Sartre in de herkansing

Leestijd: 4 minuten

Sartre kwam naar Wageningen, dat was tenminste de bedoeling. Hij zou in de tas van Maarten van Buuren, hoogleraar Moderne Letterkunde in Utrecht, naar het zondagse filosofiecafé komen. Sartre, ik heb aardig wat van hem gelezen, vooral omdat hij de partner was van Simone de Beauvoir. Dertig jaar geleden las ik al haar romans, autobiografieën en essays. Ze vertelden me veel en ze raakten me diep. Veel dieper dan Sartre. Waarschijnlijk begreep ik hem niet erg goed.

Een herkansing voor Sartre dus, maar zondag bleek Maarten van Buuren niet in het café. Ook een eerdere keer – toen hij over Nietzsche kwam spreken of Heidegger – liep het mis. Nu stond de afspraak verkeerd in zijn agenda, maar hij kwam alsnog op maandagavond. Niet in het café, maar in een keuken in Bennekom.

“Sartre is een van mijn lievelingsfilosofen”, zei Van Buuren. Hij heeft een voorkeur voor literaire filosofen en literaire kwaliteiten had Sartre volop. Die etaleerde hij bijvoorbeeld in De Walging. “Misschien sprak me dat boek me wel zo aan omdat het gaat over iemand die diep in de put zit. Sartre noemt het woord ‘depressie’ echter niet.” Van Buuren heeft zelf beleefd wat het is om in een depressie te komen.

Hij kwam eruit, misschien kwam Sartre er wel uit door De Walging te schrijven, maar deze week kwam Joost Zwagerman er niet uit. Het is even een zijsprongetje, want de zelfdoding van die man die ik zeer bewonderde, vond ik heel pijnlijk. Zwagerman was de man die voorbeeldig kon bewonderen. Dat kon Sartre ook wel, denk ik. Hij schreef over Genet en Baudelaire bijvoorbeeld. Tot 1952 koos hij geen partij, zegt Van Buuren. “Hij wilde boven de partijen staan.” Maar daarna omarmt hij nogal kritiekloos het communisme van Stalin en later van Mao. “Niet zijn meest glorieuze periode”, vindt Van Buuren.

Zijn filosofisch denken is een ander verhaal. Het is vooral neergelegd in ‘L’être et le néant’. Het gaat over zijn en bewustzijn. En dat is waar Van Buuren begint: bewustzijn. “Je stelt je misschien voor dat het iets is wat in je hoofd zit, maar voor Sartre (en eerder voor Husserl die hem daarin voorging) is bewustzijn altijd bewustzijn van iets. Er zit beweging in, een beweging naar buiten toe. Intentionaliteit.”

Dan zet Sartre de volgende stap. “Niet alleen ‘kennen’ is intentioneel, zegt hij, maar ook ‘zijn’. We ‘zijn’ in de mate waarop we ons buiten onszelf werpen.” Dat is lastig en hier dreigt Van Buuren me kwijt te raken. Hij voert zichzelf op en zegt dat hij dat zelf doet in projecten. Want in projecten, en dat kun je breed zien, kun je je manifesteren. En zolang je projecten hebt – een boek schrijven, iets bouwen, een blog bijhouden – ben je.

“Dus als ik lui op de bank een leeg programma op RTL4 kijk, ben ik er niet” vraagt iemand. “Dat zou Sartre bevestigen”, denkt Van Buuren. “Je moet jezelf ontwerpen. Heidegger zegt ook zoiets: we zijn in het niets geworpen. Daar begint het. We zijn dan in de mate waarin we ruimte innemen. Als je ouder wordt, krakkemikkiger, valt je zijn ook langzaam weg. En in een depressie is het er helemaal niet meer.” Beangstigend, vindt hij, “maar van Sartre word ik juist optimistisch. Zijn manier om het leven zelf vorm te geven biedt je kansen.”
Dan kom je bij Sartre’s beroemde uitspraak dat existentie vooraf gaat aan essentie. Eerst is er ‘zijn’, je bent in het leven geworpen, maar dan moet je zelf keuzes maken, en daarin word je wie je bent.

Dat lijkt een cirkelredenering. ‘Er is niet zoiets als een essentie die je een vooropgesteld levensdoel of richtsnoer geeft’, lees ik in de inleiding. ‘Nee, pas door je verhouding tot de buitenwereld in het bewustzijn, existeer je en kun je iets van je essentie herkennen.’ Je essentie is dan het spoor dat je trekt door het leven, een spoor van vallen en opstaan, successen en falen. Dat hoort allemaal bij je. Simone de Beauvoir zei ook: je bent geen vrouw, maar je wordt vrouw. Dat geef je zelf vorm.
simone-free-to-use
En daarin heb je volledige vrijheid. Goed en fout heeft bij Sartre vooral te maken met dat je keuzes maakt (goed) of die juist ontloopt (fout). Het is het tegenovergestelde van authenticiteit, en het is onwaarachtig als je niet de vrijheid accepteert om het leven zelf vorm te geven. Je bent te kwader trouw als je je verschuilt achter verwachtingspatronen en de rollen die je geacht wordt te spelen omdat je bijvoorbeeld moeder bent, politieagent, journalist. De verstarrende werking van normen in de maatschappij. “Het gaat erom dat je niet wegkruipt in zo’n rol, dat je het laat stollen.”

Het is een mooie gedachte. Volledige vrijheid om het leven zelf vorm te geven, en dat wordt bijna ook een plicht om het leven zelf vorm te geven. Existeren doe je helemaal zelf. Van Buuren praat over een survivaltocht. Je wordt in het leven als op een survivaltocht ergens gedropt, zonder opdracht en zonder doel. Goed, een paar dingen zijn je gegeven, zoals het land waar je geboren bent, maar verder is er absolute vrijheid. Dat is misschien ook een opgave en een leegte. Die leegte proef je in het existentialisme, zoals de filosofische visie van Sartre en ook van Simone de Beauvoir heet. Ik voelde dat waarschijnlijk ook in de romans van De Beauvoir. Ik kan het nu benoemen als leegte, ‘een ontluisterend besef van het ontbreken van een vooraf gegeven essentie’.

Sartre staat daarin tegenover andere filosofen, bijvoorbeeld Foucault, die meer  gedetermineerdheid zien. De keuzes die je maakt, zijn volgens Foucault niet in volledige vrijheid tot stand gekomen. Vrijheid is een illusie, voerde hij en andere filosofen na Sartre aan.

Hoe dan ook, Sartre was een briljant denker, vindt Van Buuren. En ik neem me voor meer projecten te ondernemen en meer te ‘zijn’. Niet op een zolderkamertje, maar daarbuiten. Ik heb het gevoel dat je dan niet alleen jezelf vorm geeft en een plaats in de wereld inneemt, maar ook gelukkiger wordt. Ik denk dat ik zo misschien dichter bij mijn essentie kom.

Tien tips voor het leven

Leestijd: 3 minuten

Lieve Elena,

Erg leuk om wat van je te horen. Hoe is het leven in Irkoetsk? Je hebt vast al gehoord dat Aequor – de organisatie waar ik zo lang heb gewerkt – niet meer bestaat. Jij als virtuele correspondent voor het personeelsblad dat al veel langer was opgeheven. De laatste dag, 31 juli, hebben we voor het eerst een vrijdagmiddagborrel gehad. En natuurlijk ook direct voor het laatst. Eigenlijk was ik al vanaf 1 maart weg bij de organisatie, maar het is altijd leuk om nog wat oud-collega’s te zien. Na de borrel zou de vlag worden gestreken, maar helaas: de sleutel was zoek. Het ziet er best triest uit, zo’n leeg kantoorgebouw waar we zoveel fijne dagen hebben gehad. Maar waarschijnlijk hangt de vlag er nog, dat dan weer wel. Aequor is desondanks nu helemaal geschiedenis.

Je vroeg me waar ik me dan nu zoal mee bezighoud. Af en toe een freelance artikel. En ik had net een paar onderwerpen op een rijtje gezet om een blog over te schrijven. Ik geef ze even. 1. Tien manieren om een twitterstorm te vermijden 2. Het weinig sprookjesachtige leven van Keizerin Sisi (ben net op het Loo geweest) 3. De slechtste film die ik in jaren heb gezien heet Unity 4. Als je een ‘Filosofie van de Eenvoud’ kan schrijven, heb je dan misschien ook een filosofie van de complexiteit, of van de overdaad? 4. Susan Neiman meets Jean-Jacques Rousseau (ondertitel: ben ik eigenlijk al volwassen?) 5. Vijf levenslessen van de zomergasten van dit jaar 6. Op zoek naar de geest van Gandhi 7. Ode aan de onzekerheid 8. Waarom ik zo van kostuumdrama houd 9. I am Jazz en I am Cait (de dans van de trans) of 10. Het beste zomerboek dit jaar (Dat was of ‘Een dag van stilte en lawaai’ of ‘Ali en Nino’).

Erzsebet_kiralyne_photo_Rabending

Elisabeth, koningin van Hongarije,
keizerin Sisi  (foto: Emil Rabending)

Wat vind je? Allemaal theater? Wat ik eigenlijk wil met mijn blog? Nou ja, schrijven is leuk, en verder zelfpromotie. Laten zien dat ik originele meningen heb. Of in elk geval dat ik denk dat ik die heb. Laten zien wat me bezighoudt. Dat er echt wel meer door me heen gaat dan de knellende vraag of ik niet vergeten ben om uit te checken, de bemerking dat ik weer de helft van de ingrediënten mis of een chocoladepistachebanaanijsje bij Fontana in Bennekom. Ik leer bijvoorbeeld veel van de zomergasten van dit jaar.

Eigenlijk heb ik helemaal geen ervaring met twitterstormen, dat valt af. Het idee dat dat bestaat, intrigeert me. Waar komt het toch vandaan: de noodzaak om storm te lopen en te laten zien dat ook jij aangedaan bent door weer zo’n uitspraak van iemand die niet snapt waar het om gaat in de wereld? De diepe onderbuik, terechte verontwaardiging, de overtuiging dat de wereld zich aan ons moet aanpassen in plaats van andersom, want we hebben toch verworven rechten en wie daar aankomt, moet opzouten? Ik weet het niet.

Misschien komt het omdat ik op Twitter nog nooit een opmerking heb gemaakt over groeiende vluchtelingenstromen, open grenzen en anti-vluchtelingenmuren, Griekse toestanden, angstige PVV-mentaliteit, racistische tradities of lekke vluchtelingenbootjes. Ik ben een fan van jullie Pussy Riot, van Malala, Simon Schama, Ayaan en Banksy, maar ik ben lang niet zo dapper.

Lieve Elena, ik wijd een beetje uit. Je kent me, niet? Je wilt natuurlijk vooral weten of ik het verlies van Aequor (en mijn collega’s daar) al verwerkt heb – ik word niet meer gillend wakker – en hoe het staat met de liefde. Weinig te melden daarover. Nee, mijn leven is erg oppervlakkig :). De grote vraag na lezing van het boek van Marius de Geus (ja, Filosofie van de Eenvoud) is slechts: hoe kan ik vorm geven aan een ecologisch (meer) verantwoorde levensstijl? Beter tien manieren om met vereenvoudiging van het leven een verrijking van het bestaan te realiseren dan tien (overbodige) tips om een twitterstorm te vermijden. Ik ga erover denken. Schrijf je me wat jij ervan vindt? En schrijf me over de liefde natuurlijk.

Besos!

Georgia on my mind

Leestijd: 3 minuten

‘Georgia on my mind’ van Ray Charles gaat weliswaar over een ander land, maar in Tblisi zag ik de songtitel ergens bij een café. Georgië zit nu ik net terug ben na een reis van twee weken, nog in me. Ik wilde erheen om het land te ontdekken, mezelf te laten verrassen, in een andere cultuur te verkeren en daar ook iets van te begrijpen.

Via de taal van het land valt dat niet mee. Georgisch heeft een uniek alfabet, vooralsnog onleesbaar. De taal heeft geen gender en ook geen hoofdletters. Ik geloof niet dat er daardoor meer gelijkheid in sekse is of minder klassenverschillen. ‘Comment ça va?’, vraagt Sophie in het hotel in Tblisi als ze de sleutel van mijn kamer geeft. Ze lacht als ik de twee woordjes Georgisch die ik in mijn geheugen heb gestampt, oefen. ‘A bientôt!’

Veel West-Europese reizigers komen hier niet. Toeristen komen vooral uit Polen, Oekraïne, Rusland en, in het zuidwesten van het land ook uit Turkije. Mensen spreken in Georgië blijkbaar vaak eerder Russisch dan Engels.

Nino, onze gids, 22 jaar, halflang zwart haar en een zachte uitstraling, heeft haar bachelor Italiaans en Engels afgesloten en gaat na de zomer verder met een master in talen. Ze nam drie jaar geleden deel aan een klasje van kandidaat-reisleiders die leerden over geschiedenis, bezienswaardigheden en ook reisbegeleiding. Geregeld komt ze op reis collega’s tegen die bij haar in hetzelfde klasje zaten, vaak studenten die een andere taal als basis hebben.

Terwijl chauffeur Edo de bus op de weg naar Mskheta stuurt, pakt Nino de microfoon en vertelt over de oorsprong van de Georgisch-orthodoxe religie in haar land. Ongeveer tweederde van de bevolking rekent zich daartoe. Onze reis voert ook langs kloosters, kruisen en kerken. In bergen, in grotten en soms midden in de stad. Met veel afbeeldingen van Sint Nino, Sint Joris en de 12de-eeuwse Koningin Tamar. In de kerk die we vandaag bezoeken, zou een stukje van de mantel van Jezus liggen. Volgens de reisgids is het geloof, dat in de Sovjettijd werd onderdrukt, breder dan alleen religie. Het is ook nationale identiteit.

georgië 2015 violiste in kutaisi 2007small

Sinds de oorlog met Rusland – in 2008 betwistte Georgië Abchazië en Zuid-Ossetië, twee regio’s tegen de Russische grens aan die nu niet toegankelijk zijn voor Georgiërs – is het toerisme verdriedubbeld. Maar de Kaukasus – Armenië, Tsjetsenië, Kalmukkië, Ossetië, Svanetië en zo meer – blijft een politiek doornenveld, mooi in kaart gebracht door Jelle Brandt Corstius. We komen onderweg naar een grottenklooster in het woestijnachtige zuidoosten van het land in een dorpje dat pas een paar decennia oud is. Er wonen boeren die eerst in de bergen woonden, maar de Georgische regering regelde hun verhuizing omdat ze om strategische redenen het lege gebied dichtbij Azerbeidzjan graag bewoond zag.

Bij de Bagratikathedraal in Kutaisi in de vroege ochtend begint een straatveger nadat ik hem gegroet heb – gamarzjoba – een heel verhaal. Het doet er blijkbaar niet zoveel toe dat ik niets versta van wat hij zegt, maar ik had het wel graag begrepen. Gaat het over de angst en afkeer voor Rusland, het verlangen naar Europa, de economische situatie en de prijs van wijn en katchapuri, misschien over de traditionele muziek, de gedichten van Rustaveli of de schilderijen van Pirosmani? Of gewoon over de lange straat, de zware arbeid van het vegen en de oploskoffie die straks op hem wacht? Ik weet het niet.

‘Tot ziens’, dat begrijpt hij. En ik ga verder.


Foto’s van de reis door Georgië:
Georgië (oostelijk deel) en Georgië (westelijk deel)

Geen eigenschappen maar karakter

Leestijd: 4 minuten

Ruim vier maanden lang was Ulrich in mijn leven. Hij observeerde, dacht en sprak. Urenlang, zo leek het, dagenlang. Handelen was bijzaak. Ulrich was eerder de man van niet-handelen. Geregeld vroeg ik me af wat hij nu precies miste: de Man zonder Eigenschappen, zoals Robert Musil hem had genoemd. Is het dit: dat hij niet kiest en zich nergens aansluit behalve als hij er echt niet onderuit kan? Dat hij zich nergens wil vastleggen en dat hij tot geen enkel kamp of ideologie wil behoren?

Ergens had ik gelezen dat je het boek van Musil – in de vertaling van Ingeborg Lesener telt het boek bijna 1400 bladzijden – kunt zien als een berg. Ik was net begonnen en leerde Ulrich, zijn vrienden en zijn Weense omgeving uit 1913, kennen. Het zal je moeite kosten om die berg te beklimmen, was de waarschuwing. Elke pagina staat vol filosofie, beschouwing en ethiek. Morele overwegingen. Maar sta je op de top, dan heb je een prachtig uitzicht.

Ik denk niet dat dit een goede omschrijving is van mijn leeservaring. Het was soms zwaar klimmen. En nu ik op de top sta, is het landschap beneveld. Wat heb ik eigenlijk gelezen? Ik moet misschien weer afdalen. Dit blog is een poging daartoe.

Geconcentreerde afzijdigheid

Volgens schrijfster Margriet de Moor is het boek ingedeeld in stemmingen, als een muziekstuk. Het eerste deel waar je Ulrich leert kennen, de man die de domheid op afstand wil houden (domheid is volgens Musil ook de ware ziekte in de wereld), is vrolijk. Het tweede deel, waarin gesproken wordt over de zogenaamde parallelactie, is ironisch. En het derde deel, waar Agathe, de zuster van Ulrich op het toneel komt, is ernstig.

Ulrichs vader die vindt dat zijn zoon eindelijk maar eens iets nuttigs moet gaan doen, maakt hem lid van de parallelactie. Daarin gaat het om de organisatie van de viering van het zeventigjarige regeringsjubileum van keizer Frans Joseph I, keizer van Oostenrijk-Hongarije (Kakanië in het boek). Grootse plannen en ideeën, want deze gebeurtenis moet, vanzelfsprekend, groter worden dan het dertigjarig jubileum van de Duitse keizer. Beide jubilea zijn gepland voor 1918, het jaar waarin zoals later blijkt beide monarchieën ineen storten. Pure satire, want het is een tot mislukken gedoemde poging om iets groots te doen in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Als een laatste stuiptrekking in een land dat al in ontbinding is. Musil schetst de nog heel gemütliche, maar misschien ook wel unheimische sfeer aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.

ulrich

Acteur Franz Tscherne in de rol van Ulrich

Het boek wordt bevolkt door curieuze personages die allemaal op een of andere manier met Ulrich contrasteren. Zijn ambitieuze nicht Diotima, de neurotische, met Nietzsche dwepende Clarisse, de Pruisische industrieel Arnheim, de brave generaal Stumm, vrouwenmoordenaar Moosbrugger, en zijn jeugdvriend, de mislukte pianist Walter. Clarisse blijft Walter als een genie zien omdat ze altijd met een genie getrouwd had willen zijn. Walter moet tegenwoordig niets meer van Ulrich hebben, hij begrijpt niets van hem. Zuster Agathe ten slotte, innig met Ulrich verbonden, verschijnt pas na ongeveer 1000 pagina’s.

Zoals De Moor zegt, het is geen psychologisch boek: de personages gedragen zich geheimzinnig en krankzinnig, maar zo zijn ze. Zij hebben ieder de eigenschappen die Ulrich ontbeert. Arnheim bijvoorbeeld, hij weet voor alles een oplossing. Hij kan heel veel, heeft erg veel nuttige eigenschappen, maar hij heeft eigenlijk geen karakter. Hij is de man van de realiteit, terwijl voor Ulrich mogelijkheid telt. Want, zoals Musil zegt, iemand met gevoel voor realiteit knabbelt een beetje aan de rand van het leven zonder daarin een lijn te zien. Dat zou kunnen betekenen dat Ulrich die lijn wel ziet.

Ulrich is in elk geval ook zoekende, want hij weet niet wat hij wil en hij weet niet wat een goed leven is en hoe je dat moet leiden. Het boek gaat eigenlijk over hoe je zou moeten leven, maar zoals Marc van Oostendorp in zijn blog suggereert, vooral over de onmogelijkheid om dat te weten of daar al te strenge uitspraken over te doen.

Dat geldt zowel de buitenwereld, Kakanië in 1913 en de parallelactie, als wat je de binnenwereld kunt noemen, de incestueuze relatie van Ulrich met zus Agathe. Ook daarin bevestigt Ulrich wie hij is. Volgens Musil ontleent elk mens eigenschappen aan zijn beroep, zijn natie, zijn sociale klasse, zijn geslacht, zijn privé-leven, zijn bewustzijn en zijn onderbewustzijn. Ulrich ontkent of ontloopt dat soort categorieën. Zelfs in zijn privé-leven.

Musil heeft veel van zichzelf in Ulrich gelegd. Musils echtgenote Martha staat bijvoorbeeld model voor Agathe. Misschien is het boek voor Musil dan ook een zoektocht naar zichzelf. Een enorm project dat uiteindelijk niet voltooid wordt, want toen Musil in 1942 overleed, moest er nog een deel komen. Maar via het boek zegt hij enorm veel over de mens. In zijn ogen laat die zich meeslepen door zijn functionaliteit in het geheel en de taken die hij op zich genomen heeft. Dat bepaalt zijn maatschappelijke positie in de moderne wereld.

Dat geldt niet voor Ulrich. Hij laat zich niet meeslepen, maar staat in de wereld met ‘een houding van geconcentreerde afzijdigheid’ (Ronald Havenaar in een recensie uit 2004 in NRC). ‘Als men niet de kracht heeft iets anders te zijn dan wat men doet’, schrijft Musil, ‘is men geen mens meer.’ In de moderne wereld – in het boek is dat het Wenen van 1913 – hebben mensen de greep op hun bestaan verloren, ze weten niet meer weten wie ze zijn. Ulrich is zichzelf, een voorbeeldige man zonder eigenschappen volgens Havenaar. Geen eigenschappen, maar wel karakter.

Man of vrouw, waarom moet je eigenlijk kiezen?

Leestijd: 2 minuten

Midden-Oostendeskundige Mounir Samuel, zoals hij aangesproken wil worden, is begonnen aan een zoektocht naar zijn identiteit. Of het ‘hij’ of ‘zij’ moet worden, daar is Mounir niet uit: “Gebruik bij gebrek aan beter maar hij.” Samuel wil niet verder als vrouw, als Monique, verklaarde hij, maar dat hoeft niet te betekenen dat hij man wordt.

Een dapper statement. Mounir schreef er een blog over ‘Hoor, ik adem’ en hij probeerde het 5 juni nog een keer uit te leggen bij Eva Jinek op tv. We moeten minder labelen, zei hij. Af van die binaire hokjesgeest. Er is meer tussen ‘man’ en ‘vrouw’. Het werd alleen niet goed begrepen. ‘Jouw identiteitsproblematiek’, reageerden mensen op Twitter. ‘En allemaal aandachttrekkerij.’

MounirSamuel_byErnstCoppejans

foto: Ernst Coppejans

Het is blijkbaar niet acceptabel om een tussenpositie in te nemen. Caitlin Jenner werd toegejuicht omdat ze zich als vrouw op de cover van Vanity Fair presenteerde, Maxim Februari kreeg applaus toen hij in DWDD vertelde dat hij in transitie ging. De uitkomst is bij hen duidelijk, maar ga je op zoek naar je genderidentiteit en vind je die niet eenduidig in m of in v, dan haken mensen af.

Mounir straalde zodra hij het over zijn gevoel en naam had, en over de bevrijding die het betekende te aanvaarden dat je niet in dat hokje (v) hoeft te blijven zitten. Je kunt eruit, en dat heeft hij gedaan. ‘In essentie was er niemand die mij ziet’, zei hij. Dat bedrukte hem. “Want in mijn hoofd heet ik niet Monique. Ik ben Mounir, van die naam gaat mijn hart zingen.”

Je suis Mo

Ik bewonder hem. Het is pijnlijk dat zoveel mensen met zoveel verwijt en onbegrip reageerden. Dat voel ik persoonlijk, want ik weet het zelf ook niet. Ik zit ook ergens tussen beide labels. En daar zit ik eigenlijk prima. Je suis Mo.

Ik verwijs vaak naar een kunstwerk, gezien op een gender blender expositie in Eindhoven. Er waren daarvoor honderden mensen geportretteerd, mensen met, neem ik aan, biologisch geslacht m of v. Aan de zijkant van ieder portret was met een rozeblauw lijntje getekend in hoeverre ieder van hen zich m of v voelde. Dat verliep van 100 procent blauw aan de ene kant, via half om half in het midden naar 100 procent roze aan de andere kant. Het kunstwerk maakte duidelijk dat genderidentiteit en biologisch geslacht los van elkaar staan.

De wereld is er niet aan toe. De genderdiverse samenleving is nog een droom. Losbreken van je biologische identiteit kan alleen als je de oversteek maakt. Wil je geen man zijn, dan moet je vrouw worden, of andersom. Meer ruimte is er voor veel mensen niet, veel van de mensen in elk geval die zo negatief op het verhaal van Mounir reageerden. ‘Veel mensen vragen mij hoe het is om in het verkeerde lichaam te zijn geboren’, twittert Mounir op 7 juni. ‘Maar ik woon in de verkeerde wereld, niet in het verkeerde lijf.’

Deze blog is gepubliceerd op www.continuum.nl en in Trouw van 12 juni 2015

Anne Frank herluisterd

Leestijd: 2 minuten

‘Oudere mensen hebben een mening over alles en wankelen niet meer in hun daden door het leven’, schrijft Anne Frank op zaterdag 15 juli 1944. ‘Wij, jongeren, hebben dubbele moeite onze meningen te handhaven in een tijd waarin alle idealisme vernield en verpletterd wordt, waarin de mensen zich van hun lelijkste kant laten zien.’

Bijzondere observaties. De afgelopen weken luisterde ik naar het luisterboek van Het Achterhuis, voorgelezen door Carice van Houten. Bewonderenswaardig en ontroerend, open en eerlijk. Wat me vooral trof waren Anne’s kritische woorden over zichzelf. Ze voedde zichzelf op. ‘Nee Anne’, zo schreef ze dan. ‘Zo ken ik je niet. Dat is niet goed.’

Voordat ik beluistering van Het Achterhuis afsloot, was ik in een biografie over Anne Frank begonnen. Nieuwsgierig naar wat er was gebeurd voordat de familie Frank (vader, moeder, zus Margot en Anne) samen met de de familie van Pels (vader, moeder en Peter) en tandarts Fritz Pfeffer in het Achterhuis onderdoken, en wat er daarna gebeurde. Want op 4 augustus 1944 werden ze verraden – door wie zal waarschijnlijk nooit definitief bekend worden – en weggevoerd via kamp Westerbork naar Auschwitz. Met ongeveer de laatste trein die naar Polen vertrok. Anne en Margot overleden uiteindelijk in Bergen-Belsen, ergens in februari 1945.

Terwijl ik las (en luisterde), realiseerde ik me dat er nauwelijks vier maanden zaten tussen de geboortedatum van mijn moeder (18 februari 1929) en die van Anne (12 juni 1929). Maar hun oorlogservaringen zijn heel verschillend. Er zijn natuurlijk zoveel oorlogsverhalen, en we moeten ze blijven herhalen. Hoewel in de literaire leesclub waarin ik deelneem, wel eens wordt verzucht: nee, liever geen oorlogsboek deze keer.

Toch heb ik nu ook Ian Buruma’s boek over 1945 gelezen. Over de honger, de afrekening, de euforie, de pogingen om de oorlog achter te laten en verder te gaan, de mislukkingen, het opportunisme, opduikend antisemitisme, opbouw, en waar het verder allemaal toe leidde. De oorlog was voorbij, maar hij was niet echt voorbij.

Nog even terug naar de opmerking van Anne Frank: oudere mensen hebben een mening en wankelen niet meer. Dat hoop ik niet en het zou ook jammer zijn. Dit is mijn eerste blog, maar een van de categorieën vormen de ‘vastgeroeste meningen’. Een van de doelstellingen is om die te onderzoeken en misschien wel te verwerpen. Om, zoals Anne schreef, te zeggen: ‘Nee Ton, zo ken ik je niet. Klopt het wel en kun je er ook niet van een andere kant naar kijken?’