die teksten schrijf ik. De collage is samengesteld uit foto’s die ik eerder maakte van deelnemers en vrijwilligers van het taalhuis.

Ik begin binnenkort weer met een nieuw taalmaatje. Khayi uit Mauritanië. We hebben elkaar vandaag voor het eerst ontmoet en het lijkt me een hele aardige vrouw. Ze spreekt al best goed Nederlands, maar wil nog beter. Ook voor als ze in de zorg gaat werken. We beginnen pas over twee weken, want volgende week hebben haar kinderen voorjaarsvakantie.

Vanavond treedt La Petite Ecurie op, een hobo-ensemble. Dat is in de serie van de Vereniging Kamermuziek, waar ik lid van ben. Een van de acht concerten die we dit jaar hebben in de Junushoff.

Morgen is het mijn laatste dag hier.

Mijn studententijd – Dag 14

Vandaag heb ik een trip down memory lane gemaakt; een reisje over het geheugenlaantje. Dat kwam zo: Pauline, een afdelingsgenoot op de studentenafdeling op Haarweg 13, had me herkend op de jurkfoto in Volkskrant. En ze had me ook een keer voorbij zien fietsen, dus wist ze dat ik waarschijnlijk in de buurt woonde.

Bedenk dat we elkaar ongeveer sinds 1989 of 1990 niet gezien hebben. Ruim 35 jaar geleden.

Ze is juf op de Kardinaal Alfrinkschool, een daltonschool in Wageningen. En na omzwervingen via onder meer Gouda en Nieuw-Zeeland, via brandweer en helikopters, woont ze nu in Bennekom. Daar hadden we ook afgesproken. Zo leuk dat ze een fotoalbum uit die tijd had meegenomen. Ik heb het mijne uit die tijd ook opgezocht, maar pas na onze afspraak vanmiddag bekeken.

Mijn studententijd begon halverwege 1978 toen ik naar Wageningen kwam om aan de universiteit te studeren. Toen heette het nog de Landbouwhogeschool. Wageningen groeide in die jaren. Vóór de late jaren 60 woonden de meeste studenten op kamers bij hospita’s of in particuliere huizen, maar met de grote toename van het aantal studenten werd grootschalige huisvesting noodzakelijk.

Vanaf ongeveer 1967 werden er vijf sterflats gebouwd voor studenten. De laatste was de Rijnsteeg (in 1978). Toen ik daar een kamer betrok, in september van dat jaar, was de flat nog in aanbouw.

We hadden net de introductietijd achter de rug. Oudere studenten laten je dan kennismaken met het studentenleven, met bier, feesten, muziek en met van alles wat het studentenleven nog meer omringt. Studie, sportverenigingen en sociale zorg.

Terwijl wij met 18 studenten op één afdeling – zestien eerstejaars en twee derdejaars -, het studentenleven en onszelf ontdekten, werden er boven onze hoofden nog kozijnen geplaatst en keukens ingericht. Ook de weg naar de flat was nog niet helemaal af en aanvankelijk hadden we er geen telefoonaansluiting.

We fietsten ’s ochtends gezamenlijk naar practica en colleges. Toen nog op de berg of op andere plaatsen verspreid in de stad, maar niet op de plek waar nu de campus ligt.

Wageningen werd een studentenstad waar veel studenten in groepen samenwoonden. We kookten samen, we studeerden voor de examens, we gingen naar feesten en optredens in café Troost of bij studentenverenigingen. We deden mee aan de protesten van de Wageningse Lente en we gingen naar de vredesdemonstraties in Amsterdam (1981) en Den Haag (1983), uit protest tegen de dreiging van kernwapens in Nederland.

We zaten immers nog midden in de Koude Oorlog tussen de Sovjet-Unie en de VS. De Amerikanen wilden kruisraketten plaatsen in ons land. Er was onder Wageningse studenten ook een gevoel van: hebben we straks nog wel een toekomst? Het werd hier ook gekoppeld aan milieu, ontwikkelingsvraagstukken en wereldpolitiek.

In 2006, toen studentenaantallen terugliepen, de sterflats minder populair waren en de Rijnsteeg toe was aan groot onderhoud, besloot de Stichting Studentenhuisvesting de flat te slopen. Alleen die flat; de andere vier staan er nog steeds.

In 1983 verhuisden we met een groepje van negen van de Rijnsteeg naar de Haarweg, een gloednieuw complex, niet in de vorm van een sterflat maar drie gebouwdelen met in totaal zo’n 900 kamers. We kwamen er op de begane grond, Haarweg 135. Dat was een afdeling van 14, met behalve een keuken ook een woonkamer. Veel van mijn medebewoners uit die tijd, zes of zeven, wonen nog in Wageningen en ik zie ze geregeld.

Ik woonde er nog niet zo lang toen ik op stage naar Spanje ging. Na een klein half jaar kwam ik terug en voelde ik dat ik was veranderd. Zelfstandiger, nieuwe vrienden, een ingrijpende ervaring, meer zelfvertrouwen, Die stage had veel met me gedaan.

Terug op Haarweg 135 kwam ik op vertrouwd terrein maar wilde ik toch die verandering vasthouden. Ik verhuisde toen dat kon naar Haarweg 13. Veel van de mensen met wie ik daar op de afdeling heb gewoond, ben ik helemaal uit het oog verloren.

Pauline kwam er pas een paar jaar later, in 1987. Ik was een jaar eerder afgestudeerd, maar ik woonde er nog, tussen de studenten. Kort daarna ben ik vertrokken naar andere woonplekken in Wageningen (Alberdaflat, Wolfswaard, Pomona).

Het was een moeilijke tijd om werk te vinden. Ook voor net-afgestudeerde Wageningers. Er was een paar jaar eerder een economische crisis geweest en de werkloosheid was hoog. Veel mensen schoolden zich om tot computerprogrammeur, want met de opkomende automatisering lag daar toekomst.

Ik ging een tolk-vertalersopleiding Spaans doen en werd ook vrijwilliger in de linkse boekhandel De Uitbuyt. Het duurde zeker een jaar voordat ik tijdelijk werk vond, op de Praktijkschool Schaarsbergen, en vervolgens na weer een werkloze periode via uitzendwerk het groene onderwijs in rolde.

Bij de Uitbuyt zat ik achter de kassa, ik bestelde bij de uitgeverijen boeken over filosofie en geschiedenis en als er boeken binnenkwamen, plaatste ik ze met de prijsvermelding in de winkel. Af en toe hadden we een vergadering.

De Uitbuyt was ook een wereldwinkel waar het ging om politieke bewustwording en eerlijke wereldhandel. Een tijdlang was de boekverkoop belangrijker dan de wereldwinkel en later werd juist de wereldwinkel weer groter.

Ik zat er geregeld. Dat was fijn, maar ik denk dat het toch best een zorgelijke tijd was, eind jaren 80 toen we beiden op Haarweg 13 woonden. Voor Pauline, die op de afdeling niet altijd aansluiting vond, en ook voor mij, omdat ik me zorgen maakte over hoe ik een baan kon vinden. Het is met ons, denk ik, uiteindelijk wel goed gekomen.

Een paar foto’s van mijn wandeling vanmorgen en van deze memory trip: het sprookjesfeest (ik als elfje), een trucfoto en een fietstochtje naar Kröller-Müller.

De wereld na Gaza

Leestijd: 3 minuten

In ‘De wereld na Gaza’ toont de Indiase intellectueel Pankaj Mishra een ander perspectief op Gaza. Het is een rijk boek waar ik denk ik veel uit heb gehaald. Ik las het half november in een week uit. En ik was onder de indruk. Het boek heeft mijn begrip van Gaza en de wereldwijde reacties verruimd.

Pankaj Mishra laat zien in zijn boek hoe de Shoah wordt gebruikt om het beleid van Israël te rechtvaardigen. De Holocaust was lang vooral het morele ijkpunt in het Westen, maar dat geldt niet voor de niet-westerse wereld. Daar is dekolonisatie het belangrijkste referentiekader.

Maar alles ligt genuanceerder en het boek is ook een onderzoek. Wat als je Gaza vanuit beide perspectieven beschouwt? Dat is de inzet van zijn eind 2024 verschenen boek: ‘De wereld na Gaza’.

Het boek neemt de oorlog in het Midden-Oosten als uitgangspunt om de twee verhalen over de geschiedenis naast elkaar te zetten. Aan de ene kant het westerse verhaal over de overwinning op nazisme. En tegelijk ook het failliet van het communisme en de verspreiding van liberaal kapitalisme. Aan de andere kant is er de visie op dekolonisatie en racisme.

Arendt

Beide perspectieven zijn aldus Mishra noodzakelijk om de verschillende reacties op de oorlog in het Midden-Oosten te begrijpen. In een interview in NRC zegt hij: “Er is een lange geschiedenis van genocidaal racisme en geweld in Azië en Afrika, uitgevoerd door westerse mogendheden. Dekolonisatie laat mensen de gebeurtenissen in Gaza begrijpen als onderdeel daarvan. Een groot deel van de niet-westerse wereld ziet Israël als kolonisator van Palestijns gebied, waarbij de Palestijnse vrijheidsstrijd in het licht van de dekolonisatie gezien wordt.”

Mishra bespreekt de lessen die denkers en schrijvers zoals Primo Levi, Hannah Arendt en Jean Améry uit de Shoah trokken. Hij onderzoekt hoe de Holocaust in populaire romans en Hollywoodfilms samenviel met het Israëlische nationalistische standpunt. Maar in de niet-westerse wereld past de Holocaust in een genocidale traditie vanuit de westerse wereld, niet zo uniek en losstaand gewelddadig als het Westen het beschouwt.

Mishra beschrijft ook zijn persoonlijke ontwikkeling, van een fascinatie voor Israëlische helden tot een kanteling nadat hij in 2008 de Westelijke Jordaanoever bezocht en de situatie van Palestijnen onder Israëlische bezetting zag.

Waakzaam

Verwarrend vind ik dan weer wel dat bijvoorbeeld India’s regering aan de zijde van Israël staat. Terwijl India een van die gedekoloniseerde landen is die je in lijn met de analyse van Mishra aan de kant van de Palestijnen zou verwachten. In die zin is de reactie van Zuid-Afrika, dat een zaak aanspande bij het Internationaal Gerechtshof, meer in lijn met het ‘Mondiale Zuiden’.

In de bespreking van NRC wordt de kritiek op Mishra geuit dat hij te veel zou leunen op Joodse en Westerse auteurs. Maar zelf zegt hij daarover dat hij bewust koos voor Arendt, Levi en Améry om ‘het beklemmende gevoel van ongerechtigheid dat ik voelde te verzachten’. “Ik zocht geruststelling bij mensen die zelf, in hun broze lichamen, de monsterlijke terreur hadden gekend … en die besloten hadden permanent waakzaam te zijn tegen de misvorming van de betekenis van de Shoah …” Juist deze auteurs helpen hem om een genuanceerd begrip van de Shoah-betekenis te krijgen, weg van louter nationalistische of exclusieve interpretaties.

Anti-joods

Levi bijvoorbeeld was woedend over hoe Menachem Begin, premier in Israël rond 1980, de Shoah politiek uitbuitte. Veel overlevenden van de Holocaust gingen in de jaren 70, en eerder of later, in het licht van de bezetting sowieso hun zionisme heroverwegen. En naarmate Israël langer Palestijns gebied bezette en haar manipulatieve mythologie creëerde, gingen ze zich meer zorgen maken over de perceptie van joden in de wereld.

Al in 2006 constateerde Tony Judt echter al dat Israëls ‘lang gecultiveerde vervolgingswaanzin niet langer sympathie (opwekt)’. “Israëls roekeloze gedrag en de hardnekkige kwalificatie van alle kritiek als antisemitisch, is nu de belangrijkste bron van anti-joods sentiment in West-Europa en een groot deel van Azië.”

Somber

Mishra schrijft dat de bloedbaden in Israël op 7 oktober 2023 door Hamas bij veel joden de angst voor collectieve uitroeiing hebben aangewakkerd, maar dat het direct duidelijk was dat Netanyahu’s regering dat gevoel van verlies en ontzetting zou uitbuiten.

In zijn epiloog is Pankaj Mishra somber. Hij ziet de wereld na Gaza meer dan ooit als een wereld van tegenstelling, een morele kloof die waarschijnlijk alleen maar dieper wordt. Hij ziet ook dat ‘een steeds grotere groep jonge westerse en niet-westerse mensen met de beschuldiging (komt) dat Israël een hardvochtig koloniaal en Joods-suprematistisch regime is, gesteund door extreemrechtse westerse politici en meeliftende liberalen.’

Over Heerschappij van Tom Holland

Leestijd: 4 minuten

In Heerschappij onderzoekt de Britse historicus Tom Holland hoe het christendom diepe invloed heeft gehad op de westerse beschaving. Ik heb het boek dit weekend uitgelezen. Een boeiende leeservaring waar ik iets meer over wil vertellen. Wat raakte me en wat staat er eigenlijk in het boek?

Die invloed van het christendom was niet alleen binnenskerks, maar drong ook door in onze moraal, politiek, recht, sociale structuren en mensbeeld. Vele van onze ‘universele waarden’, zoals menselijke waardigheid, mensenrechten, mededogen, vrijheid en gelijkheid, zijn geworteld in het christelijke wereldbeeld.

Dat raakt niet alleen ‘het westen’. Kijk bijvoorbeeld naar het hindoeïsme in India. Voor de Britten er kwamen bestond daar geen begrip voor ‘religie’ zoals wij dat kennen, een innerlijk geloofssysteem dat gescheiden is van het seculiere domein van politiek, recht en cultuur. Hindoes waren mensen die oostelijk van de Indus-rivier leefden. Ze deelden rituelen, tradities, tempels en godsbeelden.  

Ik was zo’n dertig jaar geleden in het land en reisde per bus naar of van Delhi. Ik weet nog dat ik in die bus in gesprek raakte met iemand die me vroeg wat ik geloofde. Want, veronderstelde die persoon, het kon toch niet zijn dat je niets geloofde. Je moest toch ideeën hebben over de oorsprong en de zin van alles. Ik zei dat ik christelijk was, maar het voelde of ik niet helemaal eerlijk was. Want, dacht ik, een geloof heb ik niet. Nu weet ik het niet meer zo, na lezing van dit boek.

Hoe dan ook, schrijft Holland, de Britten wilden India begrijpen met de categorieën die zij kenden. Wat geloven deze mensen, vroegen ze zich af. Hoe is hun geloof? Ze bedachten ook het woord hindoeïsme om hun ‘religie’ aan te duiden.

Holland wil aantonen dat de westerse, christelijk gevormde manier van denken zo dominant is geworden dat zelfs mensen buiten het christendom (zoals hindoes) zichzelf zijn gaan begrijpen via die lens. Zoiets is ook bij andere ‘geloofssystemen’ gebeurd.

Slavenmoraal

Nietzsche komt het toneel op in het derde deel van zijn boek, als het over ‘de moderniteit’ gaat, vanaf de 18e eeuw. Daarvoor gaat het over oudheid en middeleeuwen. De oudheid waarin christendom ontstond, was een tijd waarin slavernij vanzelfsprekend was, zwakte werd veracht en er weinig ruimte was voor medelijden met kwetsbaren. De boodschap van het christendom ging daar tegenin. Het ging over een God die gekruisigd werd – typerend voor slaven en een symbool van vernedering en zwakte. Maar die juist triomfeerde in die vernedering. Liefde voor je naasten en zorg voor armen werden morele idealen.

Met de opkomst van het christendom als dominante religie werden de christelijke waarden diep verweven met recht, politiek en cultuur. Zelfs waar de Kerk macht misbruikte of faalde in haar eigen idealen, bleven die waarden bepalend.

In het derde deel laat Holland zien dat ook humanisme, atheïsme, liberalisme, feminisme, en sociale rechtvaardigheid gerelateerd zijn aan christelijke noties van gelijkheid, individuele waarde en morele plicht om het lijden van anderen te verlichten. En dat allerlei culturele uitingen, zoals die van de Beatles (All you need is love, Imagine) of Tolkien (In de ban van de ring), op vergelijkbare waarden zijn gebaseerd. Ook Voltaire en zelfs Nietzsche, die de Kerk fel afwezen, dachten vanuit dezelfde morele basis. En ook bij Live Aid of Black Lives Matter is dat er volgens Holland.

Hij vertelt over Friedrich Nietzsche die zich keerde tegen de ‘slavenmoraal’ van het christendom: de verheffing van zwakte boven kracht en de triomf van het lijden. Nietzsche bewonderde juist de kracht van Grieken en Romeinen. Maar volgens Holland kon Nietzsche zich alleen zo tegen het christendom keren omdat hij er zelf diep door gevormd was. Zijn uitroep dat God dood is, was niet zozeer triomfantelijk als tragisch.

Ik weet niet of Holland Nietzsche helemaal recht doet. Nietzsche had duidelijk zijn twijfels over het geloof in God. Dat geloof deed er volgens hem niet meer zoveel toe in de moderne tijd. Bovendien stelt hij denk ik dat het christendom met haar slavenmoraal en alles een verloochening is van onze instincten, kracht en passie.

Het geloof is volgens Nietzsche een vlucht uit de werkelijkheid en een ontkenning van het leven. We moeten onszelf en onze waarden herscheppen.

Privésfeer

Wat me wel duidelijk is geworden uit het boek van Tom Holland is dat het christendom en haar waarden heel diep in onze samenleving zitten. En dat ik dat voorzover het mensen en minderheden bevrijdt, emancipeert of verheft, niet heel erg betreur. Dat zegt misschien iets over de manier waarop ik zelf christelijke waarden heb geïnternaliseerd.

Dat daar verschillen in kunnen zitten blijkt wel uit dat felle tegenstanders zich vaak verschillend op dezelfde christelijke waarden beroepen. Zo kun je vanuit christelijke waarden tegen abortus zijn of juist vanuit christelijke waarden vinden dat omwille van barmhartigheid en compassie met de situatie van vrouwen abortus toegestaan moet worden.

Boeiend om daarover na te denken. Wat is universeel, hoe denk ik eigenlijk en waar komt dat vandaan? Ben ik ergens misschien toch nog wel religieus?

Ook interessant is wat geloof nu wordt gezien en hoe het vroeger was, voordat er een scheiding tussen een religieus en een seculier domein was. En hoe persoonlijk geloof was of is. Vroeger hadden hooguit de vertegenwoordigers van God op aarde – priesters, monniken, pausen – een directe band met God. Zij begrepen hem en vertelden mensen wat de waarheid was en wat het betekende om te geloven.

Dat veranderde met de Verlichting en helemaal later, in de 20e eeuw. Geloof kwam meer in de privésfeer. Wat je geloofde, bepaalde je zelf. Bovendien kon iedereen een band met God hebben, een persoonlijke zingeving.

Relativeren

Misschien is dat in de islam, jodendom of elders anders. Islam is ook volgens Holland nog steeds een meer allesomvattend systeem waarin geloof, politiek, wetgeving, cultuur en ritueel met elkaar verweven zijn. Ongeveer zoals het jodendom in de oudheid of het hindoeïstische India vóór kolonisatie. Maar in veel islamitische staten, zoals Turkije bijvoorbeeld, is er steeds meer een seculier-religieuze scheiding. Waarschijnlijk onder invloed van de westerse wereld.

Dat geldt ook voor het jodendom dat aanvankelijk net zo een systeem was dat tradities, wetten, voedsel, huwelijk, taal en ook land omvatte. Voor orthodoxe joden is dat systeem misschien nog even sterk als ooit.

Is boeddhisme een religie, of confucianisme? Of zijn dat vooral ethische systemen zonder God? Of projecteren we opnieuw onze westerse blik op deze fenomenen? Bij Confucianisme gaat het niet om een persoonlijke god of om verlossing, maar om respect, hiërarchie, familie, plicht en sociale harmonie; deugd in het sociale leven.

De westerse opvatting van religie houdt tegenwoordig in dat geloof los van politiek en cultuur staat,  dat het vooral een innerlijk proces is, persoonlijk, en dat er een stichter en heilig boek moet zijn. Dat gaat lang niet altijd op. Holland’s boek heeft er misschien voor gezorgd dat ik dat soort dingen beter kan begrijpen en dat ik een anti-christelijke houding kan relativeren.

Tien uur schrijven naar Maryia en anderen

Leestijd: 3 minuten

Halverwege de Schrijf-je-Vrij-dag was er live-verbinding vanuit Brussel met Tatsiana, de zus van de Wit-Russische Maryia Kalesnikava. Maryia is een van de negen mensen naar wie we vandaag schrijven.

Maryia (42) is musicus. Ze protesteerde tegen de gemanipuleerde presidentsverkiezingen in 2020 in haar land. Mede-activisten werden het land uitgezet en dat wilden ze met haar ook doen, maar ze verscheurde haar paspoort in protest tegen de verbanning. Ze werd veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf. Na vier jaar gevangenis is ze veel afgevallen en zou ze nog maar 45 kilo wegen. Ze mag geen boeken lezen, kreeg eenzame opsluiting en moest in 2022 geopereerd worden. Haar cipiers zouden haar vertellen dat buiten de gevangenis niemand aan haar denkt en dat mensen haar allang vergeten zijn.

Moed

Ze lijkt me een hele sterke vrouw. Ik heb diepe bewondering voor haar, voor hoe ze moed houdt, hoe ze haar hoofd vult met muziek, hoe ze vanuit de gevangenis contact blijft zoeken hoewel haar brieven steeds worden geconfisqueerd. Moed waarvan ik me niet voor kan stellen dat ik die in zo’n situatie zou kunnen opbrengen.

Ik hoop dat ze snel vrij komt en teken een vlinder en een paar muzieknoten op de kaart die naar haar gaat. De tekst moet in het Russisch, want anders komt die niet aan. Er is vandaag een Oekraïense vrouw in de koepel aanwezig die je helpt jouw tekst om te zetten.

Omhelzing

We schrijven ook naar de minister van Buitenlandse zaken van Belarus. “I urgently request that all necessary measures are taken to protect Maryia from torture and other ill-treatment. Maryia’s unjust conviction should be overturned, and her name should be removed from the government’s list of individuals involved in ‘terrorist activities’.”

Tatsiana vertelt hoe moeilijk het was dat ze heel lang niets van Maryia hoorde, maar dat er onlangs gelukkig wel contact was. Waarschijnlijk vanwege de internationale aandacht voor Maryia’s lot. Tatsiana is ook heel blij met onze actie. “En als Maryia vrijkomt, geef ik ze eerst een enorm stevige omhelzing”, zegt ze.

Terugverlangen

Eerder vandaag, rond 9 uur, kwamen we aan in de koepelgevangenis in Arnhem. Zo’n 250 mensen die gaan schrijven vanuit het hele land. We kregen een gevangennummer, er werd een mugshot gemaakt en trokken gele T-shirts aan. Ik had mijn nagels gelakt in diezelfde gele kleur 😊.

Aan lange tafels zochten we het voor ons gereserveerde plekje. Daar zitten we de meeste tijd. Vanaf het podium houden ze ons bij over het aantal geschreven brieven en kaarten, worden er aankondigingen gedaan en andere boodschappen doorgegeven. Ook videoboodschappen vanuit Saudi-Arabië, Argentinië of elders. 

Tegenover me zit Joke, beeldend kunstenaar, naast me Kim, Astrid en Marieke. Dat zijn deels ook de mensen met wie ik later de cel deel. Ik zie hoe Joke en Marieke prachtige tekeningen maken voor de mensen naar wie ze schrijven. Natuurtaferelen of andere toepasselijke beelden. Marieke tekent een paar roodgestifte lippen op de kaart naar Maryia.

We worden gelucht, we eten uit de ‘zwarte bak’, we zitten in de cel waar het gelukkig iets warmer is dan in de grote binnenruimte van de koepelgevangenis. Later zitten we weer aan de lange tafels daar, maar je zou nog gaan terugverlangen naar de (warme) cel. De klok op het podium tikt door. Langzaam loopt het aantal uren dat we nog opgesloten zitten, terug. Eigenlijk gaat dat best traag, tien uur blijkt lang.

Prijskaartjes

En heeft het zin, vraag je je af. Komen de brieven en kaarten wel aan, worden ze gelezen, verandert er iets voor de mensen die we schrijven of over wie we schrijven? Voor Maryia bijvoorbeeld?

Ik denk aan Aleksandra Skotsjilenko die in 2022 veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van 10 jaar omdat ze in de supermarkt in Sint Petersburg vijf prijskaartjes had vervangen door briefjes met kritiek op de Russische invasie van Oekraïne. Ze is in augustus 2024 vrijgekomen bij een gevangenenruil en woont nu in Keulen. Aandacht van Amnesty voor haar lot heeft zeker geholpen.

Er zijn nog meer succesverhalen, maar ook al is er geen direct gevolg, dan hoop je dat als de ogen van de internationale gemeenschap op je gericht zijn, overheden menselijker zullen zijn naar de gevangenen en anderen die ze onrecht aandoen.

De keerzijde van de voedselproductie

Leestijd: 9 minuten

Als je over de mondiale voedselproductie praat, gaat het niet alleen over kilo’s en cijfers, over import en export, over zuivel, tomaten, vlees of cacao. Ik had me voor een artikel verdiept in dit onderwerp, maar ik kon lang niet alles kwijt in dat artikel. De wereldwijde voedselproductie is een complex geheel, de rol van Nederland is niet alleen maar een succesverhaal en de roep om zaken anders aan te pakken, wordt luider.

Een gesprek over het mondiale voedsel moet ook gaan over honger, de veranderende voedselvraag en de ongelijke verdeling van voedsel. Zo zijn er nu naar schatting 3 miljard mensen die geen toegang tot goed voedsel hebben en tegelijkertijd 2 miljard mensen met voedselgerelateerde ziekten zoals obesitas. Ik denk ook aan Gaza, waar mensen uitgehongerd worden. Of de klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, degradatie van bodems en waterschaarste; allemaal zaken die voedselproductie kunnen bedreigen.

Het gaat bijvoorbeeld over een toekomst waarbij arbeidsmigranten in de oogst kunnen worden vervangen door robots en de warmte in kassen van geothermie komt. Of ontwikkelingen die al gaande zijn, zoals dat er kritischer wordt gekeken naar afzet op verre landen en er voorkeur groeit voor kortere ketens. Of dat supermarkten zich sinds corona meer richten op bezorgservice.

Het gaat verder over geopolitieke ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne. En wat dat betekent voor de voedselhandel. Komt er met Trump een handelsconflict met China en wat betekent dat voor de EU? Het gaat daar allemaal over, maar ik kijk hier vooral ook naar de Nederlandse bijdrage aan de wereldhandel.

Wereldhandel

Nederland importeert veel en exporteert nog meer. In 2022 was volgens CBS de exportwaarde aan landbouwgoederen 122,3 miljard euro (inclusief sierteelt, landbouwtechniek en kunstmest) en import, 88,2 miljard euro. Daarmee is Nederland een van de grootste exporteurs van voedingsproducten. Dat roept de sector trots, maar misschien kun je beter stellen dat we een van de grootste doorvoerlanden ter wereld zijn, bijvoorbeeld dankzij de haven van Rotterdam. Veel van onze dagelijkse voeding komt van ver.

De binnenlandse situatie, met een intensieve landbouw op een beperkt oppervlak, is gegroeid nadat de Nederlandse voedingsproductie na de Tweede Wereldoorlog veranderde. Met specialisatie, schaalvergroting en subsidies wilde de overheid (Mansholt) voor voedselgarantie zorgen. Mansholt kreeg later spijt van het beleid waarvan hij de bedenker was, want het leidde ook tot bio-industrie, mestoverschotten, stikstofuitstoot en concurrentievervalsing.

Nu produceren boeren en tuinders niet alleen voor de nationale consumptie, maar ook voor de wereldmarkt. Volgens emeritus hoogleraar landbouwsociologie Jan Douwe van der Ploeg wordt wereldwijd het grootste deel van het voedsel nog wel geconsumeerd in het land waar het geproduceerd wordt. Maar als er inderdaad 15 procent van de totale wereldvoedselproductie wel een nationale grens passeert, is dat nog steeds enorm veel.

In grote lijnen kun je stellen dat basisvoedsel zoals tarwe, rijst, aardappelen of gierst vooral regionaal wordt geproduceerd. Basisvoedsel betreft de dominante voedingsmiddelen in een cultuur. Je kunt dat voor ons land ook breder zien en denken aan typisch Nederlandse groenten en fruit (koolsoorten, bietjes, prei, ui en appels). Aardappelen produceren we ruim voldoende, maar in Nederland moeten we bijvoorbeeld toch tarwe importeren omdat het grootste deel van de Nederlandse tarweproductie een te laag eiwitgehalte heeft en als veevoer wordt gebruikt.  

Import gaat hier dan met name over gewassen zoals veevoer (mais en soja), tropische vruchten en producten zoals koffie, thee, cacao en suiker. Voor een groot deel daarvan is geen lokale vervanging mogelijk. De productie is daar waar dit het beste kan; waar het land het meeste opbrengt tegen de laagste kosten.

De wereldhandel in voedsel geeft ons dus beschikking over veel voedingsproducten die hier niet worden geproduceerd of kunnen worden geproduceerd. Landen kunnen zich specialiseren op teelten die er het meest geschikt zijn vanwege bijvoorbeeld klimaat en bodem. In theorie zorgt wereldhandel ervoor dat ook in  landen waar voedselproductie lastig is, er vers en betaalbaar voedsel beschikbaar is.

Scheef

Veel dingen zitten echter scheef in de voedselproductie, en dan bedoel ik niet dat dieren in de veehouderij meestal een kort en zeker geen fijn leven hebben. Geen fijn onderdeel van de voedingsindustrie. Denk ook aan de uitgebuite loonarbeiders in de oogst, arbeidsmigranten die het zware werk verrichten, de grote uitstoot aan broeikasgassen (CO2 en methaan) of landen waar soms door misoogsten, ziekten of klimaatverandering kleine boeren met honderden tot opgave worden gedwongen. Grote multinationals winnen blijkbaar altijd.  

Die wereldmarkt ‘leidt tot extremen’, aldus Van der Ploeg. Prijzen zijn soms zo laag dat ze niet opwegen tegen de productiekosten. En soms zijn bepaalde voedselproducten in ontwikkelingslanden te duur voor de lokale consumenten. Dan zie je dat arme productiegebieden worden verbonden met rijke consumptiecentra, schrijft hij. “Zo stromen asperges uit Peru, boontjes uit Kenia, kippenbouten uit Thailand, rundvlees uit Argentinië, varkensvlees uit Brazilië, kerstkonijnen uit China, bestanddelen voor melk uit de Oekraïne en bloemen uit Colombia naar de Europese markten. Er worden steeds grotere afstanden in tijd en ruimte overbrugd.”

Scheef? Kijk dan vooral toch ook naar de vleesindustrie in ons land. Behalve de varkens telt Nederland bijna 100 miljoen kippen, 3,8 miljoen runderen en 1,6 miljoen melkkoeien (in 2022). Jaarlijks worden er in Nederland zo’n 450 miljoen dieren geslacht. Nederland wordt wel de slager van Europa genoemd. Er zijn vooral in het zuiden van het land tientallen slachterijen. De situatie met het oog op voedselveiligheid en dierwelzijn was daar niet best, constateerde de Nederlandse Voedsel- en WarenAutoriteit een paar jaar geleden. Daar proberen ze nu wel iets aan te doen, maar wat mij betreft zou de vleesproductie in Nederland echt radicaal mogen krimpen.

Ons land produceert van verschillende producten dus veel meer dan we zelf gebruiken (zoals tomaten, zuivel of ja, kalfsvlees) en van andere producten weinig of niets. We leggen voor de productie in ons land ook beslag op veel grond buiten onze grens, bijvoorbeeld voor hout en veevoer.

En zoals ik al schreef zijn we een doorvoerland. Een deel van het voedsel dat binnenkomt wordt dan hier bewerkt of verwerkt. Verschil zit erin dat bewerking gaat over omzetten van grondstoffen naar eetbaar voedsel en verwerking gaat bijvoorbeeld over toevoegen van conserveringsmiddelen of het pasteuriseren van melk. Zoals productie plaatsvindt waar dat het beste kan, geldt dat ook voor de verwerking. Het gebeurt bij voorkeur waar bedrijven de beste kansen en mogelijkheden hebben, bijvoorbeeld vanwege aanwezige kennis, locatie of het vestigingsklimaat voor bedrijven. 

De voedingsindustrie in ons land verwerkt geïmporteerde grondstoffen en voedselproducten en exporteert bijvoorbeeld chocolade, bier of kaas. Met andere woorden: in Nederland gevestigde voedingsbedrijven voegen waarde toe. Levensmiddelen gaan vervolgens naar meer dan 170 landen in de wereld.

We exporteren en importeren het meest naar onze buurlanden. Duitsland, België, Frankrijk en ook het Verenigd Koninkrijk, ondanks de Brexit op 31 januari 2020. En verder is er veel import vanuit Italië (bijvoorbeeld kaas, pasta, vlees, olijfolie en wijn) en Spanje (groenten, fruit en ook olijfolie en wijn). Export naar Italië bijvoorbeeld betreft zuivelproducten, groenten, fruit en ook weer vlees. 

Sommige producten reizen verder. Ze komen of gaan per boot, trein, vrachtwagen of vliegtuig naar landen buiten de EU, zoals de VS of China. Er gaan niet alleen voedselproducten, maar bijvoorbeeld ook veel bloemen en planten naar de VS. Die bloemenproductie is vanwege een overmaat aan pesticiden om ziekten en plagen buiten de deur te houden een van de meest vervuilende takken van de Nederlandse landbouw.

Handelsakkoorden

Die handel, zeker buiten de EU, gebeurt niet zomaar zoals je iets koopt op de markt; er is nationaal en internationaal regulering. Er zijn wetten, regelgeving en internationale overeenkomsten. Zo gaat de European Food Safety Authority (EFSA) in de Europese Unie over voedselveiligheid. Met normen voor de te importeren voedselproducten. In Nederland hebben we de Voedsel- en Warenautoriteit en is er bijvoorbeeld de Wet oneerlijke handelspraktijken (OHP) in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen. Die wet, die op 1 november 2021 in werking is getreden, beoogt de onderhandelingspositie van boeren, tuinders en vissers tegenover grote marktpartijen te versterken.

Er zijn afspraken gemaakt over certificering, inspectie, etikettering en tracering. Wat dat laatste betreft, is er op dit moment (2024) veel ontwikkeling. Zo wordt in de Europese Unie de invoer van producten die bijdragen aan ontbossing verboden.

Binnen de Europese Unie is het makkelijker om handel te drijven omdat de EU een interne markt heeft gecreëerd, zonder tariefbelemmeringen. Er is binnen de EU ook een gemeenschappelijke voedselwetgeving, die bijvoorbeeld over voedselveiligheid en traceerbaarheid gaat.

Om handel met andere landen te vergemakkelijken worden geregeld handelsakkoorden afgesloten, vaak gecoördineerd door de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Daarin staan afspraken voor de handel in voedsel. Zo is er CETA (EU met Canada) en het handels- en samenwerkingsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk. Landen in Amerika kennen Mercosur, binnen WTO, en in Azië bestaat de ASEAN-overeenkomst, buiten WTO. Of ook USMCA, tussen VS, Mexico en Canada.

Dergelijke handelsakkoorden bepalen dan de voorwaarden voor handel in voedselproducten tussen landen. Het gaat over tarieven en allerlei maatregelen om ziektes buiten te houden. Dat zijn zogenaamde sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS), maatregelen die bijvoorbeeld gaan over voedselveiligheidsnormen, inspectieprocedures, quarantainemaatregelen en veterinaire certificering.

Keerzijde

Het is al gesteld, maar de wereldhandel die zorgt dat je hier in de supermarkten voedselproducten uit de hele wereld kunt kopen, wijn uit Argentinië of kiwi’s uit Nieuw-Zeeland, heeft een keerzijde.

Vroeger waren er de slaafgemaakten die op plantages in de koloniën werkten. Nu kun je bijvoorbeeld denken aan de ecologische gevolgen vanwege het transport (in schepen, vrachtwagens of vliegtuigen), bederf onderweg, de afhankelijkheid van waardenschommelingen door oorlog, corona, Brexit of een handelsconflict. Onze veevoervraag leidt tot ontbossing in Brazilië. En lang niet alle landen profiteren in gelijke mate van de wereldwijde handel. Ze zijn soms heel kwetsbaar voor prijsschommelingen op de wereldmarkt. Het is ook niet goed voor initiatieven om duurzamer te produceren. Boeren met bulkproducten zijn immers overgeleverd aan de internationale markt en kunnen zich lokaal vaak nauwelijks onderscheiden.

Er kunnen dus veel dingen veel beter. Een van de punten die gezien de wereldwijde handel nog beter kan in de voedingsindustrie, naast verminderen voedselverspilling, meer plantaardige voeding en duurzamere productiemethoden met minder chemische bestrijding en kunstmest, is de transparantie en traceerbaarheid. En kennis daarover. Opdat consumenten betrouwbare informatie hebben over herkomst, productiemethoden en kwaliteit. Dat dwingt ook tot betere productiemethoden.

Een ander punt is dat bepaalde kosten (energie, grondstoffen, milieubelasting) beter doorberekend kunnen worden in de kostprijs. En dat consumenten beter voorgelicht kunnen worden over ‘het voedingscircus’ (term van Meino Smit). Met de lengte van mondiale ketens groeit de kloof tussen producenten en consumenten.

Van der Ploeg pleit voor meer boerenlandbouw. Dat is landbouw die gebaseerd is op eigen hulpmiddelen zoals grond, arbeid, dieren, voer, water, kennis en lokale afzetmarkten. Dus niet afhankelijk van verafgelegen grond en markten. Je ziet volgens hem hier en daar al een terugkomst van deze vorm van landbouw.

Als consument kun je veel doen. Kies voor producten die lokaal zijn geteeld. Koop seizoensproducten. Let op duurzaamheidskeurmerken. Koop alleen wat je nodig hebt en verminder voedselverspilling. Eet minder dierlijke producten. Steun de kleinschalige landbouw, regeneratieve landbouw of wat Van der Ploeg boerenlandbouw noemt, landbouwmethoden die meer oog heb voor een verantwoorde productiewijze. Verminder verpakkingsafval en zorg voor minder water- en energieverbruik in de keuken. Steun initiatieven voor eerlijke handel, dus waarbij boeren een beter inkomen wordt gegarandeerd. En ten slotte: lees en informeer jezelf zodat je bewuste keuzes kunt maken in voedsel.

Bronnen: Barbara Baarsma (Nederland voedselparadijs, 2022), Meino Smit (Naar een duurzame landbouw in 2040, 2022), Louise Fresco (Ons voedsel, 2023 en Hamburgers in het paradijs, 2013) en Robert Bridgeman (Stoppen met vlees, 2018). Het Wageningen Economic Research Rapport 2023. Interview met Jan Douwe van der Ploeg in De Gelderlander (21 december 2023), artikel in de Groene Amsterdammer van Mitchell van de Klundert en Frank Mulder (2017), publicatie van Planbureau voor de Leefomgeving over de landvoetafdruk.

Nog iets over multinationals

Multinationale bedrijven (Cargill, Bunge, Dreyfus en ADM, Archer Daniels Midland) bepalen eigenlijk wat er in de voedingsindustrie gebeurt. Deze vier handelshuizen beheersen vaak meerdere stappen in de toeleveringsketen, van landbouw en productie tot distributie en detailhandel. Daardoor kunnen ze kosten verlagen en hun greep op de markt versterken. In een voedselsysteem dat op efficiency is gebouwd, komen zij als vanzelf bovendrijven.

Hun gezamenlijke jaaromzet loopt volgens Mitchell van de Klundert en Frank Mulder (artikel in de Groene Amsterdammer) in 2017 tot wel 250 miljard euro, meer dan sommige landen. Volgens de beide onderzoekers zitten ze nu voor een groot deel in de VS, maar staat de wieg van die voedselreuzen in Nederland, in de 19e eeuw. Toen begonnen ze met overslaginstallaties voor graan langs de spoorlijnen. Vroeger waren er meer handelshuizen, maar nu zijn het met name deze vier. En verder bijvoorbeeld in Azië traders die zich steeds meer manifesteren.

De in 1602 in Nederland opgerichte VOC, die bedoeld was om de specerijhandel op te pakken, zou je als de eerste multinational kunnen zien.

De huidige mulltinationals leveren bijvoorbeeld zaden, kunstmest, landbouwkundig advies, verzekeringen tegen misoogsten en ze zijn vaak ook de afnemers en de verwerkers van de gewassen. Zij hebben een groot netwerk over de hele wereld, concurreren vooral met elkaar, hebben veel kennis over prijzen, verwachtingen en behoeften wereldwijd en bepalen zo voor een groot deel de wereldhandel in voedselproducten.

Cacao bijvoorbeeld. Wil Nestlé of Verkade cacaoboter, dan nemen ze contact op met Cargill of een concurrent. Vervolgens gaat er bericht naar leveranciers in West-Afrika. Bijvoorbeeld exporteurs of coöperaties. Voordat het naar de chocolademakers gaat, verwerkt Cargill de cacaoboter in haar fabrieken.

Zoiets gebeurt ook met veevoer. De multinationals leveren geen maiskolven aan de vleesindustrie, maar verkoopt deze gemalen, als veevoer. Ze controleren ook het grootste deel van de Braziliaanse sojaproductie. Maar hun activiteiten spelen zich in groeiende mate op de financiële markten af. Vanuit de zorg om met schommelende voedselprijzen risico’s te verkleinen en op het juiste moment een deal te sluiten. Speculatie op die financiële markt kan voedselprijzen opdrijven, zoals bijvoorbeeld ook in 2007 gebeurde. Vooral ontwikkelingslanden merkten dat.

Kortom, de boeren met hun vee en voedselproductie, of de coöperaties waarin boeren deelnemen, vormen de eerste stap. Hun producten gaan via transport en handelaren naar de grote handelshuizen en in de volgende stap komt dit bij groothandels, bij de fabrikanten van de voedingsmiddelen (die grondstoffen omzetten in ontbijtgranen of zuivelproducten) en de supermarkten.

En ten slotte bij de consument. De consument die rechtstreeks bij de boer koopt, is een uitzondering. De handelshuizen bepalen met hun in- en verkoop op grote schaal de sojaproductie en de beschikbaarheid van goedkoop veevoer in Nederland. Zij zitten zo eigenlijk achter de bio-industrie en het goedkope bulkvlees in de supermarkt. Maar ze blijven erg onder de radar. Weinig consumenten weten van hun bestaan, laat staan wat ze doen.

De machtsconcentratie is risicovol. Voor deze handelshuizen is het aldus Mulder en Van de Klundert gunstig als we zo veel mogelijk met voedsel over de wereld slepen. En als boeren massaal overstappen op een geïndustrialiseerde vorm van landbouw. Maar is dat goed voor de ongelijke verdeling van voedsel op de wereld, milieu en klimaat?

Crecer como trans en un barrio popular madrileño

Leestijd: 3 minuten

“Desde hace algún tiempo, hay muchos libros sobre personas trans, libros que reducen nuestra existencia a algo específico que debe ser analizado y examinado, como si no fuera parte de la vida misma”. Esto dice Alana S. Portero, autora de ‘La mala costumbre’. Su libro, traducido del español y disponible en librerías desde enero de 2024, aborda el tema de una manera diferente. Portero describe la vida misma. O más preciso: describe una vida trans en el Madrid de los años 80 del siglo pasado. “¿Quién no se hace mil preguntas mientras crece, quién no tiene miedo a veces, quién no sufre a veces por amor?”

(Dit is de vertaling van een boekbespreking die ik heb geschreven voor Transgender Netwerk over Slechte gewoontes van Alana S. Portero.
Het boek is vanuit het Spaans vertaald door Annet van der Heijden en Alyssia Sebes.
Bij Transgender Netwerk kun je de Nederlandse tekst lezen.)

Alana, la protagonista del libro, intenta comprender la vida en San Blas, el barrio popular madrileño donde crece. Aprende lecciones de las mujeres que conoce allí, personalidades que Portero retrata en breves capítulos. Cada capítulo se puede leer como una historia corta y completa. Sobre Margarita, una vecina que es trans y a la que Alana admira. Sobre Peluca, la “bruja” al final de la calle, a quien todos temen, pero que con su maquillaje tembloroso le recuerda a las sesiones secretas de maquillaje (de Alanan) en el baño de casa de la abuela. Y sobre Eugenia, una prostituta a la que llega a considerar como una madre.

Movida Madrileña

Madrid entonces tenía un ambiente diferente. Poco después de la muerte del dictador Franco, hubo grandes cambios políticos y sociales en España. La llamada Movida Madrileña fue un tiempo de libertad, creatividad y rebeldía, alejado de la represión y el conservadurismo de antes. Esto se reflejaba en la música, el arte y también en las películas de Pedro Almodóvar, por ejemplo. Del mundialmente famoso director, hay una cita en la traducción al neerlandés y, entretanto, también ha adquirido los derechos cinematográficos del libro de Portero.

Alana ve fotos en la pared del bar de Antonio, un lugar de encuentro para la comunidad queer en Madrid, de sus seres queridos fallecidos por el sida. Le impresiona. El mismo Antonio intenta proteger a la nueva generación queer de la enfermedad con condones gratuitos. Esta nueva generación es relativamente feliz, si se tiene en cuenta la represión LGBTQ bajo Franco, señala Portero: “Muchos años después entendí que, por limitada y a veces oscura que fuera nuestra juventud como personas queer, disfrutábamos de cierta libertad de movimiento que la generación de Antonio, a quien entonces calculé que tenía unos cuarenta años, nunca había conocido.”

La protagonista Alana se descubre a sí misma en esta novela de crecimiento contra ese telón de fondo: Madrid en los años 80, la clase social en la que se mueve y las personas que pueblan su vida. Se moldea frente a ese trasfondo. Conoces a Alana en su relación con las personas de su entorno.

No juzgues demasiado rápido

Intenta entender el mundo sin juzgar precipitadamente. No es fácil, porque en el círculo social en el que vive, todos tienen opiniones rápidas. Sin duda, esa es también la explicación del título: La mala costumbre. Como dice Portero: “Tenemos la mala costumbre de juzgar a las personas antes de preguntarles quiénes son realmente”. Y las personas trans sufren aún más por eso que otros. El mundo que describe Portero no acepta a las personas que se desvían de la norma. Como Margarita, Peluca y Eugenia.

Está bellamente escrito, con personas especiales y muy atractivas, personas en su búsqueda cotidiana, el entorno social, la autorreflexión de Alana, su desarrollo. El libro es conmovedor, triste y divertido al mismo tiempo. También es muy poético. Y es casi una lástima llegar a la última página y tener que despedirse de los personajes.

El libro es un éxito en España y se ha traducido al menos a dieciséis idiomas. Alana S. Portero se encuentra con su debut directamente en la vanguardia de la escena literaria española, opina Elena Medel, una colega escritora. “Una hermosa novela sobre el viaje que emprendemos para ser quienes realmente somos”, dice. “Y sobre las personas que nos acompañan para llenar los espacios vacíos.”

La mala costumbre – un libro autoficticio, según la editorial en los Países Bajos; no una autobiografía real, pero tampoco completamente ficticia – ha sido publicado por Meridiaan. El título holandés: Slechte gewoonten. El libro está disponible en las librerías.

Dierenrechten, loodgieten en cancelcultuur

Leestijd: 3 minuten

‘Can humans ever understand how animals think?’ Die vraag stond boven een artikel in The Guardian van 30 mei 2023. Wat ook het antwoord is, ik ben anders gaan denken over niet-menselijke dieren in de afgelopen jaren. Na Frans de Waal en Eva Meijer en ook na meer idee over hoe gebrekkig wij mensen eigenlijk denken. En hoe gemakkelijk we er bijvoorbeeld maar van uitgaan dat dieren geen zelfbewustzijn, rechten of taal hebben.

De vraag naar de positie van dieren is actueel als je bijvoorbeeld nadenkt over klimaatverandering, extinctie en over de landbouw van de toekomst. Het is ‘filosofie van nu’. Want ik vraag me af: hoe moeten wij ons – en ik mijzelf – gedragen tegenover die dieren? En tegenover natuur, tegenover de klimaatcrisis, technologische ontwikkeling en ook tegenover onszelf (of tegenover mijzelf)?

Misschien hoopte ik dat de zomercursus, 7 tot 11 augustus 2023 bij de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW), me daar iets over zou leren. Op een landgoed in Leusden waar ik elke ochtendwandeling wel een paar reeën zag. En zij mij.

Loodgieten

Al op de eerste dag leerde ik in elk geval de naam van een filosofe kennen, namelijk Mary Midgley. Ze dacht in haar lange leven, van 1919 tot 2018, bijvoorbeeld over dierenrechten en over feminisme. En ze vergeleek filosofie met loodgieten. Je merkt pas dat er iets fout gaat als het begint te stinken, zei ze. Of met andere woorden: onze denkbeelden die vaak verborgen zijn, ook voor onszelf, komen bijvoorbeeld door een gebeurtenis of een confrontatie aan de oppervlakte.

Een ander punt is dat je altijd gesitueerd bent. Bijvoorbeeld door waar je in het leven staat, wie je bent, met wie en hoe. Het beïnvloedt bijvoorbeeld zeer hoe je denkt als je onder de armoedegrens leeft, moet vluchten voor oorlog, een zwarte vrouw bent of als je zeven vinkjes hebt.

Je kunt jezelf ook makkelijk voor de gek houden. Zo denk je misschien dat je zo tolerant bent, naar ras, gender, cultuur of afkomst. Maar onze denkbeelden (die vaak nog verborgen zijn) zijn misschien helemaal niet zo open en vrij.

En dan, ga ik echt anders denken als mijn denkbeelden uitgedaagd worden? Hoe vastgeroest zijn mijn vastgeroeste meningen?

Disclaimers

Epistemische arrogantie, zegt filosofe Ruth Kleczewski, een van de inleiders in Leusden. Die arrogantie kan tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld racistische vooroordelen blinde vlekken worden omdat ze nooit worden uitgedaagd. Of erger nog: dat je niet erkent dat je ze hebt. Een ander probleem is epistemische luiheid: een gebrek aan nieuwsgierigheid. Een houding van: daar wil ik niet over nadenken. Of epistemische kortzichtigheid: dat je je afsluit voor de uitdaging van je gedachten op een bepaald terrein.

Dit zou je kunnen zien als een soort van disclaimers aan het begin van de week. Te vermijden valkuilen. Inzet voor mij is een open houding terwijl mijn denkbeelden over actuele kwesties naar de oppervlakte worden gehaald. Filosofisch loodgieten, om met Midgley te spreken.

Boekenkast

Er is ook een andere kant. Je kunt misschien niet makkelijk in jezelf kijken naar wat jou allemaal beïnvloedt, maar je kunt wel een positie van epistemische twijfel en bescheidenheid innemen . Sta open voor observaties van anderen! Check je motivatie en erken je eigenbelang! Dat wil zeggen: waarom denk je eigenlijk zoals je denkt?

En check ook je boekenkast! Waarom dat laatste? Wel, omdat je misschien de neiging hebt gehad om een eenzijdig perspectief te ontwikkelen. Staan er bijvoorbeeld wel genoeg vrouwen op de plank, genoeg zwarte mensen of andere culturen?

Het ging in de filosofieweek – met moderator Martha Claeys aan het stuur – verder over artificial intelligence en hoe ver je daarin kunt gaan. Het ging over werk, betekenisvol of bullshit job. De morele grenzen van klimaatactivisme werden besproken en die van het terughalen van uitgestorven diersoorten.

Cancelcultuur

Filosoof Suzanne Roes had een lezing over een ander actueel dilemma: ‘De politiek van vruchtbaarheid’. Want, zei ze, steeds meer mensen willen geen kinderen, bijvoorbeeld uit klimaatoverwegingen. Maar als jonge vrouwen een arts om sterilisatie vragen, wordt hun verzoek vaak afgewezen. Probleem is dat wat een persoonlijke afweging zou moeten zijn al snel politiek wordt. Zo werden transgender personen die in transitie wilden wel gesteriliseerd.

Op de laatste dag ging het over cancelcultuur en de rol van sociale media daarin. Cancelcultuur kun je volgens filosofe Jenny Janssens zien als een vorm van informeel, niet-juridisch en sociaal straffen.

Daarmee loop je tegen vele problemen op. Wat is proportioneel en gerechtvaardigd en wanneer is iemand voldoende aan de schandpaal gezet? Het is vooral ook problematisch omdat het over vergelding gaat vanuit een motief van moral grandstanding: ‘kijk mij eens, ik sta aan de goede kant!’ Het polariseert. Je raakt dan misschien een zondebok, maar niet het probleem.

Wat dan wel, volgens Janssens? Je kunt beter van ‘sociaal straffen’ overgaan naar ‘herverdelen van aandacht’. Luister bijvoorbeeld naar trans vrouwen in plaats van een transfobe schrijfster!

Vrouwelijke filosofen

Ja, veel jonge vrouwelijke filosofen die deze week allerlei gereedschap aanreikten om te gaan ‘loodgieten’ in mijn vastgeroeste denkbeelden. En in mijn boekenkast heb ik nu behalve Martha Claeys met haar boek over Trots ook ‘Het Kwartet’ staan. Een van de leden van dat kwartet, vrouwen die volgens de auteurs de filosofie in Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog tot leven wekten, is Mary Midgley.

Groen onderwijs mag veel groener

Leestijd: 6 minuten

Het lijkt erop dat de aoc’s verdwijnen, de naam althans. Aoc’s waren agrarische opleidingscentra, en ze ontstonden in de jaren 90. Vergelijkbaar met roc’s, behalve dan dat aoc’s zich op één sector richtten. De overgebleven aoc’s gaan nu waarschijnlijk beroepscolleges heten.

Ik ben er veel geweest en heb er vaak over geschreven, als redacteur van het vakblad groen onderwijs. Toen ik daar begon, bestonden ze net, die aoc’s, en er waren er nog 21. Nu zijn ze haast op één hand te tellen.

Ach, namen. Eerder had je rijkslandbouw- en tuinbouwscholen. Met de aoc-vorming kwamen de scholen met fantasierijke namen (of namen die minder fantasierijk waren) zoals Elema, ’t Vanck en Agron. Er waren veel namen die naar de regio of hoofdvestiging verwezen zoals AOC Twente, AOC Alkmaar, AOC Zuid-Holland Oost of AOC Veluwe. Je had verder nog landbouwscholen die buiten de aoc-vorming bleven, misschien vanwege identiteit of om andere redenen waardoor ze er niet uitkwamen met de concentratie van scholen in die tijd. Maar de nieuwe namen doken overal in Nederland op.

Prozaïscher

Ik realiseer me dat we voor het vakblad eigenlijk nooit al die namen hebben toegelicht. De namen van toen en van later. Waarom Clusius, Wellant, Helicon, Larenstein of Zone College?

In de beginfase was de naamgeving vaak prozaïscher, zou je kunnen zeggen. De naam ’t Vanck combineerde de beginletters van de verschillende vestigingen: Tiel, Velp, Apeldoorn, Nijmegen, Cuijk en Kesteren. Elema College (in Emmen, Assen en Eelde) heette zo vanwege Jakob Elema (1872-1950). Hij was rijkslandbouwleraar in Drenthe en werd hoogleraar grondverbetering in Wageningen.

Aeres bestaat nog als los geheel, sectoraal. Net als Zone en Yuverta. Maar Clusius zit nu in Vonk en Prinsentuin in Curio. Ik ben het soms echt een beetje kwijt.

Laten we beginnen met deze namen. Aeres, de naam van een nog steeds doorgroeiende onderwijsconglomeraat – tot en met het Friese Nordwin is erin opgenomen – is afgeleid van het woord ‘Aer’. Dit staat in het Grieks en Latijn voor lucht, licht en ruimte. Daarmee staat deze naam symbool voor de verschillende instellingen binnen Aeres en de verbinding tussen kennis op verschillende niveaus.

Zone College ontstond in 2018 uit AOC Oost en Groene Welle. Zone is een woord met vele betekenissen. Terrein, bodem, regio, landschap. In de woorden van de onderwijsinstelling staat Zone voor ‘een plek waar je groeit, waar je over je grenzen heen stapt en waar je je thuis voelt’.

Yuverta, nog niet zo lang geleden (2021) ontstaan uit Citaverde College, het Wellantcollege en Helicon Opleidingen, is een abstracte naam. Met, aldus de scholenorganisatie, associaties naar jij (yu), toekomst (verte) en groen (verde). Dat ‘verde’ zat ook al in het Italiaans klinkende Citaverde. Citta betekent dan stad. Ik weet het niet zeker, maar die naam ontstond in een tijd dat het aoc-onderwijs langzaam steeds minder agrarisch en meer groen werd.

Linnaeus

Reden ook waarom de term aoc een beetje moeilijk was. Het onderwijs was er immers niet meer zo ‘agrarisch’. Het vakblad veranderde van naam en Wageningen University heeft geleidelijk aan elke verwijzing naar de sector geschrapt. Overal werd er steeds meer over ‘groen’ gesproken. Dat ging niet van de ene dag op de andere. Het lag ook best ingewikkeld, groen. Je wilt de landbouwers niet van je vervreemden, vonden scholen. Maar motivatie was dat dit onderwijs behalve over plant en dier toch steeds meer ging over voeding, bloemschikken, leefomgeving en zelfs urban design

Nog een paar namen dan. Carolus Clusius, naamgever van een fusie van scholen in Noord-Holland, was een botanist die in 1526 geboren werd in Vlaanderen. Hij speelde volgens Wikipedia een grote rol bij de verspreiding van de aardappel en de tulp in Europa.

Helicon is een mooie naam, maar heeft geen directe relatie met landbouw of groen. Het is een berg in Griekenland die volgens de Griekse mythologie de woonplaats was van de muzen, de godinnen van kunst en wetenschap. De naam werd dan waarschijnlijk gekozen om de verbinding tussen natuur en onderwijs uit te drukken.

Bij Wellant denk ik aan het appelras. Terra verwijst naar aarde of land. En Lentiz zoals de HollandAccent Onderwijsgroep zich in 2008 herdoopte, is afgeleid van lente. Gedacht werd aan de lente als groeiseizoen en de onmiskenbare rol die onderwijs heeft in de groei en ontwikkeling van jonge mensen en hun talenten.

Naamkeuze zegt iets over de kiezers. Als er een vroegere ‘held’ werd genoemd, moest dat toch iemand zijn die onomstreden was. En geen conflict zou oproepen. Witte mannen. Zo zijn er in Nederland geen groene scholen die naar Darwin zijn genoemd, ongetwijfeld de belangrijkste bioloog ter wereld. We kenden wel een Linnaeusschool. In Amsterdam, totdat deze in 2020 vanwege teruglopende leerlingaantallen de deuren moest sluiten.

Linnaeus (1707-1778) is dan een naamgever in dubbele zin. Hij is de persoon die op internet zeker de meeste vermeldingen heeft, want de Zweedse botanist kwam immers met zijn tweedelige benamingssysteem voor flora en fauna. Overal vind je de L. die naar zijn naam verwijst of zijn naam voluit.

Vergeten?

Verder is er Hogeschool Van Hall Larenstein, ontstaan rond 2004 uit het Van Hall Instituut en Hogeschool Larenstein. Van Hall (1801-1874) was botanicus en hoogleraar in Groningen. Hij benadrukte het belang van goed onderwijs en voorlichting aan boeren. En Larenstein is de naam van een landgoed in Velp. Beide namen, zowel Van Hall als Larenstein, werden aangenomen na fusies die je zou kunnen vergelijken met de aoc-vorming voor lager en middelbaar agrarisch onderwijs.

Naast de aoc’s en agrarische hogescholen waren er organisaties rondom de scholen. Denk aan Stoas of Aequor. Stoas (opgericht in 1981) stond voor Stichting tot Ontwikkeling van Agrarisch onderwijskunde en Scholing. Er gebeurde veel, maar uiteindelijk ging het toch vooral om de lerarenopleiding, nu geconcentreerd in Wageningen en onderdeel van Aeres.

Aequor was in 2001 de nieuwe naam voor de organisatie die een brugfunctie tussen onderwijs en bedrijfsleven vervulde. Ontstaan in 1994 uit landelijk organen die tot dan toe ook verantwoordelijk waren voor het leerlingwezen. Daar heb ik gewerkt, en vandaaruit werd ik gedetacheerd naar het vakblad groen onderwijs. Aequor, een fantasienaam, is sinds 2015 opgenomen in SBB, de samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.

(Correctie, Aequor is niet helemaal fantasie, reageerde een oud-collega. Het is Latijn voor zeespiegel. Zoals water en lucht elkaar er raken, raakten bedrijfsleven en onderwijs elkaar bij de organisatie. We noemden ons personeelsblad niet voor niets Periscoop. Daarin konden we dan een blik boven de waterspiegel werpen.)

Dan hebben we alle namen nog lang niet gehad. Denk aan Groene Delta, Scalda, Prinsentuin, Curio, Nordwin, Landstede, Edudelta, De Groene Welle, Groenhorst, Warmonderhof en Florens College. Reageer als u vindt dat er nog een naam is die genoemd moet worden en verklaard. Welke ben ik vergeten? Of wat van wat ik hier heb verteld, klopt niet?

Nieuwe naambordjes

Groen onderwijs dus, maar wat mij betreft mag het echt nog veel groener. Want het gaat met biodiversiteit, bodemgezondheid en waterkwaliteit niet goed. Meer aandacht voor duurzame landbouw en weg van de intensieve veehouderij en van kunstmest en krachtvoer. Dat zou goed zijn.

Waarom? Dat vergt misschien uitleg (of misschien ook niet). Maar wil je iets over de argumenten weten, lees dan bijvoorbeeld Uit de shit van Thomas Oudman, gezamenlijk op school of luister naar een ‘goed gesprek’ van Lex Bohlmeijer met Roos Staat, aankomend boerin. Dan realiseer je je dat we al honderd jaar achteruit boeren, steeds intensiever en grootschaliger. Met hulp van bijvoorbeeld de Rabobank die investeringen van biologische boeren tegenhield, want het zou niet genoeg opbrengen. En van het onderwijs, want ja, “we moeten toch ook de ‘gangbare landbouwers’ opleiden.” Voor zoals nu wel blijkt, een doodlopende weg.

Transitie, bodemkwaliteit, plantaardige eiwitten en klimaatadaptatie zijn onderwerpen die thuishoren in dit onderwijs. Hoe zal het dan gaan met dit groene onderwijs? Verwachting is dat het aantal mbo’ers sowieso daalt, maar bij aoc’s nog iets harder. Ondanks de groene insteek en het overduidelijke belang van vergroening in landbouw en leefomgeving.

Ik heb nog wel enkele naambordjes voor groen onderwijs. Voor nieuwe scholen die onder deze naam een nieuwe generatie zou willen aanspreken. Kate Raworth (bedenker van doughnut economics), Maria Sibylla Merian (die volgens Onbehaarde apen misschien wel de eerste ecoloog ooit was), Frans de Waal (die mensen heeft geleerd anders naar dieren te kijken), Greta Thunberg (die vele jongeren inspireerde tot inzet voor een duurzame toekomst) of Jane Goodall (icoon voor hoe samen te leven met dieren en zorg te dragen voor de natuur).

Of misschien kun je gewoon een paar gangen, lokalen en ruimtes in je school hernoemen naar deze helden.

Brief aan mijn moeder

Leestijd: 2 minuten

Lieve mam

Het is tien jaar geleden dat u overleed. Ik denk vaak aan u en ik praat ook met u. Eenrichtingsverkeer natuurlijk, en nu misschien meer voor mij ook dan voor u. Ik vraag me af hoe u tegen mij aan zou kijken. Er is veel dat u niet wist, dat ik misschien ook nog niet wist over mezelf, en ook veel wat er over de afgelopen tien jaar is te vertellen.

De persoon die ik ben geworden bijvoorbeeld. Ik ben nu 63. Ik merk dat je in deze levensfase makkelijker terugkijkt dan vooruit. Verloren vriendschappen, betekenis van werk en de vele, vaak emotionele reizen. Ben ik tevreden met wat ik gedaan heb? Ik bedenk wat er anders was geweest als ik andere keuzes had gemaakt, als vrouw door het leven was gegaan bijvoorbeeld, eerder met dans, ballet, piano was begonnen, een partner had gehad of kinderen misschien, langer in Spanje had gewoond. Dat is allemaal niet gebeurd.

Ik maak me zorgen over veel dingen in de wereld, zoals klimaatverandering en oorlog. Over totalitaire regimes, rechtsextremisme, en een gebrek aan tolerantie en begrip voor minderheden en hun gevoelens. Ik weet niet of ik daarin anders ben dan tien jaar geleden; er spelen sowieso andere dingen. We praten nu over nepnieuws en complotdenkers, metoo en machtsmisbruik en wokisme en cancelcultuur.

Ja, ik merk dat ik leun op gewoontes, herkenning en routine. Dat geeft me onmiskenbaar zekerheid en controle. Maar ik lees ook de waarschuwing van Skye Cleary. Zij is een Australische filosoof die Simone de Beauvoir bespreekt en beschrijft hoe je authentiek kunt leven; een leven waarin je voortdurend zoekt naar wegen voor zelfcreatie en zelfvernieuwing in de mogelijkheden die je hebt. Cleary’s waarschuwing is dat een obsessie met routine ons tot zuurpruimen kan maken, stugge, conservatieve mensen die niet tegen verandering kunnen. Met als gevolg dat we alles op de automaat doen en anderen tiranniseren die onze routines bedreigen. Weinig ruimte voor authenticiteit en zelfvernieuwing. Zo wil ik niet zijn en worden.

Ach lieve mam, vroeger heb ik u niet veel geschreven. Het was vast heel fijn geweest voor u en ook voor mij als ik u vaker had laten weten hoe ik u waardeerde. Nog altijd denk ik met veel liefde aan u, misschien wel steeds meer. Ik kon altijd op u rekenen voor steun, zorg en lieve woorden. U was nooit veroordelend en altijd begripvol, en zachtmoedig. Ik drukte als ik u zag met liefde een kus op uw zachte wangen.

U werd 63 in de jaren 90, pap was al jaren eerder overleden. Het waren de jaren dat ik bezig was me in journalistiek te verdiepen en ik plezier had in werk, reizen en vriendschappen. Misschien had ik minder aandacht voor u, maar dat is niet iets waar ik me vreselijk schuldig over moet voelen. Ik denk dat u in grote lijnen wist hoe het met me ging, maar niet in detail, bijvoorbeeld mijn genderonzekerheid die ik voelde, maar destijds absoluut niet kon verwoorden.

U bent voor mij een voorbeeld geweest op vele manieren. Ik heb van u geleerd over wat belangrijk is in het leven. Dat klinkt als een cliché, maar het voelt voor mij zo. Tien jaar later, mam, maar ik draag u nog steeds altijd met me mee.

Liefs, Ton